Raadsvoorstel 'Referendumverordening gemeente Arnhem'
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL RAADSVOOORSTEL
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4380277
Onderwerp:
Referendumverordening gemeente Arnhem
Kernboodschap De gemeente Arnhem stelt een referendumcommissie in om onafhankelijk en neutraal advies te geven over referenda in Arnhem. Hiervoor wordt de referendumverordening aangepast. De nieuwe commissie brengt in 2025 een advies uit over de manier waarop de verordening verder kan worden vernieuwd. Voorstel 1. Een referendumcommissie in te stellen; 2. De referendumcommissie opdracht te geven om uiterlijk 31 december 2025 advies uit te brengen over verdere hervorming van de verordening, waarbij raadsleden en inwoners actief worden betrokken en input kunnen geven; 3. De Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2025 vast te stellen waarin de referendumcommissie is opgenomen en waarin enkele punten zijn aangepast naar de actuele situatie. Inleiding De gemeente Arnhem kent al jaren een referendumverordening. De huidige verordening is vastgesteld in 2015. Sindsdien zijn er twee referenda geweest, in 2016 over Stadsblokken Meinerswijk en in 2021 over afval. In 2017 is de huidige verordening geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie hebben toen niet geleid tot aanpassing van de verordening. Tegelijkertijd is er behoefte aan aanscherping van de verordening en heeft het college in 2023, in reactie op raadsvragen, aangekondigd om hiervoor een voorstel naar de raad te sturen.
In februari 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden over de referendumverordening, met het referendum van 2021 als vertrekpunt. Aan dit gesprek namen enkele personen deel die dicht betrokken waren bij de organisatie van het betreffende referendum, een externe deskundige op het gebied van referenda en het huidig hoofd van de afdeling Burgerzaken. Zowel in de evaluatie uit 2017 als in het gesprek begin 2024 zijn verschillende onderdelen in de huidige verordening benoemd die aangepast of aangevuld kunnen worden. Het meest nadrukkelijk
RAADSVOORSTEL komt daarin de referendumcommissie naar voren; een partij die de gemeenteraad en het college adviezen geeft over de uitvoering van het referendum. De referendumcommissie kan worden gezien als een instrument dat meer duidelijkheid en rust in het proces brengt en dat daarmee een waardevolle aanvulling kan zijn ten opzichte van de huidige situatie. Beoogd effect Een correct en soepel verloop van referenda in Arnhem. Argumenten 1.1
Een referendumcommissie bewaakt de uitvoering van de referendumverordening. Binnen de context van een referendum is het belangrijk om proces en inhoud te scheiden. Dat is van belang voor: - het vertrouwen van inwoners in de overheid; burgers moeten kunnen vertrouwen op een proces in de organisatie van een referendum dat niet is beïnvloed door inhoudelijke standpunten van enige belanghebbende; - besluitvorming. Een referendum is per definitie politiek gevoelig. Betrokkenen, zowel binnen als buiten de politiek, dragen hun standpunten uit. Elk besluit dat binnen die context genomen moet worden, kan politiek geïnterpreteerd worden, wat de daadwerkelijke besluitvorming kan bemoeilijken. Daarom is aan de referendumcommissie de taak toebedeeld om vanuit de binnen de commissie aanwezige kennis, expertise en ervaring, de raad te adviseren over de referendumvraag. De taak van de referendumcommissie is om toe te zien op een gedegen procesgang en hierover adviezen te geven. De commissie bestaat uit vijf leden. Van de commissieleden wordt een onpartijdige houding verwacht. Daarom is in de verordening opgenomen dat de leden geen deel mogen uitmaken van, of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen (gemeenteraad, college van B&W, burgemeester) van de gemeente.
Dit geldt in de breedste zin van het woord, dus ook voor bijvoorbeeld fractievolgers en voor ambtenaren die werkzaam zijn voor de gemeente Arnhem. Daarnaast worden leden (mede) geworven op basis van kennis en ervaring op onder andere bestuurskundig, juridisch en communicatief vlak.
1.2
Een referendumcommissie draagt bij aan een duidelijke, objectieve vraagstelling. Voor een goede werking van een referendum is het van groot belang dat de vraag duidelijk en neutraal is. Inwoners moeten de vraag makkelijk kunnen begrijpen en snappen waar ze mee in- of tegenstemmen. In de huidige verordening is de vraagstelling als volgt ‘Steunt u het voorgenomen raadsbesluit?’ gevolgd door de titel van het raadsvoorstel. Dit kan leiden tot een onduidelijke vraag. De referendumcommissie krijgt daarom de taak om advies uit te brengen over de vraagstelling, die vervolgens door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Bij de werving van de leden van de referendumcommissie wordt gevraagd naar competenties en ervaring op communicatief vlak.
RAADSVOORSTEL 2.1
Er zijn diverse mogelijkheden voor inrichting van een referendum die verkend kunnen worden. Dit voorstel is gericht op het instellen van een referendumcommissie. Zowel uit de evaluatie in 2017 als het groepsgesprek in februari 2024 komen ook andere onderdelen naar voren die aangepast zouden kunnen worden. Zoals het verstrekken van subsidies voor campagnes rond het referendum, het verlagen van de leeftijd voor kiesgerechtigden of een uitbreiding van mogelijkheden waarop inwoners hun mening kunnen geven in een referendum. Om tot dergelijke keuzes te komen, is een uitgebreidere verkenning nodig. Van de referendumcommissie wordt verwacht dat zij hiervoor actief inwoners betrekken. Ook raadsleden die ideeën hebben over verdere vernieuwing van de verordening worden in dit traject uitgenodigd om deze in te brengen.
2.2
De commissie kan hiermee zelf ook inbreng leveren op de verordening. Zolang er geen referendumverzoek wordt ingediend, kan een referendumcommissie slapend zijn. Maar een referendumcommissie kan op elk moment gevraagd en ongevraagd advies geven. Ook over de referendumverordening. Door de nieuw aan te stellen commissie expliciet opdracht te geven om hier advies over uit te brengen, krijgt zij direct de mogelijkheid om hier vanuit haar rol en expertise inbreng op te leveren.
3.1
Met de verordening wordt de juridische basis voor de commissie vastgelegd. De referendumverordening is het kader waarbinnen het referendum georganiseerd wordt. Om een referendumcommissie in te stellen is het dan ook nodig om dit in de verordening op te nemen, en daarbij de rollen en taken van de commissie te benoemen.
3.2
De huidige verordening sluit op sommige punten niet aan op huidige wetgeving of gebruikte termen. In 2015 is de referendumverordening voor het laatst gewijzigd. Daarin staan verwijzingen naar de Wet raadgevend referendum, welke is vervallen in 2018. Ook staan er namen en termen in die inmiddels zijn gewijzigd, zoals de Politieke Maandag. Het opnemen van een referendumcommissie in de verordening biedt de gelegenheid om ook deze verouderde termen en verwijzingen te actualiseren. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen.
Kanttekeningen en risico's 1.1
Deze aanpak duurt langer en vraagt twee keer om een raadsbehandeling. De voorgestelde werkwijze om de verordening aan te passen, gaat uit van twee stappen. Eerst het opnemen van de referendumcommissie, en daarna mogelijk (afhankelijk van de uitkomst van het advies van de commissie) verdere inhoudelijke aanpassingen. Dat kost daardoor meer tijd en twee keer een behandeling door de raad. Deze getrapte aanpak is nodig wanneer we de referendumcommissie een rol willen geven in
RAADSVOORSTEL de verdere ontwikkeling van de referendumverordening. Want een referendumcommissie kan pas starten nadat de raad hiertoe heeft besloten. 1.2
Het verkiezingsbudget is niet berekend op een referendumcommissie. In de jaarlijkse begroting is een budget van € 442.076 opgenomen voor verkiezingen. Dit is gebaseerd op de kosten voor het organiseren van één verkiezing per jaar. In de berekening is geen rekening gehouden met de kosten voor een referendumcommissie. Een referendum vindt incidenteel plaats. Doet deze situatie zich voor, dan zal hiervoor op dat moment dekking gezocht moeten worden. Zoals dat ook geldt voor de overige kosten die gepaard gaan met het organiseren van het referendum.
Participatie De voorgestelde aanpassing van de verordening is gebaseerd op de uitkomsten van de evaluatie in 2017 en het groepsgesprek begin 2024. Hier hebben in beide gevallen in beperkte mate interne en externe betrokken aan deelgenomen. Voor de verdere inhoudelijke aanpassing van de verordening wordt een uitgebreider traject voorgesteld waar ook inwoners en raadsleden nadrukkelijk de mogelijkheid krijgen om inbreng te leveren. Financiën Het benodigd budget wordt voor 2025 geraamd op € 22.500,-. Dit bestaat uit: a) € 7.500,- vergoeding voor commissieleden b) € 15.000,- werkbudget Ad a: De leden van de referendumcommissie ontvangen ieder een vastgestelde vergoeding per bijgewoonde vergadering. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op hetgeen is bepaald in het ‘Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers’, artikel 3.4.1. De vergoeding bedraagt in 2025 € 162,24 per bijgewoonde vergadering. Commissieleden ontvangen ook een reiskostenvergoeding. In 2025 rekenen we op maximaal acht vergaderingen. Ad b: Omdat de referendumcommissie wordt gevraagd om uiterlijk 31 december 2025 een advies te geven en daar externe partijen bij te betrekken, is voor het eerste jaar een werkbudget opgenomen. Hiermee kunnen o.a. bijeenkomsten georganiseerd worden. De kosten voor de referendumcommissie worden gedekt uit het verkiezingsbudget 2025.
Omdat er geen verkiezingen gepland zijn in 2025 is er ruimte in het jaarlijkse budget om de kosten voor de referendumcommissie in dat jaar te dekken.
RAADSVOORSTEL
Uitvoering De vastgestelde verordening wordt gepubliceerd op overheid.nl. Werving en selectie De referendumcommissie wordt geworven door middel van een openbare wervingsprocedure. In de selectieprocedure wordt nadruk gelegd op de neutrale rol die een referendumcommissie heeft. Hierbij wordt onder andere gekeken naar competenties van kandidaat-leden. Gedacht kan worden aan competenties zoals integriteit, kritisch denken, goed kunnen luisteren, objectieve oordeelsvorming en zorgvuldigheid. Daarnaast worden leden (mede) geworven op basis van kennis en ervaring op onder andere bestuurskundig, juridisch en communicatief vlak. Verder wordt rekening gehouden met de gewenste diversiteit in de samenstelling van de commissie. De selectiecommissie zal bestaan uit de vicevoorzitter van de gemeenteraad, de griffier, een juridisch adviseur en een recruiter vanuit P&O. De vicevoorzitter van de gemeenteraad treedt op als voorzitter van de selectiecommissie. Benoeming De selectiecommissie stelt een gemotiveerde aanbeveling op van kandidaten. De leden van de referendumcommissie worden, op voordracht van het college, benoemd door de gemeenteraad. De kandidaten leggen de eed of belofte af. Communicatie De communicatie richt zich op de werving van de commissieleden. Hiervoor gebruiken we de reguliere kanalen zoals Werken in Arnhem, Werken in Gelderland en onze sociale media kanalen.
Daarnaast zetten we op basis van het functieprofiel gerichte wervingsacties op om potentiële kandidaten te bereiken.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − Ontwerpbesluit, inclusief Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2025 (aangehecht) − Overzicht van voorgestelde wijzigingen in de referendumverordening (‘was-wordt-lijst’) − Evaluatie referendumverordening 2017
RAADSVOORSTEL
Besluit van Zaaknummer
4380277
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 februari 2025; gelet op de artikelen 108, 147, 149 en 154 van de Gemeentewet; besluit: 1. Een referendumcommissie in te stellen; 2. De referendumcommissie opdracht te geven om uiterlijk 31 december 2025 advies uit te brengen over verdere hervorming van de verordening, waarbij raadsleden en inwoners actief worden betrokken en input kunnen geven. 3. Vast te stellen de
REFERENDUMVERORDENING VOOR DE GEMEENTE ARNHEM 2025, inclusief daarbij behorende bijlage: Toelichting
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. kiezer: de kiesgerechtigde bedoeld in artikel 2 b. referendum: een raadgevende volksstemming, waarbij de kiezers zich uitspreken over een voorgenomen besluit dat aan de raad ter besluitvorming is voorgelegd; c. raad: de raad van de gemeente Arnhem; d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem; e. centraal stembureau: het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad
Artikel 2 1. Kiesgerechtigd voor het referendum zijn diegenen die op grond van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad. 2. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor het kiesrecht is voldaan, is de toestand op de vierenveertigste dag voor de dag van stemming bepalend. Het vereiste van het hebben bereikt van de achttienjarige leeftijd wordt beoordeeld naar de toestand op de dag van de stemming. 3. De registratie van de kiesgerechtigdheid voor de verkiezingen van de raad geldt tevens als registratie van de kiesgerechtigdheid voor een referendum op basis van deze verordening.
RAADSVOORSTEL Artikel 3 Een referendum wordt gehouden onder de kiezers van het gehele grondgebied van de gemeente Arnhem. REFERENDUMCOMMISSIE Artikel 3a. Referendumcommissie 1. De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in. 2. De raad benoemt, op voordracht van het college, een voorzitter en vier leden. 3. De commissie wordt ondersteund door ambtenaren van de gemeente Arnhem die werken onder verantwoordelijkheid van de griffier van de raad. De griffier of een van de op de griffie werkzame raadsadviseurs treedt op als secretaris van de commissie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De voorzitter en de overige leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen één maal worden herbenoemd. Artikel 3b. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. De raad te adviseren over: i. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 4, tweede lid, ii. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure b. het centraal stembureau te adviseren over: i. de datum van het te houden referendum c. het college te adviseren over: i. de stembiljetten en ii. de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum d.
toezicht te houden op: i. de uitvoering van deze verordening, en ii. het objectieve en neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; iii. de campagnes en activiteiten die worden gehouden voor een raadgevend referendum e. klachten te behandelen in het kader van haar toezichttaak. De commissie toetst daarbij of de voorlichting aan de eisen van objectiviteit en de campagnevoering en activiteiten aan de eisen van fair play voldoen. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie kan besluiten in beslotenheid te vergaderen als het openbaar belang dat verlangt. 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. De referendumcommissie kan adviseren om het advies (gedeeltelijk) niet te openbaren indien het openbaar belang zich daartegen verzet.. ONDERWERP Artikel 4 1. Alleen een onderwerp, waarover de raad bevoegd is te beslissen, kan onderwerp van een referendum zijn. 2. De volgende conceptbesluiten kunnen géén onderwerp van een referendum zijn: a. besluiten over voorstellen inzake individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen;
RAADSVOORSTEL b. besluiten in het kader van deze verordening; c. besluiten over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; d. besluiten die onderworpen zijn aan c.q. onderdeel uitmaken van een wettelijk geregelde procedure en waarbij die procedure zich niet verdraagt met het (inlassen van een) referendum; e. besluiten ten aanzien waarvan een referendum is gehouden; f. besluiten met een spoedeisend karakter; g. besluiten over bij de raad ingediende bezwaarschriften
INITIATIEF EN BESLISSING Artikel 5 Inleidend verzoek 1. Kiezers kunnen bij de raad op een daarvoor door het college vastgesteld formulier een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum. 2. Dit verzoek moet worden ondersteund door ten minste 750 kiezers. Voor de beoordeling in het kader van dit artikel of aan de vereisten voor het kiesrecht is voldaan, is bepalend of dit op het tijdstip van de vergadering bedoeld in het vierde lid het geval is. 3. Het verzoek moet vergezeld gaan van een handtekening van elke kiezer die het verzoek ondersteunt met een opgave van zijn of haar naam, geboortedatum, adres en woonplaats. 4. Het verzoek vermeldt om welk voorgenomen besluit het gaat en moet bij de voorzitter van de raad worden ingediend ten minste drie werkdagen voor de vergadering van de raad waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd. 5. Wanneer de raad in zijn in het vierde lid bedoelde vergadering oordeelt dat het verzoek door ten minste het voorgeschreven aantal kiezers is ondersteund en het onderwerp is toegestaan op grond van artikel 4, stelt de raad de kiezers in de gelegenheid een definitief referendumverzoek in te dienen. 6. Het college maakt het raadsbesluit, bedoeld in het vijfde lid, zo spoedig mogelijk openbaar. 7.
In de gevallen bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt het raadsvoorstel waarop het inleidende verzoek betrekking heeft op de gebruikelijke wijze behandeld, met dien verstande dat het conceptbesluit zoals dat luidt na verwerking van door de raad vastgestelde amendementen, niet in stemming wordt gebracht maar wordt aangehouden. De raadsleden worden nadat over de amendementen is gestemd in de gelegenheid gesteld in de raadsvergadering een stemverklaring als bedoeld in artikel 33 van het Reglement van Orde voor de Politieke Avond van de gemeente Arnhem 2024 af te leggen met betrekking tot het conceptbesluit zoals dat luidt na verwerking van door de raad vastgestelde amendementen. 8. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid kan ook op elektronische wijze worden ingediend. Het college kan omtrent de wijze van indiening nadere regels vaststellen.
Artikel 6 Definitief verzoek kiezers 1. Een definitief verzoek tot het houden van een referendum moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop de openbaarmaking, bedoeld in artikel 5 zesde lid, heeft plaatsgevonden. 2. Het verzoek, bedoeld in het voorgaande lid, moet worden ondersteund door ten minste 3000 kiezers. Voor de beoordeling, in het kader van dit artikel, of aan de vereisten voor het kiesrecht is voldaan, is bepalend of dit op enig tijdstip binnen de in het eerste lid bedoelde termijn het geval is. 3. Het verzoek moet vergezeld gaan van de handtekening van elke kiezer die het verzoek ondersteunt met een opgave van zijn of haar naam, geboortedatum, adres en woonplaats. 4. De gegevens, genoemd in het vorige lid, dienen te worden ingevuld op door het college vastgestelde lijsten die tijdens de openingstijden van de afdeling Burgerzaken en gedurende de in het eerste lid genoemde termijn beschikbaar zijn in het stadhuis en op één of meer andere, door het college aan te wijzen, locaties. 5. Bij het invullen van de in het derde en vierde lid bedoelde gegevens dient de kiezer zich te legitimeren met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 6. Het centraal stembureau besluit binnen twee weken na afloop van de termijn van zes weken, bedoeld in het eerste lid of het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt
RAADSVOORSTEL toegelaten, stelt dan vast dat een referendum wordt gehouden en stelt hierbij met inachtneming van het volgende lid een datum voor het referendum vast. Het centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek niet wordt toegelaten, indien het aantal afgelegde ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan drieduizend, dan wel het aantal geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan drieduizend. 7. Als dag van de stemming wordt een woensdag aangewezen binnen een periode die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt zes maanden na de dagtekening van het besluit tot het houden van een referendum. Voor de berekening van de termijn van zes maanden wordt de periode van 1 juli tot en met 31 augustus niet meegeteld. Indien binnen de in het eerste volzin van dit lid bedoelde termijn een of meer stemmingen voor een verkiezing op basis van de Kieswet of deze verordening wordt gehouden, wordt als dag van de stemming voor het referendum aangewezen de dag van die stemming, onderscheidenlijk één van die stemmingen. Een stemming voor het referendum vindt niet plaats op de dag dat een verkiezing van de leden van de raad plaatsvindt. 8. De vraagstelling van het referendum luidt: “Steunt u het voorgenomen raadsbesluit?”. De kiezer krijgt daarbij de mogelijkheid te stemmen voor 'ja' of 'nee' of kan een blanco stem uitbrengen.
De raad kan op advies van de referendumcommissie beslissen om een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden en stemprocedure vast te stellen. 9. Het college maakt het besluit tot het houden van een referendum, de datum waarop het referendum wordt gehouden en de vraagstelling van het referendum openbaar bekend. Het college is belast met de verdere bestuurlijke en ambtelijke coördinatie van het referendum. 10. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan ook op elektronische wijze worden ingediend. Het college kan omtrent de wijze van indiening nadere regels vaststellen.
PROCEDURE ROND DE STEMMING EN DE STEMOPNEMING
Artikel 7 1. Iedere kiezer voor het referendum krijgt een afzonderlijke stempas. 2. Het eerste lid geldt ook wanneer sprake is van een combinatie met een verkiezing van de leden van een vertegenwoordigend lichaam of een referendum. 3. Deelname aan het referendum door middel van een volmacht of in een ander stemlokaal dan waarvoor de oproeping geldt, is mogelijk.
Artikel 8 1. Het referendum vindt plaats in de stemlokalen die worden gebruikt voor de verkiezingen van leden van vertegenwoordigende lichamen. 2. Indien geen sprake is van een combinatie van verkiezingen van leden van vertegenwoordigende lichamen kan het college, in afwijking van het eerste lid, een ander aantal stemlokalen aanwijzen. 3. Aan de kiezers voor het referendum wordt een stembiljet uitgereikt. Daarvan wordt aantekening gemaakt in het kiesregister. 4. Het stembiljet vermeldt de vraagstelling, alsmede de daarbij behorende keuzemogelijkheden. 5. Deelname aan het referendum heeft plaats door de voorkeur op het stembiljet kenbaar te maken en deze in de stembus te deponeren. 6. Het stembureau houdt aantekening van het deponeren van het stembiljet in de stembus.
Artikel 9 1. Het stembureau stelt na de sluiting van het stemlokaal vast: a. het aantal stemmen dat voor het voorgenomen besluit is uitgebracht; b. het aantal stemmen dat tegen het voorgenomen besluit is uitgebracht; c. het aantal blanco stemmen;
RAADSVOORSTEL d. de som van de onder a, b en c bedoelde aantallen stemmen, zijnde het aantal geldig uitgebrachte stemmen; e. het aantal ongeldige stemmen. 2. Indien de raad op basis van artikel 6 lid 8 van deze verordening heeft besloten tot een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden of stemprocedure wordt de uitslag in afwijking van het eerste lid vastgesteld volgens de door de raad vastgestelde stemprocedure. 3. Niet of onduidelijk ingevulde stembiljetten worden als ongeldig aangemerkt. 4. Van de uitkomst van de telling wordt een proces-verbaal opgemaakt. 5. Na de telling worden de stembiljetten in verzegelde pakken bewaard.
Artikel 10 Voor zover in deze verordening niet anders is bepaald zijn op de stemming, de stemopneming en de overige organisatie en uitvoering van een referendum de artikelen van de Kieswet die betrekking hebben op de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing.
UITSLAG REFERENDUM EN BESLUITVORMING OVER VOORGENOMEN RAADSBESLUIT
Artikel 11 1. De uitslag van het referendum wordt door het centraal stembureau berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte, geldige stemmen. 2. De uitslag van het referendum wordt door de voorzitter van het centraal stembureau openbaar bekendgemaakt.
Artikel 12 In de eerstvolgende besluitvormende vergadering van de raad nadat de uitslag van het referendum is bekendgemaakt vindt besluitvorming plaats over het aangehouden raadsvoorstel dat aan het referendum werd onderworpen.
STRAF- EN OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 13 Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, wordt gestraft degene die: a. volmachtbewijzen, stembiljetten of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. volmachtbewijzen, stembiljetten of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft; c. volmachtbewijzen, stembiljetten of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden.
RAADSVOORSTEL
SLOTBEPALINGEN Artikel 14 Ingetrokken wordt de Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2015.
Artikel 15 1.
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 16 Deze verordening kan worden aangehaald als Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2025.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van [DATUM]
De griffier,
De voorzitter,
RAADSVOORSTEL
Bijlage
TOELICHTING, behorende bij de referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2025 ALGEMEEN Arnhem kent vanaf 1993 een referendumverordening. Deze is voor het laatst vastgesteld in 2015. In de referendumverordening worden de volgende zaken geregeld: er worden heldere procedures vastgelegd, die voor elk te organiseren referendum kunnen worden toegepast; kiesgerechtigde burgers kunnen het initiatief nemen om aan de raad te verzoeken een referendum te houden. Het gaat hierbij om een raadgevend referendum, voorafgaand aan het nemen van een raadsbesluit. Dat wil zeggen dat de uitslag van een referendum nooit bindend kan zijn voor de raad of in de plaats kan komen van een door de raad te nemen besluit. De uitkomst van het referendum moet dus worden gezien als een voorafgaand advies van de bevolking aan de raad. Ieder raadslid beslist individueel of hij/zij zich gebonden acht aan de uitslag van een referendum. Hij / zij houdt altijd het recht om bij een stemming naar aanleiding van een gehouden referendum zich uit te spreken voor of tegen het voorgenomen besluit. Een referendum kan niet in de plaats komen van de wettelijk voorgeschreven inspraakmogelijkheden. Dat geldt zowel voor de wetten, zoals bijv. op het terrein van de Ruimtelijke ordening en het milieu, maar geldt ook voor de gemeentelijke inspraakverordening.
Naast de in deze verordening beschreven mogelijkheid van een referendum op initiatief van Arnhemse kiezers, bestaat altijd de mogelijkheid dat de raad zelfstandig besluit tot het houden van een referendum. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Algemene toelichting wijzigingen 2025: Voor wijziging van de referendumverordening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Introductie van een referendumcommissie. Redenen hiervoor zijn opgenomen in het raadsvoorstel. • Hierbij aansluitend bij de bepalingen van de VNG-modelverordening uit 2019, volgens het ‘Pas toe of leg uit’-principe. De wijzigingen worden indien zij toelichting behoeven hieronder nader toegelicht, zeker als er een wijziging is ten opzichte van de modelregeling. • Voor het overige alleen noodzakelijke aanpassingen en anderszins zoveel mogelijk de tekst ongemoeid laten. In sommige gevallen zijn door verloop van tijd verwijzingen naar andere regelgeving niet meer actueel, deze verwijzingen zijn dan aangepast.
Artikel 1 In deze verordening gaat het om een raadgevend referendum. Dat wil zeggen een referendum dat niet bindend is voor de raad op initiatief van de kiezers. Het vindt plaats voordat door de raad een definitief besluit is genomen over het voorliggende onderwerp. Na het referendum zal de raad een definitief besluit moeten nemen. Een correctief referendum, waarbij de bevolking een besluit dat de raad al heeft genomen achteraf bindend kan verklaren of verwerpen, is op grond van Grondwet niet mogelijk.
Artikel 2 Voor de kiesgerechtigheid is aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel B 3 van de Kieswet en artikel 18 lid 2 van de Wet raadplegend referendum (Wrr). Degenen die kiesgerechtigd zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn ook kiesgerechtigd voor een gemeentelijk referendum. Dit is herkenbaar voor de burgers en maakt de organisatie van een referendum niet onnodig complex.
RAADSVOORSTEL
Artikel 3 Uitgangspunt is dat een referendum zich niet kan uitstrekken buiten het grondgebied van de gemeente waarin een referendum wordt gehouden en zal worden gehouden onder de kiezers van de hele gemeente.
Artikel 3a Toelichting wijziging 2025 In dit artikel wordt de referendumcommissie geïntroduceerd en beschreven welke taken zij heeft. Daarbij is aansluiting gezocht bij de taken van de referendumcommissie zoals opgenomen in de VNGmodelverordening. Op een viertal punten is een nadere toelichting noodzakelijk. Mbt eerste lid sub a onder ii: Om te bevorderen dat de vraagstelling en daarmee de referendumuitslag zo duidelijk mogelijk is, is bepaald dat de referendumcommissie tot taak heeft de raad te adviseren over de vraagstelling inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure. Mbt eerste lid sub b: in de VNG-modelverordening behoort het tot de taak van de referendumcommissie om (aan de raad) advies uit te brengen over de datum van het te houden referendum. Binnen het Arnhemse referendumproces is het echter de taak van het centraal stembureau om de datum van het referendum vast te stellen. Daarom is hier er voor gekozen om de referendumcommissie op dit punt advies te laten uitbrengen aan het centraal stembureau. Mbt eerste lid sub d onder iii: Dit is een aanvulling op de VNG-modelverordening. Hiervoor is gekozen om de referendumcommissie in positie te brengen zodat zij over de voorlichting, campagnes en activiteiten van alle participanten toezicht kan houden en niet enkel over de voorlichting door de gemeente.
Dit punt is voortgekomen uit de evaluatie van het referendum Meinerswijk in 2016. Mbt leden 3 en 4: In de modelverordening is opgenomen dat referendumcommissie in beslotenheid vergadert. Hier is gekozen voor een formulering in afwijking van de VNG-modelverordening die meer recht doet aan het belang van transparantie dat de gemeente Arnhem voorstaat. Uitgangspunt is dat de referendumcommissie in openbaarheid vergadert en dat de adviezen van de referendumcommissie openbaar zijn. Slechts bij zeer hoge uitzondering kunnen er redenen zijn om hiervan af te wijken. Bijvoorbeeld als openbaarheid ernstig nadeel aan de belangen van particulieren kan veroorzaken. Artikel 4 De besluiten genomen door het college of de burgemeester zijn niet referendabel. Een aantal onderwerpen leent zich naar hun aard niet voor een referendum. Deze zijn in de uitzonderingslijst genoemd. Om te voorkomen dat besluitvorming in een vicieuze cirkel terechtkomt, (zeker wanneer de raad een voorstel afwijst tot het houden van een referendum), zijn besluiten in het kader van deze verordening en besluiten naar aanleiding van een gehouden referendum uitgesloten van een nieuw referendum. Ook besluiten die die onderworpen zijn aan c.q. onderdeel uitmaken van een wettelijk geregelde procedure en waarbij die procedure zich niet verdraagt met het (inlassen van een) referendum zijn niet referendabel.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het vaststellen van de jaarrekening en de begroting; de artikelen 191 en 200 van de Gemeentewet bepalen het moment waarvoor deze dienen te worden vastgesteld door de raad. De raad neemt uiteindelijk steeds een besluit of ten aanzien van een voorgenomen besluit een definitief referendumverzoek kan worden ingediend. Een zorgvuldige afweging is daarbij uiteraard een voorwaarde. Tegen een besluit om indieners niet in de gelegenheid te stellen een definitie referendumverzoek in te dienen staat voor belanghebbenden de mogelijkheid van bezwaar en beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht open. Dit betekent dat de raad een besluit om geen referendum te houden zorgvuldig moet afwegen en motiveren. De raad heeft hierbij overigens beoordelingsvrijheid en de rechter zal terughoudend toetsen.
Artikel 5
RAADSVOORSTEL Kiesgerechtigden kunnen een verzoek bij de raad indienen tot het houden van een referendum. Dit middel biedt de kiezers de mogelijkheid “aan de noodrem te trekken” als er een besluit zal worden genomen, dat in hun ogen verkeerd is. De drempel van 750 kiesgerechtigde inwoners is ongewijzigd overgenomen uit de oude verordening. Dit is een concreet aantal. De andere methode is een promillage van de kiesgerechtigden. Een dergelijke koppeling betekent in de praktijk iedere keer enig rekenwerk en dus een steeds wisselend aantal. In dit artikel is het zogeheten inleidend verzoek geregeld. Ter wille van de uniformiteit en verwerkbaarheid wordt door het college (bevoegdheid artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht) een aanvraagformulier vastgesteld en beschikbaar gesteld. Op basis hiervan wordt het aantal handtekeningen geteld. Door middel van steekproefsgewijze controle kan worden bepaald of het aantal handtekeningen voldoende is. In deze fase is sprake van een “haalsysteem” voor de handtekeningen. De initiatiefnemers kunnen die bij wijze van spreken deur aan deur gaan ophalen. Op het moment dat de raad vaststelt dat aan het ondersteuningsvereiste is voldaan en geen sprake is van een niet referendabel besluit volgt het raadsbesluit waarmee het vervolg in gang wordt gezet. Het raadsbesluit is onderwerpen aan de Algemene wet bestuursrecht.
Dat betekent dat de mogelijkheid van bezwaar en beroep, inclusief een voorlopige voorziening, openstaat. Toelichting wijziging 2025 In het zevende lid wordt verwezen naar het Reglement van Orde voor de Politieke Maandag. De titel van het Reglement van orde is gewijzigd. Aanpassing is daarom aangewezen.
Artikel 6 Nadat de raad besloten heeft dat het inleidende verzoek tot het houden van een referendum wordt gehonoreerd, wordt de gelegenheid geboden een definitief verzoek in te dienen. Hiertoe geldt eveneens een (hogere) vaste drempel. Hier geldt de eis dat betrokkenen “de brengplicht” hebben. Zij dienen zich in het stadhuis en eventueel andere door het college aan te wijzen locaties te vervoegen en zich door middel van een identiteitsbewijs te legitimeren. In dit artikel is opgenomen dat het centraal stembureau beoordeelt of er voldoende ondersteuningsverklaringen voor het definitieve verzoek ontvangen zijn en vervolgens de datum van het referendum vaststelt. Voordeel hiervan is dat het referendumproces nog verder wordt gedepolitiseerd. Voor het landelijk referendum op basis van de Wet raadgevend referendum vervulde de Kiesraad als centraal bureau ook die rol. De Kiesraad had bij het landelijk raadgevend referendum tevens een taak bij het beoordelen van het inleidend verzoek. Omdat echter niet ieder raadsbesluit voor een referendum in aanmerking komt en dit om een beoordeling door de raad zelf vraagt, is een dergelijk rol voor het centraal stembureau bij het inleidend verzoek niet aangewezen. Op het moment dat het centraal stembureau vaststelt dat aan het ondersteuningsvereiste is voldaan volgt het besluit dat een referendum wordt gehouden.
Tegelijkertijd wordt ook de datum van het referendum vastgesteld. Uit oogpunt van kostenbeheersing kan een referendum relatief goedkoop worden gehouden door mee te liften met een volksvertegenwoordigende verkiezing. Het wordt echter niet wenselijk geacht om een referendum samen te laten lopen met een raadsverkiezing. Voor de vaststelling van de datum is aangesloten bij de regeling zoals opgenomen in de artikelen 55 en 56 van de Wrr. Daarnaast verdient het aanbeveling om geen referendum te houden op de woensdag direct voorafgaand aan bijvoorbeeld Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag of Koningsdag (vallend op een donderdag). Als de uitslag op woensdagavond niet compleet kan worden vastgesteld dan is de donderdag in die gevallen niet een werkdag waarop de uitslag kan worden gecompleteerd. Ter overweging is nog om een referendum niet te houden in een periode van de schoolvakanties omdat dan locaties niet beschikbaar kunnen zijn, ook kan een referendum in een dergelijke periode opkomstbelemmerend werken. De uitvoering van het referendum zelf wordt aan het college opgedragen. Hoewel niet strikt noodzakelijk (artikel 160 Gemeentewet belast het college in zijn algemeenheid al met de uitvoering van de raadsbesluiten) is de bepaling ter voorkoming van onduidelijkheid, hier opgenomen. Het besluit om een referendum te houden is onderwerpen aan de Algemene wet bestuursrecht.
Dat betekent dat de mogelijkheid van bezwaar en beroep, inclusief een voorlopige voorziening, openstaat.
RAADSVOORSTEL
Toelichting 2025: In het vierde lid wordt verwezen naar de openingstijden van het Klantcontactcentrum. De naam van de betreffende afdeling is gewijzigd en wordt daarom hier nu aangepast. In het zevende lid is de verwijzing naar de inmiddels vervallen Wet raadgevend referendum verwijderd. In het achtste lid is een aanvulling met betrekking tot de vraagstelling opgenomen. De referendumcommissie kan adviseren om van de vraagstelling ‘Steunt u het voorgenomen besluit?’ af te wijken. Bijvoorbeeld wanneer de vraagstelling daarmee onduidelijk zou worden. Om die reden is aan het negende lid tevens toegevoegd dat de vraagstelling openbaar bekend wordt gemaakt. Voor het overige is vastgehouden aan het uitgangspunt dat zo veel mogelijk de verordening ongewijzigd blijft. Artikel 7 t/m 10 Bij de regels rondom de stemming en de stemopneming wordt aangesloten bij de procedures rondom gemeenteraadsverkiezingen op grond van de Kieswet en referenda op basis van de Wrr. Iedere kiesgerechtigde ontvangt een stempas. Bij een combinatie van referendum met een volksvertegenwoordigende verkiezing worden afzonderlijke stempassen gebruikt. Bij een referendum kan gebruik worden gemaakt van volmachten. Hiervoor gelden de bepalingen van de Kieswet. Een kiezer mag, gelijktijdig met het uitbrengen van zijn eigen stem, maximaal voor twee volmachtgevers uit het eigen kiesdistrict een stem uitbrengen.
Het referendum vindt in beginsel plaats in de gebruikelijke stemlokalen. Het college krijgt de bevoegdheid om bij een referendum dat niet gelijktijdig wordt gehouden met een volksvertegenwoordigende verkiezing, een ander aantal stembureaus aan te wijzen dan gebruikelijk is bij de volksvertegenwoordigende verkiezingen. De achterliggende gedachte is dat een referendumformulier sneller kan worden ingevuld (en geteld) dan de soms omvangrijke stemformulieren die bijvoorbeeld voor de volksvertegenwoordigende verkiezingen worden gebruikt. Ook kan hier uit kostenoogpunt aanleiding toe bestaan. Toelichting 2025 Mbt artikel 9: nieuw lid 2 is ingevoegd (onder vernummering van de oude leden 2, 3 en 4 naar 3, 4 en 5.). Dit is in aansluiting op artikel 6 lid 8 waar is opgenomen dat de raad op advies van de referendumcommissie kan besluiten tot andere antwoordmogelijkheden of stemprocedure (anders dan enkel een ‘ja’ of ‘nee’ of blanco stem). Als de raad beslist tot een andere vraagstelling, antwoordmogelijkheden of stemprocedure wordt de uitslag van het referendum volgens de vastgestelde stemprocedure vastgesteld. Mbt artikel 10: Omdat de Wet raadgevend referendum per 2018 is vervallen, dient de verwijzing daarnaar in deze bepaling te vervallen. De Arnhemse referendumverordening is het laatst in 2015 gewijzigd. De VNG-modelverordening dateert van eind 2019.
Sinds die momenten is de Kieswet verschillende keren gewijzigd. Zodanig dat de verwijzingen naar genoemde bepalingen van de Kieswet niet meer actueel zijn. Hier is gekozen voor een formulering die het meest recht doet aan de gewenste en door inwoners van Arnhem verwachtte situatie dat een referendum qua procedure zo veel mogelijk overeenkomt met een gemeenteraadsverkiezing.
Artikel 11 Anders dan in de Referendumverordening voor de gemeente Arnhem 2005 kent onderhavige verordening geen bepaling ten aanzien van de geldigheid van de uitslag van het referendum. Het is niet passend om naar aanleiding van de opkomst bij het referendum een uitspraak over de geldigheid van die uitslag te doen. Het is aan de raadsleden om de uitslag te waarderen. Op geen enkele wijze is de uitslag van het referendum juridisch bindend voor een raadslid of de raad. De raad kan het oordeel van de kiezers zwaar laten wegen, doch heeft de vrijheid aan andere belangen een groter gewicht toe te kennen. Derhalve is niet alleen geen sprake van een juridische binding van de raad aan de uitslag van het referendum, doch ook niet van een zodanige materiële of politiek binding dat in feite van
RAADSVOORSTEL beslissingsvrijheid van de raad geen sprake meer is. De inhoudelijke besluitvorming over het voorgenomen besluit blijft in handen van de raad.
Artikel 12 In dit artikel is vastgelegd dat de raad in de eerstvolgende vergadering na het referendum een besluit moet nemen over het voorgenomen besluit. Toelichting 2025 Kleine aanpassing van de tekst die in lijn is met de gevolgde procedure bij de vorige referenda in Arnhem waarbij in de eerste besluitvormende vergadering van de gemeenteraad na het referendum over het aangehouden raadsvoorstel besluitvorming plaatsvindt.
Artikel 13 De Kieswet regelt strafbaarstelling van degene die de bepalingen van de Kieswet overtreedt. Deze strafbepalingen gelden niet voor een gemeentelijk referendum. De gemeentelijke wetgever heeft de mogelijkheid om op grond van artikel 154 van de Gemeentewet overtreding van deze verordening strafbaar te stellen. Daartoe is onderhavig artikel opgenomen.
Artikel 14 Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening.
Artikel 15 Hier wordt de inwerkingtreding van deze verordening vastgelegd. In artikel 7 lid 8 en artikel 8 lid 8 is de (juridische) mogelijkheid geïntroduceerd van het op elektronische wijze indienen (en ondersteunen) van het inleidend en definitief referendumverzoek. Om dit feitelijk mogelijk te maken zal eerst een ICT-traject moeten worden doorlopen, onderdeel hiervan zal de vraag moeten zijn of deze wijze van indienen net zo betrouwbaar is als de (meer traditionele) indiening op papier. In de eerste plaats dient vast te staan dat adequate controle kan plaatsvinden van de identiteit van de verzoeker, van zijn kiesgerechtigdheid en van het voorschrift dat één verzoeker niet meer dan één verzoek of verklaring mag indienen per referendum. Toelichting 2025 Op het moment van vaststelling van de vorige verordening was het nog niet mogelijk om op zorgvuldige wijze elektronische indiening van een referendumverzoek te realiseren. Inmiddels is dat, al jaren, wel mogelijk. Daarom is een bijzondere inwerkingtredingsbepaling niet meer nodig.
Artikel 16 Het is gebruikelijk dat een verordening een citeerartikel bevat. Deze bepaling voorziet hierin.