CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo van wethouder Roelofs inzake 'Toezegging 1702 Risico-inventarisatie van de vervangingsopgave van de riolering', d.d. 28-05-2025

Politieke Avond 11 juni 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Behandeling 'Perspectiefnota 2026-2029' & 'Turap 1-2025'1.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Datum

:

28 mei 2025

Aan

:

Raadsleden en fractievolgers

Van

:

Wethouder Bob Roelofs

Betreft

:

Toezegging 1702 Risico-inventarisatie van de vervangingsopgave van de riolering

Op 21 mei 2025 heeft wethouder Roelofs tijdens zijn raadskamer over de Perspectiefnota 2026-2029 & Turap 1-2025, de volgende toezegging gedaan: Wethouder Roelofs zegt toe een risico-inventarisatie van de vervangingsopgave van de riolering aan de raad te doen toekomen met daarin ook een analyse van de lasten voor de inwoner. Met dit memo geven we hier een nadere toelichting op. We beschouwen de toezegging hiermee als afgedaan. Aanleiding nieuw Water- en Rioleringsplan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er geen verplichting meer om een water en rioleringsplan (WRP) op te stellen. Een gemeente kan er voor kiezen een (onverplicht) rioleringsprogramma op te stellen. Het huidige gemeentelijke rioleringsplan (GRP) van de gemeente Arnhem is opgesteld in 2014. Dit GRP is nog altijd van kracht. In de begroting 2019 is aangegeven dat we geen nieuw GRP gaan opstellen in afwachting van de inwerkingtreding van de omgevingswet. De benodigde investeringen voor de watertaak zijn in de tussentijd in de begroting steeds geactualiseerd. In de omgevingsvisie van de gemeente Arnhem staat het voornemen om nieuw beleid voor water en riolering op te stellen. Daarom zijn we gestart met het opstellen van een water- en riolerings-programma (WRP). Het programma zal beschrijven hoe de gemeente invulling wil geven aan de wettelijke taken van afvalwater, regenwater en grondwater.

Rioolvervangingsopgave De aanzienlijke rioolvervangingsopgave die eraan zit te komen, benoemen we al een aantal jaren in de paragraaf kapitaalgoederen van de Begroting. Deze prognose is gebaseerd op de leeftijd van het riool. De levensduur van een riolering kent echter een grote bandbreedte afhankelijk van verschillende factoren. Het moment waarop daadwerkelijke vervanging nodig is, bepalen we op basis van inspectieresultaten. Daarnaast willen we bij de vervangingsplanning zo goed mogelijk anticiperen op andere opgaven in de stad. De verwachting is dat de energietransitie, het recent vastgestelde mobiliteitsplan en de woningbouwopgave mede sturing zullen geven aan het optimale moment voor de rioolvervanging. Deze planning is nu nog onvoldoende in beeld om aan te kunnen geven wat dit voor de planning van de rioolinvesteringen zal gaan betekenen. In het op te stellen WRP willen we dit meenemen. Naar verwachting zullen we het nieuwe WRP begin 2026 met uw raad delen. Voor de financiële consequenties kunt u zoals gebruikelijk een voorstel verwachten bij de begroting 2027. In de begroting zijn structureel middelen opgenomen voor het beheer (exploitatie) en vervanging (investeringen, ca 12 miljoen per jaar) van de riolering. Ook zijn er investeringen gereserveerd voor nieuw aan te leggen riolen in het kader van nieuwbouw.

De bedragen van deze investeringen verschillen per jaar, zijn afhankelijk van de bouwplannen en hebben een relatie met de GREX. Daarnaast is er voor de jaren 2024 t/m 2027 jaarlijks 0,8 miljoen extra investeringsbudget beschikbaar voor klimaatadaptatie. De lasten die dit met zich mee brengt zijn al verwerkt in de huidige rioolheffing. Rioolheffing Het op te stellen WRP kan aanleiding geven voor een toename van de benodigde rioolinvesteringen. Naast de extra investeringen die aan de watertaak te relateren zijn, willen we namelijk het tempo van het

Cluster Openbare Ruimte

vervangen van het riool afstemmen op andere opgaven in de stad waarvan de planning nu nog vaak onduidelijk is. Het is daarom niet mogelijk hier nu al een prognose voor te geven. Dit zal op z'n vroegst in 2026 aanleiding geven tot extra investeringen die dan pas in 2027 leiden tot toenemende kapitaallasten. Vervolgens kan nog de afweging worden gemaakt of deze extra lasten worden door vertaald naar de rioolheffing. Deze hoeft immers niet kostendekkend te zijn. Voor de kosten die aan de rioolheffing mogen worden toegerekend, gelden fiscaal-juridische spelregels en beperkingen. Kosten zijn alleen toe te rekenen als ze meer dan zijdelings te relateren zijn aan de gemeentelijke zorgplichten voor hemelwater, grondwater en afvalwater. De kosten die aan de heffing worden toegerekend betreffen veelal investeringen die over een langere periode worden afgeschreven. De kapitaallasten van deze investeringen worden dan in de heffing opgenomen. Het effect op de hoogte van de heffing is daardoor beperkt, maar wel structureel van aard. In geval van projecten en ontwikkelingen in de stad geldt eveneens dat de aan de watertaak te relateren kosten aan de heffing kunnen worden toegerekend. Dit zou kunnen leiden tot een verdere stijging van het tarief van de heffing en daarmee een hogere lastendruk voor de bewoners en bedrijven.

Investeren in klimaatadaptatie is echter niet altijd een extra investering. Bovengrondse maatregelen voor opvang of afstroming van regenwater kunnen ook leiden tot een besparing op ondergrondse maatregelen (rioolbuizen). Dit zal in het WRP worden meegenomen. Bij de keuze om deze kosten door te berekenen in de rioolheffing is het van belang dat wordt onderbouwd waarom deze kosten bijdragen aan de watertaak. Ook dient expliciet een belangenafweging te worden gemaakt (maatschappelijke baten project vs. belastingdruk). Rekenvoorbeeld: Zoals eerder aangegeven zijn in de huidige begroting investeringen voor ca.12 miljoen per jaar ingeboekt (dit is dus ook al verwerkt in de rioolheffing). Een extra investeringsbudget van bijvoorbeeld € 5 miljoen resulteert in kapitaallasten van circa € 200.000 bij afschrijving in 40 jaar. Het betrekken van deze kapitaallasten in de rioolheffing betekent een stijging van het tarief (op basis van de begroting 2025) met circa 1 %. De hoogte van de aanslag rioolheffing is afhankelijk van de WOZ-waarde van het object dat in eigendom en/of in gebruik is, van de vraag of de belastingplichtige eigenaar en/of gebruiker is en van de vraag of het om een woning of niet-woning gaat. Om een beeld te geven van het (absolute) effect is hieronder van een aantal voorbeeldhuishoudens en ondernemers de lastenmutatie weergegeven bij een gemiddelde stijging van 1%.

Lasten 2025

Lasten 2025 + 1%

Mutatie

Huishouden koopwoning WOZwaarde € 400.000

€ 194,80

€ 196,75

€ 1,95

Huishouden huurwoning WOZwaarde € 200.000

€ 47,80

€ 48,28

€ 0,48

Eigenaar niet-woning WOZwaarde € 800.000

€ 567,20

€ 572,87

€ 5,67

Gebruiker niet-woning WOZwaarde € 800.000

€ 535,20

€ 540,55

€ 5,35

Cluster Openbare Ruimte

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=5facb112-3c33-46b0-abe2-1a543fb98309