CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel "Vaststelling Verordening Nadeelcompensatie gemeente Arnhem 2022"

Politieke Avond 16 februari 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Verordening Nadeelcompensatie gemeente Arnhem 20223.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Zaaknummer

626278

Onderwerp:

Vaststelling Verordening Nadeelcompensatie gemeente Arnhem 2022

Voorstel 1. De Verordening Nadeelcompensatie gemeente Arnhem 2022 vast te stellen.

Inleiding Als onderdeel van de invoering van de Omgevingswet heeft uw raad op 15 maart 2021 het Plan van aanpak omgevingsplan Arnhem vastgesteld 1 (hierna: PvA). Eén van de acties die voortvloeien uit dit PvA is het opstellen van een nieuwe verordening voor nadeelcompensatie. Achtergrond Als overheid kunnen we rechtmatige besluiten nemen die inwoners ondernemers of andere partijen onevenredig financieel kunnen benadelen. In die gevallen kan er aanspraak op schadevergoeding bestaan. De huidige wet maakt onderscheid tussen planschade en nadeelcompensatie. Planschade is schade als gevolg van handelen in het ruimtelijk domein. Denk aan bijvoorbeeld een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning. Nadeelcompensatie is schade die ontstaat door andere handelingen van de overheid. Dit kan bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting zijn, waardoor bedrijven moeilijk bereikbaar zijn en daardoor schade ondervinden. Binnen de gemeente Arnhem bestaan voor beide vormen een aparte verordening. In deze verordeningen staan de procedures beschreven die gevolgd moeten worden bij aanvragen om schadevergoeding. Gevolgen Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet veranderen er een aantal zaken als het gaat om schadevergoedingen. Zo komt allereerst het huidige begrip planschade onder de noemer nadeelcompensatie te vallen.

Daarnaast zorgt de Omgevingswet voor nieuwe categorieën besluiten die ook voor schadevergoeding in aanmerking komen zoals maatwerkvoorschriften of binnenplanse omgevingsvergunningen. Daarnaast wijzigt de manier waarop eventuele schade bepaald wordt. Tegelijkertijd treedt ook de generieke nadeelcompensatieregeling van de Algemene wet bestuursrecht, afdeling 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking waardoor de grondslag voor nadeelcompensatie verandert. Momenteel heeft de gemeente Arnhem de Verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011 en de Procedureverordening planschade Arnhem 2011. Het is nodig dat we beide verordeningen aanpassen 1 Zie 4.2 in iBabs Online.

aan de wetgeving die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. We stellen daarbij voor om één nieuwe verordening te maken, zowel voor nadeelcompensatie onder de Omgevingswet (waaronder het huidige planschade), als voor overige nadeelcompensatie. Hierdoor zijn de lokale regels aangaande nadeelcompensatie (waaronder planschade) in één verordening overzichtelijk samengebracht. Beoogd effect Zorgen dat we aanvragen voor nadeelcompensatie kunnen blijven afhandelen conform de bestaande procedure op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Argumenten 1.1 Zonder deze nieuwe verordening kunnen we aanvragen voor schadevergoedingen straks niet meer afhandelen conform onze procedure Met het vaststellen van de verordening brengen we de bestaande regelingen over nadeelcompensatie en planschade in overeenstemming met de nieuwe bepalingen uit de Omgevingswet. Als we dit niet doen gelden er voor nieuwe situaties na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen procedureregels en kunnen we aanvragen niet volgens de voorgestelde procedure afhandelen omdat niet wordt voldaan aan de wettelijke eisen die dan gelden. De procedureregels zijn ervoor bedoeld om verzoekers op voorhand duidelijk te maken hoe hun verzoek om schade wordt behandeld.

Onderdeel van de procedureregels zijn de indieningsvereisten, verschuldigde recht, te volgen procedure, termijnen en het al dan niet inschakelen van een adviescommissie. 1.2 We grijpen de wetswijzigingen aan om één uniforme regeling te maken Momenteel bestaan er twee verordeningen. Eén voor nadeelcompensatie en één voor planschade. De planschadeverordening geldt alleen voor planologische besluiten (bestemmingsplan, afwijking daarvan). De nadeelcompensatieverordening geldt voor overige schadevergoeding als gevolg van rechtmatige overheidsbesluiten (zoals verkeersbesluiten, schade als gevolg van langdurige wegwerkzaamheden). De Omgevingswet brengt deze gevallen onder één noemer. Dit biedt de mogelijkheid om de huidige twee verordeningen samen te voegen. Hiermee brengen we het aantal verordeningen terug en zorgen we voor een overzichtelijke regeling. 1.3 De bepalingen blijven grotendeels hetzelfde, de omzetting van de bestaande verordeningen naar de nieuwe nadeelcompensatieverordening is beleidsneutraal De omzetting van de bestaande verordeningen naar de nieuwe nadeelcompensatieverordening is beleidsneutraal. De oude verordeningen betroffen procedureverordeningen. De nieuwe is dat ook. De huidige procedure wordt dan ook zoveel mogelijk omgezet naar de nieuwe verordening.

Op een aantal punten verschilt de nieuwe verordening tekstueel en redactioneel ten opzichte van de oude verordeningen. De voorliggende verordening nadeelcompensatie is gebaseerd op het model hiervoor van de VNG (ledenbrief Lbr. 21/041, 26 mei 2021), maar heeft een aantal redactionele en inhoudelijke verschillen

waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de huidige procedure. Zo is de procedure wat uitvoeriger beschreven en vastgelegd dan dat in de modelverordening van de VNG is gedaan. Het te betalen recht bij een verzoek om planschade blijft ongewijzigd Momenteel geldt er op basis van Procedureverordening planschade Arnhem 2011 voor het in behandeling nemen van een verzoek om planschade een recht van € 300,-. Voor het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie wordt in de huidige verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011 geen recht geheven. Een recht is een bedrag dat betaald moet worden om, in dit geval, een verzoek tot vergoeding van schade in behandeling te nemen. Een te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schade mag wettelijk maximaal € 500,- bedragen. Er is hier geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om vergoeding van (plan)schade tegen te gaan. Indien een verzoek om schade wordt toegekend, wordt naast het toegekende schadebedrag ook het betaalde recht aan verzoeker terugbetaald. Gelet op de beleidsneutrale omzetting van de verordeningen worden er geen veranderingen ten aanzien van een te heffen recht doorgevoerd.

In artikel 2 van de verordening wordt het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding verband houdende met een schadeoorzaak genoemd in artikel 15.1 van de Omgevingswet (planschade) geregeld. Het recht voor verzoeken om planschade blijft dus € 300,-. Indien tot schadevergoeding wordt overgegaan wordt, zoals voorheen, het betaalde recht dus ook terugbetaald. Voor de overige verzoeken om schade wordt geen recht geheven. Voor overige verzoeken om nadeelcompensatie is en blijft geen recht verschuldigd. Voor de overige verzoeken om schade wordt geen recht geheven. Voor het indienen van een verzoek om nadeelcompensatie, bijvoorbeeld in verband met een langdurige wegafsluiting, hoeft dus ook nu niets te worden betaald. 1.4

De huidige regeling wordt nog wel toegepast voor de eerdere aanvragen Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt het oude recht. Het oude recht geldt maximaal 5 jaar (artikel 4.17 Invoeringswet). De reden hiervoor is dat er nog aanspraak- c.q. beroepsmogelijkheden kunnen bestaan onder de oude verordening. Gelet hierop is in artikel 9 van de nieuwe verordening een overgangsbepaling opgenomen waarin bepaald is dat de verordeningen nog van toepassing zijn op dergelijke verzoeken om schadevergoeding.

Kanttekeningen en risico's 1.1 Een deel van de schade blijft voor eigen rekening van de aanvrager

De overheid is niet verplicht om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, altijd en in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Zodoende moeten deze gevolgen dus ook tot op zekere hoogte worden geaccepteerd: dit noemen we “normaal maatschappelijk risico”. Burgers en ondernemingen die door rechtmatig overheidsoptreden echter schade lijden die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend alle schade en ook niet altijd volledig. Sommige schade zal altijd (deels) voor eigen rekening blijven. 1.2 De datum van de inwerkingtreding is nog geen zekerheid De komst van de Omgevingswet is al een paar keer uitgesteld. De huidige datum van inwerkingtreding, 1 juli 2022, is ook nog geen zekerheid. Het is mogelijk dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet weer wordt uitgesteld. Voor een verantwoorde inwerkingtreding is het belangrijk dat er een stabiele landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) is.

Er is een kans dat deze voorziening nog niet klaar is op 1 juli 2022 waardoor de Omgevingswet weer moet worden uitgesteld. Om die reden noemen we in artikel 9 van de verordening geen concrete datum maar verwijzen we naar het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

Participatie Voorbereiding van dit besluit Dit raadvoorstel is onderdeel van de uitvoering van het PvA omgevingsplan Arnhem. Dit plan van aanpak heeft mede gestalte gekregen door inzet van de ODRA, de raadswerkgroep Omgevingswet, de raadswerkgroep Aan de slag met Burgerparticipatie, de VNG , het programma Aan de slag met de Omgevingswet, Geonovum en de gemeenten Deventer, Nieuwegein en Eindhoven. De voorliggende verordening nadeelcompensatie is gebaseerd op de modelverordening van de VNG (ledenbrief Lbr. 21/041, 26 mei 2021). Uitvoering van dit besluit Met dit besluit brengen we de bepalingen uit twee verordeningen in lijn met nieuwe wetgeving. Het betreft hier vooral procedurele bepalingen die beleidsneutraal zijn omgezet. Hiervoor is consultatie met de stad niet nodig. We brengen we de nieuwe verordening onder de aandacht van onze inwoners (zie kopje communicatie). Financiën De kosten voor de ontwikkeling en implementatie van de verordening zijn onderdeel van het project “invoering omgevingswet” en bijbehorende kosten zijn gedekt vanuit het projectbudget voor de Omgevingswet. Vooralsnog verwachten we dat voor de uitvoering van dit besluit geen aanvullende middelen nodig zijn. De werkwijze is in grote lijnen een voortzetting van de huidige werkwijze die voortvloeit uit de huidige verordeningen.

Uitvoering Na positieve besluitvorming van de raad stellen we interne procesafspraken op. Met deze afspraken zorgen we dat we de aanvragen straks bij inwerkingtreding van de Omgevingswet binnen de wettelijke termijnen af kunnen doen. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt passen we de bepalingen uit de verordening toe. In het eerste jaar waarmee we werken met deze verordening houden we onze werkwijze goed in de gaten. We houden bij wat er gebeurt zodat we dit mee kunnen nemen in de evaluatie. Naar aanleiding van de evaluatie wordt bekeken of we onze werkwijze moeten bijstellen of dat het wenselijk is dat de procedure wordt aangepast. We informeren uw raad hierover. Communicatie Dit besluit en de gevolgen van dit besluit voor initiatiefnemers en andere betrokkenen plaatsen we op onze gemeentelijke website. Hierbij geven we aan wat het besluit betekent voor aanvragen. Daarnaast zorgen we ervoor dat ambtenaren van de gemeente Arnhem klaar zijn om vragen te beantwoorden over deze nieuwe werkwijze. Ook wordt het besluit officieel bekend gemaakt in het Digitale gemeenteblad en is het terug te vinden op www.overheid.nl. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − Toelichting Verordening Nadeelcompensatie gemeente Arnhem 2022

Besluit van Zaaknummer

626278

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021, nummer: 626278; overwegende dat: 1. ten gevolge van besluiten in de rechtmatige uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden of ten gevolge van overige handelingen in de rechtmatige uitoefening van publiekrechtelijke taken derden mogelijk financieel nadeel ondervinden; 2. dat dit mogelijke nadeel niet in alle gevallen op basis van bestaande wettelijke regelingen voor vergoeding van overheidswege in aanmerking komt; 3. dat het onredelijk kan zijn dat dit nadeel geheel ten laste van de benadeelde blijft, in welk geval uit jurisprudentie en de Algemene wet bestuursrecht voor de nadeel veroorzakende overheid de verplichting voortvloeit om op verzoek van benadeelde na te gaan of en zo ja, onder welke voorwaarden, de benadeelde voor nadeelcompensatie in aanmerking behoort te komen; 4. dat het wenselijk wordt geacht voorschriften vast te leggen met betrekking tot de inrichting, indiening en beoordeling van aanvragen om nadeelcompensatie; 5. gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 en 16.15a lid b.

onder 1 van de Omgevingswet; BESLUIT: vast te stellen de DE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE GEMEENTE ARNHEM 2022. Artikel 1. Toepassingsbereik 1.

2.

Deze verordening heeft betrekking op aanvragen voor de vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere verordening van toepassing is.

Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding verband houdende met een schadeoorzaak genoemd in artikel 15.1 van de Omgevingswet wordt een recht van € 300,geheven. Artikel 3. Aanvraag 1.

2.

3.

Het college van burgemeester en wethouders kan een elektronisch en/of papieren formulier vaststellen, met eventuele bijkomende indieningsvereisten. Indien er een vastgesteld formulier is, moet daar bij aanvragen gebruik van worden gemaakt. Verder dient aan de overige bijbehorende indieningsvereisten te worden voldaan. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing over de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting over deze vier jaren. b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. c. een omschrijving van de verzochte vergoeding, indien aanvrager aangeeft vergoeding niet in geld te willen ontvangen. d. overige informatie en bescheiden, door of namens het college van burgemeester en wethouders te stellen. Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst en de datum van ontvangst van de aanvraag. Hierbij vermeldt het de te volgen procedure en de beslistermijnen.

Artikel 4. Adviescommissie 1. 2.

3. 4.

Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen beslissen. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling, c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht, d. de aanvraag om schadevergoeding kennelijk gegrond en eenvoudig van aard is, e. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. Een adviescommissie bestaat uit één of meer deskundigen, die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De adviescommissie kan worden benoemd als:

a.

b.

vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.

Artikel 5. Procedure 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

9.

Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie informeert het bestuursorgaan de aanvrager en andere belanghebbenden daarover. Binnen twee weken na het informeren als bedoeld in het eerste lid, kunnen aanvrager en andere belanghebbenden schriftelijk en gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere leden van de adviescommissie bij het betrokken bestuursorgaan indienen. Het betrokken bestuursorgaan beslist binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. Het betrokken bestuursorgaan formuleert per geval het adviesverzoek aan de commissie. De commissie kan een hoorzitting houden. Op de hoorzitting kunnen aanvrager en andere belanghebbenden een mondelinge toelichting op hun standpunten geven. De commissie kan een plaatsopneming houden. Van een hoorzitting en een plaatsopneming wordt een verslag gemaakt. Verslagen worden als onderdeel aan het advies toegevoegd. De commissie kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden. In het advies gaat de commissie in elk geval in op de aanvraag, op het adviesverzoek, op het inwinnen van inlichtingen en adviezen bij derden en op de betrokken wettelijke en overige juridische aspecten. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a.

degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1⁰. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of, 2⁰. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 6. Uitbetaling Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.

Artikel 7. Aanvraag voorschot 1.

2.

Vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag kan het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen om een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.

Artikel 8 . Intrekken verordeningen en overgangsrecht

1.

2.

De 'Procedureverordening planschade Arnhem 2011’ en ‘Verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011’ worden ingetrokken met ingang van de in artikel 9, eerste lid, genoemde datum (van ingang van deze verordening), met dien verstande dat zij van toepassing blijven op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als vóór inwerkingtreding van die wet de schade is veroorzaakt door een onherroepelijk besluit omtrent een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of het van kracht worden van een bestemmingsplan, beheersverordening, wijzigingsplan of uitwerkingsplan. In uitzondering op het gestelde in het eerste lid geldt dat als vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet is gevraagd om een schadeveroorzakend besluit of een ontwerp van een ambtshalve te nemen schadeveroorzakend besluit ter inzage is gelegd, de planschaderegeling op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de in het eerste lid genoemde verordeningen blijven gelden als binnen vijf jaar nadat het besluit van kracht is geworden wordt verzocht om een schadevergoeding.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel 1.

2.

Deze verordening treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Arnhem 2022.

Aldus vastgesteld in de raadvergadering van … De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=095db868-d60f-4bfd-b643-d1626abe873f