Gespreksnotitie 'Toeristenbelasting'
Tekst van het document
Gespreksnotitie Datum
: 20 mei 2025
Aan
: Leden van de gemeenteraad
Van
: College van B&W
Betreft
: Gespreksnotitie Toeristenbelasting
Hierbij verzoekt het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 43 lid 4 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad om het onderwerp toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad. Aanleiding Tijdens de behandeling van de Perspectiefnota 2025-2028 hebben de fracties Volt, D66 en Arnhem Centraal een motie voorbereid om een nieuwe heffingssystematiek voor de toeristenbelasting te onderzoeken. Hierbij wordt niet langer gekeken naar het aantal personen of het type onderkomen, maar wordt een percentage van de overnachtingsprijs gehanteerd. Dit zou betekenen dat de belasting in verhouding staat tot de uitgaven van de toerist en dit voorkomt dat de belasting onevenredig zwaar drukt op toeristen met een kleiner budget. Wethouder Kundic heeft toegezegd de raad te informeren over de verkenning van een mogelijke overstap naar een heffingssystematiek waarbij de toeristenbelasting wordt berekend als een percentage van de overnachtingsprijs (Toezegging 1574). Daarmee is de motie ingetrokken. Waarom is het van belang dat dit onderwerp met de raad besproken kan worden? De mogelijke overstap naar een andere heffingssystematiek waarbij de toeristenbelasting wordt berekend als een percentage van de overnachtingsprijs, heeft een aantal consequenties voor de belanghebbenden: Toeristen, Ondernemers en gemeente. Dit is uitgewerkt in de bijgevoegde raadsbrief.
Deze gevolgen worden in deze gespreksnotitie aan de raad voorgelegd. Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om te bepalen welke belastingen de gemeente heft en onder welke voorwaarden dit gebeurt. Daarnaast is het ook de bevoegdheid, vanuit het budgetrecht, van de gemeenteraad om te bepalen hoe groot de gewenste opbrengst is. Voordat dit verder wordt uitgewerkt en aan de raad wordt voorgelegd willen we uw mening hierover ophalen. Wat is het doel en het gewenste resultaat van de bespreking? De raad wordt gevraagd om een uitspraak te doen welke richting het college verder uit moet werken. Mocht de voorkeur van de raad uitgaan naar een percentage van de overnachtingsprijs als heffingsmaatstaf, dan laat het college het onderzoek uitvoeren om te komen tot een tariefpercentage. Als de raad de huidige systematiek wenst te behouden, wordt dit onderzoek niet verder uitgewerkt. Het tijdsbestek van dit onderzoek en de aanbesteding voor de controle vergen tijd, waardoor de implementatie van een nieuwe heffingssystematiek op zijn vroegst per 2027 kunnen plaatsvinden.
Zaaknummer: 4590462
Overwegingen voor het gesprek met de raad Het college legt de volgende vragen voor aan de raad1. 1.
Is de impact van het heffen van een percentage van de overnachtingsprijs voor toeristen groot genoeg om over te gaan tot een wijziging van de heffingsmaatstaf?
De achterliggende gedachte om dit tarief in te voeren is een meer proportionele belastingverdeling. Een positieve impact is met name zichtbaar bij de budgetaccommodaties. Als dat het uitgangspunt is dan is het gevolg daarvan dat de lagere opbrengsten uit budgetaccommodaties gecompenseerd moeten worden uit opbrengsten uit de overige accommodaties, uitgaande van de bestaande begrote opbrengst. We zien alternatieven voor een percentuele heffingsmaatstaf die tegemoetkomen aan een lagere belastingdruk voor toeristen die gebruik maken van een budgetaccommodatie. Bijvoorbeeld door het huidige lage tarief voor staplaatsen en stacaravans op een camping, slaapzalen en jachthavens om te zetten naar een vast tarief per plaats per nacht, ongeacht het aantal personen. Ook zou in het lage tarief een leeftijdsgrens ingevoerd kunnen worden waardoor over het verblijf van kinderen geen belasting geheven wordt. 2. Weegt de impact van het heffen van een percentage van de overnachtingsprijs op tegen de complexiteit in administratie voor verblijfsaanbieders inclusief de financiële risico’s? Uit de verkenning blijkt dat een percentuele heffingsmaatstaf complex kan zijn voor ondernemers en particulieren die verblijf aanbieden. Waarbij de overstap naar deze heffingsmaatstaf door bedrijfsmatige aanbieders waarschijnlijk sneller en beter kan worden verwerkt dan bij kleine ondernemers en particulieren.
Deze complexiteit betreft niet alleen de periode van overstap, maar is een proces waar continue aandacht voor moet zijn. Met name het risico op foutieve omzetberekeningen en/of creatieve tariefstructuren vraagt blijvende aandacht. Een foutieve omzetberekening heeft consequenties. Bij een te lage omzetberekening kunnen er naheffingen plaatsvinden. Deze komen voor rekening van de ondernemer omdat ze niet met terugwerkende kracht op de gasten kunnen worden verhaald. Dit risico kan deels ondervangen worden door een omschrijving van het begrip omzet vast te leggen, voorbeeldberekeningen te maken en voorlichting te bieden. Dit risico kan ook deels via de controle op de aangifte worden ondervangen. Echter financiële risico’s voor verblijfsaanbieders zijn niet volledig uit te sluiten. 3. Weegt de impact van het heffen van een percentage van de overnachtingsprijs op tegen de onzekerheid in de opbrengsten voor de gemeente? De overstap naar een nieuwe heffingssystematiek kent, zeker in de beginfase, het risico dat de geraamde en gewenste opbrengsten niet gehaald worden door foutieve omzetberekeningen en/of creatieve tariefstructuren. Ook het vaststellen van het juiste percentage is afhankelijk van medewerking van verblijfsaanbieders. Het bijstellen van het percentage van de tarieven kan pas na twee jaar, omdat dan de omzetgegevens bekend zijn uit de aangiftes en controles.
Gelet op het hiervoor beschrevene verzoeken wij u de gespreksnotitie toe te voegen aan de agenda van de raad. 1 In de raadsbrief bij deze gespreksnotitie is een verslag van de verkenning opgenomen. Er is ambtelijk een voorverkenning
uitgevoerd waarvoor gesprekken zijn gevoerd met de afdeling belasting van de gemeenten Amsterdam, Almere en Tilburg1 en met externe experts/adviesbureaus op het gebied van toeristenbelasting. Er is gesproken met de Stichting Hoteloverleg Regio Arnhem (HORA) over deze heffingssystematiek. Daarnaast is de schriftelijke reactie van de HORA in deze verkenning meegenomen. De brief van de HORA vindt u in de bijlage
Zaaknummer: 4590462
2