CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Schijnparticipatie in Arnhem (27-02-2023) - gericht aan de werkgroep Burgerparticipatie

Politieke Avond 31 januari 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: 18.45 uur - 20.15 uur: Agenderingsverzoek 'Prinshendrikstraat Zuid'19.899 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Notitie voor de werkgroep ”burgerparticipatie” van de gemeenteraad van Arnhem

Schijnparticipatie in Arnhem 27 februari 2023

Geachte raadswerkgroep Burgerparticipatie,

Inleiding U heeft eind vorig jaar Anne Elise Saris, bewoner van de wijk Spijkerkwartier, uitgenodigd om samen met een andere bewoner, Arnold Brouwer, in te spreken op de eerstvolgende bijeenkomst van uw werkgroep over het onderwerp ”burgerparticipatie in Arnhem”. In januari 2023 heeft Anne Elise mij gevraagd namens haar in te spreken. Ik heb daar toen mee ingestemd. De bijeenkomst stond toen nog gepland voor 25 januari 2023. Later is de bijeenkomst uitgesteld tot 8 maart 2023. Ik ben dan verhinderd. Van Anne Elise heb ik begrepen dat zij nu alsnog zelf wil inspreken. Zij heeft mij gevraagd of zij enkele teksten van mij als ”onderlegger” aan u mag toesturen, ter voorbereiding van die bijeenkomst. Het betreft impressies, een analyse en conclusies over hoe burgerparticipatie in Arnhem in de praktijk nu werkelijk (dis)functioneert. Ik heb deze teksten al eerder gedeeld met Bob Roelofs, de wethouder met het onderwerp ”burgerparticipatie” in zijn portefeuille, tevens wijkwethouder van het Spijkerkwartier. Mogelijk neemt hij deel aan uw werkgroep. Inhoudsopgave: 1

Conclusies n.a.v. mijn waarnemingen van gepretendeerde ”burgerparticipatie” in drie recente trajecten in het Spijkerkwartier/Statenkwartier (Statenlaan, Parkstraat, Prins Hendrikstraat Zuid), alsmede een korte mailwisseling naar aanleiding daarvan met wethouder Roelofs over het vraagstuk ”bestuurlijke verantwoordelijkheid” Pag. 2

2

Gespreksverslag 2 nov. 2022 overleg Roelofs met drie bewoners - het overslaan van participatie m.b.t. Statenlaan; samenvatting v.d. daaruit voortvloeiende rechtszaak Pag. 8

3

Impressie participatiebijeenkomst op 29 november 2022 m.b.t. Parkstraat. Beslissing bleek al te zijn genomen. Een deel van deze impressie was als bijlage gevoegd bij de protestbrief van bewoners aan de gemeenteraad, d.d. 21 december 2022 Pag. 19

4

Impressie participatiebijeenkomst op 17 januari 2023 m.b.t. Prins Hendrikstr. Zuid Pag. 26

5

Analyse over”trechteren” en ”micro-keuzes” in participatietrajecten

Pag. 36

6

Nawoord ter verantwoording

Pag. 40

Ik ben benieuwd of uw werkgroep een manier vindt om in de praktijk te bewerkstelligen dat de gemeente Arnhem stopt met het organiseren van pseudo-participatie (schijnparticipatie) en alsnog overgaat, mede met het oog op de Omgevingswet, tot het realiseren van echte burgerparticipatie. Met vriendelijke groet, Michiel Jonker 1

1

Conclusies m.b.t. Arnhemse pretentie van burgerparticipatie

Van: Michiel Jonker Aan: Bob Roelofs <bob.roelofs@arnhem.nl> Cc: [zes actieve bewoners] Datum: 29-01-2023 11:31 EET Onderwerp: Conclusies tav Arnhemse pretentie burgerparticipatie Hallo Bob, Aanleiding voor dit bericht zijn de antwoorden d.d. 24 januari 2023 die het Arnhemse College van Burgermeesters en Wethouders heeft gegeven op de schriftelijke vragen van het gemeenteraadslid G.A.A. Luurssen, mede naar aanleiding van de protestbrief d.d. 21 december 2022 van bewoners van de Parkstraat en de Prins Hendrikstraat. Ik heb de antwoorden van het College gelezen. Die komen op mij over als een muur van woorden, waarmee het College de geuite kritiek over het ontbreken van werkelijke participatie onder het vloerkleed probeert te vegen. In de kern zendt het College hiermee de boodschap uit dat de gemeente het op het gebied van burgerparticipatie best goed doet en ook goede bedoelingen heeft, maar alleen grenzen moet stellen aan wensen van burgers die volgens het College niet gehonoreerd "kunnen" worden. Impliciet worden de burgers hiermee weggezet als onredelijk, alhoewel dit door het College ongetwijfeld ook weer zal worden ontkend. Jij bent de wethouder in dit College die gaat over het onderwerp "burgerparticipatie".

De afgelopen maanden heb ik vier substantiële gesprekken met je mogen voeren, en twee korte nagesprekjes aan het eind van de bijeenkomsten op 29 november 2022 (over Parkstraat) en 17 januari 2023 (over Prins Hendrikstraat). Daarnaast heb ik met enkele van jouw ambtenaren nagesprekjes gevoerd. Ik heb kunnen volgen hoe jij als wethouder "burgerparticipatie" omgaat met drie trajecten op het gebied van ruimtelijke ordening in de wijk waar ik woon: Statenlaan, Parkstraat en Prins Hendrikstraat. Op grond van die ervaringen is het voor mij nu mogelijk om bepaalde conclusies te trekken. Daarnaast is het voor mij ook nodig om op dit punt conclusies te trekken, omdat het van mij als burger tijd en energie vergt om deze trajecten te volgen en er gedachten over te formuleren en te delen met gemeentefunctionarissen (bijvoorbeeld de impressies van de twee bewonersbijeenkomsten die ik jou heb toegestuurd). Ik moet mijn eigen tijd en energie voldoende beschermen en proberen die niet te veel te verspillen aan zinloze of zelfs contraproductieve activiteiten. Ik heb de volgende conclusies getrokken: --- Attitude en benadering van de kant van de gemeente --(1) Jij als wethouder "burgerparticipatie" stelt jezelf niet in dienst van de bevordering van echte burgerparticipatie.

In plaats daarvan stel je jezelf met prioriteit in dienst van de bevordering van een toneelstuk van burgerparticipatie en het verdedigen en doorzetten van de wensen van jouw ambtenaren. Je gaat geen werkelijke dialoog aan met burgers zoals ik. Je probeert burgers te verleiden met mooie woorden, maar je gaat niet in op bepaalde vragen, je verschuilt je achter diezelfde mooie woorden en je gebruikt je ambtenaren als buffer tussen jezelf en kritische groepen burgers op bijeenkomsten. Je richt je op het scheppen van een prettige sfeer. Zodra dat niet lukt komt de aap uit

2

de mouw en trek je één lijn met ambtenaren die tegenover burgers een autocratische houding aannemen. (2) Omdat er in Arnhem, zoals bij zoveel lokale, regionale en nationale overheden, geen sprake is van werkelijke democratie (waarin "volksvertegenwoordigers" conform de Grondwet zonder last of ruggespraak hun vertegenwoordigende rol vervullen), maar van coalitiepartijen die het zittende bewind hoe dan ook steunen zolang er niet tijdelijk een iets te groot schandaal plaatsvindt, is er geen realistisch uitzicht dat jij of het College tijdens jouw wethouderschap op dit punt door de gemeenteraad effectief zou worden gecorrigeerd. (3) Dit maakt de kans dat het in Arnhem onder jouw wethouderschap tot werkelijke burgerparticipatie zal komen, heel klein. Ik twijfel er niet aan dat je het toneelstuk van burgerparticipatie verder zult vormgeven, en daarbij ook gebruik zult maken van het materiaal dat ik jou daarvoor met mijn gespreksimpressies ongewild heb aangeleverd. In voorkomend geval zullen de antwoorden van het College op kritische vragen nog uitgebreider en wolliger worden, voor elk punt van kritiek zal een rhetorisch afweermiddel worden bedacht waarmee dat punt politiek zal worden geneutraliseerd, in plaats van werkelijk geadresseerd.

--- Inhoudelijke zaken waarover de gemeente weigert in dialoog te gaan --(4) Een kernelement van de boodschap van het College aan de raadsleden is dat burgers mogen participeren, maar wel binnen de "kaders" die de gemeente stelt. In concreto ging dat bijvoorbeeld over de door de gemeente gekozen "norm" (lees: wens) om parkeerplaatsen voor auto's groter te maken dan ze in de uitgangssituatie waren (door bewoners de "SUV-norm" genoemd). Door politiek zulke "kaders" te stellen, maar tegelijk te verdoezelen dat dat politieke keuzes zijn, maakt de gemeente het onmogelijk om tot een dialoog met bewoners te komen over de vermeende nut en noodzaak van deze politieke keuzes, en daardoor ook om tot een door bewoners breed gedragen oplossing tekomen. (5) Op de achtergrond lijkt hier een wens van het College mee te spelen om het aantal auto's in de wijk te verminderen door auto's "weg te drukken" door middel van een stapsgewijze vermindering van het aantal parkeerplaatsen in de wijk. Het gaat hier om zogeheten "nudging" - met andere woorden: manipulatie van de kant van de gemeente om bewoners te dwingen tot een andere levensstijl. Over de consequenties van deze wens en dit deels ongeschreven beleid communiceert het College niet open met de bewoners.

Met andere woorden, over twee wezenlijke zaken weigert de gemeente een dialoog aan te gaan met bewoners: - nut en noodzaak van bepaalde "kaders"; - de werkelijke agenda van de gemeente die tot zulke "kaders" leidt. (6) De gevolgen van deze houding en aanpak van het College voor andere straten dan de Parkstraat en de Prins Hendrikstraat (namelijk verplaatsing van parkeerdruk naar omliggende straten) wordt al helemaal niet besproken met bewoners van die omliggende straten. In mijn eigen straat heb ik gezien dat de parkeerdruk sinds de invoering van het vergunningstelsel geleidelijk aan weer steeds verder toeneemt, terwijl dat stelsel juist expliciet bedoeld was om aan een te grote parkeerdruk een eind te maken. Dat was de kern van de rechtvaardiging daarvan. Ik heb zelf geen auto (mede omwille van het milieu), maar heb wel last van verkeersbewegingen door mijn straat. Wat de gemeente met de ene hand heeft gegeven bij de invoering van het vergunningstelsel (in ruil voor hoge parkeertarieven), neemt de gemeente met de andere hand nu stilletjes en geleidelijk weer weg. Maar het gratis parkeren geeft de gemeente niet terug aan de bewoners. 3

(7) Een vergelijkbare weigering van de gemeente om een echte dialoog aan te gaan, doet zich ook voor met betrekking tot afwegingen ten aanzien van het behoud of kappen van bomen en de aanplant van nieuwe bomen. Ook daar stelt de gemeente "kaders" of "normen" zonder over die door de gemeente gekozen kaders of normen in discussie te willen gaan, terwijl die kaders en normen ondertussen wel de door burgers meest gewenste oplossingen uitsluiten. --- Hoe verhoud ik me als burger tot een autocratisch gemeentelijk regime --(8) Als bewoners hebben we dus te maken met een gemeente die autocratisch opereert, maar tegelijk voorwendt dat er sprake zou zijn van "democratie" (dat wordt opgevat als één keer in de vier jaar een stemhokje mogen aanvinken - net zoals dat in het Rusland onder Poetin ook mag) en van "burgerparticipatie". In een land als Nederland wordt het aan burgers niet verboden om te roepen dat dit geen echte democratie en geen echte burgerparticipatie is. Burgers mogen dit roepen, maar de inhoud van wat zij roepen, wordt door het overheidsapparaat normaliter eenvoudigweg genegeerd. Als burgers zichzelf en voldoende oppositionele gemeenteraadsleden weten te mobiliseren, wordt de inhoud van de kritiek weggedrukt met behulp van een muur van woorden, waarmee het gemeentebestuur zichzelf meent te rechtvaardigen.

(9) Het politieke en bestuurlijke circuit van een gemeente als Arnhem continueert deze autocratische houding en werkwijze door middel van coöptatie van nieuwe ambtenaren en politici die er dezelfde mentaliteit op na houden. Wie deze mentaliteit niet heeft, komt namelijk in een heel akelige omgeving terecht. Er is mij bijvoorbeeld herhaaldelijk gevraagd waarom ik met mijn inzichten niet de gemeentepolitiek in ga. Mijn antwoord is steeds dat ik mij doodongelukkig en gestresst zou gaan voelen als ik dagelijks met een grote meerderheid van mensen zou moeten omgaan die vasthouden aan hun geloof in hun eigen fantasieën en in hun eigen voortreffelijkheid, en die zich niet bewust wensen te zijn van hoe zij met hun gedrag veel bewoners van Arnhem schade toebrengen. Er bestaat slechts een kleine minderheid van politici die, althans wanneer zij in de oppositie zijn, bereid zijn de luis in de pels te zijn van die autocratische machine. (10) In de meeste gevallen zal het gemeentebestuur goed wegkomen met deze benadering. Veel bewoners zullen, na deelname aan een door de gemeente opgezet toneelstuk met in de hoofdrollen een "wethouder burgerparticipatie" en "Teams Leefomgeving", het gevoel hebben dat ze "gehoord" zijn en dat er een redelijk compromis is uitgekomen. Dat is namelijk de functie van het toneelstuk en de reden waarom er veel belastinggeld aan wordt gespendeerd.

(11) Jij voelt je prima thuis in deze autocratische machine. Je hebt in ons gesprek op 20 oktober 2022, in het toenmalige café Metropole, tegenover mij aangegeven dat je geen volgende termijn als wethouder ambieert en dus ontspannen en onafhankelijk kunt omgaan met de problematiek die je als wethouder "burgerparticipatie" tegenkomt. Ik heb onderzocht of dat echt zo is. Mijn conclusie is dat je inderdaad relatief ontspannen met de materie omgaat, waarbij je vertrouwt op je jarenlang geoefende vaardigheid met woorden en sociale vriendelijkheid. Maar je wilt niet onafhankelijk met de materie omgaan, en je wilt zelfs niet weten wat echte onafhankelijkheid is (dat zou maar tot cognitieve dissonantie leiden en dus jouw leven minder prettig maken). Je hebt je verbonden met een autocratisch bestuursapparaat en je houd je aan de ongeschreven spelregels daarvan. Dit is comfortabel voor jou. Je gedijt goed in de biotoop van het gemeentebestuur. (12) Voor mij als burger betekent jouw opstelling dat ik, met het oog op zowel mijn persoonlijke belang als het collectieve belang van bewoners, er goed aan doe bestuurders zoals jij zo min mogelijk te 4

voeden, zodat ik zelf zo min mogelijk door jullie leeggezogen word, en jij zo min mogelijk brandstof krijgt voor het opvoeren van jouw toneelstuk. Dit is deels vergelijkbaar met de manier waarop mensen het beste met psychopaten kunnen omgaan (zie bijv. Jan Storms - Destructieve relaties op de schop). Er is in feite sprake van een vorm van bestuurlijke sociopathie. Op 2 december 2022, in ons laatste uitgebreide gesprek, vroeg jij aan de door mij meegebrachte vertrouwenspersoon, die de hele tijd rustig had zitten te luisteren, om meer te vertellen over haar achtergrond. Zij antwoordde dat zij in het verleden wel eens actief was geweest om dingen voor bewoners te bereiken, maar dat zij op een gegeven moment had gekozen om verder zo min mogelijk met de gemeente te maken te hebben, omdat zij zo min mogelijk energie wilde verliezen aan zinloze interactie met de gemeente. Alleen omdat ik haar had meegevraagd als vertrouwenspersoon, was ze gekomen. (13) Dus terwijl jij verder gaat met het optuigen van een toneelstuk van burgerparticipatie en het onder het vloerkleed vegen van mensen die erop wijzen dat de keizer geen kleren aan heeft, zal ik zorgvuldig proberen te kiezen waar ik wel en geen energie aan besteed. Ik zal doorgaan met de jou bekende, lopende rechtszaak met betrekking tot mijn eigen straat. In dat kader zal ik blijven wijzen op het ontbreken van burgerparticipatie.

Maar voor een los daarvan staand, meer algemeen gericht, minnelijk traject zie ik op dit moment geen realistisch perspectief. Ik had wat ideeën over hoe ik de gemeente Arnhem zou kunnen helpen om tot kwalitatief goede burgerparticipatie te komen. Maar die ideeën ga ik nu niet met jou delen, omdat dat zinloos en zelfs contraproductief zou zijn. Gezien jouw attitude en mentaliteit, zou je ze alleen aangrijpen om je eigen toneelstuk te perfectioneren en je positieve beeld over je eigen handelen en jezelf verder op te poetsen. Dat is niet bevorderlijk voor werkelijke burgerparticipatie. Pas als ik in Arnhem tekenen zie van een realistische voedingsbodem voor de mogelijke groei van echte burgerparticipatie, zal ik opnieuw kijken of ik daarbij kan helpen. (14) Ik zal deze tekst, net als mijn impressies van de twee "participatiebijeenkomsten", delen met andere bewoners van de wijk waar ik woon (niet "mijn" wijk, want het is duidelijk dat die niet in handen is van bewoners, maar van het gemeentebestuur van Arnhem). Mogelijk zullen die bewoners het weer delen met sommige gemeenteraadsleden. Ieder kan er dan desgewenst zijn voordeel mee doen. --- Slotconclusie --(15) Mocht je je op enig moment in de toekomst afvragen waarom zoveel burgers zijn "afgehaakt" van "het democratische proces" of van "de samenleving", dan kun je het antwoord vinden in de spiegel.

Mochten er op enig moment ergens in Nederland gewelddadige protesten ontstaan, vergelijkbaar met de protesten afgelopen jaar m.b.t. de Stikstofcrisis, en mocht je je dan afvragen waar al die volkswoede vandaan komt, dan kun je het antwoord daarop eveneens in de spiegel vinden. Ik vind de manier waarop jij bestuurt, kortzichtig en onverantwoord. Met vriendelijke groet, Michiel Jonker

5

Op 29-01-2023 12:36 EET schreef Bob Roelofs <bob.roelofs@arnhem.nl>: Michiel, heldere taal, dankjewel! Waardeer de moeite die je neemt op jouw betrokkenheid met mij te delen! Ik mis in jouw analyse de blik op bestuurlijke verantwoordelijkheid. Dat hoeft ook niet, in ieder geval ben en blijf ik bereid met jou hierover in gesprek te gaan! Groet, Bob

Van: Michiel Jonker Aan: Bob Roelofs <bob.roelofs@arnhem.nl> Cc: [zes actieve bewoners] Datum: 29-01-2023 12:47 EET Onderwerp: Re: Conclusies tav Arnhemse pretentie burgerparticipatie Bob, Het laatste woord in mijn bericht is "onverantwoord". Dat gaat over bestuurlijke verantwoordelijkheid. Een bestuur dat zich achter de coulissen en decorstukken van een toneelopvoering isoleert van de werkelijkheid waarin bewoners leven, neemt geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor wat er in die werkelijkheid gebeurt. Groet, Michiel

Van: MJ: Michiel Jonker Aan: Bob Roelofs <bob.roelofs@arnhem.nl> Cc: [zes actieve bewoners] Datum: 30-01-2023 00:20 EET Onderwerp: Re: Conclusies tav Arnhemse pretentie burgerparticipatie Hallo Bob, In aanvulling op mijn onderstaande mailtje eerder vandaag, nog het volgende. De manier waarop jij reageert op mijn conclusies van vanochtend, illustreert het probleem. Je doet in die mail, naast het uitspreken van waardering, twee dingen: (1) Je verklaart dat je iets "mist" in mijn analyse, namelijk een visie op "bestuurlijke verantwoordelijkheid"; (2) Je verklaart je "bereid" om over het onderwerp opnieuw met mij in gesprek te gaan. Je doet hiermee twee keer dezelfde twee dingen, namelijk geen verantwoordelijkheid nemen en geen initiatief nemen. Beide keren leg je de bal terug bij mij, in plaats van die zelf op te pakken.

6

Ad (1): Waarom geef je niet zelf jouw visie op wat "bestuurlijke verantwoordelijkheid" in dit geval volgens jou inhoudt, en waarom die kennelijk niet inhoudt dat je met bewoners in dialoog gaat over de door de gemeente gekozen "kaders" en de achterliggende gemeentelijke agenda - of dat je een andere wethouder krachtig verzoekt om hierover met bewoners in een echte dialoog te gaan? Ad (2): Waarom geef je niet zelf aan dat jij met mij hierover in gesprek WILT gaan, en waarom vraag je me niet wat je kunt doen om dat voor mij alsnog weer zinvol te maken? In plaats daarvan leun je achterover, maar je schuift wel de verantwoordelijkheid om opnieuw in gesprek te komen, van je af. Jij hebt je immers "bereid" verklaard, en dan hoef je in jouw eigen ogen niets meer te doen. Dan moet Michiel maar weer moeite gaan doen en jou tactvol verzoeken of jij zo goedgunstig wilt zijn om in te stemmen met een concrete afspraak voor een nieuw gesprek. Dit zijn voorbeelden van de eerder door mij genoemde "micro-keuzes" die ik ambtenaren en bestuurders in zg. "participatie-" of andere overlegprocessen telkens zie maken. Op die manier creëren mensen zoals jij voor burgers geen mogelijkheid tot participatie, maar een uitputtingsslag als ze proberen om ECHT met je in gesprek te komen en zich niet te laten afschepen met wat franje en lieve, vrijblijvende, vage woordjes.

Kortom: (1) Ik mis in jouw reactie een analyse van jouw bestuurlijke verantwoordelijkheid en die van het College in relatie tot de betreffende casussen (Statenlaan, Parkstraat, Prins Hendrikstraat Zuid). Ik doel op een analyse waarin je de door mij geleverde inbreng betrekt en adresseert (d.w.z. erop ingaat). (2) Uiteraard ben ik ook "bereid" om met jou hierover in gesprek te gaan, in ieder geval als je op enige wijze aannemelijk kunt maken dat dat zinvol is - niet alleen voor jou, maar ook voor mij. Ik zou zeggen, zet eens wat op papier! Ik zal het met aandacht lezen. Of als het voor jou makkelijker is, spreek eens een MP4'tje in en stuur het me over de mail. Dan zal ik daarnaar luisteren en kijken of ik er wat zinnigs over kan zeggen. Mijn advies aan jou is: wacht niet op mij als je opnieuw met me in gesprek wilt komen. Het is effectiever als je zelf iets doet om dat te realiseren. Met afwachtende maar oprechte belangstelling, Groet, Michiel

7

2

Verslag gesprek met wethouder over perceel Statenlaan 6-8

door Michiel jonker

woensdag 2 november 2022, 14:00-15:00 uur, Stadhuis gemeente Arnhem Aanwezig: Dick van Aken, Michiel Jonker, Yolanda Kluen (omwonenden); Bob Roelofs (wethouder burgerparticipatie); Arno Tiernego (Team Leefomgeving gem. Arnhem). Aanleiding voor het gesprek was een door Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) gemaakte ontwerpbeschikking, strekkende tot een vergunning voor projectontwikkelaar Schipper Bosch om af te wijken van het bestemmingsplan voor het perceel Statenlaan 6-8. Naar aanleiding hiervan hadden verschillende omwonenden zienswijzen ingediend. Ook hadden zij verzocht om een gesprek met de wethouder om zo alsnog te komen tot burgerparticipatie over de plannen voordat er een definitief besluit zou worden genomen. Enkele dagen voorafgaand aan het gesprek, op 28 oktober, ontvingen de indieners van zienswijzen echter een brief van ODRA met de aankondiging dat er inmiddels definitief besluit was genomen (op 27 oktober). Naar aanleiding hiervan had de afgelopen dagen een mailwisseling tussen Jonker en wethouder Roelofs plaatsgevonden (zie bijlage), waarin Jonker had aangegeven dat omwonenden zich op deze manier natuurlijk niet serieus voelden genomen. ”Burgerparticipatie” die pas plaatsvindt als er al een besluit is genomen, is geen serieuze participatie.

Jonker had ook verzocht om intrekking van het besluit om alsnog ruimte te maken voor echte burgerparticipatie *** Direct voorafgaand aan het gesprek, wanneer men is gaan zitten, merkt Roelofs tegen Jonker op dat het feit dat ODRA juist nu een definitief besluit heeft genomen, niets te maken heeft met zijn eerdere gesprek met Jonker. ”Het is een samenloop van omstandigheden.” Hij hoopt dat Jonker hem op dat punt vertrouwt. Roelofs start het gesprek met de opmerking dat hij dit ziet als een gesprek waar hij van wil leren. Hij geeft aan dat de gemeente de afgelopen jaren stappen heeft gezet om burgerparticipatie meer substantie te geven. In het verleden zijn er wel eens dingen niet goed gegaan. Er worden soms fouten gemaakt. ”Het is jammer voor jullie dat jullie zaak al in 2015 begon, toen waren we nog niet zo ver. Voor jullie is het te laat.” Kluen: ”Ik wil het graag over meer hebben dan alleen hoe het in de toekomst beter kan met burgerparticipatie in het algemeen. Wij komen hier vanwege de toekomst van onze eigen woonomgeving. Op deze manier voelen we ons niet serieus genomen.” Van Aken beaamt dat: ”Na het ontwerpbesluit hebben wij drie wethouders benaderd met wat in essentie een hulpvraag is. Er gaat iets niet goed, graag overleg voordat er een definitief besluit wordt genomen.

Maar nu is er al een definitief besluit genomen.” Roelofs geeft naar aanleiding daarvan aan: ”Ik moet het gewoon eerlijk zeggen zoals het is. Het is [mij] niet gelukt. Deels vanwege de vakantieperiode afgelopen zomer. De begroting kreeg alle 8

aandacht. Er zijn moties, amendementen. Maar ik wil wethouder Van der Wel (die over ODRA gaat) met alle plezier adviseren nog eens met jullie te praten.” Kluen toont zich sceptisch: ”Maar het besluit is al genomen.” Roelofs bevestigt dat gedane zaken geen keer nemen. Jonker geeft aan dat het niet zo hoeft te zijn. Als de gemeente wil, kan de gemeente nog wel iets doen, namelijk het besluit intrekken. Het besluit is nog niet onherroepelijk en nog niet in werking. Roelofs zegt dat dat juridisch niet kan. Jonker zegt, verwijzend naar een email van Roelofs, dat dat is wat ambtenaren van ODRA aan Roelofs hebben verteld. De gemeente kan, als zij dat maar wil, wel degelijk naar juridische middelen zoeken. De ambtenaren van ODRA hebben wel vaker dingen verteld die niet klopten of eenzijdig waren. ”Bijvoorbeeld de ons welbekende heer Sherwin Zandwijken.” Kluen: ”Die heeft ons vaker met een kluitje in het riet gestuurd.” Van Aken geeft een voorbeeld: ”De ChristenUnie heeft over de zaak schriftelijke vragen gesteld aan het College. Het college heeft geantwoord dat er een mediatietraject is geweest en dat is afgerond. Dat is niet waar. Het is plotseling afgebroken en er is daarna door de gemeente niet meer gecommuniceerd. Maar ODRA presenteert het dan als iets dat er is geweest, en dus is alles goed.

Vinkje erachter en klaar is kees.” Tiernego (Team Leefomgeving; TL) vertelt dat de wethouder die in 2015 over burgerparticipatie ging, destijds uitspraken heeft gedaan over participatiebelied. ”Er is toen een besluit genomen en daarmee is een proces in gang gezet. Er zijn toen Teams Leefomgeving opgericht. Toen het Team Leefomgeving bij de zaak m.b.t. perceel Statenlaan 6-8 werd betrokken, was er al het één en ander misgegaan. ”Er is toen [in 2018] een mediatietraject geweest, dat heeft toen ook veel geld gekost, maar het leverde niets op. De conclusie van TL was dat er niks van te bakken viel. Daarom heeft TL geadviseerd: neem de vergunningaanvraag [van de projectontwikkelaar] maar in behandeling en zorg dat die juridisch klopt. Verdere participatie heeft geen zin.” Jonker zegt: ”Het is goed dat je hier ook aanwezig bent, want nu kan ik je vragen: waarom heb je na het plotselinge afbreken van het mediatietraject niets meer van je laten horen, ook niet na twee mails van mij, waarin ik vroeg of de gemeente het mediatietraject wilde voortzetten met een nieuwe onafhankelijke mediator of niet? Het was radiostilte. Waarom reageerde je drie jaar lang niet?” Tiernego: ”Omdat er met jou niet te praten valt.” Na een stilte zegt Jonker: ”We moeten het hier nu misschien niet te uitvoerig over hebben, gezien het doel van dit gesprek.” Tiernego: ”Nee.

Ik wil er best een keer een boom met je over opzetten.”

9

Jonker: ”Maar toch één vraag. Waarom heb je destijds helemaal niet gereageerd. Als je dacht dat er met mij niet te praten viel, waarom heb je dat dan niet aan mij of de andere omwonenden verteld? Nu hebben de omwonenden helemaal niets meer gehoord van het Team Leefomgeving, dat er voor hen heette te zijn.” Tiernego: ”Reageren op jouw mails heeft geen zin. We komen er niet uit. Dat was de conclusie van ons team.” Roelofs: ”Als het vertrouwen weg is, valt het niet terug te halen. We verwachten van ODRA niet dat die participatie mogelijk maakt. Ik heb verkend of het besluit uit te stellen viel. Daar is ambtelijk geen draagvlak voor.” Jonker: ”Maar het is toch het College van B&W dat de beslissingen neemt?” Roelofs: ”We varen op de kennis en ervaring van de ambtenaren. Die zitten er al jaren. Dat is ook een realiteit waar we vanuit moeten gaan. Daarom heb ik zelf wel gereageerd op jullie mails. Maar inhoudelijk is het mijn portefeuille niet. De wethouder die over de inhoud gaat, maakt een afweging, gevoed door zijn ambtenaren.” Van Aken: ”Maar het College zei [tegen de ChristenUnie]: er is een participatieproces geweest, en dat is afgerond. Dat klopt niet. Bewoners hebben niks meer gehoord.” Tiernego: ”Intern [binnen de gemeentelijke organisatie] is er wel degelijk over gecommuniceerd.” Van Aken: ”Ik wil wel benadruken dat Michiel [Jonker] hierin niet alleen staat.

Hij heeft verwoord wat we als omwonenden allemaal hebben ervaren. We hebben allemaal een gebrek aan communicatie van de gemeente ervaren.” Jonker: ”Het dilemma waar ik in contact met gemeenteambtenaren telkens voor kom te staan, is dat ik moet kiezen tussen ofwel dingen duidelijk benoemen, en dan vinden gemeenteambtenaren dat er met mij niet te praten valt, ofwel ik benoem die dingen niet, en dan wordt er door die ambtenaren over ons heen gewalst.” Roelofs: ”Het is goed dat je dingen juist wel benoemt. Anders verlies je ook het gevoel dat je zelf ergens voor staat. Ik kan wethouder Van der Wel adviseren om nog eens met jullie te praten. Hij gaat over ODRA. Maar helpt dat?” Kluen brengt naar voren dat de gemeente het steeds aan de bewoners en de projectontwikkelaar heeft overgelaten om er zelf met elkaar uit te komen. De projectontwikkelaar heeft geprobeerd de bewoners tegen elkaar uit te spelen. Volgens Kluen heeft de gemeente een taak om bewoners te beschermen. In plaats daarvan werden bewoners tegen elkaar uitgespeeld en dat heeft tussen de bewoners tot grote spanningen geleid en de sfeer verziekt. Verschillende bewoners zijn zelfs om die reden wegverhuisd.

”Op een gegeven moment geven bijna alle bewoners het op, ze denken: dit hou ik niet vol, dan maar een parkeerplaats tegenover mijn huis...” Kluen wijst erop dat het terrein werd aangekocht onder het motto dat het twee particuliere kunstenaars waren die er zelf wilden wonen en daar iets wilden doen in overeenstemming met de 10

maatschappelijke bestemming van het terrein, ”samen met de buurt”. Maar een jaar later was het terrein doorverkocht aan een commerciële projectontwikkelaar die eigendom was van de vader van die particuliere kunstenaar. Een grote projectontwikkelaar met veel invloed binnen de gemeente. Nu leest Kluen dat de functie van de gymzaal wordt omgezet naar wonen, evenals de conciërgewoning. Ze geeft aan dat ze beseft dat wat er feitelijk is gedaan en wat nu met dit definitieve besluit na acht jaar overtreding door de gemeente wordt gelegaliseerd, door de bewoners niet meer teruggedraaid kan worden. Van Aken: ”We hadden graag gezien dat het terrein ontwikkeld was in overeenstemming met de maatschappelijke doelstelling ervan, zoals die in het bestemmingsplan staat.” Roelofs: ”Het betrekken van de buurt bij [de voorbereiding van] een bouwbesluit is nu gemeentelijk beleid, vooruitlopend op de Omgevingswet. Dat wil zeggen: participatie vooraf, en goede verslaglegging daarvan. Maar ja, daar hebben jullie niets aan.” Tiernego: ”In het begin [van het participatiebeleid met de Teams Leefomgeving] zijn dingen echt niet goed gegaan, nu gaat het anders. Bijvoorbeeld het traject met het ROC aan de Thorbeckstraat. Een projectontwikkelaar moet aangeven waarom hij iets wel of niet doet. In jullie geval gingen er in het begin al dingen fout. Wij [Team Leefomgeving] kwamen er pas later bij.

Toen waren er al moeilijkheden en was het vertrouwen al weg.” Jonker: Hoe zit het dan met [het traject met het schoolgebouw aan] de Schoolstraat 35? Tiernego: Dat is geen goed voorbeeld. Dat begon ook al in 2015, net als bij jullie. Tegenwoordig gaat het anders. Je kunt beter kijken naar het ROC of naar de kerk aan de Willem Barendszstraat. Jonker: ”Wat er [aan de Statenlaan] in het begin fout ging, was dat de projectontwikkelaar zich niet aan de regels hield en feitelijke veranderingen aanbracht op het terrein, zonder overleg met omwonenden. Dat was de oorzaak. Wij verzochten om handhaving en eerst gaf ODRA daar ook gehoor aan. Maar na een aantal maanden veranderde er bij ODRA opeens iets - het is me nog steeds niet duidelijk waarom - en wilden ze opeens niet meer handhaven. Toen ging ODRA zelf de regels overtreden, met illegale verlengingen van de begunstigingstermijn, het ambtshalve verminderen van een [door de projectontwikkelaar] verbeurde dwangsom met 90%, weigeren om te handhaven enzovoort. Ik weet nog steeds niet wat de reden was voor die omslag in de benadering van ODRA. Roelofs en Tiernego geven aan dat ook niet te weten. Tiernego: ”De wethouder die over ODRA gaat, die neemt de beslissing.” Jonker: ”De gemeente kent toch collegiaal bestuur? Het is toch het College van B&W dat de beslissingen neemt?” Roelofs: ”Dat is formeel zo.

Maar ik het red het niet in 24 uur, ik weet dingen niet in detail. Je gaat pas terug naar elkaar in het College als er reuring is, bijvoorbeeld media of omwonenden. Voor de rest doet een wethouder het alleen. Je gaat dan af op de kennis van je ambtenaren.”

11

Tiernego: ”Tegenwoordig is het beleid dat er altijd met een projectontwikkelaar wordt afgesproken dat die de bewoners moet informeren.” Roelofs: (tegen Tiernego) ”Kan Team Leefomgeving aan projectontwikkelaar Schipper Bosch doorgeven dat die de omwonenden even moet informeren over de huidige stand van zaken? Wanneer heeft Schipper Bosch de omwonenden eigenlijk voor het laatst geïnformeerd?” Jonker: ”Dat was tijdens het mediatietraject... In 2018. Dat is dus vier jaar geleden. Sindsdien hoorden we helemaal niets, niet van de projectontwikkelaar en niet van de gemeente.” Van Aken: ”Alleen via [de automatische attenderingsmails van] Mijnoverheid.nl. Als er een formeel besluit werd genomen, bijvoorbeeld dat ontwerpbesluit.” Jonker: ”Ik check consequent elk bericht [m.b.t. mijn buurt] van Mijnoverheid.nl, omdat ik weet dat ik niet kan vertrouwen op de gemeente. Hoeveel tijd dat bij elkaar kost...” Kluen: ”Ik heb weinig fiducie in de communicatie met Schipper Bosch. Die hebben hun eigen doelen en hun eigen plannen. Ze laten zo min mogelijk los tegenover ons, ze vertellen alleen iets als ze er niet onderuit kunnen. We moeten beschermd worden door de gemeente. Er waren plannen voor nieuwbouw op het achterterrein . Die plannen zijn er stilzwijgend nog steeds.

Dat heeft te maken met het verdienmodel van een commerciële projectontwikkelaar, het is hun core business, zo zijn projectontwikkelaars nu eenmaal.” Van Aken: ”De vraag is: wat geeft de gemeente bij verkoop van een perceel als waarden mee, en als voorwaarden? Bijvoorbeeld de betekenis van groen voor het klimaat. Dat is een maatschappelijke waarde.” Tiernego: ”Als jullie zaak in 2020 was begonnen in plaats van 2015, dan was het anders gegaan. De speelruimte voor ontwikkelaars is nu kleiner.” Van Aken: ”Het gaat erom wat er gebeurt als een projectontwikkelaar iets nieuws wil. Het oude bestemmingsplan bood bescherming. Die is nu [met het definitieve besluit tot verlening omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan] overboord gegooid. Tiernego: ”Het plan van de ontwikkelaar lijkt geen erge gevolgen te hebben. Het besluit legaliseert alleen wat de ontwikkelaar al heeft gedaan.” Jonker: ”Ik heb het definitieve besluit inmiddels gelezen. Er zit op een paar punten vooruitgang in, in reactie op mijn zienswijze. Er is nu bijvoorbeeld een voorschrift opgenomen dat er buiten geen horecaterras mag zijn. En dat ze de omschrijving 'horeca A' vervangen door 'ondergeschikte horeca'. Dat is op zich goed. Maar ik lees bij een plan of een besluit niet alleen wat er wel in staat, maar ook wat er niet in staat.

Dit besluit biedt ruimte voor allerlei verdere plannen, terwijl we weten dat we te maken hebben met een projectontwikkelaar die de juridische grenzen opzoekt. Het is niet duidelijk wat er na de vergunningverlening gehandhaafd kan worden.” Roelofs: ”ODRA heeft meer budget voor handhaving gekregen. Het is nu een andere situatie dan vroeger.” 12

Jonker: ”Het gaat ook om de vraag of ODRA eigenlijk wil handhaven. Soms wil ODRA de regels niet handhaven. Denk bijvoorbeeld aan het 'kruimelgevallenbeleid' van de gemeente. Dat wordt dan weer aangegrepen om bij kleine overtredingen niet te handhaven. En wat is 'klein'? Het is allemaal boterzacht. De rechter biedt in veel gevallen geen soelaas.” Roelofs: ”Je moet jezelf niet onderschatten. Kijk ook naar je succesjes. Je hebt in de loop der tijd best wat dingen bereikt. Bijvoorbeeld dat jouw zienswijze wordt opgepakt. Geen horecaterras meer tegenover jullie woningen. Dat is toch heel wat!” Van Aken: ”Wat er eigenlijk nodig is, en waar wij ook op hoopten met onze brief aan de wethouders, is dat we met een schone lei kunnen beginnen. Een moment nul. Wij zouden een 'envelop' willen rond het huidige bouwvolume, zodat de projectontwikkelaar straks, als hij mag afwijken van het bestemmingsplan, niet opeens hoge nieuwbouw mag neerzetten.” Tiernego: ”Stel even dat de projectontwikkelaar een flat van twaalf verdiepingen wil neerzetten...” Van Aken: ”Dat mag hij niet... maar vijf verdiepingen zou straks wel kunnen...” Tiernego: ”Maar stel nu even... ik zet het expres even heel sterk neer... Dan kunnen jullie alsnog bezwaar maken.” Jonker: ”Het is juist onze ervaring dat we dan geen gehoor vinden, onze belangen worden niet meegewogen en de gemeente vindt dat juridisch ook niet nodig.

Een ruimtelijke toets [die door een gemeentelijke afdeling wordt uitgevoerd] vindt de gemeente voldoende.” Tiernego: ”De gemeente wil de rechten van bewoners beter beschermen.” Kluen: ”Wat kunnen we in de praktijk nog doen nu de gemeente afwijking van het bestemmingsplan toestaat? We kunnen juridisch dimdammen... Maar inderdaad: wat staat er niet in het besluit waar het wel ruimte voor biedt? Onze ervaring is dat de projectontwikkelaar de grenzen opzoekt. Wij willen die ellende niet. We willen een prettige, veilige woonomgeving. Hoe krijgen we daar zekerheid over?” Tiernego: ”Daar krijgen jullie geen juridische zekerheid over. We kunnen wel aan Schipper Bosch vragen wat hun plannen zijn voor de toekomst.” Van Aken: ”Daar gaat Schipper Bosch niet open over communiceren. Ze zeggen telkens: ' Daar willen we het niet over hebben.' Dat hebben we zo vaak van ze gehoord.” Tiernego: ”We kunnen als gemeente vragen. Zo van: we hebben al vier jaar niks gehoord, hoe staat het ermee? Het besluit [de definitieve vergunningverlening] is nu eenmaal genomen. Daarom moet je goed kijken: wat kan er nu nog wel [door de bewoners worden bereikt]?” Van Aken: ”De formulering van het besluit is heel algemeen. De projectontwikkelaar mag nu heel veel.

Ik zou willen vragen: wat mag er nu binnen dit bestemmingsplan, met deze vergunning om ervan af te wijken, en waarvoor zou een wijziging van het bestemmingsplan nodig zijn?” 13

Tiernego: ”Afhankelijk van de grootte [van een beoogd project] zijn er verschillende participatietrajecten.” Van Aken: ”Wie bepaalt de grootte? Wat zijn de criteria?” Tiernego: ”Dat wordt beoordeeld door ODRA.” Roelofs: ”ODRA is eigenlijk alleen de uitvoerder. Zo willen we dat eigenlijk zien. ODRA is niet verantwoordelijk voor participatie, maar alleen voor uitvoering. Dat is de wethouder die over ODRA gaat.” Jonker: ”Maar wie neemt er dan verantwoordelijkheid voor de beslissingen? Dat zou dan toch het College van B&W moeten zijn?” Van Aken: ”Mijn vraag is: zal er bij nieuwe plannen van de projectontwikkelaar naar de buurt gegaan moeten worden?” Roelofs en Tiernego antwoorden dat de projectontwikkelaar in dat geval in ieder geval door de gemeente verplicht zal worden om met de buurt te gaan ”praten”. Roelofs wijst op de beperkte tijd en vat samen dat hij drie toezeggingen doet: (1) Roelofs zal aan wethouder Marco van der Wel adviseren (deze week) om in gesprek te gaan met de omwonenden; (2) Tiernego zal aan zijn opvolger bij Team Leefomgeving, Bram Bos, vragen om aan projectontwikkelaar Schipper Bosch te vragen om met de omwonenden te gaan communiceren over de actuele stand van zaken m.b.t.

(de plannen voor) het perceel Statenlaan 6-8; (3) Roelofs zal nagaan welke juridische bescherming omwonenden na het definitieve besluit nog hebben als er nieuwe plannen van Schipper Bosch komen voor het terrein, en dat aan Van Aken, Jonker en Kluen laten weten. Roelofs kondigt een laatste ronde aan voor Van Aken, Jonker en Kluen. ”Hoe kijken jullie naar dit gesprek? Is er in jullie ogen gezegd wat er gezegd moest worden? Is er een dialoog geweest?” Kluen geeft aan dat er iets is uitgewisseld. Roelofs is de enige van de drie aangeschreven wethouders die überhaupt heeft gereageerd. Maar hij gaat als wethouder burgerparticipatie niet over de inhoud. In ieder geval heeft Roelofs snel op de mails van omwonenden gereageerd. Roelofs: Dat lijkt me normaal. Kluen: Dit is in al die jaren de enige keer dat dit is gebeurd. Roelofs: Als ik dit hoor, ben ik wel even stil. Daar krijg ik bijna een traan van in mijn oog...

14

Kluen vraagt zich af welke veiligheid er voor de omwonenden nog is nu het definitieve besluit zonder overleg met omwonenden is genomen. Ze vindt dat de gemeente alsnog het voortouw moet nemen bij de bescherming van de woon- en leefomgeving van bewoners. Roelofs antwoordt dat hij dit aan wethouder Van der Wel zal zeggen. Tiernego geeft aan dat het erom gaat welke juridische stappen er gezet kunnen worden. ”Ze mogen niet zomaar nieuwbouw zetten. Daar zou nog weer een nieuwe vergunning voor nodig zijn.” Van Aken: ”Het gaat telkens in stappen. Als de functie van het terrein eenmaal gewijzigd is van maatschappelijke doelen naar kantoren/wonen, kunnen ze vervolgens dingen doen die de gemeente en ODRA dan weer bereidwillig gaan legaliseren of vergunnen.” Jonker: ”Misschien gaat ODRA dan weer opnieuw zeggen dat als het bestemmingsplan het toelaat, ODRA verplicht is daarvoor vergunning te verlenen.” Jonker zegt dat hij in het gesprek een eerste begin van een dialoog heeft ervaren, maar niet meer dan dat. Aan het gesprek houdt hij de indruk over dat de cultuur van het gemeentelijke apparaat, zowel wethouders als ambtenaren, er één is waarin het bewustzijn en de wil ontbreken om bewoners echt te beschermen. In dit geval lijken de wensen van de projectontwikkelaar steeds het uitgangspunt en het richtsnoer voor het gemeentelijke handelen te hebben gevormd, niet het algemeen belang.

Op basis van zijn langjarige ervaring met het gedragspatroon van gemeentefunctionarissen vermoedt Jonker dat dit heel diep in de bestuurlijke en ambtelijke cultuur zit. Roelofs antwoordt dat er stapsgewijs vooruitgang wordt geboekt en dat hij daar optimistisch over is. ”Als ik niet optimistisch ben, kan ik niet verder in deze functie als wethouder.” Jonker vraagt nog naar reactie van Roelofs en Tiernego ten aanzien van de mogelijkheid dat Jonker eventueel bij de rechtbank in beroep zou gaan tegen het definitieve besluit. Op grond van zijn ervaringen met Nederlandse rechtspraak beseft hij dat de kans beperkt is dat een rechter een eventueel beroep gegrond zou verklaren. Maar hij wil graag weten hoe zij daar tegenover staan. Roelofs geeft aan dat hij vindt dat Jonker zich zeker vrij moet voelen om in beroep te gaan. ”Je mag dit van mij opschrijven: Als er niet geprocedeerd wordt, denkt een bestuurder dat hij het goed gedaan heeft...” Van Aken: ”Nog een laatste vraag: als we dit gesprek drie weken eerder hadden gehad [voorafgaand aan het definitieve besluit van de gemeente], had het dan een andere impact gehad? Heeft dit gesprek impact op u?” Roelofs: ”Ja. Dit soort gesprekken hoor je ook te voeren. Dan voel je wat er in een straat wordt ervaren.”□

15

Gevolg van het ontbreken van burgerparticipatie: alweer een nieuwe juridische procedure [Excerpt uit beroepschrift in traject-Statenlaan, ingediend door Jonker nadat de wethouder ”burgerparticipatie” er niet voor had gezorgd dat het besluit na jaren stilzitten nog enkele weken werd uitgesteld, zodat er burgerparticipatie had kunnen plaatsvinden] Arnhem, 6 december 2022 Rechtbank Gelderland Team Bestuursrecht Postbus 9030 6800 EM ARNHEM Onderwerp:

beroepschrift inzake besluit verlening omgevingsvergunning voor functiewijziging in afwijking van het bestemmingsplan voor perceel Statenlaan 6-8 te Arnhem

Edelachtbare, Op 27 oktober 2022 heeft de gemeente Arnhem, via een mandaat aan de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), besloten een definitieve omgevingsvergunning te verlenen aan projectontwikkelaar Schipper Bosch, de eigenaar van het perceel Statenlaan 6-8. Tegen dit besluit stel ik bij dezen beroep in bij uw rechtbank. Mijn zienswijze d.d. 1 juni 2022 (zie bijlage) moet geacht worden deel uit te maken van dit beroepschrift. Inhoudsopgave van dit beroepschrift

pag.

1

Inleiding en samenvatting van het beroep

2

2

Uitgangspunt: een bestemmingsplan dat bescherming biedt 2.1 Samenvatting 2.2 Redenen voor mijn uitgangspunt dat het bestemmingsplan bescherming biedt 2.3 Redenen waarom ik twijfel of mijn uitgangspunt eigenlijk wel klopt

4 4 8

3

Ontbrekende informatie

11

4

Belangenafweging 4.1 Ontbrekende noodzaak voor afwijken van het bestemmingsplan 4.2 Ontbrekende inventarisatie van belangen van omwonenden 4.3 Ontbrekend onderzoek naar alternatieven 4.4 Bestemming ”maatschappelijke doelen” vergt transparantie over o.a. financiën

12 13 16 19 23

5

Ontbrekende burgerparticipatie voorafgaand aan het besluit 5.1 Burgerparticipatie 5.2 Ontbrekende burgerparticipatie in de huidige casus 5.3 Een structureel gedragspatroon in strijd met basisbeginselen van behoorlijk bestuur

25 27 32

6

Verzoek aan de rechtbank

33

16

1

Inleiding en samenvatting van dit beroep

[Vervolg excerpt beroepschrift]

Het door mij in dit beroep bestreden besluit van 27 oktober 2022 strekt ertoe dat Schipper Bosch mag afwijken van de bepalingen van het huidige, geldende bestemmingsplan ”Statenlaan 2012”. Met name strekt het besluit tot een vergunning voor wijzigingen en commerciële activiteiten die in strijd zijn met de bestemming van het terrein voor ”maatschappelijke doelen”. In mijn zienswijze van 1 juni 2022 (zie bijlage) over het ontwerpbesluit van 12 april 2022 dat voorafging aan het definitieve besluit van 27 oktober 2022, heb ik een aantal bezwaren aangevoerd tegen het toen voorgenomen besluit. Op één punt (begrenzing van de horeca) is de gemeente hieraan tegemoetgekomen in het definitieve besluit, maar op andere, cruciale punten niet. Ook gaat de gemeente in het definitieve besluit ten onrechte voorbij aan de in mijn zienswijze geuite bezwaren tegen het ontbreken van wezenlijke informatie. De projectontwikkelaar overtreedt al sinds 2015 het bestemmingsplan, door het terrein en de twee panden daarop te gebruiken voor commerciële doelen (kantoren, wonen). Op verschillende manieren brengt dat schade toe aan de leefomgeving van de bewoners. Het karakter van onze buurt is veranderd doordat het terrein op dit moment feitelijk geen maatschappelijke invulling meer heeft en de eigenaar anderen dan zijn commerciële huurders op willekeurige momenten de toegang tot het terrein ontzegt.

De onzekerheid over de toekomst van het terrein (nieuwbouw? Toename autoverkeer?) legt al jaren druk op het leefklimaat van directe omwonenden. Met dit besluit legaliseert de gemeente de jarenlange overtredingen, in plaats van het bestemmingsplan te handhaven. Omwonenden, onder wie ik, verzoeken al sinds 2015 om handhaving van het bestemmingsplan. Zelf heb ik op 23 januari 2015 een handhavingsverzoek ingediend. Aanvankelijk was de gemeente, bij monde van Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), ook bereid om te handhaven, hetgeen resulteerde in een handhavingsbesluit d.d. 30 juli 2015. Maar kort daarna veranderde de houding van de gemeente, inclusief ODRA, opeens om onduidelijke redenen. Sindsdien stelt de gemeente alles in het werk om het bestemmingsplan juist niet te handhaven. Hierbij negeert de gemeente ook zoveel mogelijk de uitspraken van uw rechtbank n.a.v. rechtszaken die door mij en andere omwonenden zijn gevoerd.

Het nu bestreden besluit is door de gemeente (ODRA) getroffen: - zonder voldoende informatie te verschaffen; - zonder aangetoonde noodzaak voor het afwijken van het bestemmingsplan; - zonder een adequate belangenafweging of een afweging van (compromis-)alternatieven; - zonder dat belanghebbende burgers de mogelijkheid hebben gekregen in de planvorming of de voorbereiding van het besluit te participeren (in strijd met mededelingen en toezeggingen die de gemeente hierover keer op keer heeft gedaan, en die deels ook zijn vastgelegd in beleid; de beweringen van de gemeente over burgerparticipatie blijken keer op keer een wassen neus te zijn). Met het oog hierop verzoek ik uw rechtbank het besluit te vernietigen en de gemeente opdracht te geven tot een heroverweging waarbij belanghebbende omwonenden alsnog de gelegenheid krijgen om in de planvorming m.b.t. het terrein en onze woonomgeving te participeren. 17

Chronologisch overzicht (zeer beknopt samengevat, indicatief) sinds 20041 Tijdstip /periode

Gebeurtenis

2004-2005

Vertrek gymnasium wordt bekend; bewoners beginnen de zaak te volgen.

2006

(mei) infobijeenkomst: gepland bouwvolume onthuld; omwonenden mobiliseren zich.

2008

Proj. ontwikkelaars Bouwfonds (vh. Rabo), Westerbeek stellen nieuwe projectleiders aan.

2009

Wethouder Roeland Kreeft (PvdA) drukt plannen door zonder draagvlak omwonenden.

2010

Proj. ontwikkelaars trekken zich terug; woningcorporatie Habion komt en gaat. SLAK komt.

2012

Geheim overleg gemeente en nieuwe proj. ontwikkelaar lekt uit. Openbare biedprocedure.

2013 jan-aug

Initiatief v. huurders/bewoners door gemeente uitgekozen, vier maanden later verworpen

2013 nov.

Onderhandse biedprocedure lekt uit. Gemeente verkoopt perceel aan kunstenaar F. Schoonderbeek. Weth. Elfrink (SP): ”Bestemmingsplan is de waarborg voor omwonenden.”

2014/2015

Schoonderbeek verkoopt perceel aan eigen bedrijf: proj. ontw. Schipper Bosch (SB). Begin commerciële activiteiten op perceel in strijd met ”maatsch. doelen” in bestemmingsplan.

2015

(jan.) Eerste handhavingsverzoek (door Jonker); (juli) handhavingsbesluit door ODRA; (sep-dec.) onrechtmatige verlenging begunstigingstermijnen; Jonker vraagt voorl. voorz.; voorzieningenrechter doet uitspraak; (31 dec.) ontwerpbesluit ODRA vergunning afwijken bestemmingsplan (functiewijziging terrein van maatsch. doelen naar wonen/bedrijven).

2016

(jan-feb.) SB weigert mediation; (mei) bewonersbijeenkomst - bouwvolume, toezegging ODRA; (juni) def. besluit; (juli) beroep Jonker; (okt) rechter wijst voorl. voor toe aan Jonker; SB probeert Jonker in klankbordgroep te isoleren; (dec.) oprichting bewonersgroep Statengroen; eerste kennismaking met Team Leefomgeving (TL) v.d. gemeente.

2017

(voorjaar) SB zaait verdeeldheid over locatie parkeerplaatsen; SB sloopt grote vijver; eerste bewoners verhuizen weg vanwege de spanningen. Jonker richt eigen bewonersgroep op en start diverse juridische procedures; (najaar) gemeente stel mediation voor, afhankelijk v. uitkomst rechtszaak; Jonker maakt kennis met beoogde mediator en stemt in.

2018

(jan.) rechtbank stelt Jonker e.a. in het gelijk in bodemprocedure. Vanaf nu houdt SB zich rustig op het perceel. Start voorbereiding mediation; bewoners komen weer iets nader tot elkaar; (feb.) ODRA zet bewoners onder tijdsdruk; (mrt.) Jonker herinnert gemeente en ODRA aan handhavingsplicht; (apr-aug.) voorbereiding mediation: TL komt toezeggingen niet of niet tijdig na; ”onafhankelijke” expert blijkt advocaat gemeente; (nov.) eerste mediationbijeenkomst; (dec.) onafh. mediator trekt zich terug met schr. toelichting.

2019

ODRA verleent in strijd met eerdere toezegging vergunning voor slagbomen. Jonker begint bezwaarprocedure. Jonker vraagt periodiek info over voortgang voorbereiding nieuw ontwerpbesluit; (juli) ODRA antwoordt: aanvullende documenten aanvraag ingekomen; (okt.) ODRA antwoordt: nog niet bekend wanneer ontwerpbesluit wordt genomen. (dec.) bezwaarschrift Jonker stilzitten gemeente mbt handhaving bestemmingsplan.

2020

voortzetting jur. procedures m.b.t de slagbomen (beroep, hoger beroep).

2021

(feb.) beroepschr. Jonker tegen stilzitten gemeente mbt handhaving bestemmingsplan; (aug.) rechtbank draagt gemeente op besluit te nemen en legt last onder dwangsom op; (sep, okt, dec.) Jonker zoekt contact met gemeente, krijgt in okt. één email v. jurist terug.

2022

(feb.-mrt.) Jonker vraagt om betaling dwangsom, gemeente stemt in en betaalt maar handhaaft nog steeds niet; (apr.) Jonker in beroep; gemeente neemt ontwerpbesluit; (juni) zienswijzen Jonker e.a.; (juli) omwonenden vragen wethouders om overleg; (okt) gemeente/ODRA neemt def. besluit kort voorafgaand aan overleg met omwonenden.

1

Voor meer gedetailleerde overzichten, zie beroepschriften 29-7-2016 en 1-4-2022, opgenomen in bijlage 2.

18

3

Impressie van participatiebijeenkomst op 29 november 2022 over de Parkstraat

Van: Michiel Jonker Verzonden: woensdag 30 november 2022 10:49 Aan: Bob Roelofs Onderwerp: Verwachtingen over gesprek op 2 december as Hallo Bob, Ter voorbereiding van ons gesprek met ambtenaar Arno Tiernego (Team Leefomgeving) en mijn vertrouwenspersoon op 2 december a.s. wil ik je op de hoogte stellen van een verandering in mijn verwachtingen ten aanzien van ons komende gesprek. Gisterenavond (29 november) was ik, zoals je weet, aanwezig op de bijeenkomst in buurthuis/wijkcentrum de Lommerd over de plannen van de gemeente voor de Parkstraat (riool, bomen, parkeren). Ik was door enkele mensen gevraagd om "mee te kijken" naar het proces. Ik zat daar mede omdat de parkeerproblematiek ook effecten kan hebben op omliggende straten, waaronder mijn straat (als het aantal parkeerplaatsen in de Parkstraat en bijv. de Hendrikstraat vermindert, kan dit ook leiden tot een hogere parkeerdruk in mijn straat). Maar persoonlijk zat ik er niet in de eerste plaats voor de inhoud van het onderwerp, maar vooral om te zien hoe een proces van "burgerparticipatie" of "dialoog tussen bestuur en burgers" op dit moment in de praktijk verloopt. Is er, zoals Arno Tiernego in ons vorige gesprek (op 2 november jl.) naar voren bracht, op dit moment sprake van een andere omgang van de gemeente met burgerparticipatie dan bijv.

vijf of tien jaar geleden? Naar aanleiding van wat ik gisteren heb waargenomen en meegemaakt, heb ik geconcludeerd dat in essentie weinig veranderd is. Ik heb mijn verwachtingen over ons gesprek op 2 december a.s. daarom bijgesteld. Aan het einde van deze email zal ik daar meer over zeggen. Eerst wil ik je een impressie geven van wat ik gisterenavond heb waargenomen en meegemaakt. -- Verloop van bijeenkomst 29 november over Parkstraat De avond begon ermee dat de gespreksleider vertelde dat er na de inleiding van twee functionarissen (één door de gemeente ingehuurde boomdeskundige over de huidige situatie m.b.t. bomen, één gemeenteambtenaar over de overige aspecten van de plannen), ruimte zou zijn voor dialoog en overleg. Even later bevestigde de gemeenteambtenaar [Arno Schuring], na kritische vragen van bewoners, dat er ambtelijk tot dusverre alleen aan advies aan de bestuurders (het College met jou en andere wethouders) was opgesteld, en dat er dus nog serieus overleg tussen bewoners en de gemeente mogelijk was over de plannen. Er volgde een steeds roeriger avond, waarin een hele reeks bewoners aangaf dat ze weinig vertrouwen hadden dat de gemeente, in tegenstelling tot het verleden, deze keer wel open en eerlijk zou handelen.

Sommige bewoners hadden een geschiedenis met onbetrouwbaar gedrag van de gemeente die terugging tot ver in het verleden, bijvoorbeeld tot het begin van de planvorming over de Parkstraat in 2011.

19

De vertegenwoordigers van de gemeente gingen hier niet op in, maar schoten in het defensief. Ze gingen verdedigen dat het huidige ambtelijke plan inhoudelijk goed was en er eigenlijk geen andere oplossing was. Een aantal bewoners trapte in de valkuil om zich mee te laten slepen in een discussie over de merites van dit nieuwe plan (kort samengevat: "alle huidige bomen weghalen en opnieuw beginnen") versus een eerdere, niet-nagekomen gemeentelijke toezegging (uit 2014, kort samengevat: "gefaseerde vervanging van de huidige bomen"). Een aantal andere bewoners constateerde dat er sprake was van een op ervaringen gebaseerd ontbreken van vertrouwen en probeerden daarover met de gemeente in gesprek te komen. Dit lukte niet. Want ook over dit onderwerp reageerden de vertegenwoordigers van de gemeente defensief. In plaats van ruiterlijk te erkennen dat de bewoners jarenlange, slechte ervaringen hebben met gemeentefunctionarissen wiens woorden en daden niet met elkaar stroken, en in plaats van te benoemen dat dat voor het overleg en de participatie op dit moment en in de toekomst relevant is, werd dat door de gemeentefunctionarissen weggewuifd met opmerkingen als "In het verleden zijn er wel eens dingen niet goed gegaan, maar nu doen we dat anders.

We moeten naar de toekomst kijken." Als bewoners dan zeiden dat ze dit in het verleden ook vele malen hadden gehoord, maar dat het daarna gewoon opnieuw niet goed was gegaan, bleven de gemeentefunctionarissen herhalen dat het dit keer wel goed zou gaan, en dat de bewoners "vertrouwen moeten hebben". De bewoners voelden zich op die manier niet gehoord. Na elk retorisch middel dat de gemeentefunctionarissen inzetten om het onderwerp "ontbrekend vertrouwen" terzijde te kunnen schuiven, werd de sfeer in de zaal werd nog ontevredener en wantrouwiger. Uiteindelijk verwees de ambtenaar die het ambtelijke advies had gepresenteerd, naar jou als wethouder die op de bijeenkomst aanwezig was. Jij vertelde dat je eerlijk wilde zijn en dat er nu eenmaal een keer "knopen moeten worden doorgehakt". Je onthulde dat de beslissing over het plan eigenlijk al genomen was. Je presenteerde dat als een moedige stellingname van jouw kant. Maar voor de bewoners die naar een bijeenkomst waren gekomen waar zij verwachtten te "participeren" in de gedachtenvorming, en die een uur geleden, aan het begin van die bijeenkomst, nog hadden gehoord dat er op dit moment alleen een "ambtelijk advies" lag, vormde jouw onthulling natuurlijk een bevestiging van hun talloze eerdere slechte ervaringen met de gemeente.

Namelijk dat de gemeente haar plannen gewoon doordrukt, zonder echte burgerparticipatie, en alleen lippendienst bewijst aan "goed overleg met burgers" of aan "burgerparticipatie". Jij veegde de opmerkingen van omwonenden over het ontbreken van participatie van tafel door te zeggen dat "er al een lang proces aan het plan vooraf is gegaan. We zijn er al sinds 2011 mee bezig." Je negeerde opmerkingen van bewoners over de slechte kwaliteit van juist dat proces, het langdurig niet-communiceren van de gemeente tijdens die periode en het niet nakomen van de gemeente van afspraken die in 2014 met de bewoners waren gemaakt en ook op schrift waren gesteld. Namelijk afspraken over het geleidelijk vervangen van bomen die aan het einde van hun levenscyclus zijn.

20

In plaats daarvan sprak je van een "unieke kans" omdat er juist op dit moment gemeentelijk budget beschikbaar is om een goed plan uit te voeren. Je negeerde vervolgens de riposte van enkele bewoners dat het juist nu aanwezig zijn van gemeentelijke budget "geen toeval" is, en dat als de gemeente jarenlang niets heeft gedaan (dus bomen niet heeft vervangen - behalve één boom in dat proefvak), het geen wonder is dat er nu budget is "opgespaard". Het vertrouwen bij een groot deel van de aanwezigen in de zaal, inclusief mij, was nu helemaal weg. Ik roerde mijn stem één keer en stelde aan jou de vraag hoe de gemeente, na alle eerdere slechte ervaringen van bewoners met niet-nagekomen toezegggingen en non-communicatie, bewoners ervan zou kunnen overtuigen dat het deze keer wèl goed zou gaan. Je ging niet in op die vraag van mij. Enkele bewoners liepen walgend weg uit de zaal. Dit hadden ze al zo vaak meegemaakt: een gemeente die beweert "open te staan voor overleg en participatie", maar die achter die dunne facade van lippendienst een onaanspreekbare houding aanneemt en een eigen, bestuurlijke monoloog blijft herhalen. En die daarin, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau (jij als wethouder) niet alleen vasthoudt aan die monoloog, maar ook vasthoudt aan jullie eigen geloof dat wat jullie in die monoloog zeggen, klopt.

Bewoners zien zich dan geconfronteerd met een ondoordringbare bestuurlijke bubbel, waarbinnen zich een andere wereld bevindt waarin het bestuur, achter een glazen wand, vasthoudt aan een bepaald positief zelfbeeld over het eigen handelen, de eigen redelijkheid en de eigen attitude. Bewoners zien dan een bestuur dat zoekt naar handvatten om bewoners te kunnen framen en wegzetten als "onredelijk" en "moeilijk aanspreekbaar", als excuus voor het doordrukken van een bestuurlijk en ambtelijk geconcipieerd plan. Dit staat los van de vraag naar de "objectieve" kwaliteit van zo'n plan. Het plan is hoe dan ook in bestuurlijk isolement tot stand gekomen. -- Bevindingen in informele gesprekken na afloop Na afloop van het officiële programma bleven er nog enkele mensen napraten. Ik kreeg de gelegenheid even kort met jou te praten en probeerde je het verschil uit te leggen tussen het als bestuurder "een knoop doorhakken" aan het eind van een serieus participatieproces, en "een knoop doorhakken" zonder dat er serieuze, oprechte, vertrouwenwekkende participatie heeft plaatsgevonden. Ik kwam er bij jou niet doorheen. Je bleef verwijzen naar "het proces dat al sinds 2011 heeft plaatsgevonden", zonder te willen ingaan op de vraag wat er dan in dat "proces" eigenlijk is gebeurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=326e2f2c-2a9f-4568-9ed3-a4388ef9eea5