Raadsvoorstel 'Gebiedsvisie Rijnpark'
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
Onderwerp:
4016575
Gebiedsvisie Rijnpark
a Kernboodschap Met de Gebiedsvisie Rijnpark geven we een vervolg aan de in mei 2023 vastgestelde Startnotitie Rijnpark. Rijnpark is een bedrijventerrein dat in de periode tot 2040 wordt getransformeerd tot een modern stedelijk woon-werkgebied waar op termijn 7.000 woningen, 5.000 banen, een variatie aan stedelijke voorzieningen en een stadspark in samenhang een plek krijgen. Op basis van de startnotitie Rijnpark is in dialoog met onder andere omwonenden, omliggende bedrijven, grondeigenaren, gebruikers en woningcorporaties gewerkt aan de gebiedsvisie Rijnpark. De gebiedsvisie geeft weer hoe ambities zijn vertaald naar een ruimtelijk plan dat aansluit bij de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en een gezond woon- en werkklimaat. De gebiedsvisie Rijnpark geeft tevens voor fase 1 weer hoe ambities en opgaven zijn vertaald naar een ruimtelijk raamwerk en de financiële haalbaarheid. Het geeft een basis om in de volgende fase uit te werken in een stedenbouwkundig plan, en om te komen tot verdere afspraken tussen overheden en grondeigenaren op weg naar een omgevingsplan en uiteindelijk realisatie. Voorstel 1. De Gebiedsvisie Rijnpark vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Rijnpark (NRD) die het college ter inzage heeft gelegd. 3.
Kennis te nemen van de financiële consequenties van de gebiedsvisie Rijnpark fase 1, passend binnen de totale gebiedsexploitatie van de Spoorzone Arnhem-Oost (zie geheime bijlage) dat naar verwachting in het voorjaar van 2024 aan u ter vaststelling zal worden voorgelegd. 4. Kennis te nemen van de uitgevoerde risicoanalyse (zie geheime bijlage) behorend bij de gebiedsvisie Rijnpark fase 1. Inleiding Arnhem groeit. De verwachting is dat de stad over enkele jaren 180.000 tot 190.000 inwoners telt. De bouw van extra woningen is urgent in het kader van de wooncrisis die ook Arnhem raakt. Zoals met het Rijk en de regio in de Woondeal van maart 2020 is afgesproken, wil Arnhem daarom tot 2040 zo’n 16.000 veelal betaalbare (66%) binnenstedelijke woningen bouwen, waarvan er 10.000 in SpoorzoneOost zijn geprogrammeerd. Rijnpark voorziet binnen Spoorzone-Oost in 7.000 woningen, en daarnaast ook in 5.000 banen en een variatie aan stedelijke voorzieningen waaronder een stadspark. Rijnpark heeft de ambitie én potentie uit te groeien tot een hoogstedelijke woon- werklocatie.
Op het Bestuurlijk Overleg - Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) november 2022 hebben regio en Rijk met elkaar afgesproken het NOVEX-gebied Spoorzone ArnhemOost te ontwikkelen (zie raadsbrief 11 november 2022). In navolging hierop heeft het Rijk een financiële bijdrage toegezegd om de ambities in de Spoorzone-Oost', waaronder Rijnpark fase 1, te ondersteunen (juni 2023). Rijnpark biedt ook kansen om bij te dragen aan de ambities die zijn vastgelegd in het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Zowel in de stedenbouwkundige opzet, activatie van de openbare ruimte, en in de programmering. In voorliggende gebiedsvisie Rijnpark zijn de vastgestelde ambities (Startnotitie Rijnpark) voor fase 1 bovendien vertaald naar een ruimtelijk raamwerk. Beoogd effect Realiseren van een aantrekkelijk woon-werkgebied waar circa 7.000 woningen (waarvan circa 3.150 als onderdeel van fase 1 voor 2030) en 5.000 banen een plek vinden in een aangename, groene en veilige leefomgeving in combinatie met bijbehorende voorzieningen zoals sport & bewegen, onderwijs en maatschappelijke voorzieningen. De ontwikkeling van Rijnpark gaat daarbij bijdragen aan de verbetering van de sociale en fysieke verbindingen in de stad die zo belangrijk zijn voor de leefbaarheid en daarmee bijdragen aan de doelen van Nationaal Programma Arnhem-Oost. Argumenten 1.1
De gebiedsvisie draagt bij aan het realiseren van de stedelijke ambities Op basis van de vastgestelde startnotitie is gewerkt aan de Gebiedsvisie Rijnpark. Als onderdeel van de Gebiedsvisie Rijnpark is een ruimtelijk raamwerk voor Rijnpark opgenomen in hoofdstuk 4.5 van de gebiedsvisie. Voor fase 1 geldt dat dit de basis is om tot uitwerking van het stedenbouwkundig plan te komen. Hierop is ook de financiële doorrekening gebaseerd en de risicoparagraaf geschreven. De uitwerking van fase 2 en financiële doorrekening volgt op een later moment, omdat de uitvoeringsperiode hiervan in de periode 2030-2040 is voorzien. Fase 1 én 2 zijn al wel uitgewerkt als onderdeel van de totale gebiedsvisie, om te kunnen vaststellen of alle programmatische keuzes in Rijnpark een plek kunnen krijgen. Keuzes die daarbij voor Fase 1 worden gemaakt (o.a. mobiliteit, groen, park, woningen en bedrijvigheid) werken door in Fase 2, en andersom. In het totale ruimtelijke programma is ook rekening gehouden met sociaal-maatschappelijke voorzieningen voor Rijnpark en de omliggende wijken. De conclusie van de ruimtelijke verkenning is dat de ambities zoals vastgelegd in de startnotitie in het plangebied Rijnpark een plek kunnen krijgen. Met het vaststellen van de gebiedsvisie Rijnpark (fase 1 en fase 2) wordt de basis gelegd voor de volgende stap.
In de volgende stap vindt voor fase 1 een verfijning plaats van de financiën, ruimtelijke plannen, en gaan we met de grondeigenaren nader in overleg over de ontwikkeling en eventuele samenwerking. Zie ook de paragraaf “Uitvoering” en “Financiën".
1.2
De gebiedsvisie Rijnpark legt op hoofdlijnen vast hoe we de ambities vertalen naar een ruimtelijk plan dat aansluit bij de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en een gezond woon- en werkklimaat. Met oog voor de historie én de toekomstige ambities in Rijnpark is aan de hand van een zestal kernwaarden de gebiedsvisie opgesteld. Deze kernwaarden zijn: • Nieuwe Arnhemse mix • Water en bodem als basis • De Veluwe aan de Rijn • Duurzame mobiliteit • Eigentijdse, gelaagde stadswijk • Gezond, energiek en circulair Het Rijnpark van de toekomst is een modern stedelijk woon-werkgebied waar op termijn 7.000 woningen, 5.000 banen, een variatie aan stedelijke voorzieningen en een stadspark in samenhang een plek krijgen. De fysieke ruimte in de stad is beperkt. Om tot een prettige woonwijk te komen met ruimte om te wonen en te leven. Daarom is het van belang dat er minder ruimte voor auto’s in het gebied is. Rijnpark is daarom autoluw, met ruimte voor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers), een Hoogwaardig Openbaar Vervoerslijn, en deelauto’s. Rijnpark voorziet in de dagelijkse behoefte zoals boodschappen, zorg, ondersteuning, sport en onderwijs. Hiermee verlagen we de behoefte aan autogebruik en -bezit.
In Rijnpark is een gezonde mix van woonproducten en voorzieningen te vinden, met 40% sociale woningbouw, 26% midden-categorie en 34% vrije sector. Onderdeel van het programma is ook de opvang van 400-450 vluchtelingen in het noordelijk deel van Rijnpark fase 1. In fase 2 wordt een flexibele schil voorzien voor nog eens 350 plekken. Het aantal banen in Rijnpark is toegenomen tot 5.000, met in eerste instantie ruimte voor de huidige bedrijven in de Spoorzone die mengbaar zijn en terug willen keren. Daarnaast is een variatie aan maatschappelijke functies, maakindustrie en creatieve industrie, kantoorfuncties en hubs voor stadsdistributie, passend bij de samenstelling van Rijnpark en de ambities van de stad. We ontwikkelen Rijnpark tot een duurzame leefomgeving. Waarbij we inzetten op circulair en biobased bouwen, met een flinke uitbreiding van beleefbaar én ecologisch groen, een goede balans in watermanagement en hittestress, en met als doel dat Rijnpark zoveel mogelijk in haar eigen energiebehoefte voorziet.
1.3
De gebiedsvisie Rijnpark gaat uit van een “Stad in balans” Een groeiende stad moet ook een “Stad in balans” zijn waar groene en gezonde leefomgeving uitgangspunt is. Bij de gebiedsontwikkeling Rijnpark gaan we er dan ook vanuit dat een groeiend aantal woningen gepaard gaat met groei aan oa voorzieningen, werkgelegenheid en een groene leefomgeving. In de gebiedsvisie Rijnpark heeft dat geleid tot een ruimtereservering voor deze functies die richtinggevend zijn voor de verdere ontwikkeling. Samen met een extra inspanning op een park met stedelijke functie dragen we hiermee bij aan een betere “Stad in balans”.
1.4
Met het vaststellen van de gebiedsvisie en het ruimtelijk raamwerk voor fase 1 wordt de basis gelegd voor nadere planuitwerking Een gebiedsontwikkeling als Rijnpark doorloopt verschillende fasen. Hierbij wordt gewerkt van grof naar fijn. De gebiedsvisie, en het ruimtelijk raamwerk voor fase 1, is een volgende stap in dat proces, waarmee invulling wordt gegeven aan de ambities zoals deze zijn vastgelegd in de startnotitie Rijnpark. Ten opzichte van de startnotitie zijn een aantal items het vermelden waard: •
•
•
•
•
In de startnotitie is opgenomen dat het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30% moet zijn. De afgelopen vijf jaar is het aandeel sociale corporatiehuurwoningen in Arnhem afgenomen. In 2018 was 36,2% van de woningen in Arnhem een sociale huurwoning, eind 2022 was dat 34,8%. Door in deze gebiedsvisie in te zetten op 40% sociale huurwoningen zorgen we vanuit de Arnhemse woningbouwbehoefte voor een beter aandeel sociale huur in de stad. Met Rijnpark ontstaat een grote nieuwe wijk. Een aandeel van 40% sociale huurwoningen is goed in te passen in een moderne wijk. Door de omvang van het gebied en het aantal woningen en voorzieningen hebben we de mogelijkheid om ruimtelijk een goede mix te maken. Binnen de sociale huur zien we een mix aan doelgroepen die een plek kunnen krijgen in Rijnpark: senioren, starters, jongeren en studenten, aandachtsgroepen en gezinnen. Hiermee denken we binnen de sociale huur niet alleen aan woningen onder de 1e aftoppingsgrens, maar aan de breedte van de mogelijkheden binnen sociale huur en ontstaat daarmee ook een mix aan woontypologieën in Rijnpark. Met de juiste voorzieningen ontstaat een kansrijke omgeving die bijdraagt aan kruisbestuiving tussen onze inwoners, en die kansen biedt – ongeacht inkomen en achtergrond - tot wonen, werken, ontmoeten, bewegen en ontspannen.
In de startnotitie is vastgelegd dat 66% van het woningbouwprogramma in het betaalbare segment moet liggen, Naast 40% sociaal wordt dit in de gebiedsvisie, in lijn met de woonvisie die bij de raad ligt, ingevuld met 20% betaalbare koop en 6% middeldure huur. Daarmee sluiten we aan bij de Woonvisie en het woonbehoefteonderzoek. Het aantal woningen in fase 1 is bijgesteld van 2.400 (Startnotitie) naar circa 3.500. Door de vergroting van het plangebied van fase 1 met een betere logische aansluiting op de huidige verkaveling en de openbare weg (Mercatorweg). Hiermee wordt ook beter recht gedaan aan de stedelijke dichtheid. in fase 2 bleek deze erg hoog en in fase 1 verhoudingsgewijs lager. De verdeling in de gebiedsvisie leidt nu tot een betere balans. Het totale aantal woningen is niet gewijzigd. In de startnotitie is aangegeven te streven naar 5000 banen. De gebiedsvisie heeft hier ruimte voor gecreëerd. De ambitie om in elk deelgebied een mix van wonen en niet-wonen te realiseren is deels losgelaten Voor het oostelijk deel van Rijnpark, aansluitend op bedrijventerrein Het Broek, is ervoor gekozen om in te zetten op alleen een werkprogramma. Enerzijds vanuit milieukundig oogpunt (zie ook argument 1.5), anderzijds om eventuele kansen op versterking van het werk-profiel van de omliggende bedrijventerreinen te versterken.
De ruimtelijke reservering voor maatschappelijke voorzieningen en creatieve bedrijvigheid zoals sport, cultuur, kunst, creativiteit, onderwijs, de opvang van vluchtelingen ( in fase 1 400450 plekken en in fase 2 een flexibel schil van nog eens 350 plekken) en overige voorzieningen), is gebaseerd op beleidsuitgangspunten, behoefteonderzoek en landelijke kengetallen. In de volgende fase op weg naar het stedenbouwkundig plan, zal een nadere onderbouwing worden gemaakt over de onderverdeling tussen de verschillende voorzieningen
•
1.5
binnen de gereserveerde ruimte. Zo werken we aan een nota culturele referentienormen. De resultaten van het onderzoek dat Sweco hiervoor uitvoert zullen gebruikt worden voor de verdere planontwikkeling. (zie ook raadsbrief Proces vernieuwing cultuurbeleid Arnhem . De Westervoortsedijk blijf het huidige tracé volgen. De Hoogwaardig Openbaar Vervoerslijn gaat door Rijnpark heen, om met het verzorgingsgebied van haltes optimaal aan te sluiten op de stedelijke programmering van wonen, werken en voorzieningen.
Transformatie van Rijnpark naar een gemengd woon- en werkgebied heeft consequenties voor de huidige bedrijven in het gebied De transformatie van Rijnpark biedt kansen voor nieuwe bedrijvigheid en er is ruimte binnen het werkprogramma in het gebied voor bedrijven die mengbaar zijn en terug willen keren. Hierbij is de vraag of dat past bij het specifieke bedrijf en de dichtheden die we hier voorstaan. De gebiedsontwikkeling gaat vele jaren duren en daarom is het van belang om richting het omgevingsplan ook een transformatieplan op te stellen waarin de transitie van de huidige situatie naar de toekomstige situatie staat beschreven. Dit plan geeft houvast aan bestaande gebruikers. Uitgangspunt is dat de beschikbare ruimte in eerste instantie is bedoeld voor de huidige bedrijven in de Spoorzone die mengbaar zijn en terug willen keren. Daarna komen de maatschappelijke en commerciële (detailhandel, horeca) functies die horen bij een wijk van deze omvang. De ruimte die dan nog in het programma overblijft, is bedoeld voor verschillende typen bedrijvigheid, waaronder creatieve bedrijvigheid. Hiermee geven wij tevens invulling aan motie 24M03 om keuzes te maken in economische functies.
1.6
De ontwikkeling van Rijnpark naar een gemengd woon- en werkgebied geeft balans tussen het economisch belang en het woonbelang. Om een goed woon- en leefklimaat in Rijnpark te ontwikkelen, zal de milieu-impact op de wijk moeten voldoen aan de wettelijke normen voor wonen en leven. Met de voorgenomen afwaardering van de milieu-categorieën van een beperkt deel van het omliggende bedrijventerrein (zoals toegelicht bij het voorbereidingsbesluit) en het aanwijzen van het zuidoostelijke deel van Rijnpark voor enkel bedrijvigheid, denken we hierin een goede balans gevonden te hebben tussen de mogelijkheden voor bestaande en toekomstige bedrijven in de stad en het ontwikkelen van de zo noodzakelijke woningen voor Arnhem. Hiermee geven wij tevens invulling aan motie 24M18 waarin behoud van bestaande bedrijventerreinen mede leidend zijn in de verdere planvorming. De komende periode zal via de MER-procedure getoetst worden of deze aannames ook kloppen. Mocht deze Milieu-Effect Rapportage tot andere inzichten leiden dan nu wordt aangenomen, dan zal het college met voorstellen komen hoe hiermee om te gaan, waarbij zowel het economisch als het woonbelang in ogenschouw zal worden genomen.
2.1
Om de gebiedsontwikkeling Rijnpark mogelijk te maken wordt een Milieueffectrapportage (MER) worden opgesteld De gebiedsontwikkeling Rijnpark betreft het transformeren van een binnenstedelijk gemengd bedrijventerrein van circa 70 hectare naar een intensiever gebruikt gebied met ruimte voor wonen, werken en voorzieningen. De gemeente Arnhem wil in Rijnpark onder meer ruimte bieden aan circa 7.000 woningen, 5.000 banen, maatschappelijke voorzieningen en een stadspark. Om de
gebiedsontwikkeling Rijnpark mogelijk te maken zijn wijzigingen van het omgevingsplan nodig en moet een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld. De Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Rijnpark (NRD), met onderzoeksopzet, is de eerste stap in de m.e.r.-procedure. 3.1
De ambities uit de gebiedsvisie hebben financiële consequenties Voor fase 1 is een financiële doorrekening van (de ambities vervat in) het ruimtelijk raamwerk gemaakt. Hiertoe is een gebiedsexploitatie opgesteld en is gekeken of voor de eventuele tekorten dekking aanwezig is. Zie hiervoor de financiële paragraaf en de geheime bijlage.
4.1
De ambities uit de gebiedsvisie brengen ook risico’s met zich mee. Het aangaan van een ontwikkeling brengt risico’s met zich mee. Zoals met de raad afgesproken wordt voor iedere nieuwe ontwikkeling ook een onafhankelijke risicoanalyse uitgevoerd. Deze is als geheime bijlage bij dit raadsvoorstel gevoegd. In de kanttekeningen bij dit raadsvoorstel wordt hier nader op ingegaan.
3.2/ 4.2
Het college heeft geheimhouding opgelegd op grond van artikel 87 van de Gemeentewet, gelezen in combinatie met artikel 5.1, tweede lid, onder b, van de Wet open overheid De gebiedsexploitatie voor de Spoorzone en die voor Rijnpark fase 1 als onderdeel daarvan en de risicoanalyse is geheim verklaard omdat openbaarmaking hiervan zou leiden tot het schaden van de economische en financiële belangen van de gemeente. Het kenbaar maken van de bedragen waarmee de gemeente rekent en de risico’s die de gemeente hierbij ziet, tast de onderhandelingspositie van de gemeente aan. Ook is er in de financiële bijlage informatie opgenomen over investeringen die aanbesteed moeten worden, waarbij het openbaar maken van deze bedragen de financiële en economische positie van de gemeente schaadt. Deze geheimhouding is opgelegd voor de duur van de gebiedsexploitatie van de Spoorzone (naar huidige inschatting tot en met 2030).
Kanttekeningen en risico's 1.1
Er zijn nog geen zekerheden over uitplaatsing emplacementen van NS en ProRail Het ProRail emplacement is onderdeel van fase 1 en daarmee is uitplaatsing van dit emplacement randvoorwaardelijk voor de realisatie van fase 1. Het NS emplacement maakt onderdeel uit van fase 2 van de gebiedsvisie. Zonder uitplaatsing van dit emplacement zal in fase 1 een goede gebiedsontwikkeling ontstaan en een goed stuk stad ontwikkeld worden. Voor fase 2 is de uitplaatsing van NS wel randvoorwaardelijk. Gezien bovenstaande is de uitplaatsing van ProRail onderdeel van de financiële gebiedsexploitatie van Rijnpark fase 1 en het NS emplacement niet. Er is op dit moment geen aanleiding te denken dat er geen mogelijkheid is tot uitplaatsing van beide emplacementen. De gesprekken hierover met alle partijen (IenW, BZK, provincie, regio, ProRail en NS) verlopen constructief. Tegelijkertijd is er nog geen zekerheid over de uitplaatsing. Bij het vaststellen van het omgevingsplan voor Rijnpark fase 1 zal over het ProRail emplacement
meer zekerheid moeten bestaan omdat op dat moment de uitvoerbaarheid moet worden aangetoond. Indien dit niet het geval is, zal het omgevingsplan niet kunnen worden vastgesteld en er opnieuw worden bekeken wat de mogelijkheden voor Rijnpark zijn. Als blijkt dat het NS emplacement niet kan worden uitgeplaatst, zal fase 2 van de gebiedsvisie moeten worden herzien. Het college zal de raad actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen bij belangrijke markt partijen zoals het rijk, provincie, ProRail en NS. 1.2
De ontwikkeling van Rijnpark wordt gefaseerd opgepakt De gebiedsvisie van Rijnpark bestaat uit twee deelgebieden, fase 1 en fase 2. De uitwerking van fase 1 tot een stedenbouwkundig plan wordt na vaststelling van de gebiedsvisie verder ter hand genomen. Hierop is ook de financiële doorrekening gebaseerd en de risicoparagraaf geschreven. De uitwerking van fase 2 volgt op een later moment, omdat de uitvoeringsperiode hiervan in de periode 2030-2040 is voorzien. Omdat de uitwerking van fase 2 meer in de toekomst ligt en er dan sprake kan zijn van gewijzigde omstandigheden, zien we het ruimtelijke raamwerk voor fase 2 als indicatief
1.3
De gebiedsontwikkeling heeft impact op de bestaande bedrijven binnen en buiten Rijnpark. Met het vaststellen van het voorbereidingsbesluit Rijnpark in december 2023 en het vaststellen van de gebiedsvisie Rijnpark wordt voor de bedrijven binnen en buiten Rijnpark meer concreet welke ontwikkelingen in Rijnpark tot 2040 zijn voorzien. In fase 1 wil een groot deel van de eigenaren zelf realiseren en deze gebiedsvisie geeft daarin meer duidelijk voor hen. In fase 2 en omliggende bedrijfsterreinen is nog minder gedetailleerd duidelijk en dat geeft ook meer onzekerheid bij betrokken bedrijven. Wij begrijpen en erkennen dit en hebben oog voor de situatie van de bedrijven. Het eerdergenoemde transformatieplan en een intensief traject met bedrijven (zie ‘participatie’ en ‘uitvoering’) moet bedrijven meer houvast en perspectief geven. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat er een verschil kan zijn tussen de ervaren impact en de feitelijke impact van de plannen en besluiten.
1.4
Huidige netcongestie in Nederland geeft onzekerheden gebiedsontwikkeling Veel gebiedsontwikkelingen in Nederland worden geconfronteerd met geen of beperkte netaansluiting. Dit kan tot vertraging en mogelijk extra kosten leiden. Aan versterking van het elektriciteitsnetwerk wordt landelijk en regionaal hard gewerkt mede gezien de groei en ontwikkeling van het stedelijk gebied en de urgentie qua woningbouw. Zo ook voor Rijnpark. De langjarige gebiedsontwikkeling geeft ruimte om te anticiperen op verder verloop van de aanpak op netcongestie en biedt de kans om nieuwe energieconcepten te ontwikkelingen om zo de impact van netcongestieproblematiek op de gebiedsontwikkeling van Rijnpark zo klein mogelijk te houden.
1.5/ 2.1
De uitkomsten van de MER Rijnpark kunnen tot aanpassingen leiden van de gebiedsvisie Voor zover nu bekend, staan de milieueffecten van de ontwikkeling van Rijnpark een ontwikkeling niet in de weg. Dit dient echter nader onderzocht te worden in de Milieu Effect Rapportage (MER). De uitkomsten van de MER kunnen aanleiding geven tot aanpassingen van de gebiedsvisie en kunnen naast ruimtelijke ook financiële effecten hebben. Deze aanpassingen
zullen een plek krijgen in het omgevingsplan en voorgelegd worden aan de raad. Indien nodig zal uiteraard tussentijds met de raad gesproken worden, dan wel voorstellen tot aanpassing worden voorgelegd 4.1
Een gebiedsontwikkeling van Rijnpark fase 1 brengt risico’s met zich mee Een langjarige en omvangrijke ontwikkeling als Spoorzone Arnhem-Oost brengt nieuwe risico’s met zich mee en daarmee ook risico’s die specifiek gelden voor de ontwikkeling Rijnpark. Het uitvoeren van goed risicomanagement is van groot belang. Om aan het proces van risicomanagement goed invulling te geven is er een risicoanalyse voor Rijnpark fase 1 uitgevoerd. In de geheime bijlage zijn de uitkomsten van deze risicoanalyse weergegeven in de vorm van een risicoregister. De risico’s zijn (deels) ook gekwantificeerd. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit ten behoeve van deze ontwikkeling bepaald. Zoals benoemd in de Begroting 2024, wordt onderzocht of de bestaande methodiek voor het bepalen en kwantificeren van de risico’s voor grondexploitaties nog passend is bij een actiever grondbeleid en de gebiedsontwikkelingsopgaven van de gemeente Arnhem. Dit met de bedoeling om voortdurend tot een zo realistisch mogelijke inschatting van risico’s en beslag op de weerstandscapaciteit van het grondbedrijf en de gemeente te komen. Het onderzoek is in de afrondende fase en de intentie is om met ingang van de Financiële Jaarrapportage Projecten (FJP) 2023 een gewijzigde methodiek te gaan toepassen, waarbij deze ook zal worden toegelicht.
In de Begroting 2024 is het risicoprofiel voor heel Spoorzone Arnhem-oost (vooralsnog Rijnpark, Schaapsdrift en Presikhaaf 3) ingeschat op €20 miljoen. Eigenlijk bedroeg het risicoprofiel op basis van de bestaande methodiek voor de Spoorzone als geheel bij het opstellen van de begroting €5 miljoen. Omdat op dat moment de plannen nog niet gedetailleerd bekend waren en de huidige methodiek uitkomsten gaf die opvallend laag waren, is op basis van referenties toch een inschatting van het risicoprofiel gemaakt van €20 miljoen. Inmiddels zijn de business cases voor de gebiedsvisies verder uitgewerkt, waardoor het mogelijk is om het risicoprofiel voor de Spoorzone specifieker te bepalen. De gewijzigde methodiek in combinatie met de gedetailleerdere uitwerking van de plannen voor de gebieden Rijnpark en Schaapsdrift en omgeving leidt tot een inschatting van het risicoprofiel van €16,5 miljoen. Voor de berekening van het risicoprofiel voor heel Spoorzone Arnhem-oost moet het risicoprofiel van gebied Presikhaaf 3 hier nog aan toegevoegd worden. Dit volgt in een latere fase bij de aanbieding van de gebiedsvisie Presikhaaf 3.
Er is tevens een inschatting gemaakt van het risicoprofiel voor de deelgebieden Rijnpark en Schaapsdrift afzonderlijk, waarbij het goed is aan te geven dat door de verwevenheid van de bereikbaarheidsmaatregelen met de diverse gebiedsexploitaties binnen de deelgebieden, dit op deelgebiedsniveau een benadering is1.
1
De noodzakelijke bereikbaarheidsmaatregelen voor de Spoorzone zijn noodzakelijk voor meerdere ontwikkelingen. Daartoe is op basis van de hiervoor gebruikelijke systematiek een toerekening gedaan naar ieder deelgebied. Het risico van een bereikbaarheidsmaatregel die aan meerdere gebiedsexploitaties wordt toegerekend kan daarmee niet per deelexploitatie precies worden bepaald. Daardoor is het risicoprofiel dat hier voor het deelgebied weergegeven wordt een benadering. Bij het vaststellen van de totale gebiedsexploitaties kan wel een totaal risicoprofiel worden gegeven.
Op basis van de gewijzigde methodiek is voor Rijnpark fase 1 vooralsnog een risicobedrag van € 12.5 miljoen ingeschat. Tot aan het moment dat de gebiedsexploitatie van de Spoorzone wordt aangeboden aan de raad en deze meelopen in de FJP (naar verwachting voor de zomer 2024), blijven we uitgaan van de eerdere inschatting van € 20 miljoen beslag op de beschikbare weerstandscapaciteit voor Spoorzone als geheel. Bij het vaststellen van de gebiedsexploitatie van de spoorzone zal het beslag op het weerstandsvermogen definitief worden bepaald en doorgevoerd in de begroting. Dit kan tot vrijval (of extra benodigde) capaciteit leiden. De risico’s en beheersmaatregelen zullen na vaststelling van de gebiedsexploitatie van de Spoorzone doorlopend worden gemonitord en daar waar nodig bijgestuurd. De raad zal over de voortgang via de Financiële Jaarrapportage Projecten (FJP) en de najaarsrapportage worden geïnformeerd. Participatie We betrekken de stad intensief bij de ontwikkeling van Rijnpark (zie de bijlage Toelichting op de omgevingsdialoog) . Deze participatie is een dialoog, en heeft als doel om – met inbreng en ideeën van betrokkenen – het best mogelijke plan te maken voor de stad. Ieders inbreng is daarbij welkom. We streven naar een langdurige relatie met de projectomgeving en werken aan vertrouwen en goede, frequente communicatie.
Dit hebben we de afgelopen periode intensief vormgegeven. Met als belangrijk moment een Informatie Festival (InfoFest Rijnpark) op 1 juli 2023. In de navolgende periode is, met vele stakeholders gesproken over de vertaling van ambities naar een stedelijk plan voor Rijnpark. Onder andere met bewoners, tijdens bijeenkomsten en individueel, grondeigenaren, Wijkplatform Het Broek, huurders, woningcorporaties, en diverse belangenverenigingen zoals Stichting Arnhemse Bedrijventerreinen. Voor een meer uitgebreide toelichting zie de bijlage toelichting omgevingsdialoog gebiedsvisie Rijnpark. De gevoerde dialogen zijn waardevol. Het heeft ook tot concrete planwijzigingen geleid. In het noordelijk deel van Rijnpark, aansluitend op woonwijk Het Broek, is het geplande volume aan bedrijvigheid en de boogde bouwhoogte naar beneden bijgesteld, en is meer ingezet op wonen en maatschappelijke voorzieningen. Ook is in het oostelijk deel, aansluitend op bedrijventerrein Het Broek, de woningbouw teruggebracht. In de gebiedsvisie is ook ruimte gecreëerd om toekomstige bedrijvigheid beter aan te kunnen laten sluiten op het profiel van bedrijventerrein Het Broek (grotere omvang) De wereld verandert, en gedurende de ontwikkelperiode van Rijnpark (tot 2040) moet het plan ook kunnen reageren op veranderingen.
Het vaststellen van de gebiedsvisie is dan ook niet het einde van het proces, deze wordt in het vervolgproces nader uitgewerkt tot stedenbouwkundige plannen en inrichtingsplannen. De dialoog is dus niet alleen voor deze fase waardevol, het is tevens een continu proces, waaraan we ook in de toekomst een zo goed mogelijke invulling blijven geven.
Financiën In de begroting 2024 zijn middelen gereserveerd voor de gebiedsexploitatie van Spoorzone Arnhem Oost. De verwachting is dat we hiermee, samen met het Rijk en de provincie, tot een sluitende businesscase kunnen komen. De drie gebiedsvisies (Rijnpark, Schaapsdrift en omgeving en Presikhaaf 3 hangen nauw met elkaar samen. De noodzakelijke bereikbaarheidsmaatregelen voor de Spoorzone zijn noodzakelijk voor meerdere ontwikkelingen. Daarnaast is voor de bepaling van de rentekosten besloten tot projectfinanciering voor Spoorzone Arnhem Oost als geheel. Vanwege deze verwevenheid van de verschillende onderdelen van de gebiedsexploitatie zal de verwerking van de gebiedsexploitatie in de begroting middels een separaat raadsvoorstel in zijn geheel plaatsvinden nadat de afzonderlijke gebiedsvisies voor Schaapsdrift en omgeving, Rijnpark en Presikhaaf 3 door u zijn vastgesteld. De drie gebiedsexploitaties geven de financiële onderbouwing van de desbetreffende gebiedsvisies. Om de nu voorliggende gebiedsvisie Rijnpark vast te kunnen stellen, wordt in de geheime bijlage aangegeven welk deel van de totale gebiedsexploitatie Spoorzone Arnhem Oost betrekking heeft op Rijnpark fase 1. In de geheime bijlage wordt daarna uitgebreider ingegaan op de gebiedsexploitatie Rijnpark fase 1. Uitvoering De Gebiedsvisie Rijnpark is de basis voor een Milieu Effect Rapportage (MER).
Deze wordt in 2024 afgerond. Ook is de Gebiedsvisie Rijnpark de basis om in 2024 voor fase 1 te komen tot een nadere stedenbouwkundige uitwerking en privaatrechtelijke afspraken met grondeigenaren, en als vervolg daarop nieuwe publiekrechtelijke kaders (omgevingsplan(nen)) die nodig zijn om de ambities van Rijnpark te kunnen realiseren. De ambitie is om in 2024 het ontwerp-omgevingsplan voor Rijnpark inclusief de MER en een set aan privaatrechtelijke afspraken af te ronden. We onderkennen daarbij dat we afhankelijk zijn van externe invloeden als de Omgevingswet, en de externe gesprekspartners. In lijn met de paragraaf financiën wordt in 2024 de grondexploitatie opgezet en ter vaststelling voorgelegd. Uit de gesprekken met grondeigenaren en huurders in fase 2 merken we dat de behoefte aan participatie verschilt van fase 1. De ontwikkelperiode is tussen 2030-2040, en daarmee is de aard van de vragen ook anders. In 2024 wordt de dialoog met de omgeving verder opgebouwd. Specifiek voor en met de grondeigenaren en huurders (bedrijven) in fase 2 wordt in het kader van de omgevingsdialoog een specifiek traject opgezet om beter op hun belangen, zorgen en ideeën in te kunnen spelen. Communicatie Er vindt reguliere communicatie plaats rondom het komen tot een gebiedsvisie. Daarbij worden ook het Rijk en de Provincie Gelderland proactief geïnformeerd over de voortgang.
Daar waar nodig en gewenst is deze specifiek en afgestemd op de doelgroep, bijvoorbeeld voor inwoners of bedrijven. Voor grondeigenaren en huurders (bedrijven) in fase 2 wordt begin 2024 een specifiek traject opgezet om beter opvolging te kunnen geven aan hun belangen, zorgen en ideeën.
Bijlagen − − − − − − − − −
Gebiedsvisie Rijnpark Toelichting op de omgevingsdialoog Gebiedsvisie Rijnpark Logboek omgevingsdialoog Gebiedsvisie Rijnpark niet-geanonimiseerd VERTROUWELIJK Logboek omgevingsdialoog Gebiedsvisie Rijnpark geanonimiseerd Brief StAB Beantwoording brief StAB Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER Rijnpark (NRD) GEHEIM bijlage financiën Rijnpark fase 1 GEHEIM bijlage risicoanalyse Rijnpark fase 1
Besluit van Zaaknummer
4016575
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 maart 2024, nummer: 4016575 gelet op art 147, tweede lid, Gemeentewet
besluit: 1. De Gebiedsvisie Rijnpark vast te stellen.
De griffier,
De voorzitter,