Getekend raadsbesluit
Tekst van het document
GEMEENTE
Arnhem Besluit van
3 juli 2024
Zaaknummer
4145692
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 maart 2024, nummer: 4145692;
gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit:
vast te stellen de
VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR ARNHEM Wijzigingen
I A.
In hoofdstuk 5: Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente, afdeling 5
Verbod vuur te stoken, wordt artikel 5.5.1 vervangen en komt als volgt te luiden: Artikel 5.5.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van
de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden.
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter
bescherming van de flora en fauna. 5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 ° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
B.
De toelichting bij artikel 5.5.1 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:
GEMEENTE
Arnhem Artikel 5.5.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te
stoken Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiteninrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de
Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. In het tweede lid is een aantal uitzonderingen opgenomen op het verbod in het eerste lid. In de
eerste plaats valt verlichting door middel van kaarsen, fakkels, sfeervuren - waarbij geen
afvalstoffen worden verbrand -, zoals terrashaarden en vuurkorven of vuur voor koken, bakken en
braden niet onder het verbod. Met een sfeervuur wordt hier bedoeld een vuur in een vuurkorf op een terras, bij een evenement of bij een schaatsbaan met de bedoeling een gezellige sfeer te creëren. Het verbranden van goederen bij bijvoorbeeld een demonstratie wordt niet gezien als een sfeervuur.
Daarnaast mag er geen sprake zijn van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Vooral binnen
de bebouwde kom kunnen klachten ontstaan over overlast of hinder door met name terrashaarden
en vuurkorven. Het college kan van het in het eerste lid omschreven verbod ontheffing verlenen. Daarbij kan worden
gedacht aan (veelal georganiseerdejvreugdevuren en kampvuren.
In het vijfde lid, van artikel 5.5.1 zijn van de werkingssfeer van deze bepaling uitgezonderd die
situaties waarop artikel 429 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, te weten het aanleggen van vuur of het onderhouden daarvan op zó korte afstand van gebouwen of goederen dat
daardoor brandgevaar kan ontstaan.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt ook niet, indien de provinciale omgevingsverordening van toepassing is. In de provinciale milieuverordening kunnen inzake dit onderwerp evenzeer regels
worden gesteld. Een afbakening tussen de APV en de provinciale verordening is dus noodzakelijk.
Inwerkingtreding en citeertitel
II
1.
Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.
2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Wijziging APV, Hoofdstuk 5, Afdeling 5, Verbod
afvalstoffen te verbranden. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 3 juli 2024.