NOTA Investeren waarderen en afschrijven 2025 gecorrigeerde versie
Tekst van het document
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
Gemeente Arnhem, 11 maart 2025
PAGINA
2
Inhoudsopgave
2. Investeren
4
3. Waarderen
7
4. Afschrijven
8
5. Ingangsdatum, geldigheidsduur en citeertitel
9
2.1 Investeringsbudgetten 4 2.1.1 Toekennen investeringsbudgetten 4 2.1.2 Budgetoverheveling 4 2.2 Minimumbedrag voor activeren 4 2.3 Specifieke kosten 5 2.3.1 Onderzoeks- en voorbereidingskosten 5 2.3.2 Bijdragen aan activa in eigendom van derden 5 2.3.3 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio 5 2.3.4 Overheadkosten 5 2.3.5 Kosten van groot onderhoud 6 2.4 Kapitaallasten 6 3.1 Bijkomende kosten 7 3.2 Indirecte kosten en rentekosten 7
4.1 Componentenbenadering en afschrijvingstermijnen 8 4.2 Restwaarde 8 4.3 Moment van eerste afschrijving 8 4.4 Afschrijvingsmethodiek 8
Bijlage 1: Afschrijvingstabel 10
ONDERWERP
3
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
1. Inleiding
In deze nota zijn enkel de Arnhemse specifieke beleidskeuzes opgenomen. Voor aspecten waar het BBV een werkwijze verplicht voorschrijft wordt verwezen naar het BBV (inclusief notities van de commissie BBV). Voor punten die in deze nota niet benoemd worden, betekent dit dat het BBV direct gevolgd wordt.
1 Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023) van de commissie BBV
ONDERWERP
Investeringen binnen de grondexploitatie worden vanwege het specifieke karakter ervan in deze nota niet behandeld; hiervoor wordt verwezen naar de notitie grondbeleid van de commissie BBV1.
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
In onderstaand schema zijn de genoemde verhoudingen weergegeven.
PAGINA
In deze nota worden de gestelde kaders in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening verder uitgewerkt. Waar het BBV algemene kaders stelt, betreffen de financiële verordening en deze nota de in Arnhem gemaakte keuzes.
3
1. Inleiding
Investeringsbudgetten
2.1.2 Budgetoverheveling •
Anders dan naar aanleiding van een beslissing van de raad wordt bij doorschuiven van een investeringsbudget naar het volgende begrotingsjaar geen indexering toegepast. • Anders dan naar aanleiding van een expliciete beslissing van de raad worden restanten van investeringsbudgetten niet ondergebracht bij andere budgetten. • Voor doorlopende investeringsbudgetten geldt: • Bij onderuitputting van een aan een jaar toegekend budget valt het niet bestede bedrag vrij ten gunste van de exploitatie, tenzij: - de raad hierover expliciet anders beslist. - er specifieke afspraken gelden voor verrekening met bestemmingsreserves. • Voor projectbudgetten geldt: - Tot het moment dat het project wordt afgerond (doorlooptijd) en binnen het totaal vastgestelde investeringsbudget worden niet bestede budgetten overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. - Wanneer er in de eerste twee jaar na toekenning van het investeringsbudget (t en t+1) nog geen enkele uitgave is gedaan, dan vallen de in de begroting opgenomen budgetten voor kapitaallasten vrij ten gunste van de algemene reserve. Voor overheveling van dit budget naar jaar t+2 en verder dient de raad expliciet te beslissen bij vaststellen van de nieuwe begroting. - Restantbudgetten na uitvoering van een investeringsproject vallen vrij ten gunste van de algemene middelen.
2.2 Minimumbedrag voor activeren
•
•
Alleen investeringen met een levensduur van minimaal drie jaar en een omvang van minimaal € 25.000 (na evt. aftrek van bijdragen van derden) worden geactiveerd. Uitzondering hierop vormen investeringen in gronden en terreinen, welke altijd worden geactiveerd. Indien door gebruik van de componentenbenadering (zie § 4.1) een zelfstandig component niet meer voldoet aan de activeringscriteria, dan dient de component niet te worden afgesplitst, maar onderdeel te blijven vormen van het hoofdcomponent en als zodanig te worden geactiveerd. Identieke activa met een verkrijgingsprijs lager dan € 25.000 per stuk (bijvoorbeeld een vervangingsinvestering van een aantal laptops) worden geclusterd tot één investeringsbedrag en eveneens geactiveerd. Dit geldt ook indien deze activa binnen een boekjaar op verschillende momenten worden aangeschaft. Uitzondering op deze regel geldt voor identieke activa die per pand geregistreerd worden; deze activa worden niet geclusterd en hiermee niet geactiveerd indien de verkrijgingsprijs lager dan € 25.000 is.
ONDERWERP
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de investeringsbudgetten die zijn opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan (MIP); een niet in de begroting opgenomen investeringsbudget moet met een afzonderlijk raadsvoorstel bij de raad worden aangevraagd (art. 4 financiële verordening). Het budget is het maximumbedrag, dat de raad voor een investering autoriseert en door het college daarvoor besteed mag worden. De hoogte van een investeringsbudget is gebaseerd op het reële kostenniveau bij de aanvraag van het budget.
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
2.1.1 Toekennen Investeringsbudgetten
•
PAGINA
2.1
4
2. Investeren
PAGINA
5
2.3
Specifieke kosten
• • •
Onder kosten van onderzoek en ontwikkeling verstaan we onderzoekskosten die niet vallen binnen een projectopdracht. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd, maar komen ten laste van de exploitatie. Uitzondering hierop vormen plankosten van een (her)ontwikkeling. Deze kosten worden geactiveerd, nadat uit een raadsbesluit is gebleken dat er bestuurlijke instemming is voor deze (her)ontwikkeling. Voor grote, eenmalige investeringsprojecten stelt de raad een afzonderlijk budget vast voor de voorbereidingsfase; kosten gemaakt in de voorbereidingsfase worden geactiveerd. Bij annulering van een investeringsproject worden de reeds geactiveerde voorbereidingskosten alsnog direct ten laste van de exploitatie gebracht in de periode waarin het besluit tot annulering wordt genomen. De bijbehorende begrote kapitaallasten vallen vrij ten gunste van de exploitatie.
2.3.2 Bijdragen aan activa in eigendom van derden •
Aanvullend op de in het BBV (art. 61) gestelde voorwaarden, worden bijdragen van de gemeente Arnhem in activa in eigendom van derden alleen geactiveerd indien de bijdrage minimaal € 250.000 is.
2.3.3 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio •
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd en komen direct ten laste van de exploitatie.
2.3.4 Overheadkosten •
Kosten van overhead worden toegerekend aan het investeringsbedrag met behulp van een opslag overhead op de bestede uren (zie ook § 3.2).
2.3.5 Kosten van groot onderhoud Materiële vaste activa worden geactiveerd volgens de componentenbenadering (zie ook § 4.1). Er is bij het toepassen van deze methode geen sprake van groot onderhoud van het materieel vast actief als geheel, maar van vervangingsinvesteringen van de betreffende componenten. Gezien de mate van verfijning waarmee de componentenbenadering binnen de gemeente Arnhem wordt toegepast wordt er geen voorziening voor groot onderhoud nodig geacht. Het vormen van een voorziening (voor groot onderhoud binnen de componenten) is wel toegestaan en besloten kan worden om deze in de toekomst alsnog in te stellen. Groot onderhoud (niet zijnde levensduurverlengend onderhoud) van de afzonderlijke componenten (bijvoorbeeld schilderwerk van het pand) komt, indien er geen voorziening voor groot onderhoud wordt gehanteerd, ten laste van de exploitatie en wordt uit het budget voor groot onderhoud gedekt, dan wel via de resultaatbestemming uit hiervoor aanwezige bestemmingsreserves. • •
Er wordt op het moment van het vaststellen van deze nota geen voorziening voor groot onderhoud gehanteerd. Mocht er in de toekomst reden zijn om deze alsnog in te stellen, dan is dat toegestaan. Groot onderhoud (niet zijnde levensduurverlengend onderhoud) komt, indien er geen voorziening voor groot onderhoud is ingesteld, ten laste van de exploitatie. Voor groot onderhoud aan investeringen geldt dat deze lasten van groot onderhoud uit het budget voor groot onderhoud worden gedekt, dan wel via de resultaatbestemming worden gedekt uit hiervoor aanwezige bestemmingsreserves.
ONDERWERP
•
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
2.3.1 Onderzoeks- en voorbereidingskosten
PAGINA
6
2.4
ONDERWERP
Als daartoe door de raad besloten wordt kunnen afschrijvings- en rentelasten gedekt worden via de bestemmingsreserve kapitaallasten. - Bij het toekennen van het investeringsbudget wordt aan deze reserve een dotatie gedaan gelijk aan het bedrag van de investeringsbijdrage; - Tevens wordt over de boekwaarde van de reserve per 1 januari jaarlijks omslagrente / rekenrente berekend, die aan de exploitatie wordt toegevoegd; - Het bedrag van de onttrekking aan deze reserve is evenredig aan het bedrag van de afschrijvingen van het activum waarvoor de reserve is ingesteld. • Indien de kapitaallasten lager zijn dan begroot (onderuitputting) zal het bedrag van deze onderuitputting vrijvallen ten gunste van de exploitatie. Uitzondering hierop vormt onderuitputting van kapitaallasten voor investeringen in onderwijshuisvesting en parkeren; deze wordt toegevoegd aan de betreffende bestemmingsreserves. • Indien de kapitaallasten hoger zijn dan begroot (overuitputting) zal het bedrag van deze overuitputting ten laste van de exploitatie worden gebracht. Uitzondering hierop vormt overuitputting van kapitaallasten voor investeringen in onderwijshuisvesting en parkeren; deze wordt aan de betreffende bestemmingsreserves onttrokken.
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
•
Kapitaallasten
Onderdeel van de verkrijgingsprijs betreffen de bijkomende kosten (art. 63.2 BBV). Dit zijn kosten die, naast de inkoopprijs, rechtstreeks aan de in gebruikname van het actief zijn toe te wijzen en voor deze ingebruikname ook noodzakelijk zijn. •
Bijkomende kosten worden toegerekend aan de actiefcomponent met het hoogste investeringsbedrag.
3.2
Indirecte kosten en rentekosten
Het BBV biedt de mogelijkheid om indirecte kosten en rente tot het tijdstip van ingebruikname op te nemen in de vervaardigingsprijs (art. 63.3). Bij de gemeente Arnhem passen we beide mogelijkheden toe. • •
Indirecte kosten worden doorbelast naar het actief met behulp van een opslag overhead op de directe uren. Rentekosten tot aan de ingebruikname van het actief worden opgenomen in het investeringsbedrag.
ONDERWERP
Bijkomende kosten
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
3.1
PAGINA
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs (art. 63.1 BBV).
7
3. Waarderen
PAGINA
8
4. Afschrijven 4.1 Componentenbenadering en afschrijvingstermijnen
• •
Voor activeren en afschrijven wordt de componentenbenadering toegepast. Voor de onder de immateriële vaste activa gepresenteerde bijdragen aan activa in eigendom van derden geldt dat deze worden afgeschreven op basis van de afschrijvingstermijn van het onderliggend materieel vast actief. Voor een aangekocht, reeds gebruikt materieel vast actief wordt de in de tabel opgenomen afschrijvingstermijn indien nodig gecorrigeerd voor de reeds verstreken gebruiksduur van het betreffende materieel vast actief. De afschrijvingstabel kan afzonderlijk aan de raad ter vaststelling aangeboden worden indien aanpassing nodig is.
4.2
Restwaarde
Op het moment van vaststellen van deze nota wordt een restwaarde gehanteerd voor parkeergarages en loopt de implementatie om een restwaarde te hanteren voor circulair bouwen bij onderwijshuisvesting (onderdeel van het IHP). De mogelijkheid bestaat om dit in de toekomst ook voor andere investeringen toe te passen. •
Geactiveerde investeringen worden volledig afgeschreven, tenzij het redelijk is om een restwaarde te hanteren en dit voldoet aan de richtlijnen van het BBV.
4.3 •
Op een investering wordt afgeschreven met ingang van 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt / verworven wordt.
4.4 •
Moment van eerste afschrijving
Afschrijvingsmethodiek
Voor alle categorieën activa wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd.
ONDERWERP
• •
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
Binnen de gemeente Arnhem zijn voor materiële vaste activa afschrijvingstermijnen vastgesteld die zijn gebaseerd op de economische levensduur. Voor activeren en afschrijven wordt de componentenbenadering gehanteerd, wat inhoudt dat verschillende samenstellende delen van het materieel vast actief afzonderlijk worden geactiveerd en de verschillende delen worden afgeschreven op basis van de bij die componenten horende afschrijvingstermijn. De onderscheiden componenten met bijbehorende afschrijvingstermijn zijn opgenomen in de bijlage bij deze nota.
ONDERWERP
Verder zal de nota ten minste eenmaal in de vier jaar op toepasbaarheid en actualiteit worden geëvalueerd en zo nodig aangepast (volgende actualisatie in 2028). Indien wet- en regelgeving of de omstandigheid dit vereist zal aanpassing uiteraard eerder plaatsvinden.
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
Deze nota vervangt na vaststelling ervan de “Nota waardering en afschrijving vaste activa Gemeente Arnhem” uit 2021.
PAGINA
Deze nota wordt aangehaald als de "nota investeren, waarderen en afschrijven gemeente Arnhem" en treedt in werking per 1 januari 2025.
9
5. Ingangsdatum, geldigheidsduur en citeertitel
PAGINA
10
Bijlage 1 Afschrijvingstabel De gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren zijn in onderstaande tabel opgenomen. Bij raadsbesluit kan besloten worden in de toekomst aanpassingen en/of uitbreidingen op de activacategorieën te maken.
Gronden en terreinen Grond
0
Bedrijfsgebouwen en woonruimten Parkeergarages 2
50
Permanente gebouwen & Verbouwingen, renovaties en restauraties 3
40
Installaties, leidingen en voorzieningen 3
20
Semi - permanente gebouwen 4
20
Dak en/of dakbedekking 3
20
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Bruggen, tunnels en viaducten
75
Kademuren
60
Bomen
50
Rioleringen
40
Verkeersinfrastructuur
30
Openbare verlichting
25
Aanleg / reconstructie groenvoorziening
25
Bouwkundige voorzieningen
20
Kunstgrasvelden - onderlaag
20
Verkeersvoorzieningen & Verkeersregelingen
20
Sport grasvelden
15
Beschoeiingen & Voorzieningen in bossen en parken / hekwerk
10
Kunstgrasvelden – bovenlaag
10
Parkeermaatregelen
10
Vervoersmiddelen Tractoren - landbouwvoertuigen
10
Fietsen en scooters
5
Personenauto’s
5
Vrachtauto’s
5
Machines, apparaten en installaties Zonnepanelen
25
Machines en installaties (niet vast aan/in gebouwen)
10
Parkeerapparatuur
10
Telecommunicatie voorzieningen & Glasvezelbekabeling
10
Datacommunicatie voorzieningen & Hard- en software
5
Gereedschappen
5
Overige materiële vaste activa Ondergronds afvaltransport en betonbakken afval
30
Inrichting van gebouwen en inventaris
15
(Ondergrondse) Afvalcontainers en GFT-voorzieningen
10
Toiletten in de openbare ruimte
10
Speelvoorzieningen
10
ONDERWERP
Afschrijvingstermijn in jaren
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
Activacategorie
PAGINA
11
ONDERWERP
NOTA investeren, waarderen en afschrijven
2 Op parkeergarages wordt niet volledig afgeschreven, maar een restwaarde gehanteerd. 3 Voor een beperkte categorie installaties en daken wordt een afwijkende (langere) afschrijvingstermijn van veertig jaar gebruikt. Dit betreft de installaties en daken die onderdeel zijn van de onderwijshuisvesting waarvoor de schoolbesturen zelf verantwoordelijk zijn. De economische levensduur voor de gemeente Arnhem van deze componenten kan dan ook identiek gesteld worden aan die van het gebouw zelf. 4 Voor een beperkte categorie semi-permanente gebouwen wordt een afwijkende (kortere) afschrijvingstermijn gebruikt. Dit betreft de portocabins die als tijdelijke opvanglocatie worden gebruikt.