CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekend raadsbesluit

Politieke Avond 21 december 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Wegsleepverordening 20233.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEEIENTE

Arnhem ^ Besluit van

21 december

Zaaknummer

710600

2022

DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 december

2023, nummer: 710600;

gelet opbepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede Wegenverkeerswet 1994, Besluit wegslepen voertuigen;

lid van de

overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen opde weg staande voertuigen te kunnenverwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen; Besluit: vast te stellen de WEGSLEEPVERORDENING GEMEENTE ARNHEM 2023 Artikel1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f.

RW 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; wet: de Wegenverkeerswet 1994; besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen; voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RW 1990; motorrijtuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet; het college: het college van burgemeester en wethouders.

Artikel2 Aanwijzing vanwegenen weggedeelten waarvoertuigenkunnenworden verwijderd, overgebracht en in bewaringgesteldin het belangvan het vrijhoudenvanwegenen weggedeelten Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnende gemeente aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soortenvan wegen en weggedeelten. Artikel3 Plaatsbewaringvoertuigenen openingstijden 1.

Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Van Eijck, Dr. Lelyweg 6, 6827BH Arnhem.

2.

De openingstijdenvan de in het eerste vrijdag van 08.00 - 17.00 uur.

lid bedoelde

bewaarplaats(en) zijn opmaandag tot en met

GEMEENTE

A r n h em ^ Artikel4 Kostenoverbrengenen bewarenvoertuigen 1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen: a. basistarief/voorrijkosten maandag tot en met zondag, dag en nacht:€ 113,87; b. sleepkosten maandag tot en met vrijdag 08.00 - 18.00 uur:€ 197,06; c. sleepkosten maandag tot en met vrijdag 18.00 uur- 08.00: € 225,63; d. sleepkosten zaterdag, zondag en feestdagen: € 225,63. 2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: a. € 29,97 voorhet eerste etmaal of een gedeelte daarvan; b. € 12,58 voorelk volgend half etmaal of een gedeelte daarvan. Artikel5 Overbrengenen in bewaringstellenvan motorrijtuigen in het gevalvangebleken onvoldoenderijgeschiktheid of rijvaardigheiddan wel het ontbrekenvaneen behoorlijk zichtbarekentekenplaat Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel6 Inwerkingtredingen citeertitel 1.

De Wegsleepverordening gemeente Arnhem 2017, vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2016, wordt ingetrokken.

2.

Deze verordening treedt in werking opde eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari2023.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening Arnhem 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 december De voorzitter,

De griffier,

2022.

iA

GEMEENTE

A r n h em ^ Toelichtingalgemeen Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen Het uitvoeren van de wegsleepregeling is een bevoegdheid van het gehele college van burgemeester en wethouders. Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn algemene regels gesteld over de toepassingvan bestuursdwang. Deze regels zijn vooreen grootdeel ookvan toepassingophet wegslepen van voertuigen. In de Wegenverkeerswet 1994 wordt een aantal bepalingen uit de Awb niet van toepassingverklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat opgrond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open. Uitgebreide werking Op grond van de Wegenverkeerswet 1994 mogen opde weg staande voertuigen worden weggesleept in het belang van de veiligheid opde weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhoudenvan aangewezen wegen en weggedeelten. De laatste categorie is in het verleden toegevoegd aangezien er meer locaties denkbaar zijn waar foutparkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid opde weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Direct optreden tegen dergelijke foutgeparkeerde voertuigen kan in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het onbevoegd parkeren oplaad- en loshavens,taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke.

Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangewezen in een gemeentelijke verordening voordat gebruik gemaakt kan worden van deze bevoegdheid. Een voertuig kan niet zonder meer worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt voldaan. Degene die met de uitvoeringvan de wegsleepregeling is belast, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het desbetreffende voertuig absoluutnoodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 4.00 uur's nachtsin strijd met een van de genoemde criteria is geparkeerd, zal doorgaansals niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In zo'n geval kan het opmakenvan een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar doorgaansvolstaan. Verhouding Wet-Mulder enbestuursdwang Wanneer een voertuig foutgeparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in principetwee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen opte treden. Allereerst door politie (inclusief de BuitengewoonOpsporingsambtenaren)en justitie opgrond van de Wet administratiefrechtelijke handhavingverkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het opmakenvan een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van burgemeester en wethouders. Er bestaat geen koppelingtussen deze twee vormen van handhaven.

Het opmakenvan een proces­ verbaal opgrond van de Wet Mulder is niet vereist, maar kan wel samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Vooreventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures opgrond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een fotodie de feitelijke situatie weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslagvan rechtsvervolgingdoor justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ookde kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.

GEMEENTE

Arnhem ^ Verordening In artikel 170 e.v. Wegenverkeerswet 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het college pas goed van deze bevoegdheid gebruikmaken wanneer de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassingvan deze bevoegdheid, zoals in artikel 173, tweede lid van de wet wordt voorgeschreven. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over: 1. 2.

de aanwijzingvan de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard; de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoeringvan het wegslepen en bewaren van voertuigen; 3. de eventuele aanwijzingvan wegen en weggedeelten waar opgrond van artikel 170, eerste lid, onder c Wegenverkeerswet 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.

Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnende hiervoorgenoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel van beleidsregels). Wegsleepwaardige overtredingen In deze verordening wordt - net als in de Wegsleepverordening gemeente Arnhem 2002 - niet concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Enerzijds omdat we onsnodeloos beperkingen kunnenopleggenwanneer in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. Op grond van artikel 170, eerste lid Wegenverkeerswet 1994 kunnenimmers voertuigen waarmee éneen verkeersregel wordt overtreden énwaarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van: a. b. c.

de veiligheid opde weg; of de vrijheid van het verkeer; of het vrijhoudenvan aangewezen weggedeelten

en wegen

zonder meer worden weggesleept. Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloosopelkaar aansluiten.Wanneer dit het geval is, bestaat er de kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele redenen in het ongelijkwordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard ookdat zaken niet dubbel moeten worden geregeld. Bovendien zoubij elke wijzigingin de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ookde wegsleepverordening moeten worden aangepast. Om die redenen hebben wij ervoor gekozen om de delictsomschrijvingen niet in de verordening opte nemen, maarte volstaanmet een wegsleepverordening waarin alleen zaken zijn geregeld die de gemeente aanvullend moet en kan regelen. Om tochenig houvastte bieden bij de toepassingvan de wegsleepverordening is aan het slot van deze algemene toelichtingaangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving. Ook wijzen wij nogophet bepaalde in artikel 170, zesde lid Wegenverkeerswet 1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrengingwordt begonnen.In de wet wordt niet expliciet aangegeven

GEMEENTE

Arnhem wanneer met de overbrengingwordt begonnen.In de dagelijkse praktijk wordt ervan uitgegaandat pas met de overbrengingwordt begonnenwanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrengingverbonden kosten dienen te vergoeden, waarbij met name kan worden gedacht aan de voorrijkostenvan het sleepvoertuig en administratieve kosten. Wegsleepwaardige situaties Hierna zijn onder A diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomenwaarbij het motief ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstromingvan het verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichtingis aangegeven zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden of de geconstateerde parkeerovertreding ookdaadwerkelijk sleepwaardig is. In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RW 1990. Bestuurders van voertuigen, met uitzonderingvan fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen(zie artikel 5 tot en met 7 RW 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen hunvoertuig niet parkeren opeen trottoir,voetpad of fiets/bromfietspad. In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43, tweede en bord E2 van bijlage 1 bij het RW 1990.

lid, en 81 RW 1990

In onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RW 1990 en bord E1 van bijlage 1 RW 1990. In onderdeel dwordtgedoeld opovertreding van het bepaalde in artikel 82 RW 1990. In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artkel 5 Wegenverkeerswet 1994, het kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te gedragen dat er gevaar opde weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer opde weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoudvan deze bepaling is zo ruim dat ongewenst gedrag opde weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds onder a tot en met d is geregeld, doorgaansonder deze bepaling kan worden gebracht. A. Veiligheidop de weg en vrijheidvan het verkeer Als gevallen waarin verwijdering, overbrengingen inbewaringstellingvan voertuigen in het belang van de veiligheid opde weg en de vrijheid van het verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b Wegenverkeerswet 1994) noodzakelijk kunnenworden genoemd: a. Plaatsopdeweg Een voertuig is tot stilstand gebracht opeen trottoir,voetpad offiets/bromfietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of gehandicaptenvoertuigbetreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RW 1990). b. Latenstilstaan Een voertuig is tot stilstand gebracht: 1. 2. 3. 4.

opeen kruispunt,rotonde of een overweg; opeen fietsstrook of de rijbaan langseen fietsstrook; opeen oversteekplaats of binneneen afstand van 5 meter daarvan; in een tunnel;

G E M È E N T E

Arnhem ^ 5. bij een bord bushalte ter hoogtevan de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, opeen afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voorhet onmiddellijk laten in- en uitstappenvan passagiers; 6. opde rijbaan langs een busstrook; 7. opeen busbaanof een busstrookmet uitzonderingvan een lijnbus; 8. langseen gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RW 1990; 9. opde rijbaan, inclusief de invoeg-en uitrijstrook,van een autosnelweg of autoweg, of, behoudens in noodgevallen, opde vluchtstrook,de vluchthavenof de berm van zo'nweg. c. Parkeren Een voertuig is geparkeerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

bij een kruispuntopeen afstand van minder dan 5 meter daarvan; vooreen inrit of een uitrit; buiten de bebouwde kom opde rijbaan van een voorrangsweg; langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RW 1990; opeen wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren; binneneen erf, waarbij - voorzoverhet een motorvoertuigbetreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen; 7. opeen weg waarvooreen geslotenverklaring geldt; 8. zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichtingin werking is gesteld. d. Bevelofaanwijzing Een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing,gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon; e. Gevaarlijkofhinderlijk gedrag Een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar opde weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer opde weg wordt of kan worden gehinderd. Hierna zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief nietzozeerligt bij de verkeersveiligheid en de doorstromingvan het verkeer, maar wel bij het vrijhoudenvan wegen en weggedeelten.

In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is concreet aangegeven opwelke soorten wegen en weggedeelten voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen zijn onder a tot en met j nader aangeduid. B. Vrijhouden vanaangewezen weggedeelten en wegen Verwijdering, overbrengingen inbewaringstellingvan voertuigen in het belang van het vrijhoudenvan aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c Wegenverkeerswet 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen) kunnennoodzakelijk zijn in het geval dat er een voertuig geparkeerd is: a.

b.

c.

opeen weg ofweggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RW 1190 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RW 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt; opeen weg ofweggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RW 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod om stil te staan geldt; opeen parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover:

GEMEENTE

Armhem het voertuig niet behoorttot de toegelaten categorie of groep voertuigen; het voertuig opeen andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig opandere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd; d. opeen taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; e. opeen gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage: tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig; tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart; die gereserveerd is vooreen bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig; f. opeen laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen; g. opeen parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzoverhet voertuig niet behoorttot de toegelaten categorie of groep voertuigen; h. opeen parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvooreen parkeervergunningis afgegeven; i. in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage met uitzonderingvan aangegeven dagen en uren. j.

opeen weg ofweggedeelte waar door middel van het bord C1 van bijlage 1 van het RW 1990 wordt aangegeven dat gebruik van dit weggedeelte niet is toegestaan (b.v. de Rijnkade bij hoogwater, tijdens kermis, evenementen, markt).

GEMEENTE

Arnhem ^ Artikelsgewijze toelichting Artikel1 Begripsomschrijvingen In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijvingvan deze begrippen spreekt voorzich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving. Ad d. Voertuig Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al RW 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen,maar ookfietsen en bromfietsen, gehandicaptenvoertuigenen wagens. Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in de APV is een bepaling opgenomenover de verwijdering van fietsen en bromfietsen van de openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is aanvullend opwat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11 van de APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid. Ad e. Motorrijtuig Het begrip 'motorrijtuig'is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking heeft opdit soortvoertuigen.

Artikel2 Aanwijzing vanwegenen weggedeelten waarvoertuigenkunnenworden verwijderd, overgebracht en in bewaringgesteldin het belangvan het vrijhoudenvanwegenen weggedeelten Zoals hiervoorin het algemene deel van de toelichtingis gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet zelf geregeld. Voorhet wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid opde weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan opalle wegen en weggedeelten binnende gemeente gebruik worden gemaakt. Voorhet wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhoudenvan wegen en weggedeelten kunnenopgrond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c WWV 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soortenvan wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. In deze verordening worden alle wegen en weggedeelten binnende gemeente aangewezen.

Kortom, een voertuig kan in het belang van het vrijhoudenvan wegen en weggedeelten slechts worden weggesleept wanneer deze wegen en weggedeelten énbehoren tot de soortenvan wegen en weggedeelten, zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, énzijn aangewezen in de wegsleepverordening. Voorde volledigheid wordt nogeens opgemerkt dat een parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, opzich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nachtopeen laad- en loshavenwordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven dicht zijn, zal het normaalgesproken (opdat moment) niet weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaanspas mogen worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven weer opengaanof enige tijd daarvoor.

C E M E E N T E

Arnhem ^ Artikel3 Plaatsbewaringvoertuigenen openingstijden De inhoudvan de bepaling spreekt voorzich. Vanwege de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de plaats(en) van bewaring van voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en wethouders is niet mogelijk. In onvoorzieneomstandigheden is het denkbaar dat de burgemeester opgrond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhavingvan de openbare orde tijdelijk ookandere terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. Artikel4 Kostenoverbrengenen bewarenvoertuigen In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke soortenvan kosten die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnenworden gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, maar ookom kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop,eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke. In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van bewaring van voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt.

Het etmaal, zoals hier bedoeld, begint ophet moment van in bewaring nemen van een voertuig en eindigt 24 uurlater. Artikel5 Overbrengenen in bewaringstellenvan motorrijtuigen in het gevalvangebleken onvoldoenderijgeschiktheid of rijvaardigheiddan wel het ontbrekenvaneen behoorlijk zichtbarekentekenplaat Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet nogtwee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op: •

•

- het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen of alcoholen dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW 1994); - de situatie dat een motorrijtuigniet beschikt over een behoorlijkzichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuigniet direct te achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met kentekens in geval van autodiefstal.

Wanneer in dit soortgevallen een voertuig moet worden weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefeningvan bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan ookniet van toepassingverklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname van goederen die ookin het strafrecht voorkomt. Wel heeft de wetgever voordeze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstukX. Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassingverklaard. Het is raadzaam om ookin de wegsleepverordening de artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voordeze gevallen van overeenkomstige toepassingte verklaren. Artikel6 Intrekking Deze bepaling spreekt voorzich.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=52f3c266-e8d3-4009-adb3-bfd766832b58