Bijlage - Visiedocument: HET BEGINT BIJ DE STAD, Programma voor het nieuwe podium van Introdans, Oostpool, Stadstheater en vele anderen
Tekst van het document
‘HET BEGINT BIJ DE STAD’ Programma voor het nieuwe podium van Introdans, Oostpool, Stadstheater en vele anderen
Inhoud:
1. De ambitie………………………………………………. 2 2. De stad in………………………………………………… 3 3. Stad en streken……………………………………….. 3 4. De stad in huis…………………………………………. 4 5. Wij en de stad………………………………………….. 5 6. Wij samen………………………………………………… 7 7. Wij als organisatie……………………………………. 8 8. De stad en wij: Programma van Eisen………. 11 9. Wij: wordt vervolgd…………………………………. 14
1
1.
De ambitie
Arnhem krijgt een nieuw huis voor de podiumkunsten. De oude schouwburg kende een roemrucht verleden, maar als theater voor nu en straks is het gebouw niet langer geschikt. De stad verandert, de samenleving verandert en de podiumkunsten ontwikkelen mee met die verandering of lopen er op vooruit. Dat vraagt om een omgeving die meer ontmoetingsplaats is dan podium, die uitnodigend is voor de hele bevolking en waar maken en meemaken, produceren en presenteren, raken en vermaken, denken en doen hand in hand gaan. Aan het nieuwe huis ligt een gezamenlijke ambitie van de Gemeente Arnhem en de Provincie Gelderland ten grondslag. Zij hebben zich samen met Introdans, Toneelgroep Oostpool, Phion en Musis & Stadstheater Arnhem verenigd in de Lauwersgrachtalliantie. Gezamenlijke doelstelling is een stevige en toekomstbestendige basis te creëren voor alle podiumkunsten in Arnhem, de brede regio en in Oost- Nederland. Daarnaast is het doel de door het Rijk gefinancierde topgezelschappen, opgenomen in de landelijke Basisinfrastructuur (BIS), goed te faciliteren. Het verenigen van culturele krachten zorgt voor een sterkere nationale positie die een impuls geeft aan Oost-Nederland. Een cruciaal onderdeel van de gezamenlijke ambitie is het nieuwe huis voor de podiumkunsten. Een huis waarin Introdans, Oostpool, Stadstheater, Phion en Musis samen komen.
Phion heeft in het vernieuwde Musis inmiddels een goed onderkomen. Dit document richt zich met name op het nieuwe huis voor Oostpool, Introdans en Stadstheater. Alle partners vinden in elkaar in de gezamenlijke visie over programmering en de verbinding met het publiek, zoals deze in dit stuk wordt beschreven. Samen bieden wij gastvrijheid aan vele anderen. In de eerste plaats aan de inwoners van Arnhem en (verre) omstreken, maar ook aan jonge talenten en andere makers uit stad en provincie; aan wijkbewoners en amateurs; aan scholen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven; en natuurlijk aan de (inter)nationale top en het nieuwe talent uit alle disciplines van de podiumkunst. Dat klinkt als een huis waar alles kan en dat wordt het ook. Maar als straks samenwonende partners hebben wij, Introdans, Oostpool, Phion en het Stadstheater, ook een gezamenlijke ambitie: diversiteit en inclusiviteit doorvoeren tot in iedere vezel van het programma, het huis, de organisatie, het publiek en de partners; onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit en vernieuwingszin die nu al kenmerkend zijn voor onze praktijk. Het zijn grote woorden, dat realiseren wij ons, maar binnen elk van onze instellingen leeft een authentiek verlangen om die ambitie waar te maken. Deels vanuit een bestaande praktijk, maar vooral in de overtuiging dat onderlinge samenwerking de kans op succes groter maakt.
Het begint bij de stad. Arnhem heeft prachtige voorzieningen op vele terreinen, maar het is ook een stad waar de verschillen tussen rijk en arm groot zijn en waar culturele instellingen
2
grote delen van de bevolking niet bereiken of aanspreken. Dat willen wij veranderen. En daarbij is de eerste stap: het huis uit en de wijken in.
2.
De stad in
Wie nieuwe publieksgroepen wil bereiken en betrekken moet ze eerst leren kennen. En zij ons. Daarvoor moeten we de stad en de wijken in. Ieder van ons doet dat al regelmatig, maar door wijkgericht werken tot een gezamenlijk programma te maken bundelen we krachten en kunnen we kwalitatief en kwantitatief meer resultaat boeken. Onze inzet is om op korte termijn de functie ‘stadsprogrammamaker’ in het leven te roepen, die als ontdekkingsreiziger en verbindingsofficier op zoek gaat naar mensen, organisaties en verhalen. Gericht op een duurzaam programma, in nauwe samenspraak met onder meer onze educatiemedewerkers. Belangrijk onderdeel is het engageren van ambassadeurs, lokale helden, focusgroepen en gastprogrammeurs vanuit de diverse gemeenschappen, waarmee we nieuwe, doelgroepgerichte activiteiten kunnen organiseren. Denk aan het vieren van ‘nieuwe’ feestdagen als het Suikerfeest en Keti Koti, in de wijken maar ook in het theater. Aan festivals met Introdans en Oostpool, maar ook met talent uit de stad en de regio. Aan theatrale optochten vanuit de wijken naar het theater, uitmondend in een groot stadsfeest. En specifiek gericht op jongeren: aan regelmatige Club Nights, inclusieve feesten met diverse optredens (zoals HubClub) en een HipHop Festival. Elk van onze instellingen onderneemt nu al activiteiten voor en met de stad.
Om dit te intensiveren en het tot een gezamenlijk programma te maken reserveren wij in de komende jaren extra budget. Daarnaast krijgt de stadprogrammamaker de opdracht om aanvullende middelen te werven vanuit publieke en private fondsen. Dat geldt ook voor de hierna genoemde activiteiten.
3.
Stad en streken
Voorstellingen maken met verhalen over de stad en de provincie is een andere manier om (nieuw) publiek bij ons huis en ons werk te betrekken. Denk aan ‘Stork’ van de Twentse Schouwburg, Het Pauperparadijs in Drenthe of de Scheveningse vissersopera’s van het Zuiderstrandtheater. In onze regio vormen vrede en vrijheid een thema, waar vele (groepen) inwoners uit stad en provincie hun eigen verhaal en verleden mee hebben. Maar het kan ook ‘Vitesse de musical’ zijn, of een groot spektakel over hoe de geschiedenis van Nederland met de Batavieren in Gelderland begon, of een eigentijdse vertelling van Gelderse Sprookjes.
3
De werking van dergelijke voorstellingen wordt vaak versterkt wanneer betrokken ‘communities’ zelf mee op het podium staan. Zij vertellen hun eigen verhaal. Onze gezamenlijke Alliantie-producties krijgen voortaan een Arnhemse/Gelderse thematiek en naast de spelers, dansers en musici uit onze eigen gezelschappen betrekken wij ook ‘amateurs’ uit diverse bevolkingsgroepen. Ook zo wordt de relatie tussen ons nieuwe huis en de stad en provincie versterkt. De komende periode maken wij een concreet meerjarenprogramma, met daarin een plan van aanpak hoe wij de verhalen uit (de geschiedenis van) Arnhem en de provincie gaan verzamelen en hoe ieder van ons en/of wij samen daar voorstellingen van gaan maken. Dat plan is uiterlijk eind 2021 klaar.
4.
De stad in huis
We gaan vanuit ons huis de stad in, maar omgekeerd moeten de inwoners van stad en provincie zich bij ons thuis en welkom voelen. Dat gaat niet vanzelf. Het stelt eisen aan het gebouw, de activiteiten, de organisatie en bovenal aan onze gastvrijheid. Als wij van het nieuwe theater werkelijk een open huis willen maken, een gebouw zonder drempels, dan moeten de deuren overdag en ’s avonds voor iedereen open staan. En mensen moeten een reden hebben om binnen te lopen. Natuurlijk is het bezoeken van een voorstelling zo’n reden. Maar daarmee alleen wordt het theater nog niet de vanzelfsprekende ontmoetingsplaats die we voor ogen hebben. Ook overdag moet het bruisen. Voor een deel gaan we daar zelf voor zorgen, met openbare repetities, heel veel educatieen participatieactiviteiten, korte previews van voorstellingen tijdens de lunch, cursussen en workshops voor wie dat overdag kan en wil. Maar net zo belangrijk is het ruimte bieden aan anderen, als open podium. Denk aan presentaties van studenten van de verschillende opleidingen van ArtEZ, aan andere makers en groepen uit Arnhem en regio en niet in de laatste plaats aan talenten uit de wijken. Het programmeren van dat open podium wordt een van de opdrachten van de stadsprogrammaker. De komende periode maken we daar met de verschillende potentiële partners afspraken over. Onderdeel van de stad in huis is ook ‘studio’s voor de stad’.
Er komt in het nieuwe theater een ruim aantal studio’s. Daar ontwikkelen Introdans en Oostpool straks hun nieuwe voorstellingen, maar zoals de gezelschappen dat ook nu al doen gaan we er voor zorgen dat die studio’s ook beschikbaar komen voor andere makers. Last but not least maakt dag-openstelling ook een intensiever gebruik van het gebouw door maatschappelijke organisaties (vergelijk het gebruik van het huidige theater door de rechtbank in coronatijd) en/of voor zakelijke verhuur mogelijk. Een uitnodigende en levendige plek, dat is wat ons voor ogen staat. Een gebouw dat de hele dag open is, waar wordt gerepeteerd, geproduceerd en gepresenteerd. Waar iedereen 4
welkom is op elk moment van de dag en waar spontane ontmoetingen tussen makers en publiek plaatsvinden. Kortom: een podiumkunstenhuis voor iedereen! Niet alleen voor de stad, maar voor de brede regio: het verzorgingsgebied van Musis & Stadstheater, Introdans en Oostpool is uitgestrekt.
5.
Wij en de stad
Tot nu toe was de stad het vertrekpunt. Dat kan niet anders, als je zoals wij het verlangen hebt om de inwoners en dan vooral het nieuwe publiek mede-eigenaar en gebruiker van het nieuwe theater te laten worden. Maar vanzelfsprekend is er ook onze eigen praktijk, die van het maken, spelen en presenteren van voorstellingen inclusief het aanbieden van educatie, workshops, inhoudelijke activiteiten e.d. Wordt die praktijk anders? Het antwoord is ja en nee. Nee, in de zin dat artistieke kwaliteit en de autonome zeggingskracht van makers pijlers blijven onder ons werk. Dat geldt voor het produceren en voor het presenteren. Ook in het nieuwe theater zal een breed en hoogwaardig aanbod vanuit alle disciplines van de podiumkunsten te zien zijn. De gezelschappen geven er hun voorstellingen, maar doen dat ook elders in de provincie en in het land. En we blijven zorgen voor een gevarieerd pakket van educatie- en participatieactiviteiten, voor scholieren en anderen. Toch zal onze praktijk fundamenteel veranderen. Om twee redenen. Ook in ons ‘reguliere’ doen en laten zal het streven naar diversiteit en inclusiviteit in alle opzichten richtinggevend (moeten) worden, of het nu gaat om producties, programmering, publiek, onze eigen organisaties of de samenstelling van het horeca-aanbod.
De uitdaging wordt om diversiteit en inclusiviteit niet als een aparte agenda te beschouwen, maar die te verbinden met kernwaarden als topkwaliteit en innovatie. Daarnaast zal het feit dat wij als presenterend podium en producerende gezelschappen gaan samenwonen, ongetwijfeld ook leiden tot verandering, wederzijdse beïnvloeding en een nieuwe dynamiek. Alle vier onze organisaties zitten al in een fase van nieuwe perspectieven: Introdans wordt één dansgezelschap voor jong en oud, dat voor de grote zaal repertoirevoorstellingen blijft maken en familievoorstellingen, maar waar activiteiten voor specifieke doelgroepen nog meer aandacht krijgen dan voorheen. Topklasse, beleving, diversiteit en verbinding zijn kernwaarden. Als dansgezelschap in de BIS (de landelijke culturele basisinfrastructuur), dat op hoog niveau alle leeftijden en bijzondere doelgroepen bedient, houdt Introdans een voorbeeldfunctie in Nederland (en daarbuiten). Oostpool kiest voor een diverse groep van jonge makers met een krachtig eigen profiel, waarbij het artistiek leiderschap begeleidend is en niet hiërarchisch. Rode draad door het werk is de vraag hoe mens te zijn in een steeds diverser wordende wereld. Kernbegrippen zijn urgentie, betrokkenheid, topkwaliteit en flexibiliteit. Het moet raken en het mag
5
vermaken; noem het ‘intellectueel entertainment’. Oostpool blijft een van de grote BIStoneelgezelschappen en daarvan het meest avontuurlijke. Voor het Stadstheater (Musis & Stadstheater Arnhem – MSA) geldt dat de afgelopen jaren in het teken hebben gestaan van een inhoudelijke en organisatorische renovatie met een open vizier naar de stad, gericht op samenwerking met de huisgezelschappen en met een inhoudelijke visie waarvan topkwaliteit, diversiteit en creativiteit belangrijke kenmerken zijn. Het Stadstheater blijft zich onderscheiden met een belangwekkende (inter)nationale programmering, waarvan naast Introdans en Oostpool ook de andere in Nederland toonaangevende gezelschappen op het gebied van theater, dans en muziektheater deel uitmaken. Phion, Orkest van Gelderland en Overijssel, is een naar buiten gericht gezelschap en nieuwsgierig naar haar omgeving. Phion werkt vanuit de overtuiging dat live gespeelde symfonische muziek voor veel mensen een grote zeggingskracht heeft en een relevant perspectief kan geven aan ontwikkelingen in de maatschappij. Door repertoire te verkennen uit andere muziekculturen bereikt Phion een publiek met een diverse culturele achtergrond. De musici zijn het hele jaar actief in de wijken en dankzij het educatieprogramma weten de kinderen in ons landsdeel dat het symfonieorkest ook van hen is. In Arnhem werkt Phion in eerste instantie vanuit Musis.
In het nieuwe huis is het orkest aanwezig met muziektheatervoorstellingen, met coproducties samen met de andere vaste bewoners en in het programma van kleine voorstellingen en workshops. Ook zijn er de kantoren van de stafmedewerkers.
Alle vier geloven wij dat samen werken en samen wonen juist in deze fase een stimulans kan zijn om in alle opzichten de noodzakelijke vernieuwing te realiseren. Fusie is daarvoor niet nodig en, gelet op de ervaringen elders in het land, misschien wel niet gewenst. Wij blijven organisaties met een eigen signatuur, die straks gaan botsen, beïnvloeden, beter maken en boven zichzelf uitstijgen. Die belofte doen wij aan elkaar. En aan de stad. Wat betekent dat concreet? In de eerste plaats dat in de keuzes van de programma’s, of het nu gaat om eigen producties of om programmering van buiten, steeds de kernvraag is: voor wie doen we het en waarom? En hoe draagt het bij aan diversiteit en inclusiviteit? Om dat gesprek gestructureerd te voeren richten we een programmaraad in met de artistieke en educatieve vertegenwoordigers van onze instellingen, maar ook met de stadsprogrammamaker en regelmatig wisselende gastprogrammeurs en vertegenwoordigers van doelgroepen uit de stad. In die programmaraad komt alles aan de orde, de programmering van het theater, maar net zo goed die van de gezelschappen. Niet om op elkaars stoel te gaan zitten, wel om samen ideeën uit te wisselen en plannen te maken. En dan mag het ook gaan over een Notenkraker van Introdans en hoe je die actueel en divers kunt maken. Of over de vraag hoe de makers van Oostpool zich verhouden tot Arnhem.
Het zal gaan over het internationale dans- en muziekprogramma en of andere culturen dan alleen de westerse daar in aan bod komen. En 6
er zal veel gesproken worden over onze ambitie om topkwaliteit te verbinden met diversiteit en inclusiviteit. En wat dat dan weer betekent voor de programmering.
‘De Kantine van Arnhem’ Net zo belangrijk als het structurele gesprek is de informele ontmoetingsruimte. Verderop in de uitgangspunten voor het Programma van Eisen komen we er in fysieke zin op terug. Maar wat wij ‘De Kantine van Arnhem’ noemen is ook een symbool voor de ontmoeting van makers en publiek, voor het nieuwe en open huis dat we willen zijn. Het nieuwe theater heeft een kantine nodig, voor de dansers, de spelers, de technici, de gastgezelschappen en alle andere medewerkers. Zo’n kantine kun je inrichten per ‘domein’ of centraal voor alle medewerkers van de drie instellingen. Maar een kantine die het hart vormt van het gebouw, waar niet alleen dansers en toneelspelers, regisseurs en choreografen, technici en marketingmedewerkers van onze organisaties elkaar ontmoeten, maar waar ook de stad welkom is, dat is uitzonderlijk. Dat stuit op praktische bezwaren. En toch moet het gebeuren. Onze ambitie is niet meer en niet minder dan een nationaal en misschien wel internationaal onderscheidend en toonaangevend huis te worden, waarin werken aan de verbinding van artistieke kwaliteit, diversiteit, inclusiviteit en innovatie vorm krijgt in een praktijk van ontwikkelen, zoeken, spreken, strijden, stappen zetten en successen behalen. Zoals in de werkelijkheid. Daarom mag het schuren. Daarom maken we plannen op het scherp van de snede.
Daarom kiezen we in dit stadium nog voor een plek ergens tussen droom en daad. In de hoop en het vertrouwen dat we de vele anderen die een rol spelen bij de realisatie van ons nieuwe huis kunnen inspireren om onze ambitie te omarmen en met ons te zorgen voor de best mogelijke voorwaarden om die ook waar te kunnen maken. Dan gaat het om de Gemeente Arnhem, de Provincie Gelderland, het Rijk, in een volgende fase de architect en de bouwer, niet in de laatste plaats onze eigen medewerkers en uiteindelijk: de stad.
6.
Wij samen
Gezelschappen produceren en spelen, theaters programmeren en zorgen voor publiek. Zo is het in Nederland sinds jaar en dag georganiseerd en zo is het ook bij ons in Arnhem. In essentie blijft dat ook zo, maar wij schreven niet voor niets dat we ons veel meer met elkaar willen bemoeien, elkaar ondervragen, om zo samen bij te dragen aan onze gezamenlijke ambitie. Door schaalgrootte en kennisbundeling te creëren kunnen wij topspeler blijven en voorop blijven lopen, ook als het gaat om het bereiken en binden van nieuwe publieksgroepen. Het creëren van gezamenlijke, eigentijdse en toekomstbestendige faciliteiten is daarvoor een belangrijke en noodzakelijk voorwaarde. Het stelt onze gezelschappen in staat 7
hoogwaardige voorstellingen te blijven maken en presenteren voor bestaand en nieuw publiek. De ontwikkeling vindt plaats in Arnhem, de resultaten zijn ook te zien in de regio, provincie(s), het land en zelfs internationaal. En dat niet alleen in de theaters, maar ook op scholen en bijvoorbeeld zorginstellingen. Ook zijn veel van onze medewerkers actief in de regio als docent of trainer. Zij inspireren de vele actieve amateurbeoefenaars en dragen bij aan de basis waar kennismaking met cultuur, beoefening, scholing en ontwikkeling van talent plaatsvindt. Zonder (cultuur)educatie geen cultuurminnend publiek en geen kweekvijver voor talent. Zonder talent geen aansprekende, vernieuwende culturele uitingen. En zonder dit alles geen excellentie. In het nieuwe huis zullen Introdans en Oostpool nog veel zichtbaarder (kunnen) zijn dan in het huidige theater. En dan gaat het niet alleen om voorstellingen, maar meer nog om de grote bijdrage in de vorm van educatie/participatie, randprogrammering, openbare repetities, workshops en andere activiteiten. Vanuit dezelfde filosofie is Phion actief in Musis en in het nieuwe huis. De gezamenlijke partners nemen de verantwoordelijkheid voor een gebouw dat ook overdag bruist en bezoekers trekt. We gaan het samen doen, met behoud van ieders zelfstandigheid en eigen profiel. Hoe we dat gaan organiseren staat in het volgende hoofdstuk.
025 Dat de werking van het nieuwe Stadstheater en zijn bewoners zich niet gaat beperken tot Arnhem, maar ook een impuls betekent voor de brede regio, is eerder aan bod gekomen. Binnen die provinciale context verdient de Cultuurregio 025 extra aandacht. De samenwerking op het gebied van klassieke muziekprogrammering is al een aantal jaren geleden ingezet en zal worden uitgebouwd Het gaat in het kader van dit stuk in de eerste plaats om de afstemming tussen het nieuwe theater in Arnhem en de Stadsschouwburg Nijmegen. Dat gesprek is al gaande. In grote lijnen profileert Nijmegen zich, mede dankzij het ruimere aantal stoelen in de grote zaal, meer als podium voor grote (amusements)producties zoals musical, opera en show, terwijl Arnhem historisch gezien meer gesubsidieerde aanbod toont. Maar naast afstemming (niet teveel hetzelfde doen) is er ook volop ruimte voor samenwerking. De gezelschappen zijn ook actief in Nijmegen. En het versterken van diversiteit en inclusiviteit is niet alleen in Arnhem, maar ook in Nijmegen urgent. De komende periode maken wij met de directie van Stadsschouwburg Nijmegen en mogelijk andere partners een plan van aanpak hoe wij de onderlinge samenwerking en afstemming in het kader van 025 concreet vorm en inhoud gaan geven. Dat plan is uiterlijk medio 2022 klaar.
8
7.
Wij als organisatie
Bij de vraag hoe wij ons in het nieuwe theater gaan organiseren gaat het om twee onderwerpen: de governance/beheerstructuur en de organisatie van de onderlinge samenwerking.
Governance Het nieuwe theater wordt ontwikkeld door de Gemeente Arnhem. Die is/blijft straks de eigenaar en verhuurt het theater aan de gebruikers. Daarbij zijn drie modellen denkbaar:
De gemeente sluit afzonderlijke huurovereenkomsten met elk van de gebruikers. Bij Introdans en Oostpool (en Phion voor kantoorruimte) gaat het dan om de eigen domeinen (studio’s, kantoren e.a.), bij MSA over alle overige ruimtes (zalen, foyers, entreegebied, kantoren e.a.). De instellingen richten samen een beheersstichting op. De gemeente verhuurt aan de beheersstichting, die met elk van de instellingen afzonderlijke gebruiksovereenkomsten sluit betreffende de eigen domeinen en de gemeenschappelijke ruimtes. De gemeente verhuurt aan MSA, dat onderhuurovereenkomsten sluit met de gezelschappen. De onderhuurovereenkomsten betreffen de eigen domeinen van de gezelschappen alsmede het gebruik van de overige ruimtes.
Het voert in het kader van dit stuk te ver om uitgebreid in te gaan op de voor- en nadelen van elk van de drie varianten. In grote lijnen kan worden gesteld dat de eerste variant (afzonderlijke huurovereenkomsten) het beheer en onderhoud van het gebouw als geheel lastiger maakt en vooral de aanwezigheid van eigen domeinen accentueert in plaats van de (gewenste) gezamenlijke uitstraling. Met de tweede variant (een beheersstichting) is elders ervaring opgedaan, waarbij met name het bureaucratische karakter en daarmee samenhangend de vaak moeizame besluitvorming redenen waren om de beheersstichting er toch tussenuit te halen. Daarmee lijkt de keuze voor de derde variant de meest logische. Die is in Nederland (kijk naar de concertzalen en de orkesten) ook het meest gebruikelijk. Voor de gemeente is het duidelijk dat ze met één huurder te maken hebben (dat geldt overigens ook voor variant 2). De theaterorganisatie (in dit geval MSA) heeft ervaring met het beheer van een theatergebouw en is bovendien verantwoordelijk voor de exploitatie van het theater. Vanzelfsprekend moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt met de onderhuurders over zowel de ruimte die zij hebben bij de inrichting en het gebruik van de eigen domeinen als over de inrichting en uitstraling van de overige (publieke) ruimtes. Voor dergelijke afspraken zijn goede voorbeelden van elders beschikbaar.
Onze voorkeur gaat uit naar een governance- en beheerstructuur, waarbij de Gemeente Arnhem het nieuwe theater als geheel verhuurt aan MSA en MSA met elk van de 9
gezelschappen onderhuurovereenkomsten sluit betreffende de eigen domeinen en het gebruik van de overige (publieke) ruimtes. Nadere afspraken daarover krijgen de vorm van bijlagen bij de (onder)huurovereenkomsten. Die afspraken worden uiterlijk eind 2021 vastgelegd. Aansluitend kan dan ook definitief voor de governance- en beheerstructuur worden gekozen. Het te nemen besluit behoeft instemming van de raden van toezicht.
Interne organisatie Onze interne organisatie is gebaseerd op twee pijlers. De eerste is dat elk van de instellingen zelfstandig blijft en dus de integrale verantwoordelijkheid houdt voor het eigen beleid en de eigen bedrijfsvoering. De tweede is dat wij overal waar dat mogelijk en zinvol is willen samenwerken, zowel inhoudelijk als op het vlak van bedrijfsvoering. Door beide pijlers naast elkaar te zetten creëren wij optimale duidelijkheid: ieder onderwerp kan in ons onderlinge overleg aan de orde komen, wij willen van elkaar leren, elkaar beïnvloeden en samen werken aan onze ambitie; en tegelijkertijd hoeft die onderlinge betrokkenheid nooit bedreigend te worden, omdat elk van onze instellingen uiteindelijk autonoom blijft en zelf de beslissingen neemt. De pijler zelfstandigheid hoeft niet geborgd te worden. Die ligt vast in de statuten van elk van de instellingen, alsmede in een structuur met eigen raden van toezicht en eigen directies. Voor de pijler samenwerking zijn wel afspraken nodig, al is het belangrijk om vast te stellen dat juist ook de informele ontmoeting tussen medewerkers van onze instellingen zal bijdragen aan uitwisseling en verder naar elkaar toegroeien. In het hoofdstuk over het Programma van Eisen komen we op het stimuleren van die ontmoeting terug.
De te maken afspraken gaan over structurele overlegvormen en over onderwerpen die zich voor samenwerking lenen.
Structurele overlegvormen Als structurele overlegvormen benoemden we eerder de programmaraad, waarin de artistiek-inhoudelijke samenwerking centraal staat en in het bijzonder onze gezamenlijke ambitie op het gebied van diversiteit en inclusiviteit. Daarnaast is er vanzelfsprekend het (nu al bestaande) directieoverleg, waar met name strategische kwesties worden besproken en waar regelmatig ook vertegenwoordigers van de gemeente en provincie zullen worden uitgenodigd. Aanvullend daarop introduceren wij een halfjaarlijks overleg van (de voorzitters van) de raden van toezicht om ook hen mee te nemen in het proces van samenwerking. Structurele overleggen die tegelijkertijd raken aan bepaalde onderwerpen zijn het marketingoverleg, het educatieoverleg en het overleg van de hoofden techniek.
10
Onderwerpen voor samenwerking Andere onderwerpen die zich lenen voor samenwerking zijn ict, opslag (magazijnen), ontwikkeling decors en kostuums (ateliers), huisvesting gasten, salarisadministratie, keuze accountant, maar ook personeelsbeleid. De komende periode maken wij een start – als dat niet al gebeurd is – met de structurele overlegvormen. De onderwerpen die zich lenen voor samenwerking gaan wij verder verkennen. Daaruit komen onder meer de afspraken die als bijlagen bij de (onder)huurovereenkomsten zullen worden gevoegd. Inzet is dit traject uiterlijk eind 2021 af te ronden.
8.
De stad en wij - Programma van Eisen
De ontmoeting faciliteren tussen de stad en onze instellingen: dat is in essentie wat wij van het nieuwe theater verwachten. Ontmoeting mogelijk maken vormt dus ook het vertrekpunt voor het Programma van Eisen. En wij herhalen het nog maar eens: met ‘de stad’ bedoelen wij alle bezoekers uit Arnhem en verre omstreken, het nieuwe publiek dat wij gaan betrekken, andere makers uit stad en regio, studenten, amateurs, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en wie zich verder maar met ons wil verbinden. Een Programma van Eisen (verder PvE) kent een functioneel, een ruimtelijk en een technisch deel. Hier gaat het met name om de functionele kant, als vertaling van de in dit stuk neergelegde gezamenlijke visie. Soms raken we ook aan de ruimtelijke vertaling. Aan het technische deel werken (onze) specialisten. Achtereenvolgens besteden we aandacht aan:
Buiten Sfeer, uitstraling en toegankelijkheid Entreegebied (‘De Kantine van Arnhem’) Zalen en foyers Studio’s, artiestenfoyer en kleedkamers Kantoren
Buiten Het theater wordt omgeven door een buitengebied, dat ook in zichzelf aantrekkingskracht moet krijgen. Wij stellen voor van het buitengebied/plein een apart project te maken, waarvan de gemeente vanzelfsprekend de trekker is, maar waarbij wij graag nauwe betrokken worden. In ieder geval vormt buiten een vooraankondiging van wat er binnen gebeurt. Het buitengebied staat in een zo open mogelijke verbinding met het theater, buiten ervaar je al dat je binnen welkom bent. Die transparante verbinding tussen buiten en 11
binnen (en vice versa) geldt voor het hele gebouw. Studio’s liggen bij voorkeur aan de gevel en hebben ramen. En alle gevels werken mee aan het beeld dat dit een open en transparant huis is. Ook die waar het laden en lossen wordt gepositioneerd en/of de dienst- en artiesteningang. Het theater heeft geen achterkant.
Sfeer, uitstraling en toegankelijkheid Een goede mix tussen industrial hip en warm, laagdrempelig, licht, transparant, ruimtelijk en groen (bomen of planten!). Dat zijn wat ons betreft de belangrijkste kenmerken van de beoogde sfeer en uitstraling van in ieder geval de openbare, voor bezoekers toegankelijke delen van het nieuwe theater. Waarbij we, met het oog op de gewenste aandacht voor diversiteit en inclusiviteit, nu al het belang benoemen om die kwaliteiten in de samenstelling van het ontwerpteam terug te laten komen. Idealiter zijn dat (deels) lokale designers. Inclusiviteit betekent dat iedereen zich welkom voelt, ook omdat er met hem/haar rekening wordt gehouden. Vanzelfsprekend is het gebouw optimaal toegankelijk voor mensen met een beperking. Er is ruimte voor kinderopvang, een kolfplek, een gebedsruimte en (deels) halal/vega horeca. Er zijn gender neutrale toiletten, maar ook gendertoiletten. Er mag aandacht zijn voor de geschiedenis (‘Memorabilia’), maar er zijn ook beeldschermen waarop actueel aanbod of live beelden uit studio’s te zien zijn.
Entreegebied (‘De Kantine van Arnhem’) Als het gaat om sfeer, uitstraling en toegankelijkheid speelt het entreegebied een cruciale rol. Anders dan foyers, die gekoppeld zijn aan de zalen, is het entreegebied overdag en ’s avonds publieke ruimte en dus voor iedereen toegankelijk. Het is een ruime en ruimtelijke ontmoetingsplek, waar dagelijks activiteiten zijn maar die zich ook leent om ‘gewoon’ een koffie te drinken, te werken, af te spreken, een vergaderhoek te reserveren, een cadeautje te kopen etc. Fysiek biedt het entreegebied ruimte aan in ieder geval de volgende voorzieningen:
Receptie: uitnodigend, open, weet alles, een ronde balie in het midden van het entreegebied, mogelijkheid voor kaartverkoop, eventueel gekoppeld aan. Souvenir- en merchandise-shop met eigen producten, maar ook met producten van bezoekende gezelschappen. En met een kaartverkoopautomaat waar je combideals vindt die niet op de website staan. Horecabuffet/koffiecorner in combinatie met keukenvoorziening. Geen ‘volledig’ restaurant, producten voor koffie/lunch/borrel/nazit. Ook medewerkers/dansers/spelers maken hier gebruik van, eventueel via ‘eigen’ uitgiftepunt. Tafels/stoelen/banken/werkplekken voor flexibel aantal personen (50 tot 100) met voldoende oplaadpunten, internetaansluitingen en/of gratis wifi. 12
Podiumvoorziening inclusief voorzieningen voor licht, geluid, krachtstroom, internet. Bij voorkeur flexibel, dus technische voorzieningen op twee of drie plekken. Publieksvoorziening. Mogelijk een tribuneopstelling (brede trappen naar boven?), alternatief is de flexibele opstelling met tafels/stoelen/banken te gebruiken, al dan niet aangevuld met extra stoelen/banken.
En gekoppeld aan het entreegebied, maar afgesloten dan wel afsluitbaar:
In ieder geval een Auditorium, geschikt voor filmvertoning, inleidingen etc. Capaciteit 50 tot 75 bezoekers.
En mogelijk, maar nog nader te bepalen:
Kinderopvang met speelruimte, Toiletten, Kolfruimte, Gebedsruimte.
Vanuit het entreegebied is er optimale (maar wel afsluitbare) toegankelijkheid richting foyers en zalen, maar ook richting de domeinen van de bewoners. Een of twee dansstudio’s en de grote montagestudio zijn vanuit het entreegebied voor publiek toegankelijk.
Zalen en foyers In het nieuwe theater komen twee zalen: een grote zaal en een middenzaal. De grote zaal krijgt 725 tot 750 stoelen en wordt voornamelijk gebruikt voor toneel, dans, muziektheater, cabaret en mengvormen. Comfortabel zitten (we worden steeds langer!) en optimale zichtlijnen zijn belangrijk. Daarbij moet de grote zaal schaalbaar zijn, in de zin dat ook bij een lagere bezetting (richtlijn ongeveer 400) de zaal een gevulde indruk maakt. Voor de technische kant (omvang toneel, toneeltoren, theatertechnische voorzieningen, orkestbak) verwijzen wij naar het technische PvE. De kleine zaal krijgt een capaciteit van ongeveer 250 stoelen en een ‘inschuifbare’ tribune, zodat de zaal ook als ‘lege doos’ bruikbaar is voor optredens en feesten met staand publiek en voor bijzondere voorstellingen met een andere publieksopstelling. In de middenzaal zijn aansluitvoorzieningen voor een mobiele bar/uitgiftepunt. Ook hier geldt verder een verwijzing naar het technische PvE. Voor de foyers geldt dat de capaciteit voldoende moet zijn voor uitverkochte zalen. De foyers zijn multi-inzetbaar en onderling afsluitbaar, met de mogelijkheid om verschillende sferen te creëren voor diverse doelgroepen en foyers ook afzonderlijk te gebruiken voor bijvoorbeeld (zakelijke) verhuur.
Ook voor de foyers geldt dat deze bruikbaar moeten zijn voor kleine optredens en dat daartoe de technische voorzieningen (flexibel) beschikbaar moeten zijn.
13
Studio’s, artiestenfoyer en kleedkamers De studio’s liggen in de eigen domeinen van de gezelschappen, maar in ieder geval een aantal is vanuit het entreegebied ook toegankelijk voor publiek. De dansstudio’s beschikken zoveel mogelijk over grote ramen en liggen aan de buitengevel. Voor de montagestudio geldt dat deze grenst aan de kleine zaal, zodat decorstukken over en weer verplaatsbaar zijn. Ook de montagestudio is toegankelijk voor publiek. Hoewel de eigen dansers, spelers en de ‘gastartiesten’ gestimuleerd zullen worden om gebruik te maken van de voor publiek toegankelijke ‘Kantine van Arnhem’ zal er ook behoefte zijn aan een eigen artiestenfoyer, goed gepositioneerd ten opzichte van de studio’s, kleedkamers en de tonelen van beide zalen en eenvoudig bereikbaar vanaf de artiesteningang. De uitstraling van de artiestenfoyer is die van een gezellige huiskamer. De kleedkamers bieden voldoende ruimte om er naast de gebruikelijke voorzieningen ook een bedbank in te kunnen plaatsen.
Kantoren De kantoorgebieden van de gezelschappen en het theater liggen in de eigen domeinen, maar zijn zo gepositioneerd dat de ‘informele onderlinge ontmoeting’ zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. Dat kan bijvoorbeeld door gemeenschappelijk te gebruiken vergaderruimtes en/of flexibele werkplekken tussen de verschillende kantoordomeinen in te plaatsen. Ook het gezamenlijk gebruik van de gym (domein Introdans) is zo’n mogelijkheid. Voor de gezelschappen geldt dat de afstand tussen medewerkers (en zeker de artistieke staf) en de studio’s zo klein mogelijk moet zijn. Voor het overige vindt het gesprek over de indeling van het kantoorgebied per domein met de betreffende instelling plaats. Aandachtspunt is de relatie tussen de kantoren van met name MSA en de theatertechnici, die grotendeels in en nabij de zalen werkzaam zijn en niet zelden een ‘eiland’ binnen de organisatie vormen.
9.
Wij – wordt vervolgd
Wij hebben in dit stuk zo concreet mogelijk onze gezamenlijke visie en ambitie beschreven, wat daarvoor nodig is in termen van samenwerking en organisatie en hoe het nieuwe huis voor de podiumkunsten onze ambitie mede mogelijk gaat maken. De inhoud van dit stuk gaan wij bespreken met onze stakeholders: natuurlijk met gemeente en provincie, maar ook met onze eigen medewerkers, partners in stad en regio en zo snel mogelijk ook met vertegenwoordigers van de nieuwe doelgroepen.
14
Eerstvolgende stap is het verder opstellen en definitief maken van het Programma van Eisen. Dit stuk levert daarvoor met name inhoudelijke en functionele bouwstenen. Die worden geconcretiseerd in een ruimtelijk en technisch PvE. In een volgende fase kan dan de architectenselectie plaatsvinden, waarbij wij als instellingen vanzelfsprekend nauw betrokken zullen zijn.
Actieplannen In de tussentijd gaan wij aan de slag met ons eigen huiswerk, de in dit stuk benoemde actieplannen. In vogelvlucht:
Het inrichten van een Programmaraad met daarin de artistiek-inhoudelijke vertegenwoordigers van onze instellingen, regelmatig aangevuld met vertegenwoordigers van doelgroepen uit stad en regio; In het leven roepen van de functie ‘stadsprogrammamaker’ als verbinder tussen die doelgroepen en ons (toekomstige) huis; Een programma met verhalen uit (de geschiedenis van) stad en provincie, waarvan wij de komende jaren ‘community-voorstellingen’ gaan maken, waaronder de gezamenlijke Alliantie-producties; Intensiveren van de samenwerking en afstemming in het kader van de Cultuurregio 025; Nader invullen van de governance- en beheerstructuur van het nieuwe theater, uitmondend in definitieve besluitvorming voor eind 2021; Aan de slag met de structurele overlegvormen tussen onze instellingen en het verder verkennen van onderwerpen die zich lenen voor nauwere samenwerking in de backoffice.
Exploitatieplan, bouwbudget en slot Cruciaal is ook de vertaling van de in dit stuk benoemde ambities in een exploitatieplan. Dan gaat het niet alleen, maar wel in het bijzonder om de kosten en baten van dag-openstelling met inbegrip van de programmering van het entreegebied. Een theater dat ook overdag bruist en waar de zichtbaarheid van de gezelschappen sterk wordt vergroot is een onlosmakelijk onderdeel van de ambitie, niet alleen van de onze maar ook die van gemeente en provincie. Wij gaan er dan ook vanuit dat die ambitie mogelijk zal worden gemaakt. Dat geldt ook voor het theater zelf. Wij vragen niet om luxe, wel om optimale voorzieningen om het nieuwe huis voor de podiumkunsten werkelijk tot een Theater van de Toekomst te kunnen maken. Een plek waar iedereen welkom is, waar de gezelschappen zich onder de best mogelijke condities op hoog niveau kunnen blijven ontwikkelen en waar voor stad en brede regio een programma gepresenteerd wordt dat Arnhem als hoofdstad van Gelderland en als
15
cultureel hart van Oost-Nederland waardig is. Die kans komt maar één keer. En dat vraagt om de ambitie en de middelen om hem te pakken.
Mei 2021 Redactie: Henk Scholten/Blueyard
16