CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Introductie deelvervoer in Arnhem en wijziging APV'

Politieke Avond 13 maart 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Introductie deelvervoer in Arnhem en wijziging APV1.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Zaaknummer

Onderwerp:

3996190

Introductie deelvervoer in Arnhem en wijziging APV

Kernboodschap Arnhem wil graag deelvervoer introduceren in de stad op vaste locaties. Dit deelvervoer, bestaande uit elektrische deelauto's, deelscooters, deel bakfietsen en deelfietsen, dient ervoor om het autogebruik te verminderen. Deelvervoer aanbieden doen we niet zelf. Daarvoor vragen we, via een vergunningensysteem, marktpartijen. Om de regie over de introductie van deelvervoer te houden, is het nodig om de APV te wijzigen en beleidsregels op te stellen. Deze vormen de basis voor deelvervoervergunningen. Voorstel 1. De APV te wijzigen conform bijgevoegd voorstel tot wijziging

Inleiding De gemeente Arnhem ziet deelvervoer als een noodzakelijke aanvulling op het aanbod aan vervoerswijzen in onze stad. Daarom is in 2022 een beleidskader Deelmobiliteit vastgesteld door het college. Omdat de gemeente deelvervoer belangrijk vindt, is het noodzakelijk om de introductie van deelvervoer in Arnhem aantrekkelijk te maken én in goede banen te leiden. Het is daarbij essentieel om: 1. Aan te sluiten bij regionale en landelijke communicatiemethoden over deelvervoer; 2. Aan te sluiten bij regionale aanpak deelvervoer en waar mogelijk het aanbod in omliggende gemeenten stimuleren; 3. deelvervoer aan te laten bieden op hublocaties die aansluiten bij de Arnhemse visie op hubs, omdat het deelvervoer een plek heeft in het totale mobiliteitsnetwerk in onze stad; 4. Via nadere regels te sturen op kwaliteit van het aanbod en daarin regels op te nemen over data-uitwisseling en duurzaamheidseisen (elektrisch vervoer). Vanuit het Europese project eHubs, waaraan Arnhem samen met Nijmegen heeft deelgenomen, hebben we geleerd dat deelvervoer via vergunningen gereguleerd kan worden als de markt nog niet volwassen is en dat deelvervoer het beste via vaste locaties (hubs) aangeboden kan worden.

De aanpassing van de APV en de bijbehorende beleidsregels zijn een uitwerking van dit vastgestelde beleid. Dit besluit is de eerste stap op weg naar de vergunningverlening . Dit noemen we het juridische spoor. Daarnaast is gewerkt aan een ruimtelijk spoor: dit heeft geleid tot een zogenaamde perspectiefkaart waarop de voorkeurslocaties zijn aangegeven voor de deelvervoershubs. Beoogd effect Introductie van elektrisch deelvervoer in Arnhem op vaste locaties en verankering van het vergunningenstelsel ten behoeve van deelvervoer in de APV. Argumenten 1.1 Arnhem wil elektrisch deelvervoer stimuleren als aanvulling op het openbaar vervoer en ter vervanging van autogebruik Naar aanleiding van het Europese eHubs-project is in Arnhem al een start gemaakt met het plaatsen van elektrische deelauto's, elektrische bakfietsen en elektrische fietsen. Van dit project hebben we geleerd dat het belangrijk is dat deelvervoer op vaste locaties wordt aangeboden, die herkenbaar zijn. Tot nu toe is het plaatsen van elektrische deelauto's en elektrische bakfietsen met name, zonder een juridische basis gedaan. Er blijkt veel vraag te zijn naar deze vormen van mobiliteit. Het is daarom tijd om dat structureler aan te pakken en actief als gemeente deelvervoer te gaan stimuleren. Dat willen we samen met de markt doen en de regio.

De regio is vooral belangrijk omdat we op één manier willen communiceren over deelvervoer én omdat we het mogelijk willen maken dat deelvervoer in 1 gemeente wordt gehuurd en in een andere gemeente kan worden achtergelaten (zogenaamd "back to many" systeem). 1.2 Om deelvervoer te kunnen aanbieden moeten aanbieders gebruik maken van zogenaamde hublocaties die door de gemeente Arnhem worden aangewezen. Op basis van de conceptvisie "Hubs made in [Arnhem]" die op 7-3-2023 is vastgesteld door het college is een aantal locaties uitgewerkt die geschikt zijn voor deelvervoer. Deze locaties zijn weergegeven in bijgaande kaarten en kennen verschillende niveaus: Stadsrandhubs (zoals b.v. Gelredome en carpoolplaats Waterberg) Binnenstadhubs (zoals b.v. in het Rozet) OV hubs (station Arnhem-Zuid) Wijkhubs (bij wijkcentra) Microhubs (kleine hubs verdeeld over de wijken) Deze locaties zijn aangewezen op basis van de conceptvisie, maar er zijn wat wijzigingen aangebracht door voortschrijdend inzicht. Zo zijn bijvoorbeeld de OV hubs toegevoegd. In de definitieve visie "Hubs made in [Arnhem]" worden uiteindelijk alle hubs vastgelegd. Aanbieders van deelvervoer dienen gebruik te maken van de locaties op de kaarten in de bijlage. In overleg met de aanbieders én de wijken zelf, zorgen we de komende 2 jaar voor de

inrichting en exploitatie van de verschillende locaties, te beginnen bij de stadsrandhubs, OV hubs , wijkhubs en microhubs (in wijken waar geen wijkhub is aangewezen). Hoe deelvervoer in onze stedelijk netwerk voor mobiliteit past wordt vastgelegd in het Duurzame Mobiliteitsplan. 1.3 Om regie te kunnen houden over de introductie van deelvervoer in Arnhem moeten er regels opgenomen worden in de Algemene Plaatselijke Verordening De gemeente Arnhem moet regels opnemen in de APV om vergunningen te kunnen verlenen aan aanbieders van deelvervoer in Arnhem. Alleen via een actieve regulering kan de gemeente invloed uitoefenen op de manier waarop deelvervoer wordt aangeboden (bv op vaste locaties) en de kwaliteit. Het is de bedoeling om, na het vaststellen van deze wijziging door de raad, in januari 2024 de nadere regels door het college te laten vastleggen, deze te publiceren en daarmee een uitnodiging te doen aan de markt om een vergunning in Arnhem aan te vragen. Kanttekeningen en risico's 1.1

Via het verlenen van vergunningen kan de gemeente minder invloed uitoefenen op het aanbod en de prijs. Omdat het aantal potentiële aanbieders op dit moment nog erg laag is, is op dit moment gekozen voor een vergunningenstelsel. Dat past bij de huidige markt. Een (schaarse) vergunning leent zich echter niet voor het sturen op aanbod en de prijs. Via nadere regels die genoemd worden in de bijgevoegde wijziging van de APV kunnen we toch een belangrijke mate van regie houden over het aanbod, zoals maximum aantal en de locaties. Na 1 jaar gaan we de vergunningenaanpak evalueren en beslissen we of een concessiemodel beter werkt. Daarvoor moet de markt wel verder ontwikkeld zijn. Een concessiemodel leent zich beter voor sturing op prijs en aanbod.

Participatie Met een deel van de wijken is al overlegd over de behoefte aan deelvervoer. Het college zal na het wijzigen van de APV de Nadere Regels vaststellen. Bij dat besluit zal de wijze van communicatie met de wiklen over de exacte locaties van wijkhubs en microhubs tevens worden vastgelegd. Financiën Het collegebesluit ziet toe op een wijziging van de APV en kent geen financiële consequenties. Afhandeling van vergunningsaanvragen en heffen van leges kunnen opgepakt worden binnen de bestaande capaciteit van bestuursadviseurs mobiliteit.

Uitvoering Zodra de APV is gewijzigd, dan kunnen de nadere regels worden vastgesteld door het college. Deze worden vervolgens gepubliceerd en vanaf dat moment kunnen geïnteresseerde aanbieders een vergunning aanvragen, totdat het maximum aantal aanbieders en /of voertuigen is bereikt. Daarna gaan we in overleg met de aanbieders over de inzet van deelmobiliteit op de verschillende hubs. Bij het vaststellen van de Nadere Regels na de wijziging van de APV zal in het collegebesluit tevens de vorm van handhaving op deze regels worden vastgelegd. Communicatie Ter voorbereiding van de uitnodiging aan de markt om een vergunning aan te vragen, hebben we met verschillende marktpartijen overleg gehad over de regels en kwaliteitseisen. Deze sluiten goed aan bij wat de markt wil en kan leveren. Op het moment dat de vergunningen verleend zijn, wordt een publiekscampagne gestart om inwoners van Arnhem duidelijk te maken dat er deelvervoer beschikbaar komt op vaste locaties in de stad. Met deze campagne sluiten we aan bij een regionale campagne die door de Groene Metropool Regio wordt geïnitieerd (zie bijlage voor voorbeelden). Bijlagen Stukken voor gemeenteraad - Kaarten hublocaties met toelichting (3 bijlagen) - Beelden communicatie bij deelvervoerhubs

Besluit van Zaaknummer

3996190

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2023, zaaknummer 3996190; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING Artikel I

Wijziging

De Algemene plaatselijke verordening wordt als volgt gewijzigd: Opgenomen wordt: 2.1.4.1a Commercieel aanbieden voertuigen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college voertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. 2. Het college wijst categorieën voertuigen aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend kan worden 3. De vergunning wordt voor maximaal 2 jaar verleend. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:6, een vergunning weigeren of intrekken indien: a. de aanvraag een categorie voertuigen betreft die niet is aangewezen op grond van het tweede lid; b. een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door verlenen van de vergunning zou worden overschreden; c. het ter gebruik aanbieden van de voertuigen: i. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte; ii. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; iii. een nadelige invloed heeft op het woon- en leefklimaat, iiii. onevenredige afbreuk doet aan een belang als bedoeld in artikel 2.1.4.1, tweede lid of d.

de aanvraag in strijd is, of de vergunninghouder in strijd handelt of nalatig is inzake het bij of krachtens dit artikel bepaalde. 6. Het college kan een maximaal aantal voertuigen of vergunninghouders per categorie voertuigen vaststellen.

7. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is om voertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden. 8. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verbod uit het eerste lid niet geldt voor bepaalde categorieën voertuigen. 9. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.

Artikel II Voor bovengenoemd artikel wordt de onderstaande toelichting in de APV opgenomen: Artikel 2.1.4.1 a lid 1 Het artikel heeft betrekking op voertuigen in de breedste zin van het woord.. Met de in het eerste lid opgenomen zinsnede ‘of anderszins met commerciële doeleinden’ wordt het volgende bedoeld. Ook als het gebruik van het voertuig voor de gebruiker gratis is in de zin dat deze daarvoor niet hoeft te betalen, is het aanbieden niet toegestaan als de aanbieder andere commerciële doeleinden heeft met het gebruik van het voertuig. Bijvoorbeeld door het maken van reclame voor een product of een dienst of het genereren en verzamelen van data. Het aanbieden kan op verschillende wijzen plaatsvinden. De aanbieder kan fysiek aanwezig zijn om het publiek te interesseren voor het gebruikmaken van de voertuigen, maar het aanbod kan ook online gedaan worden of met behulp van een applicatie op een smartphone die de gebruiker in staat stelt het voertuig te gebruiken en deze te ontgrendelen. Artikel 2.1.4.1a lid 2 Op basis van lid 1 geldt het verbod op het op of aan de weg aanbieden van alle deelmobiliteit in de gemeente Arnhem. Op basis van het tweede lid kan het college categorieën voertuigen aanwijzen die met een vergunning wél aangeboden kunnen worden: bijvoorbeeld steps, e-scooters, e-fietsen, ebakfietsen en elektrische deelauto’s.

Artikel 2.1.4.1a lid 5 b Het kan noodzakelijk zijn grenzen te stellen aan de aantallen deelvoertuigen waarvoor een vergunning kan worden verleend. Het vijfde lid, sub b maakt het mogelijk om zowel voor een categorie voertuig (bijvoorbeeld fiets of bromfiets) als een type voertuig (bijvoorbeeld elektrisch of niet) een maximum te stellen aan het aantal vergunningen (bijvoorbeeld 1, 3 of 5 exploitanten) of het aantal voertuigen. Hiermee gaat het om een schaarse vergunning. In nadere regels worden de onderwerpen zoals de verdelingsprocedure, het vergunningenplafond geregeld. Artikel III Dit besluit treedt in werking op de achtste dag na die van de bekendmaking. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …. De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=c5aeac5a-d9c0-4b66-a75d-041b67baf86f