Getekend raadsbesluit
Tekst van het document
GEMEENTE
Ar ni hem
Besluitvan
27september2023
Zaaknummer
167917
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen hetvoorstelvan burgemeester enwethouders van 11 juli 2023 nummer:167917; geletopartikel 3.8 van deWet ruimtelijkeordening;
besluit: 1.
Het bestemmingsplan'Chw ArnhemCentraal K3-K7’, zoals vervat in verbeelding NL.IMRO.0202.995-0301 met bijbehorende regelsentoelichting, gewijzigdvast te stellendoorde wijzigingen opgenomen in bijlage 1 doorte voeren.
2.
Geenexploitatieplanvast te stellenals bedoeldin artikel 6.12 van deWet ruimtelijkeordening.
GEMEENTE
ArnhemIküI Bijlage1 bij het raadsbesluit - Wijzigingenoverzichtbestemmingsplan ‘Chw Arnhem Centraal K3-K7 ’
De wijzigingen betreffen: Artikel3.1 sub b (voor wijziging)
maatschappelijke enculturelefuncties; Artikel3.1 sub b (na wijziging)
maatschappelijke enculturelefuncties,met uitzondering van geluidsgevoelige functies; Artikel 3.2.4voorwaardelijkeverplichting natuurinclusief bouwenwordtaangepast. De inhoud van deregeling blijft hetzelfde. De aanpassing betreft eenverduidelijking van deregels. Artikel3.2.4 (voor wijziging) 3.2.4 Voorwaardelijke verplichtingnatuurinclusief bouwen
a. Een omgevingsvergunning voorbouwenwordtuitsluitend verleend indienvoldoende natuurinclusieve maatregelenworden getroffen. b. Aan hetbepaalde onder a. wordtgeachtte zijn voldaan, indienhetbouwenvoldoetaan dein het 'Beleidsregels NatuurinclusiefBouwen'opgenomen puntensysteem. c. Voorzoverdebeleidsregels voornatuurinclusief bouwenzoals bedoeldonder a. van dit artikel gedurende deplanperiode worden gewijzigd,gelden dezewijzigingen vanaf hettijdstipvan bekendmakingvan dewijziging. d. De genomen maatregelenmet betrekkingtot natuurinclusief bouwenin hetkader van de vergunningverlening moetenin stand worden gehouden. e. Burgemeester enwethouders kunnen bij eenomgevingsvergunning afwijken van hetbepaalde onder a. indienhetvoldoen aan debepalingendoorbijzondereomstandigheden opoverwegende bezwaren stuit. Artikel3.2.4 (na wijziging) 3.2.4 Voorwaardelijke verplichtingnatuurinclusief bouwen
a. Eenomgevingsvergunning voorbouwenwordtuitsluitend verleend indienvoldoende natuurinclusieve maatregelenworden getroffen. b. Aan hetbepaalde onder a wordtgeachtte zijn voldaan indiener voldoende punten worden gehaald doordegenomen maatregelenzoals opgenomen in hetpuntensysteem zoals opgenomen in de'Beleidsregels NatuurinclusiefBouwen'van degemeente Arnhem. c. Voorzoverdebeleidsregels voornatuurinclusief bouwenzoals bedoeldonder b. van dit artikel gedurende deplanperiode wordengewijzigd,gelden dezewijzigingen vanaf hettijdstipvan bekendmakingvan dewijziging. d. Elet is verbodeneenwoning te gebruikenof laten gebruikenzonder denatuurinclusieve maatregelendiegenomen zijn in hetkader van devergunningverlening als bedoeldonder a aan te brengenenin stand te houden. e. Burgemeester enwethouders kunnen bij eenomgevingsvergunning afwijken van hetbepaalde ondera. indienhetvoldoen aan debepalingendoorbijzondereomstandigheden opoverwegende bezwaren stuit. f. Burgemeester enwethouders passen dezeregelstoemet inachtneming van dedoorhen vastgesteldebeleidsregels met betrekkingtot hetnatuurinclusief bouwen,zoals diegelden ophet tijdstipvan indiening van deaanvraag om eenomgevingsvergunning zoals bedoeldonder a.
GEMEENTE
A r n h ern laai Artikel 3.3 sub e onder 1 wordtaangepast opdevolgende wijze: Artikel3.3 sub e onder1 (voor wijziging)
e. tenaanzien van wonengelden devolgende regels: 1. wonenis uitsluitend opdeverdiepingen toegestaan,met dienverstandedat wonenopdeeerste tot enmet vierdeverdieping aan dezijdevan hetspoornietis toegestaanzonder deaanleg en instandhouding van eendovegevel Artikel3.3 sub e onder1 (na wijziging)
e. tenaanzien van wonen gelden devolgende regels: 1. wonenis uitsluitend vanaf de9e verdieping; De aftrek in detabel in artikel 10.1 aangepast. Artikel10.1
is bij geluidvan railverkeernietvan toepassing.De tabel is
'voor wijziging
Vast te stellen Toegepaste hogere aftrek in dB Aanduiding geluidbelasting(art. IlOg in dB Wqh)
Geluidafkomstig van : (naam wegvak/ baanvak)
Gevel
R1
68 dB
5
Arnhem-Zevenaar
Zie afbeelding1
R2
66 dB
5
Arnhem-Zevenaar
Zie afbeelding1
R3
65 dB
5
ArnhemZevenaar
Zie afbeelding1
W1
52 dB
5
Amsterdamseweg
Zie afbeelding2
W2
50 dB
5
Centrumrinq
Zie afbeelding2
Geluidafkomstig van : (naam wegvak/ baanvak)
Gevel
Artikel10.1
'na wijziging)
Vast te stellen Toegepaste aftrek in dB hogere Aanduiding geluidbelasting(art. IlOg in dB Wqh) R1
68 dB
N.v.t.
Arnhem-Zevenaar
Zie afbeelding1
R2
66 dB
N.v.t.
Arnhem-Zevenaar
Zie afbeelding1
R3
65 dB
N.v.t.
ArnhemZevenaar
Zie afbeelding1
W1
52 dB
5
Amsterdamseweg
Zie afbeelding2
W2
50 dB
5
Centrumrinq
Zie afbeelding2
Artikel 10.1
sub b wordtaangepast opdevolgende wijze:
Artikel10.1
sub b (voor wijziging)
bij woningen/appartementen waarvoor eenhogere waarde geldtwordter minimaal één (gezamenlijke)geluidsluwe buitenruimtegecreëerd; Artikel10.1
sub b (na wijziging)
dehogere waarden zoals bepaald ondera zijn toelaatbaar mits: 1. voordezewoningen sprake is van minimaal ééngeluidluwe gevelofeenakoestisch gelijkwaardigeoplossing; 2. vooreengeluidbelastewoning sprake is van minimaal ééngeluidluwe buitenruimte of eenakoestischgelijkwaardigeoplossing; Artikel 10.2 parkerenis aangepast opdevolgende wijze: Artikel10.2 (voor wijziging) 10.2 Parkeren
GEMEENTE
A r nhem 10.2.1 Parkeerregeling
a. Een omgevingsvergunning voorhetbouwenvan gebouwen wordtslechtsverleend indienbij de aanvraag om eenomgevingsvergunning wordtaangetoond dat geletopdeomvangof de bestemmingvan hetgebouwin voldoende mate wordtvoorzienin ruimtevoorhetparkerenof terreindat bij stallen van auto's in; opofonderhetgebouw,dan wel opofonderhetonbebouwde dat gebouwbehoort.Indienhetwijzigenvan hetgebruikvan gronden en/ofbouwwerken- waarvoor eenomgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleidinggeeft,moet,voorwat betreft detoename in deparkeer-of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimtezijn aangebracht opdiegronden ofop debij diebouwwerkenbehorende endaartoe bestemdegronden. B. De onder a. bedoelde ruimtevoorhetparkerenvan personenauto's moetafmetingenhebbendie zijn afgestemdopgangbare personenauto's. c. Aan hetbepaalde onder a. wordtgeachtte zijn voldaan indienderuimtevoorparkerenofstallen voldoet aan dein deBeleidsregels Parkerenvan degemeente Arnhemdaartoe opgenomen normen. 10.2.2 Laden oflossen
Indiendebestemmingvan eengebouwaanleidinggeefttot eente verwachtenbehoefteaan ruimte voorhetladenenlossenvan goederen, dient,onverminderd hetbepaalde eldersin deregelsvan dit plan, in dezebehoeftein voldoende mate zijn voorzienaan, in, of onder hetgebouw,dan wel opof onderhetonbebouwde terreindat bij dat gebouwbehoort. 10.2.3 Specifiekegebruiksregels
Tot eenstrijdiggebruikvan gronden en bouwwerkenals bedoeldin artikel 2.1, eerstelid, onder c van deWet algemenebepalingenomgevingsrecht wordtin elk geval gerekend hetgebruikenof laten gebruikenvan gronden of bouwwerkenwaarbij nietin voldoende mate ruimteis aangebracht enin stand wordtgehouden opeigenterreinvoorhetgenoemde in artikel 10.2.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeldin artikel 10.2.6. 10.2.4 Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester enwethouders kunnen bij eenomgevingsvergunning afwijken van hetbepaalde in de artikelen10.2.1 en 10.2.2: a. indienhet voldoen aan diebepalingendoorbijzondereomstandigheden opoverwegende bezwaren stuit, of b. voorzoveropanderewijze in debenodigde parkeer-of stallingsruimte,dan wel laad- of losruimte wordtvoorzien. 10.2.5
Voorwaarden voorafwijken
Afwijkenvan deregels,als bedoeldin deartikelen 10.2.1 onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. deparkeersituatiein deopenbareruimte; b. dewoon-en leefsituatie.
en 10.2.2 is slechtsmogelijk,indiengeen
10.2.6 Beleidsregels
Burgemeester enwethouders passendezebouwregelstoemet inachtneming van dedoorhen vastgesteldebeleidsregels met betrekkingtot hetparkeren,zoals diegelden ophettijdstipvan indiening van deaanvraag om eenomgevingsvergunning. Indiendezebeleidsregels gedurende deplanperiode worden gewijzigd,wordtrekening gehouden met dewijziging. Artikel10.2 (na wijziging) 10.2 Parkeren 10.2.1 Parkeerregeling
a. Eenomgevingsvergunning voorhetbouwenvan gebouwen wordtslechtsverleend indienbij de aanvraag om eenomgevingsvergunning wordtaangetoond dat geletopdeomvangof de bestemmingvan hetgebouwin voldoende mate wordtvoorzienin ruimtevoorhetparkerenof
GEMEENTE
^7)
Arnhem stallen van auto's in, opofonderhetgebouw,dan wel opof onderhetonbebouwde terreindat bij dat gebouwbehoort.Indienhetwijzigenvan hetgebruikvan gronden en/ofbouwwerken- waarvoor eenomgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleidinggeeft,moet,voorwat betreft detoename in deparkeer-of stallingsbehoefte, in voldoende mate ruimtezijn aangebracht opdiegronden of op debij diebouwwerkenbehorende endaartoe bestemdegronden. Indienhetwijzigenvan het gebruikvan gronden en/ofbouwwerken- waarvoor eenomgevingsvergunning is benodigd - daartoe aanleidinggeeft,moet,voorwat betreft detoenamein deparkeer-ofstallingsbehoefte, in voldoende mate ruimtezijn aangebracht opdiegronden of opdebij diebouwwerkenbehorende en daartoe bestemdegronden. b. De onder a. bedoelde ruimtevoorhetparkerenvan personenauto's moetafmetingenhebbendie zijn afgestemdopgangbare personenauto's. c. Aan hetbepaalde onder a. wordtgeachtte zijn voldaan indienderuimtevoorparkerenof stallen voldoet aan dein deBeleidsregels Parkerenvan degemeente Arnhemdaartoe opgenomen normen. 10.2.2
Laden oflossen
Indiendebestemmingvan eengebouwaanleidinggeefttot eente verwachtenbehoefteaan ruimte voorhetladenen lossenvan goederen, dient,onverminderd hetbepaalde eldersin deregelsvan dit plan, in dezebehoeftein voldoende mate zijn voorzienaan, in, of onderhetgebouw,dan wel opof onderhetonbebouwde terreindat bij dat gebouwbehoort. 10.2.3
Specifiekegebruiksregels
Tot eenstrijdiggebruikvan gronden enbouwwerkenals bedoeldin artikel 2.1, eerstelid, onder c van deWet algemenebepalingenomgevingsrecht wordtin elk geval gerekend hetgebruikenof laten gebruikenvan gronden of bouwwerkenwaarbij nietin voldoende mate ruimteis aangebracht enin stand wordtgehouden opeigenterreinvoorhetgenoemde in artikel 10.2.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeldin artikel 10.2.6, zoals diegolden ophettijdstipvan indiening van de aanvraag om eenomgevingsvergunning zoals bedoeldin artikel 10.2.1 onder a. 10.2.4
Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester enwethouders kunnen bij eenomgevingsvergunning afwijken van hetbepaalde in de artikelen10.2.1 en10.2.2: a. indienhetvoldoen aan diebepalingendoorbijzondereomstandigheden opoverwegende bezwaren stuit, of b. voorzoveropanderewijze in debenodigde parkeer-ofstallingsruimte,dan wel laad- of losruimte wordtvoorzien. 10.2.5
Voorwaarden voorafwijken
Afwijkenvan deregels,als bedoeldin deartikelen10.2.1 en 10.2.2 is slechtsmogelijk,indiengeen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. deparkeersituatiein deopenbareruimte; b. dewoon-en leefsituatie. 10.2.6
Beleidsregels
a. Burgemeester enwethouders passendezebouwregelstoemet inachtneming van dedoorhen vastgesteldebeleidsregels met betrekkingtot hetparkeren,zoals diegelden ophettijdstipvan indiening van deaanvraag om eenomgevingsvergunning zoals bedoeldin artikel 10.2.1 ondera. Indiendezebeleidsregels gedurende deplanperiode wordengewijzigd,wordtrekening gehouden met dewijziging.