Raadsvoorstel "APV Arnhem aanvullen met artikelen ten behoeve van aanpak ondermijnende criminaliteit"
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Zaaknummer
Onderwerp:
665207
APV Arnhem aanvullen met artikelen ten behoeve van aanpak ondermijnende criminaliteit
Kernboodschap De APV is een belangrijk instrumentarium in het voorkomen én bestrijden van ondermijnende criminaliteit. In de APV is het mogelijk om de burgemeester de bevoegdheid te geven om bepaalde gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen voor een vergunningsplicht om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. Het voorstel voorziet in de wens van zowel college als raad om ondermijnende criminaliteit te kunnen voorkomen en aan te pakken. Het voorziet tevens in de wens om invloed uit te oefenen in branchering wanneer er sprake is van aantasting of bedreiging van de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid.
a Voorstel 1. In de APV voor Arnhem de mogelijkheid te bieden om een vergunningsplicht in te voeren voor bepaalde door de burgemeester aan te wijzen gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten om een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat tegen te gaan. 2. Het bijgevoegde raadsbesluit (“Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat”) vast te stellen. 3. De artikelen op te nemen in een nieuwe paragraaf 5 in hoofdstuk 2, afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem. Inleiding Om vrij samen te leven is een veilige (leef)omgeving van groot belang. Drugshandel, witwassen, ondergronds bankieren en uitbuiting zijn voorbeelden van criminele (economische) activiteiten die Arnhem ondermijnen en de leefbaarheid aantasten. Deze vormen van criminaliteit zijn niet altijd zichtbaar, maar tasten de fundering van de wijk aan. Ze bedreigen niet alleen de legale lokale economie, maar zorgen ook voor een onveilig, niet leefbaar woon- en ondernemersklimaat. Het risico bestaat dat malafide ondernemers zich vestigen in sectoren waar het toezicht van de overheid beperkter is of in de gebieden en straten binnen onze gemeente die fysiek, sociaal en economisch achterblijven. De aanpak van ondermijnende criminaliteit in Arnhem heeft prioriteit.
Het rapport van de Rekenkamer Arnhem uit 2021 was kritisch en gaf als aanbeveling om sneller en harder de ingeslagen weg voort te zetten. Reden waarom onder meer het “Plan van Aanpak ondermijnende criminaliteit” is vastgesteld voor de periode tot en met 2026. In het plan is opgenomen dat we onze basis op orde willen hebben om onder andere het vestigingsklimaat voor criminelen in Arnhem onaantrekkelijk te maken. De APV is een belangrijk instrumentarium in het voorkomen én bestrijden van ondermijnende criminaliteit. Zodoende is
de APV in de afgelopen maanden al op diverse onderdelen geactualiseerd. Denk hierbij aan de wijzigingen die gingen over de openbare inrichtingen waar geëxploiteerd wordt. Het voorstel dat voorligt is een vervolg hierop om weerbaarder te zijn tegen ondermijnende criminaliteit en voorziet in de wens van zowel college als raad om ondermijnende criminaliteit te kunnen voorkomen én aan te pakken. Het voorziet tevens in de wens om invloed uit te oefenen in branchering wanneer er sprake is van aantasting of bedreiging van de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid. Door het landelijke aanjaagteam Ondermijning is in 2020 de handreiking APV en ondermijning voor gemeenten gepubliceerd. De handreiking bevat aandachtspunten voor de bestuurlijke aanpak van ondermijning. Eén van de voorbeelden is gericht op het stimuleren van een gezond ondernemersklimaat door malafide ondernemers te weren in een bepaald gebied, pand of branche. Het betreft een artikel om de burgemeester via een aanwijzing een vergunningsplicht te laten introduceren voor een bepaald gebied, pand of branche. Voor u ligt het voorstel om een paragraaf in de APV te wijden aan 'Het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat'.
De belangrijkste artikelen zien op de mogelijkheid die de burgemeester krijgt om gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen voor een vergunningsplicht. De overige artikelen gaan over de definities, het proces, de procedures en over de mogelijkheid om te weigeren of de vergunning in te trekken. Beoogd effect Een veilig, leefbaar en bonafide ondernemersklimaat in Arnhem door een weerbare overheid. Daarnaast levert het een bijdrage aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit in Arnhem. Argumenten 1.1
Het levert een bijdrage aan een weerbare overheid
De APV is een belangrijk instrument bij het voorkomen én bestrijden van ondermijnende criminaliteit. Door beleid en regelgeving te optimaliseren maken we het mogelijk om in te grijpen wanneer de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid worden aangetast of bedreigd. 1.2
De vergunningsplicht voor bepaalde kwetsbare gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten heeft een preventieve werking
Inmiddels zijn al diverse gemeenten in Nederland ons voorgegaan door het opnemen van ondermijningsartikelen in de APV. Malafide ondernemers vestigen zich daar waar zij vrij hun gang kunnen gaan. Dat is niet in gemeenten waarbij de burgemeester de mogelijkheid heeft om bepaalde gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen voor vergunningsplicht en deze o.a. te kunnen onderwerpen aan de wet Bibob. De gemeente krijgt hiermee zicht op de ondernemers. Ook kan de gemeente controle uitoefenen op de naleving van de gestelde voorwaarden en handhaven bij overtreding daarvan. Dit draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers. Pandeigenaren worden zo gestimuleerd hun verantwoordelijkheid te nemen om bonafide ondernemers in hun panden te vestigen. Het instrument van een vergunningplicht wordt nu al ingezet bij horeca-inrichtingen, waarbij aan vergelijkbare voorwaarden wordt getoetst.
1.3
De invoering van de vergunningsplicht maakt een Bibob-toets mogelijk
Doordat een vergunningsplicht ontstaat – wanneer een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit is aangewezen - is het mogelijk om de aanvrager aan een Bibob-toets te onderwerpen. Met de Wet Bibob kan de integriteit van de aanvrager en de financier beoordeeld worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om malafide ondernemers te weren. Als neveneffect kan de mogelijkheid van een Bibob toets aan de voorkant een afschrikkend effect hebben zodat criminelen zich niet in Arnhem vestigen. 1.4
De APV-artikelen zorgen voor zowel preventie als repressie
De preventieve werking is in bovenstaande punten al naar voren gekomen. Door de APV-artikelen wordt de burgemeester ook in staat gesteld om te handhaven. Net zoals bij horecavergunningen kan een vergunning worden ingetrokken wanneer de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid wordt aangetast of wanneer er strafbare feiten in het bedrijf of het gebouw plaatsvinden of hebben gevonden. 1.5
De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde
De gemeenteraad is op grond van de autonome verordenende bevoegdheid (de artikelen 147 en 149 Gemeentewet) bevoegd om openbare belangen zoals een veilig, leefbaar en bonafide ondernemersklimaat te reguleren met een vergunningplicht. Het betreft hier primair een vergunning in het belang van openbare orde en veiligheid. Om die reden is de bevoegdheid voor het aanwijzen van een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit voorbehouden aan de burgemeester. 3.1
Plaatsing in hoofdstuk 2, afdeling 3 APV ligt voor de hand
In hoofdstuk 2, afdeling 3 van de APV staan diverse regels, waaronder vergunningsplicht voor openbare inrichtingen, nachtverblijven, speelgelegenheden en publiek openstaande gebouwen. De regels die in deze afdeling vermeld staan komen overeen met het soort regels dat aan u voorgesteld wordt voor de bestrijding van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat. Dit is derhalve een geschikte plek om een soortgelijke paragraaf toe te voegen. Kanttekeningen en risico's 1.1
Voor een vergunningsplicht moet een gebouw, gebied of een bedrijfsmatige activiteit worden aangewezen door de burgemeester
Het wijzigen van de APV leidt niet direct tot een vergunningsplicht voor bepaalde gebouwen, gebieden of een bedrijfsmatige activiteit. Om de vergunningsplicht in het leven te roepen zal de burgemeester een aanwijsbesluit moeten nemen waarin deze wordt onderbouwd. De burgemeester kan dit aanwijzingsbesluit enkel nemen als in of rondom een gebouw of in een gebied of bij bepaalde bedrijfsmatige activiteiten in dat gebouw of gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzingsbesluit wordt voorzien van een advies van de politie en een goede motivering.
1.2
De regeldruk voor bepaalde ondernemers neemt toe Voor bepaalde ondernemers die nu geen APV-vergunning nodig hebben voor hun bedrijfsmatige activiteiten, geldt in het geval van een aanwijzing wel een vergunningplicht. Dit houdt in dat ze een aanvraag moeten indienen bij de gemeente en de nodige informatie moeten aanleveren zodat de aanvraag in behandeling kan worden genomen. Hier kan tegenover worden gesteld dat ondernemers baat hebben bij een veilig leef- en ondernemersklimaat.
1.3
Het kan ertoe leiden dat een vergunning niet verleend of ingetrokken wordt
In de paragraaf zijn artikelen opgenomen met eisen waar de ondernemer aan moet voldoen. In het geval nieuwe ondernemers door een aanwijzing met een vergunningplicht geconfronteerd worden en zij niet aan de vereisten voldoen, zal er geen vergunning worden verleend. Zittende ondernemers die niet aan de vereisten voldoen, krijgen geen vergunning en zullen de exploitatie moeten staken of overdragen. De (financiële) gevolgen komen dan in beginsel voor rekening en risico van deze ondernemer(s). 2.1
De artikelen staan (nog) niet opgenomen in de Model APV van de VNG
Momenteel wordt de Arnhemse APV geactualiseerd aan de hand van de Model APV van de VNG. Dit geeft een bepaalde rechtszekerheid, omdat de gemeenten in Nederland veelal de Model APV van de VNG hanteren. Hierdoor zijn de rechterlijke uitspraken over bepaalde artikelen goed te gebruiken bij besluitvorming en weten burgers en ondernemers waar ze aan toe zijn. De artikelen in de voorgestelde paragraaf staan (nog) niet in de Model APV van de VNG, maar worden al wel door diverse gemeenten (waaronder Rotterdam, Tilburg, Amsterdam, Den Haag en Utrecht) gebruikt. Het ondermijningsartikel van Tilburg is in 2021 getoetst door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een belangrijke conclusie is dat het ondermijningsartikel op zichzelf is toegestaan, maar dat het gebruik ervan goed moet worden onderbouwd. Participatie Op dit moment is alleen afdeling Juridische Zaken meegenomen. Met dit voorstel wordt de burgemeester alleen nog maar in de gelegenheid gesteld om een aanwijzingsbesluit op te stellen. Bij de aanwijzingsbesluiten zal wel gekeken worden naar participatie van bijvoorbeeld ondernemersverenigingen, brancheverenigingen, bewonersplatformen, de Nationale Politie, afdeling Vergunning en Handhaving en teams leefomgeving. Financiën Vooralsnog zijn aan deze wijziging geen kosten verbonden.
Wanneer een aanwijzing door de burgemeester wordt afgegeven, dan is het mogelijk dat dit extra capaciteit gaat vragen van afdeling Vergunning en Handhaving, programma Veiligheid en afdeling Juridische Zaken. Dit zal worden meegenomen in het voorstel tot het nemen van een aanwijsbesluit.
Uitvoering Deze onderdelen van de APV worden door de afdeling Vergunning en Handhaving, programma Veiligheid en afdeling Juridische Zaken uitgevoerd. Communicatie Wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem worden bekendgemaakt via het digitale Gemeenteblad en zijn terug te vinden op www.overheid.nl.
Bijlagen Stukken voor gemeenteraad − Concept raadsbesluit
Besluit van Zaaknummer
665207
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM: Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 september 2022 Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR ARNHEM I
Wijzigingen
A. Na artikel 2.3.4.1 wordt paragraaf 5 met bijbehorende artikelen ingevoegd en vastgesteld, luidende: “Paragraaf 5 Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat Artikel 2.3.5.1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de exploitant, alsmede de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. d. bedrijfspand: het pand waarin het bedrijf gevestigd is. Artikel 2.3.5.2 Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten 1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het eerste lid van artikel 2.3.5.3 van toepassing is. 2. Een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit in een gebouw of in een gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. 3.
Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.
Artikel 2.3.5.3 Vergunning uitoefening bedrijf 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2.3.5.2 aangewezen gebouw of gebied; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het eerste lid van artikel 2.3.5.2 aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 2. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren: a. in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; c. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; d. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar risico voor de openbare orde ontstaat; e. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. als er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g.
als de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Artikel 2.3.5.4 Vergunningaanvraag 1. De vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.3.5.3 dient te worden aangevraagd door de exploitant. 2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend met een op de gemeentelijke website beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder(s); b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder; en indien sprake is van een verblijfstitel: een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; e. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 4.
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. Artikel 2.3.5.5 Intrekking en wijziging van een vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.3.5.3 intrekken of wijzigen als: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
c. de voorschriften verbonden aan de vergunning of de plichten voortvloeiend uit deze paragraaf niet worden nageleefd; d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar risico voor de openbare orde ontstaat; e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; j. indien sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Artikel 2.3.5.6 Sluiting bedrijf en/of bedrijfspand 1.
Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2.3.5.3 wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in artikel 2.3.5.5, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf en/of het bedrijfspand bevelen. 2. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Artikel 2.3.5.7 Geboden en verboden exploitant 1. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf, waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. 2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien zich geen weigeringsgronden uit artikel 2.3.5.3, tweede lid voordoen. 3. Het is verboden een bedrijfspand voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of een beheerder aanwezig is. 4. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf en/of in het bedrijfspand geen strafbare feiten plaatsvinden.
Artikel 2.3.5.8 Uitgestelde werking aanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen In afwijking van het eerste lid van artikel 2.3.5.3 geldt het aldaar gestelde verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2.3.5.2 genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
Artikel 2.3.5.9 Positieve beschikking bij niet tijdig beslissen Op de vergunning als bedoeld in artikel 2.3.5.3 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.”
Toelichting “Paragraaf 5 Tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat. Artikel 2.3.5.1 De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Het ‘voor rekening en risico’ heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon. De dagelijkse leiding in het bedrijf kan in plaats van bij de exploitant zelf, bij een beheerder rusten. Er wordt dus in het kader van de vergunningverlening gewerkt met een beheerderslijst. Artikel 2.3.5.2 De systematiek van paragraaf 5 gaat uit van een gebouw-, gebieds- of activiteitgerichte aanpak. Hiermee kan maatwerk in de stad geleverd worden. De burgemeester kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een systeem van verplichte vergunningen. De noodzaak van een aanwijzing, alsmede de duur van de aanwijzing, wordt zorgvuldig gemotiveerd. De uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit gelden. Bij een gebiedsgerichte aanpak wordt de noodzaak van de aanwijzing mede bezien in samenhang met de andere maatregelen in een gebied. De vergunningplicht kan op gebouwniveau worden ingezet door deze bijvoorbeeld na concrete incidenten (strafbare feiten) van toepassing te verklaren op het gebouw of wanneer als gevolg van de wijze van exploitatie in dat gebouw de leefbaarheid of openbare orde onder druk staat.
Daar waar strafbare feiten in een gebouw worden geconstateerd en de gebouweigenaar niet voldoende gemotiveerd is om mee te werken aan de bestrijding hiervan biedt een vergunningplicht gericht op gebouwen soelaas. De vergunningplicht is dan direct van toepassing op de nieuwe of zittende ondernemer. Daarmee kan maatwerk worden geboden, en worden andere ondernemers, voor zover dat niet nodig is, niet in de aanwijzing betrokken. Een aanwijzing die specifiek op een bepaald gebouw is gericht, kan dan juist proportioneel en gerechtvaardigd zijn. Indien sprake is van een (ernstige) structurele problematiek in een bepaalde branche of in een bepaald gebied kan op grond van dit APV artikel een vergunningplicht voor een bedrijfsmatige activiteit of voor een gebied worden ingevoerd. De burgemeester wijst een gebouw, gebied of een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend aan als in dat gebied dan wel door de wijze van exploitatie van het gebouw of door de bedrijfsmatige activiteiten naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel nadelig kan worden beïnvloed.
Artikel 2.3.5.3 In artikel 2.3.5.3 is het verbod opgenomen om in een aangewezen gebouw, straat of gebied bedrijfsmatige activiteiten te verrichten zonder vergunning van de burgemeester. In het aanwijzingsbesluit worden de bedrijfsmatige activiteiten genoemd waar de aanwijzing betrekking op heeft. Dat kan ook een groep van bedrijfsmatige activiteiten zijn. Artikel 2.3.5.3, tweede lid en artikel 2.3.5.5 In deze artikelen staan de weigerings- en intrekkingsgronden vermeld. Toezicht op en handhaving van de vergunningplicht is mogelijk door intrekking van een reeds verstrekte vergunning of door sluiting van het bedrijf. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden (artikel 1.4). Indien de exploitant zijn verplichtingen uit het artikel of de vergunningvoorschriften niet nakomt, kan er reden zijn de vergunning in te trekken. Sub i is opgenomen om constructies van schijnbeheer tegen te kunnen gaan indien de praktijk niet in overeenstemming is met de situatie zoals op de vergunning vermeld. Artikel 2.3.5.4 In dit artikel wordt de wijze van indiening van de aanvraag van een vergunning geregeld, alsmede welke gegevens en bescheiden moeten worden overgelegd. De vereiste gegevens worden nodig geacht teneinde een weloverwogen beslissing te kunnen nemen. Zo moet er in ieder geval sprake zijn van een geldige inschrijving bij de KvK.
Indien dat op enig moment niet meer het geval is, kan dit reden zijn om de vergunning in te trekken (2.3.5.5, eerste lid, sub h en i). Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan hij om aanvullende gegevens verzoeken (2.3.5.4, vierde lid). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen. Artikel 2.3.5.7 Om oog te kunnen houden op relevante veranderingen moet de burgemeester daarvan weet hebben. De vergunninghouder is verplicht wijzigingen te melden. Als er met inachtneming van de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezet bedrijf, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Als blijkt dat de wijzigingen niet zijn gemeld, kan dat leiden tot intrekking van de vergunning. Het is van groot belang om een actueel overzicht te hebben van de in de aangewezen gebieden actieve exploitanten. Om die reden moet ook worden gemeld dat de exploitatie wordt beëindigd of overgedragen. Ook wanneer slechts een van de exploitanten stopt. Om schijnbeheer te voorkomen en te bestrijden is het van belang dat de beheerders bij de gemeente bekend zijn. Een wijziging in het beheer kan pas plaatsvinden indien de burgemeester de gevraagde wijziging in het beheer heeft bijgeschreven op de vergunning en de exploitant hiervan bericht heeft ontvangen.
Artikel 2.3.5.8 Voor zittende exploitanten geldt dat zij drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen en te verkrijgen. Lukt dat niet tijdig, dan handelen zij in strijd met het verbod. Wordt de aanvraag om een vergunning binnen de periode van drie maanden geweigerd of wordt een eventueel reeds verleende vergunning ingetrokken, dan handelen zij vanaf dat moment in strijd met het verbod. De burgemeester kan dan met onmiddellijke ingang tot handhaving van het verbod overgaan. De vergunningplicht op grond van het aanwijzingsbesluit en het verbod om zonder vergunning bedrijfsmatige activiteiten te verrichten, geldt voor nieuwe exploitanten onmiddellijk na inwerkingtreding van het
aanwijzingsbesluit. Onder een nieuwe exploitant wordt ook verstaan: een exploitant die een andere bedrijfsmatige activiteit dan voorheen wil uitoefenen, en/of op een andere locatie dan voorheen. Artikel 2.3.5.9 Voor zover de Dienstenrichtlijn van toepassing is op het vergunningstelsel en de voorwaarden, geldt dat met name gelet op de openbare orde en veiligheid er een dwingende reden van algemeen belang is en de gestelde eisen ook evenredig (geschikt en noodzakelijk) zijn, zodat het stelsel en de voorwaarden gerechtvaardigd zijn. De openbare orde en veiligheid vormt eveneens de reden om van een lex silencio positivo af te zien.” II Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: "Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem - toevoeging paragraaf 5 aan Hoofdstuk 2, Afdeling 3, getiteld: APV tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat."
De griffier,
De voorzitter,