Ingezonden ongevraagd advies van Adviesraad Jeugd en Wmo - 'Samen aan zet'
Tekst van het document
Gemeente Arnhem T.a.v. college van Burgemeester en Wethouders Postbus 9029 6800 EL Arnhem
cc. Naam beleidsmedewerker: Barbara Willaert Naam contactpersoon: Ellen Krabbenborg Naam wethouders: Roeland van der Zee, Bob Roelofs Arnhem, 26 november 2021 Onderwerp: ongevraagd advies op kadernota ‘Samen aan zet’
Geacht college, De Adviesraad Jeugd en Wmo heeft respect voor het feit dat de gemeente Arnhem de dienstverlening aan de inwoners zo goed mogelijk probeert uit te voeren, maar wil graag een aantal opmerkingen maken en aanbevelingen geven over de kadernota' Samen aan zet', de nota waarin de doordecentralisatie van Beschermd Wonen omschreven wordt. De Adviesraad probeert het belang en het perspectief van de inwoner in haar advies zoveel mogelijk voor het voetlicht te brengen op basis van de mogelijke praktische consequenties die de doordecentralisatie heeft. We hopen dat we de beleidsmakers hiermee wat op scherp te zetten als het gaat om deze kadernotitie of anders het vervolg ervan de komende jaren op lokaal en regionaal niveau. Deze adviesraad heeft ervoor gekozen het ongevraagd advies te formuleren aan de hand van de volgende punten: 1. Waar liggen de kansen 2. Wat zijn onze aandachtspunten (zorgen) 3. Welke aanbevelingen willen we meegeven Ad 1. Kansen •
•
De Adviesraad vindt de nota een duidelijke koers aangeven en een leidraad voor de stappen die gezet moeten worden om in de komende jaren de doordecentralisatie vorm te kunnen geven De Adviesraad is van mening dat de beweging die gemaakt wordt naar meer inclusie van deze kwetsbare groep burgers, door van beschermd wonen door te kunnen stromen naar beschermd thuis, een goede beweging is.
Ad 2. Aandachtspunten
•
•
•
•
•
De nota heeft een hoog bestuurlijk en daardoor abstract karakter, wat maakt dat er onvoldoende beeld is wat betreft de praktische consequenties voor de inwoners die gebruik maken van beschermd wonen. Voor deze beweging zijn voorwaarden noodzakelijk die veelal op gemeentelijk niveau nog uitgewerkt moeten worden en die zijn gekoppeld aan een bezuinigingsopdracht die risico's met zich mee kan brengen. De WMO beschermd wonen status is altijd tijdelijk van karakter, maar kan afhankelijk van de problematiek, veel verplaatsingen tussen voorzieningen lokaal dan wel regionaal tot gevolg hebben, die niet in het belang van deze inwoners zijn. Bij 40% van de populatie is wonen en zorg gescheiden. Voor de populatie die regionale voorzieningen nodig heeft zal de scheiding van wonen en zorg nauwelijks aan de orde zijn. In de lokale voorzieningen echter wel, maar de vraag is of inwoners daar ook kunnen blijven wonen als ze los komen van de zorg.
Is het een woning /verblijfsvoorziening van de zorgaanbieder die door de inwoner gehuurd wordt (zoals bij beschermd wonen basis en intensief) of moet de inwoner zich verplaatsen naar een andere woning die verhuurd wordt door een zorgaanbieder, particuliere woningaanbieder of de woningbouwcorporatie? Naar ons idee wordt bij het vinden van geschikte woonruimte lokaal in de wijk vooral gekeken naar woningbouwcorporaties en particuliere beleggers in onroerend goed. Dit kan leiden tot een concentratie van deze voorzieningen in bepaalde wijken. Vanuit bewoners perspectief is dit om meerdere redenen niet wenselijk. Verder ligt het risico van het 'rondpompen' van inwoners op de loer als het gaat om het op- en afschalen aan de hand van problematiek, de afhankelijkheid van de markt, de zorgaanbieder en indicatie. 'Welkom in de woonomgeving'. Om dit te realiseren zal gekeken moeten worden hoe om te gaan met bezwaren van omwonenden als er een kleinschalige voorziening in de wijk gerealiseerd gaat worden. Hoe verhoudt dit zich tot de omgevingswet waarin burgers meer inspraak krijgen in de vormgeving van hun leefomgeving? Wanneer wordt er doorgezet en hoe kan er toch draagvlak gecreëerd worden? Wie gaat dit doen en onderhoudt de contacten met omwonenden? De gemeente, het wijkteam, de samenlevingsopbouwwerker?
Ad.3 Aanbevelingen •
•
•
Voor de kwetsbare inwoners is het van belang dat je duidelijkheid en zekerheid kunt bieden en dat zorgaanbieders koersen op zoveel mogelijk ontwikkeling van deze inwoners, zodat de problematiek normaliseert en stabiliseert, de zelfredzaamheid vergroot wordt en zelfstandig wonen daardoor realiseerbaar. Lukt dit niet dan is veelal de WLZ aan de orde. Zorg dat het zorglandschap lokaal en regionaal afdoende is, op elkaar aansluit en afgestemd is op elkaar. Een bezuiniging kan tot gevolg hebben dat er gekort wordt op voorzieningen. Een transitie (verandering) zoals deze kost veel inzet en betekent in eerste aanvang dus meer investering. Zorg dat de gemeenten onderling hier goede afspraken over maken en dezelfde verwachtingen hebben. De WMO beschermd wonen status is in die zin altijd tijdelijk van karakter, maar kan afhankelijk van de problematiek, veel verplaatsingen tussen voorzieningen lokaal dan wel regionaal tot gevolg hebben, die niet in het belang van deze inwoners zijn.
• •
•
•
•
•
Op- en afschalen van zorg bij beschermd wonen vraagt om aandacht, flexibiliteit en snel kunnen handelen (geen wachttijden). Verder willen we aandacht vragen voor alternatieve vormen van wonen. Denk aan constructies waarbij verschillende inwoners van verschillende pluimage (student, gescheiden en alleenstaand, kwetsbaar, etc.) in een klein complex wonen met een beheerder/ hoofdbewoner. 40% van de beschermd wonen clientèle is tussen de 18 en 27 jaar. Hun begeleiding zal (meer) gericht kunnen worden op het doen van een opleiding of vinden van werk. Betrek zo snel mogelijk de uitkeringsinstantie bij het zoeken naar arbeidsmatige dagbesteding en/of werk. Zorg dat 'simpel switchen' mogelijk is tussen deze (arbeidsmatige) dagbesteding en werk. Het is noodzaak dat gemeenten dit voor hun eigen inwoners goed regelen, ook als het bijvoorbeeld gaat om regionale voorzieningen en schuldhulpverlening. Veelal zijn inwoners die gebruik maken van beschermd wonen afhankelijk van een uitkering en kan er sprake zijn van schulden wat de zelfredzaamheid/het ‘zelfdrijvend’ vermogen niet bevordert. Zorg voor reële tarieven voor zorgaanbieders om tot goede uitvoering te komen en flexibiliteit in indicaties (financiering via producten) wat betreft op- en afschalen. Hierbij kan een beperkt scala aan producten, helpen zodat niet steeds weer een aanpassing van de indicatie noodzakelijk is.
De houdbaarheid van WMO beschermd wonen indicaties is qua geldigheidsduur beperkt en de (grotendeels) p x q financiering kan veel (financiële) bureaucratie veroorzaken als het gaat om op- en afschalen. Voor zorgaanbieders zijn loonstijgingen, duurdere bouwkosten, woningnood keuzes en personeelstekort aan de orde. Zorg dat je als gemeente en regio goed in verbinding blijft met zorgaanbieders en hen reële kansen biedt. Zorg voor verbinding tussen zorgaanbieders in de opdracht/' klus' die ze samen moeten klaren. Een aanbiedersoverleg, zoals voorgesteld in de kadernotitie, is een goed idee. Investeer daarin, want dit komt de kwaliteit van zorg ten goede en het commitment om zich te verbinden aan de visie en constructie in de regio. Het hybride toegangsmodel dat in de nota genoemd wordt mag nog wat nader uitgelegd worden. Wanneer lokaal en wanneer regionaal? Wie voert de regie en heeft deze regisseur het mandaat om lokaal dan wel regionaal te opereren?
Ten slotte Wij gaan ervan uit dat u dit advies zult opnemen in het Raadsinformatiesysteem ten behoeve van de informatie-, commissie- en raadsvergaderingen en zien een reactie op dit advies door uw college met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad Jeugd & Wmo gemeente Arnhem,
Elvira Flaton Voorzitter