Raadsvoorstel "Wijziging parkeerverordening ten behoeve van het kentekenparkeren"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
590233
Onderwerp:
Wijziging parkeerverordening ten behoeve van kentekenparkeren
a Voorstel 1. De wijziging van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2021 ten behoeve van de implementatie van kentekenparkeren conform bijgevoegd concept vast te stellen Inleiding Op 15 maart 2021 is het raadsvoorstel 'inzet scanauto en invoer kentekenparkeren' aangenomen door de gemeenteraad. Op 6 juli 2021 hebben wij u geïnformeerd over de gekozen oplossing voor de gehandicaptenparkeerkaart, waarbij geen handmatige controle meer nodig is. Hierdoor kunnen wij tot inzet van de scanauto en het kentekenparkeren overgaan.
Beoogd effect Het aanpassen van de verordening Parkeren en Parkeerbelasting 2021 ten behoeve het kentekenparkeren, inclusief het digitaliseren van de gehandicaptenparkeervergunning, zodat het kentekenparkeren (inclusief de inzet van de scanauto) kan worden uitgevoerd. Argumenten 1.1 De gemeenteraad is bevoegd tot het aanpassen van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2021 De gebieden waar parkeerbelasting en vergunning parkeren van toepassing zijn en de wijze waarop hieraan moet worden voldaan, staan beschreven in de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2019. De gemeenteraad stelt deze verordening vast. Voor het nemen van bovengenoemde maatregel moet de verordening worden aangepast, hiervoor is een raadsbesluit nodig. Pas nadat de verordening is aangepast kan verder worden gegaan met de implementatie van het kentekenparkeren.
Kanttekeningen en risico's 1.1 Zonder wijziging van de verordening Parkeren en Parkeerbelasting ontbreekt juridische grond om het kentekenparkeren in te voeren In de verordening Parkeren en Parkeerbelasting worden de juridische regels van het parkeerbeleid vastgelegd. Als de verordening niet gewijzigd wordt is er geen juridische grond om het kentekenparkeren in te voeren. Zonder kentekenparkeren is inzet van de scanauto niet zinvol, omdat dan niet alle kentekens in de parkeerrechtendatabase staan. Financiën De door de raad vastgestelde begrotingswijziging ging uit van invoering van het scanparkeren medio 2021 met in 2021 € 600.000 extra parkeerinkomsten. We willen zo snel mogelijk tot implementatie overgaan, maar naar verwachting is met de nu voorgestelde oplossing de invoering uiterlijk per 1 januari 2022 mogelijk. Van deze datum uitgaande betekent dit dat er in 2021 een incidenteel nadeel op de parkeerinkomsten verwacht wordt van € 600.000. Dit zal in de tussenrapportage (turap2) opgenomen worden. Uitvoering Na vaststelling wordt de wijzigingsverordening gepubliceerd. Daarna zal verder worden gegaan met de implementatie van het kentekenparkeren en de inzet van de scanauto. Communicatie Het voorstel wordt gepubliceerd. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Raadsbesluit met toelichting
Besluit van Zaaknummer
590233
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 augustus 2021, zaaknummer 590233; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING PARKEREN EN PARKEERBELASTINGEN 2021
Artikel I A.
Wijzigingen
Aan artikel 1 Definities worden de volgende definities toegevoegd onder verlettering van de definities vanaf e. in f. tot en met w.: a. 'e. gehandicaptenparkeervergunning: digitale vergunning die door de gemeente Arnhem aan houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt, waarmee het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd wordt opgegeven.' b. 'q. registeren van een kenteken: het opgeven van het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd bij de aanvraag van een digitale vergunning, het activeren van het kenteken op een lopende digitale vergunning of het anderszins opgeven van het kenteken via parkeerapparatuur of een digitale applicatie ten behoeve van parkeerrechten in de gemeente Arnhem.'
B. Aan artikel 6 'Wijze van heffing en termijnen van betaling' wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt: '6. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.' C. De tekst van artikel 8 sub e wordt vervangen door: 'e. motorvoertuigen ten behoeve van het vervoer van houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart zoals bedoeld in de 'Regeling gehandicaptenparkeerkaart', waarvan het kenteken voor aanvang van het parkeren is geregistreerd op een geldige gehandicaptenparkeervergunning.' Artikel II Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Eerste wijziging Parkeerverordening 2021.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …………………2021, De griffier,
De voorzitter,
Toelichting op het wijzigingsbesluit
Verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2021 Afdeling II Parkeerbelastingen Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1 Definities
Artikel 1 Definities
e. centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Arnhem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; f. college: het college van burgemeester en wethouders; g. gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder r van het RVV 1990; h. houder van een brommobiel: de kentekenhouder of de persoon die middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van de brommobiel; i. houder van een motorvoertuig: de persoon op wiens naam het kenteken van het motorvoertuig staat ingeschreven in het kentekenregister van de RDW (kentekenhouder) of de persoon die middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig; j. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
e. gehandicaptenparkeervergunning: digitale vergunning die door de gemeente Arnhem aan houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt, waarmee het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd wordt opgegeven f. centrale computer: computer van het bedrijf c.q. de bedrijven waarmee de gemeente Arnhem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; g. college: het college van burgemeester en wethouders; h. gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 onder r van het RVV 1990; i. houder van een brommobiel: de kentekenhouder of de persoon die middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van de brommobiel; j. houder van een motorvoertuig: de persoon op wiens naam het kenteken van het motorvoertuig staat ingeschreven in het kentekenregister van de RDW (kentekenhouder) of de persoon die middels een huur- of leaseovereenkomst met een rechtspersoon kan aantonen dat hij de feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig; k. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990;
k.
openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen, weggedeelten, terreinen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; l. parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; m. parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg; n. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet; o. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van 26 juli 1990, Stb. 459;
p. Regeling gehandicaptenparkeerkaart: regels met betrekking tot het toepassen van de gehandicaptenparkeerkaart, zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 130 en sedertdien gewijzigd; q. tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen; r. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; s. vergunninghalfjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt op 31 augustus van het lopende jaar of start op 1 september en
l.
openbare weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen, weggedeelten, terreinen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten; m. parkeerapparatuur: parkeermeters, centrale computer, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; n. parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen op de openbare weg; o. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 225, tweede lid, van de Gemeentewet; p. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van 26 juli 1990, Stb. 459; q. registreren van een kenteken: het opgeven van het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd bij de aanvraag van een digitale vergunning, het activeren van het kenteken op een lopende digitale vergunning of het anderszins opgeven van het kenteken via parkeerapparatuur of een digitale applicatie ten behoeve van parkeerrechten in de gemeente Arnhem. r. Regeling gehandicaptenparkeerkaart: regels met betrekking tot het toepassen van de gehandicaptenparkeerkaart, zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2001, 130 en sedertdien gewijzigd; s.
tarieventabel: de bij deze verordening behorende tabel waarin opgenomen de tarieven voor de verschillende parkeerbelastingen; t. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; u. vergunninghalfjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt op 31 augustus van het lopende jaar of start op 1 september en
eindigt op 28 c.q. 29 februari van het volgende jaar; t. vergunningjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt op 28 c.q. 29 februari van het volgende jaar; u. zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, danwel een woning waarvan met een notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning.
eindigt op 28 c.q. 29 februari van het volgende jaar; v. vergunningjaar: de periode die start op 1 maart en eindigt op 28 c.q. 29 februari van het volgende jaar; w. zelfstandige woning: woning welke een eigen toegang heeft, voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, danwel een woning waarvan met een notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning.
Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling
Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. Indien bij aanvang van het parkeren het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer, geschiedt de betaling van de belasting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid: a. uiterlijk 1 maand na het einde van het parkeren; en b. overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder van de betreffende dienst. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald voorafgaand aan het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 5. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. Indien bij aanvang van het parkeren het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer, geschiedt de betaling van de belasting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid: a. uiterlijk 1 maand na het einde van het parkeren; en b. overeenkomstig de voorwaarden van de aanbieder van de betreffende dienst. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven via een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waartoe ook wordt gerekend een nota of andere schriftuur, en moet worden betaald voorafgaand aan het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. 5. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde
wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt. 6. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.
Artikel 8 Vrijstelling van parkeerbelasting
Artikel 8 Vrijstelling van parkeerbelasting
Vrijgesteld van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2 van deze verordening zijn: a. als zodanig herkenbare politievoertuigen; b. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; c. als zodanig herkenbare ambulances; d. als zodanig herkenbare dierenambulances; e. voertuigen die zijn voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, zoals bedoeld in de ‘Regeling gehandicaptenparkeerkaart’.
Vrijgesteld van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2 van deze verordening zijn: a. als zodanig herkenbare politievoertuigen; b. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; c. als zodanig herkenbare ambulances; d. als zodanig herkenbare dierenambulances; e. motorvoertuigen ten behoeve van het vervoer van houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart zoals bedoeld in de 'Regeling gehandicaptenparkeerkaart', waarvan het kenteken voor aanvang van het parkeren is geregistreerd op een geldige gehandicaptenparkeervergunning.