CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Factsheet 'Eenvoudige taal laaggeletterden'

Politieke Avond 6 april 2022, gemeente Arnhem1.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eenvoudige taal voor laaggeletterden Eenvoudige taal

Tips voor schrijven in eenvoudige taal

Steeds meer organisaties schrijven teksten op taalniveau B1*. De meeste mensen kunnen deze teksten goed begrijpen. Maar voor laaggeletterden is een brief of folder op dit niveau te moeilijk. Zij beheersen niet het minimale taalniveau om goed mee te kunnen doen in de Nederlandse maatschappij.

De lezer

• Bedenk goed voor wie de tekst is bedoeld. Wie is jouw lezer?

• Bedenk wat je wil bereiken met de tekst. Wat wil je dat de lezer doet na het lezen van de tekst?

Het is goed om ervoor te zorgen dat mensen die moeite hebben met lezen, informatie ook kunnen begrijpen. Daarom adviseren wij om voor deze doelgroep te

• Bedenk welke vragen de lezer kan hebben over het onderwerp van de tekst.

• Neem de lezer serieus. Eenvoudig en helder schrijven wil niet zeggen dat het kinderachtig mag zijn!

schrijven op een lager niveau: 1F of A2*. Maar, hoe doe je dat? De belangrijkste tips voor schrijven in eenvoudige taal lees je in deze factsheet.

Tekststructuur * Voor het niveau van taalbeheersing worden verschillende aanduidingen gebruikt. Voor anderstaligen gebruiken we het Raamwerk NT2 (A1, A2, B1, B2, C1, C2). Voor Nederlandstaligen gebruiken we Referentieniveaus Taal en Rekenen (1F, 2F, 3F, 4F). Laaggeletterden zitten op niveau 1F of A2. Een leerling moet aan het einde van groep 8 minimaal niveau 1F beheersen om goed te kunnen overstappen naar het voortgezet onderwijs. Meer over de niveaus: www.lezenenschrijven.nl/eenvoudigetaal.

• Geef duidelijk het onderwerp van de tekst aan. Zet de

belangrijkste boodschap bovenaan. Dus bovenaan de tekst en bovenaan elke alinea.

• Werk met een titel en tussenkoppen. Zorg dat informatie herkenbaar is geordend.

• Kies voor korte tussenkopjes.

Of gebruik een korte vraag als tussenkopje. Bijvoorbeeld: - Waarom krijgt u deze brief? - Wat moet u doen? - Heeft u nog vragen?

• Houd maximaal 5 alinea’s aan. • Alinea’s bestaan uit 2 tot 10 zinnen. • Het aantal woorden per zin: maximaal 10, liever minder.

• Gebruik opsommingstekens om een lange tekst overzichtelijk te maken.

ik herhaal:

Vorm

• Lettertype: groot en met ruimte, schreefloos (bijvoorbeeld Verdana of Helvetica).

• Lettergrootte: minimaal 12 punts • Kleur: het beste zijn zwarte letters op een witte

ondergrond. Werken met (verschillende) kleuren leidt onnodig af.

• Belangrijke en/of nieuwe informatie: vetgedrukt. • Regelafstand: minimaal 1,5. • Zinnen: onder elkaar en links uitlijnen. • Zinnen: telkens op een nieuwe regel.

Tekstinhoud

• Kies een concreet onderwerp dat herkenbaar

is voor de lezer. Speel, als dat kan, in op iemands eigen situatie. Mensen herkennen de boodschap dan sneller, omdat ze er al mee bezig zijn.

• Stel een eenvoudige vraag die aangeeft wat de lezer nodig heeft. Deze vragen worden

gebruikt in een titel, tussenkopje of in een alinea. Spreek de lezer daarbij persoonlijk aan. Bijvoorbeeld: - Heeft u hulp nodig bij het invullen van uw belastingformulier? - Wilt u zelf een sollicitatiebrief leren schrijven? - Heeft u vragen over financiën? Bel dan met Jan van Sociaal Wijkteam Poelenburg.

• Geef alleen informatie die nodig is. Wat is echt belangrijk voor de lezer?

• Bied niet te veel nieuwe informatie in één keer aan. Liever niet meer dan 3 onderwerpen.

• Herhaal belangrijke informatie. • Geef contactgegevens duidelijk aan. Liefst met de naam van een persoon en een

telefoonnummer om vragen te stellen. Eventueel een persoonlijk e-mailadres.

Beeld

• Foto’s werken beter dan tekeningen. • Gebruik concrete beelden.

- Gaat het over geld? Laat dan foto’s van biljetten en munten zien. - Kunnen mensen hulp krijgen bij het wijkteam? Laat dan een foto van het wijkteam zien. - Gaat het om een spreekuur? Laat dan een klok met de juiste tijd zien. - Leg je een route uit? Laat dan de plattegrond zien.

• Gebruik eventueel pictogrammen om de tekst te ondersteunen. Gebruik ze voor vaste

onderwerpen. Bijvoorbeeld een telefoon bij een telefoonnummer of een klokje bij afspraaktijd. Houd een pictogram eenvoudig en eenduidig.

• Gebruik geen grafieken en

stroomdiagrammen. Deze zijn moeilijk te begrijpen.

Zinsbouw

• Gebruik zo veel mogelijk de ‘vaste’

woordvolgorde van het Nederlands. Onderwerp-persoonsvorm-lijdend voorwerp. - Wel: Hij woont heel graag in Amsterdam. - Niet: In Amsterdam woont hij heel graag.

• Schrijf actieve zinnen.

- Wel: De directeur neemt morgen het besluit. - Niet: Het besluit wordt morgen genomen door de directeur.

• Houd de werkwoorden zo veel mogelijk bij elkaar en dicht bij het onderwerp.

- Wel: Zij nam het besluit gisteren in haar eentje. - Niet: Zij heeft gisteren in haar eentje het besluit genomen.

• Maak geen tangconstructies.

- Wel: De burgemeester komt ook op de informatieavond. Hij vertelt over de nieuwe school. U krijgt ook een filmpje over de nieuwe school te zien. - Niet: Op de informatieavond, waar de burgemeester de bewoners zal toespreken over de nieuwe school, krijgt u ook een filmpje te zien over het nieuwe schoolgebouw.

• Voorkom samengestelde zinnen. Maak er losse zinnen van.

- Wel: Vanaf 2 jaar kan een kind naar de voorschool. De voorschool is er voor alle kinderen. - Niet: De voorschool is er voor kinderen vanaf 2 jaar en is er voor alle kinderen.

• Voorkom nominalisaties. Als je van een

werkwoord een zelfstandig naamwoord maakt, is het niet meer duidelijk wie iets doet. - Wel: De gemeenteraad verwacht dat de bouw nog dit najaar start. - Niet: De verwachting is dat de bouw nog dit najaar start.

Woorden

• Gebruik woorden die je ook in een dagelijks gesprek zou gebruiken.

• Gebruik geen vaktaal. Moet je toch een

moeilijke term gebruiken? Leg die dan uit in de tekst.

• Gebruik woorden die goed passen binnen de strekking van de tekst en de leefwereld van de lezer.

• Gebruik alleen (zeer) gangbare woorden. - Wel: maar, want, als.

- Niet: daarentegen, immers, indien.

• Voorkom het gebruik van synoniemen.

Gebruik bijvoorbeeld alleen ‘tiener’ en niet ‘tiener’

en ‘puber’ door elkaar. Kies een woord.

• Gebruik woorden met een eenduidige betekenis.

• Voorkom leenwoorden met een niet-

Nederlandse opbouw. Zoals cadeau of management.

• Controleer of alle woorden nodig en duidelijk zijn.

• Voorkom uitdrukkingen en figuurlijk taalgebruik.

- Wel: Ze is heel erg boos. - Niet: Ze kookt van woede.

• Schrijf getallen in cijfers. - Wel: 11, 25, 100.

- Niet: elf, vijfentwintig, honderd.

• Let op met afkortingen. Schrijf liever de woorden voluit.

Ervaringsdeskundigen Sluiten jouw teksten goed aan op het niveau van laaggeletterden? Wil je graag dat ervaringsdeskundigen daarover meedenken? Informeer dan eens bij Stichting ABC. De

Geschikte onderwerpen

Taalambassadeurs denken graag met je mee. Kijk op www.a-b-c.nu.

Niet alle onderwerpen zijn te beschrijven in eenvoudige taal. Denk aan informatie waarbij veel vaktaal nodig is. Bijvoorbeeld een ingewikkelde medische of juridische procedure. Een gesprek voeren is dan beter. Geef na het

Meer informatie

gesprek begrijpelijke informatie op papier mee.

Meer weten over schrijven in eenvoudige taal voor

En vraag jezelf altijd kritisch af of een tekst het juiste

laaggeletterden? Kijk dan op: www.lezenenschrijven.nl/eenvoudigetaal

middel is. Soms werkt een video bijvoorbeeld beter.

Of neem contact op via: 070 - 302 26 60 info@lezenenschrijven.nl

V2-2021

Een samenleving waarin iedereen meedoet In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven of rekenen. Daardoor hebben ze ook vaak moeite met een computer of een smartphone. Dat heeft veel gevolgen. Een baan vinden, gezond leven en grip hebben op je geldzaken is dan lastiger. Wij zetten ons ervoor in dat iedereen kan lezen, schrijven en rekenen. Daarom maken we laaggeletterdheid onderwerp van gesprek bij het publiek en de politiek. Én ondersteunen we organisaties met scholing, onderzoek en lesmateriaal. En ook met advies en campagnes. Want een samenleving waarin iedereen meedoet, daar hebben we allemaal wat aan.

www.lezenenschrijven.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=c7e490b2-ac1e-4ca1-9af5-d6385a457ab0