Raadsvoorstel 'Zienswijzen Uitgangspuntennotitie Regionaal Programma Werklocaties 2025 -2028'
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL RAADSVOOORSTEL
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4276141
Onderwerp: Zienswijzen Uitgangspuntennotitie Regionaal Programma Werklocaties 2025 -2028 Kernboodschap Elke vier jaar stellen de regiogemeenten een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) op. Dit gebeurt onder coördinatie van de Groene Metropoolregio (GMR). In het RPW worden afspraken gemaakt over de programmering van werklocaties. Bijvoorbeeld over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, kantoren en detailhandelslocaties in de gemeenten. Het RPW wordt uiteindelijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. De eerste stap om tot het RPW 2025 – 2028 te komen, is het opstellen van een uitgangspuntennotitie. Aan alle gemeenteraden in de GMR is gevraagd om zienwijzen mee te geven bij de uitgangspunten. In de voorgestelde zienswijzen geven we aan dat we de focus en richting van het nieuwe RPW onderschrijven, zoals die opgenomen zijn in de uitgangspuntennotitie. We vragen in de zienswijzen aandacht voor een aantal zaken, waaronder de ambities voor herstructurering en campusontwikkeling. Voorstel 1. In te stemmen met de zienswijzen bij de uitgangspuntennotitie voor het Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028. Inleiding Met het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) maken 16 gemeenten in de Groene Metropoolregio (GMR) elke vier jaar afspraken over de programmering van werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel).
In het nieuwe RPW worden hier afspraken over campussen aan toegevoegd. Elke twee jaar is er een tussentijdse monitoring. Op dit moment bereiden de GMR en de regiogemeenten zich voor op een nieuw RPW voor de periode 2025-2028. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland verplicht gemeentebesturen om in regioverband iedere vier jaar een RPW op te stellen. Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland stellen uiteindelijk het nieuwe RPW vast. De provincie neemt het RPW dan op in de provinciale verordening en toetst bestemmingsplannen hieraan. Voordat het concept RPW aan alle raden wordt voorgelegd, haalt de Groene Metropoolregio zienswijzen op over de belangrijkste uitgangspunten van het nieuwe RPW bij de raden. Daar gaat dit raadsvoorstel over. Het RPW zal dus twee keer voorgelegd worden aan de raad: de eerste keer met
RAADSVOORSTEL het ophalen van zienswijzen op de Uitgangspuntennotitie RPW (1e fase), de tweede keer bij de besluitvorming over het RPW (2e fase). De totstandkoming van het RPW 2025 - 2028 gebeurt in nauwe samenwerking met de regiogemeenten. Zo zijn de keuzes in deze uitgangspuntennotitie tot stand gekomen in het ambtelijk en bestuurlijk platform van de Productieve regio van de GMR. In de volgende fase worden ook andere belanghebbenden betrokken. Beoogd effect De GMR nodigt gemeenteraden met deze uitgangspuntennotitie uit om hun zienswijzen mee te geven. Dit is input voor de uitwerking van de uitgangspuntennotitie in het nieuwe RPW. De notitie is dus niet bedoeld ter besluitvorming en is ook nog niet het nieuwe RPW, maar een uitnodiging aan gemeenteraden voor het meegeven van zienswijzen op de basisuitgangspunten. Hiermee wordt de basis voor het RPW 2025 – 2028 verder aangescherpt en draagvlak gecreëerd voor het eindresultaat bij de gemeenteraden. Argumenten 1.1
We ondersteunen de focus, richting en centrale uitgangspunten als basis voor het op te stellen RPW 2025 – 2028.
De uitgangspuntennotitie zet, vanuit het oogpunt van brede welvaart, duurzaamheid, zorgvuldig ruimtegebruik en het behoud van het landschap in de regio, het belang van kwalitatief goede ruimte voor economie én zorgvuldig ruimtegebruik centraal. Het is daarom zaak de bestaande werklocaties in de GMR zo optimaal mogelijk te benutten. Dat betekent streven naar het juiste bedrijf op de juiste plek en, waar mogelijk en passend, intensiever ruimtegebruik. Waarbij in het vorige RPW vooral afspraken zijn gemaakt over uitleg van nieuwe bedrijventerreinen, gaat dit RPW ook expliciet in op bestaande locaties en de ruimte die we daar kunnen ‘winnen’. Daarmee zorgen we ervoor dat er minder ruimte nodig is voor nieuwe werklocaties. Om een florerende economie te behouden, blijft het echter ook nodig om (beperkt) nieuwe werklocaties te ontwikkelen. De optimalisatie van ruimtegebruik van de werklocaties in de regio staat voorop; het voorgestelde stappenplan in de uitgangspuntennotitie speelt daarop in. De uitgangspuntennotitie borduurt daarbij voort op bestaand regionaal beleid voor bedrijventerreinen zoals het Verstedelijkingsakkoord en het Regioarrangement. Er worden nu verdere stappen gezet op zorgvuldig ruimtegebruik, ruimtelijke inpassing, kwaliteitsimpuls en het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen.
We kunnen ons vinden in het voorstel om de volgende vijf stappen te hanteren: 1. Het behoud van de werklocatiefunctie en compensatie van ruimte bij transformatie naar een andere functie; 2. Extra m² toevoegen op bestaande bedrijventerreinen door het optoppen van gebouwen, 24 uurs gebruik, gezamenlijk parkeren e.d.; 3. Inzetten op herstructurering en intensivering van bestaande bedrijventerreinen met als doel optimalisatie van het ruimtegebruik en het juiste bedrijf op de juiste plek; 4. Combineren van werken met andere functies. Niet alle economische functies hoeven op formele werklocaties te zijn gevestigd. Lichtere activiteiten kunnen vaak gemengd worden
RAADSVOORSTEL
5.
met wonen of in (leegstaande) gebouwen binnen de bebouwde kom (zoals winkelgebieden); Zorgvuldige ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen wanneer voorgaande stappen niet tot voldoende ruimte leiden. Hierbij wordt er wel alvast gestart met planvorming van mogelijke nieuwe locaties (aangezien dit veel tijd kost en we nu al weten dat niet alle ruimtevraag binnen stappen 1 t/m 4 kan landen).
Omdat de principes van de brede welvaart de basis vormden bij de uitgangspunten voor het RPW 2025-2028 én omdat de GMR in december 2023 een eigen monitor, namelijk de Economische Monitor 2023/2024, heeft gelanceerd die dit jaar wordt aangevuld met een module over brede welvaart, beschouwen wij de motie 21M57 als afgedaan. Verder kunnen wij ons vinden in het uitgangspunt dat het bestaande kantoren- en detailhandelsbeleid wordt voortgezet. Dit betekent onder andere dat nieuwe kantoren zich concentreren in de stationsgebieden Arnhem Centraal en Station Nijmegen/centrumgebied én dat mogelijkheden voor additionele ontwikkelruimte van perifere detailhandelsvestigingen (pdv) zich alleen in Duiven bevinden. In de uitgangspuntennotitie is aangegeven dat het hoofdstuk Kantoren in het nieuwe RPW minder kaders bevat, omdat Arnhem en Nijmegen zelf actueel kantorenbeleid hebben. Tot slot wordt, vanwege het toenemende belang van de campussen voor de regionale economie, in het RPW 2025-2028 een hoofdstuk campussen toegevoegd. Campussen zijn een magneet voor talent, ondernemerschap en investeerders. Dit zorgt voor innovatieve bedrijvigheid, waarmee campussen een motor zijn voor de regionale economische ontwikkeling. Arnhems Buiten, IPKW en Kenniscampus Regio Arnhem – Velp worden als campussen meegenomen in het RPW. Wij zijn blij met deze extra aandacht voor de campussen. 1.2
In de zienswijzen benoemen we aandachtspunten en geven we een aantal accenten mee voor de verder uitwerking van de uitgangspunten in het RPW 2025 – 2028.
De aandachtspunten en accenten in de voorgestelde zienswijzen, zoals opgenomen in de brief aan de GMR (bijlage 1), hebben betrekking op de hoogte van de ambitie van herstructurering, middelen voor herstructurering, aandacht voor campussen, minder uitbreidingsruimte voor logistiek en huisvesting van arbeidsmigranten. Deze zienswijzen, en die van de andere gemeenten, scherpen de uitgangspunten en de uitwerking daarvan verder aan. Kanttekeningen en risico's 1.1
Realisatie van de ambities en uitgangspunten voor herstructurering en intensivering zijn vanwege benodigde financiering en inzet van publieke en private partijen geen zekerheid.
Het beter benutten van bestaande kavels, het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen en het intensiveren van nieuwe bedrijventerreinen gaat logischerwijs gepaard met investeringen, zowel publiek als privaat. Zoals in de brief aangegeven zal er aanvullende financiering gevonden moeten worden om de ambities te realiseren. Indien de financiering of mogelijkheden van publieke en private partijen beperkter zijn dan beoogd, dan zullen de ambities niet waargemaakt kunnen worden. Dit zal betekenen dat een kleiner deel van de ruimtevraag dan verwacht ingevuld wordt op bestaande en
RAADSVOORSTEL nieuwe bedrijventerreinen. Hierdoor zal bij een gelijkblijvend aantal hectares aan nieuwe bedrijventerreinen, de schaarste aan bedrijventerreinen toenemen op de langere termijn. Participatie Voorliggende uitgangspuntennotitie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de regiogemeenten en is meermaals besproken in het ambtelijk en bestuurlijk platform Productieve Regio van de GMR. Gemeenteraden worden middels deze uitnodiging tot het indienen van zienswijzen verder betrokken. Op 27 november 2023 is er een presentatie geweest bij de Regio Agendacommissie over wat het RPW inhoudt en waarom deze van belang is voor onze regio en de regiogemeenten. Op 24 mei zijn de raadsleden uitgenodigd voor een werkbezoek aan Duiven waarbij naast de nieuwe regionale agenda ook het RPW gespreksonderwerp was. In september volgt er nog een webinar voor raadsleden. De GMR benut de periode tot en met oktober 2024 om de uitgangspuntennotitie breder te toetsen en input op te halen. Dat gebeurt onder andere bij de zogenaamde integratietafels met alle opgaven binnen de GMR, bij ondernemersverenigingen, VNO-NCW Midden, The Economic Board en marktpartijen. Alle input, inclusief de zienswijzen van de raden, vormen input voor de uitwerking van het uiteindelijke RPW. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Uitvoering De GMR heeft de gemeenten gevraagd de zienswijzen uiterlijk op 7 oktober 2024 kenbaar te maken. De GMR streeft ernaar om op basis van alle input in Q1 2025 een definitief RPW aan te kunnen bieden aan de gemeenteraden. Het huidige RPW 2021-2024 is tot en met 2025 van kracht; de provincie geeft echter aan dat een zorgvuldig traject belangrijker is dan snelheid. Het streven blijft vooralsnog om in mei 2025 het traject te hebben afgerond en het nieuwe RPW aan te kunnen bieden aan Gedeputeerde Staten van Gelderland. Communicatie De GMR informeert via haar website en sociale media over de voortgang en resultaten van het proces van totstandkoming van het RPW. Het eindresultaat zal ook op de website van de gemeente en de provincie gepubliceerd worden. De communicatie in het kader van de participatie wordt afgestemd met de regiogemeenten via de lijn van de Productieve Regio.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − Brief aan GMR met zienswijzen − Uitgangspuntennotitie RPW − Technische Bijlage RPW Uitgangspuntennotitie
RAADSVOORSTEL
Besluit van Zaaknummer
PM 4276141
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 augustus 2024, nummer: 4276141; gelet op artikel 27 van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen juncto de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluit: 1. In te stemmen met de zienswijzen bij de uitgangspuntennotitie voor het Regionaal Programma Werklocaties 2025-2028.
De griffier,
De voorzitter,