Raadsvoorstel 'Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2039'
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4032448
Onderwerp:
Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2039
Kernboodschap Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039 beschrijft voor de komende 16 jaar voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs het pad naar vervanging en renovatie van de huidige schoollocaties. Dit plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de onderwijsbesturen. Het plan helpt ons om het Arnhemse onderwijsveld de best mogelijke faciliteiten te bieden, zodat de onderwijspartners in staat zijn om onze kinderen en jongeren optimaal te kunnen faciliteren in hun ontwikkeling. Voorstel 1. 2. 3. 4.
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039 vast te stellen Kennis te nemen van de onderwijsagenda als onderlegger van dit IHP De kosten voor beleidsrijke toevoegingen toe te voegen aan onderwijshuisvesting De dekking van de investeringen mee te nemen bij de integrale afweging in de perspectiefnota en de begroting 5. Een afschrijvingstermijn voor de kosten van de componenten van nieuwbouw en renovatie van onderwijshuisvesting (casco, installaties en daken) te hanteren van 40 jaar en deze op te nemen in de afschrijvingstabel bij de nota Investeren, Waarderen en Afschrijven. Inleiding Elk kind heeft recht op een mooie toekomst met volop kansen om het beste uit zichzelf te halen. Dat uitgangspunt hebben we steeds voor ogen gehad toen we aan de slag gingen met het Integraal Huisvestingsplan voor de Arnhemse scholen. Wat heeft een kind nodig om zich goed te
ontwikkelen? En wat betekent dat dan voor een schoolgebouw en de schoolomgeving? En dus niet: hoeveel vierkante meter per leerling of hoeveel leslokalen heeft een school nodig? Of welk onderhoud is minimaal nodig om schoolgebouwen open te houden? Schoolgebouwen zijn meer dan een plek waar kinderen les krijgen. Een school is meer dan een plek waar je rekenen, schrijven en taal leert. De school is één van de fundamenten voor een gezonde toekomst van kinderen. Hoe beter de leeromgeving, hoe beter leerlingen functioneren en hoe beter zij zich kunnen ontwikkelen. Daarom zijn goede, gezonde, inclusieve en inspirerende scholen van groot belang. Dit is echter geen vanzelfsprekendheid: de samenleving verandert snel, en daarmee ook de verwachtingen van onderwijs en de huisvesting daarvan. Binnen onze gemeente wordt continue gekeken hoe met huisvesting het beste kan worden aangesloten bij het onderwijs van nu. Er is daarom in de afgelopen jaren voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs, per onderwijssoort een integraal huisvestingsplan of visie opgesteld. • Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) is met de schoolbesturen een apart IHP gemaakt in 2009. Het grootste deel van de nieuwbouw- en renovatieprojecten zijn inmiddels afgerond of in de afrondende fase. • Voor het primair onderwijs (PO) is in 2017 een IHP 2017-2026 opgesteld.
• Voor het Voortgezet Onderwijs is sinds 2009 geen IHP opgesteld. Daarmee zijn er dus ook geen budgetten gereserveerd. In 2021 bestond daarom de wens om een visie op de onderwijshuisvesting voor het VO neer te leggen. Dat is uitgewerkt in de nota ‘Op weg naar een Integraal Huisvestingsplan voor het voortgezet onderwijs in Arnhem’ (december 2021). Uw raad heeft aangegeven een integraal huisvestingsplan te willen opstellen voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs dat een vervolg biedt op hier bovengenoemde plannen. Ook gymzalen waar de noodzaak op vervanging vanwege de kwaliteit hoog is, zijn in dit IHP opgenomen. Dit plan beschrijft voor een periode van 16 jaar welke scholen wanneer worden gerenoveerd of nieuw gebouwd. Het plan maakt inzichtelijk wat de gemeente aan wettelijke taken heeft op gebied van onderwijshuisvesting en brengt tevens in beeld welke ambities wij willen realiseren om met onze onderwijshuisvesting op de beste manier aan te sluiten bij onze ambities en doelen. Dit IHP is daarmee een beleidsrijk IHP en verbindt stenen en inhoud. Wij willen met dit IHP niet alleen voldoen aan onze gemeentelijke wettelijke zorgplicht om onderwijshuisvesting beschikbaar te stellen, wij willen met onderwijshuisvesting Arnhemse kinderen de best mogelijke
omgeving bieden om kansrijk op te groeien. Samen met de onderwijsbesturen is als onderlegger voor dit IHP een gezamenlijke onderwijsagenda opgesteld die wij gezamenlijk zullen uitvoeren. Voor zover deze onderwijsagenda van invloed is op de onderwijshuisvesting, is dit verwerkt in de beleidsrijke toevoegingen van dit IHP. In het IHP is tevens een aantal moties en toezeggingen verwerkt. In een aparte raadsbrief is toegelicht welke het betreft en op welke wijze ze zijn uitgevoerd en verwerkt. Beoogd effect Een kwalitatieve verbetering van de onderwijshuisvesting in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Waarin we naast het regelen van de basis (solide en toekomstbestendige gebouwen) ook door middel van beleidsrijke toevoegingen (extra stimuli op specifieke thema’s) onze maatschappelijke doelstelling vertalen naar tastbare en direct ondersteunende onderwijsomgevingen. Argumenten 1.1
Het IHP als wettelijke verantwoordelijkheid In januari 2025 treedt een wetswijziging in werking met als overkoepelend doel dat gemeenten en schoolbesturen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen. Hiermee zullen gemeenten in de toekomst verplicht zijn om een IHP voor onderwijshuisvesting op te stellen. In die nieuwe wetgeving wordt ook opgenomen dat renovatie een volwaardig alternatief voor nieuwbouw wordt. De nieuwe wetgeving beoogt vervanging van de jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma, met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar. Het aangeboden IHP heeft een doorkijk van 16 jaar en anticipeert daarmee rechtstreeks op de nieuwe wetgeving.
1.2
Bijgevoegd IHP is het resultaat van een intensief traject met schoolbesturen
Het proces om te komen tot een nieuw integraal huisvestingsplan is begin 2023 gestart. Dit traject is gezamenlijk doorlopen met de schoolbesturen van het primair, speciaal en voortgezet onderwijs en de kinderopvang. Ook vanuit diverse afdelingen is vanuit de gemeente en andere experts input geleverd. Voorafgaand aan het opstellen van dit IHP is met alle schoolbesturen gesproken over de knelpunten die zij ervaren in de huisvesting van hun scholen, welk toekomstperspectief en ontwikkelingen zij zien en welke wensen er zijn ten aanzien van onderwijshuisvesting. Dit heeft geleid tot een plan van aanpak, waarbij gezamenlijk de kaders zijn vastgesteld. Vervolgens is na een intensief traject over vele thema’s met de schoolbesturen gezamenlijk de inhoud van het IHP vastgesteld. Zij ondersteunen het IHP en hebben op 4 december in een op overeenstemmingsgericht overleg ingestemd met het plan. 1.3
Het IHP als basis voor solide en toekomstbestendige gebouwen Door goede onderwijshuisvesting verbeteren we de kansengelijkheid voor Arnhemse jeugd. Dit IHP beschrijft voor 16 jaar welke gebouwen in welke volgorde in aanmerking komen voor renovatie en nieuwbouw. Met dit plan werken we aan een goede spreiding van schoolgebouwen over de stad, voldoende onderwijsruimte en kwalitatief hoogwaardige gebouwen. Door schoolgebouwen optimaal in te zetten als maatschappelijke voorziening in onze wijken worden schoolgebouwen nog veel meer betekenisvol.
2.1
Met het IHP en de onderwijsagenda werken we aan de beste leeromgeving voor Arnhemse kinderen en jongeren Schoolbesturen en gemeente hebben gezamenlijk een onderwijsagenda opgesteld voor de komende jaren. In deze onderwijsagenda is uiteen gezet voor welke opgaven de schoolbesturen aan de lat staan en voor welke randvoorwaardelijke opgaven gemeenten samen met allerlei partners in de stad hun bijdrage moet leveren. Met het IHP en de onderwijsagenda samen werken zo aan het beste onderwijs en de beste leeromgeving voor Arnhemse kinderen en jongeren.
3.1
Het IHP draagt bij aan de realisatie van vele gemeentelijk ambities Door goede onderwijshuisvesting verbeteren we de kansengelijkheid voor Arnhemse jeugd. Daarbij zijn een goede spreiding van schoolgebouwen over de stad, voldoende onderwijsruimte en kwalitatief hoogwaardige gebouwen belangrijke ingrediënten. Door
conceptueel te kijken naar de structuur van de stad en daarop de onderwijshuisvesting waar mogelijk aan te passen, zetten we schoolgebouwen optimaal in als maatschappelijke voorziening in onze wijken. In dit IHP is in beeld gebracht welke andere aspecten die ons als stad zo aan het hart gaan kunnen worden meegenomen; de beleidsrijke toevoegingen. Tevens zijn de benodigde middelen hiervoor in beeld gebracht. Zo zetten we extra in op flexibiliteit, multifunctionaliteit en het koppelen van andere functies aan het schoolgebouw om de onderwijslocatie als middelpunt van de wijk te laten functioneren. We zetten in op het vergroenen en beweegvriendelijker maken van schoolpleinen, nieuwe gymzalen voldoen aan de Arnhemse norm en zijn daardoor groter ten opzichte van de gebruikelijke afmetingen en het garanderen van fysieke toegankelijkheid is geborgd en gedekt in al onze huisvestingsplannen. Daarnaast leggen we een gezond binnenmilieu als minimale norm vast en bieden de mogelijkheid om in situaties waar dat speelt extra gebouwoppervlakte te creëren voor het faciliteren van bijvoorbeeld ambulante ondersteuning. Ook grijpen we huisvestingsinvesteringen aan om vol in te zetten op vermindering van energieverbruik, versterking van biodiversiteit en klimaatadaptatie én implementatie van onze circulaire ambities.
We maken onze ambities expliciet en maken inzichtelijk– samen mét de schoolbesturen – welke middelen hiervoor nodig zijn. 3.2
Financiering van beleidsrijke toevoegingen werken we eerst nader uit We onderzoeken op basis van recent verschenen inzichten de mogelijkheden om de financiering van de beleidsrijke toevoeging circulariteit op een andere manier vorm te geven. Bij de perspectiefnota maken we dit inzichtelijk en komen we met een nadere uitwerking voor de financiering. Ook voor de andere beleidsrijke toevoegingen brengen we in beeld welke financieringsmogelijkheden er zijn.
4.1
Om tot volledige uitvoering van het IHP te kunnen komen dient het financiële kader éénmalig, of in een aantal stappen gefaseerd in de tijd te worden verhoogd. In de begroting is zoals afgesproken in het coalitieakkoord een extra jaarlijks budget op genomen voor onderwijshuisvesting van € 3 miljoen per jaar. Op basis van een globale doorrekening van het IHP is de verwachting dat de voorgenomen investeringen waarvan de ingebruikname is voorzien tot en met het jaar 2028 uit het huidige financiële kader kunnen worden gedekt. Om tot volledige uitvoering van het IHP te kunnen komen dient het financiële kader éénmalig, of in een aantal stappen gefaseerd in de tijd te worden verhoogd. In de
paragraaf financiën waar de doorrekening van het IHP verder wordt toegelicht zijn bovenstaande twee mogelijke scenario’s in beeld gebracht. Een besluit over het opnemen van extra structurele middelen voor onderwijshuisvesting in de begroting wordt jaarlijks genomen in het kader van de perspectiefnota en begroting. 5.1
Door verandering in taken voor onderhoud kunnen we voor de gemeente één afschrijvingstermijn hanteren Tot op heden worden voor onderwijshuisvesting de afschrijvingstermijnen gehanteerd die gebruikelijk zijn voor de diverse componenten van het gebouw: het casco in 40 jaar, installaties in 20 jaar en daken in 15 jaar. Sinds januari 2015 zijn schoolbesturen volledig verantwoordelijk voor het onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen. Tussentijdse kosten aan en vervanging van installaties en daken zijn daarmee de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. De economische levensduur voor de gemeente Arnhem van deze componenten kan dan ook identiek gesteld worden aan die van het gebouw zelf. Voorgesteld wordt dan ook het volledige bedrag van de bekostiging van nieuwbouw/ renovatie af te schrijven in 40 jaar en daartoe de afschrijvingstermijn van de componenten installaties en daken voor onderwijshuisvesting aan te passen. In de doorrekeningen is reeds rekening gehouden met deze aangepaste afschrijvingstermijn van 40 jaar.
Kanttekeningen en risico's 1.1
Voorlopige prioritering In het IHP is een prioriteringslijst opgenomen. Deze lijst is tot stand gekomen door de kwalitatieve analyse van de gebouwen, gekoppeld aan de kwantitatieve vraag en de maatschappelijke situatie, bijvoorbeeld in Arnhem-Oost waar de scholen voor hun specifieke opgave extra huisvestingsmeters ter beschikking kunnen krijgen. De schoolbesturen hebben hierin gezamenlijk opgetrokken om te bekijken wat nodig is voor de onderwijshuisvesting de komende 16 jaar. Na invoering van het IHP kan deze prioritering alleen nog worden aangepast op basis van actuele ontwikkelingen. Indien dit zich voordoet wordt zorgvuldig afgewogen welke invloed deze ontwikkelingen hebben en of dit noodzakelijkerwijs moet leiden tot aanpassingen. Indien dit het geval is wordt de prognose van het (resterende) IHP inclusief de financiële consequenties ook bijgesteld. In het
jaarprogramma wordt per jaar de definitieve planning voor dat jaar weergegeven en definitief budget aangevraagd. 1.2
Realisatie van onderwijshuisvesting vraagt om meer dan een IHP Het IHP geeft duidelijkheid over de richting waarmee we ons onderwijsvastgoed gaan vormgeven. Hierbij wordt ingegaan op de prioritering, waarbij de volgorde en het tempo bepalen welke scholen er worden gerenoveerd of nieuw gebouwd. Realisatie van een schoolgebouw is meestal realisatie van een klein stukje stad dat moet worden ontwikkeld. Onderwijshuisvesting is met andere woorden gebiedsontwikkeling en niet sec het ‘beschikbaar stellen van krediet voor een nieuw gebouw’. We moeten ons continue bewust zijn van de consequenties van een scholenbouw- (of renovatie)initiatief voor haar directe fysieke omgeving. Doordat bijvoorbeeld door de wens om te verdichten (meer woningbouw), meer autoparkeerplaatsen vereist zijn, kabels en leidingen om moeten worden gelegd en er duurzaam, circulair en natuur inclusief gebouwd moet worden. Dit nog naast dat er ruimte gevonden moet worden om het gebouw te realiseren, omgevingsplannen mogelijk aangepast moeten worden, vergunningstrajecten moeten worden doorlopen en er burgerparticipatie plaatsvindt. De maatschappelijk opgaven die spelen rond stedelijke ontwikkelingen zijn omvangrijk. Het uitvoeringsvermogen van al deze partijen en van de gemeente staat onder druk. Realisatie van een schoolgebouw duurt gemiddeld vanaf de start tot de oplevering zo’n 6 jaar.
Intensieve trajecten die tijd en geld vragen nog voordat gestart wordt met het maken van een ontwerp. In het voorgaande IHP waren de kosten hiervoor en ook de overige interne kosten (bijvoorbeeld voor tijdelijke huisvesting, verwijderen asbest en personele inzet) niet inzichtelijk gemaakt. Uiteraard waren deze kosten er wel, maar deze werden buiten het IHP om financieel geregeld. Een werkwijze die niet duurzaam is en vandaar dat deze kosten nu opgenomen zijn in het IHP. Naast de interne kosten zijn nu dus op financieel gebied de (extra) bouwkosten veroorzaakt door bovenstaande proces meegenomen. Dit betreffen de kosten voor het schoolgebouw, de overige kosten van de gebiedsontwikkeling behoren niet tot de verantwoordelijkheid van onderwijshuisvesting. Echter de wereld verandert continue en daarmee onze rol en de factoren waar we rekening mee moeten houden ook. Dit vraagt dus om continue evaluatie van de ingezette koers en het tijdig bijsturen waar nodig.
1.3
Het IHP als leidraad, de modelverordening als vangnet Het IHP is niet juridisch bindend: het is een afsprakenkader waarbinnen de gemeente en schoolbesturen met elkaar om gaan. Dat vereist een wederzijdse wens tot samenwerking. Voor het geval in de komende jaren nieuwe schoolbesturen (of aanbieders van kindvoorzieningen) toetreden of schoolbesturen gedurende de uitvoeringsfase zich niet (langer) wensen te houden aan het IHP kan terug gegrepen worden op de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijshuis uit 2017, die als vangnet fungeert. Het voornemen bestaat om in 2024 een actualisatie door te voeren op onze verordening, welke opnieuw gebaseerd zal zijn op de modelverordening van de VNG met aanvullingen van reeds geformaliseerd ‘Arnhems’ beleid en aanvullingen vanuit dit IHP. Het is overigens niet de bedoeling dat schoolbesturen per project kunnen kiezen onder welk regime ze een project uitvoeren: alle schoolbesturen actief in het funderend onderwijs in Arnhem tekenen voor en werken mee aan de uitvoering van het IHP.
1.4
De investeringskosten per project worden pas gedurende de uitvoering duidelijk De geprioriteerde onderwijslocaties – welke in de komende 16 jaar in aanmerking komen voor vervanging of renovatie – zijn financieel vertaald in stichtingskosten. Hierbij is rekening gehouden met alle voorziene bijkomende kosten zoals sloop, asbestsanering, geprognotiseerde leerling stijging et cetera. Bij de doorrekening zijn een aantal aannames gedaan voor aspecten die op dit moment nog niet per locatie inzichtelijk zijn, zoals de vraag in welke mate bestaande panden gerenoveerd kunnen worden. De kosten van projecten zullen pas tijdens de daadwerkelijke planontwikkeling helder worden. Elk jaar zullen projecten middels het jaarprogramma op basis van de actuele stand en de kosten van projecten opnieuw begroot worden. Indien nodig wordt dit aan uw raad worden voorgelegd.
1.5
Realisatie vraagt om andere wijze van uitvoering De ambitie in de uitvoering van dit IHP vraagt om commitment op een andere aanpak. Professioneler, zodat er tijdwinst te halen is in standaardisatie van processen, ontwerp, aanbesteding en uitvoering. Het vraagt ook om meer gezamenlijkheid in de organisatie, waarbij de gemeente niet met iedere school apart een renovatie of nieuwbouw oppakt, maar geclusterd of over de schoolbesturen/stichtingen heen een aanpak. In risicomanagement om eerder knelpunten of belemmeringen in de uitvoering zoals stikstof, beschikbare ruimte, capaciteit medewerkers of netcongestie te zien aankomen en beheersmaatregelen te kunnen
nemen. Voor het IHP zal nog een uitgebreide risico-analyse worden opgesteld. Zowel schoolbesturen als wij zijn zich bewust dat de realisatie van dit soort projecten complex en weerbarstig kan zijn waardoor wijzigingen kunnen optreden De opgenomen planning is een leidraad waarop we bij de jaarprogramma’s en actualisatie van het IHP gezamenlijk bijsturen. Participatie Dit IHP is tot stand gekomen door intensief contact met alle Arnhemse schoolbesturen en een vertegenwoordiging van de Arnhemse kinderopvangorganisaties. Zij ondersteunen het IHP en hebben op 4 december in een op overeenstemmingsgericht overleg ingestemd met het plan. Tijdens de uitvoering van het IHP blijft participatie onverminderd belangrijk. Het bouwen van een school kan alleen slagen als omwonenden en andere betrokkenen hierbij betrokken worden. Daarnaast is het van belang om in een gebiedsontwikkeling te participeren met de andere betrokken om zo tot het beste resultaat te komen. Uiteraard blijven wij ook in gesprek met de maatschappelijke partners om met elkaar te kunnen evalueren of we de juiste koers inzetten om onze gezamenlijke ambities te behalen. Financiën Om inzicht te geven in de omvang van de financiële gevolgen van het IHP voor de begroting is een globale doorrekening gemaakt.
De kosten voor de gemeente die volgen uit het IHP bestaan uit: • Investeringen voor nieuwbouw of renovatie gebaseerd op de VNG-normkostensystematiek verhoogd met de investeringen van beleidsrijke toevoegingen. Deze investeringen leiden tot jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) en tot eigenaarslasten (belastingen en verzekeringen). De beleidsrijke toevoegingen worden daarbij ook toegepast op de scholen die zijn opgenomen in het lopende IHP-PO, waarvoor nog geen bouwbesluit in de vorm van een beschikking is afgegeven. • Plan- en ontwikkelingskosten, zoals kosten voor tijdelijke huisvesting, verhuiskosten, ontsluiting, parkeren, waterberging, sloopkosten, asbest, kosten gebiedsvisie, stikstofberekeningen, interne kosten voorbereiding sloop en nieuwbouw, bouwrente
Het totale investeringsbedrag voor de komende 16 jaren tezamen bedraagt € 391 miljoen (prijspeil 2023). Hiervan heeft € 76 miljoen betrekking op de beleidsrijke toevoegingen. Verder bedragen de investeringen in plan- en ontwikkelingskosten die voor rekening van de gemeente komen over de totale periode circa € 68 miljoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met een versnelde afschrijving van boekwaarde van gebouwen die worden vervangen en in financiële zin nog niet volledig zijn afgeschreven (circa € 6 miljoen). Ten slotte wordt rekening gehouden met extra jaarlijkse exploitatielasten van circa € 1,2 miljoen per jaar voor voornamelijk tijdelijke huisvesting en extra personeelskosten. De stijging van de eigenaarslasten (belastingen en verzekeringen) als gevolg van de nieuwbouw is ook in de doorrekening verwerkt. De volgende uitgangspunten zijn voor de doorrekening verder van belang: • Voor de benodigde investeringen wordt uitgegaan van de in dit IHP opgenomen prioriteitenlijst. De prioritering is bepalend voor de planning van de realisatie van nieuwbouw of renovatie en is daarmee ook bepalend voor het moment waarop de benodigde middelen in de begroting beschikbaar dienen te zijn. • De rentelasten zijn gebaseerd op de huidige omslagrente van 1,6%.
Een toekomstige stijging van de rente zal gelet op de omvang van de investeringsbedragen een forse impact kunnen hebben op de jaarlasten voor de gemeente. • Voor de berekening van de jaarlijkse afschrijvingskosten wordt rekening gehouden met een afschrijvingstermijn van 40 jaar voor het totale bedrag van de bekostiging (zie beslispunt 6). • De begroting gaat uit van actuele prijzen. We sluiten ook voor de berekening van prijsstijgingen aan bij de VNG-normkostensystematiek. Jaarlijks worden de budgetten geactualiseerd als onderdeel van de nominale ontwikkelingen bij de vaststelling van de begroting. • Alle in de begroting opgenomen middelen voor onderwijshuisvesting blijven beschikbaar voor onderwijshuisvesting. Daartoe worden niet bestede budgetten voor kapitaallasten onderwijs (inclusief de vrijval van kapitaallasten die ontstaat doordat schoolgebouwen geheel zijn afgeschreven) en overige niet bestede onderwijshuisvestingsbudgetten aan de bestemmingsreserve onderwijshuisvesting toegevoegd. De middelen uit deze bestemmingsreserve worden ingezet ter dekking van de kosten van nieuwe investeringen uit het IHP. De uitkomsten van de doorrekening worden gedetailleerd toegelicht in deel C van het IHP. De globale conclusie daarbij is dat voor de in het IHP opgenomen investeringen die tot circa 2029 zijn
voorzien de begroting voldoende ruimte biedt om de kapitaallasten en andere exploitatielasten structureel te dekken. De uitvoering van het volledige voorliggende IHP (dat loopt tot 2039) vraagt om substantieel meer middelen dan op dit moment in de begroting is voorzien. Er zijn twee (uiterste) scenario’s in beeld gebracht om in de begroting de hiervoor noodzakelijk extra dekking op te nemen: • Scenario 1: een éénmalige structurele verhoging van het financiële kader vanaf 2025, waarmee in dekking kan worden voorzien voor alle in het IHP voorgenomen investeringen. • Scenario 2: een jaarlijkse structurele verhoging van het financiële kader waarmee in dekking kan worden voorzien voor de scholen die in dan voorliggende begrotingsjaren zijn voorzien. In scenario 1 is sprake van een spaar-variant: De eerste jaren is het (verhoogde) financiële kader hoger dan de lasten, het verschil wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve en ingezet voor latere investeringen. Deze werkwijze sluit aan bij de manier waarop eerdere IHP’s werden gefinancierd. Het voordeel daarbij is dat het financiële kader langjarig voldoende is om uitvoering te kunnen geven aan het IHP. Scenario 1 vereist een verhoging van het jaarlijkse structurele budget vanaf 2025 met €8,9 miljoen per jaar om álle scholen de komende 16 jaar conform het voorliggende IHP te kunnen realiseren.
Dit is additioneel, naast de op basis van het coalitieakkoord in de begroting opgenomen €3,0 miljoen per jaar voor onderwijshuisvesting. In scenario 2 wordt het kader geleidelijk verhoogd, naarmate de uitvoering van het IHP vordert. Omdat de begroting een scope heeft van 4 jaren wordt steeds voorzien in dekking van de investeringen die in die 4 jaren worden geraamd. Bij de jaarlijkse vaststelling van de begroting komt er een nieuw jaar in de scope van de begroting, en moet jaarlijks opnieuw ruimte worden gevonden ter dekking van de investeringen die in het aan de begroting toegevoegde jaar worden voorzien. Omdat in dit scenario geen rekening wordt gehouden met investeringen die buiten de scope van de begroting vallen, wordt ook niet gespaard zoals in scenario 1, en wordt het in de bestemmingsreserve beschikbare saldo direct ingezet ter dekking van de jaarlijkse lasten. In scenario 2 is het huidige kader van onderwijshuisvesting, inclusief de op basis van het coalitieakkoord toegevoegde €3 miljoen per jaar, mede door de inzet van de middelen uit de
bestemmingsreserve, de eerste jaren voldoende. Vanaf het begrotingsjaar 2029 (dus vanaf de vierde jaarschijf van de begroting 2026-2029) dient het financiële kader jaarlijks te worden verhoogd. Deze jaarlijkse verhoging bedraagt dan gemiddeld circa €1,6 miljoen, afhankelijk van de omvang van de investeringsbedragen waarmee in het desbetreffende jaar rekening moet worden gehouden. Het totale financieel kader zal dan, gefaseerd, uiteindelijk in totaal toenemen met een bedrag van €14,8 miljoen in de jaarschijf 2038, wanneer de laatste investeringen uit dit IHP zijn gerealiseerd. In de komende begroting (voorafgegaan door de perspectiefnota) zal een voorstel worden opgenomen hoe in de begroting de vereiste dekking wordt gerealiseerd. Het college zal daarbij uitgaan van een scenario dat haalbaar is gelet op de beperkte mogelijkheden om op korte termijn de structurele lasten fors te verhogen, maar wel voldoende basis biedt om te komen tot een tijdige en duurzame financiering van het IHP. Naar verwachting zal dit leiden tot een scenario dat ligt tussen de beide beschreven scenario’s in, waarbij het financiële kader reeds vanaf 2025 geleidelijk zal worden verhoogd. Een besluit over het opnemen van extra structurele middelen voor onderwijshuisvesting in de begroting wordt jaarlijks genomen in het kader van de perspectiefnota en begroting.
Investeringskredieten worden jaarlijks voor de komende 4 jaren vastgesteld in het Meerjaren Investeringplan (MIP) als onderdeel van de begroting. Tenslotte wordt jaarlijks het uitvoeringsprogramma onderwijshuisvesting door uw raad vastgesteld, op basis waarvan de definitieve bekostiging voor nieuwbouw of renovatie plaatsvindt. Cofinanciering schoolbesturen Voor twee specifieke beleidsrijke toevoegingen wordt uitgegaan van cofinanciering door de schoolbesturen. Het gaat daarbij om de maatregel die betrekking heeft op energetische verbetering, en de maatregel die leidt tot verbetering van de exploitatie door levenscyclus benadering. Door de Arnhemse schoolbesturen worden de genoemde beleidsrijke toevoegingen onderschreven en is een bijdrage vanuit het betreffende schoolbestuur in z’n algemeenheid een redelijke afspraak. Maatwerkafspraken op basis van een businesscase benadering per individueel project moet leiden tot een cofinancieringsbijdrage die passend en haalbaar is voor de schoolbesturen. Projecten zullen pas starten nadat de financiering volledig rond is.
Uitvoering
In 2024 werken we uit hoe we op programmatische wijze aan de slag kunnen met de uitvoering van dit IHP. Tevens wordt samen met de schoolbesturen begonnen met de uitwerking van de vervolgafspraken: • Arnhemse schoolbesturen en gemeente maken samen afspraken over het toelatingsbeleid van leerlingen om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat toekomstige gebouwen blijven aansluiten bij leerlingenaantallen zodat we huisvesting in noodlokalen zo veel als mogelijk kunnen voorkomen en voorkomen dat de aantrekkende werking die nieuwe schoolgebouwen hebben een te groot negatief effect hebben om nabijgelegen scholen. • We erkennen dat veel scholenprojecten een integrale (gebieds)benadering vereisen. Bij de uitwerking van individuele scholenbouwprojecten vergt het daarom nadrukkelijk om een koppeling met Integraal Accommodatiebeleid dat door de gemeente wordt ontwikkeld. Om daarmee schoolgebouwen te realiseren die flexibel en meervoudig inzetbaar zijn voor de wijk of buurt. • Gemeente en schoolbesturen beseffen beide dat er een omvangrijk aantal projecten gedefinieerd worden in dit IHP. Het aantal en de complexiteit ervan vragen een andere aanpak waarbij gedacht wordt aan bijvoorbeeld een gezamenlijke uitvoeringsagenda of bouwprocesteam om daarmee de uitvoering te versnellen. Hierover start na vaststelling van het IHP het gesprek om praktische en effectieve afspraken te maken.
• We gaan aan de slag met het uitwerken van een integraal huisvestingsplan bewegingsonderwijs om daarmee een optimale balans te krijgen tussen sportaccommodatie capaciteit en behoefte vanuit onderwijs en verenigingen. • Voor inclusie wordt via dit IHP budget beschikbaar gesteld voor ondersteuning via huisvesting. In de praktijk blijkt dit om maatwerk te vragen, in een aantal projecten is dit al vormgegeven. Op korte termijn vraagt dit thema echter ook nog nadere aandacht om visie te vormen over de wijze van ondersteuning en stimulering. • Het besef bestaat dat de verduurzaming van schoolgebouwen blijvend aandacht, urgentie en maatwerk vergt. Waar mogelijk grijpen we kansen om te versnellen om daarmee invulling te geven aan de afspraken in het Klimaatakkoord. Het voornemen is om bij de actualisatie van het IHP meer uit te gaan van de sectorale routekaart die door de sectorverenigingen in het onderwijs zijn opgesteld voor de verduurzaming van scholen. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan aan uw raad aangeboden met actualisatie van de projecten en de kosten. Communicatie
Na besluitvorming door uw raad informeren we de schoolbesturen. De voortgang van het IHP wordt besproken in het Maatschappelijk Educatieve Agenda Arnhem.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad - Concept IHP Onderwijs 2024-2039 - Onderwijsagenda - Kwaliteitskader voor onderwijsvoorzieningen in het funderend onderwijs
Besluit van Zaaknummer
4032448
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2023, nummer: 4032448; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, hoofdstuk 1, titel IV, afdeling 3 van de Wet op het primair onderwijs en het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs 2017-2026; besluit: 1. Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2039 vast te stellen 2. De kosten voor beleidsrijke toevoegingen toe te voegen aan onderwijshuisvesting 3. De dekking van de investeringen mee te nemen bij de integrale afweging in de perspectiefnota en de begroting 4. Een afschrijvingstermijn voor de kosten van de componenten van nieuwbouw en renovatie van onderwijshuisvesting (casco, installaties en daken) te hanteren van 40 jaar en deze op te nemen in de afschrijvingstabel bij de nota Investeren, Waarderen en Afschrijven. De griffier,
De voorzitter,