Motivering OP - bijlage 16 Olympuskwartier
Tekst van het document
6500 voor Chr.6500 voor Chr.
RAAP-NOTITIE 4686 3750 voor Chr.37
.
Plangebied Olympus-Rijnhal Gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2200 voor Chr.2200 voor Chr.
700 voor Chr.700 voor Chr.
150 na Chr.150 na Chr.
320 na Chr.320 na Chr.
Archeologisch
Adviesbureau 250 na Chr.250 na Chr.
1650 na Chr.1650 na Chr.
Colofon Opdrachtgever: gemeente Arnhem Titel: Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem; archeologisch vooronderzoek: een
bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Status: eindversie Datum: 14 januari 2014 Auteur: Projectcode: AROR Bestandsnaam: NO4686_AROR Projectleider: Projectmedewerker: ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 58408 Bewaarplaats documentatie: RAAP Oost-Nederland Autorisatie: Bevoegd gezag: gemeente Arnhem
ISSN: 0925-6369
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
Leeuwenveldseweg 5b
telefoon: 0294-491 500
1382 LV W eesp
telefax: 0294-491 519
Postbus 5069
E-mail: raap@raap.nl
1380 GB W eesp
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2014 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Samenvatting In opdracht van gemeente Arnhem heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in oktober 2013 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de mogelijke herontwikkeling van het gebied Olympus-Rijnhal in de gemeente Arnhem. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen is een advies geformuleerd met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek gold bij de aanvang van het veldonderzoek een middelhoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de IJzertijd t/m de Late Middeleeuwen (nederzettingsterreinen en/of gebruiksvoorwerpen). De verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van de stroomrug van de Malburgen-stroomgordel in de ondergrond van het gebied. Indien daadwerkelijk aanwezig bevinden dergelijke archeologische resten zich waarschijnlijk in de oeverafzettingen van deze stroomgordel of in de top van de beddingafzettingen hiervan, naar verwachting binnen enkele meters beneden maaiveld.
Nederzettingsterreinen uit deze periode kenmerken zich door de ontwikkeling van een zichtbare archeologische laag, waarin zich archeologische indicatoren als houtskool, bot en aardewerk manifesteren. Het grootste deel van het plangebied was in het verleden echter niet geschikt voor bewoning, gezien de ligging in een kronkelwaard die tot aan de bedijking van de Nederrijn in de 14e eeuw regelmatig overstroomde. De enige historische bebouwing in de polder Malburgen betreft enkele boerderijlocaties als De Koppel (gelegen op een huisterp). Uit de omgeving van het plangebied zijn geen vindplaatsen in de vorm van nederzettingsterreinen bekend. Wel is in de restgeul van de Malburgen-stroomgordel een scheepswrak aangetroffen. Het veldonderzoek heeft de resultaten van het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. Er is sprake van een (algemene) opbouw van oever- op kom- op beddingafzettingen met op twee locaties aanwijzingen voor ondiepe (met humeuze klei opgevulde) kronkelwaardgeulen. De top van de natuurlijke ondergrond is vermoedelijk rond 1960 gemiddeld ca. 1 m opgehoogd.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bij geplande bodemingrepen (dieper reikend dan een niveau van 10 m +NAP) in een zone van 50 m aan weerszijden van de voormalige (middeleeuwse) Jamerlose straat een nader archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende proefsleuven aanbevolen. Voor het overige gedeelte van het plangebied wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij (graaf)werkzaamheden bij de uitvoering van de plannen onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS), dan wel bij de gemeentelijk archeoloog van Arnhem.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[3 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader In opdracht van de gemeente Arnhem heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in oktober 2013 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de mogelijke herontwikkeling van het gebied Olympus-Rijnhal in de gemeente Arnhem (figuur 1). Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Doel van het veldonderzoek was het toetsen van die gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen is vervolgens in hoofdstuk 4 een advies geformuleerd met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek.
1.2 Administratieve gegevens Het plangebied Olympus-Rijnhal bestaat in feite uit twee deelgebieden. Deelgebied I (Zeegsingel) ligt zuidwestelijk van het kruispunt van de Zeegsingel met de Koppelstraat ligt (oppervlakte ca. 0,9 ha). Deelgebied II (Olympus-Rijnhal) omvat naast de Rijnhal ook het naastgelegen parkeerterrein en enkele groenstroken ten zuiden en westen van dit parkeerterrein (ca. 6,5 ha). Beide deelgebieden staan afgebeeld op kaartblad 40B van de topografische kaart van Nederland (schaal 1:25.000). Plaats: Arnhem Gemeente: Arnhem Provincie: Gelderland Plangebied: Olympus-Rijnhal (verdeeld over twee deelgebieden) Centrumcoördinaten: 190.362/441.698 ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 58408
1.3 Huidige situatie Deelgebied Olympus-Rijnhal betreft de bestaande Rijnhal, het parkeerterrein ten oosten van deze hal en langs de zuidwestzijde enkele groenstroken. Het westelijke deel van deelgebied Zeegsingel is opgehoogd en begroeid met bomen, struiken en ondergroei in de vorm van bramen en brandnetels. Het oostelijke gedeelte is ingericht als parkeerterrein met groenstrook. Hier bevindt zich in de zuidoosthoek een tijdelijk kantoor van de gemeente.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[4 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.4 Toekomstige situatie De planvorming voor het gebied bevindt zich in een dermate vroeg stadium dat geen uitspraken kunnen worden gedaan over eventuele omvang en diepte van toekomstige bodemverstoringen. Uitgangspunt bij onderhavig onderzoek betreft een gebiedsdekkende verstoring tot onder het archeologisch relevante niveau (de top van het beddingzand).
1.5 Onderzoeksopzet en richtlijnen Het onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Het veldonderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.2), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtlijn. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie tabel 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde geologische en archeologische perioden. Achter in dit rapport is een lijst met gebruikte afkortingen opgenomen.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[5 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Bureauonderzoek 2.1 Methoden Het bureauonderzoek is uitgevoerd om een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Daartoe zijn reeds bekende archeologische en aardkundige gegevens verzameld en is het grondgebruik in het plangebied in het heden en verleden geïnventariseerd. Geraadpleegd zijn de volgende bronnen: - het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS); - de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); - de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart; - de recente topografische kaart 1:25.000; - recente luchtfoto’s uit Google Earth (http:/www.earth.google.com); - het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); - het informatiesysteem Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO); - literatuur en historisch en aardkundig kaartmateriaal (zie literatuurlijst).
2.2 Resultaten Aardkundige situatie Het plangebied bestaat geomorfologisch gezien uit oeverafzettingen op beddingafzettingen van de Malburgen-stroomgordel, die de oudere afzettingen van de Meinerswijk-stroomgordel heeft opgeruimd. De Meinerswijk-stroomgordel was actief tussen ca. 1800 en 100 voor Chr., waarna de Malburgen actief werd (Boshoven e.a., 2010). In feite ligt het plangebied in een kronkelwaard van deze Malburgen stroomgordel, waarin oeverafzettingen, maar ook opgevulde restgeulen te verwachten zijn. Zo is langs de zuidelijke rand van de stroomgordel een restgeul aanwezig, die tot in de 20e eeuw watervoerend was (Malburgse Wetering). Enkele jaren geleden is ten noorden van de kruising Batavierenweg/Nijmeegseweg een onderzoek uitgevoerd naar de ouderdom van deze restgeul (Van Oosterhout, 2009). De restgeul markeert de eindfase van de kronkelwaard die zich over (nagenoeg) geheel Malburgen uitstrekt. De bedding van de restgeul is bemonsterd, waarna een
14
C-datering is uitgevoerd. Hieruit bleek dat de geul vanaf 623-660 na Chr. is verla-
ten en langzaam is verland. De noordelijke rand van de Malburgen stroomgordel wordt ter plaatse of direct noordelijk van deelgebied Zeegsingel verwacht. Het betreft een erosieve rand die ontstaan is door verplaatsing van de latere stroomgordel, de Nederrijn. Deze Nederrijn stroomgordel is actief geworden na het verlaten van de loop van de Malburgen stroomgordel (ca. 623-660 na Chr.). Vanwege de ligging van het plangebied in de bebouwde kom is het niet gekarteerd op de bodemkaart en de geomorfologische kaart (figuur 2) dan wel de zanddieptekaart (figuur 3). Naar
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[6 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
verwachting bevinden zich kalkrijke poldervaaggronden in de ondergrond en bevindt de top van de zandige beddingafzettingen zich binnen enkele meters beneden maaiveld. Een gedetailleerde bodemkaart uit 1958 (Zandbergen & Zegers, 1958) laat geen aanvullende informatie zien ten aanzien van de bodemgesteldheid binnen het plangebied. Bekende archeologische waarden ARCHIS en AMK In ARCHIS staan geen archeologische vindplaatsen noch archeologische monumenten geregistreerd binnen een straal van 500 m rond het plangebied (figuur 2). Wel is bij de aanleg van een fietstunnel op het kruispunt van de Nijmeegseweg met de Batavierenweg een houten bootje aangetroffen in de restgeul van de Malburgen stroomgordel (niet geregistreerd in ARCHIS; mededeling dhr. K. van den Berghe, gemeente Arnhem). Op de gemeentelijke verwachtingskaart is aan het plangebied een middelhoge archeologische verwachting toegekend (figuur 4). Deze verwachting is gebaseerd op de ligging op een (relatief jonge) stroomrug. Er worden met name archeologische resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd verwacht. Historische ontwikkeling Met een analyse van historische kaarten kan een goede indruk worden verkregen van de historische ontwikkeling van het gebied.
Op historische kaarten uit de 18e en 19e eeuw is het plangebied agrarisch in gebruik waarbij de restgeulen van de Malburgen en Nederrijn stroomgordel nog als watervoerende sloten aanwezig zijn. Het deelgebied Olympus-Rijnhal ligt in de Malburgse Polder, terwijl deelgebied Zeegsingel in de Stadswaarden ligt. De Malburgse Polder is vermoedelijk in de 14e eeuw ingedijkt. Deze dijk, de Malburgse Dijk, bevindt zich direct ten zuiden van deelgebied Zeegsingel. Rond 1900 is de enige bebouwing in de Malburgse Polder betreft enkele boerenerven, zoals boerderij De Koppel (ca. 450 m ten zuiden van het plangebied). Op basis van archeologisch onderzoek is vastgesteld dat De Koppel mogelijk reeds bewoond was in de Karolingische tijd, maar in ieder geval sinds de 12e eeuw, terwijl de terp dateert uit de 14e eeuw (ARCHIS-waarnemingsnummer 3744; Mulder e.a., 2004, 26). Vanaf de Malburgse Dijk liep de Jamerlose straat naar De Koppel. Het verlengde van de weg liep over de gehele lengte van de oostelijke oeverwal van de Malburgse Wetering en heette daar De Hoge Weg. Deze weg doorkruist het plangebied in het westelijke deel van het deelgebied Olympus-Rijnhal.
Op basis van het toponiem Putteweiden, ter plaatse van het midden van deelgebied Olympus-Rijnhal kan bovendien vermoed worden dat daar in de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd kleiwinningsputten ten behoeve van de baksteenfabricage of aardewerkproductie hebben gelegen (Mulder e.a., 2004, afb. 6). De Stadswaarden zijn pas veel later ingepolderd. De eerste grootschalige bebouwing van de huidige wijk Malburgen dateert uit de jaren 30 van de 20e eeuw. Hoewel er in en rond Arnhem in de Tweede Wereldoorlog meermaals is gevochten, zijn op een luchtfoto uit begin 1945 geen
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[7 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
sporen waar te nemen die zouden kunnen duiden op militaire resten en/of binnen het plangebied. Wel heeft direct ten zuiden van deelgebied Zeegsingel een loopgraaf gelegen (figuur 5: de gekartelde lijn langs de noordelijke dijkvoet). In het uiterste oosten van het deelgebied Zeegsingel zijn loopgraafdelen met mogelijk mitrailleurposten te zien. Deze zullen echter door de aanleg van een watergang verstoord zijn. In deelgebied Zeegsingel is vermoedelijk rond de jaren 60 een appartementencomplex gebouwd. Deze bebouwing lag direct tegen de Koppelstraat aan (figuur 6) en is enkele jaren geleden gesloopt. Op topografische kaarten uit de periode 1966 tot 1990 zijn ook in het westelijke deel van dit deelgebied bebouwing zichtbaar in de vorm van 6 losstaande gebouwen (figuur 7). Het is onduidelijk wat voor gebouwen dit zijn geweest. In deelgebied Olympus-Rijnhal is in 1970 de (nu nog aanwezige) Rijnhal gebouwd. Rond 2006 moet aan de kant van de Koppelstraat tijdelijke bebouwing hebben gestaan zoals blijkt uit een luchtfoto uit dat jaar (figuur 6), maar ook deze bebouwing is momenteel niet meer aanwezig. Gespecificeerde archeologische verwachting Gezien de aanwezigheid van de stroomrug van de Malburgen-stroomgordel in de ondergrond van het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Laat Merovingische tijd t/m de Late Middeleeuwen.
Het kan gaan om (resten van) met name nederzettingsterreinen en/of gebruiksvoorwerpen. Indien daadwerkelijk aanwezig bevinden dergelijke archeologische resten zich waarschijnlijk in de oeverafzettingen van deze stroomgordel of in de top van de beddingafzettingen hiervan, naar verwachting binnen enkele meters beneden maaiveld. Nederzettingsterreinen uit deze periode kenmerken zich door de ontwikkeling van een zichtbare archeologische laag, waarin zich archeologische indicatoren als houtskool, bot en aardewerk manifesteren. Op basis van historische kaarten en luchtfoto’s zijn er geen aanwijzingen voor de potentiële aanwezigheid van archeologische resten uit de Nieuwe tijd (inclusief WOII). Gezien de voormalige bebouwing en infrastructuur in een deel van het plangebied bestaat een gerede kans dat (in bepaalde zones) de top van het bodemprofiel verstoord is. De omvang en diepte van dergelijke verstoringen is op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek niet vast te stellen. Een van de specifieke doelen van het veldonderzoek is het vaststellen van de mate van verstoring van het bodemprofiel.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[8 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methoden Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van het bureauonderzoek, waarbij rekening is gehouden met de verwachte geologische opbouw, de aanwezige bebouwing en ondergrondse infrastructuur. Tijdens het veldonderzoek zijn 36 boringen verricht: vier in deelgebied Zeegsingel en 32 in deelgebied Olympus-Rijnhal (figuur 8). Er is geboord tot maximaal 4 m -Mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn lithologisch beschreven conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989). De boringen zijn met GPS ingemeten (x/y-coördinaten) en tijdens het veldwerk digitaal verwerkt in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah 2; bijlage 1). Van alle boringen is de hoogte bepaald aan de hand van het AHN. Het opgeboorde materiaal is in het veld gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).
3.2 Resultaten Geologie en bodem De basis van het bodemprofiel (figuur 9) wordt gevormd door een pakket beddingafzettingen. Dit zwak siltig, matig grove zand is door voorlopers van de huidige Rijn afgezet. De top van het beddingzand varieert binnen het plangebied van ca. 7 m +NAP tot ca. 9,1 m +NAP. De beddingafzettingen worden afgedekt met een sterk gelaagd (een afwisseling van veel dunne klei en zandlagen) pakket met een dikte van ca. 50 cm, dat kan worden geïnterpreteerd als geulafzetting. Opvallend is dat de geulafzettingen in bijna het gehele plangebied vrij abrupt overgaan in een pakket matig siltige klei, oftewel komafzettingen. Dit duidt op een vrij snelle verschuiving van de rivierloop, waarbij in de periode dat de komafzettingen zijn afgezet, de actieve rivier alleen bij hoogwater klei heeft achtergelaten. De dikte van de komafzettingen varieert van ca. 20 cm in de westhoek van deelgebied Olympus-Rijnhal tot meer dan 1 m langs de noord- en oostzijde van het deelgebied. In deelgebied Zeegsingel zijn de komafzettingen niet aanwezig, maar wordt het pakket beddingzand afgedekt met oeverafzettingen (uiterst siltige tot zandige klei), vermoedelijk in de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd afgezet door de (direct noordelijk van dit deelgebied gelegen) Neder-Rijn stroomgordel.
De komafzettingen worden tot slot afgedekt met een pakket uiterst siltige tot zandige klei (oeverafzettingen). De oeverafzettingen hebben tot vermoedelijk de jaren 60 van de 20e eeuw de top van het bodemprofiel gevormd (oorspronkelijk maaiveld op ca. 9,5-10 m +NAP), maar zijn door
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[9 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
de aanleg van de Rijnhal met bijbehorende infrastructuur afgedekt met een pakket opgebrachte grond. Uit analyse van het AHN blijkt dat het westelijke en centrale deel van deelgebied Zeegsingel ca. 1,5 m is opgehoogd. Afwijkend ten opzichte van bovenstaande beschrijving vormde de aanwezigheid van een pakket humeuze klei in boringen 12, 16, 17, 20 en 40 direct boven het beddingzand. Dit pakket kan worden geïnterpreteerd als een restant van een (ondiepe) kronkelwaardgeul. Op basis van de ligging van de boringen zijn mogelijkerwijs twee kronkelwaardgeulen aangetroffen (enerzijds de geul van boringen 12/40 en 16/17 en de andere geul ter hoogte van boring 20. Verstoringen Naast opgebrachte grond, waarbij het natuurlijke profiel intact is gebleven, is in een aantal zones een verstoring van de top van het bodemprofiel waargenomen. Allereerst betreft het de zone direct langs de Nijmeegseweg (boringen 1 en 2) waarbij de bodem verstoord is tot ca. 1,2 m -Mv. Ook in de groenstrook ten zuid(west)en van het parkeerterrein zijn tot 150 cm diepe verstoringen aangetroffen (boringen 5, 13, 14). Daarnaast blijkt uit de boorgegevens dat onder het ophogingspakket ter plaatse van het parkeerterrein veelal geen humeuze bouwvoor meer aanwezig is. Dit betekent dat voordat de grond werd opgehoogd, eerst de humeuze bovengrond is verwijderd.
Hieruit kan worden geconcludeerd dat de bodem ter plaatse van een groot deel van het parkeerterrein tot minimaal 30 cm diep moet zijn verstoord. Het archeologisch relevante niveau bevindt zich echter dieper dan de bouwvoor, waarmee kan worden aangenomen dat het archeologisch relevante niveau nog intact is. In deelgebied Zeegsingel zijn ter plaatse van het voormalige appartementencomplex verstoringen aangetroffen tot een diepte van 1,1 m -Mv. Archeologisch relevante niveaus Theoretisch kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn in de ondergrond van het plangebied, namelijk daar waar een langere tijd een stilstand is aan sedimentatie van rivierafzettingen. Echter, komafzettingen zijn over het algemeen (vrij) natte gronden voor bewoning, waaruit kan worden geconcludeerd dat met name de oeverafzettingen geschikte locaties waren voor bewoning. Hoewel het onderzoek een verkennend booronderzoek betrof en niet tot doel had archeologische vindplaatsen te karteren is wel degelijk gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren in het opgeboorde sediment. Zo zijn in boring 7 enkele spikkels verbrande leem aangetroffen in het pakket oeverafzettingen (1,8-2,2 m -Mv; ca. 9-9,4 m +NAP). Het betreft de locatie waar op de historische kaarten uit de 19e eeuw een weg lag. Vermoedelijk kunnen deze indicatoren worden gekoppeld aan deze weg.
Daarnaast is een enkele spikkel houtskool aangetroffen in boring 20 (niveau van ca. 9,4-9,5 m +NAP) in een pakket oeverafzettingen boven een kronkelwaardgeul. Verwacht wordt echter dat de houtskool door rivierwater is meegevoerd naar de vondstlocatie.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 0 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Daarnaast zouden archeologische resten (zoals visfuiken, maar ook scheepsresten e.d.) kunnen worden verwacht in de (grote) restgeulen. Dergelijke restgeulen zijn in het plangebied niet aangetroffen. Wel zijn ondiepe restanten van kronkelwaardgeulen aangetroffen, maar de kans op de aanwezigheid van archeologische resten wordt hier klein geacht.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 1 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat het grootste deel van het plangebied niet geschikt was voor bewoning, gezien de ligging in een kronkelwaard die tot aan de bedijking van de Nederrijn in de 14e eeuw regelmatig overstroomde. De enige historische bebouwing in de polder Malburgen betreft enkele boerderijlocaties als De Koppel (gelegen op een huisterp). De Koppel was mogelijk al in de Karolingische tijd, maar zeker in de 12e eeuw bewoond en sinds de 14e eeuw bevond de bewoning zich op een terp. Tussen de boerderij en de Malburgse dijk liep de Jamerlose straat, een onderdeel van de doorlopende weg over de oostelijke oeverwal van de rijntak die later Malburgse Wetering werd genoemd. De voormalige Jamerlose straat doorkruist de westkant van deelgebied Olympus-Rijnhal. Het is niet uit te sluiten dat rond het tracé van de voormalige Jamerlose straat meer woonplaatsen als De Koppel verwacht worden. Uit de omgeving van het plangebied zijn verder geen vindplaatsen in de vorm van nederzettingsterreinen bekend. Wel is in de restgeul van de Malburgen-stroomgordel een scheepswrak aangetroffen. Het veldonderzoek heeft de resultaten van het bureauonderzoek grotendeels bevestigd.
Er is sprake van een (algemene) opbouw van oever- op kom- op beddingafzettingen met op twee locaties aanwijzingen voor ondiepe (met humeuze klei opgevulde) kronkelwaardgeulen. De top van de natuurlijke ondergrond is vermoedelijk rond 1960 gemiddeld ca. 1 m opgehoogd. Twee van de 36 (verkennende) boringen die in het plangebied zijn gezet, hebben archeologische indicatoren opgeleverd. Op de plaats waar de Jamerlose straat gelopen moet hebben is verbrande leem aangetroffen in een boring. Gezien het intacte bodemprofiel op deze plaats kunnen hier goed bewaarde resten van deze in oorsprong middeleeuwse weg aanwezig zijn. Een andere boring heeft een spikkel houtskool uit oeverafzettingen boven een kronkelwaardgeul opgeleverd. Verwacht wordt echter dat de houtskool door rivierwater is meegevoerd naar de vondstlocatie.
4.2 Aanbevelingen Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bij geplande bodemingrepen (dieper reikend dan een niveau van 10 m +NAP) in een zone van 50 m aan weerszijden van de voormalige (middeleeuwse) Jamerlose straat een nader archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van karterende proefsleuven aanbevolen (figuur 10). Voor het overige gedeelte van het plangebied wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij (graaf)werkzaamheden bij de uitvoering van de plannen (in de delen van het plangebied waar geen vervolgonderzoek is aanbevolen) onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 2 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS), dan wel bij de gemeentelijk archeoloog van Arnhem. Let wel, bovenstaande betreft een advies. Het is aan de bevoegde overheid (gemeente Arnhem) dit advies al dan niet over te nemen.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 3 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Literatuur Boshoven, E.H. e.a., 2010. Archeologische verwachtingskaart Arnhem-Zuid. BAAC rapport 04.274. BAAC bv, Deventer. Boshoven, E.H., 2012. Plangebied Eimersweide, gemeente Arnhem; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-notitie 4111. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Utrecht. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen, 2009. Zand in banen: zanddieptekaarten van het rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem/Utrecht. Mulder, J. e.a., 2004. In de ban van de Betuwse dijken, deel 5: Malburgen; een bodemkundig, archeologisch en historisch onderzoek naar de opbouw en ouderdom van de Rijndijk te Malburgen/Bakenhof, Arnhem. Alterra-rapport 405, Alterra, Wageningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Oosterhout, F. van, 2009. Onderzoeksgebied Malburgen West, gemeente Arnhem; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en geologisch booronderzoek. RAAPnotitie 3058. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Potjer, M., 2005. Historische atlas van Arnhem: van Schaarsbergen tot Schuytgraaf. Sun, Amsterdam. Zandbergen, J. & H.J.M. Zegers, 1958.
De bodemgesteldheid van de Over-Betuwe: noordelijk deel. Stiboka rapport 484. Stiboka, Wageningen.
Gebruikte afkortingen AHN
Actueel Hoogtebestand Nederland
AMK
Archeologische MonumentenKaart
ARCHIS
ARCHeologisch Informatie Systeem
DINO
Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond
KNA
Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie
-Mv
beneden maaiveld
NAP
Normaal Amsterdams Peil
SIKB
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 4 ]
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1.
Ligging van het plangebied (rood omlijnd); inzet: ligging in Nederland (ster).
Figuur 2.
Het plangebied geprojecteerd op divers kaartmateriaal (schaal 1:25.000).
Figuur 3.
Het plangebied geprojecteerd op de stroomgordelkaart (Cohen & Stouthamer, 2012) en zanddieptekaart (Cohen e.a., 2009), schaal 1:25.000.
Figuur 4.
De gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Boshoven e.a., 2009). Oranje: middelhoge verwachting; blauw: geulen van oude riviersystemen.
Figuur 5.
Luchtfoto uit februari 1945.
Figuur 6.
Het voormalige appartementencomplex langs de Koppelstraat in deelgebied Zeegsingel en de tijdelijke bebouwing langs de Koppelstraat in deelgebied OlympusRijnhal.
Figuur 7.
De deelgebieden weergegeven op de topografische kaart uit 1958, 1977, 1985 en 2006.
Figuur 8.
Boorpuntenkaart met een projectie van de historische elementen.
Figuur 9.
Boorraaien A-A’ en B-B’.
Figuur 10. Aanbevelingenkaart. Tabel 1.
Geologische en archeologische tijdschaal.
Bijlage 1. Boorbeschrijvingen.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
[1 5 ]
Praets
189000 h Megin
Sonne Oord eg ardw
190000
Eusebiuskerk
192000
191000
Mandela brug
Arnhemse Broek
N225 Praets
Haven
Provinciehuis Remise
443000
443000
ARNHEM N225 Observatiehut
John Frostbrug
Uiterwaardpark
Ba
Doorlaatbr
nd
ijk
Nieuwe
Meinerswijk De Bakenhof M
442000
u
se 442000 rg
alb
Malburgen
eg erw Ve
Westerveld Stadseiland
Gelredome
Rijnhal
Elden
Immerloo Eimersweide
Kronenburg
441000
441000
Kronenburg Km
Elderhoeve (Verpleeghuis)
Immerlooplas
Vredenburg Elden
Het Duifje
Overmaat Immerloopark Dijk Huissense
Holthuizen
8 8 440000
440000
Gr Holthuyzen
De Korenmaat EB1/aror_werk_eb
189000
Gaardenhage
190000
(Woonwijk in aanleg)
Manege
191000
Zilverkamp
Figuur 1. De ligging van het plangebied (rood omlijnd); inzet: ligging in Nederland (ster).
192000
ARCHIS/AMK
10406 10406 10406 10406 10406 10406
Luchtfoto
24109 24109 24109 24109 24109 24109 19532 19532 19532 19532 19532 19532
49500 49500 49500 49500 49500 49500
3744 3744 3744 3744 3744 3744
41163 41163 41163 41163 41163 41163 7741 7741 7741 7741 7741 7741
ARCHIS-waarneming
ARCHIS-onderzoek
AMK-monument
Hist. krt. 1850
Hoogte (AHN)
Bodemkaart
W W W W W WGeomorfologie
B BB BB B 4F12 4F12 4F12 4F12 4F12 4F12
3K25 3K25 3K25 3K25 3K25 3K25
W W W W W W 3K25 3K25 3K25 3K25 3K25 3K25 Rd90A-VII Rd90A-VII Rd90A-VII Rd90A-VII Rd90A-VII Rd90A-VII
D1 D1 D1 D1 D1 D1
|f|f|f|f|f|fTERP-TERP-TERP-TERP-TERP-TERP-|g |g |g WATER-WATER-|g |g |gWATER-WATER-WATER-WATER-EB1/aror_werk_eb
Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd op divers kaartmateriaal (schaal 1:25.000).
Stroomgordels
Einde van Sedimentaire activiteit
overig
1950 AD
500 AD
2500 BC
5400 BC
9700 BC
1850 AD
100 AD
3100 BC
6200 BC
10500 BC
1500 AD
500 BC
3800 BC
6200 BC
12000 BC
1200 AD
1200 BC
4300 BC
6900 BC
15000 BC
900 AD
1800 BC
4900 BC
8600 BC
ingesneden dalmeanders uit Vroeg en Midden Holoceen
crevasses
Zanddiepte
De bovenkant van het zandpakket wordt aangetroffen tussen: Stroomgordels buiten de uiterwaarden
Stroomgordels in uiterwaarden 0,0 - 1,0m -mv rivierzand
Eolisch zand op rivierzand
8,0 - 9,0m -mv
4,0 - 5,0m -mv
0,0 - 1,0m -mv rivierzand
0,0 - 1,0m -mv dekzand, rivierduinzand
1,0 - 2,0m -mv
9,0 - 10,0m -mv
5,0 - 6,0m -mv
1,0 - 1,5m -mv
zand aan het maaiveld, eolisch pakket dikker dan 1,0m
2,0 - 3,0m -mv
Pleistocene afzettingen
6,0 - 7,0m -mv
1,5 - 2,5m -mv
zand aan het maaiveld, eolisch pakket dikker dan 2,0m
7,0 - 8,0m -mv
2,0 - 3,0m -mv
3,0 - 4,0m -mv 4,0 - 5,0m -mv 5,0 - 6,0m -mv
6,0 - 7,0m -mv 7,0 - 8,0m -mv
0,0 - 1,0m -mv afspoelingswaaierzand 0,0 - 1,0m -mv rivierzand 1,0 - 2,0m -mv 2,0 - 3,0m -mv
1,0 - 2,0m -mv 8,0 - 9,0m -mv 9,0 - 10,0m -mv 10,0 - 11,0m -mv
3,0 - 6,0m -mv
0,0 - 1,0m -mv, met storend siltig pakket 1 - 2m -mv dagzomend, jong rivierduinzand (Laat Holoceen)
Zandige lagen boven het vaste zand De ingeschakelde zandige laag is 0,5 - 2,0m dik 0,0 - 1,0m -mv crevassezand
0,0 - 2,0m -mv
Diversen antropogeen verstoord niet gekarteerd water
3,0 - 4,0m -mv
EB1/aror_werk_eb
Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de stroomgordelkaart (K.M. Cohen & E. Stouthamer, 2012) en zanddieptekaart (K.M. Cohen, e.a., 2009), schaal 1:25.000.
190000
190800
441200
441200
441600
441600
442000
442000
190400
0
100
300
200
400
500
m EB1/aror_werk_eb
190000
190400
190800
Figuur 4. De gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Boshoven e.a., 2009) Oranje: middelhoge verwachting; blauw: geulen van oude riviersystemen.
190400
190600
190200
190400
190600
441400
441400
441600
441600
441800
441800
442000
442000
190200
2013 MKAv/wor
Figuur 5. Luchtfoto uit februari 1945.
190600
190400
441600
441600
441800
441800
190200
0
EB1/aror_werk_eb_fig6
190200
50
100
150
200
m
2013
190400
190600
Figuur 6. Het voormalige appartementencomplex langs de Koppelstraat in deelgebied Zeegsingel en de tijdelijke bebouwing langs de Koppelstraat in deelgebied Rijnhal (beide weergegeven met rode onderbroken lijn).
190000
190500
190000
190500
190000
190500
190000
190500
442000
442000 441500 442000
441500
441500
441500
442000
442000
441500
441500
442000
190500
441500 190000
442000
190500
MKAv/wor 190000
441500
190500
190500
442000
190000
190000
Figuur 7. De deelgebieden weergegeven op de topografische kaarten uit 1958, 1977, 1985 en 2006.
A'
A
13
1090
14
Hoogte t.o.v. NAP in centimeters
1040
17 15
PO1
990
16
AROR boorraai AB-AB'
B
B'
19 18
21
20
37
Ab
36
PO2
940
HK1
PO2
PO3
PO2
890
z k2
840 790
38
35
zk2 z k2
z k2
zk2
zk2
kl4
740 690
Deborah2/AROR_boorraai_AB
0
22
70
87
107
128
159
433
210
186
Afstand tot nulpunt in meters
zand
zwak zandig
spoor hout
klei
matig zandig
weinig wortelresten
bedding
sterk zandig
schelpengruis
geul
kom
z wak siltig
matig siltig sterk siltig
oever
uiterst siltig
verlandingsafzetting
zwak grindig
onbekend
z wak humeus matig humeus
Figuur 9. Boorraaien A-A' en B-B'.
bouwvoor / verstoord Ab
HK1 enkele spikkel houtskool
afgedekte/begraven A-horizont
PO1 enkel fragment puin (onbepaald)
volledig gereduceerd
PO2 fragmenten puin (onbepaald) PO3 veel fragmenten puin (onbepaald)
459
488
527
grens plangebied
topografie
190200
geen archeologisch vervolgonderzoek
0
50
100
150
190400
200
190600
190600
190400
441800
441600
m
441600
Figuur 10. Aanbevelingenkaart.
MKAv/wor
overig
topografie
karterend proefsleuvenonderzoek
aanbevelingen
legenda
190200
441800
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Geologische perioden Tijdvak
Chronozone
Archeologische perioden Datering
Datering
Tijdperk
Nieuwste tijd (=Nieuwe tijd C) Laat Subatlanticum
Nieuwe tijd
B
- 1650
A
- 1500
Laat - 1150 na Chr.
Vol
Merovingisch laat
Laat
Romeinse tijd
Holoceen
Karolingisch Merovingisch vroeg
Vroeg Subatlanticum
Midden Vroeg
-0
Laat
IJzertijd
- 450 voor Chr.
Midden Vroeg Laat
Bronstijd
Subboreaal
Midden Vroeg Laat
Neolithicum
- 3700
(N ieuwe Steentijd)
Laat Glaciaal
Preboreaal Late Dryas Allerød Vroege Dryas Bølling
Laat Midden
Denekamp
Mesolithicum
- 8700
(M idden Steentijd)
Midden Vroeg
- 9700
- 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700
- 11.050 - 11.500
Laat
- 12.000
- 12.500
Jong B
- 12.500 - 13.500 - 30.500
- 16.000
Jong A - 35.000
Hengelo - 60.000
Vroeg
Weichselien Pleniglaciaal
Vroegste Dryas
Laat
- 7300
Prehistorie
Boreaal
Moershoofd
Paleolithicum - 71.000
Vroeg Glaciaal
Pleistoceen
Midden Vroeg
Atlanticum
- 1250 - 1050
Ottoons
Vroeg
Middeleeuwen
- 1795
(O ude Steentijd)
Odderade Midden Brørup - 114.000
Eemien Saalien II Oostermeer Saalien I Belvedère/Holsteinien Glaciaal x Holsteinien
- 126.000 - 236.000 - 241.000
- 250.000
- 322.000 - 336.000
Oud
- 384.000 - 416.000
Elsterien 463.000
Tabel 1. Geologische en archeologische tijdschaal.
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
tabel1_standaard_GeoBioArcheo_RAAP_2010
Plangebied Olympus-Rijnhal, gemeente Arnhem Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Bijlage 1: Boorbeschrijvingen
RAAP-notitie 4686 / eindversie, 14 januari 2014
boring: AROR-1 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.115, Y: 441.745, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,73, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,73 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruin, zandbrokken Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)
110 cm -Mv / 9,63 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
150 cm -Mv / 9,23 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
180 cm -Mv / 8,93 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
250 cm -Mv / 8,23 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtgrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
270 cm -Mv / 8,03 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
330 cm -Mv / 7,43 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 340 cm -Mv / 7,33 m +NAP
boring: AROR-2 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.132, Y: 441.770, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,75, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,75 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruin, zandbrokken Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)
130 cm -Mv / 9,45 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
170 cm -Mv / 9,05 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
200 cm -Mv / 8,75 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
260 cm -Mv / 8,15 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtgrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
290 cm -Mv / 7,85 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
330 cm -Mv / 7,45 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, humusvlekken, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
365 cm -Mv / 7,10 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 370 cm -Mv / 7,05 m +NAP
1
boring: AROR-3 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.144, Y: 441.742, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,85, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,85 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, bruin, zandbrokken Bodemkundig: interpretatie: verstoord
60 cm -Mv / 10,25 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
130 cm -Mv / 9,55 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
170 cm -Mv / 9,15 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
220 cm -Mv / 8,65 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
Einde boring op 240 cm -Mv / 8,45 m +NAP
boring: AROR-4 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.161, Y: 441.702, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,45, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,45 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijsbruin, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 10,15 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, bruingrijs, zeer stevig, interpretatie: oeverafzettingen
130 cm -Mv / 9,15 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen
155 cm -Mv / 8,90 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 170 cm -Mv / 8,75 m +NAP
boring: AROR-5 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.180, Y: 441.713, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 11,11, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 11,11 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, grijsbruin Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 10,81 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, bruingrijs Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
150 cm -Mv / 9,61 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen
200 cm -Mv / 9,11 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtbruingrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
240 cm -Mv / 8,71 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 260 cm -Mv / 8,51 m +NAP
2
boring: AROR-6 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.199, Y: 441.732, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,25, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,25 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruin Bodemkundig: interpretatie: verstoord
50 cm -Mv / 9,75 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, bruin, interpretatie: oeverafzettingen
70 cm -Mv / 9,55 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
160 cm -Mv / 8,65 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
180 cm -Mv / 8,45 m +NAP Lithologie: klei, matig zandig, lichtbruingrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
220 cm -Mv / 8,05 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
Einde boring op 230 cm -Mv / 7,95 m +NAP
boring: AROR-7 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.215, Y: 441.748, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 11,21, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 11,21 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, bruin, kleibrokken, matig grof
90 cm -Mv / 10,31 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, bruin, stevig, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: veel Fe-vlekken
150 cm -Mv / 9,71 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, bruin, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: veel Fe-vlekken
180 cm -Mv / 9,41 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, bruin, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: veel Fe-vlekken Archeologie: fragmenten verbrande klei/leem
220 cm -Mv / 9,01 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, bruin, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: veel Fe-vlekken
265 cm -Mv / 8,56 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, grijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
320 cm -Mv / 8,01 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 340 cm -Mv / 7,81 m +NAP
3
boring: AROR-8 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.230, Y: 441.772, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,99, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,99 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, bruin, kleibrokken, matig grof Bodemkundig: interpretatie: verstoord
110 cm -Mv / 9,89 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, bruin, stevig, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
200 cm -Mv / 8,99 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, bruin, stevig, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: xxx odp
Einde boring op 340 cm -Mv / 7,59 m +NAP
boring: AROR-9 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.241, Y: 441.791, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 9,54, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 9,54 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs
40 cm -Mv / 9,14 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
100 cm -Mv / 8,54 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, lichtbruingrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
140 cm -Mv / 8,14 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
195 cm -Mv / 7,59 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 210 cm -Mv / 7,44 m +NAP
boring: AROR-10 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.261, Y: 441.811, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 9,27, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 9,27 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs
20 cm -Mv / 9,07 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
80 cm -Mv / 8,47 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
130 cm -Mv / 7,97 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
180 cm -Mv / 7,47 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 210 cm -Mv / 7,17 m +NAP
4
boring: AROR-11 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.280, Y: 441.826, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 9,73, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 9,73 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs
25 cm -Mv / 9,48 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
50 cm -Mv / 9,23 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
120 cm -Mv / 8,53 m +NAP Lithologie: klei, zwak zandig, lichtgrijs, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
150 cm -Mv / 8,23 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
190 cm -Mv / 7,83 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 200 cm -Mv / 7,73 m +NAP
boring: AROR-12 beschrijver: EB/HR, datum: 2-10-2013, X: 190.300, Y: 441.842, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,59, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,59 m +NAP Lithologie: klei, uiterst siltig, zwak humeus, bruingrijs
30 cm -Mv / 10,29 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, lichtbruingrijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
50 cm -Mv / 10,09 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, lichtgrijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
135 cm -Mv / 9,24 m +NAP Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
210 cm -Mv / 8,49 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, enkele humuslagen, interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul)
230 cm -Mv / 8,29 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 250 cm -Mv / 8,09 m +NAP
boring: AROR-13 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.246, Y: 441.618, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,81, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,81 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
20 cm -Mv / 10,61 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkerbruingeel, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
70 cm -Mv / 10,11 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelgrijs, matig fijn Opmerking: gll
100 cm -Mv / 9,81 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, donkerbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: enkele Fe- en Mn-vlekken
180 cm -Mv / 9,01 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, bruingrijs, interpretatie: komafzettingen
270 cm -Mv / 8,11 m +NAP Lithologie: klei, matig zandig, grijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
305 cm -Mv / 7,76 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 330 cm -Mv / 7,51 m +NAP
5
boring: AROR-14 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.261, Y: 441.634, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,80, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,80 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
20 cm -Mv / 10,60 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, donkerbruingeel Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald)
70 cm -Mv / 10,10 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
90 cm -Mv / 9,90 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, donkerbruingrijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: afgedekt/begraven A-horizont, enkele Fe- en Mn-vlekken
190 cm -Mv / 8,90 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, bruingrijs, interpretatie: komafzettingen
300 cm -Mv / 7,80 m +NAP Lithologie: klei, matig zandig, grijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
320 cm -Mv / 7,60 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 340 cm -Mv / 7,40 m +NAP
boring: AROR-15 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.296, Y: 441.667, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,21, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,21 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
60 cm -Mv / 9,61 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
190 cm -Mv / 8,31 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
240 cm -Mv / 7,81 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, veel dunne klei- en zandlagen, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen
260 cm -Mv / 7,61 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 280 cm -Mv / 7,41 m +NAP
6
boring: AROR-16 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.310, Y: 441.677, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,36, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,36 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
50 cm -Mv / 9,86 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
100 cm -Mv / 9,36 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
150 cm -Mv / 8,86 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, schelpengruis, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
190 cm -Mv / 8,46 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
240 cm -Mv / 7,96 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, weinig wortelresten, interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) Bodemkundig: volledig gereduceerd
280 cm -Mv / 7,56 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 290 cm -Mv / 7,46 m +NAP
boring: AROR-17 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.324, Y: 441.691, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,70, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,70 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
90 cm -Mv / 9,80 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
150 cm -Mv / 9,20 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
220 cm -Mv / 8,50 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, zwak humeus, grijs, interpretatie: verlandingsafzettingen (restgeul) Bodemkundig: volledig gereduceerd
250 cm -Mv / 8,20 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen
Einde boring op 280 cm -Mv / 7,90 m +NAP
7
boring: AROR-18 beschrijver: EB/HR, datum: 1-10-2013, X: 190.339, Y: 441.706, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 40B, hoogte: 10,23, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: braak, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Gelderland, gemeente: Arnhem, opdrachtgever: Gemeente Arnhem, uitvoerder: RAAP Oost
0 cm -Mv / 10,23 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, geel, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 9,93 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, matig humeus, donkerbruingrijs
60 cm -Mv / 9,63 m +NAP Lithologie: klei, sterk siltig, grijs, schelpengruis, interpretatie: oeverafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
95 cm -Mv / 9,28 m +NAP Lithologie: klei, matig siltig, grijs, schelpengruis, interpretatie: komafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
150 cm -Mv / 8,73 m +NAP Lithologie: klei, sterk zandig, grijs, interpretatie: zandige/kleiige geulafzettingen Bodemkundig: volledig gereduceerd
170 cm -Mv / 8,53 m +NAP Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen