Raadsvoorstel "Regionale energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES) 1.0"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
552475
Onderwerp:
Regionale energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES) 1.0
a Voorstel 1. De regionale energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES) 1.0 vast te stellen. Inleiding De Regionale Energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES) is een regionaal samenwerkingsverband tussen 16 gemeenten, provincie Gelderland en waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe. De RES 1.0 is een strategische verkenning waarin regionale ambities, uitgangspunten en afspraken zijn opgenomen om invulling te geven aan de opgave uit het Klimaatakkoord. De RES gaat specifiek over elektriciteitsopwekking uit zon en wind evenals het bovengemeentelijk aanbod van warmte in relatie tot de vraag naar warmte. De verkenning richt zich op 2030 met een doorkijkje naar 2050. De afspraken in het Klimaatakkoord vormen daarvoor de basis. RES Regio Arnhem Nijmegen Eind 2019/begin 2020 hebben de volksvertegenwoordigers van de deelnemende partijen van de RES Regio Arnhem Nijmegen de startnotitie Regionale energiestrategie (RES) vastgesteld. Het Arnhemse raadsbesluit hierover was op 18 december 2019. In vervolg hierop hebben in de zomer van 2020 alle colleges en DB-leden van de deelnemende partijen in de RES Regio Arnhem Nijmegen het concept-bod RES vastgesteld en ter informatie aan de raden en algemeen bestuur voorgelegd, met de mogelijkheid om wensen en bedenkingen mee te geven. Het Arnhemse college heeft in september 2020 ingestemd met het concept bod.
De Arnhemse raad heeft geen wensen en bedenkingen geuit. De reacties uit de raden zijn verwerkt in een oplegnotitie. Op 1 oktober 2020 is het concept-bod RES Regio Arnhem Nijmegen samen met de oplegnotitie aangeboden aan het Nationaal programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De reactienota Wensen en bedenkingen is als bijlage toegevoegd. De nu voorliggende stap is het nemen van een raadsbesluit over de RES 1.0 op uiterlijk 15 juni a.s. en het opleveren van het RES bod op uiterlijk 1 juli 2021 aan het NPRES en PBL, conform afspraken met regio en het Rijk. In deze RES 1.0 doet de regio een bod waaruit blijkt hoe de deelnemende partijen uit de RES Regio Arnhem Nijmegen gezamenlijk tot keuzes zijn gekomen over het op grote schaal opwekken van duurzame elektriciteit en een mogelijke verdeling van regionale warmtebronnen. De RES 1.0 en de link naar de storymap met alle achtergrondinformatie zijn als bijlage bijgevoegd.
Beoogd effect De RES draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen uit het Nationaal Klimaatakkoord om in 2050 energieneutraal te zijn, aan de regionale doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990, en aan de CO2-reductiedoelstellingen van het programma New energy made in Arnhem 2020-2030. Argumenten 1.1 Met dit bod levert de Regio Arnhem Nijmegen een bijdrage aan de klimaatafspraken uit het Interbestuurlijk Programma en het Klimaatakkoord. Het voorliggend bod bestaat uit een bestuurlijke samenvatting (zie bijlage) en een Storymap met kaarten en achtergrondinformatie. De Storymap is digitaal en kunt u inzien via deze link. We werken in Nederland op veel verschillende manieren aan de klimaatdoelen. De RES is er daar één van en richt zich specifiek op: de opwekking van duurzame elektriciteit via zon op grote daken (>15kWp), windturbines en zonnevelden de warmtetransitie in de gebouwde omgeving de benodigde opslag en energie infrastructuur In de RES zijn dus niet alle initiatieven voor CO2-vermindering opgenomen. Via andere wegen wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het besparen van energie, innovaties voor energiewinning, fossielvrij vervoer, wind op zee, verduurzamen zeevaart en maatregelen die bedrijven en industrie moeten nemen. Bij het bepalen van de ambities in de RES is wel rekening gehouden met een verwachte besparing van energie.
Als nieuwe technieken succesvol blijken, dan krijgen die een plek in de volgende versie van de RES. De RES gaat alleen over de regionale afspraken. De gemeentelijke aanpak staat niet in dit plan. Ook kernenergie valt buiten de regionale aanpak, want dat thema wordt op landelijk niveau besproken. Elektriciteit In het bod biedt de Regio Arnhem Nijmegen aan om met 1,62 TWh aan opwek van elektriciteit bij te dragen aan de klimaatafspraken uit het Interbestuurlijk Programma en het Klimaatakkoord. Met het bod wordt ruimschoots voldaan aan de landelijke doelstelling (49% CO2-reductie), waarvoor we als regio, afhankelijk van de verdeelsleutel, tussen de 0,6 en 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit moeten opwekken. Het bod is echter nog niet genoeg voor de regionale ambitie van 55% CO2-reductie in 2030. Daarvoor moet 3,5 TWh duurzame elektriciteit worden opgewekt in de regio. Het bod is opgebouwd uit: 0,49 TWh zon op dak 0,93 TWh binnen regionale zoekgebieden, met daarin projecten die al in ontwikkeling zijn en extra ambitie (zie ook hieronder bij zoekgebieden zon en wind) 0,20 TWh buiten regionale zoekgebieden. Dit zijn vooral projecten die al zijn opgestart voor aanvang van de RES. Per februari 2021 is 0,12 TWh gerealiseerd.
Uitgaande van windturbines van 5,6 MW en zonnepanelen van 480 Wattpiek in nieuwe projecten, en ermee rekening houdend dat een deel van de projecten wordt uitgevoerd met windturbines en panelen met lagere vermogens, komt het bod neer op 38 windturbines en 1065 hectare zonnepanelen. Zoekgebieden zon en wind De in het bod opgenomen zoekgebieden zijn een resultaat van een uitgebreid proces met belangenorganisaties waarin de volgende belangen zorgvuldig zijn afgewogen: natuur, landbouw, landschapsbeleving, etc. Alleen gebieden waarin zonnevelden en windmolens passen vanuit gemeentelijk en ander beleid zijn opgenomen. De periode tussen het concept bod en de RES 1.0 is gebruikt om dit zorgvuldig te controleren. Daardoor komt dit nieuwe bod (1,62 TWh) iets lager uit dan het concept bod (1,68 TWh). De regionale zoekgebieden komen niet vol te staan/liggen met windturbines en/of zonnevelden. Bij elk gebied is een aanname gedaan van het deel dat benut zou kunnen worden. Wind boven Veluwe In samenwerking met verschillende RES-regio’s rondom de Veluwe en de provincie is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van windturbines op en rond de Veluwe, vanwege het voorkomen van beschermde diersoorten. Er is gekeken naar twee zones. In de zone tot 1 kilometer rond de Veluwe zijn windturbines niet wenselijk. In de zone van 1 tot 8 kilometer rond de Veluwe zijn wel mogelijkheden.
Hiervoor is verder onderzoek nodig, vooral naar de effecten voor de wespendief, een beschermde roofvogel. Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW) binnen de RES geeft inzicht in de warmtevraag van de gebouwde omgeving (woningen en overige gebouwen) in 2030 en inzicht in alle bovenlokale, nietfossiele warmtebronnen in de regio. Ook is de warmte-infrastructuur in kaart gebracht. De RSW bevat verder een aanzet voor een mogelijke toedeling van de warmtebronnen. De RSW moet gezien worden als een eerste verkenning op basis waarvan de komende jaren verder overleg en aanvullend onderzoek zal worden uitgevoerd. Uit de verkenning blijkt dat de regio voldoende potentie heeft om de bestaande warmtestructuur in en rond Arnhem en Nijmegen verder uit te breiden en te ontwikkelen. Ook verschillende dorpskernen zijn kansrijk voor de ontwikkeling van warmtenetten. Er lijken echter onvoldoende warmtebronnen te zijn om in de volledige warmtevraag te kunnen voorzien. In en rond onze regio blijken 5 fabrieken, rioolwaterzuiveringsinstallaties en afvalverwerkers in staat om in 2030 warmte te leveren voor de verwarming van een deel van onze huizen en gebouwen. Bij deze restwarmtebronnen kan schaarste ontstaan tussen verschillende warmtevragers uit de regio. Dit wordt echter pas duidelijk als alle gemeenten hun transitievisie warmte hebben opgeleverd.
Op RES-niveau wordt het structurele gesprek met betrokken partijen rondom deze warmteclusters gevoerd. Dit heeft als doel om te zoeken naar de meest efficiënte inzet van deze bovenlokale warmtebronnen tegen de laagst maatschappelijke kosten en om tijdig kansen en knelpunten te signaleren. Arnhem neemt deel aan het gesprek over warmte in de cluster rond de afvalverbranding AVR en rioolwaterzuivering RWZI in Duiven om hier de komende jaren, richting RES 2.0, afspraken te maken over het verdelingsvraagstuk van warmte binnen dit cluster.
AVR en warmte-concessiehouder Vattenfall besteden aandacht aan de verdere verduurzaming van de bestaande warmtebron, het uitfaseren van afvalverbranding en het overschakelen op duurzame bronnen. Zo heeft Vattenfall de ambitie om binnen één generatie fossielvrij te worden en AVR om de grootste waterstofproducent van de regio te worden. 1.2 Dit bod ligt grotendeels in lijn met de doelen en inspanningen uit het programma New energy made in Arnhem 2020-2030 op het gebied van grootschalige elektriciteitsopwekking. Zon op dak In het programma New energy made in Arnhem 2020-2030 zijn doelstellingen voor zon op dak in de gebouwde omgeving (250.000 panelen) en op bedrijfsdaken (75.000) beschreven. De ambitie voor zonnepanelen op grote daken (bedrijven, maar ook van bijvoorbeeld maatschappelijke instellingen en gemeentelijk vastgoed) vallen in het RES bod onder 'zon op dak'. Hier wordt uitgegaan van het benutten van 25% van alle geschikte grote daken (waarop meer dan 60 zonnepanelen passen) voor zonnepanelen. Dit betekent voor Arnhem ruim 208.000 zonnepanelen op grote daken. In het programma NemiA is een doelstelling van 75.000 zonnepanelen op bedrijfsdaken vastgesteld. In dit doel zijn de grote daken van publieke gebouwen niet mee geteld, want die vallen onder de doelstelling 250.000 zonnepanelen in gebouwde omgeving van het NemiA programma.
Alsnog legt de RES een extra opgave van circa 60.000 zonnepanelen op grote daken bij Arnhem neer. Opwek locaties wind en zon In het RES bod is het grootste deel van de opweklocaties uit het programma NemiA overgenomen, waaronder 4 windturbines bij Koningspleij en een windturbine bij de Drielsedijk. Verder gaat het om zonneveldlocaties Koningspleij noord, Rioolwaterzuivering Drielsedijk, IJsseloord 2, Akzo haven, Gelredome, Openluchtmuseum en een zoekgebied met potentie voor zon rondom Deelen. Het zonneveld bij de Rioolwaterzuivering Drielsedijk telt in het RES bod voor 100% mee, omdat het al gerealiseerd is. De overige Arnhemse projecten, locaties en zoekgebied zon Deelen tellen voor een bepaald percentage mee in het bod, afhankelijk van het stadium van ontwikkeling. 1.3 Het RES bod 1.0 laat een goede ontwikkeling zien in de balans tussen zon en wind Het concept bod van oktober 2020 had een verdeling van 97% opgesteld vermogen zonnevelden en 3% opgesteld vermogen windturbines. Die scheve verhouding zorgt voor erg hoge kosten voor het aanleggen van de infrastructuur zoals kabels en elektriciteitsstations. Deze kosten worden uiteindelijk door de gebruikers betaald, de inwoners dus. Daarom was en blijft het belangrijk om te zoeken naar een betere verdeling van opbrengst uit zon en wind.
Meerdere gemeenteraden wezen hierop toen zij in de zomer van 2020 reactie gaven op het voorlopig concept bod. De ideale verhouding tussen zon en wind met zo min mogelijk impact op het netwerk en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten is 50%-50%. Het RES 1.0 bod heeft al een betere verhouding tussen zon en wind (in vermogen 89% - 11%). Deze is echter nog verre van ideaal. Daarom wordt gezocht naar meer locaties voor windmolens, ook omdat windmolens veel minder ruimte innemen in het landschap (1 grote windmolen van 5,6 MWh
wekt evenveel elektriciteit op als 18 ha zonneveld) en de grond onder een windmolen beschikbaar blijft voor andere doeleinden zoals recreatie, natuur of landbouw. In de RES zijn 6 nieuwe verkenningsgebieden voor wind in beeld gebracht. Deze tellen nog niet mee in het bod van 1,62 TWh, omdat ze nog onvoldoende zijn uitgewerkt en nog niet lokaal met de gemeenteraden en omgeving zijn besproken. Ze worden in de loop naar RES 2.0 verder onderzocht en uitgewerkt. Geen van deze verkenningsgebieden ligt binnen de gemeentegrenzen van Arnhem. 1.4 In de RES 1.0 zijn 28 afspraken voor de toekomst gemaakt. In de RES 1.0 zijn 28 afspraken opgenomen over samenwerking, onderlinge solidariteit, doorwerking in omgevingsinstrumentarium, participatie, een optimaal warmtesysteem en ruimtelijke afspraken die richting geven aan locatiekeuzes voor zon- en windprojecten. De afspraken vormen een aanvulling op de uitgangspunten van de Startnotitie. De afspraken zijn nu vaak nog geen onderdeel van het beleid van de gemeenten, waterschappen en provincie. In de periode tussen de RES 1.0 (2021) en de vaststelling van RES 2.0 (2023) zullen de afspraken in de praktijk worden toegepast en waar nodig bijgesteld of uitgebreid, en steviger juridisch worden verankerd.
Kanttekeningen en risico's 1.1 Wanneer raden/staten/AB niet instemmen met de RES 1.0 zal dit worden gemeld bij indiening van het bod bij het Nationaal Programma RES (NPRES) en PBL. Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal proces. In de startnotitie, zoals door alle volksvertegenwoordigers is vastgesteld, zijn afspraken vastgelegd over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die worden gehanteerd. Voor het besluitvormingstraject is hierin opgenomen dat consensus uitgangspunt is. Wanneer een overheidspartner zich niet kan scharen achter het bod RES 1.0 zal hiervan - bij het aanbieden van de RES 1.0 aan het NPRES en PBL - aantekening worden gemaakt onder opgave van redenen. 1.2 Amendementen en moties van de raad hebben alleen betrekking op het besluit van de eigen gemeente. Besluiten van de volksvertegenwoordigers (raden/staten/AB) hebben betrekking op hun eigen organisatie. Als het besluit over het bod RES 1.0 wordt geamendeerd, dan geldt dit dus alleen voor de organisatie die het besluit neemt. Wel wordt hiervan een aantekening gemaakt bij het indienen van het bod RES 1.0 bij het NPRES en PBL. 1.3 De RES 1.0 heeft op zichzelf geen juridische status. De RES is een politiek-bestuurlijk document, niet juridisch bindend voor derden.
De ruimtelijke consequenties en afspraken uit de RES moeten worden verankerd in het omgevingsbeleid (omgevingsvisie, omgevingsprogramma's, omgevingsplan en omgevingsvergunningen) van de deelnemende overheidsorganisaties om ook bindend te worden voor derden. Zo wordt stapsgewijs de juridische status verankerd.
1.4 Arnhem is voor het behalen van haar doelstellingen afhankelijk van de regio. De realisatie van de opgave is binnen de regio niet gelijkwaardig over de gemeenten verdeeld. Niet alle gemeenten hebben evenveel mogelijkheden voor grootschalige opwek, waaronder Arnhem. In het programmaplan New energy made in Arnhem 2020-2030 is aangegeven dat naast alle benoemde acties nog 26% van de CO2-reductie (246 kT CO2) niet binnen onze eigen grenzen gerealiseerd kan worden. En dat we binnen de RES onderzoeken of dit deel binnen de regio gerealiseerd kan worden. Dit komt doordat we een gemeente zijn met een stedelijk karakter en een beperkte beschikbare ruimte in het buitengebied. Binnen de RES bekijken we de mogelijkheden om de niet evenredige lastenverdeling als gevolg van de duurzame energieproductie te compenseren. Met het voorliggende RES bod kan het gewenste deel van de Arnhemse opgave nog niet worden gerealiseerd. Dit komt mede doordat het bod uitgaat van een lagere CO2-reductie (49%) dan het programmaplan NemiA (55%) in 2030 en doordat regiogemeenten vooralsnog in het bod sterk inzetten vanuit de eigen lokale mogelijkheden en draagvlak voor projecten. Op basis van de voortgang van het programma NemiA, het vervolg van de RES en landelijke maatregelen, kan dit mogelijk leiden tot extra inspanningen binnen Arnhem.
Participatie In hoofdstuk 5.2 van de bestuurlijke samenvatting RES (zie bijlage) is beschreven hoe inwoners en stakeholders zijn betrokken bij het RES proces, en welke verschuivingen plaatsvinden op de treden van de participatieladder richting RES 2.0. In dit hoofdstuk staan ook de afspraken benoemd over participatie. Procesparticipatie Het RES-proces is vanaf de start gestoeld op het principe ‘van, voor en door de regio’. Deze RES is van zestien gemeenten, drie waterschappen en provincie Gelderland. De plannen zijn ontwikkeld en ontworpen samen met ruim 450 stakeholders, waaronder energiecoöperaties, initiatiefnemers, natuuren landbouworganisaties, jongerenorganisaties en inwonersorganisaties (o.a. wijkverenigingen) . Onderzoeksbureau Kantar heeft een draagvlakonderzoek uitgevoerd onder de inwoners van de regio Arnhem Nijmegen, over de kennis en houding van de inwoners van de regio ten aanzien van eigen / lokale duurzaamheidsinitiatieven, hoe zij aankijken tegen grootschalige energieopwek-initiatieven in de regio en welke stappen er mogelijk zijn om draagvlak te creëren. De resultaten staan hier, onder enquêtes. De zoekgebieden in de RES 1.0 komen voort uit lokale trajecten waarin verschillende gemeenten de afgelopen jaren hun inwoners hebben betrokken.
Voor een aantal gemeenten geldt dat het lokale proces om te komen tot beleid voor wind en zon, en de daarbij horende projectparticipatie, nog loopt en besluitvorming nog moet plaatsvinden. Inwoners dachten mee over het duurzaamheidsbeleid van de gemeente in het algemeen of specifiek over het beleid rond wind- en zonprojecten. De gemeenten nodigden hen uit hun ideeën te delen over de randvoorwaarden, locaties en de wijze waarop projecten in het landschap in te passen zijn. Dit gebeurde onder andere via bijeenkomsten en burgerpanels.
Participatietafel Voor het betrekken van inwoners en maatschappelijke organisaties is een ‘participatietafel’ opgezet. Deelnemers aan deze tafel zijn afkomstig van onder andere inwonersorganisaties, energiecoöperaties, GNMF, ontwikkelaars en natuur- en landbouworganisaties. Ook Jong RES Nederland neemt deel aan de participatietafel. Zij denken mee en adviseren over participatie in de brede zin van het woord en delen hun kennis en inzichten over de belangen en motieven. De participatietafel zal zich ontwikkelen en blijven adviseren zolang nodig. Projectparticipatie, financiële participatie en lokaal eigendom Vanaf nu verschuift de focus van de zoekgebieden naar de locaties en projecten. Bij zoekgebieden gaat het over gebieden waar projecten kunnen komen, in de uitvoering nu gaat het steeds vaker over specifieke locaties waar projecten ontwikkeld gaan worden. Daar worden inwoners natuurlijk opnieuw en nog veel intensiever dan voorheen bij betrokken. Gemeenten nodigen inwoners uit om mee te praten over de uitvoering van de plannen uit de RES. De gemeenten van Regio Arnhem Nijmegen streven daarbij naar financiële participatie en minimaal 50% lokaal eigendom. Financiën Aan dit besluit zijn geen directe financiële consequenties verbonden. Door het Rijk is een decentralisatie-uitkering toegekend, welke voldoende is tot moment van vaststelling.
Uitvoeringslasten Het realiseren van de energietransitie binnen de gemeente Arnhem en hiermee ook de uitvoering van de RES ambities lopen via het programma New energy made in Arnhem 2020-2030 en de daarvoor gereserveerde formatie en middelen. Voortvloeiend uit het Klimaatakkoord krijgen gemeenten, provincies en waterschappen er extra nieuwe taken bij, met bijhorende extra lasten in de bestuurlijke en ambtelijke uitvoering. Om beter inzicht te krijgen in de impact van de uitvoering van het akkoord, hebben het Rijk en decentrale overheden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd. In zijn onderzoek concludeert de ROB onder andere dat de uitvoeringslasten voor gemeenten in 2022 €450 miljoen bedragen en deze oplopen tot € 599 miljoen in 2024. Voor G40 gemeenten wordt hierbij rekening gehouden met 39 – 43 extra fte. Los hiervan worden er substantiële extra materiële kosten voorzien, vooral voor technisch onderzoek. De Raad adviseert de kosten voor gemeenten en provincies in de periode 2022-2024 te bekostigen via een brede doeluitkering. Daarbij hebben decentrale overheden de beleidsvrijheid om zelf te bepalen wat de meest kosteneffectieve maatregelen zijn voor hun inwoners en hoeven ze niet te gedetailleerd verantwoording af te leggen over de besteding van dit bedrag.
Wat dit betekent en hoe de kosten worden opgevangen zal naar verwachting onderwerp zijn van de kabinetsformatie. Overbruggingsfinanciering Zoals hierboven beschreven is het nodig om voor de volgende stap in de RES financiering van het Rijk te krijgen. De verwachting is dat het Rijk voor 2022 en de jaren erna (opnieuw) middelen zal uitkeren voor de taken van het Klimaatakkoord, waaronder voor het RES proces. De hoogte hiervan en het tijdstip van uitkeren is echter nog niet bekend.
De werkorganisatie RES zal een begroting opstellen voor het traject naar RES 2.0 vanaf 1 juli 2021 tot 1 juli 2023. Het is nu nog niet duidelijk of, en zo ja hoeveel middelen het Rijk beschikbaar stelt aan gemeenten voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Om de werkorganisatie RES op waakvlamniveau in stand te houden tot het moment dat meer duidelijkheid is over toekenning van rijksmiddelen, zullen mogelijk van de gemeenten (voorfinancierings)middelen gevraagd worden via de GR Groene Metropoolregio, opgave Circulaire regio. Deze zullen worden gedekt uit de structurele middelen New energy made in Arnhem. Als er geen structurele middelen van het Rijk komen, zal heroverweging plaatsvinden. Uitvoering Planning Om de RES 1.0 op uiterlijk 1 juli 2021 in te kunnen dienen bij het NPRES en PBL dienen de volksvertegenwoordigers (raden, staten en AB leden) uiterlijk 15 juni 2021 een besluit te nemen over de RES 1.0. Dit besluit dient aan de werkorganisatie te worden teruggekoppeld, inclusief de eventuele reacties (moties en amendementen) op de RES 1.0. De werkorganisatie verzamelt de reacties van alle raden, staten en AB leden op het bod RES 1.0 in een oplegnotitie. Deze notitie wordt samen met het bod RES 1.0 ingediend bij het NPRES en PBL. Beantwoording en verwerking van de reacties vindt plaats in het proces richting RES 2.0.
Samenwerking in de Groene Metropoolregio Het proces van de regionale energiestrategie houdt met de vaststelling van de RES 1.0 op 1 juli 2021 niet op en loopt direct door richting het ontwikkelen van RES 2.0. Daarom is het belangrijk dat de samenwerking na 1 juli wordt voortgezet. Dit gebeurt onder de GR Groene Metropoolregio, opgave Circulaire regio. Samen worden de volgende stappen gezet op weg naar de uitwerking van het RES bod 2.0, 3.0 en verder – en dus op weg naar een CO2 neutrale regio. Ook de verdeling van de realisatie van de opgave binnen de regio zal in het proces RES 2.0 verder worden uitgewerkt. Er zal hierbij naar mogelijkheden worden gezocht om de lusten en de lasten onderling te compenseren. Monitoring New energy made in Arnhem De uitvoering van de RES ambities binnen Arnhem verloopt via het programma New energy made in Arnhem 2020-2030. Het college zal de raad in 2021 informeren over de stand van zaken op de doelen en inspanningen van dit programma met een eerste monitoringsrapportage. Relatie met transitievisie warmte (TVW) De regionale structuur warmte (RSW) in de RES en de verdeling van de duurzame warmte van bovenlokale bronnen heeft een directe relatie met de (nog vast te stellen) transitievisies warmte per gemeente. Het college zal de Arnhemse transitievisie warmte eind 2021 ter besluitvorming aan de raad voorleggen.
Verankering in instrumentarium Omgevingswet De ruimtelijke afspraken uit de RES zullen verder uitgewerkt worden richting RES 2.0 en per deelnemende overheidsorganisatie geborgd moeten gaan worden in het instrumentarium van de Omgevingswet. De eerste stap hierin is de Arnhemse omgevingsvisie, die eind 2021 in ontwerp aan de raad wordt voorgelegd. Daarnaast zal de RES doorwerking hebben op de nog op te stellen omgevingsprogramma's en het omgevingsplan.
In RES-verband wordt de strategie over de inzet van een milieueffectrapportage over de RES nog bepaald. Communicatie Op 8 maart 2021 is een persbericht uitgegaan bij het aanbieden van de RES 1.0 aan alle colleges. Daarna zijn enkele persgesprekken gevoerd. Alle informatie over het RES bod is sinds 8 maart hier beschikbaar. Alle stakeholders en betrokkenen zijn op 10 maart geïnformeerd in een digitale bijeenkomst. Naast de hierboven genoemde participatietafel verloopt de communicatie voorts via het door de raad vastgestelde NemiA 2020 – 2030 programma, in het bijzonder via de ‘Arnhem Aan’ communicatie- en campagnelijn en via de wijkgesprekken. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Regionale energiestrategie (RES) 1.0 Arnhem Nijmegen Reactienota bij RES 1.0 Wensen en bedenkingen + antwoorden Link naar Storymap RES Arnhem Nijmegen Ter inzage stukken voor gemeenteraad Link naar Netimpactanalyse van Liander Link naar Feiten en argumentenboekje Link naar FAQ RES Regio Arnhem Nijmegen Link naar Videopresentaties
Besluit van Zaaknummer
552475
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 maart 2021, nummer: 552475; gelet op artikel 108 van de Gemeentewet, in relatie tot het Nationaal Klimaatakkoord; besluit: 1. De regionale energiestrategie Arnhem Nijmegen (RES) 1.0 vast te stellen.
De griffier,
De voorzitter,