Raadsvoorstel "Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
620470
Onderwerp:
Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026a
Voorstel 1. De Verordening Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026 (hierna: de Verordening) vast te stellen conform bijgevoegd concept inclusief bijlagen; Inleiding Nota Korenkwartier: Actielijnen naar de toekomst In juli 2017 heeft uw raad ingestemd met de Nota Korenkwartier: Actielijnen naar de toekomst. Aanleiding hiervoor was dat de dynamiek in het gebied veranderd was. De Korenmarkt was van oudsher hèt uitgaansgebied van Arnhem met landelijke bekendheid. De hoge concentratie van horecabedrijven, het relatief eenzijdig horeca-aanbod én veranderend uitgaansgedrag van bezoekers hebben ertoe geleid dat het gebied zich in een neerwaartse ontwikkeling bevond. Dit raadsbesluit heeft positieve gevolgen gehad voor het gebied. Door actief ingrijpen komt er meer diversiteit in het aanbod in de Varkensstraat en er is via een selectieprocedure nieuwe invulling gevonden voor de Korenbeurs. Toch bleek er nog steeds veel politie-inzet nodig op de vrijdag en zaterdag en waren het steeds dezelfde ondernemers die zich inzetten om een impuls aan het gebied te geven. Dit vroeg dus om een extra slag op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en georganiseerd vermogen om van het Korenkwartier weer een fijn én zelfredzaam uitgaansgebied te maken.
Doorpakken in het Korenkwartier Zodoende heeft uw raad in september 2019 ingestemd met het raadsvoorstel 'Doorpakken in het Korenkwartier'. In dit besluit is ingezet op leefbaarheid, veiligheid en gastvrijheid. Er is budget toegekend voor initiatieven die de leefbaarheid versterken en voor het inzetten van zogenaamde sfeerteams. Deze sfeerteams zijn service- en overlast gericht, en geven op uitgaansavonden sturing op een gastvrije manier. Het effect van deze manier van werken kan de-escalerend werken en is hiermee ondersteunend aan de werkzaamheden van de politie. Dit zorgt enerzijds voor een gastvrij en welkom gevoel bij bezoekers en laat bezoekers tegelijk weten dat ze gezien zijn, waarmee mogelijk ongepast gedrag en overlast tegen wordt gegaan. De sfeerkeepers werken nauw samen met de gemeente (waaronder de gemeentelijke handhavers), ondernemers, beveiligers en politie. De eerste ervaringen met de inzet van deze sfeerteams zijn zéér positief; zowel politie, gemeente, ondernemers én bezoekers ervaren hun aanwezigheid als zeer prettig en gewenst. De sfeerteams hebben ook meegedraaid in het toezien op de corona-maatregelen en ook daar hebben zij hun meerwaarde bewezen.
Bedrijveninvesteringszone Het laatste punt uit het raadsvoorstel was de ondernemers ruimte te geven om te onderzoeken of een Bedrijveninvesteringszone (hierna BIZ) in het gebied haalbaar is. Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat, bedrijventerrein of zoals hier een horecagebied waarbinnen ondernemers en/of eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers/eigenaren in de BIZ betalen daaraan mee. Een BIZ is op zich een eenvoudige heffing; een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers/eigenaren wordt geheven door de gemeente. Het traject tot aan vaststelling is echter complex. Grofweg is dit traject in 6 fases op te delen (zie hiervoor het schema verderop) 1. Fase 1 is het ontwikkelen van een BIZ-plan; 2. Fase 2 is overleg (informele draagvlakmeting); 3. Fase 3 is de formalisering van de organisatie; 4. Fase 4 is de formele draagvlakmeting; 5. Fase 5 is de heffing en subsidie; 6. Fase 6 is de verantwoording en aanvraag volgende jaren. De initiatiefnemers hebben fase 1 en 2 afgerond. Zij schreven een BIZ-plan (Activiteitenplan Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2022-2026) op basis van vele gesprekken met ondernemers. Tot slot is er een informele draagvlakmeting gehouden.
Voor de 109 panden in het projectgebied hebben 53 ondernemers (of eigenaren daar waar sprake is van leegstand) hun handtekening gezet ter steun van de BIZ. Enkele vastgoedeigenaren spraken uit de BIZ te ondersteunen, maar hebben nog niet officieel hun handtekening gezet. Omgerekend steunt dus 49% van de bijdrageplichtigen het invoeren van de BIZ. Dit percentage ligt echter lager dan het percentage uit het raadsbesluit. Daar is namelijk een afwijkend percentage opgenomen: ‘een raadsvoorstel inzake een BIZ komt pas in procedure bij een draagvlakpercentage dat beduidend hoger is dan de wettelijke percentages'. Dit percentage is als volgt omschreven: ‘Te denken valt aan ten minste 60% dat instemt met het inwerking treden van een BIZ.' Dit hogere draagvlakpercentage vond haar grondslag in het uitgangspunt van het college dat er geen lastenverzwaring is gedurende deze collegeperiode. Het college onderschrijft het harde werk van de initiatiefnemers. Er is een significant percentage (ongeveer de helft) aan handtekeningen opgehaald en enkele zitten in de pijplijn. Er is draagvlak, energie en een plan dat het gebied kan versterken. Ondanks dat het draagvlakpercentage van 60% niet is gehaald wenst het college toch door te gaan naar de volgende fase. In fase 3 besluit de raad over vaststelling van de BIZ-verordening en daarmee de formalisering van de organisatie van de BIZ.
Formele draagvlakmeting (fase 4) volgt na vaststelling verordening (fase 3) Het oprichten van een BIZ is gestoeld op democratische besluitvorming. Iedere bijdrageplichtige (ondernemer of eigenaar in geval van leegstand) kan gedurende de formele draagvlakmeting (fase 4) zijn/haar stem uitbrengen voor de oprichting van een BIZ. Alleen indien er voldoende draagvlak is, zal de BIZ-verordening daadwerkelijk in werking treden. De wettelijke draagvlakeisen voor de formele stemming zijn: • Minimaal de helft van de stemgerechtigden heeft een geldige stem uitgebracht;
• •
Van de stemmers is minimaal 2/3 voor het instellen van de BIZ; De WOZ-waarde van de tegenstemmers is niet hoger dan de WOZ-waarde van de voorstemmers. De gemeente (college) is verantwoordelijk voor het organiseren van deze formele stemming. Een notaris zal toezien op het verloop van deze draagvlakmeting en maakt verslag op van de uiteindelijke uitslag.
• Minimaal de helft van de stemgerechtigden heeft een geldige stem uitgebracht; • Van de stemmers is minimaal 2/3 voor het instellen van de BIZ; • De WOZ waarde van de tegenstemmers is niet hoger dan de WOZ-waarde van de voorstemmers. De gemeente (college) is verantwoordelijk voor het organiseren van deze formele stemming. Een notaris zal toezien op het verloop van deze draagvlakmeting en maakt verslag op van de uiteindelijke uitslag.
Beoogd effect Vaststellen van de BIZ-verordening en het formaliseren van de BIZ-organisatie. Argumenten 1.1 Logische uitvoering van Doorpakken in het Korenkwartier Het college en de raad hebben de ondernemers de ruimte geboden om een BIZ te onderzoeken. Hier was zogezegd als voorwaarde groot draagvlak, ‘te denken valt aan ten minste 60%’, gekoppeld. De reden dat de ondernemers op dit moment 50% in plaats van 60% van de stemmen hebben gehaald komt mede voort uit de impact van de corona-crisis. Door deze crisis is er extra leegstand in het gebied ontstaan. In geval van leegstand wordt in eerste aanleg de eigenaar van het pand onderdeel
van de BIZ. Deze verplichting gaat automatisch mee naar een gebruiker wanneer een huurder zijn intrede doet. De eigenaren zitten door heel en land en hebben niet of nauwelijks gereageerd, laat staan hun handtekening gezet. Ook heeft de corona-crisis ervoor gezorgd dat veel ondernemers hun liquide middelen moesten aanspreken of leningen zijn aangegaan om hun vaste lasten te kunnen dragen. De steunmaatregelen dekten niet alle kosten en omzetten bleven achter. In de nabije toekomst zullen de bedrijven weer omzet kunnen gaan genereren als de beperkingen zijn afgeschaald of weggenomen, maar op dit moment hebben vele het nog financieel en mentaal zwaar waardoor hun investeringsbereidheid op dit moment niet bij iedereen aanwezig is. Tot slot is het voor de initiatiefnemers niet eenvoudig gebleken om de juiste personen bij elke onderneming of object te bereiken. In de gemeentelijke belastingadministratie staan weinig contactgegevens, omdat deze niet nodig zijn voor de belastingheffing zelf. Ook zijn veel ondernemers gedurende corona niet of slechts deels open geweest. Het kost mede daardoor soms heel veel tijd om de juiste personen (eigenaar dan wel ondernemer) te bereiken. 1.2 Toewerken naar een zelfredzaam gebied met continuïteit Het einddoel van beide raadsbesluiten was toewerken naar een zelfredzaam gebied waar de continuïteit gewaarborgd is.
Om dit te realiseren moet de organisatiegraad van het gebied verbeterd worden om daarmee de zelfredzaamheid van ondernemers omhoog te krijgen. Een BIZ is hiertoe hét middel, omdat het gebied gekenmerkt wordt door een bovengemiddeld hoog aantal ‘free riders’. De investeringen en inzet komen steeds van dezelfde kleine groep actieve ondernemers en vele -met name wat kleinere- ondernemingen investeren niet in hun bedrijf of de omgeving. Een BIZ sluit free riders uit, omdat iedereen bijdrageplichtig wordt gemaakt en daardoor moet bijdragen aan het Korenkwartier. De beoogde bedragen per jaar variëren overigens. Dit is gekoppeld aan functie en WOZ-waarde. De kleinste beoogde bijdrage is voor een in het gebied gelegen kantoor (150 euro per jaar) en de hoogste beoogde bijdrage komt van de grote horecabedrijven in het gebied (1800 euro per jaar). 1.3 BIZ-gelden gaan 100% het gebied in. De BIZ-bijdrage wordt door de gemeente als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen stichting en gaat dus niet richting de algemene middelen! Deze BIZ-bijdrage mag alleen worden gebruikt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ.
Nagenoeg het volledige bedrag, er worden wel perceptiekosten ingehouden, vloeit dus terug in het gebied wat de leefbaarheid, veiligheid en gastvrijheid ten goede komt. 1.4 Uitstel zorgt voor een vertraging van minimaal 1 jaar De landelijke BIZ-wetgeving stelt dat een BIZ-verordening vóór 31 december door de gemeenteraad moet zijn vastgesteld om per 1 januari van het volgende jaar van start te gaan (uitgaande van een positieve uitkomst van de formele draagvlakmeting die plaatsvindt na vaststelling van de verordening). Concreet houdt dit in dat wanneer de verordening nu niet in stemming wordt gebracht de BIZ minimaal één kalenderjaar wordt uitgesteld. Invoering kan dan op zijn vroegst 1 januari 2023 plaatsvinden en dat is ongewenst. De impact van corona en de energie die er nu is maakt dat er nu geïnvesteerd moet worden om te komen tot een zelfredzaam gebied. Uitstel zal die transitie vertragen.
Kanttekeningen en risico's 1.1
Het draagvlakpercentage voldoet niet aan het door de raad vastgesteld percentage Na vaststelling van de verordening volgt een formele draagvlakmeting. Het risico is dat hieruit kan blijken dat er, ondanks de inzet van alle betrokkenen, toch onvoldoende draagvlak is voor de invoering van een BIZ. Om dit risico te beperken blijven de initiatiefnemers de persoonlijke aanpak hanteren. Zij blijven contact houden en zoeken met de bijdrageplichtigen in het gebied om zodoende draagvlak te behouden of zelfs te vergroten. Het relatief hoog draagvlakpercentage in de informele fase laat echter zien dat invoering van de BIZ reëel en kansrijk is.
1.2
Strijd met het Coalitieakkoord vanwege lastenverzwaring? Het college hanteert in het coalitieakkoord het uitgangspunt dat er geen lastenverzwaring komt gedurende deze collegeperiode. Een BIZ is een bestemmingsbelasting en feitelijk een lastenverzwaring, maar de ondernemers krijgen hun bijdrages voor de volledigheid terug in het gebied. Er is dus geen sprake van standaard lastenverzwaring in de vorm van een belastingverhoging die ten goede komt van de algemene middelen.
1.3
Het gebied kent verschillende type gebruikers. Hoewel de Korenmarkt voornamelijk een uitgaansgebied is kent het gebied ook winkels en kantoren. Het projectplan van de BIZ is vooral toegespitst op de horeca-functie, maar ook kantoren en winkels profiteren van een schoner, aantrekkelijker en veiliger gebied. Bovendien betalen de horecaondernemers de hoogste BIZ-bijdrage. Kantoren en retail betalen een veel kleinere bijlage.
Participatie Participatie is essentieel bij het invoeren van een BIZ. De initiatiefnemers hebben de 109 bijdrageplichtigen in het gebied bezocht en gesproken en per brief benaderd. Dit heeft niet in alle 109 gevallen tot contact geleid, maar iedereen in het projectgebied is op een deugdelijke manier geïnformeerd. Ook voor de mogelijke vervolgfase van de formele draagvlakmeting zal opnieuw contact worden gezocht met de bijdrageplichtigen. Zowel fysiek of per telefoon dan wel per brief.
Financiën De bijdrage per object is voor de BIZ gebaseerd op een percentage van de jaarlijks vast te stellen WOZwaarde van het belastingobject (winkel, horeca, kantoor enz. doch evenwel geen woningen). In het geval van leegstand zal het gebruikersdeel van de heffing voor rekening van de eigenaar komen. Als de leegstand vervalt dan gaat dit deel over op de nieuwe gebruiker. De BIZ wordt voor de maximale wettelijke termijn van 5 jaren ingesteld en de tariefstelling beoogt een jaarlijkse opbrengst van € 131.000, -- . Dit bedrag wordt minus de perceptiekosten als subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting. Deze jaarlijkse perceptiekosten voor de gemeente bedragen naar verwachting €1650,-
Wanneer de BIZ wordt ingevoerd worden de baten en lasten op de begroting bij het eerstvolgende verzamelbesluit aangepast. Uitvoering Na besluitvorming door de raad vindt medio maart 2022 de formele draagvlakmeting (onder toezicht van een notaris) plaats. Mits voldoende draagvlak start de heffing en invordering van de BIZ met terugwerkende kracht per 1/1/2022 (dus in belastingjaar 2022) tot en met 31/12/2026 Communicatie Voor 31/12/2021 zal bij positieve besluitvorming de Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026 en het Reglement voor de draagvlakmeting worden gepubliceerd. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad 1. Collegenota 2. Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 3. Brief Gemeenteraad verzoek BIZ Korenkwartier agenderen
Besluit van
22 december 2021
Zaaknummer
620470
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 november 2021, Bedrijfsvoering, nummer 620470; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst van 30 november 2021 gesloten met stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier; Besluit: vast te stellen de VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE KORENKWARTIER ARNHEM 2022 - 2026
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: − bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; − college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; − uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier op 30 november 2021 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; − wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. Hoofdstuk II
Belastingbepalingen
Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en in de WOZ-administratie staan geregistreerd met een omschrijving zoals opgenomen in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, waarbij degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, waarbij degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; 3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel 5. Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2.
Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d.
één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o. onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; q.
onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de elektriciteitsvoorziening (trafo’s) en (tele)communicatie; r. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor opslag/distributie. 2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage is voor kalenderjaren 2022 tot en met 2026:
voor een belastingobject behorende tot een van de categorieën zoals vermeld in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening: A.
Horeca, bioscoop
0,4% met een minimale bijdrage van € 300 en een maximale bijdrage van € 1.800 per jaar
B.
Detailhandel
0,3% met een minimale bijdrage van € 225 en een maximale bijdrage van € 1.350 per jaar
C.
Dienstverlening, kantoor, overige niet-woningen
0,2% met minimale bijdrage van €150 en maximale bijdrage van € 900 per jaar
Artikel 8. Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 11. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening Arnhem niet van toepassing. Artikel 12. Aanwijzing stichting Stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 14. Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 15. Subsidievaststelling 1. De stichting is verplicht om op uiterlijk 1 april van het jaar volgende op het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk dertien weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Artikel 16. Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: BIZ-Verordening Korenkwartier 2022-2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
Bijlage 1 behorende bij de 'Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026' van 22 december 2021 Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026, geldt het op onderstaande kaartje geel gekleurde deel.
Bijlage 2 Belastingobjecten BIZ-bijdrage behorende bij de 'Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026' van 22 december 2021 Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage, artikel 2 lid 1, van de verordening Objectomschrijving A. Horeca en bioscoop
horeca (openbare gelegenheid waar men consumpties kan kopen en/of gebruiken of gebouw voor het verlenen van onderdak), cafetaria / snackbar, café / bar / restaurant, coffeeshop, bar / dancing / discotheek, hotel / motel, pension / logiesgebouw, jeugdherberg, casino / amusementenhal, overige horeca, bioscoop
B. Detailhandel
(detail)handel / winkel (gebouw/ruimte waar koopwaren verkocht kunnen worden), winkel, groothandel, toonzaal, kiosk, commerciële ruimte (een commerciële plint of een wijkbuurtcentrum waar in identieke ruimten zowel winkels als kantoren kunnen zitten), supermarkt, grootschalige retail (periferie) ) (een grootschalig retailobject gelegen in de periferie, zoals bouwmarkten, woonboulevards, etc.), warenhuis (een grootschalig winkelobject gelegen op een a-locatie), overige detailhandel
C. Dienstverlening, kantoor, overige nietwoningen
Zakelijke en persoonlijke dienstverlening, kantoren al dan niet in bedrijfsverzamelgebouwen, overige niet-woningen die niet vallen onder categorie A of B en niet vallen onder de vrijstelling van artikel 6 van de Verordening