Getekend raadsbesluit
Tekst van het document
GEMEENTE
Besluit van
24 mei 2023
Zaaknummer
665207
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM: Gelezen Gelet
het voorstel van het college van burgemeester
opartikel
en wethouders van 13 september
2022
149 van de Gemeentewet;
gezien het amendement
"Gemeente
verantwoordelijk voortijdig beslissen"
(23A12);
BESLUIT: vast te stellen de VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR ARNHEM I
Wijzigingen
A. Na artikel 2.3.4.1 wordt paragraaf 5 met bijbehorende
artikelen
ingevoegd en vastgesteld,
luidende:
“Paragraaf5 Tegengaanvaneenonveilig,niet leefbaarof malafideondernemersklimaat Artikel2.3.5.1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. exploitant: de natuurlijke persoonof de bestuurder de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend;
van een rechtspersoon, voorwiens rekening en risico
b.
beheerder: de exploitant, alsmede de natuurlijke persoondie door de exploitant is aangesteld feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten;
c.
bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voorhet publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woningdie als zodanig in gebruik is. bedrijfspand: het pand waarin het bedrijf gevestigd is.
d.
voorde
Artikel2.3.5.2 Aanwijzing vergunningplichtigegebouwen,gebiedenof bedrijfsmatigeactiviteiten 1. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het eerste lid van artikel 2.3.5.3 van toepassing is. 2.
Een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit in een gebouw of in een gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondomdat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. 3. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot éénof meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.
GEMEENTE
Arnhem hé Artikel2.3.5.3 Vergunning uitoefeningbedrijf 1.
Het is verboden
om zonder vergunning van de burgemeester
a.
in een door de burgemeester gebied; of
b.
indien de uitoefening van het bedrijf artikel 2.3.5.2 aangewezen
2.
De burgemeester a.
opgrondvan het eerste
een bedrijf
lid van artikel 2.3.5.2 aangewezen
een door de burgemeester
bedrijfsmatige
uit te oefenen: gebouw of
opgrondvan het eerste
lid van
activiteit betreft.
kan een vergunningals bedoeld
in het eerste
lid weigeren:
in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.
b.
in het belang van het voorkomenof beperken
c.
indien de leefbaarheid
in het gebied
van overlast of strafbare
feiten;
door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed
ofdreigt te
worden beïnvloed; d.
als de exploitant of beheerder
in enig opzichtvan slecht levensgedrag
is en daardoor een
aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico ofeen aantoonbaar risico voorde openbare orde ontstaat; e.
als redelijkerwijs vermelde
f.
moet worden aangenomen dat de feitelijke
toestand niet met het in de aanvraag
in overeenstemming zal zijn;
als er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf
personen werkzaam
zijn of zullen zijn in strijd met het bij of
krachtens de Wet arbeid
of Vreemdelingenwet
2000 bepaalde;
vreemdelingen
g. als de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende Wet milieubeheer.
beheersverordening,
bestemmingsplan, een geldend een geldend
voorbereidingsbesluit
of de
Artikel2.3.S.4 Vergunningaanvraag 1.
De vergunningals bedoeld
in het eerste
lid van artikel 2.3.5.3 dient te worden aangevraagd
door de
exploitant. 2.
Een aanvraag gesteld
3.
Bij de aanvraag
om een vergunning wordt vermeld
wordt gevraagd,
en worden in ieder
a.
voorwelke
b.
het adres
het nummer van inschrijvingin het handelsregister
d.
indien van toepassing de verblijfstitel arbeid
website
beschikbaar
activiteiten
geval de volgende gegevens en bescheiden
c.
e.
bedrijfsmatige
de persoonsgegevens en een kopie van een geldig identiteitsbewijs beheerder(s);
verblijfstitel:
4.
om een vergunningwordt ingediend met een opde gemeentelijke
aanvraagformulier.
en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige
activiteiten
de vergunning
overgelegd:
van de exploitant en
worden uitgeoefend;
bij de Kamer van Koophandel;
van de exploitant of beheerder;
een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder
en indien sprake is van een gerechtigd is om in Nederland
te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
Indien de burgemeester dat nodigacht voorde beoordeling van een aanvraag aanvullende gegevens worden overgelegd.
kan hij verlangen dat
Artikel2.3.5.5 Intrekkingen wijziging vaneenvergunning Onverminderd
het bepaalde
in artikel
1.5 kan de burgemeester
een vergunningals bedoeld
in het eerste
lid
van artikel 2.3.5.3 intrekken ofwijzigen als: a. b.
door het bedrijf
de openbare orde wordt aangetast
door het bedrijf
de leefbaarheid
dreigt te worden beïnvloed;
in het gebied
of dreigt te worden aangetast;
door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed
of
GEMEENTE
c.
de voorschriftenverbonden aan de vergunningof de plichten voortvloeiend uit deze worden nageleefd;
paragraaf
niet
d.
de exploitant of beheerder in enig opzichtvan slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar risico voorde openbare orde ontstaat; e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn ofzullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning in overeenstemming is; vermelde j. indien sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. Artikel2.3.5.6 Sluiting bedrijf en/of bedrijfspand 1.
Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het eerste lid van artikel 2.3.5.3 wordt geëxploiteerd of indien éénvan de situaties als bedoeld in artikel 2.3.5.5, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluitingvan het bedrijf en/of het bedrijfspand bevelen. 2. De sluitingkan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. Artikel2.3.5.7 Gebodenen verbodenexploitant 1. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf, waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunningopgenomengegevens, zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. 2. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning,indien zich geen weigeringsgronden uit artikel 2.3.5.3, tweede lid voordoen. 3. Het is verboden een bedrijfspand voorbezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of een beheerder aanwezig is. 4. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf en/of in het bedrijfspand geen strafbare feiten plaatsvinden.
Artikel2.3.5.8 Uitgesteldewerkingaanwijzingsbesluiten voor bestaande gevallen In afwijking van het eerste lid van artikel 2.3.5.3 geldt het aldaar gestelde verbod voorde exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het in artikel 2.3.5.2 genoemde aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voordie bestaande activiteiten opbestaande locaties niet: - In gevallen waarin noggéénvergunning zoals bedoeld in artikel 2.3.5.3 is aangevraagd: In de eerste drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit; - In gevallen waarin binnen drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit een vergunning zoals bedoeld in artikel 2.3.5.3 is aangevraagd: Tot het besluit tot weigering van een door hem binnen de termijn van drie maanden aangevraagde vergunning.
GEMEENTE
Artikel2.3.5.9 Positievebeschikking bij niet tijdig beslissen Op de vergunningals bedoeld in artikel 2.3.5.3 is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing."
Toelichting “Paragraaf5 Tegengaanvaneenonveilig,niet leefbaarof malafideondernemersklimaat. Artikel 2.3.5.1 De vergunningwordt aangevraagd door de exploitant. Het ‘voorrekening en risico' heeft betrekking opde natuurlijke persoonof opde rechtspersoon. De dagelijkse leiding in het bedrijf kan in plaats van bij de rusten. Er wordt dus in het kader van de vergunningverleninggewerkt met exploitant zelf, bij een beheerder een beheerderslijst. Artikel 2.3.5.2 De systematiek van paragraaf 5 gaat uit van een gebouw-, gebieds- of activiteitgerichte aanpak. Hiermee kan maatwerk in de stad geleverd worden. De burgemeester kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een systeem van verplichte vergunningen. De noodzaak van een aanwijzing, alsmede de duur van de aanwijzing, wordt zorgvuldiggemotiveerd. De uitgangspunten van proportionaliteiten subsidiariteit gelden. Bij een gebiedsgerichte aanpak wordt de noodzaak van de aanwijzing mede bezien in samenhang met de andere maatregelen in een gebied. De vergunningplicht kan opgebouwniveau worden ingezet door deze bijvoorbeeld na concrete incidenten (strafbare feiten) van toepassing te verklaren ophet gebouw ofwanneer als gevolg van de wijze van exploitatie in dat gebouw de leefbaarheid of openbare orde onder druk staat.
Daar waar strafbare feiten in een gebouw worden geconstateerd en de gebouweigenaar niet voldoende gemotiveerd is om mee te werken aan de bestrijding hiervan biedt een vergunningplicht gericht opgebouwen soelaas. De vergunningplicht is dan direct van toepassing opde nieuwe of zittende ondernemer. Daarmee kan maatwerk worden geboden, en worden andere ondernemers, voorzover dat niet nodigis, niet in de aanwijzing betrokken. Een aanwijzing die specifiek opeen bepaald gebouw is gericht, kan dan juist proportioneelen gerechtvaardigd zijn. Indien sprake is van een (ernstige) structurele problematiek in een bepaalde branche of in een bepaald gebied kan opgrondvan dit APV artikel een vergunningplicht vooreen bedrijfsmatige activiteit of vooreen gebied worden ingevoerd. De burgemeester wijst een gebouw, gebied of een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend aan als in dat gebied dan wel door de wijze van exploitatie van het gebouw of door de bedrijfsmatige activiteiten naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel nadelig kan worden beïnvloed.
GEMEENTE
•n h Artikel 2.3.5.3 In artikel 2.3.5.3 is het verbod opgenomenom in een aangewezen gebouw, straat ofgebied bedrijfsmatige activiteiten te verrichten zonder vergunning van de burgemeester. In het aanwijzingsbesluit worden de bedrijfsmatige activiteiten genoemd waar de aanwijzing betrekking opheeft. Dat kan ookeen groep van bedrijfsmatige activiteiten zijn. Artikel 2.3.5.3, tweede
lid en artikel 2.3.5.5
In deze artikelen staan de weigeringe- en intrekkingsgrondenvermeld. Toezicht open handhaving van de vergunningplicht is mogelijk door intrekking van een reeds verstrekte vergunning of door sluitingvan het bedrijf. Aan een vergunningkunnenvoorschriftenen beperkingen worden verbonden (artikel 1.4). Indien de exploitant zijn verplichtingen uit het artikel of de vergunningvoorschriften niet nakomt, kan er reden zijn de vergunningin te trekken. Sub i is opgenomenom constructies van schijnbeheer tegen te kunnen gaan indien de praktijk niet in overeenstemming is met de situatie zoals opde vergunning vermeld. Artikel 2.3.5.4 In dit artikel wordt de wijze van indiening van de aanvraag van een vergunninggeregeld, alsmede welke gegevens en bescheiden moeten worden overgelegd. De vereiste gegevens worden nodiggeacht teneinde een weloverwogen beslissing te kunnennemen. Zo moet er in ieder geval sprake zijn van een geldige inschrijvingbij de KvK. Indien dat openig moment niet meer het geval is, kan dit reden zijn om de vergunningin te trekken (2.3.5.5, eerste lid, sub h en i). Als de burgemeester dat nodigacht voorde beoordeling van een aanvraag, kan hij om aanvullende gegevens verzoeken (2.3.5.4, vierde lid). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een actuele verklaring betalingsgedrag nakomingfiscale verplichtingen.
Artikel 2.3.5.7 Om oogte kunnenhouden oprelevante veranderingen moet de burgemeester daarvan weet hebben. De vergunninghouder is verplicht wijzigingente melden. Als er met inachtnemingvan de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezet bedrijf, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Als blijkt dat de wijzigingenniet zijn gemeld, kan dat leiden tot intrekking van de vergunning.Het is van grootbelang om een actueel overzicht te hebben van de in de aangewezen gebieden actieve exploitanten. Om die reden moet ookworden gemeld dat de exploitatie wordt beëindigd of overgedragen. Ook wanneer slechts een van de exploitanten stopt.Om schijnbeheer te voorkomenen te bestrijden is het van belang dat de beheerders bij de gemeente bekend zijn. Een wijzigingin het beheer kan pas plaatsvinden indien de burgemeester de gevraagde wijzigingin het beheer heeft bijgeschreven opde vergunningen de exploitant hiervan bericht heeft ontvangen. Artikel 2.3.5.8 Voorzittende exploitanten geldt dat zij drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen. Vragen zij niet binnen die termijn een vergunning aan, dan handelen zij in strijd met het verbod. De burgemeester kan dan met onmiddellijke ingangtot handhaving van het verbod overgaan. Wordt de aanvraag van een vergunninggeweigerd, dan wordt eerst een voornemen tot weigering kenbaar gemaakt. Hierna volgthet besluit tot weigering.
Exploitanten kunnenbezwaar maken tegen de weigering of intrekking en eventueel een voorlopigevoorzieningvragen bij de rechter als zij menen dat de vergunningten onrechte is geweigerd. De vergunningplicht opgrondvan het aanwijzingsbesluit en het verbod om zonder vergunningbedrijfsmatige activiteiten te verrichten, geldt voornieuwe exploitanten onmiddellijk na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit. Onder een nieuwe exploitant wordt ookverstaan: een exploitant die een andere bedrijfsmatige activiteit dan voorheen wil uitoefenen, en/of opeen andere locatie dan voorheen.
GEMEENTE
Artikel 2.3.5.9 Voorzover de Dienstenrichtlijn van toepassing is ophet vergunningstelsel en de voorwaarden, geldt dat met name gelet opde openbare orde en veiligheid er een dwingende reden van algemeen belang is en de gestelde eisen ookevenredig (geschikt en noodzakelijk) zijn, zodat het stelsel en de voorwaarden gerechtvaardigd zijn. De openbare orde en veiligheid vormt eveneens de reden om van een lex silencio positivoaf te zien. ”
II
Inwerkingtredingen citeertitel
1. Dit besluit treedt in werking opde eerste dag na die van de bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: "Verordening tot wijzigingvan de Algemene Plaatselijke Verordening voorArnhem - toevoeging paragraaf 5 aan Hoofdstuk2, Afdeling 3, getiteld: APV tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat."
>