CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Wijziging hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Deel 1 - thuissekswerk en seksinrichtingen'

Politieke Avond 24 juni 2026, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Wijziging hoofdstuk 3 van de APV deel 1-Thuissekswerk en seksinrichtingen12.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSVOORSTEL

RAADSVOOORSTEL

Aan de gemeenteraad Zaaknummer

5124398

Onderwerp: Wijziging hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Deel 1 - thuissekswerk en seksinrichtingen Kernboodschap Op 25 februari 2026 nam de raad een principebesluit om thuissekswerk legaal mogelijk te maken als beroep aan huis, waarbij de regels voor beroepen aan huis en stappen voor zelfstandige ondernemers gelden. Ter uitvoering van uw besluit wordt met deze wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem (APV) één van de twee benodigde stappen gezet – naast de aanpassing van het omgevingsplan. Daarbij is met de wijziging van de APV de tekst meer inclusief gemaakt, bijvoorbeeld door het hanteren van het begrip “sekswerker”. Tevens is de APV meer in lijn gebracht met de APV-modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Tot slot is de vergunning voor de activiteit die gaat om het bedrijfsmatig de gelegenheid geven tot sekswerk, wat vervolgens plaatsvindt in een seksinrichting, een potentieel schaars recht.1 Er is een maximum aantal vergunningen te verlenen, terwijl er mogelijk meer aanvragers zijn. Hierop moet de tekst van de APV aangepast moet worden. Voorstel 1. De wijziging “Hoofdstuk 3 thuissekswerk en seksinrichtingen” van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem vast te stellen.

Inleiding Vanwege het genomen principebesluit was het noodzakelijk om – naast het omgevingsplan aan te passen – een wijziging van de APV voor te bereiden waarmee de definitie van “thuissekswerker” wordt toegevoegd aan de APV. Het toevoegen van deze definitie en het wijzigen van de APV, inclusief de toelichting daarop, brengt met zich dat 1) voor de thuissekswerker geen vergunningplicht gaat gelden en 2) er maximaal twee gelijkwaardige thuissekswerkers per woning zijn toegestaan. Dit maximum is gesteld om bordeelvorming/onvergunde seksinrichtingen te voorkomen. Naast deze wijziging hebben we de afgelopen jaren al vaker bekeken of de APV nog actueel is. De APV is een belangrijke verordening binnen de gemeente Arnhem. In deze APV staan de wettelijke regels, die alleen in de gemeente Arnhem van kracht zijn. In de APV worden regels gegeven die 1 Deze vergunningplicht gold al en blijft gelden, ondanks dat voor een thuissekswerker – na

instemming met de voorgestelde wijzigingen – geen vergunningplicht geldt.

RAADSVOORSTEL

onder meer gaan over de openbare orde en veiligheid, overlast, de openbare ruimte, milieu en natuurschoon. Omdat de APV een omvangrijke regeling is, wordt de raad vaak per thema gevraagd om in te stemmen met de wijzigingen die de APV actualiseren. Hoofdstuk 3 is zo’n hoofdstuk dat geactualiseerd moet worden. Hier is lange tijd mee gewacht in afwachting van de inwerkingtreding van de Wet regulering sekswerk (2009, toen nog: de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche). De inwerkingtreding van deze wet laat ook nu nog op zich wachten. Naar aanleiding van het genomen raadsbesluit is hoofdstuk 3 (seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.) meteen in zijn geheel geactualiseerd. Daarbij is zoveel mogelijk geprobeerd aan te sluiten bij de (definities van de) Modelverordening van de VNG (hierna: Modelverordening). Dit is belangrijk omdat dan rechterlijke uitspraken van gemeenten die modelbepalingen hebben, één-op-één te gebruiken zijn in de Arnhemse situaties. We gaan dan namelijk uit van dezelfde wettelijke basis. Verder is het onderhoud van de APV dan gemakkelijker. De VNG geeft aan gemeenten aan wanneer er vanwege actualiteiten of nieuwe inzichten een wijziging van de (Model)verordening plaats moet/kan vinden en geeft hierbij een concreet voorbeeld hoe dat zou kunnen.

Bij het gebruiken van de Modelverordening is natuurlijk wel gekeken naar de lokale situatie en hoe op dit moment het sekswerk in de gemeente Arnhem is geregeld. Daarbij zijn veel aspecten die in oktober 2000 in de nota “Van Rood naar Groen” waren geregeld nu in de APV geland. De grootste wijzigingen betreffen: - Het (in)regelen van thuissekswerk; - Het toevoegen van bepalingen die voorkomen dat plegers van mensenhandel een vergunning hebben voor een seksbedrijf en die mogelijkheden bieden om signalen van mensenhandel inzichtelijk te krijgen; - Het toevoegen van een definitie voor zelfstandige escorts; - Het gebruikmaken van inclusieve bewoordingen zoals het vervangen van het woord “prostituee” door “sekswerker” en “zijn/haar” door “diens”; - Het toevoegen van een bedrijfsplan bij de aanvraagbenodigdheden voor een vergunning; - Het toevoegen van regels voor de verdeling van schaarse rechten. Verder zijn er regels toegevoegd omdat de vergunningen voor seksinrichtingen potentieel schaarse rechten zijn. Als er maar een beperkt aantal vergunningen beschikbaar is en er meer belangstellenden zijn dan vergunningen, dan gaat het om schaarse vergunningen (rechten). In zulke gevallen mogen vergunningen in principe niet voor onbepaalde tijd worden verleend.

Verder is dan bij de vergunningverlening openbaarheid en transparantie verplicht zodat alle potentiële belanghebbenden een eerlijke kans hebben mee te dingen naar de vergunning. Dit moet worden geregeld (en een basis krijgen) in de APV. In dit geval kan deze situatie zich – in ieder geval in theorie – voordoen, omdat er bepaald is dat er maximaal acht vergunningen voor seksinrichtingen binnen de gemeente worden verstrekt en er meer belangstellenden kunnen zijn. Ook kan deze

RAADSVOORSTEL

situatie zich voordoen omdat er maar één seksinrichting per wijk wordt vergund, terwijl mogelijk twee seksinrichtingen zich in dezelfde wijk willen vestigen. In dit voorstel tot wijziging van hoofdstuk 3 van de APV wordt nu (nog) niets anders geregeld voor de zorgzone dan in de huidige APV het geval was. Hoewel regelgeving en jurisprudentie hierom vragen, wordt een aanpassing van de APV op dit punt uitgesteld tot na de coalitievorming (deel 2 van de wijziging van hoofdstuk 3). Het is gebruikelijk bij wijziging van een regeling dat u een tabel wordt voorgelegd waarin de situatie nu (WAS), het voorliggend voorstel (WORDT) en de modelverordening naast elkaar worden gelegd. Dit leidt in deze situatie echter niet tot een leesbaar geheel, mede omdat de modelverordening een andere volgorde kent. Vandaar dat aan u in dit geval losse teksten worden voorgelegd die zien op hoofdstuk 3 van de huidige APV, de model APV en de voorgestelde APV (dit laatste stuk is opgenomen in het raadsbesluit). Beoogd effect Verwerken van de mogelijkheid van het verrichten van thuissekswerk in de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem en het actualiseren van hoofdstuk 3 van deze verordening. Argumenten 1.1

Het principebesluit van de raad moet worden geïmplementeerd in de APV Op 25 februari 2026 nam de raad een principebesluit om thuissekswerk legaal mogelijk te maken als beroep aan huis, waarbij de regels voor beroepen aan huis en stappen voor zelfstandige ondernemers gelden. Om dit mogelijk te maken, moet hoofdstuk 3 van de APV worden gewijzigd, zodat er een nadrukkelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen thuissekswerk, de vergunde seksinrichtingen en de onvergunde seksinrichtingen. Om dit in goede banen te leiden moet er een begrenzing bestaan tussen deze categorieën. Zo stellen we aan thuissekswerk de eis dat er sprake is van maximaal twee personen die ingeschreven staan in de BRP op het adres waar de handelingen worden verricht.

1.2

Het is van belang dat alle mogelijkheden die de gemeente heeft om mensenhandel tegen te gaan, worden benut Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen sekswerk en mensenhandel. Volwassen sekswerkers die bewust voor het vak kiezen, moeten niet worden gezien als slachtoffers. Dit ondermijnt hun rechten en draagt niet bij aan het verkleinen van stigma. Sekswerk is werk, mensenhandel is uitbuiting. Wel komt seksuele uitbuiting in de branche voor. Het voorkomen en bestrijden van mensenhandel blijft een onverminderde prioriteit voor de gemeente Arnhem. Daarom moeten plegers van mensenhandel worden geweerd uit de vergunde branche en moet van een exploitant worden gevergd dat signalen van mensenhandel worden gemeld bij de politie. Dit wordt met de voorgestelde wijziging geregeld in de APV.

RAADSVOORSTEL

1.3

Door het geven van een eigen definitie van een zelfstandige escort kunnen hier andere regels voor gelden dan voor de seksbedrijven Uit het principebesluit volgt tevens dat er een nieuw regime geldt voor de zelfstandige escort. Hoewel escorts niet thuis werken, lijkt hun werk wel op de huidige situatie van de thuissekswerkers, voor wie andere regels gelden dan voor seksbedrijven. Daarom wordt de escort die niet vanuit een escortbedrijf werkt onder voorwaarden gelijkgesteld met de thuissekswerker.

1.4

Het is belangrijk dat eenieder zich gehoord en gezien weet, ook in de regelgeving van de gemeente De huidige APV gebruikt nog de oude terminologie “prostitutie” en “prostituee”. Tegenwoordig wordt gesproken van “sekswerk” en “sekswerker”. Dit sluit aan bij de hedendaagse norm van inclusiviteit en erkent en ondersteunt alle personen die actief zijn in de branche, zonder het werk te stigmatiseren. Sekswerk is bovendien een breder begrip dan het eerder gehanteerde begrip “prostitutie”. Prostitutie verwijst naar seks met een ander tegen betaling, terwijl dat bij sekswerk niet het geval hoeft te zijn. Sekswerk is aldus een breder begrip. Bij “betaling” zal het veelal gaan om een geldbedrag, maar is daar niet toe beperkt.

1.5

Het is belangrijk dat een bedrijfsplan wordt overgelegd Bij het aanpassen van de APV is – zoals eerder aangegeven – de model APV gevolgd. Hieruit volgt dat bij het aanvragen van een vergunning de exploitant voortaan een bedrijfsplan moet overleggen. Daaruit moet onder meer blijken dat er in de seksinrichting maatregelen worden getroffen op het gebied van hygiëne en van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers. Door de eis van het overleggen van een bedrijfsplan kan derhalve worden beoordeeld of de exploitant voor deze punten voldoende oog heeft, en zorg draagt voor goede arbeidsomstandigheden.

1.6

De vergunningen voor seksinrichtingen zijn potentieel schaarse rechten Zoals aangegeven, is het maximumaantal vergunningen voor een seksbedrijf in Arnhem gesteld op acht, waarbij er maximaal één per wijk mag worden gevestigd. Zolang het maximum niet is bereikt, worden aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst. De vergunningen worden, zolang het maximum niet is bereikt, voor de duur van acht jaar verleend. Voor het geval het maximum wel is bereikt, stelt het college van burgemeester en wethouders nadere regels op voor een onpartijdige en transparante verlening van vergunningen. Voor escortbedrijven geldt geen maximumaantal.

RAADSVOORSTEL

Kanttekeningen en risico's 1.1

Wanneer in de APV niets geregeld wordt omtrent thuissekswerk, hebben thuissekswerkers geen rechten om zich op te beroepen. In dat geval is door de raad wel akkoord gegaan met het voorstel dat thuissekswerk als een beroep aan huis mag worden uitgeoefend zonder vergunningplicht, maar zonder dat dit verder is uitgewerkt in de geldende regelgeving (de APV en het omgevingsplan). De thuissekswerker kan zich dan niet beroepen op de geldende regelgeving, omdat die dan niet is aangepast op de wenselijke situatie. In dat geval wordt thuissekswerk niet daadwerkelijk gelegaliseerd.

1.2

Wanneer de APV niet wordt gewijzigd in het kader van schaarse rechten, lopen we bij aanvragen boven het maximum en/of in dezelfde wijk een risico omdat we vergunningaanvragen dan niet goed kunnen weigeren. Dit betekent dat dan niet goed kan worden vastgehouden aan het geldende maximumaantal vergunningen. Dat leidt tot de situatie dat meer vergunningen worden verleend dan het huidige beleid momenteel toestaat.

1.3

Wanneer geen scherp onderscheid wordt gemaakt tussen illegaal/onvergund sekswerk – met eventuele slachtoffers van mensenhandel – en vergunde seksinrichtingen, is optreden op grond van de APV niet mogelijk. Hoofdstuk 3 van de APV bepaalt voor welke vorm van sekswerk een vergunningplicht geldt (waarbij het voorstel in ieder geval regelt dat deze plicht niet geldt voor een thuissekswerker). Daarmee bepaalt dit hoofdstuk mede dat sekswerk onvergund plaatsvindt als daarvoor geen vergunning is afgegeven, terwijl wel een vergunningplicht geldt. Indien dat laatste het geval is, kan daartegen worden opgetreden op basis van de APV.

Participatie Er is overleg met sekswerkers, Punt 26, GGD, Iriszorg, Moviera, politie, SOA-AIDS Nederland, CCV en VNG en met de twee vergunde seksinrichtingen (allebei) en escortbedrijven. Financiën Dit voorstel brengt geen financiële effecten met zich mee. Uitvoering Deze onderdelen van de APV worden in de huidige situatie door de afdeling Veiligheid, Vergunning en Handhaving en de afdeling Juridische Zaken uitgevoerd. Dit verandert niet na wijziging van de APV.

RAADSVOORSTEL

Communicatie Publicatie van de wijziging van de APV vindt plaats via het digitale Gemeenteblad en is daarna raadpleegbaar op www.overheid.nl. Op het moment dat ook het omgevingsplan is aangepast, zal via de (sociale) media worden gecommuniceerd dat thuissekswerk is gelegaliseerd in Arnhem.

Bijlagen Stukken voor gemeenteraad  Raadsvoorstel en -besluit Wijziging hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Deel 1 - thuissekswerk en seksinrichtingen  Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem, hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.  Model Algemene plaatselijke verordening per 1 januari 2024, hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen, inclusief toelichting

RAADSVOORSTEL

Besluit van XXX Zaaknummer

5124398

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 juni 2026; gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit: I. Hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem als volgt te wijzigen: “Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. Afdeling 1 Begripsomschrijvingen en nadere regels Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a) advertentie: elke commerciële uiting in een medium die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt; b) beheerder: de natuurlijke persoon of personen die door de exploitant is/zijn aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf of escortbedrijf; c) bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; d) bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van de exploitant, de beheerder, de sekswerker, het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is, toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2, andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; e) escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm

van bemiddeling tussen klant en sekswerker. De zelfstandige escort zonder personeel valt niet onder de term escortbedrijf; f) exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; g) klant: degene die gebruik maakt van de diensten van een sekswerker of seksinrichting; h) raamsekswerkbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk, waarbij het werven van klanten gebeurt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

RAADSVOORSTEL

i)

sekswerk: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling of een andere tegenprestatie; j) sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van sekswerk; k) seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, gelegenheid geven tot sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting. Onder een seksbedrijf vallen in ieder geval een erotische massagesalon, een bordeel, een seksclub, een privéhuis, een raamsekswerkbedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, met uitzondering van een thuissekswerker.

l) seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; m) straatsekswerk: het zich op of aan de weg presenteren als sekswerker en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken en/of daartoe contact te leggen; n) thuissekswerker: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof bedrijfsmatig wordt gewerkt, seksuele handelingen verricht in diens woning; o) werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht; p) zelfstandige escort: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof bedrijfsmatig wordt gewerkt, seksuele handelingen verricht op een met de klant overeengekomen andere plaats dan in de woning van de sekswerker. Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3.2.1 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het college kan nadere regels stellen voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. 3. Het aantal te verlenen vergunningen bedraagt ten hoogste acht, waarvan ten hoogste één vergunning per wijk. 4. De vergunning wordt ten hoogste voor de duur van acht jaren verleend. 5.

Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 7. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. Artikel 3.2.2 Aanvraag 1. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. het bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

RAADSVOORSTEL

c. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; f. het maximaal aantal werkplekken in het seksbedrijf; g. het maximaal aantal gelijktijdig werkzame sekswerkers; h. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; i. een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant; j. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant; k. een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst; l. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; m. een bedrijfsplan, zoals bedoeld in artikel 3.3.2.1; n. voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding; o. voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding. 3.

Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, i en j, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ter beoordeling van de aanvraag aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 3.2.3 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder(s); c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het zaaknummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. Artikel 3.2.4 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b.

de exploitant of de beheerder is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers of overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

RAADSVOORSTEL

f. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een feit dat naar Nederlands recht een misdrijf zou opleveren onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. h. een maximum als bedoeld in artikel 3.2.1, derde lid, is vastgesteld en dit maximum al is bereikt; i.

de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder f en g, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt. 3. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder f en g, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 4. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3.2.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met e, of derde lid, aanhef onder a tot en met h, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b.

als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend; c. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van sekswerkers, klanten of bezoekers nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; d. als het bedrijfsplan niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 3.3.2.1; e. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.3.1.3 gestelde verplichtingen zal naleven; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften. Artikel 3.2.5 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

RAADSVOORSTEL

c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3.2.6, 3.3.1.4, aanhef en onder a, 3.3.2.1 en 3.3.1.3, eerste lid en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid, onder a tot en met g; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. 2. De periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid, onder f en g, wordt bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 3. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e.

is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. is gehandeld in strijd met artikel 3.3.1.3; g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers, klanten of bezoekers; i. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; j. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Artikel 3.2.6 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3.2.3, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning voor de resterende looptijd van de oorspronkelijke vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Afdeling 3 Uitoefenen seksbedrijf Paragraaf 1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3.3.1.1 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1.

Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 09.00 uur en op vrijdag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 09.00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een sekswerker toegestaan zich gedurende de openingstijden en een half uur voor en/of na het sluitingsuur te bevinden in de seksinrichting waar deze sekswerker werkzaam is. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. Artikel 3.3.1.2 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting

RAADSVOORSTEL

1. Met het oog op de in artikel 3.2.4, vierde lid, sub c genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.3.1.1, eerste lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit tevens openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3.3.1.3 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder seksbedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een seksbedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers; 2°. de verhuuradministratie; 3°.

met betrekking tot alle voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3.3.2.1, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders; c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het seksbedrijf. Artikel 3.3.1.4 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen; b.

geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3.2.3, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3.2.3, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam; en c. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder b. Paragraaf 2 Regels voor alle seksbedrijven en sekswerkers Artikel 3.3.2.1 Bedrijfsplan 1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten.

RAADSVOORSTEL

2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de sekswerker zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken; h. de sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor diens andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor diens werkzaamheden gevolgen heeft; j.

aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker voldoet aan de eisen die de exploitant hiervoor in het bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat de exploitant/beheerder in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerkers informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met sekswerk; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan.

De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en uitgereikt aan elke in het seksbedrijf werkzame sekswerker in een taal die die betreffende sekswerker machtig is. 6. In de seksinrichting wordt ten minste in de Nederlandse en Engelse taal en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Paragraaf 3 Overige bepalingen Artikel 3.3.3.1 Raamsekswerk 1. Het is verboden buiten de daartoe door het college aangewezen locatie een seksinrichting te exploiteren gericht op raamsekswerk of om als zelfstandig werkende sekswerker zich vanuit een

RAADSVOORSTEL

gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een sekswerker die werkzaam is in een onder een raamsekswerkbedrijf vallende seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. Artikel 3.3.3.2 Straatsekswerk 1. Het is verboden zich op of aan de weg te presenteren als sekswerker en/of als zodanig diensten aan te bieden, dan wel van deze diensten gebruik te maken of daartoe contact te leggen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op of aan door het college aangewezen wegen of gebieden, gedurende door het college vastgestelde tijden mits degene die zich als sekswerker presenteert en/of als zodanig diensten aanbiedt, beschikt over een vergunning van het daartoe bevoegde bestuursorgaan. 3. De vergunning wordt ten name van de sekswerker gesteld. 4. De vergunning als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien: a. de sekswerker op de datum van aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; of b. door vergunningverlening in strijd wordt gehandeld met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. 5. De vergunning als bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c.

in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; d. in het belang van de veiligheid van personen of goederen; e. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid. 6. Het bevoegde gezag kan de vergunning bedoeld in het tweede lid intrekken indien: a. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave; b. indien door gebruikmaking van de vergunning de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast. 7. Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden op of aan de op grond van het tweede lid door het college aangewezen wegen of gebieden, dan wel deze te verontreinigen. 8. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 3.3.3.3 Handhaving straatsekswerk 1. Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3.3.3.2, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2.

Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3.3.3.2, tweede lid, aangewezen weg bevindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van sekswerkers of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen. 3. Met het oog op de in het tweede lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven een bevel geven zich gedurende ten hoogste drie maanden niet op te houden op krachtens artikel 3.3.3.2, tweede lid, aangewezen wegen. 4. De burgemeester beperkt het in het derde lid bedoelde bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk oordeelt. Artikel 3.3.3.4 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.

RAADSVOORSTEL

Artikel 3.3.3.5 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. als het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Artikel 3.3.3.6 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.2, tweede lid, onder a, op de vergunning vermelde exploitant de exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.

2.Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. Artikel 3.3.3.7 Wijziging beheer 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.2, derde lid, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.2.4, vierde lid, aanhef en onder e, is van overeenkomstige toepassing.” Met als toelichting: “Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. Afdeling 1 Begripsomschrijvingen en nadere regels Artikel 3.1.1 Begripsomschrijvingen In artikel 3.1.1 worden veel voorkomende begrippen gedefinieerd. Omdat de APV, met het oog op het toezicht, bepaalt dat in advertenties voor seksbedrijven of sekswerkers bepaalde nummers (vergunningnummer, telefoonnummer) moeten worden vermeld, is ervoor gekozen het begrip ‘advertentie’ ruim te omschrijven. Er is immers een veelheid aan mogelijkheden om aandacht op de aangeboden dienstverlening te vestigen.

Voor alle vormen van reclame met behulp van een medium (kranten, televisie, internet, posters, flyers) geldt het voorschrift. Daarbij moet het gaan om uitingen die wervend van karakter zijn en het oogmerk hebben de klandizie te vergroten. Daarop ziet het bijvoeglijk naamwoord: commerciële. De dagelijkse leiding in een seksinrichting kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een ’beheerder’ berusten. Het is van belang ook voor deze persoon, die primair verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken in de seksinrichting, expliciet enkele bepalingen op te nemen in de APV. Overeenkomstig artikel 160, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet is het college belast met de uitvoering van raadsbesluiten (waaronder verordeningen zoals de APV), tenzij bij

RAADSVOORSTEL

of krachtens de wet de burgemeester daarmee is belast. In veruit de meeste gevallen dient de burgemeester te worden aangemerkt als het ‘bevoegde bestuursorgaan’ bij de vergunningverlening voor een seksbedrijf. Zijn bevoegdheid treft namelijk de voor het publiek openstaande gebouwen (wat veruit de meeste seksinrichtingen zijn) en de daarbij behorende erven (zie in dit verband artikel 174 van de Gemeentewet). In de definitie van seksinrichtingen is het ruimere begrip 'ruimte' opgenomen. Dat betekent dat het college bijvoorbeeld bevoegd is als het gaat om vaar- en voertuigen. Woonboten worden thans echter aangemerkt als bouwwerk in de zin van de Omgevingswet (voorheen Wabo, zie ABRvS 16-04-2014, ECLI:NL:RVS:2014:1331). In lijn daarmee worden woonboten – voor zover het betreft de uitvoering van dit hoofdstuk – aangemerkt als gebouwen als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet. Wel is het college ook bevoegd als het gaat om escortbedrijven en seksbedrijven, voor zover die laatste zich richten op straatsekswerk. Immers, anders dan bijvoorbeeld bij het uitoefenen van een bij verordening toegekende bevelsbevoegdheid, is bij de vergunningverlening (of het aanwijzen van een gebied) niet aan de orde dat zich een feitelijke, concrete en acute ordeverstoring voordoet waartegen onmiddellijk en daadkrachtig moet worden opgetreden.

Zou dat wel zo zijn, dan zou overeenkomstig artikel 172, eerste lid, van de Gemeentewet de burgemeester ook ten aanzien van de vergunningverlening voor seksbedrijven, voor zover die zich richten op straatsekswerk, als het bevoegde bestuursorgaan aangemerkt dient te worden. Het college kan zijn bevoegdheid ter zake mandateren aan de burgemeester op grond van artikel 168, eerste lid, van de Gemeentewet. Niet alle in de inrichting aanwezige personen moeten als ‘bezoeker’ worden aangemerkt. Van het begrip ‘bezoeker’ zijn behalve de exploitant, de beheerder(s), de sekswerkers en de personeelsleden van de exploitant, ook toezichthouders en opsporingsambtenaren uitgezonderd, alsmede andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is (hierbij valt te denken aan personen die de inrichting moeten kunnen betreden voor het leveren van goederen, of voor het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden en andere hulpdiensten). Een ‘escortbedrijf’ bemiddelt tussen klanten en sekswerkers. De sekswerker bezoekt de klant of gaat met de klant naar een andere plaats dan de plek waar de bemiddeling plaatsvindt. De bemiddeling kan plaatsvinden vanuit een bedrijfspand, maar onder omstandigheden ook vanaf een privéadres. De bemiddeling kan in persoon plaatsvinden, maar over het algemeen zal dit telefonisch gaan of via een website op internet.

Een zelfstandig werkende escort, die geen personeel in dienst heeft en zowel de bemiddeling als het sekswerk zelfstandig en ten behoeve van zichzelf verricht, valt niet onder de definitie van een escortbedrijf. Voor de definitie van ‘exploitant’ is aansluiting gezocht bij een van de definities van het begrip leidinggevende in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1°, van de Alcoholwet. Het ‘voor rekening en risico’ heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon. Onder deze definitie valt ook de vennoot in een personenvennootschap. Het bestuur van een rechtspersoon kan zelf ook een rechtspersoon zijn, maar gelet op de (persoonlijke) eisen die worden gesteld aan de exploitant, dient er uiteindelijk altijd één natuurlijke persoon te zijn die kan worden beschouwd als exploitant in de zin van de APV – al dan niet als vertegenwoordiger van die rechtspersoon. Een seksbedrijf heeft altijd een exploitant. De ‘klant’ is een afnemer van (seksuele) diensten in een seksinrichting. Aanwezigen die (vooralsnog) slechts iets drinken, een maaltijd nuttigen of een vertoning komen bekijken, vallen ook onder dit begrip.

RAADSVOORSTEL

Er is voor gekozen om een aparte definitie op te nemen voor het begrip ‘raamseksbedrijf’ omdat dit onderdeel van de sekswerksector een bijzondere uiterlijke verschijningsvorm en invloed op de omgeving heeft en er daarom sectorspecifieke regels voor de raamprostitutie in dit hoofdstuk zijn opgenomen. In de APV wordt het begrip ‘sekswerk’ gebruikt, omdat deze term aansluit bij de hedendaagse norm van inclusiviteit. Deze term erkent en ondersteunt alle personen die actief zijn in de branche, zonder het werk te stigmatiseren. Sekswerk is bovendien een breder begrip dan het eerder gehanteerde begrip ‘prostitutie’. Prostitutie verwijst naar seks met een ander tegen betaling, terwijl dat bij sekswerk niet het geval hoeft te zijn. Sekswerk is aldus een breder begrip. Bij ‘betaling’ zal het veelal gaan om een geldbedrag, maar is daar niet toe beperkt. Het begrip ‘seksbedrijf’ duidt op een activiteit of op activiteiten, en dus niet op de locatie waar de verrichtingen of vertoningen plaatsvinden; daarvoor wordt in de APV de term ‘seksinrichting’ gebruikt.

Binnen de omschrijving valt het gelegenheid geven tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling, en het gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander, zoals ‘peepshows’ en sekstheaters, maar bijvoorbeeld ook het bedrijfsmatig en tegen betaling verzorgen van webcamseks (tenzij dit onder de definitie van thuissekswerk valt). Daarnaast wordt onder dit begrip ook verstaan het in een seksinrichting tegen betaling aanbieden van erotisch-pornografische vertoningen: de seksbioscopen. Diverse soorten seksbedrijven kunnen ook in combinatie met elkaar voorkomen. Of een activiteit ‘bedrijfsmatig’ wordt verricht, hangt af van een aantal factoren. Is er personeel in dienst, dan is er zonder meer sprake van een bedrijf. Maar een individu zonder personeel kan ook een bedrijf zijn in de zin van de APV, en is dan dus vergunningplichtig (tenzij de individu een thuissekswerker of zelfstandige escort is). Het oogmerk om (een aanvulling op) een inkomen te genereren, het aantal uren dat aan de activiteit wordt besteed, de wijze van klantenwerving (bijvoorbeeld of er wordt geadverteerd om de werkzaamheden onder de aandacht van publiek te brengen en klanten te trekken) en de organisatiegraad en de omvang van het sekswerkaanbod zijn aspecten om te bepalen of er bedrijfsmatig activiteiten worden verricht.

Of er sprake is van bedrijfsmatige activiteiten zal dus moeten worden vastgesteld aan de hand van de feitelijke situatie. Met het begrip ‘seksinrichting’ wordt geduid op de voor het publiek toegankelijke locatie van een seksbedrijf. Dit kan samenvallen met de locatie waar de exploitant van het seksbedrijf zich heeft gevestigd, maar dat is zeker niet altijd – en bij escortbedrijven per definitie niet – het geval. Onder ‘besloten ruimte’ wordt ook begrepen een vaar- of voertuig. Het bijvoeglijk naamwoord ‘besloten’ duidt erop dat de ruimte zich niet in de open lucht bevindt. Het moet dus gaan om een overdekt en geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte, die al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is. Als sekswerk plaatsvindt in woningen, kunnen (delen van) deze locaties – onder omstandigheden – als seksinrichting aangemerkt worden. Een dergelijke (ruimte in een) ‘privéwoning’ is voor het publiek toegankelijk nu klanten toegang wordt verschaft. Is de sekswerker op enigerlei wijze werkzaam voor degene die de ruimte beschikbaar stelt, dan is er zonder meer sprake van een seksbedrijf in een seksinrichting. Wanneer iemand zich op of aan de weg presenteert als sekswerker of als zodanig diensten aanbiedt, dan wel van die diensten gebruik maakt of daartoe contact legt, is sprake van ‘straatsekswerk’.

De sekswerker die niet werkzaam is voor of bij een door een ander geëxploiteerd seksbedrijf, maar die zelfstandig vanuit diens woning werkt, is een ‘thuissekswerker’. De thuissekswerker kan eigenaar of huurder zijn van de betreffende woning. Het betreft in ieder geval de woning op het adres waarvan

RAADSVOORSTEL

de thuissekswerker volgens de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. Als een sekswerker op diens thuisadres werkzaam is en geen andere sekswerkers – met uitzondering van één andere sekswerker die eveneens volgens de BRP op dat adres staat ingeschreven – in diens woning laat werken, is sprake van een aan huis gebonden beroep en niet van een vergunningplichtig seksbedrijf. Voor de thuissekswerker gelden de regels zoals die ook gelden voor andere beroepen aan huis, zoals opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Arnhem. Onder ‘werkruimte’ wordt verstaan een zelfstandig onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht. Een seksinrichting kan één (of natuurlijk geen) werkruimte hebben, of meerdere. Met ‘zelfstandig’ wordt hier niet bedoeld dat een werkruimte altijd geheel zelfvoorzienend hoeft te zijn; het ziet op de van elkaar te onderscheiden delen van een seksinrichting waarin over het algemeen telkens één sekswerker diens diensten aanbiedt. Een deel van een seksinrichting dat apart verhuurd wordt zal veelal een afzonderlijke werkruimte zijn.

De sekswerker die niet werkzaam is voor of bij een door een ander geëxploiteerd seksbedrijf en die geen personeel in dienst heeft, maar die zowel de bemiddeling als het sekswerk zelfstandig en ten behoeve van zichzelf verricht – en dit sekswerk aanbiedt op een andere locatie dan in diens woning – is een ‘zelfstandige escort’. Deze sekswerker valt niet onder de definitie van ‘escortbedrijf’ of ‘seksbedrijf’ en is dus niet vergunningplichtig. Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3.2.1 Vergunning Er is voor gekozen om seksbedrijven, waaronder escortbedrijven, met een vergunningenstelsel te reguleren. Dit houdt in dat het uitoefenen van een seksbedrijf verboden is, tenzij een vergunning is verleend. De keuze voor een vergunningenstelsel sluit aan bij bestaande structuren. Een uitgangspunt is ook dat legaal aanbod in beginsel illegaal aanbod tegengaat, de zogeheten kanalisatiegedachte. Daarbij wordt aangenomen dat als er een legaal en betrouwbaar aanbod bestaat, er niet langer aanleiding is voor klanten om te kiezen voor een illegaal aanbod met alle daarmee samenhangende onwenselijkheden en onzekerheden. Het maximumaantal vergunningen voor een seksbedrijf is in Arnhem gesteld op acht, waarbij er maximaal één per wijk mag worden gevestigd. Zolang het maximum niet is bereikt, worden aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst.

De vergunningen worden, zolang het maximum niet is bereikt, ten hoogste voor de duur van acht jaar verleend. Voor het geval het maximum wel is bereikt, stelt het college van burgemeester en wethouders nadere regels op voor een onpartijdige en transparante verlening van vergunningen. Voor escortbedrijven geldt geen maximumaantal. Nu de vergunning onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn valt, is het vijfde lid opgenomen omdat ingevolge artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet als uitgangspunt geldt dat een vergunning van rechtswege wordt verleend wanneer de termijn, waarbinnen het antwoord op de aanvraag moet volgen, verstreken is. Dit is bedoeld als prikkel voor de overheid om tijdig te beslissen, en zorgt ervoor dat burgers en bedrijven geen nadeel ondervinden van een mogelijk te trage besluitvorming. De verwachting bestaat dat de wettelijke termijnen in dit artikel ruim genoeg zijn om tijdig op een aanvraag om een vergunning te besluiten. Zou dat evenwel niet lukken, dan wordt het belang van een daadwerkelijke afweging bij vergunningen als hier aan de orde geacht zwaarder te wegen dan voornoemd uitgangspunt. Dit is in overeenstemming met de uitzonderingsgrond van artikel 13, vierde lid, van de Dienstenrichtlijn: dwingende redenen van algemeen belang, te weten de bescherming van de openbare orde. Wanneer een vergunning van rechtswege ten onrechte is verleend, kan dit

RAADSVOORSTEL

namelijk ernstige, onomkeerbare schade voor derden (de menselijke waardigheid van de sekswerker, de veiligheid en gezondheid van minderjarigen en kwetsbare volwassenen) tot gevolg hebben. Daarom wordt de lex silencio positivo in het vijfde lid van toepassing uitgezonderd. Artikel 3.2.2 Aanvraag Met dit artikel wordt de wijze van indiening van de aanvraag om een vergunning geregeld, evenals welke gegevens en bescheiden moeten worden overgelegd. De vereiste gegevens worden nodig geacht om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over de aanvraag om de vergunning. Het overleggen van een situatietekening en plattegrond is uiteraard niet nodig als het een vergunning betreft die niet (mede) voor een seksinrichting wordt aangevraagd. Bijvoorbeeld in het geval van een escortbedrijf. Daar worden immers geen klanten ontvangen. Omdat in de toekomst naar verwachting steeds vaker bij indiening sprake zal zijn van digitale documenten, wordt geen specifieke schaalaanduiding voorgeschreven. De maatvoering moet uit de situatieschets (onder k) en tekening (onder l) blijken. Als bescheiden worden overgelegd, moet de gekozen schaal zodanig zijn dat het bevoegde bestuursorgaan er voldoende informatie uit kan halen om tot beoordeling van de aanvraag te komen.

Tot het eisen dat het telefoonnummer dat gebruikt zal worden in advertenties overgelegd moet worden – en in de vergunning zal worden vermeld (zie artikel 3.3.1.4, aanhef en onder b) – is gekomen met het oog op de toezicht en handhaving. Zo wordt bewerkstelligd dat een bepaald telefoonnummer waarmee geadverteerd wordt altijd te herleiden is tot een bepaald seksbedrijf, een bepaalde exploitant en het adres waar het bedrijf wordt uitgeoefend. Doordat het telefoonnummer bovendien in de vergunning zal worden vermeld wordt voorkomen dat het nummer vaak verandert, dan zou immers telkens op aanvraag de vergunning gewijzigd dienen te worden. In die zin is het een ‘vast’ telefoonnummer; dit kan echter ook een mobiel nummer zijn. Als het bevoegde bestuursorgaan dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan deze verlangen dat aanvullende gegevens en bescheiden worden overgelegd (vierde lid). Uiteraard moeten die gegevens wel in verband staan met de weigeringsgronden van de aangevraagde vergunning. Artikel 3.2.3 Eisen met betrekking tot de vergunning In dit artikel wordt bepaald welke gegevens in ieder geval in een vergunning worden vermeld. Hiermee wordt getracht het toezicht op en de naleving van de vergunningsvoorwaarden te faciliteren. Doordat het telefoonnummer op de vergunning staat, wordt o.a.

voorkomen dat dit nummer regelmatig wijzigt, waardoor het telefoonnummer – dat ook in advertenties gebruikt moet worden – niet langer herleidbaar zou zijn tot een bepaald vergund seksbedrijf. Als de exploitant een ander telefoonnummer wil hanteren, dan zal deze immers eerst een aanvraag in moeten dienen om de vergunning te laten wijzigen; aangezien dit tijd en geld (leges) kost valt te verwachten dat dit slechts sporadisch zal gebeuren. In die zin is het een ‘vast’ telefoonnummer; dit kan echter ook een mobiel nummer zijn. Hetzelfde doel heeft het tweede lid, dat daarnaast ook van betekenis is voor (mogelijke) klanten van een seksbedrijf: zij kunnen vanwege het bepaalde in het tweede lid eenvoudig vaststellen of het om een vergund bedrijf gaat. Artikel 3.2.4 Weigeringsgronden Het eerste lid – in samenhang met het tweede tot en met derde lid – bevat de gronden op basis waarvan een vergunning in ieder geval wordt geweigerd. Bij de in het vierde lid genoemde gronden

RAADSVOORSTEL

bestaat ruimte voor een afweging of een vergunning al dan niet zal worden geweigerd. Buiten op basis van de in dit artikel genoemde gronden, kan een vergunning bovendien geweigerd worden in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, van die wet. Overigens mag een negatief Bibob-rapport niet automatisch leiden tot een voor het betrokken bedrijf negatieve beslissing op de vergunningaanvraag. De overheid dient eerst te toetsen of er met de besluitvorming wordt voldaan aan het evenredigheidsbeginsel. Artikel 3.2.5 Intrekkingsgronden Het eerste lid bevat een opsomming van de omstandigheden waaronder een vergunning zonder meer moet worden ingetrokken. Anders dan in het derde lid is hier dus geen sprake van een discretionaire bevoegdheid van het bevoegde bestuursorgaan. In de gevallen opgenomen in het derde lid kan de vergunning worden ingetrokken. Buiten op basis van de in dit het derde lid genoemde gronden, kan een vergunning bovendien ingetrokken worden in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Bibob. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, van die wet. Artikel 3.2.6 Melding gewijzigde omstandigheden Het is van belang dat een vergunning altijd actueel en in overeenstemming is met de werkelijkheid. Dit draagt bij aan het toezicht op de seksinrichting en de handhaafbaarheid van de vergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=4ec06bf7-5a90-47ec-bf42-dad9cec93c39