CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel "Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2023-2027"

Politieke Avond 23 november 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2023-20273.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Zaaknummer

701821

Onderwerp:

Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2023-2027

Kernboodschap Om het Korenkwartier te versterken moeten de ondernemers samenwerken. Met het oprichten van een Bedrijveninvesteringszone (hierna: BIZ) willen zij gezamenlijk werken aan de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van het Korenkwartier. Vorig jaar is er reeds getracht een dergelijke BIZ in te voeren, maar ondanks een overgrote meerderheid werd niet voldaan aan het minimaal aantal stemmen dat nodig was. De ondernemers hebben van dit proces geleerd en zijn ervan overtuigd dat ze ditmaal wél tot een succesvolle draagvlakmeting zullen komen. Voorstel 1. De Verordening Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027 (hierna: de Verordening) vast te stellen conform bijgevoegd concept inclusief bijlagen; 2. De Verordening Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2022-2026 in te trekken. Inleiding In december 2021 heeft de gemeenteraad geheel in lijn met het raadsbesluit 'Doorpakken in het Korenkwartier' uit 2019 de ‘Verordening Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 20222026’ vastgesteld ten behoeve van de oprichting van een BIZ in het Korenkwartier (zaaknummer 620470). Een BIZ is een afgebakend gebied zoals een winkelstraat, bedrijventerrein of zoals hier een horecagebied waarbinnen ondernemers en/of eigenaren samen investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving. Alle ondernemers/eigenaren in de BIZ betalen daaraan mee.

Eén van de wettelijke eisen tot invoering is een formele draagvlakmeting. De wettelijke draagvlakeisen voor de formele stemming zijn: • Minimaal de helft van de stemgerechtigden heeft een geldige stem uitgebracht; • Van de stemmers is minimaal 2/3 voor het instellen van de BIZ; • De WOZ-waarde van de tegenstemmers is niet hoger dan de WOZ-waarde van de voorstemmers. Deze formele draagvlakmeting heeft in maart 2022 plaatsgevonden bij de notaris. Helaas heeft de stemming niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Er is niet door minimaal de helft van de stemgerechtigden een stem uitgebracht. Om precies te zijn waren er 2 stemmen te weinig, waarbij opgemerkt wordt dat de uitgebrachte stemmen met een ruime meerderheid (bijna 80%, veel meer dan de wettelijke eis van 2/3) vóór invoering van de BIZ stemden.

Dit resultaat was teleurstellend voor de indieners van het verzoek tot instelling van een BIZ (de Stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier). Zij hebben te kennen gegeven dat ze 'met een duidelijke nee vanuit de ondernemers hadden kunnen leven, maar niet met feit dat ze onvoldoende ondernemers hebben weten te bereiken en mobiliseren om hun stem te laten horen.' Daarom verzoeken zij de raad opnieuw tot het behandelen van de BIZ-verordening en vragen zij het college om na instemming door de raad een nieuwe formele draagvlakmeting te organiseren. Beoogd effect Vaststellen van de BIZ-verordening en het formaliseren van de BIZ-organisatie wat de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van het Korenkwartier ten goede komt. Argumenten 1.1 Toewerken naar een zelfredzaam gebied met continuïteit. Het einddoel van de raadsbesluiten over het Korenkwartier was toewerken naar een zelfredzaam gebied waar de continuïteit gewaarborgd is. Om dit te realiseren moet de organisatiegraad van het gebied verbeterd worden om daarmee de zelfredzaamheid van ondernemers omhoog te krijgen. Een BIZ is hiertoe hét middel, omdat het gebied gekenmerkt wordt door een bovengemiddeld hoog aantal ‘free riders’. De investeringen en inzet komen steeds van dezelfde kleine groep actieve ondernemers en vele - met name wat kleinere ondernemingen investeren niet in hun bedrijf of de omgeving.

Een BIZ sluit free riders uit, omdat iedereen bijdrageplichtig wordt gemaakt en daardoor moet bijdragen aan het Korenkwartier. De beoogde bedragen per jaar variëren overigens. Dit is gekoppeld aan functie en WOZ-waarde. De kleinste beoogde bijdrage is voor een in het gebied gelegen kantoor (150 euro per jaar) en de hoogste beoogde bijdrage komt van de grote horecabedrijven in het gebied (1800 euro per jaar). 1.2 BIZ-gelden gaan 100% het gebied in. De BIZ-bijdrage wordt door de gemeente als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen stichting en gaat dus niet richting de algemene middelen! Deze BIZ-bijdrage mag alleen worden gebruikt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de BIZ of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ. Het gaat hier om activiteiten die complementair zijn aan de activiteiten die de gemeente reeds uitvoert in/voor het BIZ-gebied. Nagenoeg het volledige bedrag, er worden wel perceptiekosten ingehouden, vloeit dus terug in het gebied wat de leefbaarheid, veiligheid en gastvrijheid ten goede komt.

Enkele voorbeelden van beoogde activiteiten zijn (niet limitatief): - Het inzetten van een gebiedsconciërge; - Promotie en marketing van het gebied; - Meer sfeer, beleving en toegankelijkheid om zo de vindbaarheid te vergroten; - Extra groen en sfeerverlichting; - Professionele ondersteuning inhuren in de vorm van een ‘Korenkwartier-manager’.

1.3 De BIZ is een geschikt wettelijk instrument voor een evenwichtige verdeling van de lasten. Door het instellen van een BIZ worden de kosten voor investeringen en projecten in de binnenstad evenrediger verdeeld. Iedere bijdrageplichtige moet na invoering financieel bijdragen. Als maatstaf voor deze heffing geldt de jaarlijks vastgestelde WOZ-waarde. Deze koppeling met de WOZ-waarde maakt dat er een eerlijke verdeling plaatsvindt naar de waarde van het vastgoed. De jaarlijkse ondergrens per object is vastgesteld op €150,- en de vastgestelde bovengrens is €1800. Kanttekeningen en risico's 1.1

Het draagvlakpercentage voldoet niet aan het door de raad vastgesteld percentage Na vaststelling van de verordening volgt een formele draagvlakmeting. Het risico is dat hieruit kan blijken dat er, ondanks de inzet van alle betrokkenen, opnieuw onvoldoende draagvlak is voor de invoering van een BIZ. Het bestuur heeft het proces van de draagvlakmeting uitvoerig geëvalueerd en ziet kansen voor verbetering. De geleerde lessen neemt ze mee in haar communicatie en rondgang langs de ondernemers. Ook is het inmiddels duidelijk wie de juiste stemgerechtigden zijn bij elke onderneming; de vorige keer was dit niet overal duidelijk. Tot slot is het BIZ-bestuur uitgebreid met een extra bestuurslid en zijn er in de deelnemende straten ‘straatambassadeurs’ geworven. Hierdoor is het contact makkelijker en beter.

1.2

Het gebied kent verschillende typen gebruikers. Hoewel de Korenmarkt voornamelijk een uitgaansgebied is kent het gebied ook winkels en kantoren. Het projectplan van de BIZ is vooral toegespitst op de horeca-functie, maar ook kantoren en winkels profiteren van een schoner, aantrekkelijker en veiliger gebied. Bovendien betalen de horecaondernemers de hoogste BIZ-bijdrage. Kantoren en retail betalen een veel kleinere bijlage.

1.3

Conflicteert deze BIZ niet met de Binnenstad-BIZ of SOFA? Deze BIZ is aanvullend op de BIZ binnenstad die recentelijk in de raad behandeld is. De BIZbinnenstad is een eigenaren-BIZ voor het gehele verblijfsgebied van de binnenstad (minus het Korenkwartier), terwijl de BIZ-Korenkwartier gericht is op ondernemers in het Korenkwartier. Zowel qua type (eigenaar<>gebruiker) als qua gebied zijn beide bedrijveninvesteringszones dus complementair. Het aanvullend karakter geldt ook voor de Stichting Ondernemersfonds Arnhem (SOFA). SOFA wordt gevoed door een OZB-opslag voor alle niet-woningen in de gemeente. Alle nietwoningen in de gemeente Arnhem (dus ook die in het Korenkwartier) leveren een bijdrage aan het Ondernemersfonds. Maar uit de evaluatie van SOFA (uitgevoerd in 2019) blijkt dat de binnenstad een dringende behoefte heeft aan aanvullende middelen om de ambities waar te kunnen maken. In dit rapport wordt de optie genoemd om de start van een BIZ in meerdere gebieden (b.v. de binnenstad) te onderzoeken. Dit gebeurt bijvoorbeeld al in Utrecht en

Heerlen waar een BIZ en een Ondernemersfonds elkaar versterken. Het ene middel moet dus niet gezien worden als een vervanging voor het andere middel. Beide manieren van fondsvorming hebben bestaansrecht naast elkaar vanwege het aanvullend karakter. Participatie Participatie is essentieel bij het invoeren van een BIZ. Hoewel er overwegend voor invoering werd gestemd, hebben de initiatiefnemers naar eigen zeggen geleerd van de vorige keer. Zo hopen zij wel het minimaal aantal stemmen te bereiken. Voor de mogelijke vervolgfase van de formele draagvlakmeting zal opnieuw contact worden gezocht met de bijdrageplichtigen. Zowel fysiek of per telefoon dan wel per brief. Financiën De bijdrage per object is voor de BIZ gebaseerd op een percentage van de jaarlijks vast te stellen WOZ-waarde van het belastingobject (winkel, horeca, kantoor enz. maar geen woningen). In het geval van leegstand zal het gebruikersdeel van de heffing voor rekening van de eigenaar komen. Als de leegstand vervalt dan gaat dit deel over op de nieuwe gebruiker. De BIZ wordt voor de maximale wettelijke termijn van 5 jaren ingesteld en de tariefstelling beoogt een jaarlijkse opbrengst van € 131.000, --. Dit bedrag wordt minus de perceptiekosten als subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting.

Deze jaarlijkse perceptiekosten (vooraanslagoplegging, afhandelen reacties en extra acties voor invordering) voor de gemeente bedragen naar verwachting €1650,Zodra de verordening in werking treedt, zullen de financiële consequenties via het eerstvolgende verzamelbesluit in de begroting verwerkt worden. Uitvoering Na besluitvorming door de raad vindt medio maart 2023 de formele draagvlakmeting (onder toezicht van een notaris) plaats. Bij voldoende draagvlak start de heffing en invordering van de BIZ met terugwerkende kracht per 1/1/2023 (dus in belastingjaar 2023) tot en met 31/12/2027 Communicatie Voor 31/12/2022 zal bij positieve besluitvorming de Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027 worden gepubliceerd. Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − Raadsvoorstel met de Verordening Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027 − Concept Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2023-2027 − Brief Verzoek behandelen nieuwe BIZ-verordening Korenkwartier en nieuwe draagvlakmeting − Activiteitenplan Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier 2023-2027 − Collegebesluit Reglement draagvlakmeting bedrijveninvesteringszone gemeente Arnhem

Besluit van Zaaknummer

701821

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 november 2022 Bedrijfsvoering, nummer 701821; gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst van 9 november 2022 gesloten met stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier; Besluit: vast te stellen de VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE KORENKWARTIER ARNHEM 2023 - 2027 Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: − bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart in Bijlage 1 aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; − college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; − uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier op 9 november 2022 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; − wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. Hoofdstuk II

Belastingbepalingen

Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en in de WOZ-administratie staan geregistreerd met een omschrijving zoals opgenomen in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt. 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, waarbij degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, waarbij degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; 3. Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Artikel 5.

Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o. onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p.

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; q. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de elektriciteitsvoorziening (trafo’s) en (tele)communicatie; r. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor opslag/distributie. 2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZbijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage is voor kalenderjaren 2023 tot en met 2027: voor een belastingobject behorende tot een van de categorieën zoals vermeld in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening: A.

Horeca, bioscoop

0,4% met een minimale bijdrage van € 300 en een maximale bijdrage van € 1.800 per jaar

B.

Detailhandel

0,3% met een minimale bijdrage van € 225 en een maximale bijdrage van € 1.350 per jaar

C.

Dienstverlening, kantoor, overige niet-woningen

0,2% met minimale bijdrage van €150 en maximale bijdrage van € 900 per jaar

Artikel 8. Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan: a. het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen BIZ, onroerendezaakbelastingen en/of andere belastingen/heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; b. de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 11. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening Arnhem niet van toepassing.

Artikel 12. Aanwijzing stichting Stichting Bedrijveninvesteringszone Korenkwartier wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. Artikel 14. Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 15. Subsidievaststelling 1. De stichting is verplicht om op uiterlijk 1 april van het jaar volgende op het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2.

De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk dertien weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken. Artikel 16. Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: BIZ-Verordening Korenkwartier 2023-2027. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van XXXXX De griffier,

De voorzitter,

Bijlage 1 behorende bij de 'Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027' van XXX 2022 Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027, geldt het op onderstaande kaartje geel gekleurde deel.

Bijlage 2 Belastingobjecten BIZ-bijdrage behorende bij de 'Verordening bedrijveninvesteringszone Korenkwartier Arnhem 2023-2027' van XXX 2022 Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage, artikel 2 lid 1, van de verordening Objectomschrijving A. Horeca en bioscoop

horeca (openbare gelegenheid waar men consumpties kan kopen en/of gebruiken of gebouw voor het verlenen van onderdak), cafetaria / snackbar, café / bar / restaurant, coffeeshop, bar / dancing / discotheek, hotel / motel, pension / logiesgebouw, jeugdherberg, casino / amusementenhal, overige horeca, bioscoop

B. Detailhandel

(detail)handel / winkel (gebouw/ruimte waar koopwaren verkocht kunnen worden), winkel, groothandel, toonzaal, kiosk, commerciële ruimte (een commerciële plint of een wijkbuurtcentrum waar in identieke ruimten zowel winkels als kantoren kunnen zitten), supermarkt, grootschalige retail (periferie) ) (een grootschalig retailobject gelegen in de periferie, zoals bouwmarkten, woonboulevards, etc.), warenhuis (een grootschalig winkelobject gelegen op een a-locatie), overige detailhandel

C. Dienstverlening, kantoor, overige nietwoningen

Zakelijke en persoonlijke dienstverlening, kantoren al dan niet in bedrijfsverzamelgebouwen, overige niet-woningen die niet vallen onder categorie A of B en niet vallen onder de vrijstelling van artikel 6 van de Verordening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=97ff8ff6-da89-42dc-ae77-62df59084674