Raadsvoorstel 'Mandaatbesluit mer-beoordelingsbesluit'
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4129411
Onderwerp:
Mandaatbesluit mer-beoordelingsbesluit
Kernboodschap De wetgeving rond de milieueffectrapportage (hierna: mer) is vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangepast. Om de procedure weer in lijn te brengen met de praktijk en daarmee onnodige vertraging te voorkomen, is een mandaatbesluit nodig van de gemeenteraad. Voorstel 1. Vast te stellen het ‘Mandaatbesluit mer-beoordeling Arnhem 2024’ conform bijgevoegd concept-besluit. Inleiding In een mer-beoordeling beoordeelt het bevoegd gezag of de milieugevolgen van een ruimtelijk besluit zo groot zijn dat het noodzakelijk is om een mer op te stellen. Bij een plan (zoals een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan) heet deze beoordeling de ‘plan-mer-beoordeling’ en bij een project (zoals een projectbesluit of omgevingsvergunning, soms ook omgevingsplan) de ‘project-mer-beoordeling’. De wetgeving rond de mer is aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.1 Onder de oude wetgeving was het college bevoegd om o.a. voor een bestemmingsplan een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Onder de Omgevingswet is dit aangepast.
Alleen het bevoegd gezag dat gaat over de vaststelling van het besluit dat nodig is voor het betreffende plan of project, mag een mer-beoordelingsbesluit hierover nemen.2 Het is mogelijk om deze bevoegdheid te mandateren aan het college, indien uw gemeenteraad bevoegd gezag is voor het vaststellen van het besluit Een actueel voorbeeld is de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor de Thorbeckestraat. Hier is een mer-beoordelingsbesluit noodzakelijk. Zonder mandaatbesluit is uw gemeenteraad bevoegd gezag om dit besluit te nemen. Dat was voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet het college. Zonder mandaatbesluit is er dus een extra besluit van uw raad nodig en dat betekent vertraging van de procedure. Daarom is het voorstel om deze bevoegdheid te mandateren aan het college.
1 2
De mer-regelgeving is te vinden in afdeling 16.4 Ow en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Artikel 16.36, vijfde lid resp. 16.43 tweede lid Ow.
Beoogd effect Het college krijgt de bevoegdheid om namens de raad als bevoegd gezag een project- of planmer-beoordeling te doen om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen. Argumenten 1.1 Het college was onder de oude wetgeving bevoegd om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. De procedure voor het vaststellen van een bestemmingsplan ging als volgt. Het college voerde de voorbereidende handelingen uit. Het college is hiertoe bevoegd op grond van artikel 160 van de Gemeentewet. Dit hield in dat het college het besluit nam om het ontwerpbestemmingsplan vrij te geven voor de terinzagelegging en tegelijkertijd – indien nodig – een mer-beoordelingsbesluit nam. Uw gemeenteraad ging uiteindelijk over de vaststelling van het bestemmingsplan. Onder het oude recht stonden de bepalingen over de mer in de Wet milieubeheer. In deze wet stond dat onder ‘bevoegd gezag’ voor het mer-beoordelingsbesluit ook het voorbereidend bestuursorgaan moet worden verstaan. De Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State achtte deze bepaling essentieel om te accepteren dat het college, als voorbereidend bestuursorgaan, bevoegd was om een mer-beoordelingsbesluit te nemen voor een bestemmingsplan. 1.2
Onder de Omgevingswet is een mandaatbesluit nodig om onnodige vertraging in het planproces te voorkomen. Onder de Omgevingswet is niet langer opgenomen dat ook het voorbereidende bestuursorgaan bevoegd is om een mer-beoordelingsbesluit te nemen. In de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet3 wordt ook expliciet aangegeven dat indien een ander bestuursorgaan dan het “bevoegd gezag” verantwoordelijk is voor de voorbereiding van het besluit, dat moet worden geregeld via mandaat. Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geeft hiertoe de mogelijkheid. Ter illustratie een voorbeeld hoe het werkt als het college dit mandaat niet heeft. De procedure voor de wijziging van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) is niet veranderd onder de Omgevingswet. Uw gemeenteraad stelt de wijziging van het omgevingsplan vast. Het college is nog steeds bevoegd om de ontwerpwijziging ter inzage te leggen. Echter, dient het in voorkomend geval een mer-beoordelingsbesluit van de raad bij te voegen en niet langer van het college. Uw gemeenteraad dient dan dus op een eerder moment een besluit te nemen. Een nadeel hiervan is dat dit leidt tot vertraging in planprocedures. Het mer-beoordelingsbesluit beperkt zich alleen tot de ‘aanzienlijke milieueffecten’, dit is een milieutechnische toets. Het is geen besluit over de aanvaardbaarheid van een ontwikkeling. Uw
3
Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 558.
gemeenteraad zal hier uiteindelijk – nadat het plan ter inzage heeft gelegen – een besluit over nemen. Ook dit is een reden om de bevoegdheid te mandateren. 1.3
Het mandaatbesluit dient in samenhang te worden gelezen met het delegatiebesluit. Uw gemeenteraad heeft op 16 februari 2022 een delegatiebesluit genomen waarin u de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen voor aangewezen gevallen met ingang van 1 januari 2024 heeft overgedragen aan het college. Deze bevoegdheid is niet opgenomen in dit mandaatbesluit, maar is te vinden in het delegatiebesluit. Indien het college op basis van het delegatiebesluit bevoegd is om het omgevingsplan te wijzigen, is het college het bevoegde gezag. In die hoedanigheid is het college tevens bevoegd om hierover een merbeoordelingsbesluit te nemen.
1.4
Het mandaatbesluit in relatie tot Mandaat ODRA 2024. Dit mandaatbesluit ziet niet op het nemen van een mer-beoordelingsbesluit bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning. Hiervoor is namelijk niet de raad, maar het college het bevoegde gezag. Het college heeft op 21 november 2023 deze bevoegdheid met ingang van 1 januari 2024 gemandateerd aan de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA).
Kanttekeningen en risico's 1.1
Niet van toepassing.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden. Het betreft een bevoegdheidsverdeling, participatie is daardoor niet benodigd. Financiën Het raadsbesluit heeft geen financiële gevolgen. Uitvoering Het mandaatbesluit treedt in werking de dag na bekendmaking. Communicatie Na vaststelling zal het mandaatbesluit bekend worden gemaakt in het digitale gemeenteblad en op intranet (juridische pagina) worden geplaatst.
Besluit van Zaaknummer
4129411
MANDAATBESLUIT MER-BEOORDELING ARNHEM 2024 DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 april 2024, nummer: 4129411; gelet op: -
het bepaalde in de Gemeentewet, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet; de instemming van het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
BESLUIT: Vast te stellen het ‘Mandaatbesluit mer-beoordeling Arnhem 2024’. Artikel 1. Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: −
− −
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, alsmede de noodzakelijke feitelijke handelingen in het kader van de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering daarvan te verrichten alsmede de ondertekening; raad: de gemeenteraad van de gemeente Arnhem; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem;
Artikel 2. Mandaat aan het college De raad verleent mandaat aan het college voor het nemen van een mer-beoordelingsbesluit zoals bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. Artikel 3. Ondertekening door het college Bij de uitoefening van de in dit besluit gemandateerde bevoegdheden is de ondertekening als volgt: Namens de gemeenteraad van de gemeente Arnhem, <handtekening>
<handtekening>
De secretaris,
De burgemeester,
<naam secretaris>
<naam burgemeester>
Artikel 4. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 5. Citeertitel Dit besluit kan aangehaald worden als: ‘Mandaatbesluit mer-beoordeling Arnhem 2024’. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van (datum). De griffier,
De voorzitter,