CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief 'Inlichtingenverzoek nadere informatie over het proces rondom de meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van voormalig wethouder Lauriks' , d.d. 09-06-2025

Politieke Avond 2 juli 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Interpellatieverzoek inzake 'De behandeling van de meldingen van het seksueel grensoverschrijdend gedrag van (voormalig) wethouder Lauriks'4.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de raad

Datum

: 09 juni 2025

Zaaknummer

: 4623265

Contactpersoon

: Matthijs Kleij

Telefoonnummer

: 026 3772178

Onderwerp: Antwoord op inlichtingenverzoek

Geachte voorzitter en leden, Op woensdag 28 mei jl. ontving ik vanuit uw raad een inlichtingenverzoek over de afhandeling van meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag van oud-wethouder Lauriks. In deze brief met bijlagen verstrek ik u de in dat verzoek gevraagde informatie. Ik wil u daarbij ook zo uitgebreid mogelijk inzicht geven in mijn afwegingen gedurende het procesverloop; de werking van de procesafspraken; de balans tussen vertrouwelijkheid en transparantie; en mijn reflectie op het hele proces. Vooraf wil ik benadrukken dat het buitengewoon pijnlijk en onacceptabel is dat dit type gedrag plaats heeft gevonden. De melders zijn bovendien dubbel getroffen. Ten eerste door het betreffende gedrag zelf en ten tweede door de impact van het onderzoeksproces. Dat raakt mij. In mijn neutrale rol als hoeder van de integriteit heb ik steeds voor ogen gehad dat uiterste discretie en nauwkeurigheid het eerste belang van melders waren en dat ik mij in mijn handelen strikt moest houden aan de vastgestelde Procesafspraken. In deze afspraken heeft uw raad mij het kader gegeven waarbinnen ik moet opereren als er een vermoeden van een integriteitsschending wordt gemeld bij mij.

Hoewel ik mij gedurende de gehele periode zeer betrokken heb gevoeld, constateer ik terugkijkend dat het proces meerdere maanden heeft geduurd; dat in die periode onzekerheid is ontstaan voor en onrust in de omgeving van melders en dat dat hen opnieuw heeft belast. Ik sta voor de stappen die ik heb gezet tijdens en de conclusie uit het onderzoek, maar achteraf gezien had ik het, met name in het belang van de melders, op een aantal punten anders willen doen. Mijn opstelling tijdens het gehele proces, waarbij ik nauwgezet de verschillende voorgeschreven stappen zette, hebben zij mogelijk als te weinig betrokken ervaren. Reconstructie Het is de eerste keer dat wij op basis van de nieuwe gedragscode uit 2022 zo’n proces hebben doorlopen. Ik zie aanleiding om lessen te trekken uit deze casus. Het gaat zowel om praktische lessen en lessen over communicatie, als om fundamentele lessen over de rolverdeling en de inrichting zoals die in de Procesafspraken zijn vastgelegd. Ik ga daarover graag met u in gesprek en spreek graag met u verder over uw ervaringen en door u in te brengen verbeterpunten.

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 2

Op 26 mei 2025 heb ik u een raadsbrief toegezonden waarin ik mijn bevindingen en conclusie heb gemeld naar aanleiding van drie meldingen. Mijn conclusie over die meldingen is helder en zwaarwegend: er was sprake van een patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Die conclusie staat. Het fundament onder deze conclusie is solide: in eerste instantie door hoe de meldingen zijn opgepakt en hoor en wederhoor is toegepast en vervolgens door aanvullende gesprekken met de melders en voormalig wethouder en daaropvolgend advies van een onafhankelijk extern bureau. Dit proces heeft geleid tot een onderbouwde beoordeling, die door geen van de betrokkenen is betwist. Terwijl de conclusie dus scherp en helder is, hebben meerderen van u de vraag gesteld of ik niet eerder en meer proactief had moeten optreden. Had het proces dan ook met minder onrust en ontevredenheid tot een afdoende conclusie kunnen leiden? Die vragen zijn logisch en ik stel mijzelf die vragen ook. Ze raken aan de kern: hoe we binnen een zorgvuldig proces recht doen aan de noodzaak tot actie vanuit het algemeen belang om integriteit en goede omgangsvormen te bewaken, terwijl wij tegelijkertijd ook de persoonlijke levenssfeer en wensen van melders beschermen in deze gevoelige persoonlijke kwesties en recht doen aan de noodzaak van een gedegen onderzoek alvorens jegens een beklaagde conclusies te trekken.

In het laatste deel van deze raadsbrief kom ik terug met mijn beschouwing op deze vragen. Hierna volgt eerst een samenvatting van het verloop van het proces dat tot mijn oordeel heeft geleid. Beantwoording inlichtingenverzoek In het inlichtingenverzoek stelt u verschillende vragen waarop ik hieronder zal ingaan, met verwijzing naar de verschillende bijlagen die u een zo compleet mogelijk beeld verschaffen over het totale proces en mijn handelswijze gedurende dat proces. Allereerst vraagt u in uw inlichtingenverzoek om een tijdlijn waarin ik inga op de formele contactmomenten rondom de signalen en meldingen die ik heb ontvangen over het gedrag van oudwethouder Lauriks en wat ik daar op de verschillende momenten mee heb gedaan. In de bijlage treft u die tijdlijn aan (bijlage A), inclusief de momenten waarop ik contact heb gehad met ieder van de betrokkenen; de momenten waarop ik advies heb ontvangen; en wie van betrokkenen wanneer welke stukken heeft ontvangen (zoals de rapportage van Decoz & Co en later de raadsbrief van 26 mei). In deze tijdlijn heb ik zo precies mogelijk weergegeven hoe ik de stappen gezet heb, met een toelichting op de inhoud van die stappen. In Bijlage 1 treft u de offerte van bureau Decoz & Co met een bijbehorende mail aan, ter voldoening aan uw verzoek deze te verstrekken (vraag 2).

Vanwege bedrijfseconomische belangen van dat bureau (concurrentiegevoeligheid) zijn hier de tarieven weggelakt. Ter invulling van vraag 1B treft u in bijlage 2 aan de mail- en appberichten tussen de burgemeester en ‘ambtenaar 1’, in bijlage 3 de mail- en appberichten tussen bureau Decoz & Co en ‘ambtenaar 1’, in bijlage 4 een mail tussen burgemeester en ‘ambtenaar 2’ met memo's en in bijlage 5 de appberichten tussen ‘ambtenaar 3’ en de burgemeester. In deze bijlagen zijn de namen van de betreffende melders en ambtenaren weggelakt, evenals de passages die zien op de inhoud van de gemelde cases. Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 3

Ten aanzien van vraag 1C in uw verzoek kan ik antwoorden dat ik op 25 en 26 februari 2025 ambtelijke adviezen heb ontvangen over de inrichting van de Procesafspraken en mijn rol daarin (zie de tijdlijn). Verder heeft bureau Decoz & Co op 14 mei 2025 haar advies aan mij uitgebracht (zie de tijdlijn). Rapportage Decoz Met betrekking tot vraag 1D kan ik als toelichting op de tijdlijn aangeven dat bureau Decoz & Co op 11 mei 2025 haar conceptadvies aan mij heeft uitgebracht. Dit conceptadvies is alleen gedeeld met een beperkt aantal in de advisering aan mij betrokken ambtenaren. Op 12 mei 2025 vond op het stadhuis een gesprek met bureau Decoz & Co plaats met mij en een paar bij het proces betrokken ambtenaren. Daarbij is een nadere toelichting gegeven op het advies en zijn een aantal vragen gesteld over feitelijke passages in het conceptadvies, die voor de lezer niet direct duidelijk waren. Op 14 mei 2025 heeft bureau Decoz & Co vervolgens het definitieve advies gemaild aan mij en een beperkt aantal betrokken ambtenaren. In het definitieve advies zijn enkele formuleringen verduidelijkt en is meer specifiek aangegeven welke stappen zijn gezet in het voortraject van het vooronderzoek (in de bij deze raadsbrief behorende bijlagen is deze mail opgenomen).

Op 14 mei 2025 is de definitieve versie tenslotte met nog één extra aanpassing – bestaande uit een aanscherping van de beschrijving van de volgorde van de stappen in het vooronderzoek - door bureau Decoz & Co aan de burgemeester en de genoemde ambtenaren gemaild (ook deze mail is opgenomen in de bijlagen). Vervolgens is het definitieve advies in de periode van 16 tot en met 21 mei ingezien (met uitzondering van passages die specifiek en uitsluitend op anderen betrekking hebben) door de drie melders en door oud-wethouder Lauriks (zie de tijdlijn). Bij de inzage werden de drie melders ieder vergezeld door een vertrouweling. Raadsbrief Burgemeester Nadat alle betrokkenen de rapportage hadden ingezien heb ik met ieder van hen individuele gesprekken gevoerd waarin ik mijn conclusie naar aanleiding van de rapportage van Decoz & Co heb gedeeld. Na afronding van die gesprekken heb ik de raadsbrief opgesteld en hebben we de betrokkenen geïnformeerd wanneer deze naar de raad zou worden gezonden en dat zij die raadsbrief een uur vooraf aan de verzending onder embargo zouden krijgen. Op 24 mei 2025 is de (concept)raadsbrief nog gedeeld met bureau Decoz & Co met een check op feitelijke zaken. Op 26 mei 2025 om 11.00 uur is de raadsbrief -conform afspraak met de betrokkenenonder embargo per mail verzonden aan de drie melders en aan oud-wethouder Lauriks.

Vervolgens is de raadsbrief een uur later aan de raad verzonden en daarmee openbaar gemaakt. Fase voor de opdrachtverlening aan Decoz & Co Voor het totale verloop van het proces was de fase voorafgaand aan de opdrachtverlening aan bureau Decoz & Co evenzeer belangrijk. Ik geef daarvan hieronder een samenvatting. Ik onderscheid daarin het signaal uit 2022 en de meldingen uit 2024/ 2025.

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 4

Signaal 2022. Op 23 oktober 2022 ben ik door persoon 1 gevraagd om een afspraak, waarin persoon 1 aangeeft anoniem te willen blijven. Die afspraak is zo spoedig mogelijk na het reces ingepland. In dat gesprek heeft persoon 1 een signaal met mij gedeeld, waarbij ik met persoon 1 de mogelijkheden besproken heb. Persoon 1 heeft aangegeven wethouder Lauriks zelf te willen aanspreken. Ik heb daarbij aangeboden dat gesprek samen te doen, maar persoon 1 gaf aan het gesprek zelf te willen voeren. Aanvullend heb ik, in overleg met persoon 1, wethouder Lauriks ook aangesproken op zijn gedrag en aangegeven dat dit niet acceptabel is en onmiddellijk dient te stoppen. De wethouder gaf aan dit te begrijpen. Nadat een gesprek tussen persoon 1 en de wethouder had plaatsgevonden heeft persoon 1 aangegeven het gesprek afdoende te vinden en een vervolg niet nodig te vinden. Signalen/meldingen 2024/2025. Een volgende situatie deed zich voor toen op 17 december 2024 persoon 2 contact opnam met het verzoek tot een gesprek, dat ik direct heb laten inplannen op 18 december 2024. In dit gesprek gaf persoon 2 aan een ervaring met wethouder Lauriks te hebben meegemaakt die niet door de beugel kan. We bespraken wat de eerste stap zou kunnen zijn en persoon 2 geeft aan wethouder Lauriks zelf te willen aanspreken op zijn gedrag.

Dat gesprek vond kort daarna plaats waarna persoon 2 mij liet weten dat het gesprek op zich goed verlopen was. Ik was vastbesloten ook zelf de wethouder aan te spreken. Maar nog tijdens het kerstreces meldt wethouder Lauriks dat hij ziek thuiszit en niet aan het werk kan. Na het reces keert wethouder Lauriks nog niet terug en geeft aan nog enkele weken herstel nodig te hebben. Op 24 januari 2025 meldt hij dat hij nog wat langer afwezig zal zijn. Op 31 januari hebben de gemeentesecretaris en ik – omdat ik vond dat een gesprek ondanks zijn ziekte niet langer kon uitblijven - een gesprek met de wethouder gehad om te vragen hoe zijn herstel verloopt en wanneer hij weer aan het werk denkt te kunnen. De wethouder geeft dan opnieuw aan nog enkele weken nodig te hebben voor verder herstel. In dat gesprek heb ik hem gewezen op het signaal dat ik heb ontvangen. De wethouder gaf er blijk van niet in staat te zijn daar op dat moment al inhoudelijk op te reageren. In de eerste week van februari heb ik bij persoon 1 nagevraagd of zij de in 2022 spelende zaak nog steeds als afdoende behandeld beschouwde. Dit werd op dat moment nogmaals bevestigd. Op 11 februari nam ik telefonisch contact op met persoon 2 en checkte ik bij persoon 2 wat die wilde. Hierbij gaf persoon 2 te kennen dat het eerdere gesprek met de wethouder toch een vervolg moest krijgen.

Direct de dag daarna heb ik met persoon 2 en een ambtelijk vertrouwenspersoon hierover een gesprek gevoerd. Duidelijk werd daarbij dat persoon 2 een onderzoek wilde naar het gedrag van de wethouder. Direct daarna heb ik een ambtelijk advies gevraagd over de start en inrichting van een onderzoek.

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 5

Zeer kort daarna krijg ik telefonisch een nieuwe melding waarin persoon 3 aangeeft ook eerder een situatie van grensoverschrijdend gedrag door wethouder Lauriks te hebben meegemaakt. Op basis van dit alles concludeer ik dat ik een zogeheten vooronderzoek start naar grensoverschrijdend gedrag van de wethouder. Op 16 februari deel ik in een gesprek met de betrokken wethouder mijn beslissing om een onderzoek naar hem te starten. Ik meld hem ook dat ik hem daarin zal oproepen voor een wederhoorgesprek, ondanks dat hij nog niet hersteld was. Op 24 februari neemt de wethouder ontslag, waarbij hij in zijn brief aan de raad mede een verband legt met klachten over gedragingen van hem. Op 25 februari krijg ik het op 12 februari gevraagde ambtelijk advies over de inrichting van een vooronderzoek in het kader van de procesafspraken over de manier waarop meldingen over integriteitsschendingen moeten worden opgepakt (dit advies had wegens omstandigheden vertraging opgelopen). Diezelfde en de daaropvolgende dag informeer ik persoon 2 en 3 dat er een vooronderzoek wordt gestart. De zogenoemde hoorgesprekken met hen worden ingepland, direct na het voorjaarsreces, op 11 en 13 maart. Op basis van wat zij mij in die gesprekken op 11 en 13 maart vertellen wordt mij in volle omvang duidelijk wat zij hebben ervaren.

Ik besluit dan dat externe en onafhankelijke expertise mij kan helpen om goed opvolging te geven aan deze meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, op een manier die recht doet aan de wensen en noodzaak tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de melders. Omdat noch bij mij noch in onze organisatie bekendheid was met een voor dit type opdracht geschikt bureau, vraag ik op 14 maart telefonisch advies aan de Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag. Zij suggereert bureau Decoz & Co te benaderen. Op 17 maart heb ik telefonisch een eerste gesprek met Decoz & Co en na het uitbrengen van een offerte volgt op 25 maart op mijn verzoek het verlenen van de opdracht aan dat bureau door de gemeentesecretaris. Leren en verbeteren Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een ernstige misstand, waarvan wij nooit mogen wegkijken en die wij allen tezamen moeten bestrijden. Hoe gevoelig en hoe ingewikkeld dat per definitie ook is. Als wij op dit terrein voortgang willen boeken dan is leren uit deze ervaringen essentieel. Als opstart voor zo’n gesprek met u benoem ik hieronder een viertal leerpunten die bij mij boven zijn gekomen. Ik hoop op een open, scherp en constructief gesprek over deze leerpunten en mogelijk door u nog aan te dragen andere leerpunten. 1.

De belangen van melders Allereerst constateer ik dat de procesafspraken onvoldoende handvatten bieden in het oppakken van gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is daarom te overwegen om, naast brede aandacht voor dit thema, specifieke procesafspraken te maken voor (seksueel) grensoverschrijdend Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 6

gedrag, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan het bewerkstelligen van laagdrempeligheid en toegankelijkheid voor melders om een melding te doen. Zelfs bij zo’n aanpak zie ik op dit punt nog steeds een snijdend dilemma. Immers, ervaringen elders in de samenleving leren ons dat de weerslag van een melding vaak groot is, vooral voor de melders, maar ook voor de beklaagde. Met als triest effect dat slachtoffers vaak afzien van melden. Als samenleving proberen we daarin al jaren verandering te brengen. In deze casus heb ik geprobeerd juist dat te ondersteunen. Dit door een combinatie van enerzijds een scherp onderzoek zonder terughoudendheid op gerechtvaardigde conclusies en anderzijds maximale rust en vertrouwelijkheid voor de melders. 2. Betere communicatie over inrichting proces Zoals ik ook heb aangegeven in de raadsbrief van 26 mei hebben we op het gebied van communicatie zaken beter te doen. Ik heb gemerkt dat er, zowel bij betrokkenen als bij uw raad in het algemeen, onduidelijkheid heeft bestaan over de stappen die ik doorlopen heb gedurende het onderzoek. Met name de term ‘vooronderzoek’ is verwarrend en ongelukkig gebleken. Bij sommigen ontstond het beeld dat ‘vooronderzoek’ zou impliceren dat er daarna altijd een vervolgonderzoek dient te komen.

Echter, een vooronderzoek kan ook al de gewenste helderheid geven van de feiten, bijvoorbeeld als de beklaagde de gestelde feiten niet bestrijdt. Zoals de tijdlijn laat zien stonden na het door mij uitgevoerde (voor)onderzoek de feiten al niet meer ter discussie. Een vervolg op het vooronderzoek was in mijn ogen dus niet nodig om een heldere conclusie aan uw raad voor te leggen. Wel heb ik, gezien de aard van de meldingen, een extern bureau ingeschakeld om mij met hun onafhankelijke expertise te adviseren over wat de beste afronding van het proces was en welke aanbevelingen daaraan konden worden verbonden. Het ging daarmee om een combinatie van onderzoek en advies. Ik heb onderschat in hoeverre onduidelijkheid bestond over de inrichting van het proces en dat ik door het geven van meer informatie hierover deze onduidelijkheid had kunnen wegnemen. 3. Betere communicatie met betrokkenen Mij is gebleken dat de betrokkenen zich niet altijd duidelijk en tijdig geïnformeerd hebben gevoeld. In het vervolg moet met betrokkenen voortdurend en helder worden gecommuniceerd over de stappen in het onderzoeksproces, over het doel van te houden gesprekken in het kader van een dergelijk onderzoek, over eventuele behoefte aan persoonlijke ondersteuning van de melder en hoe er opvolging gegeven kan worden aan de uitkomsten van een onderzoek.

In de gesprekken die ik met de betrokkenen had en waarin ik mijn reflectie op het doorlopen proces gegeven heb, heb ik hen gevraagd naar hun ervaringen en zijn bovengenoemde verbeterpunten ook duidelijk door hen naar voren gebracht. Ook zie ik, dat ik te weinig rekenschap heb gegeven van de impact die de publicatie van de raadsbrief van 26 mei heeft gehad op de melders. De brief en alles daaromheen maakt weer iets los en het was goed geweest als ik direct na het verzenden van deze brief contact had opgenomen met de melders. Het aanbod voor nazorg dat ik gedaan heb in het gesprek waarin ik de conclusie heb gedeeld met de melders blijft staan. Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 7

4. Conflicterende rolverwachtingen Ook richting uw raad kan de communicatie beter. In mijn rol als burgemeester bevind ik mij echter in een spanningsveld: ik ben gebonden aan de procesafspraken, aan strikte vertrouwelijkheid om betrokkenen te beschermen, en aan de taak om te voorkomen dat er publiekelijk geoordeeld wordt enkel op basis van 'hearsay’, terwijl tegelijkertijd de plicht op mij rust uw raad tijdig te informeren en verantwoording af te leggen. Dat schuurt en die spanning voel ik nog steeds. Ik merk hoe lastig het is om u als raad inzicht te geven in mijn afwegingen, zonder daarbij in te gaan op casuïstiek die de bescherming van betrokkenen zou kunnen raken en de toekomstige meldingsbereidheid zou schaden. Tegelijkertijd begrijp ik het ongemak dat hierdoor kan ontstaan: u wilt controleren en duiden en daarvoor zijn context en timing essentieel. Mijns inziens gaat het hierbij om een ingebakken dilemma. Waarbij ik aan de ene kant geacht word op een zorgvuldige manier onderzoek te doen naar de meldingen en daarbij tussentijds uiterst terughoudend moet zijn met communicatie daarover. Terwijl ik anderzijds de logische plicht heb om uw raad in staat te stellen uw controlerende taken uit te voeren. Dat spanningsveld speelde ons parten in het gehele proces en mijns inziens ook nog bij het schrijven van deze brief en straks bij het bespreken daarvan.

Ik begrijp uw betrokkenheid bij deze zaak zeer goed. Ik begrijp ook dat de duur en het verloop van het proces niet alleen voor melders maar ook voor uw raad belastend is geweest. Ik begrijp daarom de indringendheid waarmee gedurende het proces aan mij gevraagd is om meer informatie te verstrekken over de aard en afhandeling van de meldingen. Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik zo open mogelijk verantwoording afleg aan de gemeenteraad voor alles wat ik doe. In de Procesafspraken bij de Gedragscode heeft uw raad mij echter belast met een taak waarbij het belang van discretie voor melders en het voorkomen van een publiekelijke veroordeling voordat er een onderzoek is gedaan op onderdelen hoger kan zijn dan het informatierecht van de gemeenteraad. Daarin staat immers het volgende: “Bij vermeende integriteitsschendingen door politici kan het echter voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan – met als gevolg willekeur, schade aan (onschuldige?) individuele ambtsdragers en aantasting van de geloofwaardigheid van de politiek. Daarom is het zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen.

Hieruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk sprake blijkt te zijn van een integriteitsschending en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag en moet de kwestie naar buiten worden gebracht.” In het geval van een integriteitsonderzoek naar een wethouder – anders dan in het geval het een raadslid betreft – voorzien de Procesafspraken niet in het tussentijds informeren van de fractievoorzitters (p. 20). Voor mij heeft dit afgelopen maanden heel zwaar gewogen. Misschien heb ik in de ogen van sommigen van u de naleving van discretie en het volgen van de Procesafspraken te zwaar laten wegen. Ik heb gehoord dat dit door sommigen is gezien als formalistisch handelen of zelfs een gebrek aan Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 8

empathie. Kennelijk heb ik in woord en gebaar te weinig uitgestraald dat het voor mij een worsteling was. Een worsteling waarin ik aanvankelijk consequent, misschien te consequent, gekozen heb om geen enkele mededeling te doen, ondanks een voortgaande stroom van geruchten. Ik heb hierbij steeds naar eer en geweten gehandeld, met het belang van de betrokkenen als hoogste prioriteit. Ik sta volledig open voor een gezamenlijke evaluatie van dit dilemma en mogelijk een aanpassing van de richtlijn in de Procesafspraken. In ieder geval maakt de laatste zin in bovenstaand citaat dat ik nu, na afronding van de oordeelsvorming, de ruimte en de plicht voel om bovenstaande informatie met u te delen. Ondanks dat ik ook nu nog bevreesd ben dat alle aandacht die deze zaak nu weer krijgt onze melders mogelijk geen goed doet en, wat ik helemaal niet zou hopen, toekomstige melders van misstanden zou afschrikken. Tot slot De afgelopen maanden zijn zwaar en impactvol geweest voor alle betrokkenen, waarbij mijn zorg primair is uitgegaan naar de melders die seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. Ik vind het van groot belang om nogmaals te benadrukken hoe moedig het is dat zij melding hebben gedaan van wat hen is overkomen en dat seksueel grensoverschrijdend onacceptabel is. Ik sta voor de stappen die ik heb gezet tijdens het onderzoek.

Op een aantal punten, zoals verwoord in deze brief, had ik het graag anders willen doen. Dat vraagt ook van mij om te blijven leren en reflecteren. Tevens vind ik het van belang dat we in ieder geval het proces beter inrichten met meer oog voor de specifieke aard van meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ik ga hierover graag met uw raad in gesprek. Zodat we samen scherper krijgen hoe we in dit soort situaties handelen, leren, en recht doen aan alle betrokkenen – ook als de kaders spanning oproepen. Want seksueel grensoverschrijdend gedrag verdient nergens een plek. Niet op onze werkvloer, niet in onze straten en niet in onze samenleving.

Hoogachtend, Ahmed Marcouch Burgemeester

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

Datum: Zaaknummer: Pagina:

09 juni 2025 4623265 9

Bijlagen: Bijlage A • Tijdlijn Bijlage 1 • Offerte Decoz & Co • Mail Burgemeester naar Gemeentesecretaris Bijlage 2 • Mailwisseling Burgemeester en Ambtenaar 1 • App berichten Burgemeester en Ambtenaar 1 Bijlage 3 • Mailwisseling Ambtenaar 1 en Decoz & Co • App berichten Ambtenaar 1 Decoz & Co Bijlage 4 • Mail Burgemeester en Ambtenaar 2 • Memo’s Ambtenaar 2 Bijlage 5 • App berichten Burgemeester en Ambtenaar 3

Stadskantoor - Eusebiusbuitensingel 53 • Postbus 9029 • 6800 EL Arnhem Telefoon 0800-1809 • www.arnhem.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=13351725-8b13-4a44-a7d2-de49795c2b37