Notitie 'Beleid internationale betrekkingen'
Tekst van het document
In de periode 2014-2019 is in de stad Arnhem een bedrag van ca 76 miljoen Euro aan EU subsidie geland. Omgerekend gaat het om een bedrag van € 453, - per inwoner. Ter vergelijking, het gemiddelde van de provincie hoofdsteden in Nederland is € 501, - per inwoner. Het landelijk gemiddelde is € 60, -. De gemeente Arnhem heeft zelf een bedrag van ca € 5 miljoen ontvangen in het kader van EU subsidies. Ruim 70 miljoen aan Europese subsidies is in de periode 2014-2019 naar andere partijen in Arnhem gegaan, zoals bijvoorbeeld bedrijven en (kennis)instellingen. Dit laat dus ook het belang van goed samenspel met partijen binnen stad en regio zien.
Voor meer dan de helft van de bedragen van zowel de regio Arnhem Nijmegen, de stad Arnhem en de gemeente Arnhem, waren internationale relaties en samenwerking een voorwaarde om in aanmerking te komen voor EU subsidies. Onze deelname in EU netwerken als Polis, HyER, ERRIN en ACR+ heeft bijgedragen aan nieuwe beleidskennis en het (kunnen) vinden van de benodigde partners voor EU-projecten. Belangrijkste thema's in de afgelopen periode waren: economie, innovatie, energie, mobiliteit, onderwijs en arbeid. Momenteel is de gemeente Arnhem nog rechtstreeks betrokken bij ca. € 5 miljoen aan projecten (8 lopend en 7 in voorbereiding). Thema’s zijn nu energie, mobiliteit, gezondheid, circulaire economie.
20
Acties voor het vervolg De komende jaren doen zich nieuwe kansen voor. Deze kansen liggen op thema’s waar Arnhem al goed op is gepositioneerd, zoals klimaatverandering, duurzame energie, duurzame mobiliteit en innovaties in het sociale domein. De huidige Europese fondsen hebben een looptijd van 2014 tot 2020. Vanaf 2021 start een nieuwe EU subsidieperiode tot 2027. De nieuwe Europese Commissie heeft een “European Green Deal” aangekondigd, waarbij 25 procent van het Europese budget bestemd wordt voor maatregelen die klimaatverandering tegengaan. Ook zal in de nieuwe periode weer veel geïnvesteerd worden in (sociale) innovatie, met Horizon Europe als opvolger van Horizon 2020 en met nieuwe Interreg programma’s. Binnen de gemeente Arnhem zijn de volgende acties al in gang gezet. 1. kennisdeling voor de ontwikkeling van EU projecten Arnhem heeft op een aantal beleidsterreinen die hoog op de Europese agenda staan (klimaat, energie, innovatie) gedreven bestuursadviseurs die zelf EU projecten opwerken. Ook werd de interne capaciteit om subsidiemogelijkheden te benutten in 2019 uitgebreid. Hierop willen we de komende periode voortbouwen. De interne projectleiders die al ervaring hebben met EU projecten worden ingezet om minder ervaren projectleiders op te leiden. De bestuursadviseur subsidies coördineert.
Hij werkt van “binnen naar buiten” en haalt binnen de organisatie op welke behoeften/kansen er zijn in Arnhem om Europese projecten te starten c.q. om bij lopende Europese projecten aan te haken. Op die manier worden Arnhemse ambities ontwikkeld naar EU subsidiewaardige projecten met capaciteit en expertise binnen de Arnhemse programma’s. 2. EU subsidies regelmatig in de staven agenderen De voortgang van een project communiceren we periodiek richting strategisch beraad, college en raad. Dit kan leiden tot meer bewustwording bij het management en in de staven. Hier moet ook uit voortkomen dat er regelmatig kansen voorgelegd worden, maar vooral ook naar kansen gezocht wordt voor Arnhemse college ambities. 3. subsidiescan MJPB Op basis van de in november 2019 vastgestelde MeerJarenProgrammaBegroting 2020-2023 (MJPB) van de gemeente Arnhem heeft bureau Hezelburcht een subsidiescan uitgevoerd. Deze scan geeft op programma- én wijkniveau aan welke subsidiekansen er zijn voor de gemeente Arnhem in het komende jaar. Op provinciaal, landelijk en Europees niveau alsmede bij diverse fondsen zijn er veel kansen voor onze organisatie! Momenteel worden de diverse kansen gekoppeld aan de programma's van de gemeente Arnhem. 4. versterking regionale samenwerking op EU projecten binnen de regio Arnhem Nijmegen Momenteel is er een regionaal versterkingsproces gaande.
De inzet is om te komen tot meer regionale samenwerking, inclusief versterkte samenwerking op het gebied van Europese subsidies. Zeker voor grotere projecten is de regio het beste schaalniveau voor de werving van Europese subsidies. Vaker samen optrekken zal naar verwachting leiden tot betere resultaten bij het binnenhalen van Europese projecten. Arnhem wil dit proces bevorderen en daarin ook voor haar eigen grotere projecten en ambities nagaan hoe deze met meer gezamenlijke regionale inspanning en Europese cofinanciering versneld gerealiseerd kunnen worden wat zien we dan concreet gebeuren.
21
5. impactscan door ERAC-Bureau Berenschot We laten momenteel een EU impactscan uitvoeren door ERAC-Bureau Berenschot. Het gaat bij de EU-Impactscan erom in beeld te brengen waar de gemeentelijke organisatie staat, ofwel de ‘spiegel voor te houden’. Dan wordt ook duidelijk waar nog groeimogelijkheden uit voortkomen en hoe Arnhem de Europese kansen optimaal kan verzilveren.
Actielijn 5 Onderhouden relatie Croydon en Gera Resultaten afgelopen periode De Arnhemse stichting die uitwisselingen met de Engelse partnerstad Croydon en de Duitse partnerstad Gera regelde, is met haar werk gestopt. De band met beide steden bleef wel intact. Incidenteel werd een bezoek afgelegd.
Acties voor het vervolg
Voornemens uit 2016 Vooralsnog kiest Arnhem er voor deze relaties voort te zetten op het huidige niveau. Dit houdt voor de gemeente een beperkte, vooral ceremoniële rol in. De operationele contacten lopen via de Stichting Jumelage Arnhem.
De gemeente (burgemeester en kabinet) vervult een beperkte, vooral ceremoniële rol en dit blijft zo. Scholen en instellingen weten elkaar via internet te vinden en ook de gemeente neemt incidenteel initiatief om de banden aan te halen, bijvoorbeeld bij de jaarlijkse herdenking van de slag om Arnhem.
Hoofdstuk 3 Middelen De middelen voor de verschillende actielijnen worden gevonden binnen de bestaande budgetten en beleidsprogramma's. Binnen het programma Vitale economie handhaaft de gemeente, net als in de vorige periode, een budget van ca. € 35.000, - voor actielijnen 1 en 2 samen. In hetzelfde programma is ook een budget van € 27.000, - opgenomen voor het lidmaatschap van de Euregio Rijn-Waal (actielijn 3). Binnen de andere programma's zijn geen aparte posten voor internationale betrekkingen en/of activiteiten gereserveerd. Dat wil niet zeggen dat er geen middelen zijn. Budget en ambtelijke capaciteit wordt binnen de bestaande programma- en beleidsbudgetten vrijgemaakt als de betreffende portefeuillehouder en programmamanager vinden dat de kosten ervan leiden tot voldoende bijdrage aan de gemeentelijke beleidsdoelen, en als die beslissing past binnen het afwegingskader zoals dat in bijlage 1 van deze beleidsnotitie is uitgewerkt.
22
Bijlage 1 Afwegingskader voor buitenlandse betrekkingen De gemeente krijgt regelmatig het verzoek een buitenlandse delegatie te ontvangen, of een buitenlands congres te bezoeken. In een aantal gevallen is dat ook in de hoop te komen tot een structurele relatie en kennisuitwisseling. Het college wil hier selectief in blijven: beter een paar dingen goed, dan meer dingen half. In de praktijk is gebleken dat er behoefte is aan een meer uitgewerkt en zoveel mogelijk objectief afwegingskader. De gemeente gaat in de komende periode ervaring opdoen met een (deels nieuw) afwegingskader zoals dat hieronder is beschreven. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de gemeente in de komende periode de bestaande structurele relaties met Wuhan en (steden in ) Noord Rijn Westfalen handhaaft en geen nieuwe structurele relaties met steden of regio's in het buitenland gaat opbouwen. Dat wordt in onderstaand kader niet meer behandeld. De gemeente wil bij de afweging in de komende periode onderscheid maken tussen relaties met landen binnen Europa of buiten Europa en tussen een rol als ontvangende partij (gastvrijheid) of een rol als bezoekende partij. De onderstaande tabel brengt het afwegingskader schematisch in beeld.
Ontvangen
Bezoeken
Land binnen Europa Ja, mits kosten en nut in evenwicht
Ja, mits kosten en nut in evenwicht
Land buiten Europa7 Ja, mits kosten en nut in goede balans en de actuele (mensenrechten-) situatie dit niet verhindert Nee, tenzij kosten, nut en actuele (mensenrechten-) situatie in gaststad dit rechtvaardigen
Voor relaties en reizen binnen Europa blijft het bestaande beleid gehandhaafd: kosten en nut voor Arnhem moeten in de juiste balans staan, het moet 'genoeg opleveren'. En zowel vooraf als achteraf wordt daar onafhankelijk van de meereizende ambtenaar of bestuurder over geoordeeld. Voor ontvangsten van buiten Europa wil de gemeente het principe hanteren van "ja, mits" en voor reizen naar landen buiten Europa "nee tenzij". De reden daarvoor is dat we voor reizen buiten Europa een bewustere afweging willen maken of de (incidentele) reis wel genoeg oplevert voor Arnhem ten opzichte van de milieukosten van een reis buiten Europa, en of een bezoek of ontvangst wel past bij de actuele situatie en de situatie rond mensenrechten. De afweging van de milieukosten zal worden meegewogen op grond van algemeen bekende cijfers over milieu-uitstoot en compensatiemogelijkheden. Voor de afweging en het eventueel aan de orde stellen van de algemene veiligheids- en gezondheidssituatie en mensenrechtensituatie maakt de gemeente gebruik van rapporten en bronnen
7 de gemeente beseft dat het criterium binnen/buiten Europa deels arbitrair is. Sommige landen binnen de EU liggen verder
weg van Nederland dan sommige landen buiten de EU, met hogere reis- en milieukosten tot gevolg. En sommige landen binnen de EU hebben net als sommige landen buiten de EU ook te lijden onder uitholling van democratische waarden en mensenrechten. Maar het gegeven blijft dat we met de EU een gemeenschap vormen waarin we samen optrekken en daarnaast draagt dit criterium er aan bij dat het afwegingskader praktisch hanteerbaar is.
23
en reisadviezen van o.m. het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Verenigde Naties, Amnesty International en Human Rights Watch. Omdat het voor de gemeente in de praktijk moeilijk kan blijken om goed in beeld te krijgen wat de actuele situatie en (Nederlandse) belangen zijn die in een buitenland spelen en omdat het ook niet aan Arnhem is om buitenlandse politiek te voeren, wil de gemeente het adresseren van situaties in het buitenland vooraf afstemmen op het beleid van Buitenlandse zaken en de adviezen van dit ministerie zwaar laten wegen. Uiteraard behoudt de gemeente haar keuzeverantwoordelijkheid en zal zij ook steeds een eigen afweging maken. De gemeente trekt uit gesprekken met Amnesty International en het ministerie van Buitenlandse Zaken de conclusie dat het confronterend of 'voor de bühne" apart benoemen van "de mensenrechten" als gespreksonderwerp tijdens relatiebezoeken geforceerd en bevoogdend over kan komen, niet effectief is en tot schade kan leiden bij de in het gastland gevestigde of meereizende organisaties. De gemeente zal dit onderwerp daarom veel meer vragend, indirect en pragmatisch aan de orde stellen, in die gevallen dat daar op grond van onze afweging aanleiding voor lijkt. En met het doel praktische verbetering aan te moedigen. We willen het gesprek zoeken in situaties die daar om lijken te vragen.
Maar dan dus vooral als er een praktische aanleiding voor is en in de vorm van een dialoog. Dat laatste betekent tweerichtingsverkeer, dat de gemeente ook de bereidheid toont om te luisteren en kritisch naar zichzelf te kijken en de situaties in onze eigen stad en regio. Om verder ook hierin de noodzakelijke focus en kwaliteit te waarborgen kiezen we er voor de dialoog alleen aan te gaan wanneer wijzelf en de gesprekspartner beide kennis en ervaring op het onderwerp kunnen inbrengen en in directe zin invloed kunnen uitoefenen op de situatie of gebeurtenissen8. Naast gesprekspartners vanuit de overheid willen we ook vertegenwoordigers van organisaties buiten de overheid betrekken als daar aanleiding voor is.
8
bijvoorbeeld: politieoptreden tegen burgers (tegen ordeverstoring, maar zonder excessief geweld), tegengaan van radicalisering/terroristische dreiging zonder burgerrechten onnodig te schenden, omgaan met vluchtelingen/werkzoekenden van buiten NL/c.q. de gaststad, omgaan met belangenconflicten bij cameratoezicht/digitale surveillance en het bestrijden van fraude en criminaliteit, behouden van banen en recht op huisvesting en tegelijk tegengaan van milieuverontreiniging en schade door overstroming, omgaan met belangenconflicten bij bestemmingsplanwijziging/inspraak (veiligheid vs. economie vs. gezondheid, inclusie/non-discriminatie) en vrije creativiteit als voedingsbodem voor innovatief en maatschappijgericht optreden van overheden en bedrijven
24
Bijlage 2 Conclusies en adviezen extern onderzoek "Evaluatie 20 jaar relatie Wuhan-Arnhem" (BCI, Nijmegen, 2019) Conclusies
Toen de stedenband in 1999 werd aangegaan, was Wuhan een relatief bescheiden provinciehoofdstad, maar de afgelopen 20 jaar is de stad uitgegroeid tot een metropool van meer dan 11 miljoen inwoners met een belangrijke centrumfunctie voor centraal China en een hoogwaardige industrie, handels-, ICT-, financiële en creatieve sector. Bij de gemeente Arnhem is men zich ervan bewust dat haar positie relatief kleiner is geworden, maar het betreft wel één van de oudste stedenbanden van Wuhan en het is belangrijk om de ontwikkeling van dit snel opkomende land uit de eerste hand mee te maken en de economische kansen die de relatie wederzijds biedt gezamenlijk te benutten. China heeft zich ontwikkeld van low cost producent naar ontwikkelaar en maker van meer hoogwaardige producten, die ook op de thuismarkt snel worden toegepast. Bedrijven en instellingen staan aan de lat om kansen te grijpen, waarbij de gemeente belangrijke deuren kan openen. De directe zakelijke resultaten van de stedenband (onderzoeksvraag 1) zijn moeilijk concreet vast te stellen. Tijdens de missies in de afgelopen 20 jaar zijn wederzijdse contacten gelegd, intentieovereenkomsten gesloten en relaties verdiept.
Dit heeft geleid tot extra omzet bij een deel van de betrokken bedrijven, vestiging van enkele kantoren in Wuhan, en min of meer structurele kennisuitwisseling tussen HAN en Papendal met Chinese partners, maar de precieze waarde daarvan is moeilijk te kwantificeren. Bovendien was een deel van de betrokken bedrijven toch al actief op de Chinese markt en vormt een missie slechts een onderdeel van een heel proces dat nodig is om in China tot zaken te komen. De directe tastbare resultaten uit de stedenband bedragen ten minste enkele miljoenen euro’s en tientallen arbeidsplaatsen. Zonder de relatie zou Wuhan/China voor een deel van hen niet of nauwelijks bekend en toegankelijk zijn geweest. Tijdens de bezoeken aan Wuhan zijn belangrijke deuren binnen de overheid en bedrijven en instellingen geopend. Omgekeerd hebben Chinese partners tijdens bezoeken aan Arnhem nuttige ideeën (o.a. over stedelijke ontwikkeling, milieubeheer, watermanagement, schone mobiliteit, sport, etc.) opgedaan, die deels uitgemond zijn in opdrachten voor Nederlandse partijen. Een goedkeurend stempel van de Chinese overheid is belangrijk, vooral voor bedrijven die willen exporteren naar China en in mindere mate voor import relaties.
Door de betrokkenen worden vooral de minder tastbare resultaten van de stedenband gewaardeerd: het opdoen van kennis over zaken doen op de Chinese markt, het leggen van contacten en het openen van belangrijke deuren, en (als bijproduct) het beter leren kennen van andere ondernemers en instellingen uit de regio Arnhem. Positieve effecten van de missies voor Arnhem en omgeving (onderzoeksvraag 2) zijn toename van exportmogelijkheden, uitbreiding van technische en commerciële kennis die de marktpositie van het bedrijf verstevigt, en vestiging van enkele bedrijven in de regio Arnhem. De extra activiteiten en opdrachten hebben geleid tot toename van arbeidsplaatsen in Arnhem, maar vooral tot extra werkgelegenheid in China (via eigen vestigingen, tussenpersonen of toeleveranciers). Betrokken bedrijven en instellingen waarderen de rol van de gemeente Arnhem in het uitvoeren van de stedenband (onderzoeksvraag 3). De missies worden goed voorbereid en de contacten zijn over het algemeen zinvol. Erkend wordt dat bij zaken doen in China zeker in het begin contacten met de juiste overheden belangrijk zijn en hier lijkt de gemeente (deels samen met de provincie) goed in te slagen. Gemeente en provincie zijn hierbij complementair, omdat ze deuren openen bij gemeente (Wuhan) resp. provincie (Hubei).
25
De relatie van Westerse landen, waaronder Nederland, met China staat onder druk, vanwege de moeilijke toegang tot de Chinese markt (ongelijk speelveld, met grote handelsoverschotten van China tot gevolg), veiligheids-, mensenrechten- en milieukwesties, en de dominante rol van de staat/communistische partij. In haar recente China-notitie pleit de Nederlandse overheid dan ook voor een kritische, gebalanceerde benadering, waarin directe banden tussen lagere overheden ook een rol spelen. Hoewel tastbare effecten van de stedenband tussen Arnhem en Wuhan lastig zijn te kwantificeren, Arnhem een relatief kleine samenwerkingspartner is, en Wuhan steeds meer stedenrelaties aanknoopt, pleiten vrijwel alle gesprekspartners voor voortzetting van de samenwerking, met enkele aanscherpingen (onderzoeksvraag 4, zie uitwerking in volgende paragraaf). De stedenband geeft betrokken partijen rechtstreeks zicht op deze interessante groeimarkt, opent deuren die anders moeilijk toegankelijk zijn, en geeft Arnhem extra, internationale, uitstraling. Voortzetting van de relatie biedt ook de kans om het gesprek aan te gaan over minder positief geachte ontwikkelingen. Enkele gesprekspartners zien vanuit de stedenband kansen om snelgroeiende bedrijven uit Wuhan en Hubei die in Europa een vestiging willen openen, te interesseren voor Arnhem (onderzoeksvraag 5).
Zij zien mogelijkheden via gerichte promotie van regionale bedrijvigheid en vestigingsklimaat in specifieke niches (o.a. waterstofeconomie, mobiliteit en creatieve industrie), ondersteund door Chinese studenten aan bijvoorbeeld de HAN en zo mogelijk de komst van een Chinese bank naar Arnhem;
Adviezen
Ondanks eerdergenoemde kanttekeningen bij de opstelling van China richting eigen bevolking en op het wereldtoneel adviseren we de in 20 jaar opgebouwde relatie van Arnhem met Wuhan zeker nog een aantal jaren voort te zetten. De relatie biedt betrokkenen rechtstreeks inzicht in de werkwijze en uitdagingen binnen deze enorme groeimarkt, kansen voor nuttige contacten en zakelijke mogelijkheden, en Arnhem als stad een grotere uitstraling. De kosten voor de gemeente zijn relatief beperkt (circa 10.000-15.00 euro per jaar, plus tijdsinzet van de betrokken bestuurders en ambtenaren) en de directe en indirecte effecten voor betrokken bedrijven en instellingen vormen een veelvoud hiervan. Daarbij moeten we onze ogen niet sluiten voor ontwikkelingen die in Nederlandse ogen minder gunstig zijn, zoals schending van mensenrechten en veiligheidskwesties. De wederzijdse bezoeken bieden de mogelijkheid om hierover - als langjarige, gewaardeerde partner - de dialoog aan te gaan. Wel zijn uit deze evaluatie een aantal aanscherpingen van de aanpak naar voren gekomen: Meer continue monitoring van interesse en behoeften van potentiële missiedeelnemers uit Arnhem en regio, door bij accountmanagement met bedrijven de kansen in Wuhan en hun behoeften steeds onderwerp van gesprek te maken.
Daarbij kan de gemeente (samen met haar partners) een grotere impact creëren door bij de voorbereiding van missies naar Wuhan tijdig een platform of sector uit de regio Arnhem bij elkaar te (laten) brengen en goed voorbereid als één cluster naar China te gaan. Zo’n platform of sector kan toegespitst zijn op een vraagstuk waar Wuhan mee zit (bijvoorbeeld watermanagement, schone mobiliteit of verduurzaming van de voedselvoorziening), of op een beloftevolle groei-niche als waterstofeconomie, leisure of creatieve industrie. Aangezien niet voor alle thema’s voldoende bedrijven en instellingen uit de regio te vinden zullen zijn, zal soms gekeken moeten worden naar een ruimere regio (bijvoorbeeld geheel Oost-Nederland), mits de kern maar afkomstig is uit regio Arnhem.
26
Bij de voorbereiding van missies naar Wuhan kan nog scherper worden bepaald wat betrokken partijen willen halen en brengen en welke stappen daarvoor nodig zijn. Nu wordt vooraf aan de deelnemers gevraagd om hun doel en gewenste contacten aan te geven, maar blijven de noodzakelijke follow-up en investeringen onderbelicht. Bovendien zou vooraf meer informatie nuttig zijn over de belangrijkste facts & figures en uitdagingen en kansen van Wuhan en Hubei. Bij de voorbereiding van missies naar Wuhan zou ook meer aandacht moeten worden besteed aan het – in overleg met de lokale overheid en NBSO Wuhan - identificeren van (groei)bedrijven die zich mogelijk in Europa willen vestigen en waarvoor Arnhem wellicht een interessante locatie is. Ter ondersteuning van de werving van dit soort bedrijven zal toegespitst, makkelijk aanpasbaar promotiemateriaal beschikbaar moeten zijn. Het effect van economische missies kan worden versterkt door ze te koppelen aan uitwisseling van studenten, cultuur en sport. Vanuit de publieke kant is het wenselijk dat verschillende overheden en uitvoeringsorganisaties die een soortgelijke relatie met China hebben op werkniveau intensief met elkaar afstemmen om van elkaar te leren, duplicatie te voorkomen, en optimaal gebruik te maken van de Nederlandse ondersteuningsinfrastructuur (NBSO, ambassades en consulaten, attachés, RVO, NFIA, e.d.).
Tot slot zou in de regio Arnhem meer over de missies en successen van de stedenband kunnen worden gecommuniceerd, teneinde meer bedrijven en instellingen te attenderen op de kansen, de synergie met de inzet van hogere overheden (provincie, landelijk) te versterken, en het draagvlak voor de stedenband in Arnhem en regio te vergroten.
Hoe wil de gemeente met deze adviezen aan de slag? agenderen, verbinden en stimuleren
we stimuleren in onze regiocontacten en in gesprekken met onze exporterende bedrijven vaker het nadenken over Wuhan en China als potentiele markt, we melden dat ondernemers zich door OOSTNL en NBSO-Wuhan kunnen laten helpen om de behoeften en kansen in Wuhan verder in kaart te krijgen en we stimuleren dat ondernemers zich bij een missie vaker gezamenlijk met een aanbod op een thema presenteren, voor meer effect; het is aan hen om daarin de uiteindelijke afweging te maken We stimuleren ook dat ondernemers en OOSTNL de lessen en successen van een missie nog meer op een rij zetten en er over communiceren in de regio, en we zullen graag aan de communicatie daarover bijdragen. Hierdoor zullen bedrijven eerder geneigd zijn om deelname aan een missie naar China te overwegen. we vragen OOSTNL ook hun aandacht voor het stimuleren van investeringen in onze regio voort te zetten. We zoeken en houden naast de provincie Gelderland ook vaker contact met andere vertegenwoordigers van de Nederlandse gemeenten en provincies die een relatie met partijen in China onderhouden of daarin ondersteunen zoals OOSTNL, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en het Netherlands Foreign Investment Agency. de rijksoverheid heeft aangekondigd deze onderlinge informatie-uitwisseling te willen faciliteren en stimuleert dat lagere overheden hun handelsmissies openstellen voor deelnemers uit andere regio's.
Arnhem deed dit al incidenteel en zal daar mee doorgaan, want deelname van bedrijven in elkaars (thematische) missies maakt de kans op een complete en goed gevulde themamissie groter, en vergroot ook het gezamenlijke Nederlandse bereik van kansen in China. Beide effecten komen ten goede van de bedrijven en instellingen die meegaan. Wel zullen we steeds blijven streven naar een goede kern van Arnhemse deelnemers in elke missie waar we zelf aan bijdragen.
27
Bijlage 3 Samenvatting kabinetsnota Nederland China, een nieuwe balans
Nederland-China: een nieuwe balans China speelt een steeds grotere rol op het wereldtoneel. Het is uitgegroeid tot de tweede economie ter wereld 9 en een belangrijke technologische speler. China manifesteert zich op alle terreinen van de internationale orde op een zelfverzekerde en ambitieuze manier. De ontwikkelingen in China raken ook Nederland en vragen om een nieuwe balans in de relatie met China. Het kabinet is constructief-kritisch t.a.v. China. Het wil op basis van gedeelde belangen samenwerken, met oog voor ideologische verschillen. Het kabinet staat pal voor (het beschermen van) de Nederlandse rechtstaat, onze open samenleving en economie en onze veiligheid. Het is logisch dat China zijn plek in de wereld inneemt, maar het kabinet vindt dat dit op een eerlijke manier, op een gelijk speelveld en volgens internationaal afgesproken regels zou moeten gebeuren. Nederland wil samenwerken met China op thema’s als klimaatverandering en energie, Social Development Goals, epidemiebestrijding, circulaire economie en verduurzaming, ouderenzorg, landbouw/voedsel en logistiek/transport. Maar we moeten ook oog hebben voor bijvoorbeeld (economische) veiligheid, cyberspionage, beïnvloeding en onze normen en waarden. Kortom het kabinet wil kansen grijpen waar het kan, maar ook beschermen waar het moet. Nederland kan zijn doelstellingen niet alleen bereiken.
We trekken bij voorkeur gezamenlijk op met de EU en hebben ook gelijkgezinde partners in Noord- Amerika, Azië en Oceanië hard nodig. Samenwerking is verder van belang binnen het Koninkrijk en tussen de verschillende spelers in Nederland. Het kabinet gaat investeren in kennis over China, in bewustwording, en in intensievere informatie-uitwisseling en samenwerking binnen de rijksoverheid en tussen rijksoverheid, decentrale overheden, de Landen binnen het Koninkrijk, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en de EU. Hierna worden verschillende thema’s in de relatie met China verder uitgewerkt
Duurzame handel en investeringen China is een belangrijke handels- en investeringspartner van Nederland. De snelgroeiende afzetmarkten, de grote R&D-budgetten, het vele talent en de hoogwaardige kennisinfrastructuur in China bieden Nederlandse bedrijven en instellingen veel kansen. Daarom is het belangrijk om, op basis van gedeelde belangen, samen te werken en kansen te grijpen. De Nederlandse overheid kan daarbij deuren openen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat China geen markteconomie en rechtsstaat is zoals wij gewend zijn. Het kabinet wil oneerlijke handelspraktijken aanpakken en streeft naar meer evenwicht en meer wederkerigheid in de handelsrelatie met China. Daarnaast willen we voor bepaalde sleuteltechnologieën en kritieke grondstoffen niet afhankelijk worden van China, intellectueel eigendom beschermen, ongewenste technologieoverdracht vermijden en maken we risico’s verbonden aan investeringen beheersbaar.
9 Op landen niveau na de VS; de economie van de EU-28 als geheel is groter dan de Chinese economie.
28
Waarden Wereldwijd staat ons waardensysteem onder druk door onder andere een assertiever China dat steun vindt bij een steeds grotere groep landen. De CCP en Nederland verschillen vooral van mening over (individuele) vrijheid. China’s kijk op mensenrechten heeft invloed op drie niveaus: in China, in Nederland en op multilateraal niveau. De mensenrechtensituatie in China verslechtert op meerdere fronten. Op multilateraal niveau probeert de CCP de universaliteit van mensenrechten te verminderen en lijkt daarin succesvol. Ten slotte kunnen ook Nederlanders en personen in Nederland worden geraakt. De laatste twee niveaus verdienen extra aandacht. Daarnaast blijft Nederland inzetten op behoud van de internationale rechtsorde.
Vrede, veiligheid en stabiliteit China is het afgelopen decennium relatief geruisloos een economische grootmacht geworden met snel toenemend militair potentieel en een steeds assertiever, zelfverzekerder optreden. Vooralsnog zijn China’s defensie-uitgaven beperkter dan die van de VS, maar ze komen inmiddels wel in de buurt van de gezamenlijke uitgaven van de EU-lidstaten. Hier moet Nederland in NAVO- en EU-verband rekening mee houden. China heeft veel middelen tot zijn beschikking om strategische doelen te bereiken. Daarbij kan het onze veiligheid beïnvloeden. Onder andere (cyber)spionage, beïnvloeding en economische veiligheid verdienen aandacht. Risico’s vanuit China voor de nationale veiligheid worden beheersbaar gemaakt.
Klimaat, grondstoffen en energie China was instrumenteel bij het vaststellen van de klimaatdoelstellingen (het Parijsakkoord) en is essentieel voor het behalen ervan. Met name klimaatadaptatie is een belangrijke uitdaging, waar China en Nederland samen in kunnen optrekken. Samenwerking op het gebied van (hernieuwbare) energie, circulaire economie, duurzame mobiliteit en milieutechnologie biedt kansen voor zowel bedrijfsleven als klimaat en milieu, waarbij het belangrijk is om ook uitdagingen zoals het weglekken van technologie in de gaten te houden.
Ontwikkelingssamenwerking China heeft in eigen land meer dan 800 miljoen mensen uit de extreme armoede getild. Meerdere ontwikkelingslanden zien China en zijn ontwikkelmodel daarom als een aantrekkelijk voorbeeld. Chinese ontwikkelingssamenwerking is dat naar Europese begrippen niet altijd. Europa investeert meer in ontwikkelingslanden dan China, maar China’s invloed neemt toe. Nederland wil de bewustwording over China’s rol in ontwikkelingslanden vergroten, samen met China werken aan Social Development Goals en duurzaamheid, inzetten op schuldhoudbaarheid en een eerlijker leenbeleid van internationale financiële Instellingen en comparatieve voordelen van Europa in landen in met name Afrika bewuster inzetten.
Samenwerking binnen Europa Met het ontstaan van een multipolaire wereld wordt voor Nederland de EU alleen maar belangrijker. Het Nederlandse beleid valt onder de paraplu van het EU-Chinabeleid en is er complementair aan. Het kabinet ziet de EU als belangrijkste kanaal in de relatie met China. 29
Het Europese Chinabeleid staat of valt met EU cohesie, en Nederland zet zich actief in voor versterking daarvan.
Het multilaterale stelsel Binnen het multilaterale systeem stelt China zich actiever en assertiever op en breidt het zijn invloed uit. China neemt deel aan het systeem, verandert het van binnenuit en zet alternatieven op. Nederland heeft voor zijn welvaart en veiligheid belang bij het in stand houden van het huidige systeem en de bijbehorende waarden. Het kabinet onderneemt dan ook actie, samen met partners, daar waar China ingaat tegen dit belang. Chinese inspanningen om mondiale problemen op te lossen worden zeer verwelkomd.
Samenwerking binnen het Koninkrijk Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die deel uitmaken van het land Nederland. De Caribische Landen van het Koninkrijk zijn economisch autonoom, maar het buitenlands beleid is een Koninkrijksaangelegenheid. Omdat China economie en buitenlands beleid verbindt, is goede samenwerking binnen het Koninkrijk in de relatie met China nodig. Daarom heeft het kabinet afgesproken bij investeringen vanaf het begin samen op te trekken en expertise te delen.
Spelers in de bilaterale relatie met China en samenwerking binnen Nederland Betrekkingen tussen Nederland en China krijgen mede vorm via kennisinstellingen, kunstenaars, culturele instellingen en lokale overheden. De Chinese staat heeft een grotere invloed op Chinese spelers dan de Nederlandse overheid heeft op hun Nederlandse tegenhangers. Het is belangrijk dat Nederlandse instellingen zich daar bewust van zijn en een balans vinden tussen kansen in de relatie met China en mogelijke struikelblokken zoals ongewenste technologieoverdracht. Bij Nederlandse provincies en gemeenten bestaat in toenemende mate behoefte aan afstemming met de Rijksoverheid. Het kabinet wil daar graag aan beantwoorden.
30
Bijlage 4 Buitenlandse Zaken Weergave standpunt o.b.v. gesprek over de relatie met China en over mensenrechten (16 mei 2019) en op basis van de kabinetsnota "Nederland-China, een nieuwe balans" ( Den Haag, mei 2019)
Aanleiding en gespreksvragen Deze notitie is opgesteld op verzoek van de portefeuillehouders Van Dellen en Marcouch en vanwege de toezegging aan de raad om bij de evaluatie van internationale betrekkingen ook stil te staan bij de relatie met Wuhan (China), bij de mensenrechten en bij wat het ministerie van Buitenlandse Zaken daar van vindt. Over deze thema's hebben de eerder genoemde portefeuillehouders 16 mei 2019 een bijeenkomst gehad met het ministerie 10. Ter voorbereiding had de gemeente mede op verzoek van het ministerie een aantal vragen toegestuurd. Deze vormen hierna ook de kapstok voor de notitie. De antwoorden zijn niet letterlijk zo gegeven, deze weergave komt voor rekening van de gemeente. De tekst is gebaseerd op het gesprek én op de later verschenen nota "Nederland-China een nieuwe balans" (Den Haag, mei 2019) Achtereenvolgens komt aan de orde: 1. 2. 3. 4. 5.
Hoe kijkt het rijk aan tegen de eigen relatie met China? Hoe ziet Den Haag de decentrale relaties met China, zoals die van Arnhem met Wuhan? Hoe en hoe vaak gebeurt het aan de orde stellen van de mensenrechten op rijksniveau? Welke afweging of criteria zijn daarbij leidend? En waar loopt men tegenaan? Welke vertaling zou vanuit dit rijksbeleid nuttig en toepasselijk kunnen zijn voor bestuurders van de gemeente in hun relatie met Wuhan?
1.
Hoe kijkt het rijk aan tegen de relatie met China? Waarom bij wijze van spreken niet gezegd: we onderhouden niet meer actief de relatie, kiezen voor een ander land dat minder discussies oproept? De Nederlandse regering ziet voor zichzelf niet de keus om "geen relatie met China" te hebben; het is een opkomende wereldmacht met heel veel invloed op de economie, het klimaat, vrede en veiligheid en bijvoorbeeld de beschikbaarheid van grondstoffen. Nederland heeft zich daar als open economie mee te verhouden. Het land biedt door de toegenomen welvaart ook grote economische kansen, ook voor Nederlandse bedrijven. En zonder hulp van de Nederlandse overheid kunnen de bedrijven die kansen niet of nauwelijks benutten, omdat China een sterk door de overheid bepaald land is. Daarnaast is China ons op bepaalde terreinen ook voor, denk aan o.a. E-health en kunstmatige intelligentie. We kunnen er dus van leren. Tegelijkertijd is het wel zaak een nieuwe balans te treffen. Naast de kansen willen we meer oog hebben voor risico's zoals cyberspionage, verlies van intellectueel eigendom en oneerlijke regels of rechtspraak. Daarnaast blijft het opkomen voor de mensenrechten en de (internationale) rechtsorde onderdeel van het Nederlandse beleid. (zie ook verderop)
10
Gastheer en gespreksleider vanuit het ministerie was de heer P. Potman, directeur van de directie Azië en Oceanië, verder namen twee senior beleidsmedewerker van het ministerie deel aan het gesprek, vanuit hun specialisme Azië respectievelijk de mensenrechten
31
2.
Hoe ziet Den Haag de decentrale relaties met China zoals die van Arnhem met Wuhan? Vindt men die van belang of juist niet? Is er behoefte aan (meer) afstemming? In praktische zin geldt dat de relaties op decentraal niveau een goede aanvulling kunnen bieden op de aanwezigheid en relaties van de centrale overheid; China is zo groot dat ook de centrale overheid maar een beperkt deel van het land kan bestrijken met haar aanwezigheid. Contacten van gemeenten en provincies met hun evenknie geven een bredere spreiding in dat land. En ook op decentraal niveau geldt: het land biedt veel economische kansen en zonder de relatie en aanwezigheid van bijvoorbeeld de burgemeester en de wethouder komen bedrijven minder goed binnen om zaken te doen.
Maar het is aan de gemeenten zelf om daar keuzes in te maken; anders dan op landsniveau kan een gemeente er ook voor kiezen om geen relatie met een stad of provincie in China te onderhouden. Het ministerie meet zich hierover geen oordeel aan. Als er een relatie is, lijkt het wel belangrijk om een eigen agenda te hebben: waarom wil je de relatie en wat wil je eruit halen? Wat zijn de eventuele risico's en hoe ga je daar mee om? Net als Nederland kan Arnhem er voor kiezen hier bewuster mee om te gaan en haar bedrijven uitnodigen hetzelfde te doen. Vraag je af: wat speelt daar, welke vragen, waar kunnen we iets brengen, waar kunnen we van hen leren? Binnen Nederland wil de rijksoverheid de afstemming bevorderen tussen de verschillende partijen die een relatie met China hebben, waaronder de lokale overheden. Dit gebeurt door een China taskforce vanuit verschillende ministeries, een extern expertnetwerk en door extra capaciteit bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor meer informatiedeling, advies en afstemming tussen Rijksoverheid en lokale overheden o.a. over de ontvangst van Chinese delegaties. 3.
Hoe stelt de rijksoverheid de mensenrechten aan de orde? Beleid is dat bij elk bezoek met een Nederlandse minister of staatssecretaris aan China de mensenrechten aan de orde gesteld worden. Dit gebeurt zowel in het openbaar als via stille diplomatie. Nederland kent ook een aparte mensenrechtendialoog met China. Hierin worden vraagstukken over en weer besproken, los van missies. Daarnaast stelt Nederland mensenrechtenkwesties aan de orde: a. In de EU: pleiten dat Europa meer inzet op de wereldwijde eerbiediging van universele mensenrechten. b. In de EU: pleiten voor een aansprekender communicatie van de EU naar bijvoorbeeld ontwikkelingslanden over het belang van mensenrechten en een goede internationale rechtsorde e.d. c. in China: projecten van het maatschappelijk middenveld te ondersteunen (verenigingen, stichtingen) d. in de Verenigde Naties: opkomen voor het handhaven van de mensenrechten en de internationale rechtsorde e. in Nederland: burgers en buitenlandse gemeenschappen weerbaarder te maken tegen buitenlandse invloed en - als er sprake is van buitenlandse inmenging - daar tegen optreden
32
4.
Welke afweging of criteria zijn leidend bij deze aanpak? En waar loopt men tegenaan? Soevereiniteit. China is een soevereine natie met een eigen internationaal erkende regering; het is zaak om bij alles te beseffen dat zij niet noodzakelijk iets met door Nederland geuite zorgen hoeven te doen. Net zo min als - andersom - Nederland dat hoeft met kanttekeningen die China plaatst. Rechten moeten geëerbiedigd worden. Mensenrechten zijn verankerd in internationale bindende verdragen en ook China heeft de verplichting om de universele mensenrechten te eerbiedigen. Nederland kan China dus wel aanspreken op haar internationale verplichtingen ten aanzien van mensenrechten. Er zijn belangrijke verschillen. Voor China geldt dat individuele rechten ondergeschikt zijn aan het collectieve belang én dat het collectieve belang wordt verwoord door de Chinese Communistische Partij. Voor Nederland is dit niet het geval. Voor ons zijn individuele grondrechten leidend, we kennen een meerpartijenstelsel en de centrale macht wordt ingeperkt door checks and balances om de individuele burger te beschermen. Eendracht maakt macht. China is een wereldmacht en wat Nederland als klein land alleen doet of zegt zal niet per definitie veel indruk maken.
Daarom investeren we niet alleen in de dialoog met China, maar investeren we ook in een Europees standpunt of proberen we in samenwerking met Europese hoofdsteden tot een kopgroep te komen. Alleen ga je sneller, samen kom je verder. Afstemming en het vormen van coalities kost uiteraard tijd. Dan loop je soms aan tegen een lager tempo dan je zou willen.
5.
Welke vertaling zou vanuit dit rijksbeleid nuttig en toepasselijk kunnen zijn voor bestuurders van de gemeente in hun relatie met Wuhan? Hoe zou men om kunnen gaan met de dilemma's of paradoxen tussen dominee en koopman, klein versus groot, effect versus principe. Over mensenrechten: het gesprek erover moet nuttig zijn en tot iets leiden. Kies bewust wat je aan de orde stelt. Probeer niet te veranderen dat in China het collectief belangrijker wordt gevonden dan het individu. Wat de gemeente kan doen is problemen en ervaringen met mensenrechten uit de eigen beleidspraktijk aanhalen en die aan de orde stellen. Bijvoorbeeld; hoe ga je om met tegengestelde belangen rond een bestemmingsplanwijziging of een andere ruimtelijke ingreep? Hoe ga je om met de wens van camerabeveiliging ten opzichte van de wens voor privacy? Gemeenten hebben daar eigen ervaring mee. Ook is er in China draagvlak om te werken aan de internationale Sustainable Development Goals. Je kunt ook meereizende bedrijven vragen om verantwoordelijkheid te nemen voor een protocol dat ze helpt om geen zaken te doen met partners of toeleveranciers die het milieu of de mensenrechten onvoldoende respecteren. De overheid kan daar ook bij helpen.
Gemeenten kunnen net als het rijk ook proberen meer samen op te trekken met anderen; het rijk gaat de onderlinge informatie-uitwisseling en samenwerking in ieder geval bevorderen. Minder nuttig en toepasselijk lijkt het om vanuit Arnhem in Wuhan bijvoorbeeld de situatie van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang aan de orde te stellen. Grote kans dat de gesprekspartner daar geen kennis over heeft en weinig met deze informatie kan. 33
Bijlage 5 Amnesty International 11 Samenvatting Het standpunt van Amnesty is: Amnesty is niet geneigd om vanuit het perspectief van de mensenrechten te adviseren dat Arnhem met de relatie met Wuhan moet stoppen. Als Arnhem de relatie voortzet, raadt Amnesty aan die - in relatie tot mensenrechten - vooral te benutten om een concrete verbetering te bewerkstelligen in situatie(s) waar je gesprekspartner Wuhan zelf invloed op heeft. Voorbeeld: protesten in 2019 in Wuhan omtrent afval verbrandingsovens, en hoe de regering daarmee omging / omgaat (https://www.bbc.com/news/blogs-china-blog-48904350). Nodig je bedrijven uit om datzelfde te doen, bijvoorbeeld door de OECD guidelines te onderschrijven en in de praktijk te brengen – o.a. bedrijven moeten situaties van kinderarbeid en dwangarbeid signaleren en vermijden. Maar die due diligence wordt niet verplicht gesteld door de Nederlandse overheid of de Europese Unie. Je kan ook grotere mensenrechtencrises - die elders in China spelen - betrekken op Wuhan: bv. wat is de situatie van Oeigoeren in Wuhan? hoe wordt het sociaal kredietsysteem uitgevoerd in Wuhan? Zaken die betrekken hebben op andere regio's zoals Hong Kong en Xinjiang kan je aankaarten door deze te betrekken op Arnhem: je kan vermelden dat die van belang zijn voor de bevolking in Arnhem (cf.
uitgeweken Oeigoeren in Arnhem, Hongkongers in Arnhem, vragen die komen van andere bewoners), en zo kan je vermelden dat deze ook van belang zijn in je vriendschapsrelatie met Wuhan. Verder is het voornamelijk de Nederlandse regering die meer druk kan uitoefenen op de centrale regering / relevante machthebbers om de situatie in Hongkong of rond de Oeigoeren in Xinjiang aan te kaarten. Dit alles kan op een manier die goed samengaat met meer onderlinge handel; mensenrechten en mensrechtenverdedigers kunnen je helpen een beter bedrijf te maken en een voedingsbodem voor innovatie. Het respecteren van mensenrechten behoed je ook voor een slechte bedrijfsvoering en slechte publiciteit
Conclusie: probeer verschil te maken Rode draad in het gesprek lijkt: Amnesty zoekt niet zozeer een positie of de relatie wel of niet doorgezet moet worden. Maar als de relatie er is, benut die dan om verschil te maken, probeer verbetering te bereiken in de mensenrechtensituatie. Benut de vriendschapsrelatie om situaties en vragen aan de orde te stellen en probeer daarmee de diepte in te gaan. Dit kan "voor de camera", maar het is ook op andere momenten zeker van belang om mensenrechten bij alle discussies te betrekken, ook de handelsdiscussies – alleen zo blijkt dat je respect voor mensenrechten echt belangrijk vindt. Voorbeeld; Angela Merkel. Zij heeft consequent bij alle bezoeken aandacht gevraagd voor de situatie van Liu Xia, de weduwe van Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo. En gezegd dat het voor haar echt belangrijk is. Dit voor en achter de camera. Ga eerst via de persoonlijke band erover praten, op een onderwerp dat concreet is en binnen beider ervaringswereld. Je kunt situaties subtiel aan de orde stellen. Bijvoorbeeld, als Nederland / Arnhem iets wil zeggen over de situatie in Xinjiang- door een Oeigoerse dichter te citeren in de tafelspeech en dan te zeggen, "zoals een bekende Chinese poëet het zegt:" ….. Het gaat niet om de confrontatie of het thuispubliek, het gaat er om verschil te maken. 11 Bron: Gespreksverslag gesprek d.d. 1-10-2019 met dhr. S.
Deklerck, Senior Officer Human Rights Programmes, China
Amnesty International Netherlands
34
Bijlage 6: Tekst MOU ON TRADE, ECONOMIC and AGRICULTURAL DEVELOPMENT, 2019 BETWEEN WUHAN CHINA AND ARNHEM NETHERLANDS Wuhan City of the People's Republic of China and Arnhem City of the Kingdom of the Netherlands established the sister city relationship in 1999. The two cities, acting in accordance with the principles on establishment of diplomatic relations between the People's Republic of China and the Kingdom of the Netherlands, wishing to enhance mutual understanding and friendship between the two peoples, and to consolidate and develop friendly cooperation between the two cities, have reached agreement as follows, through friendly consultation, on stimulating trade, economic and agricultural development. 1.
Both sides will endeavor to keep regular and high profile exchange visits and to promote a continuous development of friendship relations.
2.
Both sides will strengthen exchanges and cooperation-projects to foster two-way trade relations and technological innovation for sustainable city development. This includes the support of trade, exchange visits and innovative cooperation on themes as water- and waste management, circular economy and smart, safe and sustainable energy systems for cities and public transportation.
3.
Both sides will encourage local enterprises to exchange visits in each other’s city to develop business opportunities. To promote this, the local governments of Wuhan and Arnhem and their connected organizations continue to provide updated information on business related topics and ensure clear communication channels for enterprises from both sides
4.
The local goverments of Wuhan and Arnhem shall both encourage local enterprises to invest or set up a company in the sistercity. To promote this, both sides will provide, forward and disseminate information on the rules and policy measures that apply to enterprises that want to invest and/or set up a company in Wuhan or Arnhem. This information will also include the officials and communication channels that enterprises are advised to refer to if they seek extra help or information on these topics.
5.
Building on previous exchanges both sides will endeavour to deepen the exchange of knowledge and foster innovation and business cooperation in the application of zero emission policies and technologies for (hydrogen-)electric energy supply and (hydrogen)electric energy storage. It is our joint understanding that the application of these technologies in e.g. public transport and energy systems for industrial areas will boost economy and air quality and reduce dependency of fossil fuels in both our cities and surrounding regions.
6.
Building on previous exchanges, through joint consultation and research both sides will endeavour to improve economy and trade benefits by better use of the potential in Wuhan’s rail- and trade services, and better use of the multimodal logistics services potential that the Arnhem region has to offer.
7.
Building on previous discussion and research, both sides will be dedicated to strengthening the exploitation and cooperation in the agricultural sector under the framework of Wuhan-Arnhem Sister City Relationship, encourage relevant agricultural enterprises from both cities to exchange visits and technologies and continue to deepen mutual cooperation and mutual trust.
35
This MoU signed on June 11, 2019 in Arnhem, the Netherlands, is done in duplicate in Chinese and English, both texts being equally authentic. This MoU shall go into effect on the date of signature.
City of Wuhan, China
City of Arnhem, Netherlands
36
Bijlage 7 Goed gastheerschap Arnhem verzorgt en stimuleert een cultuur van goed gastheerschap, o.a. bij ontvangst van toeristen en delegaties die zich willen oriënteren op investeringen in de stad of aankoop van goederen en diensten van Arnhemse bedrijven en (kennis-)instellingen. De vormgeving van dit gastheerschap: o sluit zoveel mogelijk aan op de cultuur en gebruiken van het land dat te gast is; Arnhem voelt als je tweede thuis, "home away from home" of misschien beter gezegd: Fühl Dich Arnheim en 有宾至如归的感觉 . o sluit aan op het onderwerp en interesse van de bezoekers o biedt zicht op datgene wat Arnhem en de regio onderscheidend maakt qua vestigingsklimaat en economisch, cultureel en recreatief opzicht. Bijvoorbeeld door bij bezoek van handelsdelegaties een bezoek aan specifieke werk- of kennislocaties te combineren met een programma waarin ook Introdans, Papendal of het Nederlands Openlucht Museum opgenomen is. o wordt in het geval van delegaties per geval ingevuld, waarbij de kosten ook per geval verdeeld worden tussen de ontvangende partijen (N.B.
dit gaat er dus vanuit dat de gasten niet of in ieder geval niet alles betalen) o De gemeente ziet binnen dit spoor géén rol voor zichzelf weggelegd bij de ontvangst van delegaties die uitsluitend willen verkopen, of in het geheel geen economisch doel lijken te hebben o Voor de ontvangst en voorbereiding van handelsdelegaties en bij andere acties profileert Arnhem zich op minimaal regionale schaal en onderhoudt actief de relatie en samenwerking met provinciale en landelijke overheid en de relevante uitvoeringsorganisaties. Te denken is aan kennis- en ondersteuningsorganisaties als de Netherlands Foreign Investment Agency, de relevante internationaal actieve Netherlands Business Support Offices, ontwikkelingsmaatschappij OOSTNL en de toeristische organisatie Visit ArnhemNijmegen'
37
Bijlage 8: Monitor voor enkele internationale gegevens Aantal internationale EU kenniswerkers in de regio Arnhem Nijmegen Wageningen (ANW)12 Kenniswerkers zijn van groot belang voor de toekomstkracht van de economie in de regio Arnhem – Nijmegen –Wageningen. De kennisinstellingen, campussen, ziekenhuizen en bedrijven zijn in toenemende mate voor hun succes afhankelijk van internationale kenniswerkers, mensen die vanuit het buitenland de gelederen kunnen versterken, die werk verrichten waarbij kennis en (meestal hogere) opleiding een belangrijk vereiste is. De gegevens over internationale kenniswerkers in onze regio worden niet jaarlijks bijgehouden en zijn ook niet per stad beschikbaar. De gegeven zijn geconstrueerd en geschat op basis van verschillende bronnen en verschillende jaren (BCI 2019, in opdracht van Economic Board). Deze data mogen dus niet als 'absolute aantallen' gezien worden, het gaat om geconstrueerde schattingen. Regio ANW
2014
2015
2016
2017
2018
EU kenniswerkers Niet-EU kenniswerkers Totaal aantal kenniswerkers (per 1-1-2019) Nederland
1.500 1.650
1.500 1.800
1.650 2.000
1.700 2.250
1.800 2.500
Groei 2014-2018 Absoluut Procentueel 300 +20% 850 +52%
3.150
3.300
3.650
3.950
4.300
1.150
+37%
EU kenniswerkers 47.650 50.050 52.400 55.050 58.350 10.700 +22% Niet-EU 58.150 61.500 65.750 71.950 79.900 21.750 +37% kenniswerkers Totaal aantal 105.800 111.550 118.150 127.000 138.250 32.450 +31% kenniswerkers (per 1-1-2019) Conclusie: De ANW-regio had per 1-1-2019 naar schatting in totaal ongeveer 4.300 internationale kenniswerkers Het totaal aantal internationale kenniswerkers is de afgelopen jaren (2014-2018) gegroeid met +37%. Dit ligt beduidend boven het Nederlandse groeipercentage van 31% Vooral het aantal kenniswerkers van buiten de EU groeit hard: de jaarlijkse groei van aanvragen accelereert elk jaar fors en is in 2018 ten opzichte van 2014 bijna verdubbeld. Uiteraard vertrekken er ook weer jaarlijks mensen. Per saldo is de regio in 5 jaar tijd gegroeid naar 2500 kenniswerkers afkomstig van buiten de EU.
Definitie internationale kenniswerkers BCI volgt voor de definitie de criteria voor kennismigranten van de IND. Onder kennismigranten vallen de verblijfsdoelen: arbeid als zelfstandige, arbeid als kennismigrant, houder van Europese blauwe kaart, onderzoek, overplaatsing binnen een onderneming. Daarbij geldt er een salariseis van €4.500 bruto per maand voor kennismigranten van 30 jaar of ouder en €3.299 voor kennismigranten jonger dan 30 jaar. 12
38
Studenten internationaal Leerlingen midd. onderwijs Leerlingen basisonderwijs Buitenlandse bedrijven en (aandeel in totaal)
banen en (aandeel in totaal)
HAN ANW Arnhem Arnhem
2008 856 5475 156 133
2016 niet bekend 6035 127 153
2018 1725 6590 152 183
Arnhem EB-regio
227 (2,2%) 928 (1,7%)
201 (1,4%) 862 (1,1%)
172 (1,1%) 829 (1,0%)
Arnhem EB-regio
8322 (8,3%) 39726 (9%)
6093 (6,1%)· 6163 (6,0%) 33628 (7,6%) 34962 (7,7%)
Bezoekers/toeristen regio A-N 2011 2014 2017 Verblijfsgasten 23% 29% 20% Dagtoerisme bezienswaardigheden/musea 19% 14% 17% Aandeel (semi-) zakelijke gasten buitenland 42% 36% 25% Bovenstaande tabel laat zien dat ook het aantal internationale studenten groeit. Dit aantal is bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in de laatste 10 jaar verdubbeld, van ca. 850 naar 1725. Dat is 4,9 % van het totaal aantal studenten. Toch is dit een lagere groei dan bij andere hogescholen en ook een lager aandeel dan het landelijk gemiddelde van 6,5 %. Ook bij de Radboud Universiteit en Wageningen University Research (WUR) groeit het aantal internationale studenten. De Radboud groeide in de laatste vijf jaar met 887 studenten tot 2384 ( +52%). De WUR Wageningen groeide met 604 tot 2481 (+32%). De gemiddelde groei van alle 12 Nederlandse universiteiten samen was 27.821 (48%); daarmee telde Nederland per 1-1-2019 85.955 internationale universitaire studenten. Het aantal buitenlandse bedrijven en daarmee gemoeide banen is afgenomen. Omdat het gaat om bedrijven in buitenlandse handen, kan dit betekenen dat de regio in buitenlandse ogen relatief minder aantrekkelijk scoort dan ander regio's. Om er meer over te kunnen zeggen is aanvullend onderzoek nodig.
Ook het aandeel buitenlandse toeristen in het totaal aantal toeristen dat naar de regio komt lijkt af te nemen, maar de trend nog niet heel duidelijk. N.B. vanwege de beperkte beschikbaarheid van gegeven wijken de jaarreeksen af van de voorgaande tabel.
39
Bijlage 9 Bronnenlijst
Beleidskader Internationaal "Arnhem, stad op de kaart in internationaal perspectief", Gemeente Arnhem 2015, vastgesteld januari 2016 Evaluatie 20 jarige relatie Arnhem- Wuhan, Buck Consultants International, Nijmegen, 2019 Nederland-China, een nieuwe balans, Buitenlandse Zaken, Den Haag, 2019 Bijeenkomst 16 mei 2019 met ministerie van Buitenlandse zaken, dhr. P. Potman directeur Azië en Oceanië en beleidsmedewerkers, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Den Haag Gespreksverslag gesprek d.d. 1 oktober 2019 met dhr. S. Deklerck, Senior Officer Human Rights Programmes, China Amnesty International Netherlands, Amsterdam Boosting growth and cohesion in EU border regions, Europese Commissie, COM 534, Brussel 2017 Monitor Internationaal Arnhem en Economic Board regio, Onderzoek en Statistiek Arnhem (intern), 2018 Analyse Internationale Kenniswerkers in de regio Arnhem - Nijmegen - Wageningen, Buck Consultants International in opdracht The Economic Board, Nijmegen, 2019 Bevindingen van het onderzoek ‘Internationalisering van gemeenten 2020’ VNG, zomer 2020
40