CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Structuurvisie Arnhem 2020 doorkijk 2040

Politieke Avond 1 juni 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Gedeeltelijk intrekken Structuurvisie Arnhem 2020 doorkijk 2040 (voor deelgebied Schaapsdrift e.o.)37.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Conserveren ‘ruige’ karakter van de riviergronden. Versterken samenhang en ontsluiten ‘verstopte’ elementen (zoals steenfabriek, castellum). Militaire geschiedenis is belangrijke drager.

Zichtbaar maken en ontsluiten Limes. Verbeelden van het Castellum Beleefbaar maken van gebied Slag om Arnhem. Restauratie en beleefbaar maken van de Rijn- en IJssellinie. Vertellen van het verhaal van de Koude Oorlog. Vertellen van het verhaal van de rivierzone. De rivier als militaire grens als ontwerpopgave. Verborgen elementen ontsluiten.

Behouden en versterken aanwezige cultuurhistorische elementen en structuren als dragers voor stedelijke ontwikkeling.

Behouden en benadrukken verschillen historische (smalle) dijken en huidige (brede) dijken. Accentueren historische dijken en wielen. Herkenbaar maken loop van de Grift. Zichtbaar maken en versterken zegen, wegen en linten met boerenerven en boomgaarden. Respecteren historische kernen zoals Elden en de Praets door ze onderscheidend te houden van de omgeving. Behouden en zichtbaar maken van woerden. Bij ontwikkelingen historische relicten optimaal benutten en als basis voor ontwerpopgaven opnemen. Identiteit van de Poldergronden hiermee zichtbaar maken.

Zichtbaar houden van lange ontwikkelingsgeschiedenis en behoud compactheid van de kern binnen de singels; benadrukken van de drie tijdslagen: middeleeuwen, 19e eeuw, wederopbouw.

Zichtbaar en beleefbaar maken vestingwerken (uit de verschillende perioden 1560, 1650 en 1730). Zichtbaar maken van de beken en de ligging aan de rivier. Herstellen van de continuïteit van de ‘Wandeling van Heuvelink’. Koesteren Arnhems Blond bij ver- en nieuwbouw. Herkenbaar houden van de radialen met aantakking aan de singel, continuïteit in opbouw en verloop van stad naar landschap. Conserveren en versterken gebouwen en structuren, kenmerkend voor elke periode. Herinnering aan WOII en de Slag om Arnhem als ontwerpopgave.

Poldergronden Historische dijken en wielen, wegen en zegen, boerenerven met boomgaarden, woerden en terreinen met archeologische waarde.

Kern Vestingwerken, historische kernen, singels, Arnhems Blond, het gebied van de Slag om Arnhem, Eusebiuskerk en ontsluitingswegen.

21

2.2.4 Beleidskaders Het Arnhemse cultuurhistorisch beleid is geschetst in de beleidsnota Panorama Arnhem (2008). In deze nota wordt het accent verschoven van ‘behoud door bescherming’ naar ‘behoud door ontwikkeling’, zodat de cultuurhistorie op een vroeg moment een actieve rol kan spelen in veranderingsprocessen en ontwerpkeuzen. Uitgangspunt is cultuurhistorie als kans in te zetten in plaats van beperking. Hiertoe zijn verschillende instrumenten ontwikkeld, die inzicht geven in de cultuurhistorische kwaliteiten van Arnhem: op de erfgoedkaart staan de objecten, structuren en gebieden aangegeven die binnen de gemeente van cultuurhistorisch belang zijn. De kaart bevat historisch-geografische, archeologische en monumentale elementen en patronen. De kaart vormt een belangrijke bouwsteen voor bestemmingsplannen. De archeologische verwachtingskaart doet uitspraken over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Voor de structuurvisie is vooral het erfgoed van belang in de vorm van grotere lijnen, gebieden en structuren die betekenis hebben op stedelijke schaal. Deze zijn weergegeven op het kaartbeeld van de ‘Cultuurhistorische hoofdstructuur’ van Arnhem. Vervolgens is een selectie gemaakt van die cultuurhistorische belangen en structuren die kansen bieden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de stad: de ‘Cultuurhistorische Kansenkaart’.

22

2.3 Groen-blauw raamwerk 2.3.1 Analyse Arnhem is “Groen, Groener, Groenst” door bewuste keuzen van ruim een eeuw geleden. In 1886 en 1890 koos het gemeentebestuur er voor een groot deel van de gemeentelijke begroting te besteden aan de verwerving van de landgoederen Klarenbeek en Sonsbeek. Waardecreatie en gebiedsontwikkeling bij uitstek: zo werden de randen van landgoed Sonsbeek omgezet in aantrekkelijke woonmilieus –de Burgemeesterswijk, Transvaalbuurt, Sonsbeekkwartier- en werd de kern van het landgoed veiliggesteld als stadspark. Bij landgoed Klarenbeek werd eenzelfde lijn gevolgd. De investeringen van toen zijn diepte-investeringen gebleken. Het groen-blauwe raamwerk bepaalt nog steeds het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Onder 2.2 Cultuurhistorie is een schets gegeven van de verschillende landschappelijke zones, gevormd in meerdere tijdslagen: Het Veluws landschap met plateau en gradiënt, het rivierenlandschap, het polderlandschap in Noord en Zuid en de historische stadskern op de plek waar gradiënt, rivierzone en de poldergronden in Noord elkaar ontmoeten. Hieronder worden het landschappelijk belang, de specifieke ecologische waarden en de aandachts- en knelpunten van deze zones beschreven, alsook van de Ecologische hoofdstructuur en de bomenstructuur.

Veluws plateau Het Veluws plateau is onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000, het Europese natuurnetwerk (zie afbeeldingen Beleidscontext). Het is één groot natuurgebied met daarin een aantal min of meer stedelijke functies zoals militaire complexen, maatschappelijke instellingen, toeristische trekkers en sportvoorzieningen. In het gebied ligt ook een aantal agrarische bedrijven. Het gebied is echter nog te veel versnipperd en verrommeld, en de bestaande kwaliteiten worden niet genoeg benut. De recreatieve waarde van het gebied wordt belemmerd door (zware) infrastructuur. Karakteristiek voor het Veluws plateau zijn de grote zoogdieren edelhert, wild zwijn, ree en

das. Maar ook specifieke soorten gebonden aan de heide, zoals zandhagedis en nacht¬zwaluw, komen er voor. Het gebied is vooral waardevol vanwege de mogelijkheden die het biedt voor dieren met een uitgestrekt, aaneengesloten areaal als habitat. Veluwse gradiënt De Veluwse gradiënt wordt gevormd door de beekdalen, die als als groene wiggen diep doordringen in het stedelijk weefsel (onderscheid in wiggen oost, noord en west). De contrasten tussen bebouwing (‘rood’) en natuur (‘groen’) zijn op de grens van deze wiggen zeer karakteristiek. De beken worden gevoed in bovenstroomse beïnvloedingsgebieden, waar op leemlagen schijngrondwaterspiegels ontstaan. Deze gebieden zijn nog niet overal genoeg beschermd om de voeding van de beken te kunnen garanderen. Ook is er in sommige beekdalen te veel bebouwing, waardoor de openheid wordt aangetast. In de gradiëntzone liggen (voormalige) landgoederen, ook wel Gelders Arcadië genoemd. Deze landgoederen zijn, mede door hun ouderdom en karakteristieke elementen, van grote waarde, ook voor de natuur. De ijsvogel is als soort gebonden aan de beek en komt ook in de verschillende beeksystemen voor. Soorten gebonden aan oud bos, zoals de havik, spechten, boomklever en eekhoorn zijn ook met name aan deze groene hoofdstructuur gebonden.

Rivierenlandschap Het rivierenlandschap is nu een grote open ruimte, centraal in de stad, maar in de beleving niet het hart van de stad. Arnhem is niet ontstaan aan de rivier maar aan de beek. De rivieren hebben een eigen kwaliteit, ruimte, rust, fraaie vergezichten en twee heel verschillende oevers: de stenige noordoever met kades en historisch centrum en de zachte groene oevers aan de zuidkant. Tussen de dijken is waterafvoer en ruimte voor waterberging de leidende functie. Het jaar rond leiden hoog en laag water tot sterk wisselende beelden in stad en landschap. Door klimaatverandering worden extremere afvoeren over de rivier verwacht, als gevolg van meer neerslag en meer droogte (respectievelijk te veel en te weinig water). Waterveiligheid is zeer belangrijk. Het omliggend gebied heeft 23

een hoge economische waarde. Het gebied tussen de Pleijbrug en de Mandelabrug blijft, ondanks getroffen rivierverruimende maatregelen, een ‘bottleneck’ in waterafvoer en –berging. In het nationale Deltaprogramma zullen naar verwachting ook voor de toekomst veiligheidsmaatregelen worden aangekondigd en aanpassingen van de veiligheidsnorm van de waterkeringen. Dit zal mogelijk consequenties hebben voor de benodigde hoogte en stabiliteit van de dijken en kades en daarmee ook voor de benodigde ruimte. De rivieren met uiterwaarden vormen een belangrijke verbinding in de Ecologische Hoofdstructuur (zie kaartbeelden Beleidscontext: EHS). De uiterwaarden en de voormalige kleiwinplassen fungeren daarbij als natuurgebieden en deels als uiterwaardpark zoals bij Meinerswijk. Voor het dynamische rivierengebied zijn soorten als kwartelkoning en amfibieën specifiek. De bever, die stroomopwaarts is uitgezet, heeft zich inmiddels hier gevestigd. Markant voor het rivierengebied zijn ook bloemrijke dijken met hun eigen stroomdalflora, zoals cichorei en kattedoorn. Polderlandschap In het polderlandschap in Arnhem-Zuid liggen in hoofdzaak oost-west gerichte structuren, verwijzend naar vroegere rivierlopen, oeverwallen en dijklinten en enkele historische noord-zuid lopende ontginningswegen.

In het stedelijk gebied van Arnhem Zuid zijn deze oost-westlijnen vaak slechts fragmentarisch herkenbaar in het landschap (o.a. Drielsedijk, Huissensedijk, Achterstraat, Molenweg, Mooieweg, de Eldense Wal en Eldense Zeeg-Kroonse Wal, Rijksweg-west en Randweg, de oude verbindingsweg met Elst en Nijmegen). De oude linten, de ontginningswegen met boerderijen en fruitboomgaarden vormen nu deels het fietsnetwerk waaraan wijkvoorzieningen en buurtparken liggen. Het karakter en verloop van de oude linten is deels verbrokkeld of niet herkenbaar. De linten markeren historische ontginningslijnen maar hebben geen verblijfs- of recreatieve functie door de smalle maat. Ook het parkgroen in de wijken bestaat vaak uit lange smalle stroken. Midden vorige eeuw zijn haaks daarop, in 24

noord-zuid richting nieuwe infrastructuurlijnen aangelegd, begeleid door stedelijk groen en water: de A325, de spoorlijn ArnhemNijmegen, de Matsersingel en de BatavierenwegBrabantweg. Deze infrastructuurlijnen in de polders in Arnhem-Zuid en in Presikaaf vormen als ‘groen-blauwe lijnen’ een tweede meer recente laag met landschappelijke verbindingen tussen Rijn en Betuwe, IJssel en Veluwe. De groenstructuur in Arnhem-Zuid en delen van Presikhaaf is echter niet robuust genoeg om als ecologische buffer te fungeren en om voldoende recreatieve waarde te bieden. De ecologische waterkwaliteit (inrichting van watergang en oevers) in de waterlopen in Arnhem-Zuid voldoet nog niet aan de Kaderrichtlijn water. Ook zijn veel kunstwerken in de waterlopen niet ecologisch passeerbaar. De door klimaatverandering toenemende neerslag leidt tot hogere grondwaterstanden aan de rand van de Veluwe en meer kweldruk in de gebieden langs de Nederrijn en IJssel (zie kaart beleidscontext 2040). Bij stedelijke ontwikkelingen in de wijken Malburgen en Presikhaaf vraagt dit aandacht. Hoe groot het effect uiteindelijk zal zijn is, mede door de zeer ingewikkelde en lokaal sterk wisselende bodemopbouw van Arnhem-Noord, moeilijk te voorzien. Voor de poldergebieden zijn vooral de soorten van belang die gebonden zijn aan water en oevervegetatie. De kleine karekiet komt vooral in Arnhem-Zuid in grote getale voor.

Van een kritische soort als de kamsalamander zijn enkele waarnemingen bekend. De watersystemen vormen ook een duidelijke structuur als foerageerroute voor vleermuizen. Ze vormen mede de verbinding tussen de overwinteringsen verblijfsgebieden op de Veluwe en het foerageergebied langs de rivier. Kern De historische kern van Arnhem ligt als compact stedelijk weefsel, begrensd door groene singels, op het raakvlak van de overige landschappelijke zones. Ze is verankerd door de beken, singels en een radiaal stratenpatroon in een groene omgeving. De continue structuur van de singels is echter op diverse plekken onderbroken en niet aangehecht op de kade.

De gebouwde omgeving vormt voor specifieke soorten een leefgebied. Gierzwaluw en huismus zijn bekende soorten die gebonden zijn aan gebouwen. Ook muurvegetaties horen hiertoe. Ecologische hoofdstructuur (EHS) De Veluwe en het Rivierengebied zijn belangrijke onderdelen van de EHS. Binnen de EHS wordt onderscheid gemaakt in EHS-natuur, EHSverweven (natuur gecombineerd met andere functies) en ecologische verbindingszone. In Arnhem Zuid ontbreken nog EHS verbindingen, in Arnhem Noord zijn verrommeling en versnippering van het EHS-netwerk en behoud van de bestaande kwaliteiten aandachtspunten. Bomenhoofdstructuur De bomenhoofdstructuur in de vorm van begeleidende beplanting van ‘dragende’ lanen en wegen in het stedelijk weefsel is een belangrijke laag in de groenstructuur van de stad, en strekt zich over meerdere landschappelijke zones uit (zie afb. Bomenhoofdstructuur). Fraai beplante lanen bieden oriëntatie in de stad en kwaliteit aan de openbare ruimte. Ze markeren belangrijke verbindingen in de ruimtelijke hoofdstructuur van de stad zoals de radialen. De radialen vormen de stadsentrees met een kenmerkend verloop in het profiel: van weg door het landschap tot laan met statige bebouwing in het groen naar hoogstedelijke inrichting. De laanstructuren van de Schelmseweg en de Koningsweg vormen oostwest gerichte verbindingen tussen de radialen.

De infrastructuur van de 20e eeuw met begeleidende beplanting bepaalt in de poldergebieden sterk het beeld. Waar de stadslanen en –wegen meer landschappelijk zijn ingebed, kan de boombeplanting op het landschap reageren. De bomenstructuur langs radialen en entreeroutes is echter op veel plaatsen nog onderbroken, en de landschappelijke waarde langs de lanen is nog onvoldoende. Lanen zijn belangrijke geleidende elementen met name voor vleermuizen. Afhankelijk van ouderdom en plaats in de stad kunnen ze ook een belangrijke verblijfplaats zijn voor vogels.

2.3.2 Ambitie en inzet Respect voor de onderlegger Verschillen in bodemsoort, water- en landschapskarakteristieken zijn richtinggevend. Behouden en versterken van de karakteristieken van de landschappelijke zones; het Veluws plateau, de Veluwse gradiënt, de poldergronden in noord en zuid, de rivierzone. De verschillen tussen deze zones zijn kenmerkend voor Arnhem en liggen ten grondslag aan de ontwikkeling van de stad. Herkenbaarheid en diversiteit Ontwikkelen van een afwisselende groenstructuur met herkenbare eenheden, elk met een eigen karakteristiek, inrichting en beheer. De stadswijken in opeenvolgende perioden zijn niet altijd aangelegd met ‘respect voor de onderlegger’. Voor de toekomst is respect voor de onderlegger uitgangspunt, evenals respect voor de ontwerpstijl in het stedelijk weefsel. De landschappelijke onderlegger en de cultuurhistorie zijn bronnen van ruimtelijke identiteit en diversiteit. Versterken van contrasten De contrasten tussen bebouwd en onbebouwd gebied vertegenwoordigen een bijzondere kwaliteit, typerend voor het Arnhemse stadsbeeld: de stenen stad en het groene landschap. Als algemeen beginsel bij ruimtelijke ingrepen geldt: wordt ‘het rood roder’, dan moet ‘het groen groener’ worden gemaakt. Contrasten niet laten vervagen maar versterken.

Bijvoorbeeld het vergroenen van beekdalen, blauwe elementen zichtbaar maken en gebruiksfuncties daarop afstemmen. Van waterbeheersend naar klimaatadaptief De extra wateropgave als gevolg van klimaatverandering (grotere extremen in neerslag, toename rivierwaterafvoer, toename kweldruk), wordt aangepakt volgens: vasthouden, bergen en afvoeren. De lat voor het Arnhemse waterbeleid wordt hoger gelegd: van ambitieniveau waterbeheersend (‘schoon en voldoende’) naar het ambitieniveau klimaatadaptief (‘energie en koeling’). Onder 2.3.4 ‘Beleidkaders’ is dit kort toegelicht.

25

2.3.3 Uitwerking ambitie en inzet Veluws plateau - Verminderen van verrommeling en versnippering, in combinatie met het beter benutten en waar mogelijk versterken van de bestaande kwaliteiten van het gebied. Uitgangspunt daarbij is een heldere zonering voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Deze zonering is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 onder ‘koersgebieden’ evenals de toepassing van het ‘rood voor groen’-principe (3.3.3.Noordelijk buitengebied). Veluwse gradiënt - Behouden herkenbaarheid van dit landschappelijk DNA dat de stad heeft gevormd. - Behouden en versterken van openheid en reliëf in de groene wiggen. - Behouden en versterken van de markante contrasten van rood en groen. - Koesteren van het groene vestigingsmilieu: een landschappelijke setting met weinig verharding en een compacte footprint van bebouwing. - Benutten van kansen voor versterking van het groen-blauwe raamwerk in projecten van herstructurering en transformatie (Papendal, Moscowa, Regina Pacis, Arnhems Buiten, Het Dorp). - Verkennen van kansen tot groene verbinding van parken Angerenstein en Presikhaaf (passeerbaar maken van de spoorlijn voor voetgangers en fietsers). - Versterken van de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de beken. Dit leidt tot kwaliteitsverhoging van de openbare ruimte en fraaie dragers voor ruimtelijke ontwerpopgaven.

Groene wig oost Het dal van de Paasbergbeek, de Bronbeek en de Klarenbeek maken deel uit van de groene wig Oost. Deze dalzone loopt aan de oostkant door in de richting van Velp/ kasteel Rosendaal. - Versterken van de karakteristiek van het beekdal van de Paasbergbeek. - Benutten van kansen op langere termijn tot extensivering van bebouwing in de dalzone en daarmee versterking van de openheid van het beekdal. - Verbeteren kwaliteit van deze zone door toekomstige herstructurering van het bedrijventerrein Schaapsdrift. - Versterken van de karakteristiek van het beekdal 26

van de Bronbeek in Wellenstein en de Klarenbeek in Angerenstein en langs de (Oude) Velperweg. - Veiligstellen van de toevoer van water naar de beken. - Verbinding leggen tussen het groen-blauwe raamwerk van Presikhaaf en de IJssel, ter hoogte van IJsseloord II. Groene wig noord - Completeren van de St. Jansbeek in Binnenstad en Nieuwstraatkwartier. - Bovengronds halen van de Rietebeek in het oostelijk centrumgebied. Groene wig west Het dal van de Slijpbeek, de beek op Warnsborn en de beek op de Vijverberg maken deel uit van Groene wig west. - Versterken van landschappelijke continuïteit in oost-west richting, in het deel met stedelijke bebouwing (zie kaart Groen blauw raamwerk, ambitie en inzet 2020-2040). - Benutten van kansen om in noord-zuid richting de bereikbaarheid van de rivierzone voor recreatief gebruik (voetgangers, fietsers) te vergroten. - Versterken van de karakteristiek van het dal van de Slijpbeek op Arnhems Buiten. De beekdalzone van de Slijpbeek vormt een directe verbinding vanuit de stuwwalzone in deze groene wig naar de rivier. Landschappelijke openheid, zichtbaarheid van de beek, publieke toegankelijkheid zijn de ambities. Voor een aanzienlijk deel hebben deze betrekking op de gebiedsontwikkeling in het werklandschap van Arnhems Buiten (zie hoofdstuk 3/ koersgebieden). - Veiligstellen van de toevoer van water naar de beken.

Rivierenlandschap - De oplossing voor de veiligheidsrisico’s als gevolg van extremere waterafvoeren door de rivier ligt in een structureel andere benadering. Bijvoorbeeld geen traditionele dijk maar de toepassing van een ‘klimaatdijk’ of ‘deltadijk’. Een en ander zal worden meegenomen in de nadere structuurvisieuitwerking ‘rivierzone’ (zie hoofdstuk 4). - Verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de noordelijke rivieroever vanuit de stad.

Polderlandschap - Versterken van de groen-blauwe structuren in Arnhem-Zuid en inzet op continuïteit. - Versterken van de oude linten en zegen, zodat grotere eenheden ontstaan en het groen bijdraagt aan oriëntatie en geleding van het stedelijk gebied. De functie als recreatief netwerk op stadsdeelniveau wordt daarmee opgewaardeerd, het onderscheid verduidelijkt in het groen-blauwe netwerk tussen oude en nieuwe lagen, de continuïteit verbeterd met aansluiting en uitloop naar Park Lingezegen. - Benutten van kansen om dit gelaagde groen-blauwe casco te versterken bij nieuwe planontwikkeling en bij plaatselijke vernieuwing en kwaliteitsverbetering van bestaande woonwijken in Arnhem-Zuid (structuurvisieuitwerking ‘Wijkvernieuwing in zuid’). - Versterken van de oudste structuren in oostwest en noord-zuid richting. Dit vraagt om een aanpak op langere termijn (periode 2020-2040). Het gaat hierbij o.a. om het zichtbaar maken en ontsluiten van de Limes-zone, de noordgrens van het oude Romeinse Rijk en het vergroten van de herkenbaarheid van De Grift, de voormalige trekvaartverbinding tussen Arnhem en Nijmegen. - Extra maatregelen nemen om wateroverlast in het stedelijk gebied te voorkomen. Met de aanleg van 2,5 hectare waterberging in Presikhaaf, vóór 2015, gecombineerd met de aanleg van een ecozone aan de westkant van de wijk, is al begonnen.

- Voldoende ruimte vinden (circa 1,5 hectare in Arnhem Noord en 2,5 hectare in Arnhem-Zuid) in de periode tot 2020 om te kunnen anticiperen op de inbreidingen in bestaand stedelijk gebied en de klimaatsverandering. - Realiseren extra waterberging ook na 2020, daar waar in projecten sprake is van een toename van de verharding die afwatert op het oppervlaktewater. - Benutten van kansen voor meervoudig ruimtegebruik (bijvoorbeeld waterpleinen). - Creëren van ruimte voor waterberging op delen van het spooremplacement-Goederen (bedrijventerrein Westervoortsedijk). Mogelijk is deze ruimte voor extra waterberging al eerder nodig (periode vóór 2020). - Terugbrengen van de Jansbeek in het Centrum en het bovengronds halen van andere ondergrondse beekdelen, zoals de Beek op de

Paasberg ter hoogte van de Schaapsdrift; een goede inpassing creëert een extra kwaliteitsimpuls voor de openbare ruimte en zorgt tegelijk voor een veilige afvoer van water. - Verbeteren ecologische waterkwaliteit van de waterlopen in (het waterlichaam) Arnhem-Zuid tot de vereiste kwaliteit uit de kaderrichtlijn Water in 2027, en het op niveau houden van de chemische kwaliteit. Het is duidelijk welke waterlopen binnen het vastgelegde waterlichaam vallen en aan de ecologische normen moeten voldoen. Gelet op de aard van het watersysteem in Arnhem-Zuid heeft dit relaties met de overige waterlopen. - Verbeteren van de inrichting van de waterlopen: veel kunstwerken in de waterlopen, zoals duikers en stuwen, zijn nog niet ecologisch passeerbaar. Bij vervanging is dit een aandachtspunt. Kern - Herstellen van de ‘Wandeling om de stad’, zoals ontworpen door Stadsbouwmeester Heuvelink na de sloop van de oude vestingwallen: een continue groene structuur van singel en kade die de binnenstad omsluit, met verblijfskwaliteit voor de rondwandeling rondom de binnenstad (zie kaartbeeld afb. Bomenhoofdstructuur). - Aanhechten van de Singel op de kade bij beide bruggen: de kade vormt een promenade met verblijfskwaliteit en continuïteit van Boterdijk tot aan de Westervoortsedijk.

Ecologische hoofdstructuur (EHS) Behoud van bestaande kwaliteit en completeren van het samenhangend netwerk van de EHS in en om Arnhem, in de lijn van het EHS-beleid: - Uitbreiden EHS areaal in Meinerswijk en de verbinding leggen naar Bakenhof. - Realiseren van EHS verbindingsgebied in, westelijk en zuidelijk van Schuytgraaf. - Verwerven gronden in het park Lingezegen ten behoeve van de EHS-natuur. Met name in het deelgebied Waterrijk ligt een aanmerkelijke opgave, direct grenzend aan de stedelijke bebouwde kom van Arnhem (Rijkerswoerd). Het maakt deel uit van de zogenaamde basisuitrusting van het park die in 2013 moet zijn gerealiseerd. De opgave is hier om de EHS-doelen te combineren met de functie van waterberging en de functie als uitloopgebied voor de stad; een dooradering van het gebied met recreatieve paden moet zorgen voor 27

28

toegankelijkheid en recreatieve uitloop. - Verminderen versnippering en verrommeling EHS netwerk Veluws plateau.

Bomenhoofdstructuur - Aanvullen van ontbrekende delen van de groene begeleiding van de radialen en stadslanen als bepalende (entree-)routes van de stad; zie

Bomenhoofdstructuur, ambitie en inzet. 29

kaartbeeld Bomenhoofdstructuur. - Behouden van de karakteristieke opbouw en verloop in het profiel van de radialen: van weg door het landschap tot laan met statige bebouwing in het groen naar verdicht stedelijk gebied. Voor entree-routes zoals de Nijmeegseweg, wordt eenzelfde beeld nagestreefd. - Versterken landschappelijke boombeplanting langs Batavierenweg en Pleijweg tot aan A12.

2.3.4 Beleidskaders Het groen-blauwe raamwerk van Arnhem bestaat uit een samenhangend netwerk van gebieden en verbindingen. Op onderdelen van dit raamwerk zijn formele beleidskaders van toepassing. De beleidskaders voor groen en water zijn zichtbaar op kaartbeeld Beleidscontext 2020 resp.2040. De volgende beleidscategorieën zijn van toepassing. Ecologische Hoofdstructuur (EHS) Het grondgebied van Arnhem is een belangrijk onderdeel van de EHS: de Veluwe en het Rivierengebied. Binnen de EHS staat het natuurbelang voorop waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de categorieën EHS-natuur, EHSverweven en Ecologische verbindingszones. Er geldt een zekere differentiatie in het (provinciaal) ruimtelijk beleid. ‘EHS-Natuur’ bestaat uit natuur- bosgebieden en waardevolle wateren, met daarin liggende verspreide bebouwing en uit agrarische cultuurgrond die omgezet zal worden in natuur (‘ontwikkelingsgebieden voor nieuwe natuur’). Voor de gebieden met een natuurontwikkelingsdoelstelling geldt dat bij de uitwerking van plannen gebruik kan worden ingepast en gecontinueerd. ‘EHS-verweven’ staat voor natuurwaarden,verweven met andere functies zoals landbouw, recreatie en verspreide bebouwing. Het bestaat grotendeels uit landgoederen, landbouwgebieden met natuurwaarden en een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen.

Door natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer wordt de natuurwaarde van de EHS-verweving als totaal versterkt. Binnen de EHS-verweving speelt grondgebonden landbouw een belangrijke rol in het beheer van cultuurgrond en de daarmee verweven natuurwaarden. Ook de grotere 30

wateren worden tot de EHS-verweving gerekend. In Arnhem zijn dit de Nederrijn en IJssel ‘Ecologische verbindingszones’ verbinden de verschillende delen van de EHS-natuur en EHSverweving. Voor het functioneren van een verbindingszone is een inbedding van natuur, bos en landschapselementen in het omliggende landschap van belang. De EHS dient in 2021 voltooid te zijn. Natura 2000 De delen van de (Nederlandse) EHS die deel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur vormen de Natura 2000 gebieden. In Arnhem zijn dit: Veluwe, Gelderse Poort en IJssel. Voor elk van deze gebieden zijn habitattypen en soorten benoemd die beschermd zijn volgens de Natuurbeschermingswet 1998. De gebiedsbescherming uit de Vogel- en Habitatrichtlijn is hierin opgenomen. Effecten van ruimtelijke ingrepen in en nabij het Natura 2000gebied moeten worden getoetst. Nationaal Landschap Arnhem maakt deel uit van het Nationaal Landschap Veluwe en grenst aan het Nationaal Landschap de Gelderse Poort. Behoud en versterking van karakteristieke Nederlandse landschappen is hier de inzet. Die inzet richt zich op bewustwording, financiële impulsen voor herstel, vernieuwing en reconstructie van landschapswaarden naast promotie van de landschappelijke kwaliteit en attractiviteit.

De status van Nationaal Landschap legt geen formele beperkingen op maar doet een appèl op behoud van karakteristieke kwaliteiten van landschap en cultuurhistorie. Soortenbescherming Voor de bescherming van soorten is het groenblauwe raamwerk in de stad van wezenlijk belang. Dit komt tot uitdrukking in een verscheidenheid aan planten en dieren. Het groen-blauwe raamwerk vormt de kraamkamer en het overlevingsgebied van beschermde en bedreigde soorten die elders in de stad ten gevolge van stedelijke ontwikkeling onder druk staan. Voor Arnhem-Noord zijn de verbindingen tussen de Veluwe en de IJssel van belang (corridor A12 en spoorzone). In Arnhem-Zuid is de verbindingszone tussen Nederrijn en Park Lingezegen (via Schuytgraaf en Zeegbos)

±

Groen-blauw netwerk: Beleidscontext 2020 EHS Natuur EHS Verweven EHS Ecologische verbindingszone Natura 2000 gebieden

Veluwe Naam Natura 2000 gebied Nationaal landschap Ruimte voor de Rivier Grondwaterbeschermingsgebieden Waterberging Bovenstroomse beinvloedingsgebieden beken Gemeentegrens

Veluwe

Uiterwaarden IJssel

Gelderse Poort

0

0,5

1

2 Kilometers

Beleidscontext 2020 31

±

Groen-blauw netwerk: Beleidscontext 2040 EHS Natuur EHS Verweven EHS Ecologische verbindingszone Natura 2000 gebieden

Veluwe Naam Natura 2000 gebied Nationaal landschap Deltaprogramma Grondwaterbeschermingsgebieden Toename grondwater kwel rivieren Gebied gevoelig voor verhoging grondwater (kwel Veluwe) Bovenstroomse beinvloedingsgebieden beken KRW waterlichamen Gemeentegrens

Veluwe

Uiterwaarden IJssel

Gelderse Poort

0

0,5

1

2 Kilometers

Beleidscontext 2040

32

van belang. Doel is behoud, versterken en ontwikkelen van de kenmerkende Arnhemse natuur en het daarbij behorende natuurnetwerk. Bovenstroomse beïnvloedingsgebieden beken In het Arnhemse waterbeleid (Waterplan 2009-2015) zijn deze beïnvloedingsgebieden aangewezen om de voeding van / watertoevoer naar de beken veilig te stellen. Veelal is deze toevoer afhankelijk van locale (schijn) grondwaterstromen die ontstaan zijn door leemlagen in de ondergrond. Werken die een bedreiging vormen voor deze leemlagen en daarmee de watertoevoer zijn verboden. Dit betreft onder meer het ondergronds bouwen en doorboren van ondoorlatende leemlagen.

Waterveiligheid: nieuwe veiligheidsnormen voor de dijken en gebiedsgerichte strategieën om de veiligheidsopgave aan te pakken. De veiligheidsopgave voor de (middel)lange termijn is opgebouwd uit 3 elementen: - de opgave die volgt uit de Veiligheidstoetsingen van de primaire waterkeringen, mede met inachtneming van nieuwe technische inzichten. Voor de korte termijn betreft dit de conclusies van de 3e Veiligheidstoetsing; - de opgave die volgt uit zeespiegelstijging, bodemdaling en mogelijke veranderingen in rivierafvoeren; - de mogelijke opgave die volgt uit de actualisering van de waterveiligheidsnormen.

Ruimte voor de rivier In het kader van de nationale beleidsopgave ‘Ruimte voor de Rivier’ heeft Rijkswaterstaat de opgave om ter hoogte van Arnhem extra ruimte voor waterafvoer en –berging te realiseren. Deze opgave, een waterstandsverlaging in de Nederrijn van 7 cm., moet vóór 2015 afgerond zijn. Deze rijksopgave heeft een plaats gekregen in de bredere gebiedsontwikkeling die de stad voorstaat voor het gebied Stadsblokken-Meinerswijk (zie 3.3.1.).

Grondwaterbeschermingsgebieden Rondom drinkwaterwinningen La Cabine en Ir. Sijmons (Immerloo) liggen beschermingszones, waarvan de grenzen zijn vastgelegd in het Gelders Milieuplan 4. Vanwege de Grondwaterrichtlijn, dochter van de Europese Kaderrichtlijn, moeten de intrekgebieden van de drinkwaterwinningen in 2015 voldoen aan zeer strenge normen. Beide winningen voldoen daar nu aan. Gelet op de vervuilingsdruk en –risico’s, ligt de grootste verantwoordelijkheid op het schoon houden van deze zones.

Deltaprogramma Het Deltaprogramma vloeit voort uit de aanbevelingen van de tweede deltacommissie, onder leiding van oud-minister Veerman (2008). Deze Deltacommissie bracht advies uit hoe we ons land ook op de lange termijn kunnen beschermen tegen water en de zoetwatervoorziening veilig kunnen stellen. De commissie noemde de noodzaak tot handelen ‘niet acuut, maar wel urgent.’Het Deltaprogramma werkt aan de uitvoering van het Nationaal Waterplan op het gebied van veiligheid en zoetwatervoorziening. Het Deltaprogramma kan ook nieuwe ontwikkelingen agenderen voor het volgende Nationaal Waterplan. Het werken aan de waterveiligheid van de delta is nauw verbonden met ruimtelijke kwaliteit, natuur, recreatie en economie. Uitgangspunt van het Deltaprogramma is een integrale aanpak. Dat betekent dat onderzoeken en maatregelen binnen het Deltaprogramma zo mogelijk worden gekoppeld aan andere beleidsdoelstellingen voor ruimtelijke kwaliteit, natuur, economie en recreatie.

Waterberging De extra wateropgave als gevolg van klimaatverandering (grotere extremen in neerslag, vaker droogte, toename rivierwaterafvoer, toename kweldruk) wordt bij nieuwe ontwikkelingen aangepakt volgens de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; regelgeving is van toepassing dat het verwerken van regenwater in eerste instantie op eigen terrein moet plaatsvinden. Voor bestaande gebieden is het afkoppelen van regenwater van de gemengde riolering een goede maatregel. - In delen van de gemeente kan bij gebiedsontwikkelingen het regenwater niet geïnfiltreerd worden, maar moet dit op het oppervlaktewater worden geloosd; zie kaartbeeld Infiltratiekaart Arnhem. In die gevallen geldt dat de toename aan verhard oppervlak moet worden gecompenseerd. Het waterschap als bevoegd gezag hanteert als vuistregel dat de compensatie ongeveer 10 tot 15% bedraagt van het toegenomen verhard oppervlak. 33

De mogelijkheid wordt geïntroduceerd tot een ‘Waterbergingsbank’, waarbij door ruimtelijke of financiële verevening de totale waterbergingsopgave van meerdere projecten wordt samengebracht en gerealiseerd (zie ook: waterplan Arnhem 2009-2015)

Geschiktheidskaart Infiltratie - In Arnhem-Noord ligt een opgave om extra bergingscapaciteit te realiseren van 2,5 ha. vóór 2015 (vastgelegd in Waterplan 2009-2014). Deze berging wordt gerealiseerd in de aan te leggen Ecozone in het westelijke deel van Presikhaaf (de oostelijke Ecozone is een droge zone). Na 2015 zal door inbreiding, afkoppelen en klimaatsveranderingen extra ruimte voor waterberging nodig zijn. Voor Arnhem-Noord wordt deze opgave geschat op 1,5 ha. en voor Arnhem-Zuid op 2,5 ha. - In het noordelijk deel van park Lingezegen ligt een aanzienlijke regionale waterbergingsopgave vanuit het Nationaal Bestuursakkoord Water. De opgave is vastgelegd in het provinciale Waterplan Gelderland 2010-2015; zie kaartbeeld Beleidskader 2020 (de omvang van de te graven plassen in Waterrijk/Lingezegen (de opgave) is kleiner dan het gearceerde zoekgebied). - Naast oppervlaktewater kan bergingscapaciteit ook gevonden worden in de vorm van groene daken en vormen van hergebruik van water. Verder kan, tijdelijk, water geborgen worden in de openbare ruimte in specifiek daarvoor ontworpen ruimtes (‘waterpleinen’). - In plaats van de realisatie van bergingscapaciteit per kavel of per ontwikkelingsproject kan bundeling in een gezamenlijke waterberging landschappelijke kwaliteitswinst opleveren. 34

Kaderrichtlijn Water Dit is een Europese richtlijn die zich richt op het veiligstellen van de waterkwaliteit in EU-landen. Het gaat om uniforme chemische normering voor alle Europese wateren (oppervlaktewater en grondwater). Daarnaast zijn zogenoemde waterlichamen aangewezen, waar het water niet alleen aan chemische normen moet voldoen, maar ook ecologische waarden moeten worden gehaald. Deze ecologische normen zijn gebaseerd op de haalbaarheid in het (deel)stroomgebied. De uitwerking van de Richtlijn is in 2009 vastgelegd in de beheerplannen van de verschillende verantwoordelijke partijen (Rijk, provincies en waterschappen). De streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015, maar eventueel kan, mits goed onderbouwd, uitstel worden verleend tot uiterlijk 2027 (derogatie). Voor Arnhem leidt dit tot opgaven (periode tot 2020) in watergangen in ArnhemZuid (zie kaart Ambitie en inzet). Ambitieniveaus waterbeleid De lat voor het Arnhemse waterbeleid wordt hoger gelegd: van ambitieniveau waterbeheersend (‘schoon en voldoende’) naar het ambitieniveau klimaatadaptief (‘energie en koeling’). Verschillende, te onderscheiden ambitieniveaus kunnen als volgt worden getypeerd.

De niveaus vertegenwoordigen elk op zich een herkenbare eenheid van doelen: I Waterkerend is het basisniveau, waarin de veiligheid van Nederland tegen hoog water wordt geborgd (bouwsteen “veiligheid hoog water”). Dit is een van expliciete taken van Rijkswaterstaat en de waterschappen. II Waterbeheersend richt zich naast het basisniveau op het reguliere takenpakket van veel waterschappen en gemeenten (aanvullende bouwstenen “droge voeten”, “hygiëne / sanitatie” en “schoon & voldoende”); III Waterverbindend legt de verbinding tussen

het water en de omgeving. Vandaar dat bij dit niveau ook de bouwsteen “functiecombinatie” hoort. Het bereiken van een optimale functiecombinatie is een gemeenschappelijke taak en verantwoordelijkheid van waterpartners; IV Watersturend is de term voor het sturen van water op ruimtelijke kwaliteit, zowel gericht op structuurniveau als op objectniveau . Bij dit niveau hoort de bouwsteen “ruimtelijke identiteit”;

V Klimaatadaptief koppelt de mogelijkheden van water aan het omgaan met klimaateffecten. Water (neerslag) is niet alleen een deel van het probleem maar kan ook oplossingen bieden. De bouwsteen die daarbij hoort heet “energie en koeling”; VI Wateradapatief is het verst ontwikkelde synergetische niveau waarbij water niet alleen wordt ingezet voor het oplossen van klimaateffecten maar ook het adapterend vermogen van water in bredere zin wordt gebruikt.

35

2.4 Mobiliteit 2.4.1 Analyse Een vitale stad is een bereikbare stad. Bereikbaarheid bepaalt mede de aantrekkelijkheid van de stad voor inwoners, bedrijven en bezoekers. Bereikbaarheidsopgaven zijn complex door de groeiende mobiliteit, de zeer diverse vervoerstromen/-typen en zetten de aantrekkelijkheid van de stad onder druk. Het gaat dan vooral om leefbaarheid en milieukwaliteit van de woonomgeving en de aantrekkelijkheid van economisch belangrijke gebieden zoals de binnenstad. Hoe blijft Arnhem bereikbaar? De autoverkeersintensiteiten zullen bij ongewijzigd beleid in de periode 2011-2020 met zo’n 20% toenemen. Dat is eenzelfde groei die Arnhem ook doorgemaakt heeft in de periode 2000-2010.

2.4.2 Ambitie en inzet Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto-)verkeersruimte. Veiligheid, leefbaarheid, gezondheid en aantrekkelijkheid vormen belangrijke randvoorwaarden om tot duurzame verkeersoplossingen te komen. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Daarnaast laat een vergelijkende analyse met andere steden zien dat er in Arnhem nog het nodige te winnen valt door een consistent beleid dat inzet op het beïnvloeden van de vervoerwijzekeuze: inzetten op fiets en openbaar vervoer, waarbij vooral het versterken van het fietsgebruik binnen Arnhem-Noord en tussen Noord en Zuid kansrijk is. Hetzelfde geldt voor het gebruik van het openbaar vervoer in ArnhemZuid. Samengevat, essentie mobiliteitsbeleid: een bereikbare stad onder de voorwaarde van leefbaarheid en veiligheid door: • inzetten op fiets en openbaar vervoer en • beter benutten van de bestaande verkeersruimte 36

en pas bij onvoldoende effect ervan inzetten op uitbreiden van de auto-verkeersruimte.

2.4.3 Uitwerking ambitie en inzet Fiets en te voet Arnhem zet vol in op de fiets om zo de stad bereikbaar te houden. Het fietsbeleid heeft twee doelen: − Het faciliteren van de bestaande fietsers en − het verleiden van de nieuwe fietser (de fietser die nu nog in de auto zit). Het gaat daarbij om een samenhangend fietsnetwerk, comfort, snelheid, veiligheid, stallingvoorzieningen, overstapmogelijkheden, laadpunten voor de elektrische fiets, enzovoorts. Hoe zet Arnhem vol in op de fiets? − Inzet op de realisatie van snelfietsroutes, comfortabele verbindingen met voorrang boven ander verkeer. De volgende verbindingen vormen onderdeel van de hoogste categorie binnen het Arnhemse netwerk: o Aanleg van het RijnWaalpad tussen Arnhem en Nijmegen o Verbetering van de bestaande route ArnhemZevenaar. o Fietsroutes tussen Arnhem-Velp-Rheden en Arnhem-Oosterbeek-Renkum Een belangrijke ontwikkeling is de opkomst van de elektrische fiets. Deze ontwikkeling biedt extra kansen voor steden met natuurlijke hoogteverschillen zoals Arnhem, voor een bevolking die vergrijst en voor langeafstandfietsers: de actieradius wordt door de elektrische fiets verdubbeld. Direct ook één van de aanleidingen om de vervoerwijze fiets door regionale afstemming meer concurrerend te laten zijn met de auto. De inzet is gericht op hoogwaardige doorgaande verbindingen tussen de kernen in de regio.

− Een nieuwe Rijnkruisende verbinding aan de westkant. In het kader van een tracéstudie worden een route langs de huidige spoorbrug en een route door Meinerswijk verkend, begroot en met elkaar vergeleken. Daarna kan een tracékeuze worden bepaald. − Een nieuwe verbinding is gedacht tussen de zuidelijke binnenstad en het Stadsblokkengebied.

Een verbinding via een pontveer is onderdeel van studie. De verbinding is een investering in de aantrekkelijkheid van de binnenstad en in de bereikbaarheid van het hart van de stad aan weerszijden van de rivier. − Een nadere verkenning vindt plaats naar een fietsverbinding Pleijweg-Nieuwe Havenweg. − Inzet op fietsparkeren. Bij Velperpoort is nog een grote behoefte aan extra stallingsplaatsen (zie ook hoofdstuk 3/ Koersgebieden/ stationsknoopunt Velperpoort). In het kader van Rijnboog is een stalling met 1.000 plaatsen gedacht in het Nieuwstraatgebied en een stalling in/bij het Kenniscluster.

Uitgangspunten - Een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het fietsnetwerk is de maaswijdte. Plaatselijk zijn investeringen gewenst in verkleining van deze maaswijdte. Concreet betekent dit inzet op de aanleg van kortsluitende verbindingen. - Inzetten op de ontwikkeling van hoogwaardige doorgaande verbindingen; de snelfiets¬routes zoals ze in regionaal verband zijn vastgesteld. - Hoogwaardige stallingsvoorzieningen zijn nodig om het gebruik van de (dure) fiets te faciliteren. Ook oplaadpunten voor de elektrische fiets zijn gewenst. - Inzet van fietsbeleid heeft vooral betrekking op het utilitaire fietsgebruik: de ritten

( ! ( ! ! (

( !

´

( !

! ( ( .! ! ( !

( !

( ! ! (

´

( !

! ( ( .! !

( ! ( ! ( ! ( !

0

Fietsnetwerk Fietsnetwerk 2020- doorkijk 2040 2020- doorkijk 2040

Fietsnetwerk

Fietsnetwerk

0,5

1

0

0,5

2 Kilometers

Fietsenstalling

Regionaal hoofdnetwerk (snelfietsroute) Regionaal hoofdnetwerk Stedelijk hoofdnetwerk (snelfietsroute)

( !

Bestaand

. !

Nieuw

kortsluitende verbindingen

Stedelijk hoofdnetwerk

Fietsenstalling ( !

Bestaand

. !

Nieuw

Aanvullend hoofdnetwerk

kortsluitende verbindingen

kortsluitende verbindingen

Aanvullend hoofdnetwerk kortsluitende verbindingen

Fietsnetwerk, ambitie en inzet 37

1

naar school, werk en voorzieningen. Bij investeringsbeslissingen kansen benutten om utilitair en recreatief te combineren. Bestemmingen met een grote verplaatsingsbehoefte zijn: - onderwijsvoorzieningen (vooral voortgezet onderwijs) - werkgelegenheidsconcentraties - hoofd- en wijkwinkelcentra - trein- en busstations. In de laatste categorie is de fietsrit onderdeel van een ketenverplaatsing tussen herkomst en bestemming. Hiermee zijn ook autoritten over grotere afstanden vervangbaar door (een combinatie van) andere vervoerwijzen. Ketenverplaatsingen zijn ook een belangrijk aandachtspunt van beleid van het rijk en de stadsregio. Ketenmobiliteit stelt onder meer eisen aan de kwaliteit van de overstapvoorziening, vooral van goede stallingen. Scholen voor voortgezet onderwijs zijn een belangrijke fietsbestemming, ook over grotere afstanden. Het basisonderwijs trekt fietsers over kleinere afstanden, voornamelijk binnen de wijk. Bovendien betreft het jongere kinderen, vaak onder begeleiding van volwassenen. Belangrijkste aandachtspunt is hierbij de verkeersveiligheid. Voetgangersrelaties, van belang op de schaal van de stad, vragen aandacht.

Het gaat daarbij om een “uitrol” van de binnenstad via aantrekkelijke voetgangersverbindingen naar bestemmingen buiten de singels en belangrijke aanlooproutes naar de binnenstad vanuit Arnhem Centraal, station Velperpoort, parkeergarages en bushalten (zie hoofdstuk 3.3.1 Binnenstad). Naast de specifieke voetgangersverbindingen vormt de oversteekbaarheid van de hoofdwegen in z’n algemeenheid een aandachtspunt. De beleidsambities worden verder uitgewerkt in de Beleidsnota Fietsverkeer (in procedure). Openbaar vervoer: trein, bus en boot Arnhem zet vol in op openbaar vervoer om zo de stad bereikbaar te houden. Het doel ervan is tweeledig: - het openbaar vervoer op peil houden voor de huidige reizigers en - het openbaar vervoer zo aantrekkelijk maken 38

dat het een serieus alternatief vormt voor de automobilist. In Arnhem is het reizigerspotentieel voor openbaar vervoer in Arnhem nog steeds groter dan het aantal actuele gebruikers. Er wordt daarom vol ingezet op openbaar vervoer om nieuwe reizigers te verleiden van de trein en de bus gebruik te maken. De stadsregio Arnhem Nijmegen verbetert de bereikbaarheid per spoor door te investeren in StadsregioRail. Een concept voor meer stoptreinen op bestaand spoor, enkele nieuwe stations en betere aansluitingen van bus en trein. StadsregioRail vormt de drager van het openbaar vervoer in de regio. Ook de andere vormen van vervoer (fiets, bus en auto) worden steeds beter bij deze ruggengraat van de stadsregio(rail) aangehaakt. Hoe zet Arnhem in op het openbaar vervoer? Er wordt een onderscheid gemaakt in trein, bus en – op termijn wellicht – boot. Trein Arnhem is goed ontsloten per trein en heeft als enige gemeente buiten de Randstad een HSTstation. Naast de internationale trein – de ICE – halteren intercitytreinen noord-zuid en oost-west in Arnhem. Daarnaast doen regionale en overige stoptreinen Arnhem aan. Het belangrijkste knooppunt voor vervoer is station Arnhem-Centraal. Verder kent Arnhem de stations Arnhem-Velperpoort, Arnhem-Presikhaaf en Arnhem-Zuid. − Studie wordt gedaan naar realisatie van potentiële nieuwe stations Arnhem-Pleij en Arnhems Buiten.

Dit zijn voor de stad en de stadsregio de twee halteplaatsen aan de stadsregiorail (de stedelijke S-as) waarop regionaal het ruimtelijk programma en de vervoersstromen zich concentreren. De S-as is de ruimtelijk-economische ontwikkelingsas die loopt van Zevenaar/Didam naar Wijchen via de economische motoren Arnhem en Nijmegen. Het realiseren van station Arnhem-Pleij leidt tot een aanzienlijke opwaardering van het mobiliteitsprofiel van het oostelijke deel van de stad, met name de werkmilieus van IJsseloord-1 en -2, Het Broek en (delen) van het woongebied Presikhaaf. Inzet is om de HOV-buslijn ZevenaarArnhem-Wageningen-Ede dit station te laten aandoen, waardoor het op termijn de katalysator

moet gaan vormen in de revitalisering van deze werkmilieus. Een station Arnhems Buiten heeft grote betekenis voor de bereikbaarheid en ontwikkelingskansen van het nieuwe gemengde woon-werkmilieu dat in dit gebied voorzien is. Hoofdstuk 3.3.5 (Koersgebieden/ Stationsknooppunten), gaat in op deze twee wenselijke stationsknooppunten. − Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) introduceert in de ‘brede Randstad’ hoge frequenties (‘spoorboekloos reizen’). De bereikbaarheid van Arnhem profiteert hiervan door PHS op de lijn Schiphol-Utrecht-ArnhemNijmegen. Keerzijde is een mogelijke toename van het aantal goederentreinen door Arnhem (Elst-Zutphen en vice-versa). Dit is ongewenst. − Overige nieuwe spoorontwikkelingen: o Doortrekken Valleilijn – Amersfoort-Ede – naar Arnhem. o Haalbaarheidsstudie naar een directe spoorverbinding (verbinding zonder overstappen) Arnhem-Apeldoorn (ArnhemDieren-Apeldoorn dan wel Arnhem-ZutphenApeldoorn). o Haalbaarheidsstudie naar een treinverbinding Emmerich-Arnhem. o Ongelijkvloerse spoorkruising Arnhem-Oost (zgn. Velperbroekkruising). o Verbetermaatregelen afwikkeling spoor Arnhem-Zevenaar-Doetinchem.

en auto. Voorbeelden voor Arnhem zijn: o het opwaarderen en uitbreiden van het aantal P+R-terreinen, o opwaarderen van functievoorzieningen bij openbaar-vervoerknooppunten, o het uitbreiden van het aantal fietsenparkeervoorzieningen bij halten, o uitbreiding van dynamische reisinformatie op/bij perrons. − Een samenhangend en herkenbaar openbaar vervoer. In de regio en in de stad Arnhem moeten StadsregioRail en het HOV-netwerk de dragers vormen van het openbaar vervoer. Bijvoorbeeld: o de al gerealiseerde RijnWaalSprinter (lijn 300, Nijmegen-Bemmel-Huissen-Arnhem) o de HOV-lijn Velp-Arnhem-Elst-Nijmegen (Lijn 331 per dec. 2012) o de HOV-lijn Ede-Wageningen-ArnhemZevenaar. o Het trolleynetwerk optimaliseren tot een stedelijk HOV. Deze gewenste verbindingen op regioniveau maken ook deel uit van het programma van eisen voor de concessie 2013-2023.

Bus Via het Masterplan Openbaar Vervoer en de nieuwe concessie regionaal openbaar vervoer 2013-2023 ondergaat het openbaar vervoer per bus in de stadsregio een ingrijpende vernieuwing.

Arnhem zet bij de stadsregio in op een aantal aanvullende eisen ter verbetering van het lokale voorzieningenniveau: - Uitbreiding van het trolleynet naar Huissen, Westervoort en – op termijn – Elst. - Verbetering van de openbaar-vervoerontsluiting: o door het aanhaken van de woonwijken in Zuid met het Winkelcentrum Kronenburg en het station Arnhem-Zuid. o van de attracties in Arnhem-Noord, inclusief het Nationale Park De Hoge Veluwe. o van de bedrijventerreinen. o van de wijk Holthuizen.

Via het Masterplan Openbaar Vervoer 2008-2020 worden de volgende ambities gerealiseerd: − Ruimtelijke intensivering rond openbaarvervoerknooppunten. In Arnhem betreft dit naast de bestaande de toekomstige knooppunten Arnhems Buiten en Pleij. Hoofdstuk 3 gaat hier nader op in bij stationsknooppunten en de koersbeschrijving van het stedelijk milieu “Coehoorn”. − Verknopen van openbaar vervoer met de auto. Meer inzet op “ketenvervoer”; overstapmogelijkheden tussen fiets, bus, trein

Boot De structuurvisie spreekt over Arnhem als drieeenheid: de rivierzone oftewel “de stad aan de rivier”, die “de stad op het zand” (Noord) verbindt met “de stad in de polder” (Zuid). Vervoer over water kan letterlijk de verbinding tussen Noord en Zuid leggen, bijvoorbeeld via een watertaxi met zig-zagbeweging Schuytgraaf – Arnhems Buiten – Stadsblokken – BinnenstadKleefse Waard/Koningspleij Noord. Middels een stadsregionale studie worden de mogelijkheden van vervoer over water in Arnhem uitgewerkt. 39

Samengevat maatregelen – openbaar vervoer - onderzoeken optie: nieuwe stations Pleij en (na 2020) Arnhems Buiten - vermijden toename (overlast) goederentreinen door de stad - doortrekken Valleilijn (trein Amersfoort-Ede) naar Arnhem - onderzoeken directe spoorverbinding Apeldoorn-Arnhem - onderzoeken treinverbinding Arnhem-Emmerich - realiseren regionale HOV-assen door Arnhem, ondersteund door “daar waar mogelijk” lokale businfrastructuur of gelijkwaardige oplossingen. - het optimaliseren van het trolleynetwerk tot een stedelijk HOV-netwerk. - verbeteren van de openbaarvervoerbereikbaarheid van winkelcentrum Kronenburg (vanuit Arnhem-Zuid en de omliggende gemeenten) en van het nieuw

in te richten zuidelijk deel van de binnenstad (Rijnboog). - opwaarderen en uitbreiden van functievoorzieningen bij OV-knooppunten, P+Rterreinen en halten. - uitbreiden van het duurzame trolleynetwerk van Arnhem in de stad en naar omliggende kernen (Huissen, Westervoort en op langere termijn Elst). - realiseren beter openbaar vervoer naar bedrijventerreinen en zo mogelijk naar de wijk Holthuizen. - verbeteren van de verbindingen tussen Arnhem CS en attracties in Arnhem-Noord en het Nationaal Park De Hoge Veluwe. - verbeteren van de verbindingen vanuit de wijken van Arnhem-Zuid naar station Arnhem-Zuid en naar omliggende kernen. - onderzoeken optie watertaxi.

´

! H ! H

! (

Oosterbeek

! ( ! (

Arnhems Buiten

! (

! (

Velp

Arnhem Presikhaaf

Arnhem Velperpoort

Arnhem

! ( # *

Arnhem Pleij

! ( Tr

ol le y

! ( ! ( y Trolle

! ( Arnhem zuid ! (

Westervoort

Tro lle y

Netwerk Openbaar Vervoer 2020- doorkijk 2040 HOV net

40

Snelnet

Sternet

bestaand

bestaand

bestaand

nieuw

nieuw

nieuw

Trolley Uitbreiding trolleynet

Treinstations ! ( bestaand ! ( studie

# *

Ongelijkvloerse spoorkruising in voorbereiding Vervoer over water in studie

P+R ! ( P+R bestaand ! H P+R in studie

Auto Arnhem zet vol in op fiets en openbaar vervoer om zo de stad bereikbaar te houden.

Hoe doet Arnhem dat?

Maar Arnhem zet ook in op de vervoerwijze auto. Voor de bereikbaarheid van veel economische kerngebieden blijft de auto van belang. Ook de aandacht voor de kwaliteit van de autoverkeersafwikkeling blijft onverminderd. Onderdeel van het Arnhemse mobiliteitsbeleid is het beter benutten van de bestaande verkeersruimte. Dit gebeurt met technische hulpmiddelen die meer afwikkelcapaciteit tot gevolg hebben en spitsmijdende maatregelen.

De personenauto is zowel in de stad Arnhem als in de regio Arnhem-Nijmegen het meest gebruikte vervoermiddel. Van alle verplaatsingen binnen Arnhem is 55% per auto. Van alle verplaatsingen tussen Arnhem-Noord en Arnhem-Zuid is 61% per auto. Van alle externe verplaatsingen naar de regio en de rest van het land is het aandeel van de auto nog hoger, te weten 74%. Opvallend is verder dat het autoaandeel bij externe verplaatsingen van en naar Arnhem-Zuid hoger is dan van en naar Arnhem-Noord. !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

´

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! H

!

!

!

! H

!

!

!

! !

!

!

! !

!

!

! ! !

!

!

!

!

! !

! !

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! ! !

!

!

! ! !

! !

!

! !

!

!

! !

!

!

! (

! !

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

! (

! !

!

!

! !

!

! ! !

!

! ! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

! !

!

!

!

!

!

!

Netwerk Auto 2020 - doorkijk 2040

Stroomwegen Stroomwegen

Gebiedsontsluitingswegen 1e orde 2e orde Te onderzoeken verbinding

! ( ! H

P+R bestaand P+R in studie

Verblijfsgebieden Bedrijventerrein

Poort

41

- De “ruit” rond Arnhem. Arnhem ondersteunt het afronden van de ‘echte ruit’ rond Arnhem door het doortrekken van de A15 naar de A12. De A50, A12 en A15 vormen dan de ruit. Ook ondersteunt Arnhem de verbreding van de A12 (WaterbergVelperbroek en Ede-Grijsoord). Arnhem monitort de gevolgen van een steeds robuuster extern hoofdwegennet. Komt de voorspelling uit dat de druk op de “poorten” van de stad toeneemt? (Zie MobiliteitsAanpak stadsregio Arnhem Nijmegen, 2011). Of leidt het robuuste externe hoofdwegennet tot minder belasting op het onderliggende wegennet? Verkeersgegevens zullen de komende jaren hierop antwoord geven en uitwijzen of de Arnhemse mobiliteitsaanpak efficiënt is of aanpassing behoeft; - Het lokale hoofdwegennet. Arnhem hanteert vooralsnog het bestaande lokale hoofdwegennet. Centrumring en radialen in Noord en de hoofdwegen in Zuid blijven belangrijk voor de afwikkeling van het stedelijke verkeer. Ook diverse verbindingen tussen de radialen blijven daarvoor belangrijk. Op twee locaties wordt studie gedaan naar structuur- en navenante wegaanpassingen op het Arnhemse hoofdwegennet: o de verbinding in Arnhem-West tussen de Amsterdamseweg en de Utrechtseweg ter oplossing van een leefbaarheidsknelpunt in Lombok/Heijenoord en voor een betere ontsluiting van Arnhem-West, in het bijzonder Arnhems Buiten; o de Weerdjesstraat.

Binnen het Rijnboogproject is een studie gaande over functie en vorm van de Weerdjesstraat. Het belang van de centrumring – waar de Weerdjesstraat onderdeel van uitmaakt – overstijgt het projectniveau; - Vormverbeteringen van de radialen als de Velperweg (tussen Huyghenslaan en gemeentegrens), de Amsterdamseweg (tussen Jacob Marislaan en station), de Apeldoornseweg (tussen spoor en Kluizeweg) en de Oude Zevenaarseweg; - Maatregelen gericht op verbetering van de afwikkeling op de hoofdwegen blijven mogelijk. Beter benutten Met maatregelen op het vlak van (dynamisch) verkeersmanagement DVM en mobiliteitsmanagement wordt ‘beter benutten’ ingevuld. 42

(Dynamisch) verkeersmanagement DVM Verkeersmanagement is het stroomlijnen van vraag en aanbod in het verkeer naar tijd en plaats met als doel de optimalisering van de doorstroming in evenwicht met veiligheid en (leef)milieu. Verkeersmanagement betreft verkeerslichtenregelingen, doseringsstrategieën en verkeersinformatie. Verkeersmanagement is in beweging. Actueel is de term dynamisch verkeersmanagement. De conventionele vormen als kruispuntregeling, signalering en toeritdosering krijgen uitbreiding met nieuwe systemen waarin bijvoorbeeld apparatuur in voertuigen (navigatiesystemen en mobiele telefoons) en in centrales of aan de wegkant samenwerken/communiceren. Wegbeheerders proberen de kwaliteit van de verkeersregelingen te verbeteren en ook deze in te zetten voor vermindering van luchtverontreiniging en brandstofverbruik. Verkeersmanagement en vormgeving van de infrastructuur gaan hand in hand. Er komen steeds meer nieuwe toepassingen om dynamisch verkeersmanagement effectief en betrouwbaar te kunnen inzetten. Op regionaal niveau is het programma SLIM (Samen Leidend in Mobiliteit) operationeel. Het is van belang dat het verkeer op de regioring – zie kaart – doorstroomt; elders wordt enig oponthoud toegelaten ten gunste van de doorstroming op de regioring.

Op lokaal niveau doet Arnhem hetzelfde: aangeven hoe het verkeer rijdend te houden en waar wachtende voertuigen “neer te zetten”. Op dit moment gebeurt dit op het niveau van de centrumring; verkeer op de ring moet rijden en verkeer vanaf de radialen wordt toegelaten afhankelijk van de capaciteit van de centrumring. Straks worden wachtende automobilisten mogelijk meer verplaatst naar de randen van de stad (met minder effect van luchtverontreiniging voor aanwonenden) en wordt de eis van doorstroming uitgebreid naar de radialen. Mobiliteitsmanagement Naast verkeersmanagement bestaat mobiliteitsmanagement. Dit is het organiseren van slim reizen en vormt de zachtere component van gedragsbeïnvloeding naast de harde beïnvloeding via verkeersregelingen. Vervoersmanagement maakt hier onderdeel

van uit. Het doel van mobiliteitsmanagement is onder andere om in het bijzonder werknemers te bewegen buiten de spits te reizen. Het Nieuwe Werken ondersteunt dit streven Parkeren Parkeren bij de verschillende vestigingsmilieus De structuurvisie onderscheidt verschillende vestigingsmilieus, zoals bedrijventerreinen, kantorenmilieus, gemengde woon-werkgebieden en verblijfsgebieden. De vestigingsmilieus hebben hun eigen parkeernormering. Onderscheid wordt gemaakt tussen parkeren in gebouwde voorzieningen en parkeren op maaiveld (waarbij het aantal parkeerplaatsen niet resp. wel aan een maximum is gebonden). De parkeernormering is opgenomen in de beleidsregels parkeren van de gemeente Arnhem.

invoeren. Plus het benutten van kansen voor parkeren in gebouwde voorzieningen. Bijvoorbeeld gebouwde parkeervoorzieningen die zowel bezoekersparkeren faciliteren als bewonersparkeren. Voorbeelden zijn: omgeving Velperpoort (zie hoofdstuk 3 /Koersgebieden/ Stationsknooppunt Velperpoort) en Gele Rijdersplein/ Arnhem Centraal.

Parkeren binnenstad Bezoekers binnenstad. - In de binnenstad of op loopafstand van de binnenstad zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig. - Geleidelijk omzetten van straatparkeerplaatsen in plaatsen in gebouwde voorzieningen. - Transformeren van alle grote pleinen zoals Markt, Trans, Gele Rijdersplein, Catharinaplaats en Koningsplein in autovrije en aantrekkelijke openbare ruimtes. - Parkeergarages liggen vlak bij de centrumring (buitensingels en Weerdjesstraat) en zijn direct bereikbaar vanaf de centrumring. Het verkeer van en naar de garages tast de verblijfskwaliteit van het openbaar gebied niet aan en kruist busbanen en belangrijke fietsroutes ongelijkvloers. Bewoners binnenstad. - Voldoende parkeerplaatsen voor bewoners aanwezig. - Bewoners parkeren met name in gebouwde voorzieningen. Parkeren in wijken rondom de binnenstad In de wijken rondom de binnenstad is sprake van parkeeroverlast veroorzaakt door parkeerders die hun bestemming in de binnenstad hebben, door een toename van het autobezit van de wijkbewoners en het aantal woonadressen in deze wijken. De gemeente gaat hier in overleg met de belanghebbenden parkeerregulering 43

2.5 Energie 2.5.1 Analyse In het protocol van Kyoto zijn wereldwijd afspraken gemaakt over het terugdringen van de emissie van broeikasgassen. Voor Nederland geldt voor de periode 2008-2012 een reductieverplichting van 6%, ten opzichte van 1990. De rijksoverheid heeft in 2007 het doel geformuleerd om in 2020 20% van de benodigde energie duurzaam op te wekken, 30% reductie in CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 te hebben bereikt en tot dan per jaar 2% energie-efficiëntie te realiseren. CO2 komt vooral vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen ten behoeve van onze energievoorziening. De meest logische oplossing voor het indammen van de CO2-uitstoot is het gebruik van duurzame energiebronnen. Wanneer binnen de gemeentegrenzen net zo veel energie wordt opgewekt als wordt gebruikt, leidt dit tot volledige energieneutraliteit. Uit onderzoek blijkt dat circa 30% van de totale energiebehoefte van Arnhem op het eigen grondgebied kan worden opgewekt. Het totale energieverbruik in Arnhem bedraagt 15.626 TJ (TeraJoule=1012 Joule) per jaar, verdeeld over de hieronder genoemde verbruikers. De CO2 uitstoot die hierbij hoort is ruim 1200 kiloton CO2 per jaar (bron: nulmeting 2007).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=d93123cf-75eb-450d-9eb9-176bd328f10b