BP Vast te stellen Toelichting
Tekst van het document
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Situering en begrenzing plangebied
5
1.3
Opzet bestemmingsplan
6
1.4
Geldend bestemmingsplan
6
1.5
Leeswijzer
7
Hoofdstuk2
Beschrijving bestaande situatie
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Historische ontwikkeling
9
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
10
2.4
Verkeer en parkeren
10
2.5
Monumenten en archeologie
11
2.6
Water
12
Hoofdstuk3
Wettelijk- en beleidskader
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Ruimtelijk beleid
15
3.2.1 Rijksbeleid 3.2.1.1 Nationale omgevingsvisie 3.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking
15
3.2.2 Provinciaal beleid 3.2.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland
17
3.2.3 Gemeentelijk beleid 3.2.3.1 Structuurvisie Arnhem 2020-2040
18
3.3
Woonbeleid
19
3.3.1
De Arnhemse Woonprincipes
19
3.3.2
Plan van aanpak Woningsplitsing en verkamering
19
3.3.3
Plan van aanpak woningbouwontwikkeling
20
3.3.4
Woondeal regio Arnhem-Nijmegen
21
3.4
Welstandsbeleid
21
3.5
Sport-, recreatie- en spelenbeleid
22
3.6
Overige beleidsuitgangspunten
23
3.6.1
Coffeeshopbeleid
23
3.6.2
Prostitutiebeleid
23
Hoofdstuk4
Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Doelen en uitgangspunten
25
4.3
Ruimtelijke opzet en structuur
25
4.4
Verkeersstructuur
27
4.4.1
Bereikbaarheid
27
4.4.2
Verkeer
28
4.4.3
Parkeren
31
2 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
4.4.4
Conclusie
32
4.5
Programma
32
4.6
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro)
33
Hoofdstuk5
Milieu- en omgevingsaspecten
37
5.1
Inleiding
37
5.2
Geluid
37
5.3
Luchtkwaliteit
44
5.4
Bedrijven en milieuzonering
45
5.5
Externe veiligheid
47
5.6
Groen en ecologie
48
5.7
Water
53
5.8
Bodem
58
5.9
Cultuurhistorie
59
5.10
Archeologie
61
5.11
Energie en duurzaam bouwen
63
5.12
Stadsklimaat
64
5.13
Besluit milieueffectrapportage
65
Hoofdstuk6
Planbeschrijving en -verantwoording
67
6.1
Inleiding
67
6.2
Opzet van de regels
67
6.2.1
Inleidende regels
67
6.2.2
Bestemmingsregels
67
6.2.3
Algemene regels
68
6.2.4
Overgangs- en slotbepalingen
68
Verantwoording van de regels
68
6.3.1
Algemeen
68
6.3.2
Afzonderlijke bestemmingen
68
6.4
Exploitatie en uitvoerbaarheid
69
Hoofdstuk7
Procedure
71
7.1
Vooroverleg
71
7.2
Terinzagelegging (ontwerp-bestemmingsplan)
71
6.3
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 3
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
4 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het plangebied Havenmeesterskwartier (voorheen Groot Rijnwijk) maakt, met onder meer Fluvium en het voormalig Cobercoterrein, onderdeel uit van het Centrum Oost Gebied, ook wel Nieuwe Kadekwartier genoemd. Hier vindt momenteel een transformatie plaats van (voormalige) bedrijfs- en industriefuncties naar een nieuw en onderscheidend verblijfsgebied met wonen, werken en voorzieningen. Het wordt een overgangsgebied tussen enerzijds de binnenstad en anderzijds het industrieterrein. Voor diverse locaties zijn nieuwe ontwikkelingen in voorbereiding (zoals Cobercokwartier) of reeds gerealiseerd (waaronder Fluvium-Noord). Bij deze transformatie ligt de nadruk voornamelijk op woningbouw met onderscheidend per plandeel- in meer of mindere mate ruimte voor andere functies als (lichte) bedrijvigheid en (maatschappelijke) voorzieningen. Ook heeft reeds herinrichting plaatsgevonden van de belangrijkste verkeersader, de Westervoortsedijk. Het plangebied van Havenmeesterskwartier kenmerkt zich door bedrijfsgebouwen en een woonbuurt (Rijnwijk) uit het begin van de vorige eeuw. De bestaande ruimtelijke structuur en de functies sluiten ook hier niet meer aan op de in gang gezette herstructurering van het omliggende gebied. Met de ontwikkeling van Havenmeesterskwartier zijn in totaal maximaal 411 woningen beoogd.
Daarvan zijn er 24 woningen binnen het vigerende plan mogelijk, 337 woningen worden mogelijk gemaakt middels een uitwerkingsplan en 50 woningen worden mogelijk gemaakt met onderhavig bestemmingsplan. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan bevindt zich aan de zuidoostzijde van Havenmeesterskwartier gelegen aan de Veilingstraat.
1.2
Situering en begrenzing plangebied
De ontwikkeling van het Havenmeesterskwartier bevindt zich ten oosten van het centrum van Arnhem op de noordelijke Rijnoever. Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan bevindt zich een de zuidoostzijde van de ontwikkellocatie Havenmeesterskwartier gelegen aan de Veilingstraat. Onderstaande afbeeldingen tonen de globale ligging en globale begrenzing van het plangebied.
Globale ligging plangebied (rood omcirkeld, bron: topokaartnederland.nl)
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 5
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Globale begrenzing plangebied (rood omkaderd, bron: topokaartnederland.nl)
1.3
Opzet bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en aanduidingen aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze planonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wet ruimtelijke ordening vormgegeven volgens de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen). De SVBP geeft voorschriften over de inrichting van de verbeelding (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborging nogmaals schept.
1.4
Geldend bestemmingsplan
Het plangebied is grotendeels gelegen binnen het geldende bestemmingsplan 'Groot Rijnwijk'. Dit bestemmingsplan is op 5 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Arnhem. De zuidoostelijke strook van het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan 'Fluvium Midden - Westervoortsedijk West'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 24 april 2019. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen met daarop het plangebied weergegeven.
6 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Bestemmingsplan Groot Rijnwijk en Fluvium Midden - Westervoortsedijk West (plangebied: rood omkaderd, bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied is voorzien van de bestemmingen Bedrijf, Wonen - Uit te werken, Verkeer Verblijfsgebied en een heel smal strookje Bedrijventerrein. Het zuidoostelijke deel is voorzien van de gebiedsaanduidingen 'geluidzone - industrie' en 'geluidzone - weg'. Op de bestemming Bedrijf ligt een maatvoering met een voorgeschreven bouwhoogte van 8 meter. Daarnaast is het totale plangebied voorzien van een dubbelbestemming Waarde - Archeologie (hoge verwachting). Deze gronden zijn naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. De beoogde ontwikkeling van max 50 woningen binnen onderhavig plangebied is niet mogelijk binnen de vigerende bestemmingsplannen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 gaat voornamelijk in op de aanleiding en het doel van de nieuwe ontwikkeling. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 behandelt het toepasselijk beleidskader. Vervolgens biedt hoofdstuk 4 een toelichting op de beoogde woningbouwontwikkeling en de overige (toe te voegen) functies. De diverse milieuaspecten komen aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de planregels en in hoofdstuk 7 is een beschrijving van de procedure opgenomen.
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 7
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
8 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving bestaande situatie
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de totale ontwikkellocatie Havenmeesterskwartier, waarbij ook wordt ingegaan op de huidige ruimtelijke structuur. Het doel van dit bestemmingsplan is het aanreiken van een kader waaraan ontwikkelingen kunnen worden getoetst. Uitgangspunt hierbij is dat de huidige ruimtelijke kwaliteiten worden gewaarborgd en zo mogelijk versterkt.
2.2
Historische ontwikkeling
Het plangebied behoort van oudsher tot 't Broek, een laaggelegen nat gebied dat in tijden van hoge rivieren grondwaterstanden regelmatig onder liep. Verschillende beken waterden via de broeklanden af op de rivier. In deze periode (16e en 17e eeuw) heeft het tracé van de Broekstraat zijn definitieve plaats in het gebied gekregen. De Broekstraat is oorspronkelijk als een hooggelegen "dijkweg" aangelegd. Ook de Westervoortsedijk, onderdeel van de oude Rijndijk, is een sterk element in de oude structuur. De ligging van de Rietbeek verandert in de loop van de tijd. Uiteindelijk is deze in de 20e eeuw ondergronds gelegd. Kort na 1797 ontstond op de latere Coberco-locatie de eerste industrie, te weten de houtzaagmolen “de Vlijt”. In 1877 presenteerde H. Heuvelink Jr. een uitbreidingsplan voor het zuidoostelijk deel van Arnhem. Naast een beperkte woonfunctie op de Boulevard werd het gebied ook gebruikt voor het aanleggen van nieuwe industrieterreinen (zie onderstaande afbeelding). Er was al enige industrie verschenen aan het begin van de Westervoortsedijk in de vorm van de houtzagerij en de gasfabriek. In 1904 presenteerde ir. W.F.C. Schaap een stedenbouwkundig plan voor onder andere het industrieterrein 't Broek, het spoorwegemplacement en een uitgestrekte arbeiderswijk.
Weergave voormalig industrieterrein Vanaf het begin van de 20e eeuw werd de Nieuwe Kade het eerste geplande industrieterrein van Arnhem. De reden dat de kade hier breder is dan bij de binnenstad is, dat deze extra ruimte bood voor de overslag en tijdelijke opslag van onder andere steenkool voor de elektriciteitscentrale en de gasfabriek. Het woongebied Rijnwijk is rond de jaren 20 van de vorige eeuw gebouwd als arbeidersbuurt (zie onderstaande afbeelding).
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 9
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Deze buurt werd gebouwd ter compensatie van de vele krotwoningen die aanwezig waren. In 1935 werd de Rijnbrug aan de westzijde van het bedrijventerrein voltooid. Tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 werd het gebied totaal verwoest. De verwoestingen hadden een enorme impact in het beeld van de Rijnkade. In 1954 besloot het bestuur van de stad tot de aanleg van een bedrijventerrein met een spoorwegemplacement aan de oostzijde van de stad, in aansluiting op het bestaande slachthuis en de gasfabriek. Het terrein werd vier meter opgehoogd. Met de realisering van de naoorlogse bebouwing halverwege de vorige eeuw en met de bouw van de stadskantoren rond 1990, maakte het gebied een schaalsprong. Eind jaren 80 van de vorige eeuw ontstonden plannen voor de eerste revitalisering van het bedrijventerrein. Tevens is in 2013 de Westervoortsedijk volledig nieuw aangelegd. In 2014 is gestart met de realisatie van een nieuw woongebied aan noordzijde van de Westervoortsedijk, waarmee de transformatie in gang is gezet.
2.3
Ruimtelijke en functionele structuur
De huidige hoofdstructuur wordt bepaald door de Nieuwe Kade, de Westervoortsedijk en het overige stratenpatroon in het gebied. De ruimtelijke structuur van het gebied is vormloos (amorf). Het plangebied bestaat voornamelijk uit bedrijven. Tevens bevindt zich aan de oostzijde een -naar binnen gekeerd- hofje met woningen (Rijnwijk). De kwaliteit van de woningen is slecht. De randen van het plangebied kenmerken zich door een rafelige structuur. De bedrijven zijn een verzameling van gebouwen in de vorm van grootschalige loodsen en gebouwen die in de loop van de tijd deels tegen elkaar gebouwd zijn. De rooilijnen verspringen. Aan de Nieuwe Kade ligt nog een bijzonder gebouw, het voormalig zaadpakhuis van Wijbinga. Dit is een rijksmonument en blijft behouden. Parkeren, opslag, detonerende gevels en achterkanten van het woonhofje staan in schril contrast met de nieuw ontwikkelingen van het woongebied (Gashouderskwartier) aan de noordzijde van de Westervoortsedijk. De Nieuwe Kade is breed en voorzien van een eenzijdig gelegen vrijliggend fietspad in twee richtingen. Hier bevindt zich tevens het voormalige havenmeesterkantoor. De openbare ruimte in het plangebied van Groot Rijnwijk, met uitzondering van het hofje, is fragmentarisch ingericht. De verblijfskwaliteit is slecht. De Italiaanse populieren aan de Nieuwe Kade dragen daarentegen bij aan een positieve uitstraling.
De Westervoortsedijk zelf is recentelijk opnieuw ingericht. Deze verkeersader kenmerkt zich door een heldere laanbeplanting en heeft parallelwegen waarlangs de nieuwbouw van het woongebied wordt gerealiseerd. De Veilingstraat en de Badhuisstraat kenmerken zich door direct op de weg aansluitende bedrijfstoegangen, geparkeerde auto's en zichtbare opslag van bedrijfjes. Voetpaden ontbreken deels.
2.4
Verkeer en parkeren
Het Arnhems wegennet is ingedeeld in gebiedsontsluitingswegen (verkeersaders), verblijfsgebieden en industrieterreinen. De gebiedsontsluitingswegen vormen de hoofdwegenstructuur waarover het lokale en regionale verkeer wordt afgewikkeld. Hier geldt voor de verkeersdoorstroming van gemotoriseerd verkeer een maximale snelheid van 50 km/u of 70 km/u. De 'ingesloten' verblijfsgebieden zijn veelal woongebieden. Hier geldt voor de verkeersveiligheid en een goede woonomgeving een maximale snelheid van 30 km/u voor gemotoriseerd verkeer. 10 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Het plangebied ligt nabij het centrum van Arnhem. Direct ten noorden langs het plangebied ligt de Westervoortsedijk. De hoofdrijbaan van deze gebiedsontsluitingsweg (verkeersader) verbindt het centrum met grotere bedrijventerreinen in het oosten van Arnhem. Ook is deze verkeersader de verbinding met het regionale hoofdwegennet door de aansluiting op de Pleijroute en verder op de rijksweg A12 (Velperbroek). Ten westen van, maar niet direct grenzend aan het plangebied ligt de Nijmeegseweg (John Frostbrug). Deze gebiedsontsluitingsweg verbindt Arnhem-centrum met Arnhem-zuid en vormt in het verlengde ervan de route naar Nijmegen. Deze verkeersaders behoren tot de drukkere wegen binnen de bebouwde kom van Arnhem. Gebiedsontsluitingswegen hebben bij voorkeur vrijliggende fietsvoorzieningen en aanliggende trottoirs. Dit is ook het geval bij de Westervoortsedijk, waar fietspaden door groenstroken gescheiden zijn van de rijbaan voor gemotoriseerd verkeer. Ook zijn er soms parallelwegen waarover het fietsverkeer wordt geleid en waarlangs parkeergelegenheid is. De parallelwegen behoren tot een verblijfsgebied. De overige wegen en straten rondom het plangebied worden in de komende jaren veelal als woonstraten ingericht. Het gaat dan om direct aanliggende straten van het plangebied Badhuisstraat (westzijde), Nieuwe Kade (zuidzijde) en de parallelweg van de Westervoortsedijk (noordzijde).
De transformatie van deze straten vindt plaats als onderdeel van de ontwikkelingen in en om het plangebied. Deze straten krijgen dan de status van verblijfsgebied (30 km/uur-zone). De Veilingstraat, waarlangs vooral kleinschalige bedrijven zijn gevestigd, is in het eindbeeld ook onderdeel van hetzelfde grotere verblijfsgebied. De bedrijven aan deze straat maken plaats voor maximaal 50 woningen. Dit wordt mogelijke gemaakt met onderhavig bestemmingsplan. In een verblijfsgebied maken gemotoriseerd verkeer en (brom)fietsers gebruik van dezelfde rijbaan. Soms worden trottoirs met groenstroken van de rijbaan gescheiden of er ligt een trottoir langs de rijbaan. Waar mogelijk bevinden zich langs de rijbaan parkeervakken. Buiten deze parkeervakken mag niet worden geparkeerd; het gehele plangebied valt binnen een grotere parkeerverbodszone. Voor het plangebied geldt, net als de rest van het Nieuwe Kadekwartier, een regime van betaald parkeren. Het betaald parkeren voor het plangebied wordt ingevoerd bij realisatie van de nieuwbouw. Vanuit het plangebied is treinstation Arnhem Centraal te bereiken met 6 minuten fietsen. Vanaf Arnhem Centraal zijn belangrijke regionale, nationale en internationale treinverbindingen beschikbaar. De ligging van het Havenmeesterskwartier ten opzichte van het regionale en (inter)nationale openbaar vervoersnetwerk is dus gunstig.
De bereikbaarheid van het Havenmeesterskwartier met lokaal openbaar vervoer is beperkt. Het gebied is ontsloten op het busnetwerk via de halte Badhuisstraat aan de Westervoortsedijk. De bediening van deze halte is matig. De halte wordt aangedaan door lijn 12 (Arnhem CS – IJsseloord 2) en lijn 43 (Arnhem CS – Apeldoorn/Dieren). Lijn 12 rijdt op werkdagen overdag 2 keer per uur en in de avonduren vanaf 18 uur en op zondagen slechts 1 keer per uur. Lijn 43 is voornamelijk een spitsbus en heeft een onregelmatige dienstregeling. De bereikbaarheid van het plangebied met lokaal openbaar vervoer is daarmee een aandachtspunt. Wel is op gemiddeld 800 meter (10 minuten lopen) vanaf Havenmeesterskwartier de bushalte Airborneplein gelegen. Deze bushalte wordt door meerdere buslijnen aangedaan en heeft een hoge bedieningsfrequentie. Vanaf deze bushalte zijn snelle en directe verbindingen naar Arnhem Centraal Station beschikbaar, met een reistijd van 6 minuten. De bushalte ligt echter op een grotere loopafstand dan wenselijk is en zal daarmee niet voor alle doelgroepen een geschikte optie zijn.
2.5
Monumenten en archeologie
Met zijn ligging aan de Rijn wordt het Havenmeesterskwartier gerekend tot het Oost-Nederlandse rivierengebied. Voorlopers van Rijn en Maas zetten hier gedurende de IJstijd grindrijk sediment af. In het Holoceen (10.000 jaar geleden-heden) wordt het afzettingsmilieu rustiger doordat rivieren minder sediment vanuit het achterland te verwerken kregen. In het plangebied ontstaat door opslibbend zand op de oevers van de rivier een hoger gelegen oeverwal. Meer noordelijk wordt klei afgezet en ontstaat een komgebied. Dit gebied valt samen met de wijk Het Broek. Op de oeverwallen is prehistorische bewoning en bewoning uit de Romeinse tijd mogelijk. De hogere ligging van de gronden bood bescherming tegen hoog water en de textuur van de bodem leende zich voor landbouw. Elders in Arnhem zijn veel voorbeelden bekend van pre- en protohistorische bewoning op oeverwallen. In de middeleeuwen en nieuwere tijd had het plangebied meer het karakter van een uiterwaardengebied en kende het een extensief gebruik in de vorm van hooi- en weiland. De klei van de "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 11
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
komgronden werd gebruikt voor de fabricage van baksteen en dakpannen. Oostelijk van het plangebied gaat deze productie terug tot de 14e eeuw. In de late middeleeuwen stroomde de Rijn vanuit het zuidoosten in de richting van Arnhem en bereikte de stad bij Het Broek, om daarna in westelijke richting met een bocht van Arnhem af te stromen. Na 1530 werd de Rijn in opdracht van de hertog langs de stad geleid. Ten noorden van het plangebied, aan de Westervoortsedijk, werd in 1867 de gasfabriek in bedrijf genomen. Ten zuiden van de Westervoortsedijk en in de omgeving van het plangebied, bevonden zich toen een molen en ijzergieterij. Delen van Het Broek ontwikkelden zich van uiterwaard tot industriegebied. Een tekening met gebouwen van gemeentewerken uit 1918 toont ook voor het plangebied de functie industrie (zie onderstaande afbeelding).
Eerder aanwezige industrie ter plaatse van het plangebied Kenmerkend is het openbare slachthuis (gebouwd in 1908), bijbehorende administratiegebouwen aan de Nieuwe Kade en noodwoningen voor Belgische vluchtelingen van de Eerste Wereldoorlog. Met het oog op de industrie is het plangebied opgehoogd. Dit is ook waargenomen tijdens archeologisch onderzoek van de gasfabriek. Op het voormalig Coberco-terrein zijn ophogingen van gemiddeld 1,80 meter aanwezig. Archeologisch onderzoek aan de Lage Kade toonde de aanwezigheid van een stort aan met vondstmateriaal uit 1880-1920.
2.6
Water
Het Havenmeesterskwartier ligt tussen een oude polderkade, de Westervoortsedijk en de waterkering. Door deze oude kade, in feite een lange veerstoep, is het gebied qua ondergrond afgesneden van het terrein ten noordoosten van de Westervoortsedijk. Het plangebied ligt tussen 13,7 en 14,0 meter + N.A.P. In het plangebied is zelf geen oppervlaktewater aanwezig. Net buiten de plangrens stroomt de Neder-Rijn. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich de waterkering van de Neder-Rijn, deze is te herkennen als muurtje op de Nieuwe Kade. Het eigendom en de verantwoordelijkheid van de waterkering ligt bij het waterschap Rijn en IJssel. De Lage Kade (buiten het plangebied) vormt geen onderdeel van de waterkering zelf, maar is wel van groot belang bij voor de stabiliteit van de waterkering. Ten behoeve van de waterkering is een beschermingszone aangewezen, bestaande uit een kernzone en een binnenbeschermingszone. De 12 "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld )
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
kernzone en de binnenbeschermingszone liggen buiten het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. De binnenbeschermingszone heeft een breedte van 5 meter op maaiveld en gaat ondergronds verder onder een denkbeeldige lijn van 1:5. Daarnaast wordt de waterkering beschermd door het 'profiel van de vrije ruimte'. Dit profiel is bedoeld om toekomstige dijkaanpassingen mogelijk te maken en is vooral verticaal gericht. Het 'profiel van de vrije ruimte' valt binnen de beschermingszone en is dan ook niet apart aangegeven op de plankaart (Groot Rijnwijk). De verschillende zones en het 'profiel van de vrije ruimte' zijn gedetailleerd en gedifferentieerd aangegeven op de legger van het waterschap. Deze legger wordt beschermd door de Keur. De diepere grondwaterstroming binnen het plangebied is noord-zuid gericht; van de Veluwe in de richting van de Betuwe. Uit oudere onderzoeken blijkt de bodemopbouw te bestaan uit een opgebrachte zandlaag op een kleiondergrond. Dit past in de historische context van het plangebied als uiterwaarde. Van de actuele grondwaterstanden is weinig bekend, maar uit metingen blijkt dat er grondwaterstanden van ongeveer 5,5 meter beneden maaiveld voorkomen. Dit komt overeen met de hoogte van het diepere grondwater afkomstig van de Veluwe en houdt in dat binnen het plangebied geen grote afwijkende grondwaterstanden voorkomen.
Gezien de ligging en de ervaringen elders in de stad, mag verwacht worden dat de rivierwaterstanden een (groot) effect hebben op tijdelijke grondwaterstanden in het plangebied. Afvalwatersysteem Van oudsher is het gebied gemengd gerioleerd. Huishoudelijk afvalwater en hemelwater van particulier terrein worden gezamenlijk door één buis afgevoerd. Tijdens de afgelopen decennia zijn in de Westervoortsedijk en de Nieuwe Kade hemelwaterriolen aangelegd. Daarmee zijn deze straten afgekoppeld van het gemengde stelsel. Het is echter zeer de vraag of de afvoer van hemelwater van de aanliggende bebouwing ook is meegenomen. Het plangebied bevindt zich vlakbij het belangrijkste rioolgemaal van Arnhem-Noord; het Rijngemaal. Door die ligging zijn de rioolleidingen in veel gevallen ook behoorlijk in omvang en belangrijk. Zo ook het riool in de Badhuisstraat. Dit is een transportriool vanuit Het Broek richting het gemaal. In de Nieuwe Kade ligt een persleiding van het waterschap die het ingezamelde water vanuit het Rijngemaal verpompt naar de waterzuivering in Duiven. In het rioolsysteem zijn veiligheidskleppen ingebouwd, de zogenaamde overstorten. In het verlengde van de Badhuisstraat is zo'n overstort gesitueerd.
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 13
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
14 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Hoofdstuk 3 3.1
Wettelijk- en beleidskader
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en vertaald op de kaart en in de regels.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1
Rijksbeleid
3.2.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4.
Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19.
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Toetsing "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 15
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Met de ontwikkeling van het Havenmeesterskwartier, waar onderhavig plangebied onderdeel van uitmaakt, wordt er invulling gegeven aan onder andere 'het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit', het 'waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving' en het 'zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften'. De ontwikkeling is niet in strijd met de andere nationale belangen en het plangebied maakt geen onderdeel uit ven een NOVI-gebied. 3.2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Met onderhavig bestemmingsplan is sprake van het herontwikkelen van een bedrijfsstrook naar woningen. Er is sprake van een functiewijziging waarbij de bouwmogelijkheden nauwelijks veranderen. Dit plan maakt onderdeel uit van de totale ontwikkeling van Havenmeesterskwartier waarbij het voormalige industrieterrein plaats maakt voor een woningbouwlocatie. Er is voor de totale ontwikkeling van Havenmeesterskwartier sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. In het moederplan 'Groot Rijnwijk' is de behoefte van de ontwikkeling van Havenmeesterskwartier aangetoond.
De huidige bedrijfsstrook waar 50 woningen zijn beoogd is hierin niet meegenomen. De onderbouwing voor de behoefte is derhalve aangevuld en geactualiseerd en staat nader beschreven in paragraaf 4.6. Tevens is de geactualiseerde laddertoets als bijlage bij de toelichting gevoegd (Bijlage 1). Uit het op 8 juli 2020 vastgestelde “Plan van aanpak woningbouwontwikkeling”- gemeente Arnhem In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem Nijmegen opgeleverd. Dit onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Dit vraagt om keuzes, op welke vraag wil je je richten als gemeente? En deze keuzes hebben betekenis voor het te realiseren programma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis komen wij tot een plan van aanpak voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling voor de komende jaren. De woningmarkt van Arnhem-Nijmegen staat onder druk. De woningbehoefte is dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen voor voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag.
Tegelijkertijd is op lange termijn sprake van onzekerheden rond de woningbehoefte-ontwikkeling (bereikbaarheid van de regio door ontwikkelingen spoor en doortrekken A15, overloop vanuit de Randstad, economische ontwikkelingen in stad en regio en daarmee stijgende behoefte aan huisvesting). Tot 2030 zijn er zo'n 7500 extra woningen nodig, verspreid over alle categorieën. Ongeveer de helft van de behoefte ligt in de betaalbare categorie, maar dat betekent dat ook ongeveer de helft van de behoefte daarboven ligt. Hierin is nog geen rekening gehouden met de trek vanuit de Randstad naar het oosten, die langzamerhand ook Arnhem raakt en steeds groter wordt. De behoefte van deze groep ligt met name in de vrije sector. Arnhem heeft een woningbehoeftetoevoeging van ruim 7000 woningen tot 2030. Tot 2028 staan 7235 woningen in de harde en zachte plancapaciteit ingepland. Ervaring leert dat plannen regelmatig niet doorgaan of op zich laten wachten. Doorprogrammeren is daarom nodig om uiteindelijk op de 16 "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld )
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
gerealiseerde aantallen uit te komen. De woningbehoefte tot 2025 is bovendien dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen van voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Tot 2025 moeten er 5100 woningen worden toegevoegd. Ook voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte. Uit het Woningbehoefteonderzoek van de regio Arnhem-Nijmegen (zie onderstaande afbeelding) blijkt dat er een grote behoefte is aan koopwoningen in alle prijssegmenten. Dit initiatief voorziet uitsluitend in koopwoningen. Het betreft koopwoningen met een mix van prijssegmenten. Hiermee wordt ingespeeld op de kwalitatieve woonbehoefte in Arnhem.
Kwalitatieve woningbehoefte (Bron: o.a. opgenomen in het 'Plan van Aanpak Woningbouwontwikkeling') De woningbouwontwikkeling van Havenmeesterskwartier is beoogd in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied maakt deel uit van het Nieuwe Kade Kwartier, waar een transformatie plaatsvindt van een gebied met (zware) bedrijvigheid naar een (woon)gebied met gemengde functies. De ligging nabij de binnenstad maakt het Nieuwe Kade Kwartier uniek in de stad. Ten aanzien van het woonprogramma wordt gesteld dat de andere deelgebieden van het Nieuwe Kadekwartier (SB, Fluvium-Noord, Fluvium-Midden) een andere invulling bieden, met voornamelijk verschil in prijsklassen en onderscheid in koop/huur segment. Met de voorgenomen planontwikkeling van het realiseren van woningen binnen het plangebied wordt bijgedragen aan zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen. 3.2.2
Provinciaal beleid
3.2.2.1 Omgevingsvisieen OmgevingsverordeningGelderland Op 1 februari 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland in werking getreden. De Omgevingsverordening bevat algemene regels en specifieke aanwijzingen waaraan gemeenten moeten voldoen om daarmee de provinciale belangen veilig te stellen. De gemeentelijke bestemmingsplannen moeten met de Omgevingsverordening in overeenstemming worden gebracht. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is vastgesteld op 19 december 2018. Het vertrekpunt bij het maken van de Omgevingsvisie is de maatschappelijke opgaven die in gesprekken met overheden, organisaties en particulieren zijn benoemd. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat centraal in de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland'. Met behulp van de volgende ambities wordt er richting gegeven aan energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen 4. Biodiversiteit: werken met de natuur 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden 6. Vestigingsklimaat: een krachtige duurzame topregio 7.
Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Toetsing De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied voorziet in het realiseren van een woningbouwprogramma met maximaal 50 woningen. Dit woningbouwprogramma bestaat uit appartementen en maakt onderdeel uit van het totale woningbouwprogramma van Havenmeesterskwartier. Het totale programma bestaat uit diverse woningtypen: een mix van koop en huur, zowel grondgebonden als gestapeld. De appartementen zijn vooral geschikt voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens; de grondgebonden woningen zijn onder meer geschikt voor gezinnen. Met name de appartementen zijn zeer geschikt voor ouderen. Hiermee kan het plan een bijdrage leveren aan het realiseren van voldoende woonruimte voor ouderen in Arnhem. De inrichting van de openbare ruimtes binnen Havenmeesterskwartier hebben een groen karakter en zijn ingericht ten behoeve van langzaam verkeer. De ontwikkeling draagt bij aan een dynamisch, divers en duurzame woon- en "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 17
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
leefomgeving. In de Omgevingsverordening is het plangebied aangewezen als 'Intrekgebied'. Hiervoor geldt dat een bestemmingsplan binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt. Onderhavig plan maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid. 3.2.3
Gemeentelijk beleid
3.2.3.1 StructuurvisieArnhem 2020-2040 Het gebruik van de ruimte in een stad verandert voortdurend. De gemeentelijke structuurvisie is een belangrijk kader voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. In december 2012 is de Structuurvisie Arnhem 2020 met doorkijk 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Arnhem heeft inmiddels een voorontwerp Omgevingsvisie opgesteld. De omgevingsvisie gaat over de toekomst en de leefomgeving van Arnhem. De omgevingsvisie geeft een beeld van Arnhem in 2040. In 2040 wil de gemeente een groene, vitale stad zijn met ruimte voor meer inwoners en bedrijvigheid. Omdat de omgevingsvisie ten tijde van schrijven nog in de voorontwerpfase is wordt voor dit plan getoetst aan de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijke ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. In voorliggend geval is het thema 'Wonen' uit de structuurvisie van belang: Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. Demografische ontwikkelingen treden niet overal in gelijke mate op.
De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De gemeentelijke bevolkingsprognoses en de meest recente regionale woningmarktanalyse van Companen (2016) laten het volgende beeld zien. Voor de periode tot circa 2030 is sprake van een behoefte aan bruto 5.800 nieuw te bouwen woningen, inclusief vervanging en sloop. De feitelijke realisatie in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken. De afnemende groei vindt plaats vanaf 2035. Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Dit zijn geen harde getallen. Het geeft de verwachting weer naar huidige inzichten met een inschatting van het bouwvolume dat gedurende deze periode afgezet kan worden op de Arnhemse woningmarkt. Er zal regelmatig worden herijkt. Toetsing Het plangebied bestaat uit het realiseren van een deel van het woongebied Havenmeesterskwartier en maakt onderdeel uit van het koersgebied 'Oostelijk Centrum Gebied'. Over dit koersgebied staat: "Het gebied maakt een transformatie door van een grotendeels verlaten bedrijventerrein naar een nieuw en onderscheidend verblijfsgebied met wonen, werken en voorzieningen. Het wordt een overgangsgebied tussen de binnenstad en het bedrijventerreinencomplex aan de oostkant.
Streefbeeld is een creatief woon/werkmilieu in een nieuw levendig stedelijk gebied, dat inspeelt op de industriële historie van de plek. Tot 2020 is een woonprogramma voorzien van circa 2.350 woningen. Hierbij worden combinaties nagestreefd met lichte, kleinschalige bedrijfsruimten voor met name creatieve beroepen en initiatieven in de zakelijke dienstverlening. Het transformatieproces van het Oostelijk Centrum Gebied strekt zich uit over een langere periode, waarbij na 2020 de herontwikkeling in beeld komt van de locatie busremise en de noordzijde aan de Boulevard Heuvelink." De structuurvisie vermeldt dat de woningen van het deelgebied Rijnwijk (waar onderhavig plangebied deel van uitmaakt) worden gesloopt. Vervangende nieuwbouw van deze (prijs)categorie is gerealiseerd in het deelgebied Fluvium Noord. Onderhavig plan is in lijn met de structuurvisie van de gemeente.
18 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
3.3
Woonbeleid
3.3.1
De Arnhemse Woonprincipes
De Arnhemse woonprincipes 2025 (vastgesteld in 2015) vormen de koers die ervoor moet zorgen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Arnhemse Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2. Levensloopgeschikt wonen; door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad; Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4.
Wijken met identiteit; Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad Wonen, Welzijn en Zorg Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden. We faciliteren het (langer) zelfstandig wonen, door in de directe of nabije woonomgeving mogelijkheden te scheppen dat arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen kunnen worden geboden. Toetsing Onderhavig plan sluit aan bij de woonprincipes van de gemeente Arnhem. 3.3.2
Plan van aanpak Woningsplitsing en verkamering
De afgelopen jaren worden Arnhemse woningen in toenemende mate gesplitst of verkamerd. Splitsingen en verkamering zijn van wezenlijke waarde voor Arnhem, omdat ze voorzien in een bepaalde woonvraag. Ze kunnen echter ook negatieve effecten met zich meebrengen. De afgelopen jaren lijken deze negatieve effecten steeds nadrukkelijker naar voren te komen en groeit de wens om hier meer op te kunnen sturen. Het beleid op gebied van woningsplitsing is in 2018 geëvalueerd. Uit deze evaluatie is gebleken dat het voormalige beleid op het gebied van splitsing en verkamering niet goed functioneerde. Op 17 juni 2020 is het 'Plan van aanpak Woningsplitsing en verkamering' vastgesteld. In het plan van aanpak is een marsroute bepaald om de geconstateerde problematiek aan te pakken. Eén van de acties uit het plan van aanpak is het opstellen van een facetplan dat specifiek ziet op woningsplitsing en verkamering. Het doel van het facetbestemmingsplan is het reguleren van het splitsen en verkameren van woningen in heel Arnhem. Op 28 oktober 2020 is het facetplan woningsplitsing en verkamering door de gemeenteraad van Arnhem vastgesteld. Het facetplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Arnhem. Een facetplan is een bestemmingsplan dat juridisch bindende regels aan vigerende bestemmingsplannen toevoegt.
Door middel van het facetplan zijn aan alle bestemmingsplannen binnen de gemeente Arnhem, waar wonen wordt toegestaan, een regel ten aanzien van woningsplitsing en verkamering toegevoegd. Toetsing Op basis van het facetplan woningsplitsing en verkamering is het verboden om zonder of in afwijking van "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 19
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende activiteiten uit te voeren: a. het splitsen van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan naar twee of meerdere zelfstandige woningen; b. het verkameren van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan (vanaf drie onzelfstandige wooneenheden); tenzij het een bestaande situatie betreft. Met onderhavig plan is geen sprake van het splitsen van een gebouw waar wonen is toegestaan naar twee of meerdere zelfstandige woningen of het verkameren van een gebouw waar wonen is toegestaan. Geconcludeerd wordt dat het Plan van aanpak Woningsplitsing en verkamering geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 3.3.3
Plan van aanpak woningbouwontwikkeling
Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er meer woningen worden gerealiseerd de komende jaren. Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbare segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. Het vergt een inspanning van de gemeente om samen met de ontwikkelaars en corporaties te zorgen voor een evenwichtig aanbod dat enerzijds aansluit bij de woningbehoefte de komende jaren en anderzijds aansluit bij het streefbeleid en de gewenste ruimtelijke kwaliteiten uit de omgevingsvisie. In november 2019 is het regionale woningbehoefteonderzoek Arnhem Nijmegen opgeleverd. Dit onderzoek geeft een actueel beeld van het functioneren van de woningmarkt. De in het woningbehoefteonderzoek beschreven (mis)matches op de woningmarkt zijn niet 1-op-1 te vertalen naar een woningbouwprogramma. Dit vraagt om keuzes, op welke vraag wil je je richten als gemeente? En deze keuzes hebben betekenis voor het te realiseren programma. Met het woningbehoefteonderzoek als basis komen is de gemeente tot een plan van aanpak gekomen voor de Arnhemse woningbouwontwikkeling voor de komende jaren (18 december 2019). De belangrijkste conclusie uit het woningbehoefte onderzoek zijn: 1.
Tempoversnelling in productie: De woningbehoefte is dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. 2. Waarderen woonmilieus: Binnen de woonmilieus ligt er een gevarieerde opgave naar marktsegmenten, van stedelijk wonen tot wonen in een groene omgeving, van hoogbouw tot eengezinswoning. 3. Mismatch in vraag en aanbod: Op de regionale woningmarkt is er een mismatch tussen vraag en aanbod. Dit is het gevolg van de groeiende aantal kleine huishoudens. 4. Instrumentarium nodig bij oplossen deel mismatch: Bij een deel van de geconstateerde mismatches zullen marktpartijen en consumenten ervoor zorgen dat deze opgelost worden. Dat is niet bij alle segmenten even makkelijk. Bij sociale huur, middenhuur, goedkope koop en bijzondere woonvormen is inzet van aanvullend instrumentarium nodig om realisatie te borgen. 5. Inzet bestaand bezit: Meer dan 90% van de woningen van 2030 staat er nu al. Het is waardevol te onderzoeken waar extra inzet wenselijk is om deze woningvoorraad te verbeteren op het gebied van verduurzaming, kwaliteitsverbetering, sociale veiligheid en leefbaarheid in de wijken. 6. Buy-to-let: Aankoop van goedkope koopwoningen door (particuliere) beleggers om te verhuren (Buy-to-let) vergroot het tekort in de goedkope koop. Mensen zoeken dan noodgedwongen een woning in de middenhuur. Arnhem heeft een woningbehoeftetoevoeging van ruim 7000 woningen tot 2030.
Tot 2028 staan 7235 woningen in de harde en zachte plancapaciteit ingepland. Ervaring leert dat plannen regelmatig niet doorgaan of op zich laten wachten. Doorprogrammeren is daarom nodig om uiteindelijk op de gerealiseerde aantallen uit te komen. De woningbehoefte tot 2025 is bovendien dermate groot dat tempoversnelling in productie nodig is. Het zwaartepunt voor de korte termijn (tot 2025) ligt op het zorgen van voldoende nieuwbouw om in te spelen op de acute woningvraag. Tot 2025 moeten er 5100 woningen worden toegevoegd. Toetsing Met onderhavig plan wordt invulling gegeven aan de woningbehoefte van de gemeente Arnhem. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt op basis van het huidige beleid dat minimaal 30% over de te realiseren projecten gerealiseerd wordt voor sociale huur. 20 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Voor Havenmeesterskwartier zijn anterieur afspraken gemaakt tussen initiatiefnemer en gemeente dat binnen dit plangebied geen sociale huurwoningen gerealiseerd hoeven te worden. Bovendien wordt binnen het Nieuwe Kadekwartier voorzien in een groot deel aan sociale huurwoningen. Hier is destijds voor gekozen. Deze afspraken zijn al gemaakt voordat het beleid van 30% sociale huur van toepassing was. In de overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer is afgesproken dat voor 381 woningen een eigen woningbouwprogramma door de initiatiefnemer wordt opgesteld. De overige woningen (maximaal 30) in Havenmeesterskwartier worden sociale huurwoningen. Deze sociale huurwoningen worden aan de Veilingstraat voorzien en maken allemaal onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. De behoefte is nader onderbouwd in paragraaf 4.6. De ontwikkeling is in lijn met het Plan van aanpak Woningbouwontwikkeling. 3.3.4
Woondeal regio Arnhem-Nijmegen
De Woondeal regio Arnhem - Nijmegen (2020) is een samenwerkingsagenda voor de woningbouwopgave in de Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen. Met deze woondeal worden de krachten van de verschillende overheidslagen gebundeld met als doel het functioneren van de woningmarkt in de regio Arnhem-Nijmegen structureel te verbeteren, de bouwproductie met oog voor circulariteit en duurzaamheid op niveau te brengen en de leefbaarheid te vergroten. Hiertoe leggen het Rijk, de provincie en de regio hun wederzijdse verantwoordelijkheden en inspanningen vast en erkennen zij wederzijds de in deze woondeal opgenomen kwantitatieve en kwalitatieve opgaven. De woondeal is het startpunt van een langjarig partnerschap tussen regio, provincie en Rijk, in nauwe samenwerking met corporaties, marktpartijen en maatschappelijke partners. In deel 1 van de Woondeal zijn, onder de noemer Kernafspraken, deze afspraken als volgt geordend: 1. Woningbouwopgave en versnelling 2. Betaalbaarheid 3. Groen en circulair 4. Leefbaarheid 5. Verstedelijking en gebiedsontwikkeling 6. Specifieke doelgroepen en overige thema’s In deel 2 zijn de afspraken opgenomen over de uitvoering van de woondeal en de samenwerking. Toetsing Tot 2025 is een minimale bouwproductie benodigd van 15.000 nieuwe woningen. De ambitie is echter tot een versnelling van 20.000 woningen te komen.
Dat betekent een gemiddelde bouwproductie van 4.000 woningen per jaar tot 2025. De beoogde woningbouwontwikkeling op de inbreidingslocatie Havenmeesterskwartier draagt bij aan de regionale woningbouwopgave. Bovenop het tekort is er in het segment van betaalbare woningen ook sprake van een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod, vooral in de verhouding tussen eengezinswoningen (overschot) en woningen voor kleinere huishoudens (tekort). Onderhavig plan voorziet in woningen (appartementen) voor kleinere huishoudens en senioren waaronder appartementen. Het plan geeft daarmee invulling aan de toenemende vraag naar woningen voor kleinere huishoudens. Met de ontwikkeling van het Havenmeersterskwartier wordt aangesloten bij verschillende kernafspraken uit de Woondeal. De ontwikkeling is niet in strijd met de Woondeal regio Arnhem - Nijmegen.
3.4
Welstandsbeleid
Arnhem kiest er in haar Welstandsnota Arnhem 2015 (2015) voor variatie waar het kan, bescherming waar het moet. Er wordt getoetst op welstand in gebieden waar dat nodig is om een bepaalde samenhang in de omgeving te borgen. Er is een indeling gemaakt in drie welstandsniveaus die van elkaar verschillen de mate waarin getoetst wordt op welstandscriteria: 'zware toets', 'lichte toets', of 'géén toets'. De toetscriteria zijn opgesteld voor meest voorkomende bouwwerken. Voor alle andere bouwwerken gelden de algemene welstandscriteria. Hierin staat in algemene bewoordingen beschreven waaraan een bouwwerk moet voldoen. Voor omvangrijkere, planmatige ontwikkelingen gelden de criteria niet. Voor deze opgaven worden speciale uitgangspunten en criteria voor ruimtelijke en architectonische kwaliteit opgesteld, in bijvoorbeeld een masterplan of een beeldkwaliteitsplan. Wanneer het om een gemeentelijk- of rijksmonument gaat dan gelden de standaard criteria niet maar "Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 21
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
gaat het altijd om maatwerk. Toetsing Voor het te ontwikkelen gebied Havenmeesterskwartier geldt geen welstandstoets. Met onderhavige ontwikkeling wordt aangesloten bij het bebouwingsbeeld zoals dat voor de rest van Havenmeesterskwartier is opgenomen in het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2).
3.5
Sport-, recreatie- en spelenbeleid
De nota Ruimte voor de Jeugd uit 2009 geeft een overall visie op spelen en ontmoeten. De gemeente Arnhem onderstreept de noodzaak van speelruimte omdat spelen van groot belang is voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van kinderen van 0 – 25 jaar. De gemeente streeft er naar, volgens de richtlijnen van de NUSO, per hectare netto woongebied 300 m² (= 3%) te reserveren voor speelruimte (formeel en informeel). Kinderen spelen niet alleen op formele ruimtes met toestellen, maar ook op informele ruimtes als trottoirs, pleinen, tuinen en parken. Met name natuurlijke speelruimtes zijn plekken die vaak veel uitdagender zijn om te spelen. Verder is er aandacht voor voorzieningen die voldoen aan de wensen van jongeren vanaf 13 jaar. In deze leeftijdscategorie is er niet zozeer sprake van 'spelen', maar gaat het vooral om ontmoeting en sport. Toetsing Het stedenbouwkundig ontwerp (Bijlage 3) dat sturing geeft aan de herontwikkeling van Havenmeesterskwartier is opgesteld voor het gebied Rijnwijk en Fluvium. Onderhavige ontwikkeling is daar niet in opgenomen maar vormt een aanvulling op het stedenbouwkundig plan. Omdat dit gebied ook onderdeel gaat uitmaken van de totale ontwikkeling van Havenmeesterskwartier wordt hier het totale gebied in beschouwing genomen. Door toepassing van brede trottoirs, binnenhoven en plantsoenen is er op vele plekken gelegenheid om te spelen.
Op onderstaande kaart is indicatief een spreiding aangegeven van de plekken die door de verschillende leeftijden kunnen worden gebruikt.
Speelplekken (indicatief) Rijnwijk en Fluvium (bron: Bijlage 3) Binnen de ontwikkellocatie Havenmeesterskwartier zijn indicatief drie speelplekken aangewezen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het hiervoor genoemde gemeentelijk beleid.
22 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
3.6
Overige beleidsuitgangspunten
3.6.1
Coffeeshopbeleid
De nota Arnhems Coffeeshopbeleid (2009) geeft als hoofddoelstelling: het terugdringen van overlast c.q. het beperken van de inbreuk op het woon- en leefklimaat door softdrugshandel. Er is beleid geformuleerd om de handhaving te intensiveren. Tevens is aangegeven met welk instrumentarium dit wordt gedaan en door wie dit wordt uitgevoerd. Uitvoering van dit beleid waarborgt ook in dit plangebied beheersing van de problematiek. Er is geen aparte bestemmingscategorie voor de coffeeshops gecreëerd. Toetsing Dit bestemmingsplan laat binnen het plangebied geen coffeeshops toe. 3.6.2
Prostitutiebeleid
In de nota 'Van Rood naar Groen Arnhemse Prostitutie op weg naar normalisatie (2000)' is het Arnhems prostitutiebeleid vervat. De opheffing van het wettelijke bordeelverbod per 1 oktober 2000 was aanleiding voor het opstellen van dit beleid. Dit beleid is nog steeds van kracht. Ten aanzien van de raamprostitutie, overige seksinrichtingen en de tippelprostitutie voert het gemeentebestuur van Arnhem een actief vestigingsbeleid. Het actief vestigingsbeleid bestaat uit de volgende elementen: concentratie van de raamprostitutie op één plek; het aan een maximum binden van het aantal ramen en werkplekken (120 en dat is een halvering van het aantal ramen en werkplekken ten opzichte van de voormalige raamprostitutielocatie in het Spijkerkwartier); het aan een maximum binden van het aantal overige seksinrichtingen op 8 in heel Arnhem, waarbij – overgangsrechtelijke situaties uitgezonderd - in elke wijk ( CBS- wijkindeling) maximaal 1 seksinrichting gevestigd mag zijn, ook worden hierbij beperkingen toegepast; concentratie van de tippelprostitutie. Het gemeentebestuur bepaalt hiermee zélf de locatie waar deze vormen van prostitutie zich mogen manifesteren alsmede de omvang ervan en voorkomt hiermee dat de prostitutie zich ongecontroleerd over de stad uitspreidt. De gemeente wil hiermee voorkomen dat bepaalde vormen van prostitutie overlast voor de omgeving veroorzaken.
Deze overlast zou kunnen ontstaan doordat er een concentratie van bijvoorbeeld privé-huizen in een bepaalde wijk ontstaat ( eerder zagen we immers dat vooral oudere wijken in Arnhem erg aantrekkelijk lijken te zijn voor de vestiging van seksinrichtingen) of doordat de prostitutiefunctie conflicteert met bepaalde andere functies. Toetsing Dit bestemmingsplan laat binnen het plangebied geen seksinrichtingen toe.
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld) 23
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
24 )
"Havenmeesterskwartier, Veilingstraat" (vastgesteld
Havenmeesterskwartier, Veilingstraat
Hoofdstuk 4 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen 4.1
Inleiding
Aan de rand van het stadscentrum ten oosten van de John Frostbrug aan de Rijn ligt een gebied dat zich in de 20e eeuw ontwikkelde tot industriële stedelijke uitloper. In dit perifere gebied vonden meerdere, elders moeilijk plaatsbare, functies (zoals de gasfabriek) Fluvium een plek. Zo ontstond een bonte verzameling van functies zonder noemenswaardige samenhang. Ruimtelijk gezien is het een gebied met een diverse bebouwing zonder duidelijke ruimtelijke structuur. Onderhavig bestemmingsplan is een aanvulling op het stedenbouwkundig plan (Bijlage 3) van Bureau Palmbout dat voor de ontwikkeling van Havenmeesterskwartier is opgesteld. In dit hoofdstuk wordt onderhavig plan als onderdeel van de totale ontwikkeling van Havenmeesterskwartier beschreven.
4.2
Doelen en uitgangspunten
Binnen het Nieuwe Kadekwartier zijn meerdere deelgebieden te onderscheiden waaronder het voormalig Cobercoterrein (de Melkfabriek), Havenmeesterskwartier en Fluvium. Stuk voor stuk zijn deze deelgebieden relatief beperkt van omvang en liggen ze ingeklemd tussen een bestaand bedrijventerrein en de Rijn. De geïsoleerde ligging en de kleine omvang van de deelgebieden vraagt om een duidelijk overkoepelende ontwerpinzet om tot een kwalitatief bewoonbaar stadsdeel te komen. Ruimtelijke samenhang en functionele interactie tussen de deelgebieden zijn daarbij essentieel. Doel is dat het Havenmeesterskwartier samen met Fluvium en het voormalig Cobercoterrein een samenhangende wijk gaan vormen. De deelgebieden zijn in beeld aan de Nieuwe Kade, de Westervoortsedijk en de Badhuisstraat familie van elkaar. Ook in architectuur, korrelgrootte, hoogte en sfeer van de openbare ruimte vertonen ze samenhang op de schaal van de stad en de buurt/kwartier. Het gaat om een afwisseling van straten, pleinen en bouwblokken. Samen hebben ze een industrieel verleden, wat ook in deze nieuwe fase tot uitdrukking dient te komen. Belangrijk is dat ná de realisatie de diverse deelgebieden als één geheel worden ervaren.
De plannen van de verschillende deelgebieden worden separaat ontwikkeld, maar krijgen dezelfde stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten mee, zodat een samenhangend bebouwingsbeeld en openbare ruimte wordt verkregen. Ook bij de Westervoortsedijk en de Badhuisstraat is het uitgangspunt is dat er één ruimtelijk samenhangend beeld ontstaat. De uitgangspunten zijn benoemd in het stedenbouwkundig ontwerp 'Arnhem Centrum-Oost' (Bijlage 3).