Raadsvoorstel 'Vergunningplicht voor exploitatie campings en vakantieparken in de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem'
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL RAADSVOOORSTEL
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4240267
Onderwerp:
Vergunningplicht voor exploitatie campings en vakantieparken in de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem
Kernboodschap Criminelen profiteren van (niet vitale) vakantieparken omdat deze aantrekkelijk zijn om criminele activiteiten te verhullen of om geld wit te wassen. Een exploitatievergunning voor vakantieparken en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen zorgen ervoor dat de naleving van wet- en regelgeving een gedeelde verantwoordelijkheid wordt van de gemeente en de exploitant van het vakantiepark. Door een vergunningsplicht op te nemen in de APV voor Arnhem worden campings en vakantieparken onaantrekkelijk voor de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Dit draagt bij aan vitale, veilige en aantrekkelijke vakantieparken. Voorstel 1. De APV te wijzigen door een vergunningplicht in het leven te roepen voor de exploitatie van campings en vakantieparken met meer dan 25 staanplaatsen in de gemeente Arnhem, conform bijgaand besluit. Inleiding Op 28 november 2023 ontving de raad een memo waarin is toegezegd, naar aanleiding van een vraag van de raad, om te komen met een voorstel om de vakantieparken in Arnhem vergunningplichtig te maken. De toezegging om te komen met een raadsvoorstel is op 10 september 2024 op de langetermijnagenda geplaatst met als uiterste termijn Q1 van 2026 (ID 22). Met onderliggend raadsvoorstel wordt voldaan aan de toezegging (1415).
Problematiek vakantieparken In de afgelopen decennia zijn er diverse onderzoeksrapporten1 geschreven over de vitaliteit van campings en vakantieparken (hierna: vakantieparken) die onder druk staat. Het gaat dan om: (1) te lage kwaliteit van het aanbod, (2) discrepantie tussen het aanbod van de parken en de vraag van de consument, (3) het achterblijven van investeringen, (4) een toename van ongewenst c.q. oneigenlijk gebruik en (5) excessen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Zoals blijkt uit de gebiedsscan2 die is uitgevoerd op vakantieparken in de Noord-Veluwe spelen bij drie kwart van de vakantieparken 1 Bureau Beke (2015), Het CCV (2016) VNG 2019, RIEC-ON (2022), Bureau Beke (2024) 2 Bureau Beke (2015) Gebiedsscan veiligheid en leefbaarheid verblijfsrecreatie
RAADSVOORSTEL geen leefbaarheids‐ en veiligheidsproblemen, maar bij een kwart lichte (18%) tot relatief ernstige leefbaarheids‐ en veiligheidsproblemen (6,4%). Dit uit zich in: - leegstand en verloedering; - de aanwezigheid van kwetsbare personen op vakantieparken die niet voor de reguliere woningmarkt in aanmerking komen; - overlast, soms ook rondom het vakantiepark; - een concentratie van personen met antecedenten of die regelmatig voorkomen in de politieregistraties (op sommige vakantieparken); - het verblijf van relatief grote groepen arbeidsmigranten op sommige vakantieparken. Georganiseerde ondermijnende criminaliteit Criminelen maken misbruik van vakantieparken. Een vakantiepark is een omheinde omgeving met gebouwen en faciliteiten die relatief makkelijk misbruikt kunnen worden voor criminele ontmoetingen en activiteiten, zeker op vakantieparken waar een exploitant of beheerder hierin zijn verantwoordelijkheid tot het houden van toezicht niet pakt of niet durft te pakken. De activiteiten kunnen variëren van het verbergen van gezochte criminelen, organiseren van hennepteelt, opslag van drugs en wapens, exploiteren van niet vergunde seksinrichtingen of langdurig huisvesten van arbeidsmigranten. Dit is mogelijk omdat vakantieparken geen onderdeel uitmaken van de openbare ruimte.
Hierdoor is het makkelijker om ‘anoniem’ te opereren en lastiger voor de gemeente en politie om toezicht te houden. Criminelen vestigen zich graag daar waar de sociale controle (door afwezigheid van recreanten) en het toezicht vanuit de overheid minimaal tot niet aanwezig is3. Daarnaast blijkt uit de onderzoeken van het RIEC (2021) en Beke (2024)4 dat investeren in recreatiewoningen aantrekkelijk is voor criminelen omdat de eigendom van recreatiewoningen gemakkelijk te verhullen is: de handel in recreatief vastgoed hoeft niet gemeld te worden bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de eigendom wordt niet altijd geregistreerd in het kadaster en niet alle transacties gaan langs een notaris. Beoogd effect Vitale vakantieparken in Arnhem die aantrekkelijk en veilig zijn voor toeristen en recreanten. Vakantieparken waar sociale controle en overheidstoezicht aanwezig is en die weerbaar zijn tegen criminele ontmoetingen en activiteiten. Argumenten 1.1
Een vergunningstelsel helpt de vakantiepark exploitanten om criminelen te weren en criminele activiteiten op het park te voorkomen Een vergunningsplicht levert een positieve bijdrage aan de revitalisering van vakantieparken en het voorkomen en het bestrijden van ondermijnende criminaliteit. Verminderde vitaliteit van vakantieparken verzwakt het economisch potentieel van de recreatiesector. Wanneer
3 RIEC (2021) Criminele investeringen op vakantieparken in Oost-Nederland 4 Bureau Beke (2024) Fout vastgoed
RAADSVOORSTEL hier niet preventief op gehandeld wordt kan een neerwaartse spiraal ontstaan5. Het invoeren van een vergunningstelsel met de bijbehorende instrumenten (vergunningsvoorschriften, toezicht en handhaving) heeft een preventieve werking op de aanwezigheid van criminelen op het park. Criminelen zullen liever verblijven of hun activiteiten exploiteren daar waar de kans op inmenging van de overheid het kleinst is. Door een vergunning verplicht te stellen voor de exploitatie van een vakantiepark, hierover te communiceren en het toezicht te verhogen zullen criminelen eerder voor een andere locatie kiezen. De faciliteiten van het park kunnen daardoor weer optimaal in gebruik worden genomen voor recreatief gebruik, wat bijdraagt aan de revitalisering van het park. Deze vergunning is uitsluitend bedoeld om ondermijnende criminaliteit op vakantieparken en campings tegen te gaan en daarmee de vitaliteit en veiligheid van de recreatieparken te waarborgen. Als er sprake is van permanente bewoning op recreatieparken is het aan het college om hier wel of niet tegen op te treden via de route van het omgevingsplan. Op het moment dat de burgemeester een aanvraag ontvangt toetst hij deze naar de criteria zoals in dit wijzigingsvoorstel is opgenomen.
Dit biedt de burgemeester zowel bij de aanvraag van een vergunning als bij de handhaving daarop enige beoordelingsruimte om maatwerk te leveren. Met dit raadsvoorstel wordt niet beoogd permanente bewoning op vakantieparken tegen te gaan. Permanente bewoning op vakantieparken is immers al niet toegestaan volgens het omgevingsplan. Het college kan maatwerkoplossingen bieden om permanente bewoning op vakantieparken te doen beëindigen. Hier is op één park al sprake van. 1.2
Een vergunningstelsel stimuleert exploitanten van vakantieparken om niet-bonafide ondernemers van hun vakantiepark te weren Exploitanten van een vakantiepark zijn verantwoordelijk voor wat er op het park gebeurt. Op vakantieparken zijn vastgoedobjecten aanwezig die niet allemaal in bezit zijn van of geëxploiteerd worden door de vakantieparkeigenaar, maar ook van of door particulieren of ondernemers. Eventuele misstanden of overtredingen op het park kunnen consequenties hebben voor de verleende vergunning. Er kunnen bijvoorbeeld aanvullende voorschriften aan de vergunning verbonden worden of er kan in het uiterste geval bestuursdwang worden toegepast. Het is de verwachting dat exploitanten van de vakantieparken hierdoor nog zorgvuldiger zullen afwegen welke ondernemers zich mogen vestigen op het park en zelf meer toezicht zullen houden op het gebruik van de vastgoedlocaties op het terrein. Ook dit draagt bij aan een vitaal, aantrekkelijk en veilig vakantiepark.
1.3
De vergunningplicht maakt gemeente Arnhem weerbaar tegen criminele vakantiepark exploitanten Criminelen profiteren van (niet vitale) vakantieparken. In de eerste plaats zijn vakantieparken aantrekkelijk voor criminelen, omdat criminelen misbruik kunnen maken van een zogenaamde anonieme gelegenheidsstructuur. Daarnaast blijkt uit de onderzoeken van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (2021) en Bureau Beke (2024)6 dat investeren in recreatiewoningen aantrekkelijk is voor criminelen omdat het eigendom van
5 VNG (2019) Handreiking meer grip op vakantieparken 6 Bureau Beke (2024) Fout vastgoed
RAADSVOORSTEL recreatiewoningen gemakkelijk te verhullen is. Investeren in recreatiewoningen is een manier om geld wit te wassen zonder toeziend oog van de overheid. Criminele investeringen beperken zich overigens niet alleen tot verloederde vakantieparken; ook populaire en goedlopende vakantieparken zijn kwetsbaar voor criminele investeringen. In aansluiting op 1.1 zullen criminele exploitanten eerder een vakantiepark willen exploiteren in een gemeente waar geen vergunningplicht geldt. Andere gemeenten zijn ons voorgegaan bij het invoeren van een vergunningsstelsel7 en in onze regio denken omliggende gemeente na over het invoeren van een vergunningplicht8. Door in Arnhem een vergunningplicht in het leven te roepen, wordt voorkomen dat Arnhem eventueel last krijgt van een waterbed-effect vanuit de regio.
1.4
De exploitatievergunning geeft meer toezichtmogelijkheden die bijdragen aan de leefbaarheid op het park Regels voor vakantieparken zijn vastgelegd in de APV en de Omgevingswet. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen dat het verplicht is om een nachtregister bij te houden, het enkel gebruikt mag worden voor recreatief gebruik, er een vergunningplicht geldt voor bepaalde bouwsels en horeca-activiteiten en het moet voldoen aan brandveiligheidsvoorschriften. Met de invoering van een vergunningplicht voor het exploiteren van een vakantiepark is het mogelijk om daadwerkelijk effectief te kunnen optreden wanneer er sprake is van aantasting van het woon-en leefklimaat en bij openbare orde verstoringen nabij of op het park. Het is daarmee mogelijk om voorschriften en beperkingen te verbinden aan de vergunning waarop toezicht kan worden gehouden, een Bibob-toets uit te voeren, het park of een gedeelte ervan voor bepaalde tijd te sluiten, of in het uiterste geval de vergunning in te trekken. Door het toezicht te verhogen op deze branche wordt een bijdrage geleverd aan het minimaliseren van het risico op ondermijnende criminaliteit op vakantieparken.
1.5
De invoering van de vergunningplicht maakt een Bibob-toets mogelijk Door in de APV een vergunningsstelsel in te voeren voor vakantieparken is het mogelijk om de aanvrager en de investeerders van het park te onderwerpen aan de Wet Bibob. Met de Wet Bibob kan de integriteit van de aanvrager en de investeerders beoordeeld worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om malafide ondernemers te weren. Als neveneffect kan de mogelijkheid van een Bibob toets aan de voorkant een afschrikkend effect hebben zodat criminelen zich niet in Arnhem vestigen. Het is eveneens mogelijk om een reeds verleende vergunning te onderwerpen aan de Wet Bibob op basis van signalen, Bibob-tips of andersoortige informatie.
1.6
Opname in de APV voor Arnhem is de aangewezen manier om een lokaal vergunningsstelsel vast te leggen voor onbepaalde tijd
7 Gemeenten: Asten, Roerdalen, Zundert en Valkenswaard 8 Dit is gebleken uit een ambtelijke rondvraag. Gemeenten uit Gelderland-Midden kijken aandachtig naar het proces van gemeente
Arnhem.
RAADSVOORSTEL
De eerdergenoemde onderzoeken tonen aan dat een systematische en structurele aanpak noodzakelijk is voor vitale en veilige vakantieparken. Een vergunningplicht voor vakantieparken wordt door deze onderzoeken aanbevolen als maatregel om een bijdrage te leveren aan vitale en veilige vakantieparken. Daarom stelt het college voor om een vergunningplicht voor de exploitatie van vakantieparken met meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen in de APV voor Arnhem op te nemen. Een andere optie zou zijn dat de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid om een bepaald gebied of bedrijfsmatige activiteit aan te wijzen voor een vergunningplicht (artikel 2.3.5.2 APV), maar dat geniet niet de voorkeur. De aanwijzing is namelijk slechts voor bepaalde tijd terwijl uit de onderzoeken blijkt dat de problematiek op vakantieparken constante alertheid en aandacht vraagt. Het geniet de voorkeur om de vergunningplicht voor alle vakantieparken (met meer dan 25 staanplaatsen) te regelen, omdat enkel een specifiek vakantiepark aanwijzen op basis van openbare orde feiten, onvoldoende aansluit bij de problematiek. Uit het rapport van Bureau Beke (2024) blijkt juist dat ook populaire en goedlopende parken kwetsbaar zijn voor criminele investeringen. Dit is niet altijd zichtbaar op het park. Andere gemeenten zijn ons voorgegaan en zij hebben het geregeld in de APV 9.
Er zijn geen rechterlijke uitspraken gedaan dat de vergunningplicht niet opgelegd had mogen worden. De ontwikkelingen in de branche verhogen het risico op ondermijnende activiteiten door criminelen op al dan niet kwetsbare vakantieparken. De signalen die wijzen op risico's voor de kwaliteit van de verblijfsrecreatie komen ook op Arnhemse vakantieparken voor, waardoor deze vatbaar kunnen zijn voor ondermijnende criminaliteit. De afgelopen vijf jaar hebben zich op verschillende vakantieparken in Arnhem gebeurtenissen voorgedaan die wijzen op de noodzaak om een vergunningplicht als systematische en structurele aanpak tegen ondermijnende criminaliteit in het leven te roepen. Zo hebben we permanente bewoning, niet vergunde seksinrichtingen, drugshandel en ernstig gevaar van misbruik van vergunningen ten behoeve van criminele/ondermijnende activiteiten aangetroffen. Bij de gemeente Arnhem zijn de afgelopen 5 jaar 40 meldingen binnengekomen en constateringen gedaan over voornoemde activiteiten op vakantieparken in Arnhem. Dit laat zien dat ondermijnende criminaliteit op vakantieparken geen onbekend verschijnsel is. Dit beeld wordt versterkt door politieregistraties op de vakantieparken. De politie heeft namelijk 193 verschillende registraties vastgelegd. Variërend van fraude, heling, (drugs)overlast tot ruzies, diefstal en brandstichting.
Allen meldingen die de openbare orde en veiligheid en het woonen leefklimaat op en nabij vakantieparken kunnen raken. Kanttekeningen en risico's 1.1
De regeldruk neemt toe voor enkele van de bestaande en eventuele nieuwe exploitanten van vakantieparken Arnhem telt acht vakantieparken, waarvan er vijf vallen onder de in de voorgestelde regeling
9 Gemeenten: Asten, Roerdalen, Zundert, Valkenswaard, Bloemendaal, Winterswijk en Bergeijk
RAADSVOORSTEL te hanteren definitie van camping of vakantiepark. Het voorstel is namelijk om, volgens de praktijk bij andere gemeenten, enkel voor (kampeer)terreinen met meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen een vergunningplicht op te leggen. Drie van de acht locaties zijn kleinschaliger. De eerdergenoemde signalen over onwenselijke situaties op vakantieparken betreffen voornamelijk de parken die meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen hebben. Daarmee is de kans dat zich in de toekomst misstanden bij de kleine vakantieparken voordoen minder voor de hand liggend. De vergunningplicht en de daarmee gepaard gaande toets aan de Wet Bibob houdt in dat de exploitanten informatie moeten aanleveren om de aanvraag in behandeling te laten nemen én dat het tijd kost om het onderzoek te verrichten. Hier staat tegenover dat de exploitanten aan wie eenmaal een vergunning voor het exploiteren van een vakantiepark verleend is, de volgende voordelen genieten: eerlijke concurrentie, integere investeerders, een veilig leef- en ondernemersklimaat 1.2
Het kan ertoe leiden dat een vergunning niet verleend of ingetrokken wordt Zittende exploitanten die niet aan de vereisten voor een vergunning voldoen, krijgen geen vergunning en zullen de exploitatie moeten staken of overdragen. De (financiële) gevolgen komen dan in beginsel voor rekening en risico van deze ondernemer(s). Ook nieuwe exploitanten moeten een vergunning aanvragen en lopen het risico dat zij deze niet krijgen als zij niet voldoen aan de vereisten. Voor zowel de zittende als de nieuwe exploitanten geldt dat wanneer een vergunning niet wordt verleend, het vakantiepark niet geopend mag zijn voor recreanten. Als de vakantieparken ook worden gebruikt ten behoeve van permanente bewoning, dan zal maatwerk moeten worden geleverd. Op alle vakantieparken in Arnhem die voldoen aan de criteria staan in totaal ongeveer 150 10 personen ingeschreven in de Basis Registratie Personen.
1.3
Impact op de toerismesector Primair is er een positieve impact op de toerismesector. Als de vergunning wordt verleend betekent dit dat er aan de aanvraageisen is voldaan en de exploitant inclusief investeerders integer worden beschouwd. Daarbij is de verwachting dat de exploitanten baat hebben bij een veilig en vitaal vakantiepark waar toeristen graag recreëren. Het kan een tijdelijke negatieve impact hebben wanneer een vergunning wordt geweigerd of ingetrokken omdat de aanvrager niet voldoet aan de gestelde eisen, waaronder de Wet Bibob. De mate van de impact is afhankelijk van de omvang van het desbetreffende park. Het gaat dan om tijdelijk minder werkgelegenheid, minder recreanten, gemiste inkomsten van toeristenbelasting en bestedingen bij toeleveranciers en recreatief-toeristische ondernemers. Ook kan het iets betekenen voor de aantrekkelijkheid van het vestigingsklimaat voor bedrijven. Daar tegenover staat het belang van vitale vakantieparken waar men veilig en met plezier kan recreëren.
1.4
Ondernemersorganisaties van bedrijven in de watersport en recreatie zijn tegen de (her)invoering van de vergunningplicht
10 GBA geraadpleegd op 18 maart 2026
RAADSVOORSTEL
Hiswa Recron spreekt zich namens de recreatiesector in de media uit tegen de (her)invoering. Ze vinden de vergunningplicht niet-proportioneel. Het is begrijpelijk dat men zich benadeeld voelt, echter blijkt het uit de eerdergenoemde onderzoeken samen met de signalen in Arnhem noodzakelijk om door middel van een vergunningplicht een effectieve, systematische en structurele bijdrage te leveren aan vitale vakantieparken en daarmee de kans op ondermijnende criminaliteit te verlagen. De voorgestelde maatregel (de vergunningplicht) kost de zittende ondernemers enige tijd om de stukken voor de aanvraag voor te bereiden, maar is geenszins disproportioneel te noemen. Onderdeel van de aanvraag zijn het invullen van een aanvraagformulier en een bibob-vragenformulier. Daarnaast wordt, ter ondersteuning van het bibobvragenformulier, gevraagd om stukken ter onderbouwing van de financiële gegevens. Om ondernemers de tijd te geven de aanvraag voor te bereiden en om te voorkomen dat in het hoogseizoen de aandacht moet worden verlegd van de gasten naar de vergunningaanvraag wordt voorgesteld om de vergunningplicht per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Bovendien gaat bij wijze van overgangsmaatregel de vergunningplicht voor zittende ondernemers pas in nadat op hun aanvraag is beslist, mits zij binnen zes weken na inwerkingtredingsdatum hun aanvraag hebben ingediend. 1.5
Het artikel is nog niet opgenomen in de Model-APV van de VNG In de Model APV is de vergunningplicht voor vakantieparken nog niet opgenomen. Onderwijl hebben diverse gemeenten in Nederland al enige tijd de vergunningplicht voor deze sector al in de APV verwerkt. Ook zijn er al enkele aanvragen voor het exploiteren van een vakantiepark in andere gemeenten geweigerd, waar de rechterlijke toets ook al heeft plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat ondanks dat de vergunningplicht nog niet is opgenomen in de model-APV, deze wel de rechterlijke toets kan doorstaan11.
Participatie De branchevereniging Hiswa Recron spreekt zich publiekelijk negatief uit over de komst van een vergunningplicht voor recreatiebedrijven. Zij vinden de maatregel buitenproportioneel. Exploitanten in Arnhem zijn gevraagd hun zienswijze te geven op de voorgenomen plannen. De reacties zijn wisselend. Er is begrip voor het belang dat de gemeente ziet in toezicht en handhaving van ondermijnende criminaliteit op vakantieparken. Er wordt door sommigen positief gereageerd op de komst van een vergunningplicht. Anderen vinden het disproportioneel en vinden dat er andere (reeds bestaande) maatregelen genomen kunnen worden. Om ondermijning te weren kan volgens belanghebbenden gebruik worden gemaakt van pandsluiting (o.g.v. de Opiumwet, de Gemeentewet, de Arnhemse APV en de Omgevingswet). Er is daarnaast twijfel over de effectiviteit van deze maatregel als kleine parken (met 25 of minder staanplaatsen) niet 11 ECLI:NL:RBOBR:2025:3104
RAADSVOORSTEL onder de vergunningplicht vallen. Juist de kleine parken zouden interessant zijn voor criminelen. Voorts wordt geopperd om ook te kijken naar de rechtsvorm van vakantieparken en een onderscheid te maken tussen vakantieparken met en zonder winstoogmerk. Tot slot wordt het voorgenomen vergunningstelsel als onevenredig ervaren als er geen overgangstermijn wordt geboden. Financiën Het voorstel heeft beperkte financiële consequenties. Voor de zittende vakantiepark exploitanten zullen we geen leges in rekening brengen. Voor toekomstige exploitanten zullen wel leges in rekening worden gebracht bij het indienen van een aanvraag. De uitvoering van de vergunningplicht (met de huidige omvang van de branche in Arnhem) past binnen de huidige capaciteit van vergunningverleners, Bibob-onderzoekers en toezichthouders. Uitvoering De uitvoering behelst de beoordeling van de vergunningaanvragen, de uitvoering van de Bibobonderzoeken en de controle op het naleven van de aan de vergunning verbonden voorschriften. Mocht het komen tot een weigering of intrekking van een vergunning of een sluiting van een vakantiepark, dan is het belangrijk om zorgvuldig, proportioneel en met de menselijke maat uitvoering te geven aan het besluit.
Het gaat hier om het vooraf, tijdens en na afloop informeren van alle betrokken partijen (toeristen, medewerkers, Arnhemse recreatief-toeristische ondernemers en eventuele permanente bewoners). Communicatie De APV-wijziging zal worden bekend gemaakt, wanneer de raad instemt met het voorstel, in het digitale gemeenteblad en is terug te vinden op www.overheid.nl.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Raadsbesluit (wijzigingsbesluit APV).
RAADSVOORSTEL
Besluit van Zaaknummer
4240267
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 maart 2026, nummer: 4240267; gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit; vast te stellen de VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR ARNHEM IN VERBAND MET HET INVOEREN VAN EEN VERGUNNINGPLICHT VOOR DE EXPLOITATIE VAN CAMPINGS EN VAKANTIEPARKEN I
Wijzigingen
A.
Na afdeling 3 van hoofdstuk 2 wordt de volgende afdeling ingevoegd:
Afdeling 3a: Toezicht op campings en vakantieparken Artikel 2.3a.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping of vakantiepark: (kampeer-)terrein voor meer dan 25 recreatieverblijfplaatsen dat planologisch bestemd is voor verblijfsrecreatie; b. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens risico en rekening een camping of vakantiepark wordt geëxploiteerd; c. beheerder: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent op de camping of het vakantiepark; d. recreatieverblijfplaats: kampeerplaats, kampeervak, kampeerunit, (sta-)caravan, chalet of vergelijkbare accommodatie bestemd voor verblijfsrecreatie; e. verblijfsrecreatie: recreatief nachtverblijf waarbij de gebruikers van de recreatieverblijfplaats hun hoofdverblijf elders hebben.
Artikel 2.3a.2 Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of vakantiepark te exploiteren. 2. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.
RAADSVOORSTEL 3. De burgemeester beslist op de aanvraag voor de vergunning binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 4. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager wordt voor afloop van de in het vorige lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van het besluit tot verdaging. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 6. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de beheerder(s). 7. De vergunning wordt op naam van de exploitant gesteld en is niet overdraagbaar. 8. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens: a. een persoon als beheerder te laten bijschrijven; b. een persoon als beheerder te laten uitschrijven. 9. De in het vorige lid bedoelde melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 10. De burgemeester kan de aanvraag als bedoeld in het negende lid weigeren als de bij te schrijven persoon niet voldoet aan de in artikel 2.3a.3 gestelde eisen. Artikel 2.3a.3 Gedragseisen De exploitant en de beheerder(s): a. staan niet onder curatele; b. voldoen aan de in het Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden; c.
zijn niet in enig opzicht van zodanig slecht levensgedrag dat daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar risico voor de openbare orde ontstaat. Artikel 2.3a.4 Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3a.3 gestelde eisen; b. de exploitant of beheerder de leeftijd van eenentwintig jaar niet heeft bereikt; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke situatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan; e. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het vakantiepark, of de openbare orde door de exploitatie van de camping of het vakantiepark op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Artikel 2.3a.5 Sluiting 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of vakantiepark indien daar: a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen zijn; b. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; c.
zich andere feiten en omstandigheden voordoen waardoor de openbare orde ernstig wordt verstoord of die ernstige vrees opleveren dat een zodanige verstoring zal ontstaan.
RAADSVOORSTEL 2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of vakantiepark indien: a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.3a.2, eerste lid; b. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3a3 gestelde eisen c. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. 3. De burgemeester trekt het sluitingsbevel in indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Artikel 2.3a.6 Aanwezigheid op gesloten camping of vakantiepark 1. Het is verboden een camping of vakantiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 2. Het is de exploitant of beheerder verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de camping of het vakantiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen. Artikel 2.3a.7 Intrekking en van rechtswege vervallen vergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5 kan de vergunning worden ingetrokken indien: a. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3a3 gestelde eisen; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; c. door de wijze van exploitatie de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast. 2.
De vergunning komt van rechtswege te vervallen indien de exploitatie van de camping of het vakantiepark door een andere dan in de vergunning genoemde exploitant wordt overgenomen. Artikel 2.3.a.8 Uitgestelde werking vergunningplicht voor bestaande gevallen In afwijking van het eerste lid van artikel 2.3.a.2 geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van deze afdeling reeds een camping of vakantiepark exploiteert in de gemeente Arnhem in de volgende gevallen en periodes niet: a. indien de exploitant nog géén vergunning zoals bedoeld in artikel 2.3.a.2, eerste lid, heeft aangevraagd: in de eerste zes weken na inwerkingtreding van deze afdeling; b. indien de exploitant binnen zes weken na inwerkingtreding van deze afdeling een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.3.a.2 heeft aangevraagd: tot op de aanvraag is beslist. B.
Artikel 1.2, derde lid, komt te luiden:
Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.3.1.2, artikel 2.3a.2, eerste lid, en artikel 3.2.1, eerste lid. C.
Artikel 2.3.2.2 komt te luiden:
Degene die een inrichting, anders dan een camping of vakantiepark als bedoeld in afdeling 3a, opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
RAADSVOORSTEL C.
De toelichting bij Afdeling 3A komt te luiden:
Afdeling 3A Toezicht op campings en vakantieparken Deze afdeling is per 1 januari 2027 toegevoegd. Gemeenten hebben de laatste jaren een grote rol gekregen in het tegengaan van ‘ondermijnende criminaliteit’. Van hen wordt verwacht zich weerbaar op te stellen tegen dit soort ongewenste ontwikkelingen. De mogelijkheden van de gemeente liggen daarbij met name in het gebruik van bestuurlijke instrumenten, zoals bijvoorbeeld de van oudsher bekende vergunningplicht voor de exploitatie van openbare inrichtingen. Het verplicht stellen van een vergunning voor campings en vakantieparken biedt, onder andere vanwege de daaraan te verbinden voorschriften en beperkingen, extra mogelijkheden om onwenselijke activiteiten via toezicht en handhaving tegen te gaan. Bovendien kan het feit dat in het kader van de vergunningaanvraag een Bibob-toets wordt uitgevoerd, een preventieve werking hebben. Naast de handhaving op permanente bewoning zal ook de vergunningplicht voor de exploitatie van campings en vakantieparken geschikt voor meer dan 25 recreatie-verblijfplaatsen, mede bijdragen aan vitale campings en vakantieparken, die veilig én aantrekkelijk zijn voor toeristen, weerbaar zijn tegen ondermijnende criminaliteit en daarmee bijdragen aan een aantrekkelijke en veilige stad. II
Inwerkingtreding en citeertitel
1. 2.
Dit besluit treedt, na bekendmaking, in werking op 1 januari 2027. Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening APV vergunningplicht campings en vakantieparken.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ..
De griffier,
De voorzitter,