Raadsvoorstel 'Beleidsplan Op eigen wijze oud(er) worden in Arnhem'
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
4390354
Onderwerp:
Beleidsplan Op eigen wijze oud(er) worden in Arnhem
Kernboodschap In 2050 is één op de drie Arnhemmers 55 jaar en ouder. Inwoners wonen langer thuis en naarmate de leeftijd vordert wordt hun zorgvraag vaak complexer. Dit vraagt om beleid en een integrale aanpak om 55-plussers optimaal te ondersteunen bij het vitaal en zelfstandig oud(er) worden in hun eigen buurt. Dit beleidsplan kwam tot stand dankzij vele gesprekken met inwoners en betrokken organisaties. Het is geschreven vanuit de leefwereld van inwoners met wie wij samen werken aan veerkrachtige gemeenschappen en een inclusieve en zorgzame samenleving in Arnhem. Voorstel 1. Het beleidsplan ‘Op eigen wijze oud(er) worden in Arnhem’ vast te stellen. Inleiding De afgelopen jaren is er geen beleid ontwikkeld voor specifieke doelgroepen. Echter vragen diverse maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder de vergrijzing, in Nederland om een duidelijke koers en gerichte keuzes om hiermee toekomstbestendig te zijn. In Arnhem zien wij de toename van het aantal 55-plussers in onze stad in de eerste plaats als een verrijking; vitaal oud(er) worden kan een bron van persoonlijke groei zijn en biedt ruimte voor actieve deelname in gemeenschappen. Hoewel we gemiddeld langer en vitaler leven, gaat ouder worden ook gepaard met ingrijpende levensgebeurtenissen die plaatsvinden; zoals het wegvallen van een partner, ziekte of een steeds kleiner wordend netwerk.
Inwoners kunnen hierdoor (al dan niet tijdelijk) hun veerkracht verliezen. Vergrijzing brengt – naast verrijking en kansen – dus ook maatschappelijke uitdagingen met zich mee. Met name de toename van 75-plussers leidt tot meer ouderen met complexe zorgvragen. Mensen blijven langer thuis wonen en gaan alleen naar een verpleeghuis als ze ernstig ziek zijn of als het thuis echt niet meer gaat. Daarnaast zijn er 55-plussers die voor extra uitdagingen staan, zoals het niet spreken van de Nederlandse taal of ze ervaren een andere drempel tot ontmoeting. Voor hen neemt de mogelijkheid om mee te doen snel af, wat hun welbevinden en gezondheid negatief beïnvloedt. We bieden gerichte ondersteuning aan hen die dit het hardst nodig hebben en waar we de meeste impact kunnen realiseren. Tegelijkertijd is er een krappe arbeidsmarkt, waardoor het moeilijk is om voldoende personeel te vinden om voor ouderen te zorgen, zowel thuis als in verpleeghuizen. Hierdoor hebben wij elkaar
harder nodig dan ooit om alle 55-plussers, ook die in een kwetsbare positie, midden in de samenleving te houden. Samen trotseren we de bijbehorende uitdagingen zodat iedereen kan blijven meedoen. Dit vraagt dat we meer omkijken naar elkaar, maar ook om erkenning en waardering van 55-plussers die zich inzetten voor hun gemeenschap. Wij stimuleren en faciliteren inwonersinitiatieven en netwerken daarom zo veel mogelijk. Een bestaande rol die wij – samen met onze partners – verder gaan uitbreiden. Beoogd effect Met dit beleidsplan stimuleren we een beweging van zorg naar preventie, een sterke sociale basis en omzien naar elkaar. Arnhemse 55-plussers houden zo lang mogelijk zelf de regie, zetten hun talenten in, zijn - al dan niet door middel van een betaalde baan - maatschappelijk betrokken en blijven zichzelf ontwikkelen. Ze kunnen oud(er) worden in hun eigen buurt en worden gestimuleerd om zelf initiatieven op te starten. Daarnaast zetten we gericht in op inwoners in een kwetsbare positie, zoals 55-plussers die de Nederlandse taal niet (goed) beheersen of minder mobiel zijn, om de drempel tot ontmoeten en meedoen te verkleinen en gezondheidsvaardigheden te vergroten. Dit doen we onder andere door het faciliteren van inclusieve en toegankelijke ontmoetingsplekken. Dit stimulerende beleid draagt bij aan de realisatie van doelen en ambities van Arnhem.
Argumenten 1.1 Dit beleidsplan biedt helderheid in hoe wij in Arnhem omgaan met de vergrijzing. Een actueel en toekomstbestendig ouderenbeleid geeft houvast voor de toekomst van 55plussers omdat we duidelijkheid en voorspelbaarheid creëren over welke koers we de aankomende jaren gaan varen. Daarnaast geeft het inzicht in hoe we in Arnhem omgaan met de maatschappelijke opgaven als gevolg van de toenemende vergrijzing. Voor (subsidie)partners biedt het beleidsplan duidelijkheid over de richting die we opgaan zodat zij hier vanuit hun expertise aan kunnen bijdragen. 1.2 De maatschappelijke uitdagingen die de vergrijzing met zich meebrengt, maakt stimulerend ouderenbeleid noodzakelijk. Door stevig in te zetten op het versterken van sociale cohesie en netwerken ontstaat een bredere en inclusievere zorgstructuur die inwoners aanmoedigt om actief deel te nemen aan hun gemeenschap of buurt. Dit leidt tot betrokkenheid en inwoners die voldoening ervaren. Tevens is dit nodig omdat de huidige zorginfrastructuur niet meer langer houdbaar is en het aantal ouderen steeds verder toeneemt. We bevorderen bewustwording onder inwoners over de uitdagingen behorend bij het ouder worden in combinatie met maatschappelijke ontwikkelingen. Dit doen we door informatieverstrekking en te stimuleren dat zij nadenken over hoe zij oud willen worden en wat zij kunnen doen om zichzelf voor te bereiden.
Een voorbeeld is bewustwording over de
ouderenzorg die financieel niet houdbaar is, hoe je een woning kunt aanpassen zodat deze levensloopbestendig wordt en hoe je het risico op vallen kunt verkleinen. Wij richten ons op alle Arnhemmers die met deze veranderingen te maken krijgen en hebben daarbij specifiek aandacht voor de groep vanaf 55 jaar. Tevens hebben we aandacht voor preventie bij inwoners voor wie dit niet vanzelfsprekend is en waarbij de levensverwachting door gezondheidsachterstanden afneemt. Onderzoek van Pharos toont aan dat mensen met een laag opleidingsniveau en laag inkomen gemiddeld vier jaar korter leven. Door inwoners bewust te maken van hoe zij vitaler oud(er) kunnen worden en te investeren in het ontwikkelen van gezondheidsvaardigheden, dragen wij bij aan het verkleinen van gezondheidsachterstanden, zodat iedere 55-plusser de kans krijgt om zo vitaal mogelijk oud(er) te worden. 1.3
Een integrale aanpak op diverse leefgebieden zoals wonen, zorg en welzijn (maar ook mobiliteit en vervoer) is nodig om de vitaliteit van 55-plussers te stimuleren. Arnhem stimuleert 55-plussers om er een gezonde levensstijl op na te houden en om maatschappelijk betroken te blijven door onder ander actieve sport, vrije tijds- en cultuur beleving. Ook hebben we oog voor de rol die gepensioneerden kunnen hebben in het arbeidsproces. Daarnaast vraagt de vergrijzing – en de daarbij behorende maatschappelijke opgaven met diverse thema’s zoals wonen en zorg – om een integrale, proactieve en goed gecoördineerde aanpak. Dit brengt diverse uitdagingen met zich mee zoals de toenemende vraag naar welzijnsvoorzieningen en zorg, geschikte woonvoorzieningen, passend sport- en beweegaanbod en culturele en sociale activiteiten. Door zowel ambtelijk als extern met partners domeinoverstijgend samen te werken, kunnen wij effectief onze krachten bundelen én ons huidige aanbod innoveren zodat het toekomstbestendig is voor uitdagingen die op ons af komen.
1.4
Gerichte inzet op ondersteuning voor 55-plussers in een kwetsbare positie verlaagt de drempel tot ontmoeten en meedoen. We hebben al veel aanbod voor 55-plussers, maar dit is nog niet voor iedereen laagdrempelig genoeg. Daarom zetten we gericht in op activiteiten voor 55-plussers die nu niet participeren, waarbij we (zo veel mogelijk) gebruik maken van collectieve voorzieningen, met als doel om de drempel tot ontmoeting zo laag mogelijk te maken. Dit doen we onder andere door cultuursensitief te werken, door het inzetten van ambassadeurs in diverse gemeenschappen en actief contact te zoeken met vertegenwoordigers van moskeeën en koffiehuizen.
1.5
Strategische samenwerking met externe partners op het snijvlak wonen, welzijn en zorg voor ouderen verkleint de tweedeling in de stad. In Arnhem zien we een diversiteit aan ouderen met verschillende sociaal economische achtergronden (SES). De diverse wijken verschillen nogal ten opzichte van elkaar. We concluderen dat ouderen met hoge(re) inkomens toegang hebben tot particuliere zorg en goede huisvesting. Terwijl ouderen met lage(re) inkomens die deze toegang missen, steeds vaker in geïsoleerde en kwetsbare situaties terecht komen. Dit leidt tot vereenzaming en
minimale zorgvoorzieningen, met als mogelijk gevolg dat deze groep op termijn in omstandigheden van verwaarlozing kan belanden. Zonder ingrijpen of investering kan er – vanwege de vergrijzing en toenemende krapte in de zorg – een situatie ontstaan waarin ouderen in verwaarloosde omstandigheden en armoedige voorzieningen belanden. Om deze zorgwekkende ontwikkeling tegen te gaan, is een integrale aanpak op het snijvlak van wonen, welzijn en zorg noodzakelijk. Dit vereist een strategische samenwerking tussen de gemeente en externe partners, zoals zorgorganisaties, woningcorporaties en welzijnsinstellingen. Deze samenwerking moet gericht zijn op het ontwikkelen van een omgeving waarin ouderen, ongeacht hun inkomen, zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in een zorgzame en ondersteunende gemeenschap. 1.6
Het waarborgen van realisatiekracht is essentieel voor het succes van het ouderenbeleid. Het is nodig om de integrale aanpak van de projecten in de uitvoeringsagenda te coördineren, mede uit te voeren, te monitoren, op te schalen en de beweging in gang te zetten in de stad en in de organisatie. De ambities in het beleidsplan zijn groot, maar we beginnen klein in de uitvoering en moeten prioriteren, gelet op de beperkte middelen en hiermee samenhangend de realisatiekracht. Als wij onze beleidsambities willen waarmaken dan moeten we op meerdere beleidsterreinen integraal samenwerken.
1.7
Ontwikkeling van een uitvoeringsagenda met projecten waar we de meeste impact gaan creëren. De ‘nieuwe’ ouderen hebben andere behoeften en wensen dan we tot nu gewend waren. Het is belangrijk om in te spelen op de veranderende behoeften en wensen van de (toekomstige) 55-plussers door ons aanbod hierop te laten aansluiten. Als bijlage in het beleidsplan vindt u een overzicht van kansrijke projecten voor de uitvoeringsagenda, ontstaan vanuit de opgehaalde prioriteiten tijdens het participatieve proces. Tevens zijn deze projecten op inhoudelijke haalbaarheid getoetst. De uitvoeringsagenda 2025 wordt na vaststelling van dit beleidsplan verder uitgewerkt en omschrijft wat wij concreet gaan doen, waar wij een focus op leggen en hoe het bijdraagt aan het behalen en realiseren van onze doelen en ambities. Een van de projecten houdt in dat we – in lijn met de aangenomen motie 24M135 ‘Vele handen maken licht werk’ – kansen om betaald werk na pensionering te (blijven) verrichten, nader gaan verkennen.
Kanttekeningen en risico's 1.1
De middelen zijn beperkt en vooralsnog incidenteel. Voor het ouderenbeleid voorzien we dat aanvullende middelen nodig zijn. Wanneer deze niet beschikbaar zijn, heeft dit geen gevolgen voor het beleidsplan. Wel zal dit betekenen dat de uitvoeringsagenda minder ambitieus wordt. De incidentele middelen voor de ontwikkeling van het ouderenbeleid zijn in 2024 volledig besteed aan de beleidsontwikkeling. Voor 2025 vindt de uitvoering zoveel mogelijk plaats binnen bestaande formatie en dekking vanuit incidentele middelen; deels met rijksmiddelen uit SPUK-GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en het budget Wonen. Voor specifieke projecten binnen de uitvoeringsagenda proberen we daarnaast gebruik te maken van alternatieve financieringsstromen zoals ZonMw subsidie.
Vanaf 2026 betekent dit dat door het ontbreken van structurele middelen de projecten in de uitvoeringsagenda van het ouderenbeleid vooralsnog niet kunnen worden geborgd; succesvol gebleken projecten moeten mogelijk worden stopgezet en er is wellicht geen ruimte om verder te ontwikkelen. De mate van opschaling in de uitvoering is afhankelijk van de hoeveelheid extra middelen. 1.2
Samenwerking en integraliteit is van belang in de verdere ontwikkeling. Een van de succesfactoren is dat er wordt samengewerkt om te komen tot een gewenste integrale aanpak en activiteiten, die we beogen aan elkaar te verbinden en die – binnen de huidige ontwikkelingen van de samenleving – nodig zijn om toekomstbesteding te zijn. Hiermee vormt dit gelijk ook een risico: wanneer deze integrale aanpak en samenwerking niet mogelijk blijkt, dan kan dit betekenen dat het beleid op een sectorale (welzijnsgerichte) manier wordt uitgevoerd.
Participatie Binnen de beleidsontwikkeling hebben we sterk ingezet op een breed participatief traject. Ruim 70 enthousiaste partners, (inwoners)initiatieven en organisaties in Arnhem hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het ouderenbeleid. We hebben meerdere themasessies georganiseerd en met onze kernpartners is een programmagroep samengesteld om zowel het beleid als de uitvoeringsagenda vorm te geven. Voor inwoners hebben we een vijftal theatervoorstellingen “Veerkracht on tour” georganiseerd. Tijdens het bijbehorende nagesprek konden inwoners aangeven wat veerkracht voor hen inhoudt en wat zij nodig hebben om vitaal oud(er) te worden in Arnhem. Een aantal bezoekers heeft zich aangemeld om hier dieper over in gesprek te gaan in zogenaamde focusgroepen. Deze input is gebruikt om te komen tot het beleid en wordt tevens meegenomen in het proces om te komen tot een breed gedragen uitvoeringsagenda. De kansrijke projecten binnen de uitvoeringsagenda zijn vervolgens gepresenteerd aan inwoners met de uitnodiging om een concretiseringsslag hierin aan te brengen. Het ouderenbeleid en de kansrijke projecten voor de uitvoeringsagenda zijn ter advies voorgelegd aan de adviesraad Jeugd en Wmo. In dit advies wordt veelal verwezen naar de uitvoering(sagenda). De aanbevelingen nemen wij dan ook mee in de uitvoeringsagenda.
Als bijlage in het beleidsplan is een participatielogboek opgenomen waarin is beschreven welke resultaten de diverse vormen van participatie hebben opgeleverd. De opgehaalde informatie en inzichten zijn meegenomen in de totstandkoming van het voorliggende ouderenbeleid en dienen ter input bij de ontwikkeling van de bijbehorende uitvoeringsagenda. In het najaar van 2025 wordt een inwonerssessie georganiseerd waarin we evalueren. Financiën De uitvoering van het ouderenbeleid vindt in 2025 plaats binnen bestaande financiële kaders en incidentele middelen. Diverse projecten in de uitvoeringsagenda worden bekostigd vanuit SPUK-
GALA middelen ad 78.000 euro (2025) en meerjarig (vijf jaar) vanuit incidenteel geld dat is gereserveerd bij Wonen voor de community builders. In 2025 betreft dit 50.000 euro en in de vier jaar daarna 100.000 euro. In de prestatieafspraken Arnhem 2025-2029 is afgesproken dat de corporaties de helft van de kosten voor de community builder meebetalen. De projecten binnen de nader te ontwikkelen uitvoeringsagenda 2025 worden in co-creatie uitgevoerd. Bij positief effect van de projecten dient borging hiervan zo veel mogelijk plaats te vinden binnen bestaande middelen en capaciteit (van uitvoeringspartners). Daarnaast voorzien wij vanaf 2026 een structureel financieringsvraagstuk vanwege de groei van de doelgroep en om de ambities van het beleid te kunnen realiseren, zodat we op ook op de langere termijn duurzame resultaten kunnen behalen. Hiervoor ontvangt u een voorstel bij de perspectiefnota 2026. Wanneer deze middelen niet beschikbaar komen, heeft dit geen gevolgen voor het beleidsplan. Wel zal dit betekenen dat de uitvoeringsagenda minder ambitieus wordt. Uitvoering Parallel aan het ontwikkelproces van het beleidsplan zijn kansrijke projecten voor de uitvoeringsagenda geselecteerd. Verdere ontwikkeling van de uitvoeringsagenda vindt plaats in het eerste kwartaal van 2025.
Na vaststelling van dit beleidsplan zullen wij – als vanzelfsprekend – de door de raad geformuleerde attentiepunten betrekken in de uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda wordt in co-creatie met uitvoeringsorganisaties en de gemeente opgesteld, op basis van de input van inwoners. De uitvoeringsagenda wordt in de het tweede kwartaal van 2025 aan uw raad ter kennisgeving aangeboden. Een uitgebreide beschrijving van het participatieve traject is opgenomen in de bijlage ‘participatie logboek’. Communicatie In het vierde kwartaal van 2025 ontvangt uw raad informatie over de voortgang van het ouderenbeleid. Tijdens het beleidsproces heeft op diverse momenten communicatie met inwoners plaatsgevonden. Inwoners die hebben deelgenomen aan gesprekken met de raad in 2023, focusgroepen en informatiemarkt, worden door de griffie op de hoogte gehouden van de behandeling van dit beleidsplan. Zij ontvangen tevens ter zijner tijd de uitvoeringsagenda. Er is een speciale webpagina in ontwikkeling voor ouderen in Arnhem: www.arnhem.nl/ouderen. Hierop wordt relevante informatie geplaatst over dit thema.
Gezien de hoeveelheid aan ontwikkelingen binnen het sociaal domein die diverse onderwerpen van onder andere zorg en welzijn raken, onderzoeken wij of we een lokaal, integraal communicatieplan kunnen ontwikkelen dat aansluit op de landelijke bewustwordingscampagne: “Praat vandaag over morgen.” Wanneer een brede, gezamenlijke communicatie niet mogelijk is, of als blijkt dat dit niet de voorkeur betreft, dan wordt een specifiek communicatieplan ontwikkeld dat
is gericht op de uitvoeringsagenda van het ouderenbeleid. We streven ernaar u over het communicatieplan in het tweede kwartaal van 2025 te informeren. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Beleidsplan: Op eigen wijze oud(er) worden in Arnhem
Besluit van Zaaknummer
4390354
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 december 2024, zaaknummer 390354; gelet op artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet; besluit het beleidsplan ‘Op eigen wijze oud(er) worden in Arnhem’ vast te stellen.
De griffier,
De voorzitter,