Debatverzoek 'Het toestaan van het zichtbaar dragen van religieuze uitingen door handhavers' van de fracties PVV, VVD, Forum voor Democratie, SP, BurgerBelang Arnhem en Arnhem Centraal
Tekst van het document
Debatverzoek Aan: de voorzitter van de raad Betreft: debatverzoek (art. 40a RvO) Onderwerp: het toestaan van het zichtbaar dragen van religieuze uitingen door handhavers Arnhem 14-01-2024 Geachte voorzitter, 25 november 2021 besprak de Tweede Kamer de “Begroting Justitie en Veiligheid”. Tijdens de behandeling van deze begroting zijn twee moties ingediend, die het dragen van religieuze hoofddeksels en niet-onzichtbare uitingen van religies en levensovertuigingen zouden verbieden. Deze moties zijn 14 december 2021 aangenomen. Vervolgens werd op 2 februari 2022 door de raad de motie “Een inclusief uniform bij Toezicht en Handhaving” (21M298) behandeld en aangenomen, weliswaar door een kleine meerderheid. Daarin werd het college verzocht de kledingvoorschriften voor handhavers en toezichthouders dusdanig te wijzigen dat het voor hen mogelijk wordt om godsdienstige of levensbeschouwelijke uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden, te dragen. En de raad uiterlijk 2e kwartaal 2022 te informeren over de voortgang van de invoering. In de raadsvergadering gaf het college in haar preadvisering van de motie aan dat er allereerst een landelijke discussie gevoerd zou worden alvorens er stappen tot aanpassing van de uniform zouden worden genomen.
Naar aanleiding van deze aangenomen motie zijn er op 3 februari kamervragen gesteld over deze kwestie, waarop minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius 11 maart 2022 antwoorden naar de tweede kamer heeft gestuurd. Uit haar antwoorden blijkt onder meer dat het kabinet van mening is dat zichtbare uitingen van religie en levensovertuiging in strijd zijn met de neutraliteit van handhavers, waaronder boa’s, en dat zij met een richtlijn zou komen om de neutraliteit en de landelijke uniformiteit en herkenbaarheid te borgen. 23 juni 2022 stuurde de minister van Justitie en Veiligheid de “Richtlijn lifestyle-neutraliteit boa” naar de Tweede Kamer. De richtlijn is als volgt omschreven: De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt, in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, ervoor zorg dat hij, in contacten met het publiek, in ieder geval afstand neemt van de volgende uitingen: - zichtbare uiting(en) van (levens-)overtuiging, religie, politieke overtuiging, geaardheid, beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar. De werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze richtlijn. Er kwam ook geen informatie over de voortgang van de invoering van het college zoals door de raad opgedragen.
Ook de rest van 2022 en bijna geheel 2023 heeft de raad niets meer vernomen over dit onderwerp, tot nu. De raad ontving een brief waarin is gesteld dat deze uitingen per direct zijn toegestaan. De indienende fracties willen de mogelijkheid dat boa’s die er zelf niet om hebben gevraagd een speelbal worden van een conflict tussen landelijke en gemeentelijke politiek voorkomen en zien een behandeling van dit collegebesluit als zeer urgent. Wij hebben hierbij in eerste aanleg de volgende vragen:
1. Is de portefeuillehouder bekend met de “Richtlijn lifestyle-neutraliteit boa” en waarom heeft hij ervoor gekozen deze naast zich neer te leggen ondanks dat de Tweede Kamer met twee aangenomen moties kraakhelder heeft laten blijken dat het dragen van niet-onzichtbare uitingen van religie en levensovertuiging niet passen bij de neutraliteit die is vereist voor het functioneren van buitengewoon opsporingsambtenaren? 2. Welke gesprekken hebben sinds 2 februari met de VNG, dan wel de BOA-bond of de minister plaatsgevonden die het college dit besluit heeft laten nemen? 3. Klopt het dat de portefeuillehouder vindt dat zichtbare religieuze uitingen niet in de weg staan van een neutraal optreden en waarom kijkt hij hier anders naar dan de minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius en de BOA-bond? 4. Welk probleem lossen we hiermee op? Hoeveel boa’s hebben aangegeven met een religieuze dan wel persoonlijke toevoeging aan hun uniform te willen werken of zijn afgewezen in een sollicitatieprocedure omdat zij aangaven persoonlijke of religieuze symbolen toe te willen voegen aan hun uniform? 5. De minister gaat in gesprek met de gemeenten over deze kwestie. Wellicht is de uitkomst dat de desbetreffende gemeenten hun plan om hoofddoekjes, keppeltjes en kruisjes bij boa’s toe te staan, weer in moet trekken.
Hoe kijkt de portefeuillehouder van Openbare orde en Veiligheid naar deze eventuele ontwikkeling en zijn geloofwaardigheid richting de boa’s, inwoners van Arnhem en het kabinet als dit gebeurt? Hoogachtend, Coen Verheij – PVV Arnhem Nicky Eppich – VVD Arnhem Gino Luurssen – Forum voor Democratie Gerrie Elfrink – SP Nico Wiggers – BurgerBelang Arnhem Kiki Groot – Arnhem Centraal