Raadsbrief "Raadswerkgroep regionale samenwerking", d.d. 17-02-2022
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Datum
: 17 februari 2022
Zaaknummer
:
Contactpersoon
: Willem Lammers
Telefoonnummer
: 026 3772581
Onderwerp: Raadswerkgroep regionale samenwerking
Geachte voorzitter en leden, Uw raad heeft op 14 november 2018 per motie (18M88 ‘Werkgroep regionale samenwerking’ – bijlage 1) de raadswerkgroep regionale samenwerking in het leven geroepen met als opdracht als gemeenteraad beter inhoud te geven aan de kaderstellende en controlerende rol in het samenwerkend bestuur Met deze brief wil ik namens de werkgroep de gemeenteraad informeren over het werk van de raadswerkgroep en adviseren om de raadswerkgroep na de verkiezingen voort te zetten. Over de inhoud van deze brief en de voortzetting van de raadswerkgroep gaat de raadswerkgroep graag met u in gesprek. Daarom verzoek ik de agendacommissie om deze brief te agenderen voor behandeling in een raadskamer. Inhoudelijke vraagstukken De raadswerkgroep constateert de volgende vier vraagstukken ten aanzien van regionale samenwerking waar de gemeenteraad mee aan de slag moet: 1. Onvoldoende grip van de raad De belangrijkste vraag waar de raadswerkgroep zich mee bezig heeft gehouden is de vraag of de raad voldoende grip heeft op de verbonden partijen en of het daarmee haar kaderstellende en controlerende taak kan uitvoeren. De werkgroep heeft hierover een uitvraag gedaan bij de fracties (zie bijlage 2) en komt tot de conclusie dat daar onvoldoende sprake van is. Er worden drie redenen gegeven waarom dit het geval is: 1.
De informatievoorziening vanuit college en/of verbonden partij is onvoldoende en soms te laat, en daardoor is de raad onvoldoende (tijdig) op de hoogte van wat er speelt. Denk hierbij aan onvoldoende helderheid en diepgang van de informatievoorziening gedurende de P&C-cyclus, maar ook onvoldoende zicht op mogelijk politiek relevante actualiteiten die zich bij de verschillende verbonden partijen voordoen. De raad is bevoegd om een zienswijze te geven op de begroting van gemeenschappelijke regelingen. Maar niet iedere verbonden partij is een
Pagina
:2
gemeenschappelijke regeling. Zo zijn er verbonden partijen (zoals Scalabor of het Sportbedrijf) die geen instemming van de raad vragen (op een zienswijze op de begroting), waardoor deze organisaties ook niet jaarlijks terugkeren op de agenda van de raad. 2. Arnhem heeft veel kleinere fracties, waardoor specialisatie/capaciteit ontbreekt om zich in meerdere verbonden partijen te verdiepen. De agenda van een raadslid is overvol en de werkdruk ligt (te) hoog. Daardoor krijgen verbonden partijen door fracties en door raadsleden geen de prioriteit. 3. Het stelsel van gemeenschappelijke regelingen is ondoorzichtig, zeer omvangrijk en daardoor moeilijk volgbaar. Dat geldt ook voor burgers. Dat de raad onvoldoende grip ervaart is een probleem. De praktijk van onze uitvoeringsorganisaties zoals Scalabor; MGR Sociaal domein; VGGM; doelgroepenvervoer; de ODRA etc. is namelijk van groot belang voor de raad. De raad dient namens de stad oog te hebben voor deze organisaties: als iets mis gaat binnen de verbonden partijen, dan zijn die gevolgen vaak direct voelbaar voor de inwoners en organisaties van onze stad. Maar ook verbonden partijen als de Groene Metropoolregio en de Euregio verdienen de aandacht van de raad. Daar krijgt immers beleid vorm dat ook van invloed is op Arnhem.
Het blijft daarom van belang dat de raad erop toeziet dat de informatievoorziening op peil blijft, maar vooral zelf in staat is om uit die informatie (politieke) aandachtspunten te detecteren en die te agenderen. 2. Betrokkenheid inwoners De afstand tussen verbonden partijen en de inwoners is groot en (directe) invloed is beperkt. Het is in sommige gevallen mogelijk om in te spreken, bijvoorbeeld bij de Groene Metropoolregio, maar dat is een uitzondering. 3. Betrokkenheid vertegenwoordigers vanuit de raad Enkele verbonden partijen kennen een systematiek waarbij raadsleden worden afgevaardigd in een orgaan van het verbonden partij. Zo zijn er drie raadsleden van Arnhem actief in de Euregioraad en zitten er vier Arnhemse raadsleden in de Regioagendacommissie van de Groene Metropoolregio. Deze raadsleden worden door de gemeenteraad verkozen, maar nemen daarna veelal een autonome positie in. Zij hebben geen formele mogelijkheid om input vanuit de raad voor hun inbreng te ontvangen en kunnen ook niet terugkoppelen over hun inbreng en bevindingen. We willen dit verbeteren. Niet alleen voor de positie van de raad zelf, maar zeker ook voor deze raadsleden die worden ‘uitgezonden’. 4. Moties over regionale samenwerking en amendering van regionale beleidsstukken Gemeenschappelijke regelingen komen jaarlijks één keer op de agenda van de Politieke Avond.
Namelijk als de zienswijze op de begroting wordt vastgesteld. Dat is vaak het moment dat de gemeenschappelijke regeling wordt besproken en dat er moties worden aangenomen over dat onderwerp. Het blijft echter een aandachtspunt wat er gebeurt met die aangenomen moties. Een aangenomen motie vanuit Arnhem wil namelijk niet zeggen dat het automatisch wordt overgenomen door de gemeenschappelijke regeling. Er zijn immers vaak meerdere gemeenten betrokken bij één en dezelfde gemeenschappelijke regeling en Arnhem kan daarin niet dicteren. Daarnaast kan het recht van amendement niet of zeer moeilijk worden uitgeoefend. Duidelijke terugkoppeling vanuit het college over de bestuurlijke behandeling ontbreekt vaak. Daarnaast zijn de raden niet op de hoogte van elkaars visie
Pagina
:3
en knelpunten. Het initiatief voor afstemming van moties en amendementen tussen de betrokken gemeenteraden ligt bij individuele fracties en raadsleden. Het lijkt praktisch gezien onmogelijk om tijd en ruimte voor gestructureerd afstemmingsoverleg tussen de betrokken gemeenteraden te organiseren. Voortzetting raadswerkgroep Om invulling te geven aan bovengenoemde vraagstukken adviseert de huidige raadswerkgroep aan de nieuwe gemeenteraad om de raadswerkgroep voort te zetten. Eerder in deze brief hebben we geconcludeerd controle en grip op de verbonden partijen noodzakelijk is, maar niet automatisch van de grond komt door de individuele fracties. Daarom is het gewenst dat de raad hier gezamenlijk mee aan de slag gaat. De nieuwe raad is aan zet om concrete invulling te geven aan de vorm en opdracht van een nieuwe raadswerkgroep. Maar om daarbij te helpen richting te bepalen geeft de huidige raadswerkgroep het volgende advies over doel, taak en vorm. Het advies aan de nieuwe raad is om een raadswerkgroep in te richten die: o o o
o
Als taak heeft het monitoren van ontwikkelingen binnen verbonden partijen en daarover te rapporteren en eventuele voorstellen tot agendering te doen aan de raad. Als doel heeft om de werklast van de raad als geheel te ontlasten. De rol is dus primair ondersteunend. Vijf keer per jaar bij elkaar komt: ▪ Door (vier keer per jaar) twee verbonden partijen te bespreken. Dat wordt ambtelijk voorbereid en de verbonden partij wordt in aanwezigheid van de betrokken portefeuillehouder en afgevaardigde van de verbonden partij besproken. ▪ Ieder jaar is er een strategisch overleg tussen de raadswerkgroep en de burgemeester over de positie van de gemeente regionaal en het functioneren van de raadswerkgroep. De raadswerkgroep vervangt niet het werk van de raad: het mag dus niet zo zijn dat kwesties niet op een raadsvergadering worden geagendeerd omdat het niet in de raadswerkgroep is behandeld of omdat de raadswerkgroep het afgedaan acht. Verder kan de raadswerkgroep een belangrijke schakel te zijn tussen raad en raadsleden die namens de raad elders besluiten nemen (denk aan de Groene Metropoolregio of de Euregio). Het is aan te bevelen een werkwijze vorm te geven waardoor de vertegenwoordigende raadsleden in verbonden partijen kunnen communiceren met de raad.
Doordat dezelfde raadsleden periodiek (dezelfde) regionale verbonden partijen bespreken wordt een collectief kennisniveau opgebouwd over de regio. Wat zijn de zwakke plekken en waar liggen de kansen? Ook wordt de vaardigheid opgebouwd hoe men naar de verbonden partijen moet kijken. Wat zijn relevante vragen om te stellen om een risico goed in te kunnen schatten? Er kan een gedeelde norm worden ontwikkeld wanneer de raad geïnformeerd moet worden of wanneer iets geagendeerd moet worden.
Pagina
:4
De raadswerkgroep dient goed ondersteund en gestructureerd aan de slag te gaan, zodat het daadwerkelijk meerwaarde heeft. Anders is het alleen maar een extra overleg en zorgt het dus alleen maar voor meer werkdruk. Dit betekent dat ambtelijke ondersteuning vanuit de griffie en de bestuursdienst geborgd moet worden. We adviseren daarom tenslotte om dit mee te nemen in de besluitvorming. Agenderingsverzoek Om voortvarend met de regionale samenwerking aan de slag te gaan verzoek ik de agendacommissie deze voorliggende brief te behandelen in een raadskamer. Vragen die geadresseerd kunnen worden zijn: 1. Herkent u de inhoudelijke vraagstukken geschetst in deze brief? 2. Ziet u regionale samenwerking als een vraagstuk waarvoor de raad een gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt of is dit een vraagstuk van de fracties afzonderlijk? 3. Hoe denkt u over taak en rol van de werkgroep? En voldoet daarvoor de vorm van een “informele” werkgroep of is een “formele” commissie (vergelijkbaar met de auditcommissie) noodzakelijk? 4. Wilt u het advies tot voortzetting van de raadswerkgroep regionale samenwerking overnemen?
Hoogachtend, Namens de raadswerkgroep regionale samenwerking,
Lea Manders Voorzitter
Bijlage 1. Motie 18M88 Werkgroep regionale samenwerking Bijlage 2. Uitkomst enquête bij de fracties over verbonden partijen