Memo beantwoording technische raadsvragen d.d. 12-12-2022
Tekst van het document
MEMO Datum :
12 december 2022
Aan
:
De gemeenteraad van Arnhem
Van
:
Afdeling Juridische Zaken
Betreft :
Beantwoording technische vragen
Geachte raadsleden,
Inleiding Tijdens de raadskamervergadering van woensdag 30 november 2022 is een technische presentatie gegeven over het Raadsvoorstel Verzoek tot opheffing geheimhouding Wvg Schaapsdrift. Hierbij is toegezegd dat de vragen die aan het eind van de vergadering nog onbeantwoord waren, schriftelijk zouden worden beantwoord. Deze memo is met dat doel opgesteld. Voordat we ingaan op de gestelde vragen, geven we eerst nog een overzicht van een paar meer algemene aspecten rond het thema ‘informatievoorziening, openbaarheid, geheimhouding en vertrouwelijkheid’ in de gemeentelijke context. Dat overzicht kan helpen bij het begrip van de antwoorden op de gestelde vragen.
Overzicht algemene aspecten Maatschappelijke informatievoorziening en informatievoorziening aan de raad De verstrekking van overheidsinformatie aan de maatschappij (aan ‘eenieder’) kent een andere grondslag, dan de verstrekking van informatie door het college aan de raad binnen de gemeentelijke context. Beide typen van informatieverstrekking doen zich voor in het dossier ‘Wvg Schaapsdrift’.
Informatievoorziening op grond van de Woo De verstrekking van overheidsinformatie aan de maatschappij (‘eenieder’) kent haar grondslag in de Wet open overheid (Woo, voorheen de Wob). Deze wet bepaalt dat overheidsinformatie openbaar is, maar kent een behoorlijk aantal weigerings- en uitzonderingsgronden. Informatie die op grond van de Woo openbaar wordt gemaakt, is automatisch openbaar voor iedereen. De naleving van de Woo is juridisch gesanctioneerd. Tegen de beslissing op een Woo-verzoek kan een belanghebbende bezwaar maken, en beroep instellen bij de bestuursrechter. Uiteindelijk bepaalt de rechter dus hoe begrippen uit de Woo uitgelegd moeten worden. De Woo kent op onderdelen (ten opzichte van de Wob) enkele nieuwe begripsomschrijvingen, zoals een beperktere reikwijdte van het begrip ‘persoonlijke beleidsopvattingen’, en een nieuwe uitzonderingsgrond ‘het belang van het goed functioneren van bestuursorganen’. Het is in eerste instantie aan de overheid zelf om aan deze nieuwe begrippen – natuurlijk met inachtneming van de wetsgeschiedenis – invulling te geven; daarbij spelen ook de bestaande cultuur en gebruiken binnen een overheidsorganisatie een rol. Uiteindelijk zal de rechter met zijn jurisprudentie de reikwijdte van deze nieuwe begrippen bepalen, en zo rechtszekerheid scheppen.
MEMO Informatievoorziening aan de raad op grond van de Gemeentewet Naast de Woo staat de informatieverstrekking door het college aan de raad in de politieke context. Deze vindt zijn achtergrond in de verantwoordingsplicht van het college aan de raad, en kent zijn grondslag in de Gemeentewet (artikel 169). Ieder raadslid heeft het recht het college om inlichtingen te vragen. Een dergelijk verzoek mag slechts worden geweigerd bij strijd met ‘het openbaar belang’. Deze term wordt verder niet toegelicht. Een raadslid heeft daarmee dus recht op méér informatie van het college dan een willekeurig persoon op grond van de Woo heeft: de Woo kent immers een aantal specifieke weigerings- en uitzonderingsgronden. Anders dan bij de Woo, is naleving van deze gemeentelijke inlichtingenplicht niet juridisch gesanctioneerd. Tegen de beslissing van het college op een inlichtingenverzoek van een raadslid staat geen bezwaar en beroep open. De naleving van deze inlichtingenplicht, en de afbakening van de reikwijdte ervan, vindt enkel plaats binnen de politieke arena, met politieke instrumenten. Wat nu, als een raadslid het college vraagt bepaalde informatie te verstrekken, en die informatie niet algemeen openbaar mag worden? In dat geval kan het college de raad die informatie geven onder oplegging van geheimhouding (artikel 25 Gemeentewet).
De raad krijgt de informatie dan exclusief onder ogen, om zo invulling te geven aan zijn controlerende taak. Tegelijkertijd wordt de desbetreffende informatie in zo’n geval niet openbaar gemaakt (op grond van de Woo). Dat zou namelijk kunnen leiden tot benadeling van andere door de Woo beschermde belangen (zoals privacy van betrokken of bescherming van bedrijfsgeheimen). In de praktijk komt het ook voor dat stukken ook ‘vertrouwelijk’ naar een gemeenteraad worden gestuurd. Echter, door het protocol ‘Geheimhouding Arnhem 2019’ ziet het college geen ruimte voor. Juridisch issue in dit verband (dat nadrukkelijk speelt in het dossier ‘Wvg Schaapsdrift’): stukken waarop krachtens de Gemeentewet geheimhouding is gelegd, vallen buiten de reikwijdte van de Woo (art. 8.8 Woo). Als iemand een Woo-verzoek indient ten aanzien van dergelijke geheime stukken, dan moet dat verzoek worden gezien als een verzoek tot opheffing van de op die stukken rustende geheimhouding. Als de geheimhouding vervolgens wordt opgeheven, dan vallen de desbetreffende stukken alsnog onder de reikwijdte van de Woo, en dient te worden beoordeeld of zij openbaar gemaakt kunnen worden Bij de keuze om al dan niet geheimhouding op te leggen, spelen – naast de begrenzing van artikel 25 Gemeentewet – ook plaatselijke gebruiken1. Binnen de gemeente Arnhem is een voorbeeld hiervan het genoemde ‘Protocol geheimhouding’.
Regels rond openbaarmaking van voor de raad bestemde stukken Naast juridische regelgeving en lokale gebruiken, spelen ook technische ontwikkelingen een rol bij vragen over openbaarheid en vertrouwelijkheid. Zo doet de Gemeentewet het voorkomen alsof er geen digitalisering bestaat. De agenda voor een raadsvergadering met bijbehorende voorstellen en stukken wordt ‘op een bij openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd’ (artikel 19 Gemeentewet). De praktijk is inmiddels natuurlijk allang veel moderner bij gemeenten. De agenda met stukken wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website, en zo zeer laagdrempelig algemeen beschikbaar gesteld. De Gemeentewet verplicht hier dus niet toe.
1 Kan er voor een raadslid een geheimhoudingsplicht gelden, buiten gevallen waarin toepassing is gegeven aan
artikel 25 Gemeentewet? Ja, dat is zeker het geval. Zie in dit verband artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, dat een algemene aanvullende geheimhoudingsplicht bevat. Als bv. een inwoner onder vier ogen een zeer persoonlijk verhaal aan een raadslid vertelt, dan moet dat raadslid begrijpen dat dat vertrouwelijk is, en dat dat verhaal niet met alle details in de openbaarheid mag worden gedeeld. Doet het raadslid dat toch, dan schendt hij de geheimhoudingsplicht zoals bedoeld in artikel 2:5 van de Awb. Zie ook artikel 4.4 van de Arnhemse Gedragscode: ‘Raadsleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen’.
MEMO Ook ten aanzien van de Woo Schaapsdrift is relevant dat artikel 3.3 van de Woo – nu nog niet in werking getreden –in dit opzicht wel een verplichting met zich brengt, die in wezen een bevestiging is van de al bestaande praktijk. Vergaderstukken en verslagen van raadsvergaderingen zullen dan namelijk actief openbaar moeten worden gemaakt (artikel 3.3, lid 2, aanhef en onder c, van de Woo), elektronisch en op algemeen toegankelijke wijze.2 Moeten álle voor de raad(svergaderingen) bestemde stukken dan openbaar worden gemaakt? Nee. Genoemd artikel 3.3, tweede lid, van de Woo bepaalt namelijk dat openbaarmaking achterwege blijft, als artikel 5.1 of 5.2 van de Woo daaraan in de weg staat (de artikelen die de uitzonderingsgronden voor openbaarmaking bevatten, inclusief die betreffende ‘persoonlijke beleidsopvattingen’).
Beantwoording technische vragen uit eerste ronde De volgende vragen zijn gesteld en resteerden aan het einde van de raadskamervergadering. De antwoorden volgen gelijk op de vragen.
-
Fractie VOLT (Marlies Neutkens)
Er is op dit moment niets tussen geheimhouden en openbaar maken. Is er een tussenvorm mogelijk? Is er een mogelijkheid om documenten onder embargo aan de inwoners te verstrekken? (ondersteund door de fractie Partij voor de Dieren (Hans Eliens)) Zoals gezegd is hoofdregel van de Woo dat informatie die op grond van de Woo openbaar wordt gemaakt, automatisch openbaar is voor iedereen. De Woo introduceert wel een mogelijkheid in bijzondere gevallen ‘onder embargo’ aan verzoekers informatie te verstrekken Dit is geregeld in de artikelen 5.5, 5.6 en 5.7. Dit zijn uitzonderingen op het uitgangspunt van de Woo dat geopenbaarde informatie voor eenieder openbaar is. De uitzonderingen gaan over (een van de) de volgende situaties: -
-
persoonlijke informatie die betrekking heeft op verzoeker alleen aan de verzoeker wordt verstrekt er redenen zijn om de gevraagde informatie niet te openbaren, er niettemin klemmende redenen in onvoorziene, uitzonderlijke gevallen zijn om de gevraagde informatie niet te onthouden aan de verzoeker3 ten behoeve van historisch, statistisch, wetenschappelijk of journalistiek onderzoek informatie wordt verstrekt aan de verzoeker.
In al deze gevallen zullen er voorwaarden aan deze verstrekkingen moeten worden verbonden zoals ten aanzien van het niet of slechts beperkt verder kunnen verspreiden ervan. Deze informatie wordt dan ‘onder embargo’ verstrekt. In het dossier Woo-Schaapsdrift doet zich geen van deze gronden voor. Het is dus niet mogelijk om de documenten onder embargo aan de inwoners te verstrekken.
2 Zie art. 2.4, lid 3, en art. 3.3b van de Woo
3 Ter illustratie is wel een voorbeeld in de parlementaire geschiedenis opgenomen: klemmende redenen
kunnen aan de orde zijn bij onder de arbeidsinspectie berustende informatie over de aanwezigheid van schadelijke stoffen bij een bedrijf. Goed denkbaar is dat die informatie niet openbaar kan worden gemaakt, omdat het vertrouwelijke aan de arbeidsinspectie verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens betreft. Het feit dat een werknemer ongeneeslijk ziek is als gevolg van deze gevaarlijke stoffen en dat de verzoeker dat met de bij de arbeidsinspectie berustende informatie wil aantonen, kan een klemmende reden zijn om de informatie aan de verzoeker te verstrekken. Een vergelijkbare situatie is hier niet aan de orde.
MEMO
-
Fractie Arnhem Centraal (Kiki Groot)
Waar in de Gemeentewet staat dat het mogelijk is om vertrouwelijk informatie te verstrekken? De Gemeentewet kent hiervoor geen expliciete regeling. Overigens spreekt geen enkele wet zich uit over de mogelijkheid dan wel onmogelijkheid hiervan. Tegelijkertijd komt het in de gemeentelijke praktijk wel degelijk voor dat informatie ook vertrouwelijk (en dus niet ‘geheim’) wordt verstrekt. In de memorie van toelichting op de nog in werking te treden ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ wordt die bestaande praktijk bevestigd: Voor een goed begrip van de geheimhoudingsregeling merkt de regering tot slot op dat er ook andere gradaties mogelijk zijn dan het verstrekken van informatie onder geheimhouding. Aan de ene kant is er een lichtere vorm dan geheimhouding in de zin van de onderhavige regeling, namelijk de situatie waarbij informatie onder «embargo» wordt verstrekt. Het gaat hier om de situatie dat informatie op korte termijn door bijvoorbeeld het college aan een breed publiek bekend wordt gemaakt en het college de raad daar vooraf over in kennis stelt met het verzoek dit tot die tijd vertrouwelijk te behandelen. Van belang is dat deze variant gebruikt wordt juist om een ander bestuursorgaan tijdig een goede informatiepositie te verschaffen.
Aan de andere kant is er een zwaardere vorm dan de geheimhoudingsregeling, namelijk het geval waarin informatie door de raad met een beroep op de inlichtingenplicht wordt verlangd maar verstrekking van die informatie in strijd is met het openbaar belang en daarom in het geheel niet wordt verschaft. Dit kent een eigenstandig normenkader (artikelen 169 en 180 Gemeentewet), vergelijkbaar met die van de verschoningregeling van de regering ten opzichte van het parlement (artikel 68 Grondwet). Ten slotte zien we in de praktijkvoorbeelden van gemeentelijke informatieprotocollen, die ook de categorie «vertrouwelijk» kennen. In die gevallen gaat het echter niet om geheimhouding in de zin van de wet.4 Met name de laatste zin laat zien dat in de gemeentelijke praktijk, naast geheimhouding, ook andere wijzen van vertrouwelijke informatievoorziening aan de raad voorkomen.
Is er een discretionaire bevoegdheid voor de gemeente om wel of niet openbaar te maken? De Woo kent verschillende bepalingen die een afweging van verschillende belangen vragen. Die afweging zal altijd zorgvuldig en kenbaar moeten plaatsvinden. Dit kan dus betekenen dat er situaties mogelijk zijn waarin bijvoorbeeld ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ worden geopenbaard, al dan niet in geanonimiseerde vorm, bijvoorbeeld omdat het belang van de bescherming van dat belang minder zwaar is gaan wegen door het verloop van de tijd en het publieke debat over een bepaald onderwerp in een rustiger vaarwater is terecht gekomen.
-
Fractie CDA (Scott van de Broek)
Wat staat er op tegen om namen van ambtenaren weg te lakken en de persoonlijke beleidsopvattingen te openbaren? Hoe binnen het kader van de Woo met ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ moet worden omgegaan, is geregeld in artikel 5.2. Het vertrekpunt hierin (eerste lid) is dat ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ niet worden verstrekt. Het is van belang dat ambtenaren intern beraad kunnen plegen. Als meteen de ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van ambtenaren openbaar worden gemaakt zal dit leiden tot ongewenste 4 Kamerstukken Tweede Kamer 35546, nr. 3 pag. 11.
MEMO terughoudendheid bij het uiten van dergelijke opvattingen. Dit is slecht voor het functioneren van de gemeente en voor de kwaliteit van de besluitvorming: het is namelijk belangrijk dat in de voorbereiding een kwestie van alle kanten wordt onderzocht en belicht, om tot een goed besluit te kunnen komen. -
Fractie PvdA (Giovanni Visser)
Wat moet de gemeenteraad doen om het mogelijk te maken om persoonlijke beleidsopvattingen openbaar te maken? Binnen het stelsel van de Woo is geen directe rol vastgelegd voor de raad. In dossier Woo-Schaapsdrift zijn documenten ook met ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ onder geheimhouding aan de raad overlegd, op basis van artikel 25 van de Gemeentewet. Deze geheimhouding duurt op dit moment voort. Door deze geheimhouding vallen de genoemde documenten niet onder de reikwijdte van de Woo. Zoals reeds in de raadsmemo verwoord, is de geheimhouding van de documenten met ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ op onjuiste gronden gebeurd, omdat de Gemeentewet hiervoor geen grondslag kent5. Door de onjuiste geheimhouding op die documenten op te heffen (dit kan alleen de gemeenteraad doen), vallen die documenten alsnog onder de reikwijdte van de Woo en kan het college per document een nieuwe afweging maken tussen subjectieve ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ en objectieve feiten & prognoses zoals artikel 5.2 van de Woo voorstaat. Hierbij is de lijn dat de feiten en prognoses zullen worden geopenbaard en de ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ niet. Uiteindelijk zal de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie daarover nog zijn oordeel uitspreken.
Op basis van het zwaarwegende advies van de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie zal het college uiteindelijk een besluit (op bezwaar) moeten nemen over de openbaarmaking.
-
Fractie D66 (Wimer Heemskerk)
Is het mogelijk voor de bezwaarschriftencommissie om nu de stukken te beoordelen, zolang die stukken nog geheim zijn? De bezwaarschriftencommissie kan beoordelen of er door het college terecht geheimhouding op grond van artikel 25 van de Gemeentewet is gelegd op deze stukken. Een inhoudelijke beoordeling in de Woo-procedure is niet mogelijk zolang de verklaarde documenten geheim zijn. Zie ook het voorgaande antwoord. Nu we zelf al constateren dat de geheimhouding voor wat betreft ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ onjuist is, stellen we voor dat de raad (via een amendement) de geheimhouding nu al opheft. Op deze manier vallen de desbetreffende stukken onder de reikwijdte van de Woo en kan de bezwaarschriftencommissie direct beoordelen of de weigering van documenten op grond van ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ correct is gebeurd. En daarmee helderheid verschaffen.
Zit er verschil tussen vertrouwelijk en geheim? Zie het antwoord op de eerste vraag van de fractie van Arnhem Centraal. Er zit verschil tussen ‘vertrouwelijk’ en ‘geheim’, hoewel dit verschil klein en subtiel is en, ook in de vakliteratuur, niet altijd scherp kan worden aangeduid.
Is er bij de uitvoering van het Woo-verzoek steeds een belangenafweging geweest tussen de belangen van de ambtenaren en het belang om informatie te hebben?
5 Voor de goede orde: voor het andere deel van de documenten is de geheimhouding op juiste gronden
opgelegd en dient die te worden gehandhaafd
MEMO De belangen van ambtenaren zijn in de belangenafweging door het college niet relevant. Het gaat om een afweging tussen het belang om informatie te openbaren en dat besluiten van het gemeentebestuur goed worden voorbereid. Dat gezegd hebbende, de beoordeling van stukken op grond van ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ is te grofmazig geweest.
Klopt het dat het in verdere gevallen, buiten de ‘dubbelingen’ in concepten ten opzichte van definitieve versies, wel kloppend is of geen fouten zijn gemaakt? Dat kunnen we niet met zekerheid zeggen. We lopen, nadat de geheimhouding op grond van de Gemeentewet gedeeltelijk is opgeheven, op korte termijn de stukken nogmaals nauwgezet door om te zien of extra passages openbaar kunnen worden gemaakt. De verwachting is dat dit voor betrokkenen geen nieuwe informatie oplevert. Uiteindelijk toetst ook de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie het genomen besluit (in volledige omvang) op het Woo-verzoek op rechtmatigheid en doelmatigheid.
-
Fractie VVD (Rebin Maref)
Wat maakt het dat deze kwestie naar boven is gekomen? Is dat omdat de zaak terug is gekomen naar de raadskamer en nog eens naar de geheimhouding is gekeken? Deze kwestie is naar boven gekomen bij de voorbereiding op de raadsbehandeling van het Woo-besluit. Zoals aangeven in het memo van 28 november hebben we de besluitvorming rond het Woo-besluit nogmaals onderzocht. We constateerden dat we de Woo in de basis goed hebben toegepast en met een goede motivering op de juiste grond hebben geweigerd stukken te verstrekken. Bij het hanteren van de weigeringsgrond ’persoonlijke beleidsopvattingen’ realiseren we ons dat er zich in het dossier mogelijk passages bevinden die enige ruimte voor interpretatie laten. Ook is geconstateerd dat het onder geheimhouding verstrekken van de documenten met daarin opgenomen ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ aan de raad niet mogelijk is.
Wat zegt dit over andere Woo-verzoeken waar een vergelijkbare situatie speelt? Vergelijkbare situaties zijn bij ons niet bekend.
Hoe kunnen wij gerustgesteld worden, hoe reflecteert het college daar op? Dit is geen technische vraag. Voor beantwoording van deze vraag verwijzen wij u graag door naar de bespreking in de raadskamer op woensdag 14 december 2022.
Hebben wij daar de tools voor, hebben we daar zicht op? De strekking van de vraag is ons niet geheel helder. Natuurlijk hebben we kennis van de tools die ons helpen in het bepalen of stukken geheim aan de raad moeten worden verstrekt of niet. Zie hiervoor bijvoorbeeld de inleidende alinea’s van dit memo.
Klopt het procedureel om de geheimhouding te bekrachtigen? Bekrachtiging van geheimhouding is op dit moment niet aan de orde. Voor ligt nu een voorstel tot opheffing van de geheimhouding van een deel van de stukken. Hierdoor kunnen deze stukken, na (gedeeltelijke)
MEMO opheffing van de geheimhouding in de lopende bezwaarprocedure tegen het Woo-besluit worden betrokken en beoordeeld.
Als het Woo-verzoek op onjuiste gronden is afgewezen, moet de gemeente nu alles openbaren of zijn we nu, door middel van de memo, een tussenoplossing aan het bedenken? We zijn niet een tussenoplossing aan het bedenken. We zijn werken er aan dat alle documenten die op basis van de Woo verstrekt zouden moeten worden, verstrekt gaan worden.
Is het niet goed om het hele proces weer vanaf de start te beginnen? Dat is niet een oplossing die recht doet aan de verschillende belangen die spelen. In het kader van de bezwaarprocedure, waarbij er per definitie sprake is van een volledige heroverweging, kan het juiste en gewenste resultaat worden bereikt.
Aanvullende (verdiepende) vragen In aansluiting op de tijdens de raadskamerbehandeling reeds beantwoorde vragen kwamen nog de volgende (onbeantwoorde) vragen naar voren. Deze zullen wederom onmiddellijk na de vragen worden beantwoord.
-
Fractie SP (Gerrie Elfrink)
Als het college alles met de Awb geheim kan houden, waarom dan toch geheimhouding opleggen op grond van de Gemeentewet? Het is wenselijk om bij overlegging van stukken aan de gemeenteraad geheimhouding op te leggen op grond van de Gemeentewet omdat dan eenduidig het geheime karakter van die documenten voor de raadsleden kenbaar is. Zie verder het antwoord op de eerste vraag van de fractie Arnhem Centraal.
-
Fractie PvdA (Giovanni Visser)
Kijkend naar het eerste lid van artikel 2:5 Awb. Wat wordt er bedoeld met het laatste zinsdeel: “…behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.”? Kan de Awb bijvoorbeeld doorbroken worden door de Woo? Antwoord op eerste vraag: De hoofdregel van artikel 2:5 Awb is dat eenieder die op de een of ander wijze betrokken wordt bij de uitvoering van een bestuurstaak en in dat kader kennis verkrijgt van vertrouwelijke gegevens, verplicht is tot geheimhouding daarvan. Op die hoofdregel bestaan belangrijke uitzonderingen. Deze zijn genoemd in het aangehaalde zinsdeel van artikel 2:5 Awb: wettelijk voorschrift en noodzaak op grond van taak. De geheimhoudingsplicht geldt niet als de wet verplicht tot het openbaar maken van bepaalde gegevens. Bijvoorbeeld de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning kennen ook bepalingen waarbij met doorbreking van de geheimhoudingsplicht inlichtingen kunnen worden verstrekt die overigens geheim moeten blijven6. 6 Zie de artikelen 7.3.11 Jeugdwet (over onder toezicht gestelden) en artikel 5.2.6 Wet maatschappelijke
ondersteuning 2015 (over situaties waarin (mogelijk) sprake is van huiselijk geweld)
MEMO Antwoord op tweede vraag: Nee, in principe kan de geheimhoudingsplicht van artikel 2.5. Awb niet doorbroken worden door de Woo. Doorgaans zal ‘vertrouwelijke informatie’ immers onder één van de uitzonderingsgronden van de Woo vallen, waardoor dergelijke informatie niet openbaar hoeft te worden gemaakt op grond van de Woo.
-
Fractie SP (Gerrie Elfrink)
Als je het Protocol volgt, en belangrijke elementen (daarin): het opleggen van geheimhouding dient altijd gemotiveerd te worden, dan kan dat nooit betekenen dat je de wet gaat overtreden, want dat is dan niet gemotiveerd en verantwoord om te doen. Kan dat bevestigd worden? Vanuit juridisch oogpunt is het lastige van het door de gemeenteraad van Arnhem vastgestelde Protocol dat daarin enerzijds wel melding wordt gemaakt van artikel 2:5 Awb, dat gaat over vertrouwelijke informatie, en anderzijds uitspreekt dat het college de term vertrouwelijk niet mag gebruiken. -
Fractie D66 (Wimer Heemskerk)
In de stukken die de gemeenteraad geheim houdt, kan daar door de bezwaarschriftencommissie op getoetst worden of daarin de persoonlijke beleidsopvattingen correct als grond zijn gebruikt? Als de raad de geheimhouding op de stukken met ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ in stand zou laten, kan de bezwaarschriftencommissie niet tot een andere conclusie komen dan dat de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de geheimhouding op deze stukken onrechtmatig is. Als de raad de geheimhouding op de stukken met ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ nu opheft, vallen die stukken onder de reikwijdte van de Woo en kan de bezwaarschriftencommissie direct oordelen of ook de weigering op de grond ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ rechtmatig is geweest. Bij stukken die op andere gronden -zoals bedrijfsgeheimen en financiële belangen van de gemeente- geheim worden gehouden, speelt de grond ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ geen rol en moet de geheimhouding van de stukken naar het oordeel van het college zeker in stand worden gehouden.