Raadsvoorstel "Begrotingswijziging en wijziging verordening afvalstoffenheffing ten gevolge van stoppen met Diftar"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
566741
Onderwerp:
Begrotingswijziging en wijziging verordening afvalstoffenheffing ten gevolge van stoppen met Diftar
a Voorstel 1. In te stemmen met de voorgestelde wijze waarop het raadsbesluit van 31 maart 2021: 'Te stoppen met het betalen per afvalzak (DIFTAR), de ondergrondse containers van het slot te halen en te zorgen dat er weer een normale (60 liter) afvalzak in past', wordt uitgevoerd. 2. Als gevolg van het besluit om te stoppen met DIFTAR bijgaande begrotingswijziging op de MJPB 2021-2024 (Begroting 2021) vast te stellen. 3. De wijziging van de Verordening afvalstoffenheffing 2021 en de Verordening afvalstoffenheffing 2021-1 vast te stellen conform bijgevoegd concept. Inleiding In maart 2021 is tegelijkertijd met de Tweede Kamerverkiezingen in Arnhem een referendum gehouden over het afvalbeleid. Aan de inwoners is de vraag voorgelegd of er gestopt moest worden met het systeem van betalen per afvalzak (DIFTAR). Een kleine meerderheid van de inwoners stemde hiermee in, de raad heeft dit voorgenomen besluit op 31 maart 2021 bekrachtigd. In de raadsinformatiebrief van 6 april 2021 hebben wij u geïnformeerd over het vervolgtraject na het raadsbesluit. Hierin hebben we aangegeven om zo spoedig mogelijk uitvoering te willen geven aan de uitwerking van dit besluit. Bij besluitvorming over voorliggend voorstel in mei, resulteert dit per 1 juni 2021 in de gevraagde wijziging van het systeem.
Om het DIFTAR-systeem tussentijds te wijzigen dient een begrotingswijziging te worden vastgesteld waarin rekening is gehouden met de financiële consequenties van het stoppen met DIFTAR. Daarnaast dient de huidige verordening afvalstoffenheffing te worden gewijzigd, zodat DIFTAR wordt beëindigd per 1 juni 2021. En om per 1 juni 2021 de afvalstoffenheffing op een andere manier uit te voeren, is het nodig dat voor 1 juni een nieuwe belastingverordening voor de rest van het jaar is vastgesteld en gepubliceerd. Als bijlagen bij dit raadsvoorstel vindt u de voorgestelde begrotingswijziging, de wijziging van de huidige verordening en de nieuwe verordening afvalstoffenheffing. Beoogd effect Met dit besluit respecteren we de uitslag van het referendum en voeren het raadsbesluit van 31 maart 2021 uit. De MJPB 2021-2024 wordt zodanig aangepast dat deze gebaseerd is op het stoppen met DIFTAR per 1 juni 2021. De nieuwe verordening afvalstoffenheffing is op 1 juni 2021 rechtsgeldig en leidt tot de belastingopbrengsten uit de begroting na wijziging.
Argumenten 1.1 Stoppen met betalen per afvalzak. De huidige systematiek en wijze van heffen is vastgelegd in de 'Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021' die op 12 november 2020 is vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat de afvalstoffenheffing in 2021 bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel is een belasting per perceel per belastingjaar, daarbovenop wordt een variabel tarief van € 0,80 gerekend voor het aanbieden van een 30-liter restafvalzak. De huidige 'DIFTAR'-verordening wordt gehanteerd voor de periode januari tot en met mei. Vanaf juni tot en met december wordt de heffing, net als in het verleden, gebaseerd op vaste tarieven. Er wordt uitsluitend een onderscheid gemaakt naar één- en meerpersoonshuishoudens. Om de hoogte van de nieuwe vaste tarieven te bepalen is een hernieuwde analyse gemaakt van de effecten die gaan optreden door het wegvallen van de financiële prikkel die ten grondslag ligt aan DIFTAR. De belangrijkste effecten waar we rekening mee houden: Het scheidingsgedrag van inwoners zal terugvallen naar het niveau van voor DIFTAR. Dit betekent meer restafval in te zamelen en te verwerken, minder herbruikbare fractie. Het scheidingspercentage zal dalen. De verwerkingskosten voor te verbranden restafval nemen toe.
Naar verwachting zal de omvang van verkeerd aangeboden en bij de containers geplaatst afval gaan afnemen. Dit zal leiden tot een daling van de inzamelkosten voor deze afvalstroom. Er zijn incidentele kosten die gemaakt worden om het huidige systeem tussentijds te wijzigen: o de voorbereidings-, communicatie en uitvoeringskosten van de extra belastingaanslag vanwege de afrekening van de eerste 5 maanden DIFTAR en de op te leggen (vaste) heffing vanaf 1 juni; o de kosten om de inwerptrommels weer te vergroten naar 60-liter. Deze effecten zijn vertaald in de begrotingswijziging die in de paragraaf financiën wordt toegelicht.
1.2 De ondergrondse containers van het slot halen. De ondergrondse containers zijn in de afgelopen jaren voorzien van toegangscontrolesystemen en een slot dat met de afvalpas geopend kan worden. Om de containers 'van het slot te halen' en zonder pas toegankelijk te maken dient de elektronische vergrendeling handmatig ontkoppeld te worden. Dit kan binnen 1 week na wijziging van het betaalsysteem worden uitgevoerd. De afvalpas (niet meer) gebruiken om de containers te openen is in de referendumvraag onlosmakelijk verbonden aan het stoppen met DIFTAR. Deze vraag wordt daarom in dit voorstel niet opnieuw ter discussie gesteld. Er waren echter ook andere argumenten voor het afsluiten van de ondergrondse containers en het gebruik van een afvalpas en die deels ook financiële consequenties hebben: Het weren van bedrijfsafval en afval uit omliggende gemeenten;
Door het aantal pasaanbiedingen per ondergrondse container te registreren is er inzicht in de vullingsgraad en snelheid van vol raken van de ondergrondse containers. Deze informatie kan door de inzamelaar worden gebruikt voor het opzetten van een inzamelsysteem op (vol)melding. Verkleinen van het risico op het in de container vallen van kinderen.
1.3 Aanpassen van de trommels naar 60-liter. Een van de uitvoeringsbesluiten van DIFTAR was om de trommelgrootte te verkleinen naar 30-liter. Hiermee konden kleinere afvalzakken afrekenbaar gemaakt worden. In het referendum is het terugdraaien van dit onderdeel expliciet benoemd. Uiteraard is ook bij het stoppen met DIFTAR de reden voor de verkleining vervallen. Met het terugbrengen van de trommels naar de oorspronkelijke inhoud kan direct na het stoppen met DIFTAR per 1 juni begonnen worden. De doorlooptijd voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan de trommels wordt ingeschat op 2 maanden. 2.1 Door de begroting aan te passen wordt het mogelijk om bij vaststelling van de belastingverordening uit te gaan van stoppen met DIFTAR per 1 juni 2021. De afvalstoffenheffing mag niet meer dan 100% kostendekkend zijn. Vanwege deze wettelijke toets dient de begroting op gelijke uitgangspunten gebaseerd te zijn als de belastingverordening. 2.2 Informeren over de financiële gevolgen van het stoppen met DIFTAR per 1-6-2021 en de belastingverordening hierop in te richten. De gevolgen voor de begroting en afvalstoffenheffing zijn vermeld in de financiële paragraaf van dit voorstel. 3.1 De Gemeentewet schrijft de belastingverordening voor als onmisbaar instrument om belasting te innen Conform art.
216 Gemeentewet dienen de belastingverordeningen door de gemeenteraad te worden vastgesteld, voordat overgegaan kan worden tot belastingheffing. 3.2 De verordening moet voor de gewenste datum van ingang zijn vastgesteld De verordening dient voor de datum van ingang (1 juni 2021) te worden vastgesteld en gepubliceerd om de belastingopbrengst te waarborgen.
Kanttekeningen en risico's 1.1 Behouden en stimuleren scheidingsgedrag, consequenties voor de inwoners De prijsprikkel die we met DIFTAR hebben beoogd te geven, heeft in praktijk op dat vlak goed gewerkt. DIFTAR heeft geleid tot een betere scheiding van herbruikbare afvalstromen en een sterke afname van de hoeveelheid te verbranden restafval in de afgelopen 8 maanden. Een groot deel van
onze inwoners is bewuster met afval scheiden en het voorkomen van afval aan de slag gegaan. Ook na het stoppen van de prijsprikkel per 1 juni willen we dit gedrag uiteraard graag behouden en verder stimuleren. Hiervoor zullen nieuwe plannen en impulsen noodzakelijk zijn. We willen in ieder geval de service en mogelijkheden tot goede afvalscheiding op een goed niveau houden en daar waar nodig uitbreiden. Komend najaar, bij het starten van de nieuwe begrotingscyclus, willen we u deze alternatieve plannen presenteren. Eén van de onderdelen die hierin zeker aan bod zal komen is de afweging of nascheiding van PBD-afval een gewenst alternatief kan zijn voor Arnhem. Vanaf 1 juli 2021 wordt aanvullend wel een extra service voor het inleveren van klein grofvuil in het leven geroepen. Met de introductie van deze 'milieukar' willen we ook een van de pijnpunten van DIFTAR aanpakken en de omvang van bijgeplaatst afval bij de containers terugdringen. Alle uitgangspunten ten aanzien van de kwijtschelding voor minima en de vrijstellingsregeling voor medisch afval blijven de resterende DIFTAR-periode van kracht. Het aantal tariefzakken dat geldt binnen deze regelingen wordt gebaseerd op de periode van 5 maanden en bedraagt daarmee 5/12 van het jaartotaal. Na het stoppen met DIFTAR vervalt de noodzaak en stopt de financiële compensatieregeling voor medisch afval.
De kwijtschelding voor minima wordt vanaf juni, net als voorheen, gebaseerd op volledige kwijtschelding van het vaste tarief.
1.2 De afwikkeling van de DIFTAR-heffingen wordt zo spoedig mogelijk in 2021 uitgevoerd. Omdat er in 2021 veel gaat veranderen ten aanzien van de heffingssystematiek en daarmee de hoogte van de afvalstoffenheffing voor de inwoners, vraagt dit om zorgvuldige en heldere communicatie. Uitgangspunt hierbij is dat we in 2021 zo spoedig mogelijk de financiële balans voor de inwoners gaan opmaken en heffingen en verrekeningen gaan uitvoeren. Dit zal resulteren in een extra aanslagoplegging die we dit najaar zullen uitvoeren: Voor de periode januari tot en met mei 2021 geldt de DIFTAR-systematiek waarbij de heffing uit een vast en variabel deel bestaat. Het vaste deel van de DIFTAR-heffing, al opgelegd in februari 2021, was gebaseerd op geheel 2021 en wordt voor 7/12-deel terugbetaald. De variabele heffing gebaseerd op het aantal aangeboden zakken, wordt opgemaakt voor deze periode en toegerekend. Voor de periode juni tot en met december 2021 komt hiervoor de nieuwe (hogere) vaste afvalstoffenheffing in de plaats. 1.3 Gevolgen voor reinigingsrecht Het afschaffen van pasgebruik voor het aanbieden van restafval op de ondergrondse containers heeft ook gevolgen voor de uitvoering en het te verwachten aantal deelnemende bedrijven aan reinigingsrecht.
Met de invoering van reinigingsrecht in de binnenstad van Arnhem op 1 januari 2020, hebben we ondernemers de mogelijkheid geboden om tegen betaling gebruik te maken van de ondergrondse containers voor het aanbieden van hun bedrijfsafval. De ondernemers betalen hiervoor een tarief dat is gebaseerd op de werkelijke kosten die de gemeente maakt voor inzameling en verwerking.
Voor het aanbieden van hun bedrijfsafval hebben deelnemers een aparte bedrijfsafvalpas ontvangen. In de binnenstad zijn aparte inworpvoorzieningen voor het aanbieden van 60-liter zakken van deze bedrijven gerealiseerd. Doordat de containers voor de huishoudens in de binnenstad na het raadsbesluit ook worden aangepast naar 60-liter en straks weer zonder pas toegankelijk worden, is de scheiding van beide afvalstromen (huishoudelijk en bedrijven) in praktijk niet meer realistisch. Het handhaven van afgesloten containers voor reinigingsrecht en open containers voor huishoudens op dezelfde locatie zal geen werkbare optie zijn. We willen de overeenkomsten reinigingsrecht met ondernemers in de binnenstad wel blijven behouden. Ondernemers kunnen in de huidige uitvoering blijven kiezen voor twee prijsstaffels, afhankelijk van een inschatting vooraf van het aantal aan te bieden zakken. Mede door de coronacrisis is het aantal deelnemers in het afgelopen jaar lager dan geraamd, op dit moment maken er 68 ondernemers gebruik van reinigingsrecht. Met het herstellen van de bedrijvigheid na corona zal nader onderzocht worden hoe de situatie op het gebied van afvalinzameling in de binnenstad verder kan worden geoptimaliseerd.
Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een inventarisatie van de ondernemingen op het hebben van een afvalinzamelcontract, of bij een particuliere inzamelaar, of door middel van een overeenkomst reinigingsrecht met de gemeente. 2.1 De begrotingswijziging dient vastgesteld te zijn voordat de belastingverordening kan worden vastgesteld. Om de afvalstoffenheffing te kunnen heffen en innen is het nodig dat voor 1 juni 2021 de belastingverordening is vastgesteld en gepubliceerd. De laatste besluitvormende vergadering van de raad voor 1 juni is gepland op 26 mei 2021. Uiterlijk tijdens deze vergadering dient de belastingverordening te worden vastgesteld, waarbij de belastingverordening dient aan te sluiten op de voor die tijd gewijzigde begroting voor 2021. Bij het niet realiseren van deze termijnen, schuift de datum van stoppen met DIFTAR op met minimaal één maand.
Participatie Niet van toepassing. Financiën De afschaffing van DIFTAR per 1-6-2021 als gevolg van het raadsbesluit 'Stoppen met het betalen per afvalzak (DIFTAR); de containers van het slot te halen; te zorgen dat er weer een normale afvalzak in past.', heeft diverse financiële consequenties die hieronder in beeld gebracht zijn. Lasten Structureel: Meerkosten verbranden restafval. Door het wegvallen van de prijsprikkel en het weer openzetten van de containers verwachten we op basis van eerdere ervaring een sterke toename van de hoeveelheid te verbranden restafval. De stijging van de verwerkingskosten wordt ingeschat op € 800k.
De inzamelkosten voor restafval zullen met € 240k toenemen door de stijging van de in te zamelen hoeveelheid. De kosten voor het inzamelen en verwerken van grofvuil zullen naar verwachting dalen met € 120k door een afname van de hoeveelheid bij de containers geplaatst afval.
Incidenteel: De kosten voor uitvoeren van de extra aanslagoplegging waarin het DIFTAR-deel wordt verrekend, de nieuwe vaste aanslag wordt opgelegd en het voorbereidings- en communicatietraject dat hierop wordt ingezet, bedragen eenmalig € 250k. De werkzaamheden inzake het vergroten van de trommels van de ondergrondse containers zodat er weer een normale afvalzak van 60 liter in past, worden ingeschat op € 175k. Baten Structureel: Als gevolg van de afschaffing van DIFTAR is het de verwachting dat de afvalscheiding minder nauwkeurig gaat plaatsvinden. Dit heeft de volgende gevolgen voor de baten die de gemeente op de verschillende afvalstromen (oudpapier, textiel, PBD) ontvangt: Lagere inkomsten herbruikbare afvalstromen ad. € 120k. Bovenstaande effecten in de baten en lasten, inclusief de geplande inzet van de milieukar, bedragen in totaal € 1,465 mln en zullen conform het coalitieakkoord doorberekend worden in de afvalstoffenheffing en leiden tot de volgende begrotingswijziging:
De structurele doorwerking van de jaren 2022-2024 zal verwerkt worden in de Begroting 2022 waarbij tevens de eerste ervaringen van het nieuwe regime worden meegenomen. Overige financiële effecten De hieronder gemelde overige financiële effecten, worden niet verrekend in de afvalstoffenheffing omdat deze kosten geen betrekking hebben op de periode van de heffing.
Het afschaffen van DIFTAR heeft naast hiervoor genoemde effecten ook nog gevolgen voor de reeds gedane specifieke DIFTAR-investeringen. Doordat de trommelverkleiningen en toegangscontrolesystemen van de ondergrondse containers niet meer nodig zijn, dienen deze activa in financieel technische zin in één keer afschreven te worden. Dit zal in 2021 leiden tot een eenmalige afschrijvingslast van € 1,2 mln. Deze lasten zullen worden meegenomen in Turap-2 en de jaarrekening 2021. Tot slot is al eerder gemeld dat in de periode dat DIFTAR van toepassing is (januari-mei 2021) de inkomsten lager zijn dan begroot door minder aanbod van betaalde zakken (variabele inkomsten). De voorlopige inschatting van dit financiële effect bedraagt voor deze periode € 625k.
Afvalstoffenheffing De hiervoor beschreven effecten als gevolg van het stoppen met DIFTAR leiden tot een aanpassing van de afvalstoffenheffing:
De afvalstoffenheffing bedraagt: - januari t/m mei 2021:
Vast tarief per huishouden Per 30-liter-zak restafval
€ 67,75 € 0,80
- juni t/m december 2021:
Eénpersoonshuishoudens Meerpersoonshuishoudens
€ 131,95 € 176,40
Ontwikkeling afvalstoffenheffing gemiddeld per huishouden: Lasten 2020
: € 242
Lasten jan-dec 2021 (oud)
: € 241 (gebaseerd op gehele jaar DIFTAR)
Lasten jan-mei 2021 Lasten jun-dec 2021 Lasten jan-dec 2021 (nieuw)
: € 100 (DIFTAR periode) : € 159 (niet-DIFTAR periode) : € 259 (gebaseerd op gedeeltelijk DIFTAR)
De gemiddelde lastenstijging ten gevolge van het afschaffen van DIFTAR bedraagt 13%, over de maanden juni tot en met december, Over het gehele jaar 2021 bedraagt de stijging 8%..
Uitvoering Na vaststelling worden de (wijzigings)verordeningen gepubliceerd. Na besluitvorming gaan wij over tot uitvoering van de gevraagde besluiten. De operationele aanpassingen aan de containers worden voorbereid en zo spoedig mogelijk na 1 juni uitgevoerd. De tussentijdse DIFTAR-aanslag wordt in samenwerking met de Connectie voorbereid. Communicatie De besluiten worden gepubliceerd. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad Begrotingswijziging Wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021 Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021-1
Besluit van Zaaknummer
566741
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021, nummer: 566741. gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; besluit: 1. In te stemmen met de voorgestelde wijze waarop het raadsbesluit van 31 maart 2021: 'Te stoppen met het betalen per afvalzak (DIFTAR), de ondergrondse containers van het slot te halen en te zorgen dat er weer een normale (60liter) afvalzak in past', wordt uitgevoerd. 2. Als gevolg van het besluit om te stoppen met DIFTAR bijgaande begrotingswijziging op de MJPB 20212024 (Begroting 2021) vast te stellen. 3. De wijziging van de Verordening afvalstoffenheffing 2021 en de Verordening afvalstoffenheffing 2021-1 vast te stellen conform bijgevoegd concept.
De griffier,
De voorzitter,
Bijlagen: Begrotingswijziging Wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021 Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021-1