Bundel met technische vragen en antwoorden Perspectiefnota 2026 - Versie 28 mei - 15.00 uur
Tekst van het document
Technische vragen Perspectiefnota 2026-2029 Volt ........................................................................................................................................................... 2 Forum voor Democratie ............................................................................................................................ 7 Arnhem Centraal .................................................................................................................................... 29 BurgerBelang Arnhem ............................................................................................................................ 35 CDA ........................................................................................................................................................ 36 Christen Unie .......................................................................................................................................... 47 D66 ......................................................................................................................................................... 47 DENK ......................................................................................................................................................
58 GroenLinks ............................................................................................................................................. 59 PvdA ....................................................................................................................................................... 61 PvdD ....................................................................................................................................................... 69 VVD ........................................................................................................................................................ 75 SP ........................................................................................................................................................... 81
1
Volt Fractie:
Volt-1
Pagina:
Pagina 50, Beschutte Opvang
Vraag:
De huidige acht plekken voor Beschutte Opvang zijn in 2023, 2024 en 2025 incidenteel gefinancierd. o Wat zou de impact zijn op de openbare orde en veiligheid in de stad als deze opvangplekken wegvallen? o Welke andere vormen van zorg of opvang zouden moeten worden ingezet als deze plekken vervallen? o Welke middelen zijn nodig om de beschutte opvang structureel voort te zetten?
Antwoord:
·
-
-
Onze voorspelling is dat een deel van de mensen die nu in de Beschutte Opvang verblijft bij gebrek aan een passend alternatief op straat belandt. Dit heeft gevolgen voor de openbare orde en veiligheid. De overlast op straat zal toenemen met name als er sprake is van terugkerende overlast op een vaste locatie. Ingezet kan worden op plaatsing in een reguliere opvangvoorziening voor mensen met zware psychiatrie en/of verslaving. Dit is voor betrokkenen suboptimaal, tevens neemt hierdoor de druk op deze voorziening toe. € 626.000,-
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
Volt-2
Pagina:
Pagina 51, Opvang EU-burgers
Vraag:
• • •
Antwoord:
•
•
•
Wat zijn de gevolgen voor de stad en andere opvangvoorzieningen als deze opvang stopt? Wat zou de impact zijn op de openbare orde en veiligheid in de stad als deze opvangplekken wegvallen? Welke middelen zouden nodig zijn om deze opvang te verlengen?
Onze voorspelling is dat een deel van de mensen die verblijven in de opvang voor EU-burgers bij gebrek aan een passend alternatief op straat belandt. Anderen zullen kunnen verblijven bij de laagdrempelige nachtopvang De Duif, waardoor de druk op deze voorziening verder zal toenemen. Als deze opvangplekken wegvallen, zal dit gevolgen voor de openbare orde en veiligheid. De overlast op straat zal toenemen met name als er sprake is van terugkerende overlast op een vaste locatie. Mogelijk dat bewoners en ondernemers in het CSA gebied meer overlast ervaren doordat deze mensen weer op straat zullen zijn. Ook zal de overlast door daklozen in de parkeergarage toenemen echter zijn er in de afgelopen periode extra maatregelen getroffen in de gemeentelijke parkeergarages om ook op die wijze de overlast terug te dringen. Bij het ongewijzigd voortzetten van de 10 opvangplekken,
2
bedragen de jaarlijkse kosten voor de begeleiding en beveiliging van deze opvang € 850.000,-. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
Volt-3
Pagina:
Pagina 52, Experiment Immerloo Schuldenvrij
Vraag:
•
•
• • Antwoord:
Hoeveel huishoudens zijn momenteel geholpen binnen de bestaande middelen en hoe verhoudt dit zich tot het beoogde aantal van 40 tot 60 huishoudens? Zijn er aanvullende mogelijkheden om de kosten voor de begeleiding of schuldsanering te verlagen of samen te werken met andere partijen voor een efficiëntere uitvoering? Welke middelen zouden nodig zijn om het plan volledig uit te kunnen voeren conform het pilotplan? Zijn de andere partners ook bereid om meer bij te dragen?
Tot op heden nemen 15 huishoudens deel aan het Experiment Immerloo Schuldenvrij. Van 14 van deze huishoudens is de volledige schuldenpositie inmiddels in kaart gebracht. Gezamenlijk gaat het om een totale schuldenlast van ruim €760.000. Een deel van deze huishoudens is inmiddels volledig schuldenvrij gemaakt. Voor de overige deelnemers loopt dit traject nog. Tot nu toe is er €102.000 uit het Opkomfonds ingezet om schulden af te lossen. De praktijk laat zien dat het veel tijd en inzet kost om de totale schuldenpositie van een huishouden inzichtelijk te maken. Ook de begeleiding van deelnemers én het maken van afkoopafspraken met schuldeisers vergen aanzienlijke capaciteit. Deze capaciteit wordt mogelijk gemaakt via het Nationaal Programma Arnhem-Oost. Op basis van de opgedane ervaring blijkt dat de vooraf geraamde uitvoeringskosten te laag zijn ingeschat. Er is meer begeleiding en ondersteuning nodig dan oorspronkelijk voorzien. Tegelijkertijd biedt de huidige aanpak duidelijk perspectief. Er is inmiddels veel kennis opgebouwd, en er zijn sterke samenwerkingen tot stand gekomen met schuldeisers. Dit maakt het mogelijk om een opschaling naar 40 of meer huishoudens efficiënter en effectiever te realiseren. Bovendien is intensief geïnvesteerd in de relatie met bewoners, wat ertoe kan leiden dat zij andere huishoudens in de wijk stimuleren om ook deel te nemen aan het experiment.
Volgende maand wordt de jaarlijkse voortgangsrapportage aan de raad aangeboden. Daarin vindt u meer informatie over de algemene voortgang van het experiment.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
Volt-4
Pagina:
Burgerberaad afval
Vraag:
Inmiddels is het bijna een jaar geleden dat de bijeenkomsten van het burgerberaad over afval hebben plaatsgevonden. Er is een externe evaluatie 3
geweest met de deelnemers van het burgerberaad. Komt er ook nog een evaluatie van de gemeente Arnhem zelf over hoe de adviezen van het burgerberaad vervolgens zijn verwerkt tot beleid? En worden hierbij ook de deelnemers weer betrokken, om te horen wat zij ervan vinden hoe hun adviezen in beleid zijn omgezet? Antwoord:
De adviezen van het burgerberaad afval zijn verwerkt in de Uitvoeringsagenda Arnhem Schoner 2025-2026. Deze agenda is inmiddels bij de gemeenteraad. Uw raad moet deze nog gaan behandelen en uiteindelijk vaststellen. Eén van de adviezen van het burgerberaad en maatregelen van de agenda, betreft het instellen van een klankbordgroep. Zodra deze maatregel is vastgesteld kunnen en zullen we de klankbordgroep instellen (deelnemers hebben zich hiervoor al aangemeld). Eén van de vragen tijdens de bijeenkomsten zal inderdaad zijn hoe de deelnemers de omzetting van adviezen in uitvoeringsagenda ervaren en wat ze ervan vinden. Een uitgebreide ambtelijke evaluatie is niet voorzien. Wel is in de raadsbrief waarin de evaluaties van de HAN en RU zijn overhandigd aan de raad, een ambtelijke reflectie opgenomen en zijn en worden de lessen die hieruit getrokken zijn meegenomen in het tweede burgerberaad.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
Volt-5
Pagina:
Rookvrij Arnhem
Vraag:
Op 8 april 2025 zijn we als raad in de raadsbrief “Vervolg amendement ‘Een gezonde leefomgeving is een rookvrije leefomgeving' (24A35)” geïnformeerd over de verkenning van het rookvrij maken van plekken in Arnhem. Wat opvalt is dat daarin niet wordt gesproken over het bestuderen van hoe de gemeente Groningen dit heeft aangepakt via (als ik het goed zeg) de APV. In 2019 is Groningen begonnen met het instellen van rookverboden op openbare plekken bij gebouwen met een openbare of publieke functie (zie ook: Eerste rookvrije openbare zone in Groningen). Het idee is dat de gemeente niet belast wordt met de handhaving van het verbod, doordat eigenaren/beheerders van de bijliggende gebouwen zich inzetten voor toezicht. De eerste rookvrije openbare zone werd door de toenmalig staatssecretaris geopend. Gaat de aanpak van de gemeente Groningen nog bestudeerd worden? Of is er bewust voor gekozen dit niet te doen?
Antwoord:
We hebben verschillende scenario’s onderzocht, waaronder het scenario zoals ze het doen in de gemeente Groningen met rookverboden, via een wijziging in de APV. We hebben deze aanpak dus onderzocht, echter daar hebben we als Arnhem andere afwegingen gemaakt, zoals is beschreven in de raadsbrief. Overwegingen die wij hierin hebben meegenomen zijn: • Er zijn juridische mogelijkheden om de APV te wijzigen, waardoor het instellen van rookverboden in bepaalde zones mogelijk wordt. Hierbij is het ook mogelijk om de eerste verantwoordelijkheid voor (informeel) handhaven bij de eigenaar van een gebouw te beleggen, zoals gemeente Groningen dat doet. Echter, bij ervaren overlast vanwege het schenden van het rookverbod blijft de gemeente juridisch verantwoordelijk voor formele handhaving. 4
• • •
Het instellen van rookverboden vraagt om extra inzet van toezicht en handhaving, wat leidt tot extra kosten. Als de handhaving niet toereikend is of de regels onvoldoende duidelijk zijn, brengt dat juridische risico's met zich mee. Met rookvrije zones kunnen we hetzelfde gezondheidsdoel bereiken als bij een rookverbod. Dit kan door roken te ontmoedigen, zonder de extra kosten en complexiteit van handhaving die nodig is bij een rookverbod.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
Volt-6 (mondeling gesteld op 14/05)
Pagina:
p.48
Vraag:
M.b.t. versterken van sociale netwerken in de wijk: 1. Hoeveel buurthuizen hebben we? 2. Hoeveel MFC’s hebben we? 3. Wanneer komt de notitie geactualiseerde rollen en taken TLO’s naar de raad? 4. Wat is de stand van zaken mbt het ontwikkelen van sociale kaarten per wijk
Antwoord:
1. Het is niet precies te bepalen. De definities van buurthuizen, wijkcentra en ontmoetingsplekken, inloophuizen en buurthuiskamers zijn niet vastgelegd. Bij de Samenwerkende Arnhemse Buurthuizen zijn ca. 16 locaties aangesloten, exclusief de locaties van Rijnstad. Naast de SAB zijn nog circa 5 locaties bekend die zich buurthuis noemen. 2. Het gaat om zeven: de Wetering, de Spil, Malburcht, Presikhaven, Omnibus, Salamander, Klarendal 3. Zoals benoemd in de raadsbrief over de uitvoering van de Koersnota 2023 - 2030 wordt de raad eind 2025 geïnformeerd worden over de voortgang van de uitvoering. Daarin zullen de geactualiseerde taken en rollen van de Teams Leefomgeving in worden meegenomen. 4. Bij de behandeling van het beleidsplan Welzijn is de toezegging gedaan dat er een gespreksnotitie aan uw raad wordt aangeboden waarin de uitkomst van een onderzoek naar of een (fysieke) sociale kaart soelaas biedt in het inzicht verkrijgen in ons welzijnsaanbod per wijk. Op dit moment wordt dit nader verkend. In de tweede helft van dit jaar zullen we uw raad hierover informeren.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
Volt-7
Pagina: Vraag:
Antwoord:
1. Hoe zijn de arbeidsvoorwaarden (zoals reiskostenregeling e.d.) van Gemeente Arnhem in vergelijking tot andere steden? 2. Wat is het effect hiervan op de werving en selectie en de aantrekkelijkheid van Gemeente Arnhem als werkgever?
•
De arbeidsvoorwaarden van de gemeente Arnhem volgen net als die voor andere gemeenten (met uitzondering van de G4) uit de cao 5
gemeenten 2024-2025. Deze cao geldt voor vrijwel alle gemeenten (met uitzondering van de G4). De cao vormt de basis voor de arbeidsvoorwaarden binnen de gemeentelijke sector. Tegelijkertijd is er binnen de cao gemeenten op bepaalde onderdelen ruimte voor maatwerk. Dit maatwerk vormt een pakket aan secundaire arbeidsvoorwaarden. Deze secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen en mogen per gemeente verschillen en zijn afhankelijk van lokale keuzes en organisatiebeleid. Dit maatwerk biedt gemeenten de flexibiliteit om in te spelen op hun specifieke situatie en behoeften. Ook de gemeente Arnhem heeft een pakket aan secundaire arbeidsvoorwaarden. •
Portefeuillehouder
In Arnhem kennen wij geen expliciete reiskostenvergoeding, los van het IKB. Er zijn gemeentelijke organisaties die dit wel kennen. Dit beperkt de aantrekkelijkheid van onze organisatie voor potentiële kandidaten. Met name sollicitanten van buiten de regio ervaren dit als een gemis, aangezien het IKB niet altijd wordt herkend of gewaardeerd als reiskostenvergoeding. Hoewel er geen harde data beschikbaar zijn over afhakers, geven signalen uit arbeidsvoorwaardengesprekken aan dat dit punt incidenteel als bezwaar wordt genoemd, vooral bij langere reistijden. Met ingang van 1/1/2026 biedt de CAO meer ruimte voor maatwerk hierin.
Maurits van de Geijn
6
Forum voor Democratie Fractie:
FvD-1
Pagina:
Structurele vs. incidentele posten
Vraag:
Wilt u exact per jaarschijf 2026-2029 uitsplitsen welk deel van het saldo structureel is en welk deel incidenteel, en hoe dit zich verhoudt tot de Provincienorm?
Antwoord:
In de tabellen op pagina 40 van de Perspectiefnota is deze uitsplitsing opgenomen. Het Rijk schrijft in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) voor dat de begroting van gemeenten voor het komende jaar structureel in evenwicht is of wanneer dit niet het geval is dit structurele evenwicht in de meerjarenraming wordt bereikt. Zoals op pagina 40 van de Perspectiefnota te zien is, is het structurele saldo na de Perspectiefnota in 2026 € 1,387 miljoen. De structurele baten zijn dus € 1,387 miljoen hoger dan de structurele lasten in 2026. Daarmee wordt voldaan aan de BBV-norm.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-2
Pagina:
Kasstroom↔ baten/lasten
Vraag:
Welke liquiditeitsprognose ligt onder de PPN en hoe wordt tijdelijke kasdruk in 2026 gefinancierd?
Antwoord:
De liquiditeitsprognose die ligt onder de PPN staat op deze plek opgenomen in de paragraaf Financiering van de Begroting 2025. Met de Begroting 2026 doen we hierop weer een actualisatie. We herkennen niet specifiek de genoemde tijdelijke 2026 kasdruk. De financieringsbehoefte wordt in hoofdzaak niet door de exploitatieresultaten bepaald, maar vooral door de herfinanciering van schulden uit het verleden die aflopen en nieuwe investeringen. De omvang van de lopende leningen is afgestemd op de actuele MeerjarenInvesteringsPlanning (het MIP) en in 2026 is er geen lening die afloopt voor herfinanciering. En voor zover de financieringsbehoefte toch is gerelateerd aan de exploitatie, lopen inderdaad de inkomsten in 2026 terug. Maar daarom zijn de uitgaven in 2026 ook al naar beneden bijgesteld.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-3
Pagina:
Ravijnjaar 2026
Vraag:
Antwoord:
a. De nota leunt op incidentele meevallers om het “ravijneffect” op te vangen. Kunt u cijfermatig uiteenzetten welke posten in 2026-2029 onvoorwaardelijk worden afgebouwd als het Rijk géén structurele middelen bijlegt? b. Welke sensitiviteitsanalyse is gemaakt op de groeiramingen van het gemeentefonds bij een 0,5 % lagere BBP-groei? Graag tabellarisch per jaar. a. De Perspectiefnota is ook in 2029 nagenoeg structureel in evenwicht. Dit
7
evenwicht is er dus ook zonder eventuele structurele middelen van het Rijk. Wanneer het Rijk met structurele compensatie komt, komt er extra structurele ruimte waarbinnen dan aanvullende keuzes gemaakt kunnen worden. b. Het gemeentefonds wordt geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling op basis van de groei van het BBP. Wanneer de BBP-groei afremt, loopt ook de loon- en prijsontwikkeling terug. Tegenover een minder sterk stijgende gemeentefondsuitkering staan dan ook minder sterk stijgende lasten in de gemeentebegroting. Daarmee is een sensitiviteitsanalyse voor alleen het gemeentefonds ontoereikend en wordt bij de risico inventarisatie ook rekening gehouden met een eventuele terugval van de gemeentefondsuitkering. Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-4
Pagina:
Weerstandsvermogen
Vraag:
In 2024 is € 25,85 mln uit de Algemene Reserve naar het grondbedrijf overgeheveld. Hoe verhoudt dit zich tot de norm van 1,4 wanneer de vastgoedmarkt nog eens 10 % corrigeert?
Antwoord:
Als de beschikbare weerstandscapaciteit van het grondbedrijf lager is dan 100% van het risicobedrag van het grondbedrijf vangt de algemene reserve dit verschil op. Ultimo 2024 was dit voor bijna € 26 miljoen het geval. Er wordt daarbij geen bedrag overgeheveld van de algemene reserve naar de reserves van het grondbedrijf. Het ‘opvangen’ is enkel van belang voor het bepalen van de gemeentelijke weerstandsfactor, die berekend wordt op basis van de totaal beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve, reserves grondbedrijf en post onvoorzien en strikt onvermijdbaar) en totaal benodigde weerstandscapaciteit (risico’s grondbedrijf en gemeentebrede risico’s). Wanneer de risico’s van het grondbedrijf meer toenemen dan de beschikbare weerstandscapaciteit van het grondbedrijf, dan zal de algemene reserve dit hogere verschil moeten opvangen.
Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-5
Pagina:
Stadsontwikkelfonds
Vraag:
d. Het fonds wordt tot 2029 alleen gevuld uit positieve jaarresultaten (max. € 6 mln per jaar). Welke scenario’s zijn doorgerekend waarin zulke winsten uitblijven? e. Waarom is niet gekozen voor een bestemmingsreserve met harde KPI’s (opgeleverde sociale woningen) in plaats van een blanco co-financieringspot?
Antwoord:
Ad d.: wanneer zich geen positieve jaarresultaten voordoen zal voor noodzakelijke gemeentelijke middelen voor co-financiering op andere wijze ruimte binnen de begroting moeten worden gemaakt. Daarvoor zijn geen scenario’s doorgerekend. Ad e.: bij de instelling van deze bestemmingsreserve is het bestedingsdoel door de Raad vastgesteld. Beleidsinhoudelijke doelen (zoals het aandeel sociale woningbouw, huisvesting bijzondere doelgroepen, maatschappelijke functies,
8
etc) worden vastgesteld in het kader van beleidsnota’s, omgevingsvisie, omgevingsplannen etcetera. De besteding van middelen uit deze BR om deze doelen te realiseren maakt onderdeel uit van de bestuurlijke besluitvorming over deze projecten. Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-6
Pagina:
Planningsrealisme MIP
Vraag:
Er wordt een onderuitputtingsreeks 70→50→30 % toegepast. Op welke empirische data 2020-2024 is dat percentage gebaseerd?
Antwoord:
Op basis van de realisatie van de investeringen in de betreffende jaarrekeningen van de gemeente Arnhem.
Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-7
Pagina:
Accresraming gemeentefonds
Vraag:
Wilt u naast de CPB-kernraming een alternatieve ‘laag’-raming leveren en de impact op het saldo tonen?
Antwoord:
Een eenzijdige raming voor het gemeentefonds op basis van lagere indices dan het 2 CPB is onvolledig. Zie het antwoord op vraag FVD-3 b.
Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-8
Pagina:
Mutatie Algemene Reserve
Vraag:
Hoe hoog is de resterende AR in 2028 na alle geplande onttrekkingen?
Antwoord:
Op pagina 40 van de Perspectiefnota is het weerstandsvermogen weergegeven. In de onderstaande tabel is de berekening hiervan weergegeven, met daarbij op de eerste regel van de beschikbare weerstandscapaciteit het verloop van de algemene reserve. Benodigd versus beschikbare weerstandscapaciteit
2025
2026
2027
2028
2029
Benodigde weerstandscapaciteit 1. Gemeentebrede risico's totaal
30.723
30.723
30.723
30.723
30.723
2. Risico's grondexploitatie totaal
49.758
49.758
49.758
49.758
49.758
Totaal
80.482
80.482
80.482
80.482
80.482
Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserve
83.200
72.033
79.053
77.388
76.285
2. Weerstandscapaciteit Grondbedrijf
23.903
23.903
23.903
23.903
23.903
3. Onvoorzien en strikt onvermijdbaar
1.039
1.039
1.039
1.039
1.039
108.142
96.975
103.995 102.330
101.227
1,3
1,2
Bedragen x € 1.000
Totaal Weerstandsfactor
Portefeuillehouder:
1,3
1,3
1,3
Paul Smeulders
9
Fractie:
FvD-9
Pagina:
Treasury – rentescenario
Vraag:
Welke rentegrens wordt als stresstest gebruikt voor herfinanciering vanaf 2027?
Antwoord:
De financieringsbehoefte van de gemeente wordt doorlopend in de gaten gehouden. De financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de herfinanciering van schulden uit het verleden die aflopen en nieuwe investeringen. Op dit moment staat de rente, ondanks de renteverlagingen die de ECB onlangs heeft doorgevoerd relatief hoog. Daarbij verschilt de rente voor leningen met een korte looptijd en leningen met een lange looptijd. Per geval dat financiering moet worden aangetrokken wordt een afweging gemaakt op basis van de dan beschikbare renteprognoses. Met de hogere rente van dit moment willen we niet te veel leningen aantrekken. Wanneer de rente nog aanzienlijk daalt zal er gestuurd worden op een ruimere liquiditeit. Er valt nu niet te zeggen welke grens in 2027 gebruikt zal worden aangezien de rente afhankelijk is van wereldwijde ontwikkelingen. In de risico inventarisatie is daarbij ook een risico opgenomen voor een onverwachte rentestijging van 2 procentpunt.
Portefeuillehouder:
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-10
Pagina:
Loon-/prijsindex Sociaal Werk
Vraag:
De CAO-sprong van ≈ 20 % (2023-2026) wordt niet gecompenseerd door de Rijksindex. Welke efficiency-voorstellen hebben welzijnspartners gedaan vóór zij om extra budget vroegen?
Antwoord:
In 2024 en 2025 zijn we in een continu gesprek met onze partners, vallend onder deze cao, over wat de mogelijkheden bij zowel de gemeente als organisatie zijn waarmee we de dienstverlening voor onze inwoners zoveel mogelijk overeind kunnen houden. Een groot deel van onze partners heeft heel goed meebewogen in dit vraagstuk. Zo hebben er bij een aantal partners efficiency slagen binnen de bedrijfsvoering plaatsgevonden, is huisvesting onder de loep genomen, wordt gekeken naar hoe overhead beheersbaar kan blijven en is ingeteerd om het eigen vermogen.
Portefeuillehouder:
Marjan van Munster
Fractie:
FvD-11
Pagina:
Structurele besparing transformatie
Vraag:
Het incidentele transformatiebudget ad € 15 mln: welke structurele besparing (in %) koppelt het college hieraan en hoe wordt die vanaf 2027 gemeten?
Antwoord:
De gedachte achter de transformatie sociaal domein is dat meer resultaat tegen relatief minder kosten kan worden bereikt als ingezet wordt op preventie, collectieve oplossingen en door samen met ketenpartners nieuwe systeemdoorbrekende aanpakken in te voeren. In de begroting 2026 wordt een samenhangende aanpak voorgesteld, die we in de komende jaren verder uitwerken en implementeren. In deze begroting zullen
10
wij uw raad ook een eerste raming van structurele besparingen geven, zodat u dan ook op basis van deze informatie kan besluiten al dan niet in te stemmen met het uitvoeren van deze transformatie en het definitief beschikbaar stellen van het transformatiebudget. De transformatie voeren wij uit op basis van businesscases per opgave waarin we zowel de financiële als maatschappelijke kosten en opbrengsten betrekken. Op basis van financiële en andere data meten wij de impact. Hierbij willen we zoveel als mogelijk uitgaan van beschikbare data, zodat we administratieve lasten voor inwoners en uitvoerders niet [verder] laten toenemen. Portefeuillehouder:
Marjan van Munster
Fractie:
FvD-12
Pagina:
Jeugdhulp volumegroei
Vraag:
De nota noemt € 275 k voordeel door “verminderd groeiend” gebruik. Welke volumestop zit al in de contracten en kan de raad realtime dashboards inzien?
Antwoord:
We hebben met zorgaanbieders raamcontracten gesloten. De contracten kennen geen afnamegarantie, dus geen maximaal volume en ook geen minimaal volume. De raad kan realtime (actueel t/m de voorgaande dag) dashboards inzien via PowerBI. Uw raad is hierover op 23 november 2023 geïnformeerd door middel van deze raadsbrief: Document Arnhem - Raadsbrief interactieve bestuursrapportages sociaal domein - iBabs Publieksportaal
Portefeuillehouder:
Bob Roelofs
Fractie:
FvD-13
Pagina:
Wachtlijst huishoudelijke hulp
Vraag:
Daling 535 → 53 cliënten: hoeveel externe capaciteit is ingehuurd en wat is het tariefverschil per uur t.o.v. regulier?
Antwoord:
In het kader van het overeengekomen plan van aanpak Wachtlijst Huishoudelijke Ondersteuning zijn zowel incidentele als structurele middelen en formatie vastgesteld. Voor de uitvoering van de herbeoordelingen van de mensen die gebruik maken van de algemene voorziening huishoudelijke hulp is 4,75 fte incidentele capaciteit afgesproken. Huishoudelijke hulp wordt immers een maatwerkvoorziening ipv een algemene voorziening. Deze capaciteit is ingezet via het Sociaal Wijkteam (SWT) Arnhem. Binnen het SWT is hiervoor een projectteam samengesteld, bestaande uit zowel interne medewerkers als nieuw geworven personeel in loondienst. Alleen in piekperiodes is bij uitzondering kortdurend externe capaciteit ingehuurd. Dit omdat SWT niet kan werven voor een inzet van een paar weken. Het uitgangspunt is altijd geweest dat de uitvoering zoveel mogelijk binnen het projectteam van het SWT plaatsvindt. Wat betreft het tariefverschil: Hier hebben we vanuit de gemeente niet direct inzicht in omdat het om de interne bedrijfsvoering gaat van SWT. In het algemeen weten we dat interne inzet vanzelfsprekend voordeliger is dan externe 11
inhuur. Omdat externe inzet alleen zeer tijdelijk en incidenteel wordt toegepast, blijft de impact op de totale lasten beperkt en heeft SWT toegezegd dat de opdracht binnen budget zal worden volbracht. Portefeuillehouder:
Eva van Esch
Fractie:
FvD-14
Pagina:
LIJV-transformatie KPI’s
Vraag:
Welke concrete outcome-indicatoren (bijv. % inwoners dat langer zelfstandig woont) worden aan de transformatie gekoppeld?
Antwoord:
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag FvD-11 voeren wij de transformatie uit op basis van businesscases per opgave waarin we zowel de financiële als maatschappelijke kosten en opbrengsten betrekken. Op basis van financiële en andere data meten wij de impact. Hierbij willen we zoveel als mogelijk uitgaan van beschikbare data, zodat we administratieve lasten voor inwoners en uitvoerders niet [verder] laten toenemen. De concrete indicatoren bepalen wij bij het opstellen van de businesscases.
Portefeuillehouder:
Marjan van Munster
Fractie:
FvD-15
Pagina:
PGB volumesturing
Vraag:
Op welk niveau wordt een macrobudgetplafond ingesteld en welke harde afwegingscriteria gelden bij overschrijding?
Antwoord:
Het aantal uren en welke ondersteuning vanuit PGB wordt ingezet wordt bepaald door het wijkteam, aan de hand van criteria. Het wijkteam doet een toewijzing, met het aantal uren per week wat is besproken. Dit wordt omgerekend naar een totaal PGB-budget voor de afgesproken periode. De inwoner kan niet meer PGBbudget besteden dan toegekend is. Overschrijding is niet mogelijk.
Portefeuillehouder:
Eva van Esch, Bob Roelofs
Fractie:
FvD-16
Pagina:
Lokale energiesystemen / netcongestie
Vraag:
Hoe wordt de ROI voor gemeentelijke co-financiering berekend terwijl er nog geen ACM-reguleringskader voor teruglevering is?
Antwoord:
Bij het berekenen van de ROI voor (gemeentelijke co-)investeringen worden altijd alle dan actuele regelingen, tarieven en kaders meegenomen. Op het moment dat ook ACM-reguleringskaders veranderen, dan worden deze vanaf dan, via eventueel relevante parameters, aangepast en meegenomen.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-17
Pagina:
Klimaatfonds & “EvA”
Vraag:
Voor de Arnhemse Aanpak Energiearmoede staat € 1,5 mln (2026) en € 0,5 mln (2027) incidenteel. Welke resultaatmatrix aantal huishoudens, armoedecijfers, Gini-coëfficient enz) wordt vóór besteding aan de raad voorgelegd?
12
Antwoord:
Zie de verwachtte stand van zaken eind 2025 in de Raadsbrief stand van zaken energiearmoede 10 december 2024. Ieder jaar informeren we u verder over de stand van zaken.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-18
Pagina:
Versnelde vervanging trolley-gelijkrichters
Vraag:
Kost € 1,3 mln p.j. – hoeveel ton CO₂-reductie of MWh extra netcapaciteit levert dit op? Zijn alternatieven (e.g. battery-hubs) doorgerekend?
Antwoord:
De investeringen in de vervanging van de trolleybusgelijkrichters zijn in de eerste plaats gericht op het verhogen van de betrouwbaarheid en efficiëntie van het trolleybusnetwerk in Arnhem. De verouderde gelijkrichters zijn een bron van instabiliteit en een hoger energieverbruik. De vervanging van de gelijkrichters draagt indirect bij aan de vermindering van de CO₂-uitstoot door een hogere energie-efficiëntie, een verbeterde betrouwbaarheid van het netwerk en het leggen van een basis voor de toekomstige ontwikkeling van elektrisch openbaar vervoer. We kunnen niet aangeven hoeveel ton CO₂-reductie we reduceren, omdat het een indirecte vermindering is. Er is wel een uitbreiding van extra netcapaciteit, namelijk per gelijkrichter 200kVA. Elke gelijkrichter gaat van 800kVA naar 1000kVA. In totaal betekent dat een toename van 22*200 kVA= 4.400 kVA extra netcapaciteit. Er zijn geen alternatieven doorgerekend omdat er geen alternatieven zijn die aan de plaats kunnen innemen van een gelijkrichter.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
FvD-19
Pagina:
Klimaat ROI per project
Vraag:
Kunt u voor elk energieproject de IRR tonen op basis van actuele prijzen?
Antwoord:
Voordat een energieproject daadwerkelijk naar realisatiefase gaat wordt er een ROI vastgesteld door alle betrokken investeerders. Dus voor elk project wat gerealiseerd gaat worden kan een ROI via een netto contante waarde berekening o.i.d. getoond worden.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-20
Pagina:
Laadinfra concessie
Vraag:
Welk bezettings-/omzetpercentage is in de businesscase voor de nieuwe laadpleinen gehanteerd?
Antwoord:
Partijen kunnen zich middels een concessie inschrijven voor nieuwe laadpleinen. De business case is voor rekening van deze partijen (de concessienemer). Omdat we laadpunten neerzetten voor de toekomst, is deze business case in de eerste jaren waarschijnlijk negatief.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic 13
Fractie:
FvD-21
Pagina:
Woonwagenstandplaatsen
Vraag:
De uitbreiding kost € 3,1 mln excl. exploitatie. Welke life-cycle-costing (incl. handhaving en infra) ligt hieraan ten grondslag?
Antwoord:
De gemeente heeft als pilot 4 locaties (Bethanienstraat, Merwedestraat, Gelderserooslaan en Schuytgraaf) aangewezen voor de uitbreiding van woonwagenlocaties met 22 woonwagenstandplaatsen. Deze locaties staan allen op grond van de gemeente. De gemeente hanteert als grondeigenaar de GREX (grondexploitatie berekening) als instrument om de grondopbrengsten en grondkosten in kaart te brengen bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen. Het biedt inzicht in de haalbaarheid van een gebiedsontwikkeling. De pilotlocaties zijn kansrijk bevonden, maar de haalbaarheid van deze locaties was nog niet aangetoond. In de afgelopen periode heeft de gemeente de 4 locaties onderzocht op planologische en financiële haalbaarheid en op draagvlak onder de bewoners. Ook zijn de plannen aangepast aan de aangescherpte normen voor brandveiligheid en toegankelijkheid voor de hulpdiensten, die hogere kosten met zich meebrengen. De uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek stelde de gemeente in staat om de grondexploitaties van de 4 locaties nauwkeuriger door te rekenen. Hier is uitgekomen dat er € 3,1 miljoen extra nodig is voor het realiseren van de 22 standplaatsen op de bovengenoemde locaties. Hieronder vallen werkzaamheden, zoals sloop, verplaatsen van woonwagens, bouwrijp maken van de grond en de inrichting van de openbare ruimte (woonrijp maken).
Daarnaast zijn er kosten geraamd voor de inhuur en ambtelijke inzet waarvan de hoogte bepaald is door de inzet die geleverd is om consensus te bereiken in het intensieve overleg met en tussen bewoners. Dit vroeg om regelmatige bijstelling van planningen met de financiële consequenties van dien. De gemaakte kosten tot op heden hebben betrekking op het project Pilot Woonwagenlocaties en op het project van de sanering van de grondwal op de Bethanienstraat. Dit zijn kosten die zijn gemaakt voor de haalbaarheidsanalyse, woonwagenstandplaatsbehoefte, communicatie met bewoners, analyse complexiteit van de locaties en de sanering van de grondwal. Vanwege de integrale benadering voor de realisatie van woonwagenstandplaatsen op de 4 locaties zijn de kosten per standplaats en/of locatie niet te herleiden.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
FvD-22
Pagina:
Spoorzone Arnhem-Oost fase 2
Vraag:
Welke exitclausules gelden als Rijksco-financiering (WBI 2.0) wegvalt of verminderd?
Antwoord:
Op dit moment is er nog geen sprake van een ontwikkeling van fase 2 rijnpark c.q een vastgestelde businesscase. Derhalve is er ook nog geen sprake van een financiële verplichting. Het is wel een belangrijke voorwaarde dat subsidies vanuit 14
het Rijk en/of de Provincie zorgen voor een bijdrage aan de haalbaarheid van de fase 2. Mochten er geen of onvoldoende bijdragen komen vanuit het Rijk/ provincie wordt de haalbaarheid lastiger. Daarbij dient vermeld te worden dat dit ook geldt voor vergelijkbare gebiedsontwikkelingen in andere gemeenten Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-23
Pagina:
Verkabeling hoogspanning
Vraag:
Raming € 1,8 mln (index 2018→2029). Hoe is de index bepaald en valt het traject volledig onder AMvB 22a of draagt de gemeente 100 % risico?
Antwoord:
De oorspronkelijke maximale bijdrage (prijspeil 2018) is door Tennet geïndexeerd met de Grond-, weg- en waterbouw (GWW)-indexatie (CBS) tot en met 2024. Voor de indexatie naar 2025 is de verwachte GWW-indexatie van BDB (4,2%) gehanteerd. In deze AMvB is bepaald dat de eigen bijdrage van de gemeente bij een verkabeling is gemaximeerd. Dat is dus de maximale bijdrage wat de gemeente bij een verkabeling draagt. De rest van de kosten zijn voor TenneT
Portefeuillehouder
Eva van Esch
Fractie:
FvD-24
Pagina:
Stadsontwikkelfonds KPI
Vraag:
Hoeveel betaalbare woningen per geïnvesteerde € 1 mln levert het fonds concreet op?
Antwoord:
Dat is niet generiek voor alle projecten te zeggen, en is sterk casusafhankelijk. Als voorbeeld geldt bijvoorbeeld het project Luthersestraat 9. Voor dit project is door de gemeente 310.000 euro bijgedragen voor het realiseren van 47 sociale huurwoningen. Zie hiervoor ook: Stand van zaken ontwikkeling Luthersestraat 9 (The Level) Arnhem - iBabs Publieksportaal.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-25
Pagina:
Wijkonderhoud + € 3,22 mln
Vraag:
Hoeveel m² verharding wordt hiermee hersteld t.o.v. esthetische vergroening? Specificeren per stadsdeel.
Antwoord:
Het genoemde budget voor wijkonderhoud heeft betrekking op dagelijks onderhoud zoals bv stadsreiniging en niet het herstellen van verharding of het aanleggen van nieuw groen.
Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
FvD-26
Pagina:
Invasieve exoten
Vraag:
€ 160 k p.j. t/m 2028, daarna € 100 k structureel. Welke indicator toont dat dit niveau “beheerbaar” is en hoe verhoudt zich dit tot provinciale/nationale verplichtingen?
15
Antwoord:
Een aantal invasieve exoten zoals o.a.de Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw komen voor in met name het wijkgroen. De huidige aanpak van bestrijding leidt tot een geleidelijke afname van het areaal. Het blijft noodzakelijk hier voldoende op in te zetten om verspreiding te voorkomen. Dit beschouwen we als een beheerbaar niveau. De EU heeft een lijst (Unielijst) samengesteld van invasieve soorten die ergens in Europa voorkomen en schade veroorzaken of dit in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Het bezitten, verhandelen, kweken, transporteren en importeren van deze soorten is in de hele EU verboden. Het is de taak van de lidstaten om deze soorten, waar mogelijk, uit te roeien in het wild. Als uitroeien niet lukt, moeten de lidstaten de soort beheren en de nadelige effecten zoveel mogelijk beperken.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-27
Pagina:
Stadsoase / Waalse-kerkgebied
Vraag:
Investeringsbudget € 580 k + kapitaallasten € 32,5 k; welk meetbaar klimaateffect (temperatuurdaling tijdens hittestressuren) is beoogd?
Antwoord:
Met de ontwikkeling van de stadsoase wordt beoogd effect het gebied rondom het stadstheater te verkoelen en te vergroenen. De Wageningen University & Research heeft het beoogd effect gemodereerd. Op hete dagen ligt de gevoelstemperatuur met een stadsoase ca. 25 graden lager dan zonder stadsoase. Dit effect wordt nader toegelicht in het ontwerp voor de stadsoase, dat binnenkort naar uw raad toe komt. Zonder stadsoase kan de gevoelstemperatuur oplopen tot ca. 54 graden.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-28
Pagina:
Trolley-gelijkrichters – afschrijving
Vraag:
Welke levensduur is aangehouden en is hergebruik van bestaande SCR-modules onderzocht?
Antwoord:
De gehanteerde levensduur is 30 jaar, conform de gemeentelijke nota Afwaarderen en Afschrijven. Hergebruik is inderdaad onderzocht. Onderdelen van de bestaande gelijkrichters worden, indien mogelijk, gebruikt voor onderhoudswerkzaamheden in de toekomst.
Portefeuillehouder
Nermina Kundic
Fractie:
FvD-29
Pagina:
ICT-landschap (cloud-migratie)
Vraag:
€ 500 k extra OPEX, “vrijvallende” CAPEX: graag een TCO-sheet met het werkelijke break-even-jaar
Antwoord:
Het ICT landschap van de gemeente is aan het einde van haar technologische levenscyclus. Dit geldt zowel voor de werkplekzijde als voor de backoffice zijde van de IT-omgeving.
16
Als we in deze context spreken over de werkplekzijde dan bedoelen we hiermee de computers (Laptops, Thin-Clients en speciale werkplekken) en de lokaal geïnstalleerde software (bv Microsoft Office en Windows 10) die de gebruikers dagdagelijks voor hun werkzaamheden nodig hebben. Als we spreken over de backoffice zijde van de omgeving dan bedoelen we daarmee de eigen servers en business applicaties die de gemeenten bij hun bedrijfsvoering ondersteunen. Om de volledige omgeving de komende jaren weer actueel te maken ontkomen wij er niet aan om een aantal sporen tegelijkertijd trajecten te initiëren. Sommige van deze trajecten zijn iteratief van aard, kleinere trajecten in de lijn van hetgeen we reeds hebben, andere trajecten zou je meer innovatief kunnen noemen. Al deze noodzakelijke trajecten worden op dit moment in kaart gebracht, worden voorzien van een eigen Business Case en in samenhang met elkaar in een meerjarenperspectief gezet. De verschillende activiteiten om te komen tot dat integrale inzicht zijn uitgezet en voorlopen voorspoedig echter het kost nog wel enige tijd om een integraal en volledig afgestemd overzicht te krijgen die ook voldoende goed is om te delen. De verwachting is dat wij uiterlijk, maar hoogst waarschijnlijk eerder, de beelden rond de zomer van ’25 voldoende zijn uitgekristalliseerd en ze dan ook deelbaar worden.
Op dit moment zou het delen te prematuur zijn en mogelijk verwachtingen creëren die later (te veel) bijgesteld moeten worden. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-30
Pagina:
Informatieveiligheid & privacy
Vraag:
Hoeveel van het gevraagde € 2,1 mln is CAPEX vs. OPEX en hoe sluit dit aan op de aankomende NIS2-norm?
Antwoord:
Van de gevraagde 2.1 miljoen euro is ongeveer 1 miljoen euro te betitelen als CAPEX en 1.1 miljoen als OPEX. De budgetten zijn een noodzakelijk begin om te kunnen gaan voldoen aan de aankomende NIS2-norm.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-31
Pagina:
Burgerparticipatie impact
Vraag:
Welke harde output heeft het programma “Samen maken we Arnhem” tot nu toe (aantal trajecten, inwoners bereikt, concrete beleidsbijstelling e.v.t. andere KPIs)?
Antwoord:
Het actieprogramma “Samen maken we Arnhem” dateert uit maart 2022. Het is gefocust op het verbeteren van de kwaliteit van participatietrajecten. Dit leidt tot betere plannen en zorgvuldigere keuzes en uiteindelijk een sterkere lokale democratie. Het heeft dus geen output als aantal trajecten, inwoners bereikt, etc. Hieronder leest u de belangrijkste output van het actieprogramma. • Arnhems stappenplan Participatie In het kader van het actieprogramma is het Arnhems Stappenplan Participatie opgesteld, dat handvatten biedt om een participatieplan op te stellen via een vast proces. Zo is voor inwoners duidelijk wat zij van ons kunnen verwachten, 17
waardoor de gemeente voor hen een betrouwbare partner is. Om de bekendheid van dit stappenplan te vergroten wordt hier continu aandacht voor gevraagd binnen de gemeentelijke organisatie. • Training en ondersteuning We hebben een training opgezet om te leren werken met het stappenplan. Ook biedt deze training inzicht in de voorkeuren van verschillende doelgroepen en is er ruimte om van elkaar te leren over participatie. Deze training wordt regelmatig gevolgd. Ook is ondersteuning mogelijk voor collega’s die werken aan participatieplannen. Van zowel de training als ondersteuning wordt regelmatig gebruik gemaakt. • Evaluaties In het kader van het actieprogramma zijn drie evaluaties gedaan van projecten die wij organiseerden in 2021, 2022 en 2023. Uw raad is hierover via raadsbrieven en rapporten geïnformeerd. De kennis uit deze evaluaties is een belangrijke bouwsteen voor de algehele evaluatie burgerparticipatie waar we nu aan werken. Dit leidt tot in een aangescherpt Arnhems stappenplan participatie. • Kernteam burgerparticipatie Er is een kernteam burgerparticipatie. De leden zijn ambassadeurs voor burgerparticipatie in onze organisatie. Collega’s kunnen bij hen terecht met vragen, en de kernteamleden verspreiden proactief nieuwe inzichten.
• Experimenten met digitale wijkpanels in De Laar en Presikhaaf In De Laar en Presikhaaf is de afgelopen jaren geëxperimenteerd met een digitaal wijkpanel wat de gemeente faciliteert, maar inwoners zelf beheren. Zoals in eerdere communicatie gedeeld bleek een digitaal wijkpanel geen geschikt middel om participatie in die wijken te verbeteren. De lessen die hieruit voortkwamen zijn door de teams leefomgeving gebruikt om bij te sturen. • Doelgroepgericht werken Niet elke inwoner wil op dezelfde manier betrokken worden. Het is belangrijk om hier bewust van te zijn. Daarom werken we continu aan die bewustwording binnen de ambtelijke organisatie. • Jeugdparticipatie We betrekken jeugd bij wat we als gemeente doen via onze kinderburgemeester en de jongerenraad. Arnhem heeft sinds november 2022 een kinderburgemeester. Deze periode is geëvalueerd. Momenteel werken we aan een doorontwikkeling van kinderparticipatie, op basis van een gesprek dat we op 12 maart in de raadskamer voerden. Daarnaast kan de (iets) oudere jeugd participeren in de jongerenraad. Zij zijn onlangs gestart met de eerste adviescyclus over het thema online veiligheid voor Arnhemse (risico)jongeren. • Participatieverordening In de tweede helft van 2024 zijn we gestart met de voorbereidingen om een participatieverordening op te stellen. Daarin wordt vastgelegd hoe de gemeente 18
wil omgaan met inwoner- en overheidsparticipatie bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Na het zomerreces ontvangt de raad een raadvoorstel om de participatieverordening vast te stellen. Bovenstaande resultaten komen voort uit de acties die zijn gepleegd op basis van het actieprogramma. Aanvullend zijn er een flink aantal neveneffecten van dit programma. Het hebben van dit programma leidt überhaupt al tot meer bewustzijn rondom burgerparticipatie. Maar ook naast het programma gebeurt veel op het gebied van participatie. Dit gebeurt bijvoorbeeld via het wijkgericht werken (zoals de regeling burgerkracht), via de wijkplatforms- en buurtverenigingen, op basis van de omgevingswet (en de handreiking betrek de buurt bij uw bouwplan), en alle participatie die wekelijks wordt georganiseerd binnen projecten, beleidsvraagstukken of programma’s. Zo is het actieprogramma een (versterkend) onderdeel van deze brede beweging waarbij we steeds meer samenwerken met inwoners, organisaties en ondernemers. Portefeuillehouder
Bob Roelofs
Fractie:
FvD-32
Pagina:
Fair-Pay implementatie
Vraag:
Hoeveel extra FTE of uurloonstijging wordt bekostigd bij de vijf grootste instellingen en wat is de kostencurve 2025-2028?
Antwoord:
Bij de vijf grootste instellingen gaat het niet direct over extra FTE of uurloonstijging. Zij hebben vaak een CAO en hanteren beloningsrichtlijnen die de basis vormen voor een passende beloning. Bij het inhuren van zelfstandigen is het van belang om fair pay toe te passen. De vijf grootste instellingen zullen in verhouding minder aanspraak maken op de extra benodigde middelen voor fair pay dan instellingen zonder CAO en individuele makers.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-33
Pagina:
Rozet tekort € 0,85 mln (2025)
Vraag:
Welke sanerings- of verdienscenario’s zijn geëist vóór incidentele bijstorting?
Antwoord:
In de raadsbrief 'Stand van zaken Rozet' van 17 april bent u geïnformeerd wat er rondom Rozet gebeurt, hoe het tekort is teruggebracht en wat er nog nodig is.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-34
Pagina:
Musis & Stadstheater – brede openstelling
Vraag:
Voor € 60 k extra p.j.: hoeveel podiumuren gaan naar lokale makers en wat is sinds de opening het bezettingspercentage van de kleine zaal?
Antwoord:
Het Stadstheater zal na heropening ieder jaar de verschillende zalen en foyers om niet of tegen sterk gereduceerde huur beschikbaar te stellen. Doelgroep zijn lokale en regionale initiatieven en makers die ondersteuning verdienen, zoals amateurverenigingen en kleinere lokale gezelschappen of collectieven. Hoeveel lokale makers hier gebruik van zullen gaan maken, is nu nog niet te zeggen.
19
Momenteel zijn ook gesprekken gaande over structureel medegebruik van zalen en andere ruimten door Introdans en Oostpool. In het Stadstheater worden na heropening jaarlijks in beide zalen in totaal 240 voorstellingen geprogrammeerd. Men streeft naar een gemiddelde zaalbezetting van 102% voor zowel grote als kleine zaal. Gemiddeld zijn dit 300 bezoekers per voorstelling. Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-35
Pagina:
Cultuurhuis KPI’s
Vraag:
Welke bezoekers- en participatiedoelen worden gekoppeld aan de structurele subsidies?
Antwoord:
Er van uitgaande dat het cultuurcentrum Arnhem-Zuid wordt bedoeld; het cultuurcentrum in Arnhem-Zuid heeft als doel om het cultuuraanbod te versterken en cultuurdeelname van inwoners te bevorderen. Naast culturele programmering inclusief een educatief aanbod denken wij aan een ontmoetingsruimte binnen en zo mogelijk buiten. Dit wordt in de komende periode nader uitgewerkt. Zie raadsbrief stand van zaken Cultuurcentrum in Zuid. Op dit moment is het te vroeg om concrete bezoekers- en participatiedoelen aan te geven.
Portefeuillehouder
Cathelijne Bouwkamp
Fractie:
FvD-36
Pagina:
Straatcoaches / Wijk-GGD
Vraag:
Welke KPI’s (incidentdaling, contactmoment, doorgeleiding naar zorg, politie, wijkteams enzovoorts) gelden voor de uitbreiding? Graag pilot-rapport vóór besluitvorming structureel.
Antwoord:
De uitbreiding van de inzet van de straatcoaches en de inzet van outreach door de GGD is ingezet in de zomer van 2023 naar aanleiding van een steekincident in park Lauwersgracht (bij Musis). Het betrof een bestuurlijke opdracht. Er zijn geen KPI’s opgesteld, behalve: het beperken van overlast en het waar mogelijk toeleiden naar hulp en zorg. Gezien het brede draagvlak voor deze aanpak (bij inwoners, ondernemers, zorgaanbieders, de doelgroep zelf maar ook bestuurlijk en ambtelijk) is de wens deze structureel voort te zetten. Daarom is besloten de contactmomenten en doorgeleiding naar hulp en zorg te registreren en te monitoren met ingang van 2025.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-37
Pagina:
22-uursopvang Spoorwegstraat
Vraag:
Hoe voorkomt het college een aanzuigende werking op niet-Arnhemse dak/thuislozen? Is herkomstregistratie ingericht?
Antwoord:
Het Kruispunt en De Duif, de stichtingen die samen de 22-uursopvang uitvoeren, voeren een laagdrempelig toelatingsbeleid. Zij registreren niet op herkomst, maar laten toe op inschatting van kwetsbaarheid.
→ het betreft outreach GGD, niet wijk-GGD
20
Nachtopvang De Duif spoort bezoekers aan zich zo snel mogelijk te melden bij het Daklozen Advies Kantoor (DAK) om zo toegeleid te worden naar passende hulp of zorg. Bij dagopvang Het Kruispunt zijn medewerkers van de GGD, het Sociaal Wijkteam en Stichting Barka meerdere malen per week aanwezig om bezoekers toe te leiden naar passende hulp of zorg, zo mogelijk in hun plaats of land van herkomst. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-38
Pagina:
Beschutte opvang (MO/BW-snijvlak)
Vraag:
Welke uitstroompercentages zijn contractueel vastgelegd voor cliënten die via beschutte opvang instromen in regulier wonen?
Antwoord:
De mensen die worden toegelaten tot de beschutte opvang stromen doorgaans niet uit naar regulier wonen, maar vaak naar een instelling voor beschermd wonen (WLZ of WMO) of een andere verblijfs- of behandelsetting. Aangezien het maatwerk betreft worden hier geen contractuele afspraken over gemaakt.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-39
Pagina:
Cyberveiligheid & Veiligheid ambtenarij
Vraag:
Wat is de huidige stand van zaken omtrent de cyberveiligheid van de Gemeente Arnhem (informatiesystemen, communicatie en bescherming van ambtenaren (denk bedreiging, doxxing en andere ondermeindende handelingen) is er een roadmap beschikbaar hoe de gemeente up-to-date blijft met cyberdreiging vanuit bijvoorbeeld vijandelijke grootmachten?
Antwoord:
Als onderdeel van het programma Informatieveiligheid & Privacy Basis op Orde is het project bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) gestart. Dit project richt zich zowel op de continuering van de organisatie in geval van verstoringen waarbij ISO22301 als uitgangspunt wordt genomen, als op de weerbare organisatie waarbij de concept-Gelderse Norm vanuit provincie Gelderland als uitgangspunt dient. In dit traject wordt ook specifiek aandacht besteed aan verbeteringen rondom de weerbare organisatie, ook gericht op bescherming van ambtenaren en voorkoming van ondermijning. Hoewel er geen roadmap is hoe de gemeente up-to-date blijft met cyberdreiging vanuit bijvoorbeeld vijandelijke grootmachten, wordt de geopolitieke situatie en de dreigingen die hieruit voortkomen, continu geanalyseerd. Hierbij putten we ook uit vertrouwelijke communicatie hierover die vanuit de IBD en NCSC met ons worden gedeeld. Het periodiek geactualiseerde dreigingsbeeld, wat onder andere ingaat op cyberdreiging vanuit vijandelijke grootmachten, wordt conform risicobeheersingsbeleid vanuit informatieveiligheid ingebracht in strategische en tactische risicoanalyses. Op basis van mogelijke mitigerende maatregelen om de risico’s te beheersen volgt waar nodig een actieplan.
21
Tevens is er een continu bewustwordingsprogramma waarin medewerkers worden geschoold in het herkennen van dreigingen en het veilig en integer omgaan met informatie. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-40
Pagina:
Handhaving / inzet BOA’s
Vraag:
Wilt u voor de jaarschijven 2021-2025 gespecificeerd aanleveren: a) het aantal fte BOA’s (per decemberstand), b) het aantal uitgeschreven procesverbalen en waarschuwingen, uitgesplitst naar categorie – openbare-ordeoverlast, vervuiling (afval, honden), verkeer/fiets en overige, c) de respons- en aanrijtijden plus totaal aanwezigheiduren in aangewezen hotspotgebieden, d) de trend in objectieve onveiligheidsindicatoren (o.a. meldingen via 14 080, politiePDC, Fixi), zodat de raad kan beoordelen of de handhavingsinzet meetbaar effect sorteert en hoe dit zich ontwikkelt ten opzichte van eerdere jaren (Department of Government Efficiency-principe).
Antwoord:
De gevraagde gegevens treft u, voor zover raadpleegbaar, hieronder aan. Uit de gegevens kan niet zonder meer worden beoordeeld of de handhavingsinzet meetbaar effect sorteert. Effect kan ook worden gegenereerd door aanwezigheid, aanspreken, de-escaleren en hulp verlenen aan inwoners en bezoekers van Arnhem die dat nodig hebben. Voor het meten van effect is zowel meer data als een inhoudelijke beoordeling op kwaliteit van dienstverlening en handhaving noodzakelijk. b) Hieronder is weergegeven het aantal fte BOA’s per jaar:
Formatie handhavers: functies coördinator handhaving openbare ruimte sr integraal handhaver medior integraal handhaver jr integraal handhaver totaal
2021
2022
2023
2024
2025
2,00 3,00 15,99 8,67 29,66
2,00 3,00 15,99 5,00 25,99
2,00 5,00 20,00 10,00 37,00
2,00 5,00 20,00 10,00 37,00
2,00 5,00 20,00 10,00 37,00
b) Hieronder is weergegeven het aantal constateringen, waarschuwingen en processen-verbaal, uitgesplitst naar de categorieën zoals wij die registreren: 2021 Hoofdgroep
Constatering
Waarschuwing
Proces-verbaal
APV
340
36
181
W.v.Sr.
156
27
86
Milieu
33
1
5
Wegverkeer
9013
95
8810
2022
22
Hoofdgroep
Constatering
Waarschuwing
Proces-verbaal
APV
675
141
216
W.v.Sr.
152
35
60
Milieu
36
2
1
Wegverkeer
7688
272
7224
Hoofdgroep
Constatering
Waarschuwing
Proces-verbaal
APV
2251
193
545
W.v.Sr.
299
46
79
Milieu
128
2
3
Wegverkeer
4573
643
3284
Hoofdgroep
Constatering
Waarschuwing
Proces-verbaal
APV
2795
336
838
W.v.Sr.
484
104
121
Milieu
36
1
3
Wegverkeer
5002
1041
3273
2023
2024
Jaargang 2025 (tot en met 15 mei) Hoofdgroep
Constatering
Waarschuwing
Proces-verbaal
APV
1246
151
327
W.v.Sr.
332
51
108
Milieu
15
0
1
Wegverkeer
1847
524
1064
c) De respons en aanrijdtijden worden bij de afdeling handhaving niet bijgehouden. De taak van handhaving is niet toegespitst op nooddienst of acute/levensbedreigende zaken, zoals bij ambulances, brandweer en politie. De aanwezigheidsuren in hotspotgebieden worden eveneens niet geregistreerd. d) Van de gevraagde gegevens zijn enkel de binnenkomende meldingen in Fixi raadpleegbaar. Deze zijn in onderstaande tabel verwerkt:
Fixi
2021
2022
2023
2024
2025
10628
11526
12300
17006
6224
Portefeuillehouder
Ahmed Marcouch
Fractie:
FvD-41
Pagina:
7
Vraag:
Subsidieregeling Burgerkracht: Bestaat er een (verplichte) financiële verantwoording voor deze subsidieregeling? Aannemend dat de meeste 23
projecten < € 10 000 zijn, hoe wordt het jaarlijkse budget van € 175 000 toch gemonitord? Antwoord:
Beschikkingen verleend op basis van de Subsidieregeling Burgerkracht worden verantwoord conform de Algemene Subsidieverordening. Dit houdt in dat subsidiebeschikkingen tot € 10.000,- bij verlening ook direct worden vastgesteld en verdere verantwoording niet nodig is. Hoewel er geen formele verantwoording vereist is, zijn de Teams Leefomgeving goed op de hoogte van de ingediende aanvragen. Elke aanvraag die betrekking heeft op het gebied van een Team Leefomgeving, wordt eerst aan dit Team voorgelegd ter advisering. Hierdoor hebben de Teams inzicht in de bewonersinitiatieven en kunnen zij zicht houden op de uitvoering ervan. Subsidies boven de € 10.000,- moeten worden verantwoord door middel van een inhoudelijk verslag en een financiële verantwoording. De afgelopen 5 jaren betrof het aandeel verstrekte subsidies boven de € 10.000,- ongeveer 10-15% van het totale aantal verstrekte subsidies. Afsluitend: De subsidieregeling Burgerkracht is uniek doordat inwoners ruimte en vertrouwen krijgen om zelf initiatieven te ontplooien. In de, door uw raad, recent vastgesteld Koersnota Van Wijken Weten 2023 – 2030 is dit nogmaals onderstreept in het uitgangspunt ‘We benutten de krachten in de wijk ten volle’. Dit blijkt ook uit de verantwoordingseisen: inwoners hoeven geen complexe rapportages aan te leveren.
Portefeuillehouder
Marjan van Munster
Fractie:
FvD-42
Pagina:
7
Vraag:
Kennisateliers: Wat is de omvang en indeling van het budget, wie kent de middelen toe en hoe wordt de besteding verantwoord?
Antwoord:
De kosten van de kennisateliers (2 a 3 per jaar) bestaan uit kosten van een trainer/expert en kosten voor een locatie (en eventuele catering). Dit bedraagt ordergrootte 1.500,- euro per bijeenkomst. De middelen worden door het college aan het uitvoerend team van het stadsprogramma Inclusief Arnhem toegekend. De besteding van deze middelen wordt verantwoord via de reguliere P&C cyclus.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-43
Pagina:
7
Vraag:
Aanpak arbeidsdiscriminatie: Hoe ziet de operationele aanpak eruit (fasering, KPI’s, governance) en op welk formeel besluit/beleidskader is dit gebaseerd?
Antwoord:
De aanpak van arbeidsmarkt (en stage-) discriminatie bevindt zich op dit moment in de verkennende fase. Er vinden gesprekken plaats met mogelijke partners waaronder bedrijven - in de stad & regio om zo te komen tot een gedeelde ambitie/doelstellingen en een passende aanpak. Het plan is daarmee nog in ontwikkeling: fasering, KPI’s en governance worden in samenspraak met deze partners in een latere fase uitgewerkt. 24
De aanpak - waarmee we ook uitvoering geven aan motie 24M109g - is gebaseerd op bestaand gemeentelijk beleid op het gebied van inclusie, zoals verankerd in het Stadsprogramma Inclusief Arnhem. Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-44
Pagina:
7
Vraag:
Integrale aanpak moslimdiscriminatie: Waar verwijst het begrip ‘integraal’ precies naar (betrokken diensten, ketenpartners, beleidsterreinen)?
Antwoord:
In het Nationaal Onderzoek Moslimdiscriminatie (2025) wordt geconcludeerd dat moslimdiscriminatie in Nederland een wijdverbreid fenomeen is dat zich afspeelt in diverse domeinen en in verschillende vormen. En voegt eraan toe dat het vooral een patroon vormt en daarmee structureel van aard is.1 Structurele vormen van moslimdiscriminatie hebben betrekking op de toegang tot onderwijs, de arbeidsmarkt en de woningmarkt, de zorg, de financiële sector en de overheid evenals beleid of wetgeving die indirect gericht is op moslims, en/of hen onevenredig meer treft, en/of hun vrijheid van godsdienst onrechtmatig beperkt. Daarnaast manifesteert moslimdiscriminatie zich ook in de media en in het politieke discours. In de aangenomen Motie 24M142 is ook door uw raad gevraagd om een multidisciplinaire aanpak die verschillende maatschappelijke en gemeentelijke actoren samenbrengt.
Portefeuillehouder
Maurits van de Geijn
Fractie:
FvD-45
Pagina:
7
Vraag:
Duurzame opvang vluchtelingen: Wat wordt concreet verstaan onder ‘duurzaam’ (looptijd, type voorzieningen, financiering)?
Antwoord:
Onder duurzaam wordt verstaan dat de opvang een looptijd en financiering heeft voor de periode van 30 jaar. Door deze duurzame vluchtelingenopvang weten we als stad waar we aan toe zijn. Ook zijn vaste opvangplekken efficiënter en goedkoper dan steeds weer nieuwe tijdelijke plekken regelen. Vluchtelingen hoeven bovendien minder vaak te verhuizen waardoor ze eerder kunnen beginnen met het opbouwen van hun leven in Arnhem.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-46
Pagina:
7
Vraag:
Wettelijke taak: Op welk specifiek wetsartikel/AMvB wordt hier gedoeld?
Antwoord:
De Wet inburgering 2021.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-47
Pagina:
7
25
Vraag:
Inburgering: Betreffen ‘inburgeraars mee laten doen’ en ‘uitvoering van inburgering’ dezelfde activiteit of verschillende onderdelen van de Wet inburgering 2021?
Antwoord:
Dezelfde activiteit: uitvoering van de Wet inburgering 2021.
Portefeuillehouder
Paul Smeulders
Fractie:
FvD-48
Pagina:
8
Vraag:
Doorontwikkeling digitale dienstverlening: Welke concrete werkzaamheden vallen hieronder, wat zijn de geraamde kosten per jaar en tot hoeveel FTE■reductie leidt dit (met ingangsjaar)?
Antwoord:
De geraamde kosten zijn inzichtelijk gemaakt op pagina 11 van de Perspectiefnota en bedragen € 340.000 per jaar. Concreet gaat het om werkzaamheden zoals het inrichten van bedrijfssystemen die nodig zijn om verbeterde digitale diensten te kunnen lanceren (voor alle gemeentelijke producten). Daarnaast is capaciteit nodig voor het bouwen van monitoring (dashboards) die nodig zijn voor sturing en uitvoering van de dienstverlening. Ook wordt ingezet op het digitaliseren van akten en licenties, zodat deze beter toegankelijk en efficiënter te verwerken zijn. De nadere uitwerking is terug te vinden op pagina 20 van de Perspectiefnota. De voorgestelde doorontwikkeling is niet bedoeld voor personeelsreductie, maar gericht op het verder digitaliseren van diensten, het verbeteren van procesbeheersing, het versterken van sturingsmogelijkheden en het voldoen aan wettelijke verplichtingen, zoals de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv).