CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - WAS-WORDT tabel Reglement van Orde en Protocol Geheimhouding

Politieke Avond 28 september 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Verordening tot wijziging van het Reglement van Orde van de Politieke Avond van de gemeente Arnhem; Wijzigen van het Protocol geheimhouding gemeente Arnhem 20194.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WAS-WORDT tabel Reglement van Orde en Protocol Geheimhouding In deze tabel worden de huidige artikelen naast de voorgestelde artikelen geplaatst. In de WORDT kolom zijn de wijzigingen vet gemarkeerd.

WAS

WORDT REGLEMENT VAN ORDE

Artikel 7

Artikel 7

1. Burgers die een vraag of vraagstuk aan de gemeenteraad willen voorleggen kunnen een verzoek daartoe richten aan de voorzitter. 2. Het woord kan niet worden gevoerd: a. over onderwerpen betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; c. over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; d. over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; e. voor het uitdragen van boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; f. over een onderwerp dat primair behoort tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders en dat nog niet aan het college of een lid daarvan is voorgelegd;

1. Burgers die een vraag of vraagstuk aan de gemeenteraad willen voorleggen kunnen een verzoek daartoe richten aan de voorzitter. 2. Het woord kan niet worden gevoerd: a. over onderwerpen betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b. indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; c. over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; d. over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; e. voor het uitdragen van boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; f. over een onderwerp dat primair behoort tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders en dat nog niet aan het college of een lid daarvan is voorgelegd;

g. door een politieke groepering.

g. door een politieke groepering;

h. h. als over het onderwerp onlangs inspraak mogelijk is geweest of op korte termijn inspraak mogelijk is. 3. Na beoordeling van het verzoek kunnen betrokkenen worden uitgenodigd om tijdens een Politieke Avond aanwezig te zijn om het woord te voeren. 4. De voorzitter stelt de spreektijden vast. 5. De voorzitter kan in het belang van een goede vergaderorde of vanwege het ontbreken van voldoende belang besluiten om van uitnodiging van betrokkenen af te zien.

3. Na beoordeling van het verzoek kunnen betrokkenen worden uitgenodigd om tijdens een Politieke Avond aanwezig te zijn om het woord te voeren. 4. De voorzitter stelt de spreektijden vast. 5. De voorzitter kan in het belang van een goede vergaderorde of vanwege het ontbreken van voldoende belang besluiten om van uitnodiging van betrokkenen af te zien.

Toelichting: Deze wijziging legt een aanbeveling van de agendacommissie vast om te voorkomen dat er binnen een korte periode tweemaal over hetzelfde onderwerp wordt ingesproken als al bekend is dat er op korte termijn een rondetafelgesprek over het onderwerp zal plaatsvinden.

Artikel 8 Rondvraag

Artikel 8 Rondvraag

1. Ieder raadslid of fractievolger kan tijdens een Politieke Avond een mondelinge vraag stellen aan het college of de burgemeester. 2. De vraag moet kort en duidelijk geformuleerd zijn, één onderwerp betreffen, mag uit maximaal drie deelvragen bestaan en schriftelijk worden ingediend bij de griffie, uiterlijk om 12.00 uur op de dag die ligt twee dagen voor de dag van de Politieke Avond. 3. De griffie brengt de vragen zo spoedig mogelijk na indiening ter kennis van de leden van de raad, de fractievolgers, het

1. Ieder raadslid of fractievolger kan tijdens een Politieke Avond een mondelinge vraag stellen aan het college of de burgemeester. 2. De vraag moet kort en duidelijk geformuleerd zijn, één onderwerp betreffen, mag uit maximaal drie deelvragen bestaan en schriftelijk worden ingediend bij de griffie, uiterlijk om 12.00 uur op de dag die ligt twee dagen voor de dag van de Politieke Avond. 3. De griffie brengt de vragen zo spoedig mogelijk na indiening ter kennis van de leden van de raad, de fractievolgers, het

college en de gemeentesecretaris door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. 4. De vragen worden, zo mogelijk, in dezelfde vergadering behandeld en beantwoord, in de volgorde waarin zij bij de voorzitter zijn ingediend.

5. De voorzitter kan op basis van een beoordeling van spoedeisendheid en/of actualiteit een wijziging in de volgorde van de vragen aanbrengen. 6. De voorzitter zendt vragen die betrekking hebben op een onderwerp dat in behandeling is of komt in een raadskamer, door naar de betreffende kamer. De behandeling en beantwoording van deze vragen geschieden in dat geval in de raadskamer die het onderwerp behandelt. 7. De vragensteller wordt tijdens de rondvraag het woord verleend om de vraag te stellen en een toelichting te geven. Het college en/of de burgemeester wordt het woord verleend om de vraag te beantwoorden. 8. Na de beantwoording worden zowel de vragensteller als het college en/of de burgemeester het woord verleend om in de tweede termijn te reageren. 9. In de tweede termijn mogen alle leden en fractievolgers aanvullende vragen stellen. 10.Indien leden of fractievolgers naar aanleiding van het stellen van een vraag een debat willen voeren, dan richten zij daartoe een gemotiveerd agenderingsverzoek aan de voorzitter van de Agendacommissie.

college en de gemeentesecretaris door plaatsing in het raadsinformatiesysteem. 4. De vragen worden met een maximum van zes (bij een rondvraag van 45 minuten) dan wel acht (bij een rondvraag van 60 minuten), in dezelfde vergadering behandeld en beantwoord, op basis van een selectie op basis van actualiteit, maatschappelijke en politieke urgentie. De selectie wordt uitgevoerd door de vice voorzitter, op advies van de griffie. 5. Vragen die niet tot de selectie behoren, komen te vervallen. 6. De voorzitter zendt vragen die betrekking hebben op een onderwerp dat in behandeling is of komt in een raadskamer, door naar de betreffende kamer. De behandeling en beantwoording van deze vragen geschieden in dat geval in de raadskamer die het onderwerp behandelt. 7. De vragensteller wordt het woord verleend om de vraag te stellen en een toelichting te geven (1,5 minuut). Het college en/of de burgemeester wordt het woord verleend om de vraag te beantwoorden (1,5 minuut). 8. Na de beantwoording wordt de vragensteller desgewenst het woord verleend om één aanvullende vraag te stellen. 9. In de tweede termijn mogen alle leden en fractievolgers vervolgvragen stellen (maximaal 2 per volledige rondvraag). 10.

Indien leden of fractievolgers naar aanleiding van het stellen van een vraag een debat willen voeren, dan richten zij daartoe een gemotiveerd agenderingsverzoek aan de voorzitter van de Agendacommissie.

Toelichting: Deze wijziging legt het resultaat vast van de evaluatie van het vragenuurtje door de Agendacommissie d.d. 19 januari 2022 en beschrijft daarmee heel precies de orde die bij het vragenuurtje wordt gehanteerd.

Artikel 10

Overige bepalingen

Artikel 10

Overige bepalingen

1. De rondvraag/mededelingen wordt voorgezeten door de voorzitter dan wel de vice voorzitter van de raad. 2. De maximale tijd voor de rondvraag/mededelingen bedraagt 45 minuten.

1. De rondvraag/mededelingen wordt voorgezeten door de voorzitter dan wel de vice voorzitter van de raad. 2. De maximale tijd voor de rondvraag/mededelingen bedraagt 45 minuten dan wel 60 minuten (na zomer- en kerstreces en na behandeling Perspectiefnota en Begroting.) 3. Tijdens de rondvraag en mededelingen gedane toezeggingen en gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de griffie.

3. Tijdens de rondvraag en mededelingen gedane toezeggingen en gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd door de griffie. Toelichting:

Deze wijziging legt het resultaat vast van de evaluatie van het vragenuurtje door de Agendacommissie d.d. 19 januari 2022

Artikel 20 Spreekrecht in de informatieve fase 1. 2.

Eenieder kan een verzoek doen om met betrekking tot een onderwerp dat op de agenda staat het woord te voeren. Het woord kan niet gevoerd worden: a) over de agendapunten betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b) indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; c) over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; d) over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1

Artikel 20 Spreekrecht in de informatieve fase 1. 2.

Eenieder kan een verzoek doen om met betrekking tot een onderwerp dat op de agenda staat het woord te voeren. Het woord kan niet gevoerd worden: a) over de agendapunten betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; b) indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; c) over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; d) over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;

van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; e) voor boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; f) door een politieke groepering g) indien de kamervoorzitter in het belang van een goede vergaderorde of bij het ontbreken van voldoende belang het verzoek in te spreken afwijst. Hiervan doet de kamervoorzitter bij het begin van de vergadering mededeling. 3. Het inspreken vindt plaats in de vorm van een 'rondetafelgesprek'. 4. De kamervoorzitter kan besluiten spreektijden te hanteren.

e) voor boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; f) door een politieke groepering g) indien de kamervoorzitter in het belang van een goede vergaderorde of bij het ontbreken van voldoende belang het verzoek in te spreken afwijst. Hiervan doet de kamervoorzitter bij het begin van de vergadering mededeling. 3.

4.

Het inspreken vindt plaats in de vorm van een ’rondetafelgesprek’ indien het aantal insprekers en/of het onderwerp hiertoe aanleiding geeft. De kamervoorzitter kan besluiten spreektijden te hanteren.

Toelichting: Deze wijziging is nodig omdat de bestaande regel geen ruimte laat om in situaties waarin het onderwerp en/of het beperkte aantal insprekers aanleiding geeft om het inspreken op ‘traditionele’ wijze te laten plaatsvinden (5 minuten spreektijd) Artikel 25 1. 2.

3.

Vergaderquorum

Een meningsvormende vergadering wordt niet geopend zolang niet een meerderheid van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig is. Indien op grond van het eerste lid een meningsvormende vergadering niet kan worden geopend agendeert de Agendacommissie het onderwerp in een vergadering op een volgende Politieke Avond. Voor het openen van de vergadering, bedoeld in het tweede lid, behoeft geen meerderheid van de in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig te zijn.

Artikel 25 1. 2.

3.

Vergaderquorum

Een meningsvormende vergadering wordt niet geopend zolang niet minstens de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig is. Indien op grond van het eerste lid een meningsvormende vergadering niet kan worden geopend agendeert de Agendacommissie het onderwerp in een vergadering op een volgende Politieke Avond. Voor het openen van de vergadering, bedoeld in het tweede lid, behoeft geen meerderheid van de in de raad vertegenwoordigde fracties aanwezig te zijn.

Toelichting: In toenemende mate leidt het ontbreken van een vergaderquorum tot het niet kunnen openen van een vergadering. Op zich hoeft dit niet te leiden tot onoverkomelijke vertraging, maar mede tegen de achtergrond van de agendadruk is het niet erg vergaderefficiënt. Met het toenemen van het aantal fracties – van 12 naar 14 - zal dit zich nog vaker voordoen. Het blijft echter wel van belang dat een meningsvormende vergadering een behoorlijke mate van representatie kent. Het voorstel is om de regel van het vergaderquorum in lichte mate te versoepelen door als voorwaarde te hanteren dat voor het openen van een vergadering de aanwezigheid van minimaal de helft van het aantal zitting hebbende fracties vereist is. . Artikel 26 1.

2.

Beëindiging meningsvormende fase

Wanneer de kamer vaststelt, dat over een onderwerp alle vragen zijn gesteld, alle standpunten zijn besproken en de discussie is afgerond, wordt de meningsvormende fase (Meningsvorming I) afgesloten. Nadat de meningsvormende fase (meningsvorming I) is afgesloten, besluit de raadskamer of het voorstel wordt doorgeleid naar meningsvorming II of naar de besluitvormende fase.

Artikel 26 1.

2.

3. 3.

Nadat de meningsvormende fase (meningsvorming II) is afgesloten, besluit de raadskamer of het voorstel wordt doorgeleid naar de besluitvormende fase.

4.

Een besluit als bedoeld in het tweede of derde lid komt tot stand als de fracties waarvan de woordvoerders zich daarachter hebben geschaard, in de raad een meerderheid opleveren. De raadskamer kan besluiten een onderwerp als hamerstuk door te geleiden naar de besluitvormende fase. Een besluit als bedoeld in het vijfde lid komt alleen tot stand als alle in de raadskamer aanwezige woordvoerders van de fracties hiermee instemmen.

5. 6.

4.

5.

6.

Beëindiging meningsvormende fase

In de meningsvormende fase I worden in maximaal twee termijnen de vragen gesteld en de standpunten besproken. Na beëindiging van de tweede termijn is de meningsvormende fase afgesloten. Nadat de meningsvormende fase (meningsvorming I) is afgesloten, besluit de raadskamer of het voorstel wordt doorgeleid. Doorgeleiding kan plaatsvinden naar meningsvorming II of naar de besluitvormende fase. In de meningsvormende fase II worden alle ingediende moties en amendementen besproken en voorzien van preadvisering door het college. Nadat alle moties en amendementen zijn besproken is de meningsvormende fase II afgesloten Nadat de meningsvormende fase (meningsvorming II) is afgesloten, besluit de raadskamer of het voorstel wordt doorgeleid. Doorgeleiding vindt plaats naar de besluitvormende fase. Een besluit als bedoeld in het tweede of vierde lid komt tot stand als de fracties waarvan de woordvoerders zich daarachter hebben geschaard, in de raad een meerderheid opleveren. De raadskamer kan besluiten een onderwerp als hamerstuk door te geleiden naar de besluitvormende fase.

7.

Een besluit als bedoeld in het zesde lid komt alleen tot stand als alle in de raadskamer aanwezige woordvoerders van de fracties hiermee instemmen.

Toelichting: Deze wijziging legt alsnog vast wat de Agendacommissie op voorstel van de toenmalige werkgroep monitoring vergadermodel heeft besloten, namelijk dat de fase van meningsvorming I in twee termijnen verloopt en na beëindiging van de tweede termijn als afgesloten moet worden beschouwd. Om dit nu in het reglement van orde vast te leggen wordt voorgesteld naar aanleiding van de onduidelijkheden die ontstonden tijdens de bespreking in de meningsvorming I fase van het voorstel over het vestigen van de Wet voorkeursrecht gemeenten op de Schaapsdrift e.o. Het vastleggen van deze regel in het reglement biedt de raadskamervoorzitters een eenduidige basis voor het leiden van de vergadering in de meningsvorming I fase. Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om duidelijker tot uitdrukking te brengen dat de raadskamer beslist over het doorgeleiden of het niet doorgeleiden van een voorstel naar een volgende fase en is het moment waarop de meningsvormende fases I en II als afgerond moeten worden beschouwd nadrukkelijk gemarkeerd. Artikel 31 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Spreekregels

De leden van de raad en de leden van het college en de burgemeester spreken ieder vanaf het voor h e n bestemde spreekgestoelte, tenzij de voorzitter toestaat dat van een andere plaats wordt gesproken. Zij richten zich tot de voorzitter. Een lid van de raad voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties die een of meerdere amendementen en/of moties indienen. De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Elke spreektermijn is afgesloten nadat het college of de burgemeester op het door de leden gesprokene heeft geantwoord. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de raad anders beslist. Iedere fractie heeft een basisspreektijd van tien minuten voor de eerste raadszetel. Deze spreektijd wordt verhoogd met één minuut voor iedere volgende zetel.

Artikel 31 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7.

Spreekregels

De leden van de raad en de leden van het college en de burgemeester spreken ieder vanaf het voor h e n bestemde spreekgestoelte, tenzij de voorzitter toestaat dat van een andere plaats wordt gesproken. Zij richten zich tot de voorzitter. Een lid van de raad voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben. De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties die een of meerdere amendementen en/of moties indienen. De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Elke spreektermijn is afgesloten nadat het college of de burgemeester op het door de leden gesprokene heeft geantwoord. Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de raad anders beslist. Iedere fractie heeft een basisspreektijd van tien minuten voor de eerste raadszetel. Deze spreektijd wordt verhoogd met één minuut voor iedere volgende zetel.

8. 9.

De spreektijd van een afgesplitste fractie bedraagt vijf minuten. De spreektijd van het college en de burgemeester tezamen bedraagt 40 minuten. Op voorstel van de voorzitter of een of meer van zijn leden kan de raad de spreektijdverdeling wijzigen

8. 9.

De spreektijd van een afgesplitste fractie bedraagt vijf minuten. De spreektijd van het college en de burgemeester tezamen bedraagt 45 minuten. Op voorstel van de voorzitter of een of meer van zijn leden kan de raad de spreektijdverdeling wijzigen

Toelichting; Met het toenemen van het aantal fracties in de gemeenteraad is ook de spreektijd van de raad toegenomen. Namelijk met 18 minuten. De spreektijd van het college is min of meer afgeleid van die van de raad. Voorgesteld wordt om de spreektijd van het college in ongeveer dezelfde verhouding mee te laten stijgen. Niet uitgesloten kan worden dat de raadswerkgroep vergadermodel zich nog diepgaander zal buigen over het stelsel van de spreektijden. Immers, met het toenemen van het aantal fracties zal de tijdsduur van de beraadslagingen in de gemeenteraad mogelijk ook toenemen waardoor het handhaven van de eindtijd (23.15 uur) van de raadsvergadering onder druk kan komen te staan. .

Artikel 36

Stemming over personen

1. In geval van stemming over personen, vinden zoveel stemmingen plaats als er personen benoemd, voorgedragen of aanbevolen moeten worden. 2. De stemmingen over personen zijn geheim en kunnen elektronisch of per stembriefje geschieden. 3. Indien schriftelijk wordt gestemd, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau, waarvan het eerst benoemde lid als voorzitter van het stembureau optreedt. 4. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van een wettelijke verplichting van stemming moet onthouden, is verplicht een daartoe aangereikt stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen qua vorm en kleur identiek te zijn. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde

Artikel 36

Stemming over personen

1. In geval van stemming over personen, vinden zoveel stemmingen plaats als er personen benoemd, voorgedragen of aanbevolen moeten worden. 2. De stemmingen over personen zijn geheim en kunnen elektronisch of per stembriefje geschieden. 3. Indien schriftelijk wordt gestemd, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau, waarvan het eerst benoemde lid als voorzitter van het stembureau optreedt. 4. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van een wettelijke verplichting van stemming moet onthouden, is verplicht een daartoe aangereikt stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen qua vorm en kleur identiek te zijn. 5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde

stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Is dit niet het geval dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Indien meer personen de volstrekte meerderheid hebben verkregen dan er plaatsen te vervullen zijn, dan zijn diegenen, die de meeste stemmen op zich verenigden, verkozen. Komen meer personen in aanmerking, die een gelijk aantal stemmen verkregen, dan heeft tussen hen herstemming plaats, waarbij het lid dat de meeste stemmen verkregen heeft, verkozen is. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: • een blanco stembriefje; • een ondertekend stembriefje; • een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; • een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; • een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de voorzitter van de raad op voorstel van de voorzitter van het stembureau. 7.

Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag en sluiting van de vergadering vernietigd.

stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Is dit niet het geval dan worden de stembriefjes vernietigd en wordt een nieuwe stemming gehouden. 6. Indien meer personen de volstrekte meerderheid hebben verkregen dan er plaatsen te vervullen zijn, dan zijn diegenen, die de meeste stemmen op zich verenigden, verkozen. Komen meer personen in aanmerking, die een gelijk aantal stemmen verkregen, dan heeft tussen hen herstemming plaats, waarbij het lid dat de meeste stemmen verkregen heeft, verkozen is. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: • een ondertekend stembriefje; • een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; • een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; • een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de voorzitter van de raad op voorstel van de voorzitter van het stembureau. 7.

Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag en sluiting van de vergadering vernietigd.

Toelichting; Het indienen van een blanco stembriefje is in de Arnhemse bestuurspraktijk in veel gevallen geoorloofd en hoeft niet te leiden tot het oordeel dat er sprake is van een niet behoorlijk ingevuld stembriefje en derhalve van een ongeldige stem. Om die reden wordt deze regel geschrapt. Per stemming zullen door de voorzitter indien van toepassing nadere instructies gegeven kunnen worden.

Artikel 39

Besluitenlijst en verslag

1. De ontwerpbesluitenlijst van de laatstgehouden raadsvergadering wordt zo spoedig mogelijk in het Raadsinformatiesysteem geplaatst. 2. Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De raadsleden, de burgemeester, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige wethouders, de ter vergadering aanwezige leden evenals van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier en na vaststelling door de voorzitter en de griffier ondertekend. 6. Het besprokene wordt vastgelegd in een beeld- en geluidsverslag.

Artikel 39

Besluitenlijst en verslag

1. De ontwerpbesluitenlijst van de laatstgehouden raadsvergadering wordt zo spoedig mogelijk in het Raadsinformatiesysteem geplaatst. 2. Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 3. De raadsleden, de burgemeester, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering dient vóór het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier te worden ingediend. 4. De besluitenlijst moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige wethouders, de ter vergadering aanwezige leden evenals van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; c. een overzicht van het verloop van elke stemming, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. d. een bijlage waarin alle stembladen zijn opgenomen. 5. De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier en na vaststelling door de voorzitter en de griffier ondertekend. 6. Het besprokene wordt vastgelegd in een beeld- en geluidsverslag.

Toelichting: Deze aanpassing schrapt het voorschrift om expliciet in de besluitenlijst het stemgedrag van alle raadsleden op te nemen. In de praktijk wordt dit voorschrift uitgevoerd door het toevoegen aan de vergaderstukken van alle stembladen waaruit opgemaakt kan worden wat de leden hebben gestemd. De gebundelde stembladen vormen een document dat als bijlage aan de besluitenlijst dient te worden toegevoegd.

Artikel 40b

Agenderingsverzoek

1. Ieder lid van de raad en iedere fractievolger kan verzoeken een onderwerp op de agenda van een raadskamervergadering te plaatsen. 2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het doel van de bespreking. 3. De bespreking in de raadskamer vindt plaats op basis van de vrije vergaderorde.

Artikel 40b

Agenderingsverzoek

1. Ieder lid van de raad en iedere fractievolger kan verzoeken een onderwerp op de agenda van een raadskamervergadering te plaatsen. 2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het doel van de bespreking. 3. De bespreking in de raadskamer kent twee fases: een informatieve fase en een fase voor debat tussen raadskamer en college. Het debat met het college vindt plaats in twee termijnen.

Toelichting: Deze wijziging legt alsnog vast wat de Agendacommissie op voorstel van de toenmalige werkgroep monitoring vergadermodel heeft besloten, namelijk om bij agenderingsverzoeken in twee termijnen te vergaderen.

PROTOCOL GEHEIMHOUDING Artikel 4.6 Overleg in fracties Overleg tussen fractiegenoten over verstrekte geheime informatie is mogelijk, ook als er leden van de fractie niet aanwezig zijn geweest bij de besloten vergadering. Alle raadsleden en fractievolgers kunnen kennisnemen van het audioverslag van een besloten vergadering.

Artikel 4.6 Overleg in fracties Overleg tussen (leden van) fracties over verstrekte geheime informatie is mogelijk, ook als er leden van fracties niet aanwezig zijn geweest bij de besloten vergadering of als de geheime informatie aan een of enkele leden van één fractie is overgelegd. Alle raadsleden en fractievolgers kunnen kennisnemen van het video-verslag van een besloten vergadering.

Toelichting: Deze wijziging komt tegemoet aan de behoefte van leden van de raad om geheime informatie die door het college slechts aan een of enkele leden van de raad is verstrekt te kunnen bespreken met fractiegenoten en leden van andere fracties. Deze wijziging voorziet in een behoefte zolang de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur nog niet in werking is getreden. Die wet namelijk, zal de Gemeentewet wijzigen en bepalen dat de mogelijkheid om individuele raadsleden onder geheimhouding te informeren komt te vervallen; geheime informatie zal altijd aan alle leden van de raad moeten worden verstrekt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=946b22c2-4d40-45bf-aca2-763bb867da41