CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo 'Beantwoording openstaande vragen behandeling begroting 2025', d.d. 23 oktober 2025 - bij wethouder Bouwkamp

Politieke Avond 12 november 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: Nagezonden antwoorden en schriftelijke reacties862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Datum : donderdag 23 oktober 2025 Aan : Gemeenteraad Arnhem Van : College van burgemeester en wethouders Betreft : Beantwoording vragen behandeling Begroting 2025 _________________________________________________________________________________________

Tijdens de Raadskamer portefeuillehouder Bouwkamp op woensdag 22 oktober jl. is door D66 een aantal vragen gesteld waarvan is toegezegd dat hier schriftelijk op terug wordt gekomen. Met dit memo wordt antwoord gegeven op deze vragen.

Vraag 1: Is uitgangspunt nu indexeringen zo veel mogelijk conform werkelijke kostenstijgingen in de sector? Vorig jaar al duidelijk geworden dat we daar flink onder zaten de afgelopen jaren en dat dat nu er wel geïndexeerd wordt geen compensatie voor is geboden. De gemeente indexeert subsidies jaarlijks conform de systematiek uit de Perspectiefnota (‘nominaal en areaal’). Sinds vorig jaar wordt daarbij meer (maar niet volledig) rekening gehouden met de werkelijke kostenontwikkelingen in de verschillende sectoren, door onderscheid te maken in de verhouding tussen loon- en prijsontwikkeling per subsidiecategorie. Voor alle subsidies worden dezelfde indexpercentages gehanteerd als in de gemeentelijke begroting zelf. De percentages zijn gebaseerd op de loonvoet sector overheid en de index materiële overheidsconsumptie (IMOC), zoals opgenomen in het CEP (respectievelijk 2,0% en 2,1%). We maken daarbij onderscheid naar vijf subsidiecategorieën: zorg & welzijn, cultuur, sport, onderwijs en overig. Voor cultuur en sport is de verhouding loon- en prijsontwikkeling vastgesteld op 45/55. Deze verhouding is gebaseerd op meerjarige analyses van de jaarrekeningen van instellingen in die sectoren. Daarmee sluit de indexering beter aan bij de feitelijke kostenstructuur.

Waar sprake is van knelpunten of sterk afwijkende kostenontwikkelingen, voeren wij maatwerkoverleg met de betreffende subsidiepartners.

Vraag 2: Eén van de drie punten van motie 25M104 (over cultuurparticipatie) is niet uitgevoerd. Dat blijkt ook uit het uitgebreide schriftelijke antwoord hierover. Doel van de motie was om ook vooruitlopend op het IAB al stappen te zetten. Waarom heeft het college de keuze gemaakt om wel de twee andere doelen te financieren maar dit niet? Het college kiest voor een gerichte aanpak van een taai vraagstuk waarover het in gesprek moet blijven met (vertegenwoordigers van) de amateurkunstsector. Het Platform Amateurkunst Arnhem heeft aangegeven een enquête onder haar leden te willen houden om meer beeld en grip te krijgen op het vraagstuk rond betaalbaarheid. De uitkomsten daarvan kunnen bijdragen aan de gerichte oplossingsrichtingen en hoeven niet perse financiële consequenties te hebben die pas per 2027 uitgevoerd kunnen worden. Omdat we momenteel naar onze mening nog

MEMO onvoldoende beeld hebben op mogelijke oplossingen en wensen van de amateurkunstsector, en de exacte financiële consequenties hiervan, zijn deze nog niet terug te vinden in de begroting. De genoemde motie refereert verder expliciet naar motie 24M154. Voor de uitvoering van de motie zijn diverse kansen voor betaalbaar muziekonderwijs voor kinderen en jongeren in beeld gebracht. Deze kansen benutten we op dit moment zo veel mogelijk. Momenteel hebben we nog onvoldoende beeld van de financiële consequenties hiervan. Zodra er extra financiering nodig is, komen we hierover bij de raad terug. Belangrijk is daarbij onze inspanningen op de Rijke Schooldag hierin mee te nemen, om er voor te zorgen dat de kansen goed op elkaar aansluiten. Voor de toegankelijkheid van cultuurparticipatie is betaalbaarheid belangrijk. Daarom zijn we voornemens om via de regeling amateurkunst middelen voor Fair Pay (mede ook uit motie 25M104) ook beschikbaar te maken voor de inzet van kunstprofessionals in de amateurkunst, zoals voor muziekdocenten en koordirigenten. Daarom zijn we voornemens om de fair pay beschikbaar te stellen. Op deze manier kunnen contributies zo laag mogelijk blijven.

Vraag 3: In de technische antwoorden wordt aangegeven dat het college veel wil, in het toegankelijk houden/maken van cultuurparticipatie voor iedereen. Er worden veel verschillende suggesties genoemd (versterken bekendheid Jeugdfonds Cultuur, verbeteren Gelrepas, mogelijkheden in de Rijke Schooldag). We zien nog geen keuzes, er wordt wel gesproken van een ‘verdere analyse’ die in Q1 2026 wordt voorgelegd. Gevolg is dan dat we pas in 2027 eerste stappen zetten. Wat heeft het college concreet nodig om vanaf volgend jaar al een verbetering te realiseren? En dus resultaten te boeken? Zoals bij het antwoord op vraag 2 al aangegeven, zijn we in gesprek met de amateurkunstsector. Momenteel werken we samen met de amateurkunstsector aan een beter beeld en meer grip op het vraagstuk rondom betaalbaarheid. Om volgend jaar al aan de slag te kunnen gaan met de uitvoering van maatregelen, zal extra budget nodig zijn. De hoogte van dit budget is nog niet in te schatten en afhankelijk van de uitkomst van de gesprekken met de amateurkunstsector. Waar mogelijk zoeken we daarbij ook naar aansluiting bij bestaande programma’s.

Vraag 4: Herkent het college het knelpunt van Theater aan de Rijn? Hoe verhoudt dit zich tot de opdracht uit motie 25M104 om te investeren in talentontwikkeling en waarbij met dat geld andere keuzes zijn gemaakt. Het college herkent het huisvestingsvraagstuk van Theater aan de Rijn. Dit is een aparte opgave en zit nog in een verkenningsfase. Wat betreft de opdracht om te investeren in talentontwikkeling en de gemaakte keuzes: het college heeft € 4 ton opgenomen in de begroting met als doel om niet alleen de positie van onze rijksgezelschappen (Theater Oostpool, Introdans en Phion) en het productiehuis podiumkunsten (Theater aan de Rijn) te versterken, maar ook om nieuwe spelers in het Arnhemse cultuurlandschap structureel te ondersteunen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=6514c613-0e00-47f7-b032-9b160dc936e6