Getekend raadsbesluit
Tekst van het document
GEMEENTE
Arnhem ^ Besluit van
7 februari2024
Zaaknummer
4030908
DE RAAD VAN DE GEMEENTE ARNHEM; gelezen het voorstelvan burgemeester en wethouders van 9 januari 2024, zaaknummer 4030908; gelet opartikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8a van de Participatiewet; besluit: vast te stellen de VERORDENING TOTWIJZIGING VAN DE RE-INTEGRATIEVERORDENING Artikel I Wijzigingvan de verordening De verordening wordt als volgt gewijzigd: A. In artikel 1 wordt onderdeel g vernummerd tot I, en worden vijf nieuwe onderdelen ingevoegd, die komen te luiden: g. h.
i. j. k.
arbeidsbeperking: doorziekte of een gebrek belemmerd worden bij het verkrijgen van een baan of het verrichten van arbeid; interne werkbegeleiding: dooreen collega geboden dagelijkse werkbegeleiding opde werkvloer omdatde werknemer anders niet in staatis zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprakeis van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: dooreen erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen behorend tot de doelgroepen aan werkgevers; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijkeondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding opde werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet;
B. In artikel 6 worden de volgende wijzigingen
4.
aangebracht:
a. Het vierde en vijfde lid worden vervangen en komen te luiden: Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zouworden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;
GEMEENTE
Arn h em b.
de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht opde voorziening; c. de persoon een beroepkan doen opeen voorziening opbasis van een andere wettelijke regeling, waardoorer sprakeis van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeelvan het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaardendie in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voordie voorziening; f. het subsidie- of budgetplafond, dat voorde betreffende voorziening is vastgesteld, is bereikt. 5. Het college biedt de goedkoopstadequatevoorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodathet optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ookrekening met voorzieningen opgrond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak,bedoeld in artikel 44avan de wet. b.
Het zesde lid vervalt.
C. In artikel 9 worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
a. In het eerste lid wordt de zinssnede ‘aan aan een persoon’ vervangen door: ‘aan een persoon aan’; b.
In het derde lid wordt na het zinsdeel 'loonkostensubsidie opgrond van artikel 1 0d van de wet,’ de volgende tekst ingevoegd: 'persoonlijkeondersteuning als bedoeld in artikel 11, ’;
c.
Het vierde en vijfde lid worden vervangen en komen te luiden:
4. Ten behoeve van de in het vorige lid genoemde persoonlijkeondersteuning en aanpassing van de werkplek ontvangt de werkgever in afwijking van de artikelen 11 tot en met 11c, een vaste vergoeding ten bedrage van de rijksvergoeding die de gemeente ontvangt voorbeschut werk. Deze vergoeding wordt niet afgebouwd en wordt ingezet zolang het nodig is. 5. Het college biedt de voorziening Activerend werk of een vergelijkbare voorziening aan tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt. ” D. Artikel 10 wordt vervangen en komt te luiden: Artikel 10 Loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt loonkostensubsidie overeenkomstig artikel 10d, van de wet. 2. Een aanvraag voorloonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroeploonkostensubsidie, ookbeschouwd als een aanvraag om vast
^5
GEMEENTE
Arnhem ^
3.
4.
te stellen of de persoon behoort tot de doelgroeploonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Het college stelt binnen 12 weken na ontvangst van een aanvraag de loonwaardevast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.
E. Artikel 11 wordt vervangen en komt te luiden: Artikel 11 Algemene bepalingenover persoonlijkeondersteuning bij werk 1. Het college kan indien een werkgever een dienstverband aangaat met een persoon die behoort tot de doelgroepen waarvan is vastgesteld dat hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staatis de doorde werkgever opgedragen taken te verrichten persoonlijke ondersteuning bij werk inzetten. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk wordt alleen ingezet indien er sprakeis van een arbeidsovereenkomst van ten minste 6 maanden voorten minste 8 uurper week, 3. Persoonlijke ondersteuning bij werk kan verstrekt worden in de vorm van een subsidie aan de werkgever voor: a. interne werkbegeleiding dooreen interne werkbegeleider in dienst van de werkgever, of b. jobcoaching dooreen jobcoach in dienst van de werkgever. 4. Persoonlijke ondersteuning bij werk kan verstrekt worden in de vorm van jobcoaching in natura doormiddel van een erkende jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdrachtvan de gemeente, of een erkende jobcoach die werkzaam is bij een jobcoachorganisatiewaarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. 5. Persoonlijke ondersteuning bij werk wordt ingezet voorde duurvan maximaal3 jaar.
In specifieke situatieskan de inzet van persoonlijke ondersteuning verlengd worden als het college van oordeelis dat persoonlijke ondersteuning nog noodzakelijk is. 6. Persoonlijke ondersteuning bij werk kan in afwijking van het eerste lid ookworden aangeboden bij een proefplaatsingals bedoeld in artikel 13b. 7. Een aanvraag om persoonlijkeondersteuning bij werk kan bij het college worden ingediend doorbelanghebbende ofzijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformuliervaststellen. 8. Een aanvraag voorpersoonlijkeondersteuning bij werk moet binnen 4 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaandaan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaakvoordie ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 9. Het college bepaaltna overleg met belanghebbende, en indien van toepassing met de werkgever, welke vorm van persoonlijkeondersteuning bij werk, bedoeld in het tweede en derde lid, het beste kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling. 10. Het college onderzoekt, voorzover nodig en gelet opde omstandigheden van de belanghebbende, in daartoevoorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer ophet gebied van (publieke) gezondheid,
GEMEENTE
Arnhem jeugdhulp, maatschappelijkeondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog opde arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. “ F. Na artikel 11 worden drie nieuwe artikelen ingevoegd die komen te luiden: Artikel 11a Subsidievoor internewerkbegeleiding 1. Het college kan opaanvraag van de werkgever een subsidie als bedoeld in artikel 11, derde lid, onder a verlenen aan de werkgever voorhet organiseren van interne werkbegeleiding, als een persoon uit de doelgroepvoorhet kunnen verrichten van werk is aangewezen opbegeleiding die de gebruikelijke begeleiding doorde werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat. 2. De interne werkbegeleider die de persoonlijkeondersteuning verzorgt dient met succes een HARRIE-training of andere erkende jobcoachtraining te hebben afgerond. 3. De hoogte van de subsidie per jaarwordt berekend doorhet aantal begeleidingsuren van het regime laag als bedoeld in artikel 11c, vierde lid, onder a, te vermenigvuldigen met het maximale uurtariefzoalsbedoeld in artikel 11c, vijfde lid. 4. De hoogte van de subsidie tijdens proefplaatsingis een vast bedrag.
In 2024 is dit € 301 per maand met een maximumvan € 1.204,- Deze bedragen worden jaarlijks op1 januari geïndexeerd conform regionale afspraken. 5. De subsidie kan zonder voorafgaandeverlening verstrekt worden. 6. Het in artikel 11 bepaaldeis van toepassing opde subsidie voorinterne werkbegeleiding. Artikel 11b Subsidievoorjobcoachin dienstvan werkgever 1. Het college kan opaanvraag van de werkgever een subsidie als bedoeld in artikel 11, derde lid, onder b verlenen aan de werkgever voor het organiseren van jobcoaching door een jobcoach in dienst van de werkgever. 2. Een jobcoach die de in het eerste lid bedoelde persoonlijke ondersteuning verzorgt dient minimaal hbo werk- en denkniveau, een jobcoachopleiding (met bijbehorende bijscholing) en ervaring ophet gebied van jobcoaching te hebben. 3. De hoogte van de subsidie per jaarwordt berekend doorhet aantal begeleidingsuren van het regime midden als bedoeld in artikel 11c, vierde lid onder b, te vermenigvuldigen met het maximale uurtariefzoalsbedoeld in artikel 11c, vijfde lid. 4. De hoogte van de subsidie tijdens proefplaatsingis een vast bedrag. In 2024 is dit € 501 ,per maand met een maximumvan € 2.004,- in totaal.Deze bedragen worden jaarlijksop1 januari geïndexeerd conform regionale afspraken. 5. De subsidie kan zonder voorafgaandeverlening verstrekt worden. 6.
Het in artikel 11 bepaaldeis van toepassing opde subsidie vooreen jobcoach in dienst van de werkgever. Artikel 11c Inzet jobcoachin dienstvan jobcoachorganisatie 1. Het college kan ambtshalve of opaanvraag van de werkgever ofwerknemer, persoonlijke ondersteuning dooreen jobcoach van een jobcoachorganisatie als bedoeld in artikel 11, vierde lid, inzetten.
GEMEENTE
A rn h e m 2.
3.
4.
Een jobcoach die de in het eerste lid bedoelde persoonlijke ondersteuning verzorgt dient minimaal hbo werk- en denkniveau, een jobcoachopleiding (met bijbehorende bijscholing) en ervaring ophet gebied van jobcoaching te hebben. De omvang en intensiteit van de jobcoaching wordt bepaaldopbasis van de begeleidingsbehoefte waarbij wordt uitgegaan van drie begeleidingsregimes, te weten licht, midden en hoog. Per begeleidingsregime geldt per begeleidingsjaar een maximumaantal begeleidingsuren: a. Licht: voorhet eerste jaarmaximaal36 uur, voorhet tweede jaarmaximaal27 uuren
voorhet derde jaarmaximaal18 uur; b. Midden: voorhet eerste jaarmaximaal60 uur,voorhet tweede jaarmaximaal35 uur en voorhet derde jaarmaximaal26 uur; c. Hoog: voorhet eerste jaarmaximaal84 uur, voorhet tweede jaarmaximaal42 uuren voorhet derde jaarmaximaal34 uur. 5. Er geldt een maximaaluurtariefdat jaarlijks regionaal wordt vastgesteld. 6. De hoogte van de vergoeding tijdens proefplaatsingis een vast bedrag. Deze bedraagt in 2024 maximaal€ 501,- (excl. Btw) per maand met een maximumvan € 2.004,- (excl. Btw) in totaal.Deze bedragen worden jaarlijksop1 januari geïndexeerd conform regionale 7.
afspraken. Hét in artikel 11 bepaaldeis van toepassing opjobcoaching dooreen jobcoach in dienst van jobcoachorganisatie.
G. Na artikel 13a worden vier nieuwe artikelen ingevoegd, die komen te luiden: Artikel 13b Proefplaatsing 1. Het college kan, als dit doorhem noodzakelijkwordt geacht, een persoon die behoort tot de doelgroepdie algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om opeen proefplaatsingbij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2. De duurvan de proefplaatsingis in beginsel maximaaltwee maanden. Indien in deze periodeeen loonwaardemeting uitgevoerd moet worden, kan de proefplaatsingdrie maanden duren. In uitzonderlijke gevallen kan een proefplaatsingverlengd worden tot in totaalmaximaalzes maanden als dat in het belang van de re-integratie van de individuele uitkeringsgerechtigde is en naar het oordeelvan de gemeente noodzakelijk is opgrond van de aard van de beperkingen, de afstand tot de arbeidsmarkten/of de mate van complexiteitvan het werk. 3. Het doel van een proefplaatsingis de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaatsingvooreen zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 4. Vooreen proefplaatsingwordt uitsluitend toestemming verleend als: a. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; b. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing opde arbeidsmarkt plaatsvindt; c.
de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond doorhem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht tenzij sprakeis van veranderde
GEMEENTE
Arnhem ^ omstandigheden die naar het oordeelvan de gemeente een herhaalde proefplaatsingrechtvaardigen; d. de werkgever bij aanvang van de proefplaatsingschriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing,voorminimaal zes maanden, zonder proeftijd,in dienst zal nemen; en e. de werkgever ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten.. 5. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, a. als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ookzonder proefplaatsing kan worden aangenomen voordat werk; b. In situatiesdat de gemeente gegronde vermoedens heeft dat de werkgever de proefplaatsingoneigenlijk gebruikt of misbruikt. 6. Als de werkzaamheden opde proefplaatsingwegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periodevoorde toepassing van de maximale periode,bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. Artikel 13c Algemene bepalingenvoorvervoersvoorzieningen, intermediaire activiteit, meeneembare voorzieningen 1. Het college kan opaanvraag voorzieningen als vervoersvoorzieningen, intermediaire activiteit en meeneembare voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking die behoort tot de doelgroep. 2.
Bij de toekenning van de in het eerste lid bedoelde voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; b. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduurvan 8 uurper week; c. het betreft geen Arbo-taakwaarvoorde werkgever verantwoordelijk is; d. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; e. er is naar het oordeelvan het college geen sprakevan een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en f. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeelvan het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijkeopbrengsten van uitstroomnaar werk. 3. Het college bepaaltna overleg met belanghebbende, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Artikel 13d Vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die doorzijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt.
GEMEENTE
A r rs h e rn ^ 2.
Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaardenwordt voldaan: a. de persoon kan doorzijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaarvervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. Het college brengt een eventueel bedrag vooreen vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering opde te verstrekken vervoersvoorziening. 4. Het in artikel 13c bepaaldeis van toepassing. Artikel 13e. Meeneembarevoorziening 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voorde persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk productals een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaaken meerwaarde in de werksfeer aantoonbaaris. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in eigendom beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in bruikleen te verstrekken. 4. Het in artikel 13c bepaaldeis van toepassing. Artikel II Wijzigingvan de toelichtingbij de verordening A. De toelichting bij de artikelen 9,10,11
t/m 1 1c en 13b t/m 13e komt te luiden:
Artikel 9 Beschutwerk Met ingang van 1 januari 2017 is het college verplicht beschut werk aan te bieden aan personen van wie het college, opadvies van UVW, heeft vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatiehebben (artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet).Die verplichting is begrensd: het aantal jaarlijkste realiseren beschutte werkplekken wordt bij ministeriële regeling bepaald.Bij een lager aantal positieveadviezen van UWV blijft de verplichting beperkt tot dat aantal afgegeven positieveadviezen. Bij een hoger aantal positieve adviezen van UWV blijven de aantallen zoalsneergelegd in de ministeriële regeling van toepassing. Naasthet bepalen van wie in aanmerking kan komen voorbeschut werk (eerste en tweede lid) zijn in deze verordening vastgelegd welke voorzieningen voorarbeidsinschakeling ingezet worden om deze dienstbetrekking mogelijk te maken (derde lid) en welke voorzieningen worden aangeboden tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk aanvangt (vijfde lid). In het vierde lid is opgenomen dat de hoogte van de vergoeding voorpersoonlijkeondersteuning en werkplekaanpassing een vast bedrag betreft, gerelateerd aan de rijksvergoeding die de gemeente ontvangt.
Artikel 10 Loonkostensubsidie Dit artikel is een uitwerking van de wettelijke verplichting voorgemeenten om bij verordening te bepalen hoe het administratief procesmet betrekking tot het verstrekken van loonkostensubsidie is vormgegeven (artikel 8a, eerste lid en tweede lid, onder c, van de Participatiewet).Doorin de verordening naar het werkproceste verwijzen beoogt de wetgever ervoorte zorgen dat werkgevers, in het kader van transparantie, beter weten waarzij aan toe zijn (Kamerstukken II 2019/20, 35 394,nr. 3, p. 54-55).
GEMEENTE
Arnhem ^ Omdat alleen personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie hiervoor in aanmerking komen regelt het tweede lid dat ophet moment dat er een aanvraag binnenkomt met betrekking tot een persoon ten aanzien van wie nog niet is vastgesteld dat deze onder de doelgroepvalt de aanvraag mede moet worden gezien als een aanvraag om onder de doelgroepte worden gebracht. Het derde lid regelt de termijn waarbinnen de loonwaardewordt vastgesteld. Het vierde lid verwijst naar het administratieve werkprocesdat doorhet college wordt gevolgd. Dit betreft het preferente procesloonkostensubsidie. Hiermee wordt gedoeld ophet proceszoalsdat door “De normaalste zaak”, een netwerk van bijna 700 werkgevers die samen aan de inclusieve arbeidsmarktbouwen, is ontwikkeld. Doel was om de lasten voorwerkgevers als gevolg van verschillende werkwijzen doorgemeenten te verminderen, doorhet creëren van één administratief uitvoeringsproces voorhet verstrekken van loonkostensubsidie. Doorhierbij aan te sluiten en het makkelijker te maken voorwerkgevers wordt beoogd dat meer personen met een loonkostensubsidie aan het werk kunnen komen. Artikel 11 Persoonlijkeondersteuning bij werk Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen voorde toekenning bij werk.
van persoonlijkeondersteuning
Eersteentweedelid
Vereist is dat de persoon behoort tot de doelgroep, bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.Het is van belang dat de inzet van de persoonlijke ondersteuning en/of overige voorziening noodzakelijk is om het werk uit te kunnen voeren. Om een doelmatige inzet van de re-integratiemiddelen te waarborgen is er een minimale omvang verbonden aan de dienstbetrekking (tweede lid). Derdeenvierdelid
Persoonlijke ondersteuning bij werk omvatzowel jobcoaching als interne werkbegeleiding. Deze twee vormen van persoonlijke ondersteuning worden beiden benoemd. Het tweede en derde lid geven aan opwelke wijze het college zorgdraagt voorhet verstrekken van persoonlijke ondersteuning aan de doelgroepin natura en in de vorm van een subsidie (artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewet).De werkgever kan een collega van de werknemer inzetten om hem te begeleiden (interne werkbegeleider). Het is mogelijk dat een werkgever zelf een eigen jobcoach in dienst heeft.(tweede lid) De gemeente kan ookeen jobcoach inhuren en die aan een werkgever toekennen of de gemeente kan een eigen jobcoach inzetten (derde lid). In kader van duurzameplaatsing wordt bij voorkeurpersoonlijke begeleiding georganiseerd doorde werkgever, zijnde interne werkbegeleiding ofjobcoach in dienst werkgever. Mocht dit niet mogelijk zijn, of heeft de werknemer een andere begeleidingsvraag, dan zijn de andere varianten ookmogelijk om in te zetten. Vijfdelid
Uitgangspunt bij persoonlijkeondersteuning is dat de persoon binnen driejaarna indiensttreding en/of na start van de ondersteuning bij een lopende dienstbetrekking geacht wordt zijn werk zelfstandig te kunnen uitvoeren. Daaromis de maximale duurvan de persoonlijke ondersteuning in beginsel drie jaarin dezelfde dienstbetrekking bij dezelfde werkgever. In specifieke situatieskan de inzet van persoonlijkeondersteuning verlengd worden als dat nog noodzakelijk is. Uiteraardstoptde
GEMEENTE
Arn h em persoonlijke ondersteuning bij een werkgever ophet moment dat de dienstbetrekking met de persoon eindigt. Bij het aangaan van een nieuwe dienstbetrekking (een nieuwe werkgever of bij verandering van functie bij dezelfde werkgever), kan opnieuw persoonlijkeondersteuning worden ingezet voor maximaaldriejaar. Zesdelid
Persoonlijke ondersteuning kan ookal worden aangeboden ophet moment dat er sprakeis van een proefplaatsing(en dus nog niet van een dienstverband). Dit vormt een uitbreiding opde wettelijke basispiicht om deze ondersteuning aan te bieden ten behoeve van opgedragen taken die worden verricht in het kader van een dienstverband bij een werkgever. Zevende enachtstelid
Deze leden gaan over de aanvraag doorwerkgever of werknemer. Uiteraard is de aanvraagmogelijkheid geen verplichting, het college kan ookzelf ambtshalve - dat wil zeggen zonder aanvraag - beoordelen wat nodig is. Het achtste lid bevat een termijn waarbinnen een aanvraag om persoonlijke ondersteuning moet zijn ingediend, gerekend vanaf de datumvan indiensttreding. Deze termijn houdt verband met de aard van de voorziening. Persoonlijke ondersteuning bij werk is een voorziening die wordt verstrekt als deze noodzakelijk is voorde persoon om de aan hem opgedragen taken uit te voeren. Bij een aanvraag die pasna het verstrijken van een ruime periodena indiensttreding wordt ingediend, kan de vraag worden gesteld in hoeverre het verstrekken van deze voorziening nog noodzakelijk is, nu men kennelijk al geruime tijd zonder deze persoonlijke ondersteuning de werkzaamheden al heeft verricht. Negende lid
Bij het onderzoek houdt het college rekening met de persoonlijkeomstandigheden van de aanvrager en met zijn wensen en die van de werkgever. Als dat nodig is, wint het college een specifiek deskundig oordeelin. Tiendelid
In artikel 8a, tweede lid, onder g, van de Participatiewetis bepaalddat in de verordening ookmoet worden opgenomen opwelke wijze wordt voorzien in integrale ondersteuning. In het zesde lid is daartoebepaalddat het college tijdens het onderzoek, als dat nodig is, ookvoorzieningen uit andere wetten (jeugdhulp, Wmo, schuldhulpverlening, enz.) betrekt bij de afweging en zo komt tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening. Artikel 11a Subsidievoor interne werkbegeleiding Artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 1, van de Participatiewetin combinatie met artikel 10, derde lid, onder b, van de Participatiewetbepaaltonder andere dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voorhet verstrekken van persoonlijkeondersteuning in de vorm van een interne werkbegeleider doormiddel van subsidieverstrekking. Dit artikel regelt in het eerste, tweede en derde lid hoe dit mogelijk is, welke eisen aan de interne werkbegeleider gesteld worden en wat het kader voorde hoogte van de subsidie is. De hoogte van de vergoeding tijdens proefplaatsingis een vast bedrag en kent een maximum. Dit bedrag wordt jaarlijksgeïndexeerd (vierde lid).
GEMEENTE
Arn h em ^ Artikel 11b Subsidievoorjobcoachin dienstvan werkgever Artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 1, van de Participatiewetbepaaltonder andere dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voorhet verstrekken van persoonlijke ondersteuning doormiddel van subsidieverstrekking voorjobcoaching doorde werkgever. Dit artikel voorziethierin en regelt in het eerste, tweede en derde lid welke eisen aan de jobcoach gesteld worden en wat het kader voorde hoogte van de subsidie is. De hoogte van de vergoeding tijdens proefplaatsingis een vast bedrag en kent een maximum. Dit bedrag wordtjaarlijksgeïndexeerd (vierde lid). Artikel 11c. Jobcoachin dienstvan jobcoachorganisatie Het tweede lid is een uitwerking van artikel 8a, tweede lid, onder e, onderdeel 2, van de Participatiewet,waarin de opdrachtis neergelegd om in de verordening aan te geven welke kwaliteitseisen het college stelt aan de jobcoach en hoe deze eisen worden gewaarborgd. Dit is relevant omdatkwaliteit, en kwaliteitseisen, een waarborg (kunnen) zijn vooreen goede inzet van de jobcoach. Een jobcoach heeft minimaal hbo werk- en denkniveau, een jobcoachopleiding (met bijbehorende bijscholing) en ervaring ophet gebied van jobcoaching.
Jobcoaching kan bijvoorbeeld worden ingekocht bij organisaties die een Blik opwerk of Oval Keurmerk hebben of een jobcoacherkenning van UVW hebben ofwaarvan de individuele jobcoaches een actueleregistratie hebben in het Register Loopbaancoach(voormalig NolocJobcoach) of het NVS-Beroepenregister voorjobcoaches. Dit is geen harde eis maarhelpt om te bepalen of er sprakeis van een erkende jobcoach. Het derde en vierde lid is een uitwerking van de uit artikel 8a, tweede lid, onder e, sub 1, van de Participatiewetvoortvloeiende verordeningsplicht. Voorhet bepalen van de omvang en intensiteit van de jobcoaching wordt uitgegaan van drie begeleidingsregimes: laag, midden en hoog. Het aantal in te zetten begeleidingsuren is altijd maatwerk. Het aantal begeleidingsuren is afhankelijk van het begeleidingsregime en wordt uitgedrukt in een aantal uurperjaar/maand. De inzet van een jobcoach kent doorgaans een geleidelijke afbouwquauren (en intensiteit). Vijfdelid
In de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland wordtjaarlijksdoorde samenwerkende gemeenten maximaaluurtariefvastgesteld dat doorde jobcoach gehanteerd kan worden.
een
Zesdelid
De hoogte van de vergoeding tijdens proefplaatsingis een vast bedrag en kent een maximum. Dit bedrag wordtjaarlijksgeïndexeerd. Artikel 13b Proefplaatsing Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewetmoet de gemeente in de verordening de voorwaardenaangeven waaronder“het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om opeen proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaalvier maanden, werkzaamheden te verrichten ’’. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voorde termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd doorhet UWV en het
GEMEENTE
Arnhem ^ doorhet UWV gevoerde beleid (Kamerstukken II 2019/20, 35 394,nr. 3, p. 55).Artikel 14a geeft hier invulling aan. Artikel 13c Algemene bepalingenvoorvervoersvoorzieningen, intermediaire activiteit en meeneembare voorzieningen Dit artikel bevat een aantal voorwaardenvoorde toekenning van voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Het betreft een aantal specifieke voorwaardendie verband houden met de aard van deze voorzieningen. Het is van belang dat de inzet van de persoonlijke ondersteuning en/of overige voorziening noodzakelijk is om het werk uit te kunnen voeren (a). Om een doelmatige inzet van de reintegratiemiddelen te waarborgen is er een minimale omvang verbonden aan de dienstbetrekking (b). Op het moment dat het gaat om een voorziening waarvan verwacht mag worden dat de werkgever hiervoor zelf zorgdraagt, omdatdit bijvoorbeeld voortvloeituit de Arbo-regels, wordt de voorziening niet verstrekt opgrond van deze verordening (c, d en e). De aan de voorziening(en) verbonden kosten kunnen in uitzonderlijke gevallen leiden tot het afwijzen van de gevraagde voorziening(en), ophet moment dat deze kosten in geen verhouding staan tot de (maatschappelijke)baten die verbonden zijn aan de verstrekking van de voorziening(en) (f).
Artikel 13d Vervoersvoorziening Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 1, van de Participatiewetbepaaltdat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voorhet verstrekken van een vervoersvoorziening die ertoe strekt dat de persoon zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan bereiken. Dit artikel regelt, in aanvulling opartikel 13c, onder welke voorwaardendit mogelijk is. Artikel 13e Meeneembare voorziening Artikel 8a, tweede lid, onder f, onderdeel 3, van de Participatiewetbepaaltdat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voorhet verstrekken van meeneembare voorzieningen voorde inrichting van de werkplek, de productie-en werkmethoden, de inrichting van de opleidingslocatie of de proefplaats en bij het werk of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Hiervooris geen limitatieve lijst. Gedacht kan worden aan een aangepaste bureaustoel,toetsenbord, koptelefoon, enzovoort. Wat een passende voorziening is, is sterk afhankelijk van de individuele behoefte van de persoon. Dit vraagt om maatwerk. Wel gelden de voorwaardenzoalsopgenomen in de artikel 13c." Artikel III Inwerkingtreding 1. Dit besluit treedt in werking de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2024. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Derde wijziging Re-integratieverordening.