Bijlage - Was-wordt tabel
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging APV Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt en – als de bestaande tekst al vet of cursief was gedrukt ook onderstreept.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 2.3.1.6 weigeringsgronden
Artikel 2.3.1.6 weigeringsgronden
Toevoeging lid 2
De burgemeester weigert de vergunning, als:
1. De burgemeester weigert de vergunning, als:
a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan, voorbereidingsbesluit of de Huisvestingswet; b. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; c. er sprake is van een dusdanige hoge concentratie openbare inrichtingen in een bepaald gebied dat er naar zijn oordeel sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat dan wel van een onaanvaardbaar risico van mogelijke verstoringen van de openbare orde; d. de openbare inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige openbare inrichtingen of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende
a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan, voorbereidingsbesluit of de Huisvestingswet; b. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; c. er sprake is van een dusdanige hoge concentratie openbare inrichtingen in een bepaald gebied dat er naar zijn oordeel sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat dan wel van een onaanvaardbaar risico van mogelijke verstoringen van de openbare orde; d. de openbare inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige openbare inrichtingen of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
bezoekersgroepen tot verstoringen van de openbare
verschillende bezoekersgroepen tot verstoringen van
orde aanleiding kan geven;
de openbare orde aanleiding kan geven;
e. de openbare inrichting niet voldoet aan de
e. de openbare inrichting niet voldoet aan de
inrichtingseisen, gesteld in artikel 2.3.1.12;
inrichtingseisen, gesteld in artikel 2.3.1.12;
f. de exploitant of beheerder onder curatele staat, uit het
f. de exploitant of beheerder onder curatele staat, uit
ouderlijke gezag of voogdij ontzet is dan wel de leeftijd
het ouderlijke gezag of voogdij ontzet is dan wel de
van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
g. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in het
g. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in het
Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van het
Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van het
zedelijke gedrag van leidinggevenden;
zedelijke gedrag van leidinggevenden;
h. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de
h. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de
feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de
feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de
vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn; of
vergunning vermelde in overeenstemming zal zijn; of
i. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht
i. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht
levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar
levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar
veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar
veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar
risico voor de openbare orde ontstaat.
risico voor de openbare orde ontstaat. 2. De burgemeester kan de vergunning weigeren als de exploitant of beheerder zich in de afgelopen vijf jaar schuldig heeft gemaakt aan discriminatie in de zin van artikel 90quater Wetboek van Strafrecht op grond van ras, geslacht, seksuele geaardheid of op welke andere grond dan ook.
Toelichting
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Toelichting
Artikel 2.3.1.9 Intrekkingsgronden
Artikel 2.3.1.9 Intrekkingsgronden
Toevoeging lid 2.
1. De burgemeester trekt de vergunning in, indien:
1. De burgemeester trekt de vergunning in, indien:
a. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge van
a. blijkt dat de vergunning is verleend ten gevolge
een onjuiste of onvolledige opgave en de vergunning
van een onjuiste of onvolledige opgave en de
bij een volledige en juiste opgave niet zou zijn
vergunning bij een volledige en juiste opgave niet
verleend;
zou zijn verleend;
b. door de wijze van exploitatie de openbare orde
b. door de wijze van exploitatie de openbare orde
wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
wordt aangetast of dreigt te worden aangetast;
c. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan
c. de exploitant of beheerder niet langer voldoet aan
de in het Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien van
de in het Alcoholbesluit gestelde eisen ten aanzien
het zedelijke gedrag van leidinggevenden.
van het zedelijke gedrag van leidinggevenden.
2. De burgemeester kan de vergunning intrekken,
2. De burgemeester kan de vergunning intrekken,
indien:
indien:
a. naar zijn oordeel de omstandigheden op grond
a. naar zijn oordeel de omstandigheden op grond
waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn
waarvan de vergunning is afgegeven, zodanig zijn
gewijzigd dan wel de exploitatie van de openbare
gewijzigd dan wel de exploitatie van de openbare
inrichting op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het
inrichting op een zodanige wijze plaatsvindt, dat het
woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op
woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
b. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning
b. gehandeld wordt in strijd met de aan de
verbonden voorschriften en beperkingen;
vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
c. er sprake is van een gewijzigde exploitatie waarvoor
c. er sprake is van een gewijzigde exploitatie
geen nieuwe vergunning is aangevraagd;
waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;
d. het bij artikel 2.3.1.11 gesteld verbod wordt
d. het bij artikel 2.3.1.11 gesteld verbod wordt
overtreden;
overtreden;
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
e. niet meer wordt voldaan aan de inrichtingseisen,
e. niet meer wordt voldaan aan de inrichtingseisen,
gesteld in artikel 2.3.1.12;
gesteld in artikel 2.3.1.12;
f. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht
f. de exploitant of beheerder in enig opzicht van
levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar
slecht levensgedrag is en daardoor een aantoonbaar
veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar
veiligheids- of gezondheidsrisico of een aantoonbaar
risico voor de openbare orde;
risico voor de openbare orde;
g. een vergunninghouder in een periode van twee jaar
g. een vergunninghouder in een periode van twee
ten minste drie maal op grond van artikel 2.3.1.8a,
jaar ten minste drie maal op grond van artikel
eerste lid om bijschrijving van een persoon op het
2.3.1.8a, eerste lid om bijschrijving van een persoon
aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de
op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht
burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten
en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel
minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel
ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van
2.3.1.8a, tweede lid.
artikel 2.3.1.8a, tweede lid.
Toelichting
h. de exploitant, beheerder of portier zich in de desbetreffende openbare inrichting schuldig heeft gemaakt aan discriminatie in de zin van artikel 90quater Wetboek van Strafrecht op grond van ras, geslacht, seksuele geaardheid of op welke andere grond dan ook.
Artikel 2.3.1.18 Ordeverstoring
Artikel 2.3.1.18 Ordeverstoring
Het is verboden in een openbare inrichting:
1. Het is verboden in een openbare inrichting:
a. de orde te verstoren;
a. de orde te verstoren;
Toevoeging lid 2
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
b. zicht te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel
b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het
betreft, of zich te bevinden gedurende de tijd dat de
personeel betreft, of zich te bevinden gedurende de
inrichting gesloten dient te zijn krachtens artikel
tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn krachtens
2.3.1.15 of op grond van een besluit krachtens
artikel 2.3.1.15 of op grond van een besluit krachtens
2.3.1.16;
2.3.1.16;
c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
personen die heen gebruik maken van het terras.
personen die heen gebruik maken van het terras. 2. Van het verstoren van de orde als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan onder andere sprake zijn wanneer de exploitant, beheerder of portier van de openbare inrichting zich schuldig heeft gemaakt aan discriminatie in de zin van artikel 90quater Wetboek van Strafrecht op grond van ras, geslacht, seksuele geaardheid of op welke andere grond dan ook.
Toelichting