Memo van wethouder Paping "Juridische vragen inzake standplaatsen", d.d. 26-07-2021
Tekst van het document
Memo Datum
: maandag 26 juli 2021
Aan
: De raad van de gemeente Arnhem
Van
: Wethouder Paping
Betreft
: Juridische vragen inzake standplaatsen
Aanleiding van deze memo is behandeling van het raadsvoorstel op 14 juli 2021 dat voorziet in een weigeringsgrond in Algemene plaatselijke verordening waardoor bij meerdere aanvragen voor dezelfde plaats, voor dezelfde tijd aanvragen kunnen worden geweigerd. Naar aanleiding van deze behandeling heb ik toegezegd juridisch uit te (laten) zoeken of het mogelijk is om de lengte van de overgangstermijn op bijvoorbeeld 10 jaar te zetten, de mogelijkheden in lengte van de vergunning te onderzoeken en of het (juridisch) mogelijk is voorwaarden m.b.t. de kwaliteit aan een vergunning te verbinden. Juridisch Advies termijnen In het advies wordt aangegeven dat er belangrijke rechtsbeginselen (het formele gelijkheidsbeginsel en het beginsel van gelijke kansen) ten grondslag liggen aan de voorgenomen wijziging van het beleid. Dat betekent - kort gezegd - dat bij schaarse vergunningen het belangrijk is dat ook andere potentiële vergunninghouders de kans krijgen om een plek te verwerven. Omdat de standplaatsvergunningen nu eerst gegund worden aan de "zittende" exploitant voldoet ons huidig beleid hier niet aan. Verder wordt ingegaan op de regels die gelden voor het vaststellen van de termijn.
Hierbij is van belang dat deze termijn niet van onbepaalde duur mag zijn en een afweging plaats moet vinden tussen de (afschrijving van de) investeringen en de mate waarin elke standplaatshouder een kans krijgt op een plek in Arnhem. Daarnaast wordt ingegaan op het overgangsrecht nu insprekers nieuwe informatie hebben verstrekt bij het inspreken in de raad. Hierbij hebben zij aangegeven dat zij door de brief van 2016 het vertrouwen hebben gekregen levenslang van een vergunning voorzien te zijn op hun huidige plek. Vanuit dat vertrouwen hebben zij forse investeringen gedaan. Het advies geeft aan dat wanneer betrokkenen hierdoor destijds extra investeringen hebben gedaan, hier vanuit het vertrouwensbeginsel mee rekening moet worden gehouden. Uitwerking Zoals in het juridisch advies aangegeven zijn afschrijvingen en investeringen van exploitanten van standplaatsen in zijn algemeenheid niet één op één terug te herleiden naar één bepaalde standplaats in de gemeente Arnhem. In dat verband lijkt het pleitbaar om in de toekomst een termijn van tien jaar te hanteren voor de duur van de standplaatsvergunning. Zo wordt de vrije mededinging zo min mogelijk belemmerd, maar biedt de termijn wel ruimte voor een exploitant om investering terug te verdienen.
Omdat van te voren helder is dat een vergunning de duur van tien jaar kent, kan de exploitant daar rekening mee houden met zijn investeringen.
1
Gelet op de omstandigheden van dit specifieke geval kan bij het overgangsrecht gemotiveerd worden dat deze tot vijftien jaar na 2016 geldt. Dit houdt verband met de stelling van de exploitanten dat zij vanwege de wijziging van het beleid begin 2016 grote investeringen hebben gedaan die zij anders niet zouden hebben gedaan. In het kader van het vertrouwensbeginsel kan onderbouwd worden om vanaf 2016 een overgangstermijn te hanteren van 15 jaar (tot 2031) zodat de exploitanten de toen gedane investeringen nog terug kunnen verdienen. Deze termijn is afgeleid van de afschrijvingstermijn die de insprekers zelf hebben aangegeven. Juridisch advies - kwaliteitseisen Het juridisch advies geeft aan dat er ook andere wijze mogelijk zijn om standplaatsen te verdelen. Eén van de mogelijkheden is de vergelijkende toets: hierbij vindt een inhoudelijke vergelijking plaats op van tevoren vastgestelde criteria. Om dit te kunnen doen, moeten de criteria waarlangs en de wijze waarop getoetst wordt van te voren bekendgemaakt worden. Uitwerking Het is dus mogelijk om kwaliteitscriteria te hanteren bij het verdelen van standplaatsen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan de volgende punten: 1. Criteria die zien op de uitstraling van de verkoopinrichting, zoals ruimtelijke kwaliteitswaarde en de inpassing in de omgeving van de standplaats; 2.
Criteria die zien op de innovatie en duurzaamheid, zoals energiezuinige apparatuur, apparatuur die weinig overlast veroorzaakt en afval dat wordt gescheiden en op verantwoorde wijze afgevoerd; 3. Criteria die zien op de ondernemer, zoals maatschappelijke verantwoord ondernemen.
Bedrijfsvoering - Juridische Zaken
2