Raadsvoorstel "Eerste wijziging van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Zaaknummer
621209
ONDERWERP: Eerste wijziging van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 Voorstel
Over te gaan tot het vaststellen van de verordening tot eerste wijziging van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 Inleiding Uit uitspraken van zowel de bestuursrechter als de kantonrechter is gebleken dat de regels van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning niet goed werken in situaties waarin er sprake is van onjuiste omgang met gemeenschapsgeld. Terugvorderingsacties die in dit verband zijn ingezet, zijn bij de rechter gestrand.
Beoogd effect De bedoeling van dit besluit is om de problemen die zich voordoen op het vlak van terugvordering van ten onrechte genoten of voor een ander doel uitgegeven middelen voor fractieondersteuning te beperken. Het voorstel is om deze nieuwe regeling in werking te laten treden met ingang van de bestuursperiode 20222026. Dat wil zeggen dat de verordening in werking zal treden op 24 maart 2022. Van de gelegenheid is gebruikt om een aantal termen en werkwijzen te actualiseren. Deze aanpassingen zijn niet van inhoudelijke aard.
Argumenten De huidige verordening voorzag in het subsidiëren van fracties. Fracties zijn geen rechtspersoon. Dat heeft de rechter bepaald. En dus kunnen zij geen subsidie ontvangen. En waar niets ontvangen kan worden, kan er ook niet teruggevorderd worden. Dit vraagt om een andere inrichting van de subsidieverstrekking. Dit kan door de subsidie te verstrekken aan stichtingen die gelieerd zijn aan de fracties. Stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid en kunnen dus wel subsidie ontvangen en er kan subsidie van een stichting worden teruggevorderd. In Arnhem heeft het grootste deel van de fracties die vertegenwoordigd zijn in de gemeenteraad de financiële activiteiten ondergebracht in een stichting. Deze fracties worden door deze nieuwe regeling dus niet tot extra handelingen verplicht; zij hoeven geen nieuwe stichting in het leven te roepen. Fracties waarvoor dit niet geldt, dienen daartoe wel over te gaan. Willen zij subsidie ontvangen, dan moeten ze een stichting oprichten. In dit verband dient het in het leven roepen van een stichting beschouwd te worden als
een verplichting die wordt opgelegd in het kader van de subsidieverlening (conform afdeling 4.2.4. van de Algemene wet bestuursrecht). Een fractie die deze verplichting niet na wil komen staat daar in vrij. Het heeft wel als gevolg dat zij daarmee ook de aanspraak op de financiële middelen op geeft.
De herinrichting van de subsidieverstrekking geeft nog geen antwoord op de vraag of individuele fractieleden aangesproken kunnen worden op onregelmatig gebruik van fractieondersteuning. Om dat mogelijk te maken is overwogen aan de verordening een bepaling toe te voegen die luidt dat ook teruggevorderd kan worden van individuele fractieleden voor zover zij zich niet aan de regels houden. Het is echter uitermate onzeker of een dergelijke bepaling juridisch houdbaar is. Dat wil zeggen, of het een voldoende rechtsgrond biedt om ten onrechte verstrekte subsidies terug te vorderen van individuele raadsleden. Een directe rechtsverhouding tussen de gemeente als subsidieverstrekker en het individuele lid van een raadsfractie is niet evident en biedt geen of althans onvoldoende waarborg voor een succesvolle terugvordering. U wordt geadviseerd dit onzekere juridische pad niet te volgen. Wat hierin ook een rol speelt is de bijzondere verantwoordelijkheid van de fracties zelf, in het bijzonder van de fractiebesturen, om hun financiële huishouding zodanig in te richten, dat er sprake is van verhaalsmogelijkheid op een individueel lid van de fractie. Er wordt met dit voorstel dus niet beoogd om de fracties 'op te dragen' om de statuten van hun stichtingen te voorzien van afdoende bepalingen in dit verband. Voor zover van een dergelijke verplichting überhaupt al sprake zou kunnen zijn.
Kanttekeningen Dit voorstel beoogt de eventuele terugvorderingsperikelen te minimaliseren. Of daarmee alle mogelijke vraagstukken die zich op dit punt voor kunnen doen worden bestreken kan niet met volledige zekerheid gesteld worden. De relatie stichting - fractie - fractielid wordt beheerst door zowel het publiek - als het privaatrecht. Welke wegen hierin bewandeld kunnen, moeten en mogen worden, blijft mede bepaald door het standpunt van de verschillende rechterlijke instanties.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Uitvoering Uitvoering van de verordening ligt in handen van de griffie. Fracties - die daartoe nog niet overgingen - dienen met ingang van de nieuwe bestuursperiode een stichting in het leven te roepen.
Bijlagen
Stukken voor gemeenteraad
geconsolideerde tekst verordening met ingang van 24 maart 2022
Ter inzage stukken voor gemeenteraad n.v.t.
Besluit van
24 november 2021
Zaaknummer
621209
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van de Presidium van 10 november 2021; gelet op de artikelen 33 en 147 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de navolgende verordening tot Eerste wijziging van de Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018
I.
Wijzigingen
A. Vernummering De artikelen 1 tot en met 11 worden vernummerd tot artikel 2 tot en met 12.
B. Er wordt een nieuw artikel 1 ingevoegd: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. fractie: fractie zoals bedoeld in artikel 15 van het Reglement van Orde voor de Politieke Avond van de gemeente Arnhem 2018 b. stichting: een rechtspersoon als bedoeld in Titel 6 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, opgericht ter ondersteuning van de fractie . Deze stichting dient in ieder geval ten doel te hebben het ondersteunen van de fractie om de kaderstellende en controlerende rol van de fractie te versterken en voor de invulling van de volksvertegenwoordigende rol door de fractie. c. financiële bijdrage: de subsidie waarop een stichting ten behoeve van de fractieondersteuning jaarlijks aanspraak kan maken ingevolge artikel 5 van deze verordening. d. fractieondersteuning: ondersteuning ten behoeve van de uitvoering van werkzaamheden van de fractie in de gemeenteraad
C. Artikel 5 komt te luiden:
Artikel 5 Financiële bijdragen
1. De stichtingen ontvangen jaarlijks van gemeentewege een financiële bijdrage voor de fractieondersteuning, vast te stellen door de gemeenteraad.
2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bestaat uit:
a. een vast bedrag ad € 11.000, - ten behoeve van elke fractie;
b. een bedrag van € 2.000, - voor iedere raadszetel die een fractie boven het aantal van één heeft;
3. De maximale bijdrage bedraagt € 23.000, -
4. De bijdrage wordt berekend naar het aantal leden dat elke fractie in de raad in het betreffende kalenderjaar telt, niet vervulde plaatsen daarbij inbegrepen. 5. Indien een stichting niet voldoet aan de in artikel 10, lid 1, verplichte verantwoording en verslaglegging over het vorige jaar, kan de raad besluiten een voorschot geheel of gedeeltelijk niet te verstrekken, dan wel geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. 6. De raad kan de in het tweede en derde lid vermelde bedragen per 1 januari van elk kalenderjaar indexeren. 7. Bij afsplitsing van één of meerdere leden van een fractie worden de hieruit voortvloeiende meeruitgaven voor 50% ten laste gebracht van de bestemmingsreserve Fractieondersteuning en voor 25% ten laste van zowel de afgesplitste als de oorspronkelijke fractie. Indien een afsplitsing tot stand komt in de loop van een kalenderjaar, dan wordt de bijdrage verminderd naar rato van het aantal maanden dat verstreken is in dat jaar. Als datum van ingang geldt de eerste dag van de maand na de maand waarin het besluit tot afsplitsen in werking is getreden. 9. Indien meerdere fracties als één fractie gaan optreden, wordt, nadat de voorzitter van de raad ter zake op de hoogte is gebracht, de financiele bijdrage met ingang van het volgende kalenderjaar aangepast. 10.
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de financiële bijdrage die de stichting ontvangt.
D. Artikel 6, lid 1 en lid 2 komen te luiden:
Artikel 6 Bestedingsdoeleinden
1. Stichtingen besteden de bijdrage om de kaderstellende en controlerende rol van de fractie te versterken en voor de invulling van de volksvertegenwoordigende rol door de fractie. 2. De stichtingen kunnen fractievolgers, die geen raadslid zijn, noch in dienst zijn van de gemeente Arnhem, voor het bijwonen van een vergadering van een raadskamer een vergoeding toekennen. De hiermee gepaard gaande kosten zijn begrepen in de bijdrage die de stichtingen op grond van artikel 5 van deze verordening ontvangen.
E. Artikel 7 komt te luiden:
Artikel 7 Verstrekking voorschotten 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt op een op naam van de stichting gestelde bankrekening. 2. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de maand, volgende op de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt, wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar. F. Artikel 8 komt te luiden: Artikel 8 Reservering 1. De stichting kan een deel van de bijdrage als bedoeld in artikel 5 over een jaar reserveren voor besteding in een volgend jaar. Hiervan wordt in het verslag als bedoeld in artikel 10 melding gemaakt. 2. Bijdragen die op de datum van de raadsverkiezingen nog niet zijn besteed worden binnen drie maanden na deze datum door de stichting aan de gemeente terugbetaald. 3. Bij afsplitsing van één of meerdere leden van een fractie blijven de nog niet bestede gelden bij de oorspronkelijke stichting van de fractie. G. Artikel 10 komt te luiden: Artikel 10 Rekening en verantwoording 1. Binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar legt elke stichting aan de raad rekening en verantwoording af over de besteding van de in artikel 5 bedoelde bijdrage, onder overlegging van een financieel verslag. 2.
Het verslag vermeldt in elk geval: a. het bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar aan vergoeding is ontvangen; b. het bedrag van de uitgaven ten laste van de bijdrage over het voorafgaande kalenderjaar; c. ten behoeve van welke uitgaven de vergoeding is besteed en; d. het saldo van de inkomsten en uitgaven per 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar. 3. Bij het verslag wordt gevoegd: a. een verklaring van de stichting over de juistheid van de overgelegde gegevens. Deze verklaring wordt mede ondertekend door de fractievoorzitter en zo mogelijk een fractielid, en;
b. afschriften van facturen en betalingsbewijzen.
4. De raad stelt na controle van het financieel verslag de hoogte vast van: a. de financiële bijdrage; b. de wijziging van de reserve, en c. de resterende reserve. 5. De stukken bedoeld in lid 2 en 3 worden door de raad openbaar ter inzage gelegd. 6. In afwijking van het eerste lid wordt door de stichtingen waaraan fracties gelieerd zijn die na verkiezingen of tussentijds als zodanig ophouden te bestaan rekening en verantwoording afgelegd binnen 3 maanden na de verkiezingsdatum respectievelijk de datum van beëindiging van de activiteiten. II
Inwerkingtreding en overgangsrecht
1.
Deze verordening treedt in werking op 24 maart 2022
2.. Overgangsrecht De verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 zoals deze luidde op de dag voor 24 maart 2022 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 november 2021
De griffier,
De voorzitter,