Memo van wethouder Van Esch inzake 'Toezegging reclame en welstand', d.d. 16-12-2025
Tekst van het document
Memo Datum: 16 december 2025 Aan: De gemeenteraad Van: Wethouder Van Esch Betreft: Toezegging reclame en welstand
Toezegging Op 26 november 2025 heb ik bij de beantwoording van de rondvraag ‘reclamebeleid in Arnhem; gelijke monniken, gelijke kappen’ een toezegging gedaan. De toezegging is als volgt genoteerd: #Toezegging 1793: Wethouder Van Esch zegt toe de vraag van raadslid Loor uit te zoeken en deze schriftelijke te beantwoorden, inclusief wat eraan gedaan kan worden. Deze gaat over de verhouding tussen een tijdelijke vergunning die zonder welstandstoets is verleend, niet voor maximaal 9 weken maar voor 5 maanden. Afdoening toezegging Om de toezegging af te doen zal ik in dit memo als eerste ingaan op de beantwoording van het college van vragen over welstand en reclame uit juli 2025 en november 2025. Als tweede volgt een uitleg over de APV-bepaling over plaatsing van tijdelijke reclame. Als derde wordt de vraag beantwoord of bij JD Sports een welstandstoets had moeten plaatsvinden. Omdat de uitleg redelijk juridisch is, volgt eerst een samenvatting. SAMENVATTING MEMO: Voor tijdelijke bouwwerken, zoals dat bij JD Sports, geldt een ontheffing van de welstandsregels. Die ontheffing is vastgelegd in het omgevingsplan. Ondanks de ontheffing voor tijdelijke bouwwerken, is voor de situatie bij JD Sports toch een welstandstoets uitgevoerd. Een onafhankelijke commissie toetst de gemeentelijke regels.
Vanuit de commissie is aangegeven dat de reclame niet voldoet aan welstandscriteria, maar dat zij instemmen omdat het gaat om een tijdelijke situatie. De initiatiefnemer heeft vervolgens een omgevingsvergunning ontvangen voor plaatsing van het bouwwerk. In dit geval gaat het om een tijdelijke situatie die is vergund voor vijf maanden. Dat is dus goed gebeurd volgens onze regels. In de APV is bovendien een artikel opgenomen dat betrekking heeft op tijdelijke reclame. Hier lijkt bij vervolgvragen vanuit de gemeenteraad aan de wethouder een misverstand te zijn ontstaan over hoe lang een tijdelijke reclame geplaatst mag worden. In het artikel uit de APV wordt een periode genoemd van 9 weken. Dit artikel zegt echter niet dat een (tijdelijke) reclame nooit meer dan 9 weken geplaatst mag worden, maar dat voor een tijdelijke reclame van maximaal 9 weken een melding moet worden gedaan en geen vergunning is benodigd. Bij JD Sports is daarentegen wel het vergunningstraject doorlopen.
1. Gedurende de rondvraag stelde raadslid Loor een aantal vragen waar ik later op terug zou komen. De eerste vraag betrof of het college zich tegensprak bij de beantwoording van de mondelinge vraag ‘reclamebeleid in Arnhem: gelijke monniken, gelijke kappen’ uit november 2025 en de eerdere beantwoording van de rondvraag
1
Memo ‘Handhaving reclame in beschermd stadsgezicht’ in juli 2025. Het raadslid gaf aan dat het college in juli meldde dat de welstandregels altijd worden gehanteerd en dat het college in november een ander antwoord gaf. Volgens het college ligt de beantwoording in lijn van elkaar en vullen de antwoorden elkaar aan. In juli 2025 zei wethouder Roelofs dat ‘het niet regelmatig gebeurt dat wordt afgeweken van de regels zoals vastgesteld in de welstandsnota. De nota wordt altijd als uitgangspunt genomen en bij een negatief advies wordt bekeken wat wel kan’. Bij de beantwoording van vragen in november 2025 werd door wethouder Van nader ingegaan op een specifiekere uitleg van ons welstandsregime, gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde regels over tijdelijkheid en ontheffingen. 2. Tweede onderdeel waar ik duidelijkheid over zou verschaffen, betreft de vraag of artikel 4.7.2, lid 1, van de APV wel correct wordt toegepast. Dit artikel gaat over een verbod op het plaatsen van handelsreclame zonder omgevingsvergunning. (Zie de bijlage voor het artikel en de toelichting). Hierbij werd onder andere de vraag gesteld of een tijdelijke situatie wel vijf maanden mag bestaan, zoals het geval zal zijn bij JD Sports, en of dit niet maximaal 9 weken moet zijn. APV In artikel 4.7.2, lid 1, van de APV is bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning handelsreclame te plaatsen.
In lid 1 onder f staat dat aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard zijn toegestaan zonder vergunning. Mits hierover vooraf schriftelijk kennis (een melding) van is gegeven aan het bevoegd gezag en dit bevoegd gezag niet binnen twee weken bezwaar heeft gemaakt. Dergelijke tijdelijke aankondigingen verliezen hun tijdelijk karakter zodra zij langer dan 9 weken aanwezig zijn. Nadere toelichting In beginsel geldt dat voor het plaatsen van reclame een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Voor tijdelijke reclame-uitingen met een maximale duur van 9 weken volstaat echter een schriftelijke melding (zie toelichting bij dit artikel). En is dus geen vergunning benodigd. Het betreffende artikellid gaat erover dat reclame die langer dan 9 weken aanwezig is, niet meer als tijdelijk wordt beschouwd. Dat betekent praktisch dat bij een gewenste duur van meer dan 9 weken er een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet worden ingediend. Waarbij de aanvraag volledig wordt getoetst aan de geldende criteria toetsing (waaronder de toets aan de redelijke eisen van welstand). De meldingsprocedure is dus uitsluitend bedoeld voor kortdurende uitingen waarvoor geen inhoudelijke toets plaatsvindt, tenzij het bevoegd gezag binnen twee weken aangeeft dat de reclame ongewenst is.
Resumerend: Er is geen artikel in de APV (ook niet in de toelichting) dat stelt dat tijdelijke reclame in Arnhem maximaal 9 weken mag zijn. Artikel 1 lid f gaat om een versoepeling van de indiening en niet over de gewenste termijn van een aanvrager.
2
Memo 3. Tot slot is de bovenliggende vraag van belang; Moe(s)t er in dit geval een welstandtoets plaatsvinden? Elke aanvraag voor reclame, dus ook voor een tijdelijke reclame-uiting die langer dan 9 weken aanwezig is, wordt getoetst aan de redelijke eisen van welstand. Daarbij geldt wel een onderscheid tussen ‘bouwwerken’ en ‘reclame’: Tijdelijk bouwwerk: Voor tijdelijke bouwwerken geldt geen toets aan welstandscriteria. Ook in artikel 22.29 lid b van het omgevingsplan Arnhem staat dat een tijdelijk bouwwerk niet getoetst hoeft te worden aan de welstandsnota. Dit geldt dus alleen voor bouwwerken. (het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, …….., niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota). Hoewel er dus een ontheffing geldt op basis van door uw raad vastgestelde regels, is er ook een excessenregeling. Indien een bestaand bouwwerk ernstig in strijd is met redelijke eisen van welstand, kan, met de excessenregeling in de hand, alsnog worden opgetreden. Tijdelijke reclame (langer dan 9 weken): hierbij vindt wél een toets aan welstandscriteria plaats. Gelet op het bovenstaande, geldt voor deze specifieke casus: In deze casus is intern beoordeeld dat sprake is van een bouwwerk, gelet op de ophangconstructie.
Desondanks is het plan, uit zorgvuldigheid, in dit geval wél aan de welstandscommissie voorgelegd, hoewel dat formeel dus geen verplichting is. De commissie heeft geconcludeerd dat de reclame niet voldoet aan de criteria uit de welstandsnota, maar heeft desalniettemin ingestemd, onder de voorwaarden dat: 1. de tijdelijke constructie geen gevolgschade veroorzaakt aan het uiteindelijke gevelbeeld, en 2. de benodigde technische stukken nog ter beoordeling en goedkeuring worden aangeleverd.
3