Raadsvoorstel "Transitievisie Warmte"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
607165
Onderwerp:
Transitievisie warmte
a Voorstel 1. De Transitievisie warmte gemeente Arnhem vast te stellen. Inleiding In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, verminderen. In 2050 moet Nederland, en ook Arnhem, onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. En in 2030 hebben we 55% minder CO2 uitstoot dan in 1990. Om deze doelen te halen zal ook in Arnhem het energieverbruik verder omlaag moeten, en zal een overgang van fossiele energie naar schone energie moeten worden bereikt, o.a. in de gebouwde omgeving. Met gebouwde omgeving bedoelen we alle woningen en gebouwen. Belangrijk onderdeel hiervan is de warmtetransitie, de overgang van aardgas naar duurzame warmtevoorziening. Gemeenten hebben de regie in deze warmtetransitie gekregen. Zo kunnen ze de transitie lokaal vormgeven, met oog voor alle betrokkenen. Ook biedt de uitvoering van de warmtetransitie kansen op andere lokale thema's. Denk aan het verbeteren van de leefomgeving, het bestrijden van energiearmoede en het versterken van de lokale economie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten uiterlijk in 2021 een transitievisie warmte vaststellen. Hierin geven ze hun visie op de toekomstige warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en wordt beschreven waar, wanneer en hoe dit gaat gebeuren. Deze visie richt zich op het jaar 2030 met een doorkijk naar 2050.
Het opstellen van een transitievisie warmte is één van de acties uit het Programmaplan New energy made in Arnhem 2020-2030 (januari 2020). Voor de warmtetransitie in de wijken heeft u in april 2019 de bijhorende koers, uitgangspunten en aanpak vastgesteld in 'De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie'. Hierin hebben we afgesproken om de energietransitie samen, eerlijk en duurzaam op te pakken en de bewoners spelen daarbij een belangrijke rol. Voor de verduurzaming van de stad en de wijken zijn forse proces- en investeringsmiddelen vrijgemaakt en zijn in mei 2019 spelregels voor de besteding van het klimaatfonds vastgesteld. Hiermee zijn we concreet aan de slag op regionaal-, stedelijk- en wijkniveau. Inmiddels blijkt dat deze middelen niet toereikend zijn voor de opgave.
Beoogd effect Richting en invulling geven aan het realiseren van de, in het Programmaplan New energy made in Arnhem 2020-2030, afgesproken 77 kT CO2 reductie in de gebouwde omgeving van Arnhem, met focus op het doel: 6.500 bestaande woningen aardgasvrij in 2030. Argumenten 1.1 De visie bouwt voort op 'De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie' In de Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie (april 2019) staan zeven uitgangspunten om keuzes te kunnen maken bij dilemma’s die zich in de warmtetransitie kunnen voordoen. Daarbij staat centraal dat bewoners en ondernemers geen risicovolle investeringen hoeven te doen die zij niet kunnen dragen. Ook is een aanpak beschreven waarin de betrokkenheid van bewoners en ondernemers, het benutten van kansen om energiearmoede tegen te gaan en het inzetten van innovaties van Arnhemse bedrijven belangrijk zijn. Deze uitgangspunten en aanpak zijn de afgelopen 2 jaar toegepast in projecten en proeftuinen. 1.2 De visie is gebaseerd op leerervaringen van bewoners, wijkinitiatieven en professionele partners. Samen met Arnhemse bewoners, ondernemers en professionele partners hebben we de afgelopen jaren projecten en proeftuinen uitgevoerd in de wijkgerichte energietransitie. Daaruit hebben we heel veel geleerd. Deze leerervaringen vormen een belangrijke bouwsteen voor de transitievisie warmte.
Ze dragen bij aan het herformuleren en aanvullen van de uitgangspunten. En ze worden gebruikt bij de uitvoering van de transitievisie, o.a. in de uitvoeringsplannen. Deze leerervaringen komen uit de volgende trajecten: Het voortouw nemen en het faciliteren van wijkinitiatieven Wijkgesprekken Samenwerken met partners Het voortouw nemen en het faciliteren van wijkinitiatieven U bent in juni 2020 geïnformeerd over de onderzoeken en het proces van het voortouw nemen en het faciliteren van wijkinitiatieven. Deze warmteverkenning heeft geleid tot 12 voorlopig kansrijke buurten om binnen 10 jaar over te stappen op duurzame warmte. We zijn in deze buurten gestart met onderzoek naar de technische-/financiële haalbaarheid en betrokkenheid van de buurt. Zo bepaalden we of het haalbaar is om de wijk of buurt voor 2030 (deels) aardgasvrij te maken. Dit bleek in 10 van de 12 buurten het geval. Ook hebben we in vier 'Wijken van de toekomst' het enthousiasme en de inzet van Arnhemse bewoners voor de energietransitie samen met de provincie ondersteund. Hoogkamp is hiermee inmiddels een kansrijke buurt geworden. We vinden samenwerking met de bewoners van groot belang om stappen te zetten in de wijkgerichte energietransitie en de verduurzaming. De
betrokkenheid van bewoners in de Wijken van de Toekomst is groot, en uit ervaring blijkt dat deze stapsgewijs groeit. Wijkgesprekken We hebben in alle wijken een wijkgesprek over energie georganiseerd. Daarin hebben we onderscheid gemaakt in de kansrijke buurten en de overige wijken. In die laatstgenoemde hebben we de bewoners geïnformeerd dat er in de warmtevoorziening in hun (deel van de) wijk voorlopig niets verandert en dat het aardgas nog blijft. Veel bewoners willen al graag zelf aan de slag met het verduurzamen van hun woning. Ze vragen daarbij ondersteuning, willen samen met buurtgenoten aan de slag en stellen het op prijs om in gesprek te blijven met de gemeente. Daarnaast hebben we de vragen, behoeften en zorgen van bewoners en ondernemers over de energietransitie opgehaald. Zorgen gaan bijvoorbeeld over de betaalbaarheid van een duurzaam alternatief voor aardgas. Samenwerken met partners We werken in de warmtetransitie nauw samen met professionele partners, zoals woningcorporaties, netwerkbedrijven, energiebedrijven, energiecoöperaties en huurdersbelangenverenigingen. De impact van de warmtetransitie voor deze partijen is groot. Hun kennis, ervaring en bereidheid om te investeren is essentieel om de doelen te halen. 1.3 De visie is gebaseerd op aanvullend technisch onderzoek naar duurzame warmteoplossingen.
Berenschot heeft een verdiepingsslag op de warmteverkenning van 2019 uitgevoerd. Deze bestaat uit: een analyse van de toekomstige warmtevraag bij verschillende scenario's een inventarisatie van beschikbare en potentiële duurzame warmtebronnen een verkenning naar mogelijke warmtenetstrategieën voor de lange termijn. In bijlage 1, de Arnhemse warmteopgave, zijn deze onderzoeken samengevat. De onderzoeken zijn gebruikt voor de onderbouwing van de kaart 'Verwachte warmteoplossingen per buurt' Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 2, met zes subbijlagen. 1.4 De leerervaringen en onderzoeken hebben geleid tot uitgangspunten voor de warmtetransitie. In Arnhem staat een inclusieve energietransitie, waarin iedereen kan meedoen en aan kan bijdragen, voorop. We hebben de zeven uitgangspunten uit de Arnhemse aanpak van de wijkgerichte Energietransitie uit 2019 herijkt, verrijkt en aangevuld. Dat hebben we gedaan op basis van de opgedane ervaringen in de voorlopig kansrijke wijken, de wijken van de toekomst, de wijkgesprekken met wijkbewoners en partners in de overige wijken en de aanvullende technische onderzoeken. Dit heeft geleid tot onderstaande negen uitgangspunten, die de basis vormen om keuzes te kunnen maken bij de uitvoering van de transitievisie warmte en in de uitvoeringsplannen.
De Trias Energetica is leidend: eerst besparen en isoleren De meest duurzame oplossing gaat voor. Minder duurzame bronnen zijn tijdelijk en decentrale bronnen hebben de voorkeur. De aanpak is voornamelijk wijkgericht en samen met bewoners en overige gebruikers. Hierbij sluiten we aan bij andere ontwikkelingen in de wijk.
Waar zelforganiserend vermogen onvoldoende ontstaat, neemt de gemeente samen met stedelijke partners het voortouw, maar altijd in verbinding met de bewoners. Betaalbaarheid, betrouwbaarheid en zekerheid voor de eindgebruiker staan voorop. De energietransitie mag niet leiden tot (verdere) energiearmoede en schuldenproblematiek. Het wordt bij voorkeur juist ingezet als instrument tegen energiearmoede. Keuzevrijheid voor de eindgebruiker Ruimtelijke impact is niet te voorkomen. Ruimte wordt eerst gezocht in verhard stedelijk gebied. Ruimte voor innovatie 1.5 De onderzoeken en uitgangspunten hebben geleid tot de kaart 'Verwachte warmteoplossingen per buurt' Op basis van de aanvullende onderzoeken van Berenschot en de uitgangspunten is per buurt het meest aannemelijke alternatief voor aardgas tegen de laagst maatschappelijke kosten bepaald. Deze zijn op een kaart 'Verwachte warmteoplossingen per buurt' weergegeven. De kaart laat voor alle Arnhemse buurten zien welke duurzame warmteoplossing met de laagst maatschappelijke kosten het meest voor de hand ligt. De kaart laat het indicatieve eindbeeld voor 2050 zien. Dit betekent nog niet dat alle woningen en gebouwen in de buurten overschakelen naar dezelfde warmteoplossing. 1.6 De aanpak is een combinatie van wijkgericht en stadsbreed. We werken stapsgewijs toe naar de verwachte duurzame warmteoplossingen per buurt.
Onze aanpak bestaat uit twee sporen, de wijkgerichte aanpak en de stadsbrede aanpak. De wijkgerichte aanpak bestaat uit: Het voortzetten van de integrale aanpak in 10 kansrijke buurten en het uitwerken van een uitvoeringsplan per buurt waarin isoleren, inzet van een duurzame bron en bijpassende warmte-infrastructuur wordt beschreven. Onderzoek doen naar de kansrijkheid van een collectief warmtenet in combinatie met isolatie in de vijf onderzoeksgebieden. Waar zich kansen voordoen buiten de kansrijke wijken en onderzoeksgebieden, deze benutten. De stadsbrede aanpak bestaat uit: Het stimuleren van isolatie en het transitiegereed maken van woningen en gebouwen. Het verder verkennen en zo mogelijk ontwikkelen van duurzame warmtebronnen, zoals geothermie. Het verder vormgeven van de gemeentelijke rol in warmtenetten. 1.7 De aanpak zorgt er voor dat Arnhemmers inzicht krijgen, kennis opdoen en betrokken worden bij de warmtetransitie. Doordat we bewoners, wijkinitiatieven en partners nauw betrekken bij het bepalen van onze visie en de acties om onze ambities te realiseren, zien we dat er steeds meer draagvlak ontstaat voor de wijkgerichte warmtetransitie. Uit een enquête in Arnhem West blijkt dat een steeds grotere groep zelf aan de slag wil gaan in samenwerking met gemeente.
Daar waar de gemeente het voortouw neemt blijkt juist dat aandacht voor de directe sociale leefomgeving van belang is om
de energietransitie verder te brengen. Deze maatwerkbenadering zorgt er voor dat Arnhemmers kunnen aansluiten op een manier en op het moment dat ze er aan toe zijn. 1.8 Met deze transitievisie worden motie 21M50 en toezegging 883 afgedaan. In het uitgangspunt "Ruimtelijke impact is niet te voorkomen. Ruimte wordt eerst gezocht in verhard stedelijk gebied" (deel 1, hoofdstuk 4) is motie 21M50 verwerkt. Wij beschouwen hiermee de motie als afgedaan. In de informatieve behandeling van dit raadsvoorstel wordt toezegging 883 nagekomen. Kanttekeningen en risico's 1.1 Deze visie is opgesteld met de kennis van nu, nieuwe inzichten kunnen leiden tot nieuwe keuzes. De transitie naar een duurzame warmtevoorziening gaat gepaard met dilemma's en onzekerheden. De urgentie en ambities zijn hoog, veel moet nog concreet worden gemaakt en we weten dat we nog heel veel niet weten. Bij ieder project, iedere ontwikkeling en in ieder gesprek leren we en krijgen we nieuwe inzichten. En dat geldt ook in regionaal, landelijk en internationaal verband. Daarom is het belangrijk dat we iedere 5 jaar de visie actualiseren en onze acties daarop aanpassen. 1.2 Bovenlokale bronnen zijn niet toereikend voor hele regio. De transitievisie warmte geeft inzicht in de mogelijke warmteoplossingen per wijk/gebied en in de beschikbare warmtebronnen.
Van deze warmtebronnen worden in de Regionale energiestrategie (RES) twee grote bronnen (de AVR en de RWZI Nieuwgraaf), beide gelegen in de gemeente Duiven, als bovenlokale bron beschouwd. Meerdere gemeenten in de regio kijken naar deze bronnen als alternatief voor aardgas in hun gebouwde omgeving. Uit analyses is gebleken dat de potentie van deze bovenlokale bronnen niet toereikend is voor de warmtevraag van de hele regio. Het is dan ook van belang te sturen op een efficiënte verdeling van deze restwarmte, en verdere verduurzaming van hieraan gekoppelde warmtenetten, om de maatschappelijke kosten voor de warmtetransitie zo laag mogelijk te houden. Met de gemeenten binnen het zogenaamde warmtecluster AVR (Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort, Zevenaar en Montferland) wordt overleg gevoerd over dit verdelingsvraagstuk. Hoe de verdeling er uit zal komen te zien zal pas blijken in de toekomst. De aannames in de TVW over de beschikbaarheid van bronnen zijn dan ook een momentopname. 1.3 Onze aanpak in de wijken is intensief en kent lange doorlooptijden. De maatwerk aanpak kost veel (doorloop)tijd, en daarmee capaciteit en procesmiddelen. Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Daarmee ontstaat wel een risico op het niet op tijd halen van de doelstellingen.
Daarom blijven we de effectiviteit van onze inspanningen volgen en rapporteren we deze jaarlijks in het monitoringsdashboard New energy made in Arnhem waarover u dit jaar voor het eerst bent geïnformeerd.
1.4 Zonder nieuwe wet- en regelgeving en forse financiële steun van het Rijk kunnen we geen tempo maken. We willen een regierol nemen in de warmtetransitie en vinden het belangrijk dat de transitie duurzaam, betaalbaar en inclusief is. De middelen in de begroting voor de gebouwde omgeving zijn de basis om een start hiermee te maken, maar zullen niet voldoende zijn om de volledige aanpak zoals beschreven in deel 2 van de transitievisie te realiseren. Als we de gemeentelijke regierol in de warmtetransitie goed willen invullen en het tempo van onze acties willen verhogen, hebben we van het Rijk nieuwe wet- en regelgeving en extra middelen nodig. Gemeenten en het Rijk maken hierover nog verdere afspraken. Dergelijke afspraken bepalen mede de uitvoerbaarheid en snelheid van de voorgestelde aanpak. Het vaststellen van deze visie en de aanpak is evenwel van belang om snel gericht aan de slag te kunnen zodra aan deze randvoorwaarden is voldaan. Participatie Bij argument 1.2 en in hoofdstuk 3 (deel 1) van de transitievisie is beschreven hoe bewoners en partners zijn en worden betrokken bij de energie- en warmtetransitie en welke input we daaruit hebben meegenomen in deze transitievisie. Bewoners van de 10 kansrijke buurten zijn huis aan huis geïnformeerd over de kansrijkheid van hun buurt en welke duurzame warmteoplossing we voor ogen hebben.
Daarnaast zijn ze uitgenodigd voor een wijkgesprek hierover. Bewoners van de overige wijken hebben in een huis aan huis brief van ons gehoord dat er in ieder geval tot 2030 nog niets verandert in de warmtevoorziening in hun wijk. Ook zij zijn uitgenodigd voor een wijkgesprek, waarin informatie is gegeven over wat ze zelf al wel kunnen doen. Ook hebben we vragen, behoeften en zorgen van bewoners en ondernemers opgehaald. De wijken binnen de vijf onderzoeksgebieden vallen onder de overige wijken. Hier gaan we onderzoek doen of er kansen liggen. Welzijn en perspectief Deze Transitievisie warmte gaat over de toekomst van het klimaat en daarmee de toekomst van deze en volgende generaties. Steeds meer jongeren spreken zich daarover uit. Met het Programmaplan New energy made in Arnhem 2020-2030 en deze visie en aanpak geven we daar deels invulling aan. De aanpak Energiearmoede maakt onderdeel uit van dit voorstel. Het bestrijden van energiearmoede, de financiële positie van huishoudens en een rechtvaardige verdeling van de kosten moet bijdragen aan een inclusieve energietransitie waaraan iedereen mee kan doen. We zien de relatie tussen armoede, betekenisvol kunnen zijn en welbevinden. We streven ernaar om de jongeren onderdeel te maken van de uitvoering van de Arnhem-Oost aanpak, vanuit sociale cohesie in de wijk en uitzicht op een baan.
De verduurzaming van de gebouwde omgeving zal in komende jaren een nog grotere vraag naar arbeid opleveren. Deze potentie koppelen we aan onderwijs en werkgevers en moet meer uitzicht geven op banen voor jongeren.
Financiën In de MJPB zijn voor het programma New energy made in Arnhem structurele middelen en incidentele middelen in de vorm van het klimaatfonds beschikbaar. Deze zijn voldoende om een start te maken met de acties uit deel 2, maar niet voldoende voor het geheel. Omdat we willen dat iedereen mee kan doen is het noodzakelijk dat het Rijk fors gaat bijdragen aan de warmtetransitie en dat we op projectbasis ook (cofinanciering uit) Provinciale en Europese middelen kunnen verkrijgen. Tijdens Prinsjesdag 2021 is bekend gemaakt dat het Rijk de gemeenten voor 2022 deels financieel compenseert voor de hen toegedeelde regierol in de warmtetransitie. Dit is echter nog geen structurele en volledige financiering om de doelstellingen en afspraken uit het Klimaatakkoord te kunnen realiseren. Pas als de afspraken met het Rijk definitief en structureel zijn is duidelijk welke aanvullende middelen eventueel nodig zijn voor de uitvoering van deze visie en aanpak, of welke keuzes in de uitvoering moeten worden gemaakt. Daarnaast zullen veel partijen zoals woningbouwcorporaties, woningeigenaren, ontwikkelaars, ondernemers, de netbeheerder en marktpartijen de komende jaren volop moeten (blijven) investeren in de warmtetransitie. Uitvoering In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we de Transitievisie warmte iedere vijf jaar actualiseren.
Dan worden de warmtevraag, het warmteaanbod en de warmtenetstrategie herijkt. Ook zullen we onze nieuwe leerervaringen en die van bewoners, wijkinitiatieven en partners in kansrijke buurten meenemen. Verder bekijken we of de uitgangspunten helpen bij het maken van keuzes en het oplossen van dilemma's. De Transitievisie warmte vormt de basis voor het opstellen van uitvoeringsplannen per buurt. Deze plannen geven we vorm samen met bewoners, ondernemers en organisaties uit de buurt en met professionele stakeholders. Dit is wat er in deze plannen staat: We maken een definitieve keuze voor de warmteoplossing voor de buurt. We brengen in kaart hoeveel dit gaat kosten We spreken af hoe we op een betaalbare manier een aardgasvrije wijk of buurt gaan realiseren. De gemeenteraad stelt de uitvoeringsplannen vast. De gemeente moet op tijd laten weten waar de inwoners aan toe zijn. Inwoners moeten genoeg tijd hebben om zich voor te bereiden op de overstap. Daarom moet de gemeenteraad een beslissing nemen over uitvoeringsplannen uiterlijk acht jaar vóórdat de levering van aardgas wordt beëindigd en overgegaan wordt op een duurzame warmtevoorziening. Zolang de gemeente deze bevoegdheid nog niet heeft, kan alleen op vrijwillige basis een duurzame warmtevoorziening in een buurt in gebruik worden genomen.
Voor huurwoningen geldt de regel die voor renovatieprojecten ook wordt gehanteerd: minimaal 70% van de huurders moet instemmen met grote veranderingen in de energievoorziening. We houden u jaarlijks op de hoogte van de voortgang op inhoud en financiën, via het monitoringsdashboard New energy made in Arnhem en de begrotingscyclus. Voor de besteding van
resterende middelen uit het klimaatfonds zullen voorstellen worden getoetst aan de door uw raad vastgestelde kaders voor de besteding van het klimaatfonds. Communicatie Na het collegebesluit zijn alle partners die hebben meegewerkt aan de totstandkoming hiervan actief geïnformeerd. ArnhemAAN.nl is het communicatieplatform. Na het collegebesluit is een persbericht uitgegaan. De buurten die als kansrijk zijn aangeduid zijn hiervan op de hoogte.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Transitievisie warmte gemeente Arnhem, met bijlagen 1 en 3 Bijlage 2: Warmtenetstrategie en rolbepaling gemeente Arnhem (Berenschot, september 2021) met 6 subbijlagen
Besluit van
@
Zaaknummer
607165
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021, nummer: 607165; gelet op artikelen 108 en 147 van de Gemeentewet; besluit: 1. De Transitievisie warmte gemeente Arnhem vast te stellen.
De griffier,
De voorzitter,