CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 'Belastingverordeningen 2024'

Politieke Avond 11 oktober 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.15 uur: Vaststellen van de Ontwerpbegroting 2024 (Financiën), de Turap 2 2023 en de Belastingverordeningen 2024 - Portefeuille: wethouder Smulders2.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Zaaknummer

Onderwerp:

3939597

Belastingverordeningen 2024

Kernboodschap De raad dient tijdig de belastingverordeningen 2024 vast te stellen om de gemeentelijke belastingen te kunnen heffen en de in de begroting opgenomen opbrengsten te realiseren. De in de belastingverordeningen opgenomen tarieven sluiten aan bij de kaders van de Begroting 2024. De grootste wijziging zit in de legesverordening, die is aangepast op de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. Voorstel 1. De Belastingverordeningen 2024 met bijbehorende tarieventabellen vast te stellen conform bijgevoegde concepten. Inleiding Om in 2024 de gemeentelijke belastingen en heffingen te kunnen heffen en innen is het nodig dat op 1 januari 2024 de belastingverordeningen zijn vastgesteld en gepubliceerd. De tarieven in de belastingverordeningen 2024 sluiten aan op de kaders uit de begroting. • De OZB-opbrengsten, exclusief areaalontwikkeling, worden met 5% verhoogd. In beginsel betekent dit ook jaarlijks een gemiddelde lastenstijging OZB van 5%. Als de daadwerkelijke waardeontwikkeling in jaar t-1 echter afwijkt van de bij de tariefberekening voor jaar t-1 verwachte waardeontwikkeling, vindt er in jaar t een ‘inhaaleffect’ plaats, waardoor de lastenstijging in dat jaar afwijkt van de 5%. Bij woningen is dit voor 2024 het geval.

Bij de tariefberekening 2023 is uitgegaan van een gemiddelde waardestijging van woningen met ruim 24% (van peildatum 1 januari 2021 naar peildatum 1 januari 2022). Nu blijkt dat de waardeontwikkeling lager uit is gekomen, op ongeveer 23%. Een huishouden met een koopwoning heeft in 2023 daarom te maken gehad met een lagere lastenstijging OZB, van gemiddeld 4%. Omdat we voor de tariefberekening 2024 uitgaan van de actuele, lagere waardes zal er in 2024 een correctie plaatsvinden en is de lastenontwikkeling 2024 ten opzichte van 2023 voor woningen niet 5, maar 5% plus 1% correctie. De hoogte van de gemiddelde lasten OZB in 2024 is gelijk aan de hoogte die er zou zijn zonder inhaaleffect en het ‘voordeel’ voor 2023 blijft behouden voor de belastingplichtigen, maar omdat we voor de lastenontwikkeling vergelijken met de in 2023 lagere lasten, komt de mutatie hoger uit dan 5%.

•

•

•

•

•

•

Er is een facultatieve vrijstelling voor OZB voor volkstuinen toegevoegd. Deze vrijstelling past bij het idee van de subsidieregeling voor Groenblauwe Initiatieven die Arnhem kent. Er zijn inmiddels meer gemeenten die zo’n vrijstelling voor volkstuincomplexen hebben opgenomen in hun verordening. Er is geen sprake van een juridische beperking voor het opnemen van deze facultatieve vrijstelling en er is geen sprake van precedentwerking naar andere vastgoed gebruikers of bezitters, aangezien deze categorie ‘volkstuinen’ goed kan worden afgebakend. De totale opbrengst aan OZB is minimaal en leidt daarom niet tot een hogere belastingdruk voor de andere belastingplichtigen. De kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval zijn hoger geworden, waardoor de begrote kosten hoger uitvallen. Daarnaast is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing verhoogd naar 90%. Tenslotte zijn de tarieven voor afval aanbieden bij het afvalbrengstation verhoogd met 10% en is aan de tabel een tarief voor het aanbieden van kunstgras toegevoegd. Er heeft geen tariefsverhoging meer plaatsgevonden sinds 2019. De reden dat de verhoging 10% bedraagt, is dat dit de consumentenprijsindex (cpi) voor 2022 is en in de contracten geïndexeerd wordt op basis van de gerealiseerde cpi van het voorgaande jaar.

De effecten van leegstand worden in de tarieven van de rioolheffing verwerkt door opbrengstderving als gevolg van leegstand te compenseren met een hoger eigenaarstarief. Dit heeft een lastenverzwaring voor eigenaren tot gevolg. Aangezien alleen eigenaren kunnen sturen op leegstand vinden we dit te rechtvaardigen. De parkeertarieven op straat worden met 10 cent verhoogd (op grond van verwachte consumentenprijsindex van 3,1% voor 2024) en de naheffingsaanslag (parkeerboete) wordt naar het maximale door het Rijk vastgestelde tarief voor 2024, zijnde € 76,70, verhoogd. De totale geraamde kosten per naheffingsaanslag bedragen voor 2024 € 80,24. Het wordt belangrijk geacht dat de kosten (zo veel mogelijk) worden verhaald. De voorlopige maximumtarieven voor 2024 voor de identiteitskaart en het paspoort zijn inmiddels bekendgemaakt, maar nog niet officieel vastgesteld. Dat zal naar verwachting in oktober/november gebeuren. Tot nu toe werd het voorlopige tarief ook altijd het uiteindelijke tarief, vandaar dat deze tarieven nu meteen zijn meegenomen. Paspoorttarieven 2024: <18 € 63,40 (was € 58,85) en >18 € 83,85 (was € 77,85); tarieven identiteitskaart 2024: <18 € 40,90 (was € 37,95) en >18 € 75,80 (was € 70,35). Het maximumtarief voor een rijbewijs is op dit moment nog niet bekend, dit zal waarschijnlijk in oktober worden vastgesteld door het Rijk.

Dit tarief zal daarom mogelijk later dit jaar nog worden aangepast. Wel is het tarief voor 2024 alvast met € 3,50 verhoogd naar € 48,15. Op 1 juli 2023 is namelijk de Wet digitale overheid in werking getreden, waardoor men bij overheidsorganisaties met een rijbewijs kan inloggen. Om dit te financieren moeten gemeenten sinds 1 juli 2023 € 3,50 extra per rijbewijs afdragen aan het rijk.

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Het hoofdstuk van de legesverordening over de omgevingsvergunningen is daarop aangepast en overgezet naar voorbeeld van de modelverordening van de VNG. Het is, voor heel Nederland, nog onduidelijk hoe het een en ander zal uitpakken onder de Omgevingswet. De veranderingen zullen komend jaar gemonitord worden en dan zal er voor 2025 en verder gekeken worden hoe de kostendekkendheid indien gewenst verhoogd kan worden. De belangrijkste wijzigingen zijn:

•

Tarief bouwleges: Het huidige tarief van 2,04% van de bouwsom inclusief btw wordt gesplitst in een bouwdeel en een ruimtelijk deel. Voor grondgebonden woningen en eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1 genaamd) doet de gemeente namelijk alleen nog het ruimtelijk deel en het bouwtechnische toezicht zal in die gevallen, verplicht, door een private kwaliteitsborger gedaan gaan worden. De gemeente brengt bij bouwwerken onder gevolgklasse 1 geen leges voor bouwtoezicht meer in rekening. Hierdoor dalen de door gemeente opgelegde leges voor een omgevingsvergunning bouw met zo’n 15%. Naar verwachting leidt de verplicht gestelde inzet van een private kwaliteitsborger ervoor dat de kosten voor de aanvrager hoger zullen uitvallen dan die 15%. Er is voor gekozen om de bouwtarieven te indiceren. Daarnaast wordt de hoogte van de gesplitste tarieven aangepast omdat eerst gerekend werd met de bouwsom inclusief btw en vanaf 2024 exclusief btw. Dat is makkelijker in de uitvoering en de omliggende gemeenten die met de ODRA werken hanteren dit ook zo. Tot slot zijn de tarieven zijn geïndexeerd vanwege de gestegen uurlonen. Hiermee komt het tarief voor het ruimtelijk deel op 2,26% van de bouwsom exclusief btw en het tarief voor het bouwdeel op 0,37% van de bouwsom exclusief btw.

•

Vooroverleggen: Op grond van de Omgevingswet bestaan er straks twee vooroverleggen: een ‘conceptverzoek’ voor een enkelvoudige activiteit en een ‘omgevingstafel’ voor een project met meervoudige activiteiten. Het tarief van het concept-verzoek is gelijk gebleven aan het eerdere tarief voor een vooroverleg (€ 561,00). Dit tarief wordt 100% verrekend met de uiteindelijke verschuldigde leges bij een aanvraag. Dit om een vooroverleg te stimuleren, aangezien zo’n vooroverleg de gemeente/ODRA werk scheelt aan de achterkant. De omgevingstafel gaat € 2500,00 kosten, omdat het hierbij gaat om een complexere situatie en hier meer ambtenaren bij aansluiten. Omdat een behoorlijk deel van de uitkomsten van dit overleg gebruikt kan worden bij de uiteindelijke vergunningverlening, wordt in deze gevallen 50% van het tarief verrekend met de uiteindelijke leges bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Bij de omgevingstafel kunnen ook derde partijen zoals de Provincie, Waterschap of Rijkswaterstaat moeten aansluiten. Zij kunnen hiervoor kosten in rekening brengen, maar daar hebben deze partijen op dit moment nog geen besluit over genomen. Deze kosten moeten dan door de gemeente in rekening gebracht worden bij de aanvrager en moeten daarmee in de gemeentelijke legesverordening worden opgenomen. Om die reden is vooralsnog een bedrag van € 200,00 per aansluitende externe adviseur opgenomen.

•

Milieuleges: Op grond van landelijke regelgeving is een beperkt aantal categorieën bedrijven verplicht een milieuvergunning aan te vragen. Op grond van de Omgevingswet mogen hiervoor vanaf 2024 leges geheven worden, dit mocht voorheen niet. Voorstel is om deze leges in te voeren, om de door de gemeente gemaakte kosten te dekken. Het kostendekkende tarief voor één activiteit bedraagt € 2.178,00. Van dit tarief is een afgeleide genomen voor de gevallen waarin het gaat om twee activiteiten (€ 3.000,00) of drie of meer activiteiten (€ 1.200,00 per activiteit).

Daarnaast nog 4 andere wijzigingen in de legesverordening: • Groene leges isolatie monumenten (duurzaamheidsmaatregelen): In de tarieventabel staan een aantal voorwaarden opgenomen over de isolatiewaarde waaraan moet worden betaald om geen leges te hoeven betalen voor het isoleren van een woning. Het is echter niet reëel dat deze waarden worden behaald bij monumenten in verband met de beschermde status van het pand. Maar iedere vorm van isoleren van een monument is zinnig en dient gestimuleerd te worden. Daarom is voor die gevallen nu ook een vermindering van 100% van de leges van toepassing. • Invoering leges vergunning opkoopbescherming: Om de ‘opkoopbescherming’ te regelen zijn in hoofdstuk 3 van de Huisvestingsverordening kenmerken vastgesteld wanneer er sprake is van een ‘beschermde woonruimte’. Als sprake is van zo’n beschermde woonruimte, is het verboden binnen een periode van vier jaar na aankoop deze woning te verhuren zonder verhuurvergunning opkoopbescherming. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om deze vergunning worden nu leges (€ 819,00) ingevoerd. • Invoering leges APV-vergunning speelgelegenheid: Voor de exploitatievergunning voor een speelgelegenheid was nog geen tarief opgenomen, dat is nu alsnog gedaan.

• Bijlage 1 bouwkosten: De bijlage bij de legesverordening, de ‘Basisbedragen bouwkosten bij nieuwbouw en uitbreiding van bouwwerken en gebouwen 2018’, op grond waarvan de bouwkosten kunnen worden getoetst, wordt vervangen door de ROEB-lijst (Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht). Een update is noodzakelijk omdat de bouwkosten zijn gestegen de afgelopen jaren. De ROEB lijst is een actuele lijst, die door veel gemeenten wordt gehanteerd en door de belastingrechter is goedgekeurd. Tenslotte blijven de tarieven voor de scheepvaartrechten en toeristenbelasting gelijk en worden de tarieven voor de reinigingsrechten iets verhoogd in verband met verhoogde kosten voor inzamelen en verwerken. Het tarief voor de reinigingsrechten blijft met deze verhoging marktconform, wat een voorwaarde is. De ‘Toelichting op de belastingverordeningen’ geeft nader inzicht in de wijzigingen ten opzichte van vorig jaar. Deze verordeningen worden tegelijk met de begroting behandeld in de raad. Beoogd effect De geraamde belastingopbrengsten uit de begroting te kunnen heffen en innen. Argumenten 1.1 De Gemeentewet schrijft de belastingverordening voor als onmisbaar instrument om belasting te innen Conform artikel 216 Gemeentewet dienen de belastingverordeningen door de gemeenteraad te worden vastgesteld, voordat kan worden overgegaan tot belastingheffing.

1.2 De belastingverordeningen moeten voor 1 januari 2024 zijn vastgesteld. De Belastingverordeningen dienen voor 1 januari 2024 te worden vastgesteld en te worden gepubliceerd om de belastingopbrengst te waarborgen. Kanttekeningen en risico's 1.1

Niet van toepassing

Participatie Participatie is bij de Belastingverordeningen niet aan de orde. Financiën Het voorstel is erop gericht om in de begroting opgenomen opbrengsten te realiseren. Uitvoering Na vaststelling worden de verordeningen gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad. Communicatie De verordeningen worden gepubliceerd in het Gemeenteblad en zijn via overheid.nl te raadplegen. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − De belastingverordeningen 2024: • de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelasting 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van roerende-zaakbelasting 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van leges 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van parkeren en parkeerbelastingen 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten 2024 (haven- en kadegeld); • de verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024; • de verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2024. − Toelichting op de belastingverordeningen 2024 − Vergelijkingstabel gewijzigde belastingtarieven 2023-2024

Besluit van

8 november 2023

Zaaknummer

3939597

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 november 2023, nummer 3939597; gelet op artikel 216 van de Gemeentewet; besluit: De Belastingverordeningen 2024 met bijbehorende tarieventabellen vast te stellen conform bijgevoegde concepten: a. de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024; b. de verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelasting 2024; c. de verordening op de heffing en de invordering van roerende-zaakbelasting 2024; d. de verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024; e. de verordening op de heffing en de invordering van leges 2024; f. de verordening op de heffing en de invordering van parkeren en parkeerbelastingen 2024; g. de verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten 2024 (haven- en kadegeld); h. de verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024; i. de verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2024.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 8 november 2023. De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=16a458be-9de0-42cb-a322-968897d523a0