CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel technische vragen & antwoorden 'Begroting 2026' (versie 22-10-2025 - 15h00)

Politieke Avond 22 oktober 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: 16.30 uur - 23.15 uur: Bespreking Ontwerpbegroting 2026 & Turap-2 202528.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Portefeuillehouder

Daarom is in de begroting een groter bedrag opgenomen door het college. Eva van Esch

Fractie:

CDA-8

Pagina:

p.35

Vraag:

“Dakloze jongeren zijn gezien de aard van hun problematiek, niet op hun plek in de Maatschappelijke Opvang. Tegelijkertijd is er in andere zorgvormen zoals Beschermd Wonen geen passend aanbod voor hen omdat zij eerst tot rust en stabiliteit moeten komen alvorens te kunnen werken aan doelen en herstel. Voor hen zou een plaatsing op een soort tussenvoorziening mogelijk moeten zijn, die op dit moment nog niet bestaat. Indien we dit ontbrekend aanbod willen opzetten, zijn daarvoor extra middelen nodig. We stellen voor in de jaren 2026 tot en met 2029 € 200.000 ter beschikking te stellen.” Vragen: Om welke soort tussenvoorziening gaat het hier? Hoe verhoudt zich dit tot de crisisopvang? Wat wordt bedoeld met het opzetten van het aanbod?

Antwoord:

Het betreft jongeren voor wie in zowel de Maatschappelijke Opvang als in Beschermd Wonen, gezien de aard van hun problematiek, geen passend aanbod bestaat. Het te ontwikkelen aanbod zit tussen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in en zal in een combinatie van en/of onder verantwoordelijkheid van een van beide zorgvormen moeten vallen. Mogelijk betreft het plaatsing in een nieuwe/andere voorziening en/of bij een andere aanbieder. Dit moet nader onderzocht worden.

29

Portefeuillehouder

Het ontwikkelen (opzetten) van dit aanbod betreft: analyse doelgroep (problematiek, gewenste zorg, aantal), beschrijven product (aanbod), eventueel zoeken zorgaanbieder(s), starten proefperiode. Er kan op casusniveau ook gekozen worden voor extra inzet op begeleiding in de vorm van maatwerk, tijdens verblijf in de Maatschappelijke Opvang (zie hiervoor pagina 36, maatwerk tijdens opvang). Maurits van de Geijn

Fractie:

CDA-9

Pagina:

38

Vraag:

Versterken lokale toegang vanuit hervormingsagenda en toekomsttuinen “Vanuit de Hervormingsagenda moet elke gemeente in 2028 een stevig lokaal team hebben staan. Na 2028 is het nog niet klaar. Vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming moet dit in 2030 staan. De Hervormingsagenda Jeugd kondigt hiervoor een convenant ‘stevige lokale teams’, waarin het gaat om de randvoorwaarden waarbinnen professionals van alle lokale teams hun centrale rol kunnen vervullen. Om die reden wordt voorgesteld incidenteel € 500.000 voor de jaren 2026 tot en met 2029 in te zetten.” Kortgeleden zijn er meerdere uitspraken geweest van de centrale Raad van beroep die rolvermenging in het voorliggend veld moet tegengaan en gemeenten verplicht in hun verordeningen, nadere regels en werkwijzen, goede functionele scheidingen aan te brengen in advisering, indicering en besluitvorming enerzijds en uitvoering anderzijds. Vraag: Is hier in de hervormingsagenda op lokaal niveau aandacht aan besteed? Hoe is objectieve indicering en de waarborging van toegang tot zorg gegarandeerd voor jeugdigen en hun ouders en zorgvragers in de Wmo?

Antwoord:

Portefeuillehouder

Op lokaal niveau is hier aandacht aan besteed. Binnen de wijkteams is een duidelijke scheiding tussen advisering, indicering en besluitvorming. De uitvoering is belegd bij het voorliggend veld, welzijnspartijen en gecontracteerde zorgaanbieders. In het kader van de Hervormingsagenda wordt gewerkt aan een hernieuwde opdracht voor de wijkteams Arnhem die in lijn van de Hervormingsagenda en Toekomstscenario ligt. Bob Roelofs

Fractie:

CDA-10

Pagina:

p.43

Vraag:

Meedoen vanaf dag 1 Om dit beleid structureel te kunnen borgen, zijn ook structurele middelen nodig. Voorgesteld wordt dan ook om € 1 miljoen vanaf 2027 hiervoor in te zetten. Voor 2026 zijn nog incidentele middelen beschikbaar. Vraag: Waar komen deze incidentele middelen vandaang? En hoeveel wordt er uitgetrokken voor 2026? De incidentele middelen betreffen incidentele middelen die door uw raad voor een vastgestelde periode beschikbaar zijn gesteld voor vluchtelingen. Er is €500.000 per jaar beschikbaar gesteld van 2023 tot en met 2026, en daarnaast nog €500.000 per jaar van 2024 tot en met 2028.

Antwoord:

30

Portefeuillehouder

Inmiddels ligt het voorstel in de begroting om deze middelen vanaf 2027 structureel te maken. Dit betreft in totaliteit dus één miljoen, zowel de incidentiele als de structurele middelen. Paul Smeulders

Fractie:

CDA-11

Pagina:

p.50

Vraag: Erfgoed beleefbaar bij vernieuwing van de stad (25M94) “Bij de Perspectiefnota 2026-2029 is de motie ‘Erfgoed beleefbaar maken bij vernieuwing van de stad’ (25M94). Daarin wordt gevraagd om bij ruimtelijke projecten, zowel stadsontwikkeling als vernieuwing van de openbare ruimte, kansen voor beleefbaar maken van erfgoed te benutten en waar nodig daarvoor binnen deze projecten middelen beschikbaar te maken, als een gemeentelijke bijdrage leidt tot voldoende cofinanciering van andere overheden, fondsen of marktpartijen. Na 2026 is er geen geld meer beschikbaar voor beleefbaar erfgoed. Om het erfgoed in de ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen behouden en beleefbaar te maken in relatie tot de totale groei van de stad is extra inzet benodigd vanaf 2026. Voorgesteld wordt voor de jaren 2026, 2027 en 2028 jaarlijks € 110.000 hiervoor vrij te maken. Toelichting: Jaarlijks wordt tot 2028 110 duizend ingezet voor het beleefbaar maken van erfgoed bij stadsvernieuwing. In de aangenomen motie 25M94) hierover staat dat een gemeentelijke bijdrage moet leiden tot voldoende cofinanciering van derden. Vraag: Wat zijn de randvoorwaarden voor cofinanciering, is er bijvoorbeeld een minimumbedrag of een bepaald ratio van hoeveel de derden moeten bijdragen? Antwoord:

Portefeuillehouder

De 110.000 euro in 2026, 2027 en 2028 is bedoeld voor extra inzet voor beleefbaar maken en houden van erfgoed in de ruimtelijke ontwikkelingen. Deze inzet betekent 1 fte voor 3 jaar voor het team erfgoed en deze fte zal zich ook richten op het verkrijgen van cofinanciering/subsidies voor beleefbaar maken van het erfgoed in Arnhem. Dit gaat om provinciale en rijkssubsidies. Daar worden ook de randvoorwaarden voor co-financiering vastgesteld. Bob Roelofs

Fractie:

CDA-12

Pagina:

p.52

Vraag:

Crisiskosten openbare orde en veiligheid “We moeten mensen in acute situaties huisvesten, onderkomen geven of stabiliseren waar het gaat om persoonlijke crisis. Hiervoor is budget nodig om snel out of pocket kosten te kunnen dekken in acute crisissituaties. We stellen voor om hiervoor € 150.000 structureel in te zetten”. Vraag: Op welke wijze zijn de “out of pocket kosten” berekend? En hoe wordt dit ingezet en het gebruik bepaald??

Antwoord:

De kosten zijn berekend op basis van de onvoorziene uitgaven die de afgelopen jaren zijn gedaan en de trend die we zien van een toenemend aantal crisissituaties die tot deze kosten leiden. Het gaat hierbij om extra maatregelen

31

Portefeuillehouder

(camera’s, fysieke aanpassingen) naar aanleiding van explosies of andere intimidatie of geweldsdreiging en de opvang van mensen wier veiligheid acuut gevaar loopt dan wel voor wie noodopvang moet worden geregeld. Ahmed Marcouch

Fractie:

CDA-13

Pagina:

p.55

Vraag:

Portefeuillehouder

“De Meerjareninvesteringsplanning (MIP) is geactualiseerd. Hierbij is gekeken naar de planning van de verschillende investeringen. Bij de Perspectiefnota is het MIP reeds geïndexeerd. Als gevolg van met name personeelstekorten worden diverse investeringsprojecten vooral vanaf 2026 getemporiseerd. Hierdoor ontstaat een vrijval voor de algemene middelen van € 1,9 miljoen in 2026, van € 1,4 miljoen in 2027 en € 1,1 miljoen in 2028. Vanaf 2029 daalt de vrijval van kapitaallasten tot € 0,4 miljoen.” Vraag: Welke investeringen worden getemporiseerd? De grootste investering waarvan het oplevermoment naar achteren is verschoven met vrijval voor de algemene middelen, betreft de investering in het nieuwe Stadstheater (van 2027 naar 2028). Zie ook de toelichting hierover in de Paragraaf Investeringen op pagina 307. Verder betreft het vooral een breed scala van diverse projecten die later dat oorspronkelijk gepland worden afgerond. Dit zijn onder meer projecten op het gebied van grond- weg- en waterbouwkundige werken, afval en openbare verlichting. Zie ook de tabel bij vraag CDA-1. Paul Smeulders

Fractie:

CDA-14

Pagina:

p.62

Vraag:

“We optimaliseren werkprocessen voor het verbeteren van de dienstverlening aan de telefoon en de balie. We willen inwoners aan de balie en de telefoon zo goed en snel als mogelijk helpen. Met efficiënte werkprocessen kunnen we wachttijden voorkomen of beperken, de inwoner van een goed antwoord voorzien en onze betrouwbaarheid versterken. En het geeft ruimte om, waar dat nodig en mogelijk is, aandacht te besteden aan een vraag waarvoor maatwerk vereist is. Binnen het lopende programma doorontwikkeling Burgerzaken zijn meerdere werkprocessen doorgelicht en aangescherpt. Het heeft meer inzicht gegeven in bijvoorbeeld doorloop- en verwerkingstijden. Door goed gebruik te maken van deze en andere beschikbare informatie, kunnen we beter voorspellen welke werkzaamheden op ons afkomen, een efficiënte planning maken en inspelen op behoeftes van inwoners. In 2026 bouwen we hier op verder. Daarbij zetten we ook in op verdere digitalisering en automatisering. We streven ernaar om inwoners meer mogelijkheden te geven om digitaal hun zaken te regelen. Ook op de afdeling zetten we in op verder inzicht in sturingsinformatie om zo de telefonische bereikbaarheid te borgen. Daarnaast optimaliseren we werkprocessen door de verbinding met andere onderdelen in de organisatie te versterken.

We oriënteren ons op de mogelijkheden om (nieuwe) digitale technieken in te zetten die de telefonische dienstverlening kunnen ondersteunen”.

Antwoord:

Vraag: Kan het bestuur toelichten op welke wijze Burgerzaken voor de optimalisatie haar prognoses maakte om inzichtelijk te hebben welke doorloopen verwerkingstijden nodig waren? Wat is veranderd en wat is de doelstelling nu 32

Antwoord:

en in de toekomst qua doorlooptijden en verwerkingstijden? Hoe wordt op dit moment onderlinge informatie uitgewisseld tussen onderdelen in de organisatie om burgers optimaal te bedienen? Voorheen maakten we prognoses op de afdeling Burgerzaken voornamelijk op basis van ervaring en signalen van medewerkers, en op basis van beschikbare informatie over landelijke ontwikkelingen zoals de paspoortpiek. Bij het doorlichten van de werkprocessen zijn we doorlooptijden gaan meten. Ook hebben we processen gedigitaliseerd waardoor we meer feitelijke informatie hebben. Deze data geeft meer houvast om in te spelen op trends binnen bestaande werkzaamheden en (het inzetten van) de benodigde capaciteit.

Portefeuillehouder

Voor het Contactcentrum is het belangrijk om te weten wat er speelt op de vakafdelingen zodat de medewerkers Telefonie zo goed mogelijk in staat zijn om vragen af te handelen en doorverbinden minder vaak nodig is. Medewerkers maken voor het beantwoorden van vragen gebruik van verschillende systemen. Bijvoorbeeld het zaaksysteem, Suites (statussen van uitkeringen), de gemeentelijke website, intranet en een eigen kennisbank. Het Contactcentrum schakelt met andere afdelingen voor kennisdeling, waarbij informatie wordt aangevuld in de kennisbank. Maurits van de Geijn

Fractie:

CDA-15

Pagina:

p.76

Vraag:

VEILIGHEID “We zetten fors in op toezicht in de wijk en rond scholen alsmede vroegtijdige signalering van situaties van overlast of criminaliteit. Straatcoaches zijn zichtbaar aanwezig in de wijken, rond scholen en bij het jongerenwerk. Ze spreken overlast gevende jeugd aan, moedigen positief gedrag aan. Ze surveilleren, de-escaleren, dringen overlast terug en signaleren vroegtijdig situaties die tot overlast of criminaliteit kunnen leiden. De focus ligt op drugshandel en drugsgebruik door jeugdigen in Arnhem-Oost. De straatcoaches werken samen met ketenpartners en werken actief samen met VIOS. Die scholen van handelingsperspectief voorziet bij het omgaan met ondermijnende jeugdcriminaliteit”. VRAAG: Wat zijn de resultaten van deze inspanningen, zowel kwalitatief als kwantitatief?

Antwoord:

In 2023 evalueerde een externe partij onder bewoners, scholieren en schoolpersoneel het werk van de straatcoaches van Stichting Aanpak Straat- en Schoolveiligheid. Hieruit bleek brede bekendheid en waardering voor de straatcoaches. Zij worden gezien als toegankelijk, goed geïnformeerd en snel handelend bij incidenten. Hun aanwezigheid in en rond scholen draagt bij aan een groter veiligheidsgevoel en ze vervullen een belangrijke signaalfunctie waar het gaat om trends onder jongeren en als het dreigt mis te gaan met jongeren.

Portefeuillehouder

De straatcoaches zijn elke dag preventief actief en zichtbaar in de wijken en op de scholen en hebben 12947 keer een actie geregistreerd in 2024. Ze signaleren, normeren, maken contact, verbinden, informeren en verwijzen door. Ahmed Marcouch

Fractie:

CDA-16 33

Pagina:

p.78

Vraag:

“Minder jongeren in de criminaliteit”. “De Rijksmiddelen voor de aanpak Preventie met Gezag zijn vooralsnog niet begroot voor 2026 (terugval van ruim € 2,5 miljoen). Zodra de definitieve beschikking vanuit het rijk wordt ontvangen, zullen de middelen voor 2026 en verder in de begroting worden opgenomen. Bij de jaarrekening 2024 was er nog een restant budget in het kader van Arnhem Oost (VIOS) dat toegevoegd is aan de jaarschijf 2025 (incidenteel). Dit veroorzaakt een een terugval van € 66.000 vanaf 2026. Vanaf 2027 is de incidentele gemeentelijke cofinanciering van € 750.000 voor de uitvoering van Preventie met Gezag en de Arnhem-Oost middelen met betrekking tot "veiligheid in en om scholen" (VIOS) van € 244.000 niet meer in de begroting opgenomen. “

Portefeuillehouder

Vraag: Welke inspanningen zijn er gepland om ook ná 2026 deze aanpak te kunnen blijven ondersteunen vanuit de gemeente en met welke middelen? We hebben in de zomerperiode een nieuwe aanvraag ingediend bij het Rijk voor de aanpak Preventie met Gezag (PmG). Deze loopt t/m 31-12 2029. Het betreft € 1.238k in 2026 en € 2.123k in de jaren 2027-2029. Daarnaast vallen onder PmG de pilot informele Grassroots organisaties. De middelen hiervoor zijn 200.000 euro per jaar van 1-1-2026 tot en met 31-12-2030. De middelen van VIOS zijn vooralsnog niet meer opgenomen. Er komt een nieuwe SPUK aanvraag NPLV. Daarin zal VIOS opgenomen worden. Het is afwachten welke middelen er dan voor VIOS beschikbaar komen. Ahmed Marcouch

Fractie:

CDA-17

Pagina:

p.121

Vraag:

Versterken van de infrastructuur “De begroting is in 2026 lager dan 2025, doordat in 2025 de volgende incidentele middelen zijn toegevoegd aan de begroting: [..] Hier tegenover staat het vervallen van de DU lokale bibliotheekvoorzieningen, welke een looptijd heeft tot en met 2026 (€ 495.000). “

Antwoord:

Antwoord:

Begroting meldt dat de DU lokale bibliotheekvoorzieningen met een looptijd tot en met 2026 vervalt. Dit zorgt voor een terugval in baten van circa een half miljoen vanaf 2027. Vraag: “Hoe is de structurele continuïteit van de bibliotheekvoorzieningen, financieel geborgd na het wegvallen van deze uitkering na 2026?” In 2025 en 2026 heeft het Rijk via een decentrale uitkering (DU) middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van de lokale biblotheekvoorzieningen. Het Rijk heeft aangekondigd dat de middelen voor bibliotheekvoorzieningen vanaf 2027 niet meer via een decentralisatieuitkering beschikbaar komen maar regulier via het gemeentefonds. Het oormerken van deze middelen valt vanaf 2027 daarmee onder het budgetrecht van de raad. We verwachten in 2026 het Meerjarenplan bibliotheekwerk af te ronden, waarmee we een voorstel doen voor de besteding van deze middelen.

Het beschikbaar komen van deze middelen via het gemeentefonds hangt samen met het vaststellen van de nieuwe Wet Stelsel voor openbare

34

bibliotheekvoorzieningen. Afhankelijk van de kabinetsformatie kan er na de Tweede Kamer verkiezingen in 2026 over gestemd worden. Mocht deze besluitvorming vertraging oplopen, is er een risico dat de middelen ook later zullen volgen. Indien het risico van de vertraging zich daadwerkelijk voordoet, kan de raad ervoor kiezen deze middelen te compenseren of te overbruggen. Portefeuillehouder

Cathelijne Bouwkamp

Fractie:

CDA-18

Pagina:

p.170

Vraag:

GEZONDHEID EN SPORT “Het terugdringen van problematisch alcohol- en drugsgebruik. Alcohol- en drugsgebruik, gokken en overmatig gamen en sociale mediagebruik zijn schadelijk voor de gezondheid. Het kan ook leiden tot slechtere schoolprestaties, verzuim of schooluitval. Het is dus belangrijk om alcohol- en drugsgebruik en gokken zo veel mogelijk te voorkomen en te ontmoedigen en met name jongeren te leren op een gezonde manier om te gaan met gamen en sociale mediagebruik”. “Dit doen we door op verschillende domeinen in het leven van jongeren in te zetten:

Portefeuillehouder

• School: we stimuleren alle Arnhemse scholen om gebruik te maken van een integrale aanpak voor het voorkomen en terugdringen van (problematisch) middelengebruik”. Vraag: Hoe krijgt deze integrale aanpak in de praktijk vorm en hoe wordt het resultaat hiervan bijgehouden? De integrale aanpak Helder op School krijgt in de praktijk vorm door op en met scholen aan de slag te gaan met het ontwikkelen van een samenhangend schoolbeleid rondom middelengebruik. In samenwerking met IrisZorg Preventie werken scholen aan beleid, voorlichting, signalering en ouderbetrokkenheid. De school stelt bijvoorbeeld regels en afspraken op over alcohol, roken, vapen en drugs. Docenten en ander schoolpersoneel worden getraind in het herkennen en bespreekbaar maken van middelengebruik, en leerlingen krijgen lessen over gezonde keuzes. Voor ouders worden ouderavonden georganiseerd over deze onderwerpen. De voortgang en resultaten worden bijgehouden via evaluaties en terugkoppeling van scholen aan IrisZorg en de gemeente. Maurits van de Geijn

Fractie:

CDA-19

Pagina:

p.173

Vraag:

Arnhemmers bewegen voldoende “De toename van de begroting 2026 ten opzichte van 2025 wordt veroorzaakt door hoger exploitatiebudget gymzalen en indexatie. Daarnaast is de SPUK Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) tot en met 2026 verleend. Tegelijkertijd wordt er structureel budget toegevoegd aan het preventiebudget voor aanpak obesitas, overgewicht, mentale gezondheid en middelengebruik. Verder zorgt het gewijzigde MIP voor een aangepast verloop van de kapitaallasten wat resulteert in lagere lasten in 2025. Voor het planmatig onderhoud van permanent vastgoed (sporthallen) wordt gewerkt met een meerjaren onderhoudsplanning.

Antwoord:

35

Volgens planning liggen de onderhoudskosten voor planmatig onderhoud de komende 4 jaar tussen de € 500.000 en € 700.000 lager dan in 2025.” Vraag: Is in kaart gebracht wat de gevolgen van deze lagere onderhoudskosten voor de sportfaciliteiten betekent, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid? Is het bezuinigen op onderhoud niet juist een risico omdat het later zal leiden tot hogere kosten? Antwoord:

Portefeuillehouder

De kosten voor het planmatig onderhoud van permanent gemeentelijk vastgoed zijn gestoeld op een 40 jarig meerjarenonderhoudsplan. De totale kosten over deze periode worden teruggebracht naar een jaarlijks gemiddelde die wordt gestort in de bestemmingsreserve vastgoed. Vervolgens worden de daadwerkelijke kosten voor het planmatig onderhoud gedekt met een onttrekking uit deze reserve. Afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden ligt die boven of onder het gemiddelde. Dit is ook het geval bij de sporthallen. Er is geen sprake van een bezuiniging op onderhoud. Bob Roelofs / Maurits van de Geijn

Fractie:

CDA-20

Pagina:

p.193

Vraag:

“De verstedelijkingsopgave is voor de gemeente een grote financiële opgave. Een groeiende stad vraagt om een organisatie met meer uitvoeringskracht en middelen voor (co)financiering van de woningbouwopgave, daarbij behorende stedelijke voorzieningen en onrendabele grondexploitaties.” Toelichting: stedelijke voorzieningen zijn belangrijk om te kunnen genieten van Arnhem. Openbare toiletten zijn ook belangrijk voor inwoners, met name voor degenen die de stad in gaan.

Antwoord:

Vraag: Hoeveel openbare toiletten heeft Arnhem per 1000 inwoners? En hoe is dat in vergelijking met andere steden? Arnhem heeft ongeveer 0,45 openbare toiletvoorzieningen per 1000 inwoners waaronder openbare toiletten, semi-openbare toiletten en opengestelde toiletten door ondernemers. Hiermee staan we op de ranglijst toiletvriendelijkheid bij gemeenten in 2024 op plek 80 met een score van 6,0. Waarbij de gemeente West Maas en Waal op de eerste plek staat met een score van 7,9 en gemeente Voerendaal op de laatste plek (342) staat met een score van 0,0. In deze ranglijst staat de gemeente Apeldoorn op plek 103 met een 5,7, gemeente Nijmegen op plek 131 met een 5,3 en de gemeente Ede op plek 190 met een 4,6.

Portefeuillehouder

(bovenstaande informatie is gebaseerd op de website hoge nood.nl) Bob Roelofs/ Maurits van de Geijn

Fractie:

CDA-21

Pagina:

p.200

Vraag:

“Voor het bevorderen van de samenwerking met de Groene Metropoolregio is er een budget van € 169.000 opgenomen.”

Antwoord:

Vraag: Waar wordt deze 169 duizend euro precies voor ingezet? De €169.000 binnen het begrotingsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling is de bijdrage van de gemeente Arnhem aan de gemeenschappelijke regeling Groene 36

Portefeuillehouder

Metropoolregio (GMR), specifiek voor de uitvoering van de regionale opgave Groene Groeiregio. Deze middelen worden ingezet voor ruimtelijke ontwikkeling in de regio, zoals beschreven in de regionale agenda 2025–2028 van de GMR. De concrete inzet van deze middelen voor de opgave Groene groeiregio wordt gespecificeerd in de Begroting GMR 2026. Op pagina 4 van die begroting staat beschreven welke acties in 2026 worden uitgevoerd binnen de opgave Groene Groeiregio. Dit betreft onder andere: Uitvoering van de prioritaire maatregelen van de gebiedsprogramma’s in de vier deelgebieden: de Liemers, Middengebied, Veluwezoom en Rijk van Nijmegen Agenderen van bovenregionale maatregelen (randvoorwaarden Woningbouw) op de tafel van NOVEX en regioarrangement, als ook in nieuwe ruimtelijke documenten zoals Rijks- en Provinciale omgevingsvisies; Aanjagen van voldoende huisvesting voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen, arbeidsmigranten en mensen in een kwetsbare situatie door kennis en goede voorbeelden te delen met gemeenten, maar ook in hulp of kennis bij de ontwikkeling van specifieke locaties Nermina Kundic

Fractie:

CDA-22

Pagina:

p.214

Vraag:

“We monitoren met ingang van 2026 jaarlijks de voortgang van het boomkroonvolume. Deze inzet is geborgd in de uitvoeringsagenda van het Bomenplan Arnhem. “ In de dit jaar aangenomen motie 25M24 wordt gevraagd om ook met terugwerkende kracht de ontwikkeling van het boomkroonvolume te onderzoeken en ook een onderscheid te maken tussen de voortgang in particuliere en publieke ruimte.

Portefeuillehouder

Vraag: Waarom wordt in de betreffende passage dat onderscheid niet gemaakt en naar de motie gerefereerd? Dat onderscheidt wordt in deze passage inderdaad niet gemaakt. In lijn met de motie onderzoeken we inderdaad de ontwikkeling van het boomkroonvolume en onderscheiden we hierin particuliere en gemeentelijke bomen. Het onderzoek wordt na afronding gedeeld met de raad, daarmee wordt ook de motie afgedaan. Cathelijne Bouwkamp

Fractie:

CDA-23

Pagina:

p.218

Vraag:

We willen Arnhem schoner maken “We willen een schonere woonomgeving en willen daarbij de volgende resultaten behalen: • vermindering van het aantal hotspots met 25% (ten opzichte van 2022); • 50% reductie van het aantal bijplaatsingen op de top 20 hotspots (ten opzichte van 2022); • een stadsdekkend netwerk van zwerfafvalvrijwilligers.

Antwoord:

Vraag: Wordt dit actief gemonitord? Wat zijn de meest actuele cijfers? En wat is het verloop?

37

Antwoord:

•

Portefeuillehouder

Vermindering van het aantal hotspots: deze ambitie blijkt in de praktijk zeer lastig te monitoren. We hebben geen capaciteit of mogelijkheden om de hele stad periodiek cijfermatig te monitoren. Wel krijgen we al van onze professionals op straat (inclusief de chauffeurs van PreZero) te horen dat het aantal hotspots afneemt. Een exact cijfer/percentage kunnen we hier echter niet geven. • In Sinds 2023 werken we aan een uitgebreide en intensieve hotspot-aanpak waarbij de (sociale) omgeving gezien wordt als belangrijk kader en ook meegenomen wordt in en bij het opstellen van de aanpak. Elke hotspot vraagt om een specifieke benadering die bepaald wordt door de (samenstelling van de) omgeving en het type afval dat aangetroffen wordt. We bekijken op elke hotspot de gelegenheid, capaciteit en motivatie van omwonenden. Aan de hand van deze inzichten worden interventies ontwikkeld die het gedrag in de openbare ruimte bewust en onbewust beïnvloeden. Met interventies werken we aan ‘de basis op orde’, de sociale norm, zetten we maatwerk-communicatie in en verbeteren de faciliteiten. We zijn inmiddels op 16 van de 20 geïdentificeerde hotspots actief. Op vier locaties is de aanpak afgerond. We zien daarbij op één locatie een afname van 50%, op twee locaties een afname van 30% en op één locatie zien we helaas geen effect.

Op 12 locaties zijn we nu volop bezig maar is het nog te vroeg om echt resultaten te kunnen meten. Overwegend zien we in ieder geval (op korte termijn) een bescheiden positief resultaat tot nu toe. • Een stadsdekkend netwerk is gerealiseerd en groeit nog steeds. In totaal zijn op dit moment ruim 1.400 inwoners geregistreerd als zwerfafvalvrijwilliger. Deze lopen ‘solo’ of in groepen zoals Heel Arnhem Schoon, Elderveld Schoon, De Laar Schoon, Circulair Spijkerkwartier en Klarendal Schoon. Daarnaast hebben wij een online platform gerealiseerd waarop informatie te vinden is over zwerfafval en de mogelijkheden die inwoners hebben om zelf actief te worden: www.arnhemschoner.nl Bob Roelofs

Fractie:

CDA-24

Pagina:

p.315

Vraag:

“De afgelopen jaren hebben onze subsidiepartners te maken gehad met sterk gestegen lonen en prijzen. De gemeente indexeert subsidies jaarlijks conform de systematiek zoals beschreven in de Perspectiefnota (‘nominaal en areaal’). De in eerdere jaren vastgestelde indexering heeft bij met name partijen die onder de cao sociaal werk vallen (zoals sociale wijkteams, welzijnspartijen en partijen in de maatschappelijke opvang) de gestegen kosten slechts gedeeltelijk opgevangen. Het college is in gesprek met deze partijen over wat dit betekent voor de uitvoering van de taken van deze partijen.” Vraag: Wordt ook overwogen om de partijen extra te compenseren om dezelfde taken te kunnen uitvoeren? Hoeveel is daar ongeveer voor nodig?

Antwoord:

In de begroting 2026 is binnen de beleidsvelden Welzijn, Maatschappelijke Opvang voor de betrokken partners en voor de Sociale wijkteams voorzien in een budget voor compensatie van de CAO Welzijn. De subsidieaanvragen van organisaties voor 2026 zijn net binnen en worden de komende maanden beoordeeld. Daarbij zal ook beoordeeld worden of CAO compensatie voor 2026 nodig is. Voor de sociale wijkteams is in de Begroting 2026 apart een bedrag opgenomen van € 679.226 voor 2026 en € 863.772 voor 2027. 38

Portefeuillehouder

Marjan van Munster

Fractie:

CDA-25

Pagina:

p.320

Vraag:

“Het totaalbedrag in het Uitvoeringsplan 2024-2026 à € 28 miljoen is in de verschillende begrotingsprogramma’s van de gemeente Arnhem verwerkt. In de tabel hieronder is voor de jaren 2025 en 2026 aangegeven hoeveel middelen van het Nationaal Programma in welk begrotingsprogramma zijn opgenomen:

” De CDA-fractie heeft recent weer ervaren hoe belangrijk de stadsmarinier met mandaat is om doorbraken in Arnhem-Oost wijken te forceren voor veiligheid en leefbaarheid.

Portefeuillehouder

Vraag: Hoeveel (FTE) stadsmariniers hebben we momenteel in de gemeente Arnhem? En hoe is het verloop van dat aantal in de afgelopen vijf jaar? En hoe worden deze stadsmariniers gefinancierd? Momenteel wordt één ½ fte stadsmarinier ingezet. In de afgelopen vijf jaar zijn in totaal vijf stadsmariniers actief geweest. Twee daarvan zijn gefinancierd uit de Arnhem-Oost middelen, twee uit veiligheidsmiddelen en één uit het budget dat uw raad voor drie jaar heeft gegeven ten behoeve van winkelcentrum de Drieslag. Cathelijne Bouwkamp

D66 Fractie:

D66-1 (mondeling gesteld 09/10)

Pagina:

S12

Vraag:

Doen we voor vocht en schimmelaanpak/expert ook iets voor de vrije sector (huurwoningen)? Het aanpakken van vocht- en schimmelproblematiek heeft voor ons prioriteit. Omdat we zelf niet de eigenaar zijn van woningen in onze stad, stimuleren we woningcorporaties en verhuurders om een gezond binnenklimaat te realiseren.

Antwoord:

Antwoord:

Om huurders met vocht- en schimmelproblemen te helpen, hebben we een stappenplan gepubliceerd op onze website: https://www.arnhem.nl/Inwoners/wonen_en_milieu/Gezond_wonen Bij sociale huurwoningen in Arnhem is een schimmelexpert actief die in complexe gevallen door corporaties ingeschakeld kan worden voor een

39

onafhankelijk advies en een aanpak om schimmel te voorkomen en de problemen te verhelpen. Voor het melden van (schimmel)klachten bij particuliere verhuur is er op de website van de gemeente een duidelijke verwijzing naar de site van de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) gepubliceerd en uitleg over het melden van schimmel en achterstallig onderhoud. Zo kunnen inwoners een melding bij de ODRA maken als ze met de verhuurder niet tot een oplossing voor hun klachten kunnen komen. In het uiterste geval kan de gemeente worden benaderd. Als onderhoudsgebreken zo ernstig zijn dat de woning niet (meer) aan de minimale vereisten uit het Bouwbesluit voldoet, kunnen Burgemeester en Wethouders op grond van de Woningwet de verhuurder oproepen de woning te laten repareren. De ODRA is gemandateerd om deze taken namens het college uit te voeren.

Portefeuillehouder

Daarnaast zetten we extra ondersteuning in voor huurders via Het Huurdershuis. We subsidiëren Het Huurdershuis voor de ondersteuning van alle huurders bij een conflict met hun verhuurder over het onderhoud van hun woning, met vocht en schimmel als prioriteit. Paul Smeulders

Fractie:

D66-2 (mondeling gesteld 09/10)

Pagina:

S12 Wonen

Vraag:

Portefeuillehouder

Woningdelen: Doelgroep die in de bijstand zit; word je gekort op je uitkering als je je woning wil delen? Zijn er drempels voor mensen die woningdelen? Ja, er wordt in de Participatiewet gekeken of er een commerciële huurrelatie is (kamer bewoning) of dat iemand gaat inwonen waardoor de vaste lasten gedeeld kunnen worden. Dan ben je voor de Participatiewet een kostendeler en zal de uitkering daarop worden afgestemd. Uitzonderingen zijn er ook. Als je maar tijdelijke opvang voor iemand biedt of als je van plan bent te gaan samenwonen. We hebben voor die laatste groep in Arnhem een proef uitgevoerd (naar aanleiding van een motie van de raad) om inwoners de tijd te geven om te kunnen samenwonen met behoud van een uitkering. De proef was een succes, waarna we het toestaan van samenwonen gedurende 6 maanden zonder directe gevolgen voor de bijstandsuitkering structureel in ons beleid hebben opgenomen. Paul Smeulders / Marjan van Munster

Fractie:

D66-3

Pagina:

13, 32

Vraag:

Er zijn extra middelen nodig voor de toegankelijke hoofdlooproutes, onder andere vanwege aantakken van bushaltes en omdat “de opgave omvangrijker is dan eerder ingeschat”. Eerder is de raad geïnformeerd over welke routes als hoofdlooproute worden aangemerkt. Kunnen we een nieuwe kaart ontvangen van wat er wordt aangemerkt als hoofdlooproute en waar wijzigingen zijn ten opzichte van eerdere kaartjes? En wat maakt dat de opgave “omvangrijker” is dan ingeschat? In de begroting 2023-2026 zijn middelen gereserveerd voor het uitvoeren van de acties uit het uitvoeringsplan VN-verdrag Handicap op de domeinen Vastgoed

Antwoord:

Antwoord:

40

Portefeuillehouder

en Openbare Ruimte. Inmiddels is er een goede start gemaakt met het uitvoeren van de werkzaamheden. Op basis van de opgedane ervaringen voor de looproutes moeten we echter ook de conclusie trekken dat de opgave voor de looproutes omvangrijker is dan eerder ingeschat. De kosten komen hoger uit door: • Gedetailleerdere uitwerking van de route en maatwerk maatregelen • Aanvullende wensen n.a.v. schouw door APCG • Aanpassen en aantakken bushaltes • Meenemen kansen voor vergroenen De kaart van toegankelijk te maken hoofdlooproutes is te vinden op de site van de gemeente Arnhem: Netwerk toegankelijke looproutes in Arnhem Bob Roelofs/ Maurits van de Geijn

Fractie:

D66-4

Pagina:

13, 84

Vraag:

Komend jaar pakken we het thema externe veiligheid in het Omgevingsplan op. Op welke wijze wordt hierbij de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor in Oost-Nederland (voorlopig nog door Arnhem) betrokken? Eén van de aspecten in het omgevingsplan is externe veiligheid waaronder het transport van gevaarlijke stoffen via het spoor door Arnhem.

Antwoord:

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs het spoor wordt er onder andere rekening gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen door Arnhem. In de motivatie van het omgevingsplan wordt aangegeven of er wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid. Tevens wordt er een advies aan de VGGM/brandweer gevraagd. Eventuele maatregelen worden in de regels van het omgevingsplan opgenomen. Aanvullend zijn wij via de Groene Metropool Regio (GMR) betrokken bij het onderzoek Goederencorridor Noordoost Europa (GNOE). In dit onderzoek wordt gekeken naar nut en noodzaak om de goederenroute Rotterdam – Amsterdam – Hengelo – Duitsland te ontlasten. Op die route zit het goederenvervoer het reizigersvervoer te veel in de weg en de vraag is of en hoe dat kan worden opgelost. Mocht nut en noodzaak worden aangetoond om die route te ontlasten, dan kunnen er routes in beeld komen die door Arnhem lopen. Samen met de GMR benadrukken daarom het belang om eerst nut en noodzaak aan te tonen. Bij een eventueel vervolg vragen we aandacht voor (geluids)overlast en externe veiligheid als belangrijke factoren om mee te wegen in de besluitvorming. Portefeuillehouder

Nermina Kundic / Eva van Esch

Fractie:

D66-5

Pagina:

15, 42

Vraag:

De Gelrepas komt (n.a.v. motie 25M121) ook beschikbaar voor inwoners boven de 67. Welke gevolgen heeft dit voor het aanbod in de Gelrepas? Wordt er bijvoorbeeld specifiek aanbod gezocht dat bijdraagt aan het welzijn van deze doelgroep en aan gezond ouder worden? De Gelrepas was altijd al beschikbaar voor inwoners boven de 67 jaar. Naar aanleiding van de motie is het beschikbare budget voor inwoners boven de 67

Antwoord:

41

Portefeuillehouder

jaar verhoogd. Er was en is dus al aanbod dat ook bijdraagt aan het welzijn van deze doelgroep. Marjan van Munster

Fractie:

D66-6

Pagina:

15, 43

Vraag:

Portefeuillehouder

N.a.v. motie 25M93 wordt de lokale extra beschikbaarheid van Prep structureel. Dit levert een bijdrage aan een toekomst met 0 nieuwe HIV-infecties in Arnhem. Welke andere maatregelen kan de gemeente nemen om het doel van 0 nieuwe HIV-infecties daadwerkelijk te behalen? We zetten via de GGD (onderdeel Seksuele Gezondheid) in op verschillende vormen van voorlichting en educatie: • We scholen huisartsen over wanneer een HIV-test in te zetten; • We geven workshops/training t.b.v. de doelgroep waarin het belang van PrEP wordt toegelicht en hoe consistent gebruik kan worden gewaarborgd; • We werken samen met community ambassadors die de doelgroep kunnen informeren en ondersteunen; • We bieden laagdrempelig toegang tot preventiemiddelen, zoals condooms en zelftestkits; • We werken samen met organisaties die onze doelgroep al bereiken en die kunnen helpen bij het delen van informatie en het bieden van ondersteuning. Maurits van de Geijn

Fractie:

D66-7

Pagina:

16, 39

Vraag:

Portefeuillehouder

Zijn de resultaten van de pilot ''Vanuit Autisme Bekeken'' al bekend? Bij de behandeling van motie 25M114 werd een brief na de zomer en nog voor de begrotingsbehandeling toegezegd. Op basis waarvan wordt alvast 300.000 euro gereserveerd voor een mogelijk vervolg? Ja, deze resultaten zijn bekend. De raadsbrief met de resultaten van de pilot wordt voor de begrotingsbehandeling verzonden aan de raad. De brief gaat over de uitkomsten van de verkenning naar levensloopbegeleiding (LLB) voor inwoners met autisme (ASS). Doordat de dragende organisatie van VAB stopt en vanwege knelpunten met wetgeving, wordt in deze brief uitgewerkt hoe we in Arnhem belangrijke kernwaarden van de begeleiding lokaal kunnen implementeren in een lichtere vorm. Eva van Esch

Fractie:

D66-8

Pagina:

19, 115

Vraag:

Met de begroting en een recente raadsbrief zijn we geïnformeerd over de afdoening van motie 25M104 en 24M154. In motie 104 werd gevraagd om extra structurele middelen voor “de financiële ondersteuning van betaalbare cultuurparticipatie, bijvoorbeeld voor de maatregelen voortkomend uit motie 24M154”. Op welke wijze is aan dit deel van motie 104 uitvoering gegeven en welke middelen zijn dit? Het college is regelmatig en constructief in gesprek met (vertegenwoordigers van) de amateurkunstsector. Deze gesprekken gaan ook over de (on)betaalbaarheid van cultuurparticipatie. Zo geeft de sector het signaal af dat het meeste effect op betaalbaarheid wordt bereikt wanneer aan de aanbodzijde

Antwoord:

Antwoord:

Antwoord:

42

huurprijzen en daarmee de kosten voor aanbieders worden verlaagd. Naast huisvesting zijn ook andere oorzaken prijsverhogend. Er is een groot verschil binnen de kostensamenstelling van amateurkunstaanbieders. Belangrijke aspecten zijn bijvoorbeeld de verschillen tussen de benodigde les- of oefenlocatie en de groepsgrootte en daarmee het inkomstenniveau van lessen. In veel gevallen is bovendien sprake van bijkomende kosten voor de beoefenaars, zoals de aanschaf van instrumenten, kleding en geschikte schoenen. De aanschaf van deze instrumenten en kleding betreft vaak eenmalige kosten, maar bij beeldende kunstlessen zijn deze kosten dikwijls doorlopend. Ze worden door de aanbieder vaak doorberekend aan de cursisten.

Portefeuillehouder

Afhankelijk van de uitkomsten van een verdere analyse en in goed overleg met de sector wil het college in het eerste kwartaal 2026 aan de raad voorleggen hoe met gerichte ondersteuning cultuurparticipatie en buitenschoolse cultuureducatie betaalbaarder kan worden gemaakt. Daarin worden ook de eerste concrete aanbevelingen uit het lopende proces van het Integraal Accommodatiebeleid meegenomen. We bekijken ook of de inzet van het Jeugdfonds Sport & Cultuur Gelderland en de Gelrepas als voorliggende voorziening kan worden verbeterd om zo de drempel voor bijvoorbeeld muzieklessen te verlagen. Ook kijkt het college naar de verdere mogelijkheden die de Rijke Schooldag biedt. Het college heeft geen middelen beschikbaar voor mogelijk noodzakelijke financiële ondersteuning van een gerichte aanpak. Cathelijne Bouwkamp

Fractie:

D66-9

Pagina:

29

Vraag:

Recent ontvingen we de raadsbrief n.a.v. motie 25M166, over de sloop- en herstelwerkzaamheden na de brand in de binnenstad. De gemeente en provincie trekken samen 3 miljoen euro uit om het herstel te ondersteunen. Dit past bij de uitspraak van de raad om een spoedige nieuwe invulling van de plek te willen stimuleren. Op welke wijze kan de gemeente, gezien de financiële bijdrage, ook richting geven aan hoe deze invulling plaatsvindt en hoe wordt de raad daarbij betrokken? Vertrekpunt voor de planontwikkeling is het vigerend Omgevingsplan Binnenstad en Singels. Hierin zijn bouwvolumes en programmatische kaders vastgelegd. Voor herstel- en herontwikkelplannen die passen binnen het omgevingsplan kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd (OmgevingsPlanActiviteit/OPA). Deze plannen toetst zowel de Commissie Omgevingskwaliteit als het ambtelijk Initiatieven Beraad (IB) aan het gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

Antwoord:

Herontwikkelingen die buiten het omgevingsplan vallen (Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit/BOPA’s) worden voor de strijdigheid getoetst door de Commissie Omgevingskwaliteit en het ambtelijk Initiatieven Beraad (IB) aan zowel het beschermd stadsgezicht als de gemeentelijke (beleid)uitgangspunten. De gemeente kan zowel via het IB als Commissie Omgevingskwaliteit richting geven. Voor deze herontwikkelingen die buiten het omgevingsplan vallen én waarbij in de planontwikkelingen extra woningen worden toegevoegd, geldt daarnaast in verband met de status beschermd stadsgezicht een zgn. “bindend adviesrecht

43

van de raad” aan het college. Dat betekent dat deze herontwikkelingen enkel mogelijk zijn bij een positief advies van de raad. De raad weegt verschillende belangen af, beoordeelt het plan en geeft advies aan het college via een raadsbesluit. Omdat het advies van de raad bindend is bepaalt de raad in deze situatie feitelijk de inhoud van het besluit over de omgevingsvergunning.

Portefeuillehouder

In de aangenomen motie 25M166 over de sloop- en herstelwerkzaamheden van de brand is tevens afgesproken dat de raad bij nieuwe voorgenomen sloopontwikkelingen die afwijken van bestaand beleid of adviezen van de Commissie Omgevingskwaliteit in de gelegenheid worden gesteld de plannen te agenderen en- corrigeren. Bob Roelofs

Fractie:

D66-10

Pagina:

44

Vraag:

Portefeuillehouder

Er wordt druk gewerkt aan het verbeteren van de inkomensregelingen. In hoeverre wordt daarbij ook gekeken naar de ervaringen van andere gemeentes (zoals Nijmegen en Wageningen) met een “maatschappelijk meedoen budget”, dat het aantal losse regelingen sterk kan verminderen? Wij volgen met interesse de route die Wageningen volgt om tot vereenvoudiging van inkomensregelingen te komen. Ambtelijk is er regelmatig contact. Vanwege de schaalgrootte van Wageningen zijn daar andere keuzes gemaakt en mogelijk, maar dat Nijmegen nu ook lijkt te kiezen voor één budget per huishouden maakt dat we goed gaan volgen hoe voor- en nadelen en het implementatietraject in een grotere gemeente uitpakt. Marjan van Munster

Fractie:

D66-11

Pagina:

45

Vraag:

Portefeuillehouder

De vraag naar schuldhulpverlening is sterk toegenomen en de gemiddelde omvang van de schuld afgenomen. Dit doet vermoeden dat mensen de gemeente sneller weten te vinden. Dit biedt kansen om problemen ook sneller op te lossen en op termijn meer mensen uit de schulden te houden. Waarop is de verwachting gebaseerd dat de huidige extra inzet (à 1.150.000 euro per jaar) structureel zal zijn? Iedere inwoner met schulden is er één te veel. Daarom zijn wij blij dat méér mensen dan in voorgaande jaren de gemeentelijke schuldhulpverlening weten te vinden en hulp vragen. Volgens landelijke cijfers hebben ruim 10.000 huishoudens in Arnhem te maken met problematische schulden. Deze huishoudens hebben we nog niet allemaal in beeld en zij hebben ook nog niet altijd hulp bij hun schulden gekregen. Via ondermeer vroegsignalering én laagdrempelige schuldhulpverlening willen we deze inwoners bereiken en hulp bieden. Hierbij bieden we inwoners meer begeleiding dan voorheen voor een duurzame schuldenvrije toekomst. Daarom is ook in de komende jaren structureel geld nodig om effectieve schuldhulpverlening aan al die mensen te bieden. Als in de toekomst blijkt dat de schuldenproblematiek afneemt en minder budget nodig is, zijn we daar uiteraard blij mee. Marjan van Munster

Fractie:

D66-12

Antwoord:

Antwoord:

44

Pagina:

52

Vraag:

Portefeuillehouder

Er komt een evenementencoördinator als aanspreekpunt voor organisatoren. Een deel van de taken van deze coördinator raakt aan toezicht- en handhavingstaken van ODRA en gemeente. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de werkzaamheden van de coördinator en van toezicht en handhaving goed op elkaar aansluiten? De evenementencoördinator is in de zomer van 2025 gestart. De coördinator werkt op dezelfde afdeling als de vergunningverleners, toezichthouders en handhavers. De samenwerking is mede hierdoor zo direct als maar kan. De evenementencoördinator neemt bijvoorbeeld de aandachtspunten bij evenementen door met de afdeling handhaving en voert regie op de controles. Ahmed Marcouch

Fractie:

D66-13

Pagina:

84

Vraag:

Portefeuillehouder

Samen met andere overheden lobbyt Arnhem voor een betere ICE-verbinding. In het verleden (tot 2022) had de Provincie Gelderland structureel 11 mln in de begroting opgenomen voor projecten om de kwaliteit en capaciteit van het OV op langere afstanden te optimaliseren. Een groot deel van dit budget wordt ingezet voor de RegioExpres Arnhem-Doetinchem. Tegelijkertijd wordt er vanuit andere gemeenten en provincies ingezet op de verbinding Amsterdam-Berlijn, wat ten koste van de positie van Arnhem kan gaan. Wat is de stand van zaken van gesprekken over behoud en versterking van de ICE-verbindingen? Inspanningen die wij nu leveren zijn: o We voeren ambtelijke en bestuurlijke overleggen met het Rijk, de NS en andere partners waarin wij aandacht blijven besteden aan het belang van de ICE verbinding via Duitsland. De NS geeft aan dat de verbinding Amsterdam – Utrecht – Arnhem voor hen de belangrijkste internationale verbinding richting Duitsland is. o Het rijk ziet het belang van de verbinding vanaf Utrecht via Arnhem naar Duitsland. Dat blijkt ook uit de verschillende MIRT onderzoeken die lopen. o Via het MIRT onderzoek Utrecht – Arnhem – Duitse grens, waarin investering op de lijn Utrecht – Arnhem – Duitse grens worden onderzocht bespreken wij (via de regio) het belang van deze route en de ICE met het rijk en andere partners.

o Via het MIRT onderzoek spoorkruising Arnhem Oost worden oplossingsrichtingen voor deze kruising onderzocht. We verwachten u na het BO MIRT 2025 hier verder over te informeren. o De capaciteitsuitbreiding in Duitsland (aanleg 3e spoor) leidt juist op de verbinding via Arnhem tot een robuuster spoornet. Nermina Kundic

Fractie:

D66-14

Pagina:

85

Vraag:

Vanuit het DMP gaan we uit van het STOMP-principe. In de debatten over het DMP is aangegeven dat dit ook het uitgangspunt is bij wegwerkzaamheden, onderhoud van de openbare ruimte en andere omleidingen. In de praktijk zien we vaak dat fietsers en voetgangers en in het bijzonder ook rolstoelgebruikers

Antwoord:

Antwoord:

45

Antwoord:

het meeste nadeel ondervinden als routes worden omgelegd bij werkzaamheden, terwijl het autoverkeer prioriteit krijgt. Op welk beleid worden omleidingen bij onderhoud van de openbare ruimte of bij andere werkzaamheden gebaseerd? Ook binnen de projectmatige aanpak van werkzaamheden hanteren we het STOMP-principe. Hiervoor hanteren we de volgende uitgangspunten: - Mensen moeten altijd te voet bij hun woning kunnen komen. Het kan zijn dat dit tijdelijk via platen en/of loopplanken moet. - Wanneer mensen aangeven slecht ter been te zijn dan wordt in overleg maatwerk geleverd. - Voor de fietser wordt gekeken naar de kortst mogelijke, aannemelijke en veilige route. Dit is ook in het belang van de aannemer. - Met het busbedrijf wordt vooraf overlegd wat de mogelijkheden zijn om de impact te beperken qua routering als halteafstanden. - Voor autoverkeer wordt gekeken naar grootschaliger omleidingsroutes, hoe verder van het werkvak wordt omgeleid, hoe beter dat is voor de drukte rond het werkvak. Onze ervaring is dat dit goed loopt bij de projectmatige aansturing en op deze wijze de hinder voor voetgangers en fietsers wordt geminimaliseerd.

Portefeuillehouder

Bij kleinere, kortdurendere en/of acuut noodzakelijke werkzaamheden is meer risico dat de belangen van de voetganger en fietsers in mindere mate worden geborgd. Nermina Kundic

Fractie:

D66-15

Pagina:

alg.

Vraag:

Op heel veel plekken ontbreken effectindicatoren voor 2024, terwijl deze wel bekend zouden moeten zijn. Bijvoorbeeld op pagina 86, 128 maar ook in de verplichte BBV-indicatoren op pagina 356-357. Graag ontvangen we een aanvulling met alle op dit moment bekende indicatoren voor 2024. • p86: Odin 2024 blijkt niet vergelijkbaar te zijn met voorgaande jaren. In het kader van monitoring Duurzaam Mobiliteitsplan kijken we naar eventueel vervangende indicatoren. • p118: Percentage werkenden in de Arnhemse culturele en creatieve sector, 2024= 4,6%. • p128: cijfers m.b.t. armoede over 2024 zijn nog niet bekend. • Klimaat en energie: cijfers 2024 met als bron klimaatmonitor zijn nog niet beschikbaar. • p217 huishoudelijk afval nog niet beschikbaar • BBV-indicatoren: - Kosten inhuur externen als % van de loonsom: 20,2% - Overhead % van totale lasten: 9,1% - Voor het jaar 2025 zijn deze gegevens nog niet op te leveren, aangezien we dit op realisatiebasis doen. • Functiemenging 60,3 • Vestiging van bedrijven 191,4 • Banen 2023 moet zijn 1034,8 / 2024 is 1056,9 De overige indicatoren zijn het meest actueel Paul Smeulders

Antwoord:

Portefeuillehouder

46

Fractie:

D66-16

Pagina:

118

Vraag:

Portefeuillehouder

“We wijzen maximaal 5 nieuwe gemeentelijke monumenten aan”; bij het agenderingsverzoek over de Erfgoedagenda is bij deze zinsnede uitgebreid stilgestaan. De wethouder heeft aangegeven dat er eigenlijk geen maximum was, eerder een inschatting van wat er jaarlijks mogelijk zou zijn op basis van capaciteit. Waarom is dan toch voor deze formulering als inspanning in de begroting gekozen? Er is een maximum gesteld aan het aantal aan te wijzen gemeentelijke monumenten in verband met de beschikbare ambtelijke capaciteit. Aanwijzingsprocedures zijn tijdrovend. Bob Roelofs

Fractie:

D66-17

Pagina:

119

Vraag:

N.a.v. de brand in de binnenstad, is het nuttig om te kijken hoe we ons erfgoed beter zouden kunnen beschermen tegen dergelijke grote incidenten. We zien daar geen doelen voor opgenomen. Welke mogelijkheden zijn er ambtelijk in beeld om, bijvoorbeeld door striktere brandveiligheidseisen zoals kleinere brandcompartimenten in het beschermd stadsgezicht binnenstad, binnen de kaders van de Omgevingswet ons erfgoed en de inwoners beter te beschermen? Huidige stand van zaken We zijn momenteel intensief in gesprek met ODRA en de Brandweer om, aan de hand van vijf actielijnen (afval, bereikbaarheid binnenstad, inzicht in woningen boven winkels, structurele controles kamerbewoning en illegale bewoning), te verkennen wat nodig is om brandveiligheidsrisico’s voor inwoners, hulpverleners en historische panden te verkleinen. Daarbij richten we ons zowel op de binnenstad als op de rest van Arnhem. De verkenning van mogelijke oplossingsrichtingen richt zich in eerste instantie op het informeren van inwoners en ondernemers, het uitvoeren van analyses en het intensiveren van toezicht via extra brandveiligheidscontroles. De nadruk ligt hierbij op het naleven van de bestaande regelgeving.

Antwoord:

Antwoord:

Portefeuillehouder

Wat doen we nu al? Waar mogelijk en nodig zetten we direct stappen. Dit jaar voert de ODRA 100 extra brandveiligheidscontroles uit bij kamerbewoning, waarvan 60 in de binnenstad. Op de Korenmarkt heeft al een schouw met de brandweer plaatsgevonden, gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Binnen enkele weken breiden we deze schouw uit naar de rest van de binnenstad. Daarnaast zijn een aantal inwoners in de binnenstad aangeschreven over het correct aanbieden van oud papier. Wij informeren uw raad graag uiterlijk Q1 2026 over de uitkomsten van deze verkenning en de acties die inmiddels hebben plaatsgevonden. Bob Roelofs

Fractie:

D66-18

Pagina:

129

47

Vraag:

Antwoord:

Zijn de resultaten van het tweede jaar van de pilot ''Bijverdienbeloning'' al bekend? In de raadsbrief van 19-03-2025 staat dat de evaluatie over het tweede jaar nog in 2025 met de raad gedeeld wordt. Is het mogelijk om dit nog voor de begrotingsbehandeling te doen? Zo nee, zouden we dan kort de voorlopige conclusies aan de hand van de indicatoren uit de raadsbrief kunnen ontvangen? En aangezien dit experiment afloopt, hebben we al een vervolg op deze regeling voor ogen? Momenteel verwerken wij de gegevens van de proef ‘bijverdienbeloning’. In november verwachten wij de eindrapportage met u te delen. De bijverdienbeloning was een tweejarige proef (1-7-2023 tot 1-7-2025) die niet kon worden verlengd vanwege belastingtechnische redenen (de premie is belastingvrij en mag geen invloed hebben op toeslagen. Bij verstrekking langer dan twee jaar wordt deze als belastbaar inkomen aangemerkt). De deelnemers van de proef zijn hierover vanaf de start en bij de afronding geïnformeerd. In de huidige Participatiewet is geen structurele financiële beloning geregeld voor inwoners die werken met een inkomen onder de bijstandsnorm. Met de komst van de Participatiewet in Balans (link: Programmaplan Participatiewet in Balans) verandert dit. De maatregel ‘verruiming bijverdiengrenzen’ (spoor 1, fase 3, ingangsdatum 1 januari 2027) introduceert een generieke vrijlatingsbepaling.

Hierdoor vervallen de verschillende vrijlatingsregelingen en kan de doelgroep mogelijk worden verruimd, zodat meer Arnhemse inwoners hiervan profiteren. Dit stimuleert werk en vergroot de bestaanszekerheid. Eind dit jaar informeren wij de raad via een raadsbrief over de wijzigingen (van spoor 1, fase 1) in de Participatiewet in Balans.

Portefeuillehouder

In 2026 benutten wij de inzichten uit de pilot om deze nieuwe wettelijke maatregel zo goed mogelijk vorm te geven: uitvoerbaar, inwonersvriendelijk en passend bij onze lokale praktijk. Marjan van Munster

Fractie:

D66-19

Pagina:

129

Vraag:

Het aantal huishoudens met een bijstandskering neemt voor het eerst in jaren niet af maar stagneert. Is bekend waarom dit stagneert? Of weten we of de voorlopige cijfers van 2025 een positievere trend laten zien? In lijn met de landelijke trend zien we het aantal inwoners dat een bijstandsuitkering nodig heeft in 2024 en 2025 weer iets toenemen. Dit is voor een deel te verklaren door het toenemende aantal statushouders dat vanuit de Participatiewet een uitkering ontvangt en begeleid wordt naar werk. Daarnaast zien we bij de inwoners die begeleid worden naar werk dat deze relatief veel begeleiding en ondersteuning nodig hebben. Marjan van Munster

Antwoord:

Portefeuillehouder Fractie:

D66-20

Pagina:

139

Vraag:

Arnhem is sinds januari 2024 officieel “Dementievriendelijke Gemeente”. Dit wordt steeds belangrijker: in de nabije toekomst zullen steeds meer Arnhemmers met dementie zelfstandig thuis wonen. Dit vraagt iets van de inrichting van onze openbare ruimte, het aanbod aan laagdrempelige activiteiten 48

Portefeuillehouder

en ontmoetingsplekken en het handelen van de gemeente en verbonden organisaties richting deze inwoners. Wat is op deze aspecten de actuele stand van zaken en welke vervolgstappen worden er verwacht om inwoners met dementie veilig en prettig in de eigen wijk te laten wonen? Arnhem is sinds 2024 een Dementievriendelijke Gemeente. Dit predicaat is toegekend op basis van de dementiescan en markeert de start van een brede beweging om onze stad en wijken steeds beter toe te rusten op de groeiende groep inwoners met dementie. Elke vier jaar vindt een herbeoordeling plaats. Vanuit het domein wonen zijn belangrijke stappen gezet. Regionaal zijn binnen de GMR-regio afspraken gemaakt over het aantal woningen voor ouderen, inclusief zorggeschikte woningen voor onder andere mensen met dementie. Lokaal zijn in de Prestatieafspraken Wonen en Zorg 2025–2029 met de woningcorporaties concrete aantallen vastgelegd. Richtlijn is dat deze woningen worden gerealiseerd binnen een dementievriendelijke leefomgeving. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de door Actiz en Aedes ontwikkelde toolkit dementievriendelijk ontwerpen. Daarnaast werken we aan de ontwikkeling van Rijnpark, waar onderzocht wordt of een dementievriendelijke buurt kan worden gerealiseerd rondom geclusterde zorggeschikte woningen.

Op het gebied van activiteiten en ontmoetingsplekken worden in Arnhem diverse initiatieven georganiseerd die bijdragen aan bewustwording, ontmoeting en ondersteuning van inwoners met dementie en hun mantelzorgers. Een actueel overzicht is te vinden op: www.netwerkdementiearnhemeo.nl/aanbod-pergemeente/gemeente-arnhem. Tot slot werken we aan een plan van aanpak dementievriendelijk Arnhem, waarin staat beschreven op welke thema’s we de komende jaren extra gaan inzetten. Dit plan wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 afgerond Bob Roelofs

Fractie:

D66-21

Pagina:

143

Vraag:

Portefeuillehouder

“We werven ouders voor pleegzorg.” Wat zijn de resultaten van deze inspanning over de afgelopen jaren? Hoe is het verloop van het aantal pleegzorgplekken over de tijd? En welke acties blijken effectief voor het werven van pleegouders? We zien dat het actief werven vanuit de gemeente heel goed werkt. Mensen voelen zich aangesproken door hun eigen gemeente. Interviews in regionale kranten of huis-aan-huisbladen blijken zeer effectief en leiden tot een relatief grote toename van de aanvraag om meer informatie over het pleegouderschap. Daarnaast is het belangrijk dat informatie herhaald wordt vanuit verschillende kanalen. Entrea Lindenhout ondersteunt de gemeente bij deze wervingsactiviteiten. Bob Roelofs

Fractie:

D66-22

Pagina:

44

Vraag:

Welke onderdelen van het GALA die uit SPUKs werden gefinancierd, worden nu met eigen financiering doorgezet? En welke inzet vervalt? De middelen voor de thema's mentale gezondheid, aanpak overgewicht en obesitas, leefomgeving en vroeg signalering alcoholproblematiek stoppen in 2025 en wordt met eigen financiering structureel doorgezet vanaf 2026. Ditzelfde

Antwoord:

Antwoord:

Antwoord:

49

geldt voor het versterken van de kennisfunctie GGD en coördinatiekosten regionale aanpak preventie. Er vervalt hierdoor geen inzet. Voor GALA één tegen eenzaamheid zal bij succesvolle projecten gekeken worden naar financiering vanuit incidentele middelen 2026 en mogelijk 2027. We zijn met partners in gesprek om de taken te borgen binnen de reguliere dienstverlening/begrotingssubsidie.

Portefeuillehouder

Bij GALA Welzijn op recept zijn er voor 2026 nog middelen beschikbaar. Vanaf 2027 zijn er financieringskansen in onder andere AZWA, maar ook hier zal bekeken worden of taken binnen de reguliere dienstverlening geborgd kunnen worden. Maurits van de Geijn

Fractie:

D66-23

Pagina:

167

Vraag:

Portefeuillehouder

Wat is de stand van zaken rondom het onderzoek om de voedselomgeving te reguleren? We hebben in samenwerking met de GGD Gelderland Midden en de gemeenten in regio Centraal Gelderland in kaart gebracht wat we al doen voor een gezonde voedselomgeving. Op basis hiervan bepalen we nu wat onze ambities en eerste vervolgstappen zijn. Eén van de mogelijkheden is het uitvoeren van de voedseldrukmeter – een instrument dat inzicht geeft in hoe (on)gezond de voedselomgeving is. Daarnaast zijn we in gesprek over deelname aan de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Eén van de doelen van de City Deal is het ontwikkelen en implementeren van instrumenten om de voedselomgeving gezonder en duurzamer in te richten. Maurits van de Geijn

Fractie:

D66-24

Pagina:

168

Vraag:

v.w.b. de uitvoering van het lokaal sportakkoord: welke acties en wijzigingen in de werkwijze op sporten in de openbare ruimte zijn sinds de vaststelling van het Sportakkoord II doorgevoerd? Er is een uitgebreide evaluatie van het lokaal sportakkoord I geschreven: 20221209-beweegakkoord.pdf Verenigingen en maatschappelijke partners uit de stad konden budget aanvragen voor projecten op een vijftal thema's waaronder een beweegvriendelijke leefomgeving. Hier is bij sportakkoord I slechts één aanvraag op gekomen. Er was meer animo voor andere thema's zoals vitale en toekomstbestendige beweegaanbieders. In het lokaal sportakkoord II leggen wij juist focus op dit thema: het professionaliseren van de sportverenigingen. Het grootste deel van het budget voor het lokaal sportakkoord gaat naar professionele krachten die verenigingen ondersteunen.

Antwoord:

Antwoord:

Los van het sportakkoord zetten wij specifiek in op het thema ‘sporten/bewegen in de openbare ruimte’. Hiertoe lopen op meerdere sportparken projecten om een betere verbinding te maken met de openbare ruimte en daarmee ongeorganiseerd gebruik te verhogen. Denk aan sportpark de Bakenhof, sportpark de Paasberg en Sportpark Schuytgraaf.

50

Portefeuillehouder

Daarnaast wordt geïnvesteerd in beweegvoorzienigen in de openbare ruimte. In 2025 is het skatepark bij de Blauwe Golven opgeleverd. Daarnaast lopen meerdere projecten om voorzieningen zoals pumptracks en 3x3 basketbal toe te voegen zoals in Park Sonsbeek en Park Presikhaaf. Bob Roelofs

Fractie:

D66-25

Pagina:

208

Vraag:

Portefeuillehouder

We begrepen dat de wijkstrategieën bijna gereed zijn. In hoeverre wordt in die wijkstrategieën ook gekeken naar mogelijkheden om de bestaande voorraad beter te benutten binnen de wijken, zoals met motie 24M33 is bedoeld? Denk bijvoorbeeld aan het potentieel woningen dat in aanmerking zou kunnen komen voor woningsplitsing. De wijkstrategieën worden begin november aan het college voorgelegd ter vaststelling. Vervolgens wordt de raad hierover geïnformeerd. De wijkstrategieën bevatten geen specifieke maatregelen voor het beter benutten van de bestaande voorraad. Deze thema's zijn uitgewerkt in het Actieplan Beter Benutten Bestaande Woningvoorraad Arnhem - iBabs Publieksportaal In dat kader wordt onder meer het potentieel voor woningsplitsing actief gestimuleerd, onder andere door de inzet van een splitsingscoach. Paul Smeulders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=5a6f9b63-cd85-4478-aefe-7ab71d773476