CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Perspectiefnota 2025-2028

Politieke Avond 12 juni 2024, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: 'Perspectiefnota 2025-2028'32.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

PAGINA

2

Inhoudsopgave

Perspectief op het financieel meerjarenbeeld

7

Financieel perspectief 7 Autonome en overige financiële ontwikkelingen

10

Voorstellen voor bezuinigingen 29

Opties voor fundamentele bijsturing

40

Sociaal 41 Fysiek 48 Organisatie 53 Opbrengsten 54

ONDERWERP

3

Perspectiefnota 2025-2028

Inleiding

Zekerheid in onzekere tijden Sinds de start van deze raadsperiode is de wereld echter niet stil blijven staan. Gruwelijke oorlogen in onder meer Gaza en Oekraïne woekeren voort, de inflatie is hoog en prijzen blijven stijgen. Ook andere vraagstukken dienen zich aan. Zo zijn er onzekerheden rondom netcongestie waardoor het onduidelijk is of alle toekomstige (woon)projecten op het elektriciteitsnetwerk kunnen worden aangesloten. De afgelopen jaren hebben we amper in rustig vaarwater kunnen komen. Overheden hebben moeten reageren op crisis na crisis en hebben geld en mankracht beschikbaar moeten stellen om bijvoorbeeld om te gaan met stijgende energieprijzen en de wereldwijde pandemie. De wereld om ons heen is volop in beweging, en het blijft zoeken naar zekerheid in onzekere tijden. Ook onze gemeentelijke financiële situatie kent veel onzekerheden. Die zijn voor een groot deel het gevolg van de hiervoor genoemde opgaven waarmee we te maken hadden. Hoewel in voorgaande jaren vooruitzichten soms ook onzeker waren, hebben we op koers kunnen komen door middel van incidentele uitgaven en een structureel sluitende begroting. Tegelijkertijd hebben de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november helaas nog geen nieuw kabinet voortgebracht, waardoor we – evenals andere gemeenten – nog steeds in onzekerheid zitten over onze financiële positie.

Dit betekent dat we ons zullen moeten verhouden tot deze financiële werkelijkheid, maar dat neemt uiteraard niet weg dat we ons volop zullen blijven inzetten voor de door ons ingezette koers en met de ambities waarmee we twee jaar geleden zijn gestart. Grote financiële uitdagingen De oorsprong van onze financiële uitdagingen ligt grotendeels in de korting op het zogeheten Gemeentefonds. Gemeenten krijgen via dit Gemeentefonds geld van de rijksoverheid om de taken uit te voeren. Vanuit Den Haag is echter (eenzijdig) besloten om gemeenten vanaf 2026 te korten voor een bedrag van ongeveer € 3 miljard. Voor de gemeente Arnhem betekent dit zogeheten ‘ravijn’ dat we ruim € 30 miljoen minder te besteden hebben. Daar bovenop zorgt de aangekondigde invoering van een nieuw verdeelmodel Beschermd Wonen voor Arnhem voor een nadeel dat oploopt tot € 23 miljoen in 2028. Beide tegenvallers hebben we vorig jaar al verwerkt in het financieel beeld van 2024-2027. Ondanks alle financiële uitdagingen is het ons – in tegenstelling tot de meeste gemeenten – in 2024 gelukt om de begroting structureel sluitend te maken. Dit neemt niet weg dat we de komende jaren voor behoorlijke grote financiële uitdagingen staan.

Nog los van de onzekerheden over het nog te installeren kabinet, heeft inflatie geleid tot hogere prijzen in de markt en hogere salarissen bij onze eigen en vrijwel alle organisaties waar wij mee werken. Dit werkt

ONDERWERP

Inmiddels zijn we halverwege de raadsperiode. Een aantal grote beslissingen hebben we al achter de rug of zijn in gang gezet. Er zijn belangrijke plannen vastgesteld, zoals het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) waarmee we gaan investeren in onderwijs, de Woonvisie en de Omgevingsvisie. Het Duurzaam Mobiliteitsplan en het Plan Gezonde Leefomgeving zijn onlangs aan uw raad aangeboden. Nu al deze ambities, acties en plannen zijn of worden besproken, richten we ons de komende jaren vol op de uitvoering en op realisatie. Onze ambities met betrekking tot wonen en de groei van de stad krijgen gelukkig al steeds meer écht vorm, de planvoorraad is de afgelopen twee jaar zeer hard gegroeid naar in totaal 18.000 woningen (waarvan ongeveer 4500 woningen in plannen zijn vervat die vergevorderd zijn). Ook hier breekt een fase aan om deze plannen richting de uitvoering en de bouw te brengen.

Perspectiefnota 2025-2028

Ambitieus zijn we samen met onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers van start gegaan om verder te bouwen aan een duurzaam, groen, kansrijk en verbonden Arnhem en daarmee onze stad klaar te maken voor de toekomst. Een toekomst waarin voor alle Arnhemmers goede, betaalbare en geïsoleerde woningen beschikbaar zijn om fijn in te wonen. Waarin we de transformatie maken naar duurzame energie en investeren in een gezonde en veilige leefomgeving waar kinderen en jongeren onbezorgd kunnen opgroeien. Waar elke Arnhemmer verzekerd is van bestaanszekerheid en bovendien volop kansen krijgt om te bereiken wat hij, zij of hen wil. Ook als je start met een achterstand. Waar we werken aan een groene, circulaire stad, waarin het prettig leven is voor mens en dier. Waar inwoners naar elkaar omzien en waar we nieuwe Arnhemmers verwelkomen die verdreven van huis en haard op zoek zijn naar een veilig heenkomen.

PAGINA

Bij de start van deze raadsperiode, inmiddels bijna twee jaar geleden, kozen we ervoor om met daadkracht en lef de grote crises van deze tijd te bestrijden. De klimaatcrisis, de wooncrisis en de kloof tussen arm en rijk; allen vroegen en vragen om dringende oplossingen.

3

Inleiding

Financieel beeld voor de jaren 2025-2028 Om tot deze Perspectiefnota te komen, volgen we het begrotingsadvies van de VNG op. Kern van dit advies is om in 2025 te komen tot een sluitende begroting en voor de jaren daarna ombuigingsmaatregelen mee te geven, waarover we graag met uw raad in gesprek gaan. Hierbij is het dus belangrijk om na te denken over maatregelen die genomen kunnen worden om flinke tekorten op te vangen, maar waarbij voorkomen dient te worden dat we te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. In deze Perspectiefnota schetsen we het reële financieel beeld voor de jaren 2025-2028. Voor dit beeld was het van belang om voor 2025 de zaken op orde te krijgen en tot een sluitende begroting te komen. Om dat te realiseren, hebben we nu al moeilijke keuzes moeten maken om loon- prijs- en volumestijgingen op te vangen en onontkoombare ontwikkelingen – zoals kostenstijgingen van wettelijke taken – te bekostigen. De financiële voorstellen uit deze Perspectiefnota zorgen er gezamenlijk voor dat we in 2024 en 2025 uitkomen op een structureel sluitende begroting. Ook komt de weerstandsfactor in 2025 boven de minimale norm uit, namelijk op 1,1. Deze voorstellen werken uiteraard voor een deel ook al door in de jaren daarna.

We stellen in deze Perspectiefnota voor om in 2024 structureel € 3,5 miljoen oplopend naar € 18,8 miljoen structureel vanaf 2028 om te buigen. Dit is een combinatie van een verlaging van lasten en een verhoging van opbrengsten. Daarnaast stellen we voor in 2024 voor € 7 miljoen incidenteel te bezuinigen, in 2025 voor € 4 miljoen, in 2026 voor € 4 miljoen, in 2027 voor € 3,6 miljoen en in 2028 voor € 0,5 miljoen. Om tot deze Perspectiefnota te komen hebben we scherpe keuzes moeten maken, waarbij een aantal uitgangspunten voor ons als een paal boven water stonden. Het is voor ons van belang om geen korte termijnbeslissingen te nemen die op de lange termijn schadelijk zijn. Daardoor hebben we het vooral nodig gevonden om in te boeten op die posten waar op korte termijn minder middelen aan uitgegeven kunnen worden. Deze beslissingen kunnen uiteraard negatieve gevolgen hebben voor inwoners en partijen in de stad. Voorop staat dat we niemand zullen laten vallen en niet zullen tornen aan de basis om te leven en mee te kunnen doen. Indien uw raad bepaalde bezuinigingsvoorstellen onwenselijk vindt, geniet het de voorkeur om deze te ruilen voor concrete andere voorstellen die een gelijk bedrag opbrengen. Graag gaat het college met uw raad hierover in gesprek, ook omdat we deze eventuele nieuwe maatregelen dan tijdig kunnen voorbereiden.

Voor de jaren 2026 en verder zullen we aanvullende ombuigingen moeten voorbereiden, aangezien er in de jaren 2026 en 2027 een (beperkt) structureel tekort resteert, dat in 2028 oploopt naar ruim € 11 miljoen. In lijn met het VNG-advies lossen we dat nu nog niet op omdat dat nu nog prematuur is. Niet alleen om de druk te houden op Den Haag, maar ook omdat de meicirculaire er nog aan komt en het nog onduidelijk is wat een nieuw regeerakkoord zal brengen. Vanwege deze nog te verwachte

ONDERWERP

In de tussentijd bereiden we ons voor op datgene wat nodig is voor een sluitende begroting, in ieder geval voor het jaar 2025. Daarbij zullen we ook kritisch moeten kijken naar het tempo waarin we uitvoering kunnen geven aan de ambities om Arnhem klaar te maken voor de toekomst. We zullen keuzes moeten maken en bekijken waar we het meest kunnen besparen met de minste impact op de stad. Tegelijkertijd bekijken we hoe we met minder middelen toch goede resultaten kunnen behalen.

Perspectiefnota 2025-2028

Indien volledige compensatie vanuit Den Haag uitblijft, heeft dat grote gevolgen voor de ontwikkeling van én in de stad. Bovendien zal het leiden tot gevolgen die nog jarenlang kunnen nawerken. Reageren met bezuinigingen zou voor de gemeentelijke begroting technisch gezien een ‘oplossing’ zijn, maar voor onze stad zelf juist een groot probleem. Tegelijkertijd kunnen we als gemeente niet meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt. Het is dus van essentieel belang dat het Rijk de noodzakelijke budgetten via het Gemeentefonds aanvult. We zullen daar dan ook consequent, samen met de VNG, op aan blijven dringen.

PAGINA

In de recent verschenen Voorjaarsnota komt het demissionaire kabinet gemeenten enigszins tegemoet door vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting te schrappen, waardoor de eerdergenoemde korting van € 3 miljard verlaagd wordt naar € 2,3 miljard en door te kiezen voor een passende indexering van de Wmo. Dit is vooralsnog verwerkt in deze Perspectiefnota. Besluitvorming over de Voorjaarsnota en de vorming van een nieuw kabinet kunnen op een later moment leiden tot aanpassingen in deze afspraken.

4

door in tarieven en subsidies. Met name in het zogeheten sociaal domein heeft dit grote gevolgen. Daarnaast lopen de kosten in vooral de jeugdzorg fors op. Niet alleen doordat er meer kinderen en jongeren een beroep hierop doen, maar ook doordat de duur en intensiteit van hun behandeling is toegenomen. Deze stijgende kosten kunnen we niet zomaar opvangen, mede doordat we hiervoor te weinig geld van het Rijk krijgen. Ook de investeringen die we doen en kosten die we maken voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2039, waarin we de komende 16 jaar het pad naar vervanging en renovatie van de huidige schoollocaties beschrijven, zorgt voor een financiële uitdaging.

Zonder voldoende structurele middelen zullen onze inspanningen aanzienlijk worden belemmerd. Tegelijkertijd zijn er uiteraard wel keuzes te maken om taken niet meer uit te voeren, ambities aan te passen en/of om projecten te temporiseren. Daardoor kunnen we soms niet alles meer op het door ons gewenste tempo uitvoeren. Organisatie In een maatschappelijke omgeving die steeds meer onzekerheden brengt, zoals stikstof-problematiek, netwerkcongestie, de krappe arbeidsmarkt en veel kostenstijgingen werkt de organisatie voortdurend aan het hanteerbaar maken van de werkdruk en een realistische planning van activiteiten. Daarbij korten we in geval van inhoudelijke bezuinigingen zoals beschreven in deze Perspectiefnota steeds de bij die activiteiten behorende personele formatie. Voor het jaar 2025 voorzien wij, als onderdeel van het totale pakket, een verlaging van de loonsom met ruim € 3 miljoen. Opbrengsten Er kan financiële ruimte worden gecreëerd door het verhogen van de lokale heffingen (woonlasten). De beleidsvrijheid is hierin niet onbeperkt, omdat bepaalde tarieven bijvoorbeeld maximaal kostendekkend mogen zijn. In deze Perspectiefnota is een aantal concrete voorstellen gedaan voor aanpassing van de parkeerbelasting en toeristenbelasting. In dit blok worden daarnaast andere mogelijke of aanvullende scenario’s geschetst.

Klaar voor de toekomst Onze inspanningen voor de stad blijven erop gericht om Arnhem verder klaar voor de toekomst te maken. Dat is ook de reden dat we ervoor kiezen om ondanks de bezuinigingen, jaarlijks meer dan een miljoen structureel beschikbaar te stellen voor het uitvoeren van het IHP. Want hoewel de realiteit nu is dat er minder middelen beschikbaar zijn om ons doel te bereiken, neemt dit niet weg dat we doorgaan op de ingeslagen weg om vol ambitie toe te werken naar een Duurzaam, Groen, Kansrijk en Verbonden Arnhem. Tegelijkertijd zullen we onophoudelijk bij het Rijk blijven aandringen op meer middelen. Die lobby zullen we gezamenlijk op moeten pakken, vanuit het college, de raad, maar ook met andere decentrale overheden.

ONDERWERP

Fysiek De uitdagingen die zich in het fysieke domein voor de toekomst aandienen zijn aanzienlijk en vereisen dus ook flinke investeringen. Onze inspanningen in het fysieke domein zijn gericht op het maken van Arnhem tot een stad die niet alleen op de korte termijn, maar vooral ook op de lange termijn, toekomstbestendig, groen en leefbaar is. We hebben de opgave om veel woningen en werkplekken te realiseren, terwijl ruimte schaars is. Om de stad succesvol te verdichten, zijn veranderingen in mobiliteit en vergroening noodzakelijk. Bovendien dienen we noodzakelijke investeringen te doen voor de overgang naar duurzame energie. Juíst ook omdat onze blik is gericht op de lange termijn, maken we bewuste keuzes die het welzijn van dieren en de biodiversiteit ten goede komen.

Perspectiefnota 2025-2028

Sociaal Onze stad groeit en de verwachting is dat het beroep op de sociale voorzieningen in de komende jaren verder toeneemt. Wij willen dat onze inwoners die de zorg en ondersteuning het meest nodig hebben, ook in de toekomst toegang blijven houden tot goede en betaalbare voorzieningen. Dat jongeren opgroeien met perspectief en alle Arnhemmers kunnen rekenen op bestaanszekerheid om de tweedeling tussen arm en rijk te doorbreken. De realiteit is echter dat het steeds minder goed lukt om de stijgende vraag naar zorg en ondersteuning op te vangen. We kampen met personeelstekorten, wachtlijsten in de zorg, volumeontwikkeling in de zorg en jeugdzorg, een toenemend aantal ouderen, een groter beroep op mantelzorgers en vraagstukken rondom bestaanszekerheid. Het college wil bij de bespreking van de Perspectiefnota met de Raad in gesprek over enkele denkrichtingen om dit samenstel aan uitdagingen te lijf te gaan. Denkrichtingen waarmee we kunnen komen tot een andere manier van werken, waarmee we scherper kunnen kiezen en op termijn mogelijk besparingen of minder meerkosten kunnen realiseren.

PAGINA

Deze opties zijn opgedeeld in vier blokken: Sociaal, Fysiek, Organisatie en Opbrengsten, waarbij we per blok ombuigingsmaatregelen hebben geschetst. Graag voeren we hierover eerst het gesprek met uw raad en bekijken we aansluitend hoe we betrokken partijen in de stad bij de verdere uitwerking kunnen betrekken.

5

ontwikkelingen, geven we uw raad in deze Perspectiefnota al wel mogelijke maatregelen en richtingen mee die we zouden kunnen uitvoeren om het tekort dat optreedt na 2026 op te vangen. Ook dit is in lijn met het VNG-advies. De denklijnen voor bezuinigingen die we aan u voorleggen zijn in te delen in de volgende categorieën: 1. Nieuwe voorstellen die nog stopgezet kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze nog niet zijn vastgesteld door uw raad, nog niet verwerkt zijn in de begroting of omdat er nog geen concrete afspraken over de uitvoering gemaakt zijn. 2. Mogelijke structurele of incidentele bezuinigingen 3. Mogelijkheden voor extra opbrengsten

ONDERWERP

Perspectiefnota 2025-2028

  

PAGINA

De komende jaren kunnen we minder besteden dan de jaren hiervoor. Dat heeft vanzelfsprekend consequenties voor alle partijen waarmee we samenwerken. Die pijn zullen we zoveel mogelijk eerlijk moeten verdelen, waarbij voorop staat dat we onze mooie stad niet laten afbrokkelen. Zowel binnen áls buiten de gemeente zullen we elkaar met minder middelen zo lang mogelijk vasthouden, en zo samen deze storm te doorstaan, op weg naar een stabiele toekomst.

6

Essentieel is dat onze aantrekkelijke stad ook op de lange termijn een plek is waar mens en dier prettig kunnen leven. Een stad waarin iedereen welkom is, iedereen ertoe doet en iedereen op zijn, haar of hun manier kan meedoen. Hoewel we de komende jaren moeten prioriteren, lopende plannen en projecten moeten temporiseren en – soms pijnlijke – keuzes zullen moeten maken, staan deze Arnhemse kernwaarden niet ter discussie.

PAGINA

7

Perspectief op het financieel meerjarenbeeld

ONDERWERP

De houdbaarheid van de financiële situatie van de gemeenten in Nederland geeft aanleiding tot grote zorg. Vanaf 2026 dreigen veel gemeenten niet in staat te zijn hun begrotingen structureel sluitend te krijgen. Dit komt voornamelijk door de korting op het gemeentefonds, het continueren van de opschalingskorting en het opleggen van een nieuwe financieringssystematiek bij het gemeentefonds. In totaal is sprake van een structurele korting vanuit het Rijk van drie miljard, die in de jaren na 2026 verder oploopt. Daardoor lijkt het voor veel gemeenten onvermijdelijk dat ingrijpende en zichtbare bezuinigingen voorbereid moeten worden. Bovenop het ravijn, waardoor de inkomsten vanaf 2026 vanuit het Rijk sterk dalen, zien gemeenten echter ook dat de kosten in de komende jaren fors (verder) blijven stijgen. Tot 2020 was sprake van een sterke stijging van kosten in het sociaal domein, gevolgd door een afvlakking, maar vanaf 2023 ontstaat weer een sterke stijging. Vooral de jeugdzorg staat onder druk door stijgingen van de kosten en een toenemend beroep op de regelingen in combinatie met een taakstelling vanuit het Rijk die een aanzienlijke impact heeft op gemeenten. Naast het sociaal domein zien we ook sterke uitgavenstijgingen in het fysieke domein, zoals de bouwkosten en de kosten voor onderhoud in de openbare ruimte.

Een belangrijke oorzaak van deze kostenstijgingen is de stijging van de loonkosten in de verschillende sectoren. De genoemde aanpassingen in het gemeentefonds hebben als gevolg dat gemeenten niet volledig door het rijk gecompenseerd worden om deze kostenstijgingen op te kunnen vangen. Disbalans in taken, verantwoordelijkheden en bekostiging In 2021 constateerde de Raad voor het Openbaar Bestuur een disbalans in de taken, verantwoordelijkheden en bekostiging van de gemeenten. Er is geen helder afwegingskader voor wat de rol van de gemeenten in het bestuurlijk bestel is. Er is geen institutionele verankering van een ordelijke toedeling van taken aan overheidslagen en een daarbij passende bekostiging. Sinds 2021 is die disbalans verder toegenomen. In maart 2021, vlak voor de Kamerverkiezingen en dus vlak voor het begin van de kabinetsformatie, bracht de ROB het advies ‘Rust, reinheid en regelmaat’ uit. De aanleiding daarvoor was de financiële onrust bij de gemeenten vanwege van het rijksbeleid, zoals de opschalingskorting en de tekorten in het sociaal domein. De adviesraad stelde dat voor het overheidsbeleid de bestuurlijke en financiële verhoudingen in balans moeten zijn. Anders kunnen de gemeenten wezenlijke overheidstaken niet goed uitvoeren.

Dat gaat niet alleen om geld maar ook om de bestuurlijke organisatie, de omgangsvormen tussen de overheden, de institutionele verankering en het instrumentarium. In de afgelopen drie jaar, zo stelt de ROB nu, is de disbalans in de taken, verantwoordelijkheden en bekostiging van de gemeenten verder toegenomen. Het regeerakkoord bevatte een forse bezuiniging op de gemeenten vanaf 2026. De opschalingskorting werd nog steeds niet geschrapt. Vanaf 2027 volgt het accres het bruto binnenlands product in plaats van de rijksuitgaven. En de financiële discussies over de jeugdzorg zijn niet duurzaam opgelost. Het bestuur van de VNG heeft in 2023 een Taskforce Taken en Middelen ingesteld met de vraag om advies over de door de VNG te hanteren strategie in het licht van de op korte termijn dreigende financiële problemen waarvoor gemeenten zich gesteld zien. Uit het rapport ‘Taken en middelen in balans’ blijkt dat het rijk zichzelf in de voet schiet met de beoogde besparing van drie miljard op het gemeentefonds vanaf 2026. Belangrijke ambities van de landelijke overheid, die (deels) door gemeenten worden uitgevoerd, de zogenaamde medebewindstaken, dreigen dan namelijk stil te vallen. Dit geldt onder meer voor het terugdringen van wachtlijsten in de zorg, de woningbouwopgave, de uitvoering van het klimaatakkoord en de hervormingsagenda jeugd.

Inzet nieuw kabinet Een nieuw kabinet kan ervoor zorgen dat gemeenten die belangrijke maatschappelijke opgaven kunnen realiseren door hiervoor voldoende geld beschikbaar te stellen. De VNG vraagt de formerende partijen daarom in het kader van de onderhandelingen voor een nieuw kabinet in het regeerakkoord te regelen dat: 1. De gemeenten structureel over voldoende middelen beschikken via het gemeentefonds. Voorbeelden: afschaffing van de opschalingskorting, voortzetten van de bestaande financierings- systematiek en indexering van de fondsen passend bij echte(stijgende) kosten op wettelijke (zorg)taken; 2. De gemeenten sturingsmogelijkheden en bevoegdheden krijgen die bij hun taken en verantwoordelijkheden passen; 3. Gemeenten nooit meer in een situatie terecht kunnen komen waarbij wel de taken, maar niet de benodigde middelen bij de gemeenten terechtkomen; en

Perspectiefnota 2025-2028

Financieel perspectief

PAGINA

8

4. De interbestuurlijke (financiële) verhoudingen op basis van gelijkwaardigheid en samenwerking worden hersteld en verankerd.

Begrotingsadvies VNG De VNG heeft naar aanleiding van de hiervoor geschetste situatie over de rijkskortingen en de ontstane disbalans in taken en bekostiging vorig jaar voor het eerst een begrotingsadvies afgegeven aan gemeenten. Hieraan geeft de VNG dit jaar een vervolg in twee delen. Op 1 maart 2024 heeft de VNG de gemeenten geadviseerd: 1. Maak een sluitende begroting voor het jaar 2025 en bereid ombuigingen voor waartoe de gemeente zal besluiten als vanaf 2026 € 3 miljard wordt gekort. Breng deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart maar zet ze nog niet in gang. 2. Presenteer de gevolgen ervan, financieel én inhoudelijk, zo scherp mogelijk. 3. Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeeft te focussen op taken in medebewind. 4. Beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt. De VNG kondigt aan na de meicirculaire 2024 (of eerder als er eerder een nieuw kabinet is dat duidelijkheid geeft)met een vervolg op dit begrotingsadvies te komen. Dat vervolgadvies zal worden afgestemd met de provinciale toezichthouders. Met het begrotingsadvies wil de VNG niet teveel op de uitkomsten vooruitlopen.

Daarom vraagt de VNG aan de gemeenten om de bezuinigingen in hun voorjaarsnota's wel in beeld te brengen maar nog niet in gang te zetten onder het motto: ‘Prepare for the worst, hope for the best’ (bereid je voor op het slechtste scenario, hoop op het beste scenario). Dit VNG-advies is ook voor Arnhem het kader waar we ons aan houden en waarop het financiële perspectief in deze Perspectiefnota is gebaseerd. Het Arnhemse financiële perspectief In Arnhem is de korting in de vorm van het zogenaamde 'ravijn' in het gemeentefonds al in eerdere begrotingen verwerkt. De Begroting 2024 was desondanks voor alle jaren structureel sluitend. Dit gold niet voor het merendeel van de gemeenten. In de Begroting 2024 zijn de volgende verrekeningen met de algemene reserve opgenomen: Financieel beeld 2025-2028 Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Toevoeging (+) of onttrekking (-) aan de algemene reserve cf Begroting 2024

17.959

-7.965

-2.488

-2.836

waarvan incidenteel

-10.293

-12.129

-2.600

0

waarvan structureel

28.252

4.164

112

-2.836

ONDERWERP

In het hiernavolgende Arnhemse financiële perspectief zijn deze effecten van de Voorjaarsnota alvast meegenomen. Besluitvorming hierover zal nog moeten plaatsvinden, net als de vertaling in de meicirculaire 2024. Daarbij zal in de komende periode mogelijk ook een nieuw kabinet geformeerd worden dat nieuwe aanvullende afspraken over medeoverheden maakt. Het is momenteel lastig in te schatten in hoeverre dat zal leiden tot meer of wellicht juist minder ruimte voor gemeenten. De inzet van de VNG is erop gericht de gemaakte afspraken uit de Voorjaarsnota te bewaken, maar ook de nog steeds aanwezige disbalans tussen taken en middelen te verkleinen.

Perspectiefnota 2025-2028

Voorjaarsnota Op 15 april 2024 is de Voorjaarsnota van het demissionaire kabinet verschenen. Daarin is een aantal afspraken met medeoverheden opgenomen. In lijn met het advies van de Raad van State wordt de normeringssystematiek vanaf 2024 gekoppeld aan het bbp. Dit levert voor gemeenten met name in 2024 en 2025 een nadeel op, aangezien in deze jaren de geldende normeringssystematiek de 'trapop-trap-af'-systematiek was en deze tot een hoger accres leidde. Dit nadeel wordt echter in 2024 en vanaf 2026 geheel door het Rijk opgevangen en in 2025 voor de helft. Vanaf 2026 wordt daarnaast de oploop van de opschalingskorting geschrapt (€ 675 miljoen landelijk). Tot slot gaan Rijk en gemeenten gezamenlijk werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en hun wettelijke zorgtaken Wmo met als insteek om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds loopt, maar via een aparte financiering met een passende geobjectiveerde indexering. Hiervoor wordt een oplopende reeks van € 75 miljoen landelijk in 2026 naar € 225 miljoen landelijk in 2028 gereserveerd.

2027

2028

Totaal autonome en overige financiële ontwikkelingen

-43.869

-25.898

-18.326

-27.280

Totaal gedekt uit reserves of bestaande budgetten

-188

13

-63

63

-44.057

-25.885

-18.389

-27.218

waarvan incidenteel

-3.799

-3.051

1.371

0

waarvan structureel

-40.108

-22.684

-19.610

-27.218

Totaal Financieel beeld

Dit beeld ontstaat als gevolg van een nieuwe inschatting van de autonome ontwikkelingen en financiële knelpunten in het lopende beleid voor de komende jaren. In de volgende paragraaf wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op de verschillende onderdelen waaruit dit beeld is opgebouwd. Om deze financiële ontwikkelingen in de komende jaren het hoofd te kunnen bieden, lijkt het met de huidige inzichten ook voor Arnhem onvermijdelijk om in de komende jaren te bezuinigen. In deze Perspectiefnota worden op basis van de verwachte meerjarige financiële ontwikkelingen daartoe de eerste voorstellen en richtingen geschetst. Daarbij wordt ook in beeld gebracht welke effecten dit heeft op het bovenstaande beeld en op het verloop van de weerstandsfactor. In welke mate bezuinigingen daadwerkelijk nodig zijn, zal in aanloop naar de Begroting 2025 blijken. De meicirculaire 2024 en de afspraken in een nieuw kabinet over taken en middelen voor gemeenten zijn daarvoor bepalend. Op deze manier houden we de regie en nemen we tijdig onze verantwoordelijkheid, maar gaan we niet voortijdig over tot het afbouwen van voorzieningen en dienstverlening zolang er nog geen zekerheid is dat dit daadwerkelijk nodig is. We blijven aansluiten bij het begrotingsadvies van de VNG.

ONDERWERP

2026

Perspectiefnota 2025-2028

2025

PAGINA

Financieel beeld 2025-2028 Bedragen x € 1.000

9

Hieruit blijkt in 2025 nog een structurele toevoeging aan de algemene reserve, maar in de jaren daarna neemt deze sterk af. Inmiddels is bekend dat we het jaar 2023 met een positief resultaat afgesloten hebben. Dit leidt tot een incidentele toevoeging aan de algemene reserve in 2024 van € 34 miljoen. Ook leiden de resultaten over 2023 tot een verdere toename van de bestemmingsreserves met € 20 miljoen tot een totale stand van deze reserves op € 215 miljoen. Met deze uitgangspositie hebben we het nieuwe financiële perspectief voor de jaren 2024 tot en met 2028 opgemaakt. We constateren dat de hiervoor geschetste landelijke ontwikkelingen ook het financieel meerjarenbeeld in Arnhem onder druk zetten. Naast de korting van € 3 miljard die in Arnhem al verwerkt is, verwachten we in onze nieuwe begroting in de komende jaren tekorten te zien ontstaan. Op de eerste plaats door de invoering van het nieuwe verdeelmodel Beschermd Wonen dat vanaf 2026 aanstaande is, maar ook door de hiervoor geschetste stijgende kosten op meerdere terreinen, zonder dat daarvoor afdoende compensatie vanuit het Rijk wordt gerealiseerd. Bijvoorbeeld op het gebied van de (jeugd)zorg, maar ook op diverse andere beleidsvelden.

Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de kosten voor de individuele studietoeslag, voor het verwerken van het afval van lachgascilinders en voor de uitvoeringskosten van inburgeringsplichtige nieuwkomers. Deels zien we mogelijkheden om dit in de komende jaren op te kunnen vangen, maar het is onontkoombaar dat daarbij een tekort resteert als het Rijk niet met aanvullende middelen over de brug komt. We voorzien dan ook het volgende beeld:

Het financiële meerjarenbeeld in deze Perspectiefnota wordt grotendeels bepaald door ontwikkelingen op de jaarlijkse autonome posten met nauwelijks keuzevrijheid en door overige financiële ontwikkelingen, waarin in beperkte mate keuzes te maken zijn. Onderstaande tabel geeft op de eerste plaats inzicht in de verwachte meerjarige ontwikkeling van de autonome posten en vervolgens worden de overige financiële ontwikkelingen per programma geduid. Onder de tabel volgt een toelichting per onderdeel. 2026

2027

2028

I/S

Gemeentefonds september- december circulaire

16.767

15.371

20.518

11.753

S

Gemeentefonds: schrappen oploop opschalingskorting en bbp-systematiek vanaf 2024 in Voorjaarsnota

-6.750

6.750

6.750

6.750

S

750

1.500

2.250

S

Autonome ontwikkelingen

Gemeentefonds: indexatie demografie Wmo in Voorjaarsnota Gemeentefonds uitstel Beschermd Wonen

4.908

9.770

8.335

7.145

S

Actualisatie Beschermd Wonen

1.652

1.652

1.652

1.652

S

Nominaal 2025

-25.000

-25.000

-25.000

-25.000

S

Areaalontwikkeling 2025

-2.500

-2.500

-2.500

-2.500

S

Vrijval onzekere prijsontwikkelingen 2025 uit B2024

1.000

1.000

1.000

1.000

S

Actualisatie MIP

520

-55

-322

-418

S

Planningsrealisme MIP

489

861

1.411

0

1.000

1.000

S

39

39

39

39

S

1.649

1.649

1.649

1.649

S

1.450

2.900

S

Vrijval rentebuffer Areaalontwikkeling opbrengsten OZB Indexatie opbrengsten OZB (inflatiecorrectie) Indexatie OZB 2027 e.v. tot 5%

I

Reëel ramen vennootschapsbelasting

-478

-478

-478

-478

S

Reëel ramen toeristenbelasting

100

100

100

100

S

Reëel ramen bestuurlijke boetes brandbeveiligingsverordening

-52

-52

-52

-52

S

Reëel ramen subsidie Eusebius

217

217

217

217

S

BRP-straat - geoormerkt budget binnen Burgerzaken

-256

-256

-256

-256

S

E-depot voorzieningen

-50

-100

-150

-150

S

Huisvesting ambtelijke organisatie (beëindiging huurkorting)

-937

-937

Financiële ontwikkelingen Bestuur, dienstverlening en financiën

Voorbereidingskrediet gemeentelijke huisvesting

I

-74

-73

-72

S

-24

-74

-74

S

-84

-148

-211

S

-80

-60

-40

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs

-1.130

-2.260

-3.390

-4.520

S

Bewegingsonderwijs

-150

-150

-150

-150

S

Uitvoering leerplicht

-92

-92

-92

-92

S

Faciliteren verkiezingen

-22

Financiële ontwikkelingen Bereikbaarheid Vervanging gelijkrichters Financiële ontwikkelingen Economie Historische Kelders

I

Financiële ontwikkelingen Onderwijs

ONDERWERP

2025

Perspectiefnota 2025-2028

Autonome en overige financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000

PAGINA

10

Autonome en overige financiële ontwikkelingen

2025

2026

2027

2028

I/S

-70

-69

-68

S

PAGINA

11

Autonome en overige financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000 Financiële ontwikkelingen Cultuur (cultureel vastgoed) Museum - Vervangen dak

-3.957

-4.188

-4.346

-4.530

S

Actualisatie WSW

-3.312

-2.898

-4.344

-3.031

S

Studietoeslag

-800

-1.100

-1.400

-1.100

S

Re-integratiebudget

1.022

1.081

1.031

910

S

Gelrepas

-325

-325

-325

-325

S

Bijzondere bijstand

-300

-300

-300

-300

S

Beschermingsbewind

-100

-100

-100

-100

S

Vroegsignalering Schuldhulpverlening

-230

-230

Volume-ontwikkeling kosten jeugdzorg / prognose

-10.889

-10.889

-10.889

-10.889

S

Tarievenonderzoek ambulant jeugdzorg

-3.963

-3.963

-3.963

-3.963

S

Tarieven inkoop Verblijf jeugdzorg

-4.879

-4.879

-4.879

-4.879

S

Tarieven inkoop essentiele functies jeugdzorg

-524

-524

-524

-524

S

Landelijk tarief jeugdbescherming vanaf 2024

-1.152

-1.152

-1.152

-1.152

S

419

2.827

2.827

2.827

S

I

Financiële ontwikkelingen Zorg

Dekking tekort zorg uit zorgbegroting Dekking tekort zorg uit de BR Wmo en Jeugdzorg

2.408

I

Tarievenonderzoek ambulant Wmo

-4.306

-4.306

-4.306

-4.306

S

Dekking tarievenonderzoek ambulant uit voordelen binnen Wmo

4.306

4.306

4.306

4.306

S

Aanpak wachtlijsten huishoudelijke ondersteuning

-253

-253

-253

-253

S

Doelgroepenvervoer

500

Preventieve jeugdbescherming

-135

-135

Veilig thuis

-80

-80

-80

-80

S

Bestrijden racisme en discriminatie

-50

-50

-100

-100

S

Roze Zaterdag

-180

I I

Financiële ontwikkelingen Welzijn en inclusie I

Financiële ontwikkelingen Gezondheid en sport VGGM - bijdrage versterking JGZ / AGZ

-358

-872

-872

-872

S

VGGM - Beter Bedrijfsvoeren

-500

-750

-900

-900

S

VGGM Harmoniseren afspraken huisvesting brandweer

-39

I

Klimaatinstallatie Valkenhuizen

-59

-59

-58

-57

S

ODRA - prijsstijging

-106

-106

-106

-106

S

Plan gezonde leefomgeving

-150

-150

-150

Financiële ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkeling I

ONDERWERP

Actualisatie BUIG NvB 2024 en verder

Perspectiefnota 2025-2028

Financiële ontwikkelingen Participatie en armoedebestrijding

2025

2026

Aanbesteding dagelijks onderhoud in stadsdeel Centrum, Spijkerbuurt en Arnhems Broek (CSA)

-2.500

-2.500

Hogere Energielasten eigen gebruik (OR en VG)

-2.970

2027

2028

I/S

PAGINA

12

Autonome en overige financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000 Financiële ontwikkelingen programma Wonen en leefomgeving

I

-180

-200

-200

-200

S

Uitvoering Huisvestingsverordening - Huisvesting urgent woningzoekenden

-70

-70

-70

-70

S

-43.869

-25.898

-18.326

-27.280

Totaal autonome en overige financiële ontwikkelingen

ONDERWERP

Dierentehuis (23M104)

Perspectiefnota 2025-2028

I

PAGINA

13

Autonome ontwikkelingen

Nominaal en areaal Op 22 februari is het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd. Mede op basis hiervan wordt de loon- en prijsontwikkeling van de Arnhemse begroting geraamd. Daarnaast wordt op basis van de groei van de stad de volumeontwikkeling (areaalontwikkeling) van de begroting berekend. In totaal bedraagt de loon-, prijs- en volumeontwikkeling structureel € 27,5 miljoen vanaf 2025. In de Begroting 2024 was een stelpost opgenomen van € 1,0 miljoen structureel vanaf 2025. Met de onderstaande indexatie kan deze stelpost vrijvallen. Indexatie Perspectiefnota Bedragen x € 1 miljoen

2025

2026

2027

2028

CAO 2024 eigen ambtenaren

1,9

1,9

1,9

1,9

Loon- en prijsontwikkeling 2025

23,1

23,1

23,1

23,1

Areaalontwikkeling 2025

2,5

2,5

2,5

2,5

Totaal

27,5

27,5

27,5

27,5

CAO 2024 eigen ambtenaren In de begroting 2024 is rekening gehouden met een loonontwikkeling voor het eigen personeel van 5,2 % op basis van het CEP 2023. In het najaar van 2023 is een nieuwe CAO afgesloten. Hierdoor komt de ontwikkeling van de loonsom uit op 7,2%. Hierdoor moet voor 2025 € 1,9 miljoen aanvullend op de loonkosten geïndexeerd worden.

ONDERWERP

In de Begroting 2024 is nog uitgegaan van invoering van het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen per 2025. Arnhem houdt in deze Perspectiefnota echter rekening met de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen per 2026. Op 28 maart 2024 is namelijk bekend geworden dat er geen tijdige besluitvorming kan plaatsvinden over het woonplaatsbeginsel, waardoor de invoering van het nieuwe verdeelmodel opnieuw met een jaar wordt uitgesteld naar 2026. In de huidige Begroting 2024 is het model in de jaren 2025, 2026 en 2027 verwerkt. In deze Perspectiefnota 2025-2028 betekent dit dat het oplopende nadeel wordt verschoven naar de jaren 2026, 2027 en 2028 en in de jaren daarna verder oploopt. Daarnaast is de berekening van de effecten van het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen geactualiseerd. Er wordt een daling voorzien van aantallen en budgetten met de invoering van het objectieve verdeelmodel. Dit geeft een positief voordeel van € 1,7 miljoen voor 2025 en verder en verlaagt het negatieve effect van het objectieve verdeelmodel.

Perspectiefnota 2025-2028

Gemeentefonds Het voordeel op het gemeentefonds komt voort uit de september- en decembercirculaire 2023. Als gevolg van wijzigingen in de uitkeringsfactor en actualisatie van de maatstaven ontstaat een voordeel van ruim € 1 miljoen in 2025, € 0,7 miljoen in 2026 en € 6 miljoen vanaf 2027. Vanaf 2027 groeit het accres (toename van de algemene uitkering) mee met de groei van het bbp. Het voordeel in 2027 ontstaat doordat in de septembercirculaire de indices van de nieuwe bbp-systematiek zijn opgenomen, wat leidt tot landelijk € 556 miljoen meer volumeaccres voor 2027 dan waarop in de Begroting 2024 was gerekend. Daarnaast wordt het accres geïndexeerd. Vanaf 2025 levert dit een stijging van circa € 17 miljoen op ter (gedeeltelijke) dekking van de indexaties en areale stijgingen die in onze begroting aan de lastenkant worden opgenomen. Een aantal nieuwe taakmutaties en (aanpassingen in) decentralisatie-uitkeringen wordt met andere programma's verrekend. Zoals in het vorige hoofdstuk aangegeven, zijn daarnaast de afspraken uit de Voorjaarsnota over de invoering van de bbp-systematiek per 2024, de afschaffing van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 en de indexatie van de Wmo binnen het gemeentefonds vanaf 2026 in deze Perspectiefnota verwerkt.

PAGINA

14

Loon- en prijsontwikkeling 2025 De loon- en prijsontwikkeling voor 2025 komt uit op € 23,1 miljoen. Deze is als volgt opgebouwd: 2026

2027

2028

CAO 2025 eigen ambtenaren

4,7

4,7

4,6

4,6

Zorgcontracten

7,8

7,8

7,8

7,8

Onderhoud Openbare Ruimte

2,5

2,5

2,5

2,2

Subsidies Zorg en Welzijn

1,3

1,3

1,3

1,3

Subsidies Cultuur

0,8

0,8

0,8

0,8

Subsidies Sport

0,6

0,6

0,6

0,6

Subsidies Onderwijs

0,2

0,2

0,2

0,2

Subsidies Overig

0,3

0,2

0,3

0,3

Gemeenschappelijke Regelingen

2,7

2,7

2,7

2,7

Overig

2,2

2,3

2,3

2,6

Totaal

23,1

23,1

23,1

23,1

CAO 2025 eigen ambtenaren Het CPB raamt in het CEP een loonontwikkeling voor de sector overheid van 4,4%. Aangezien de CAO gemeenteambtenaren tot 31 maart 2025 loopt, nemen we de raming van het CEP over. De loonontwikkeling voor 2025 komt daardoor uit op circa € 4,7 miljoen. Zorgcontracten Met ingang van 2024 zijn er nieuwe regels rond de indexering van zorgcontracten. Nieuwe contracten worden geïndexeerd met 90% Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) en 10% Prijs Particuliere Consumptie (PCC) die wordt aangevuld met een verrekening van het verschil tussen de voorlopige en definitieve raming van de OVA en de PCC van het voorgaande jaar. In de raming voor deze Perspectiefnota is gerekend met een OVA van 4,9% en een PCC van 2,5%. Daarmee komt de gecombineerde index uit op 4,7%. Over de komende drie jaar zullen geleidelijk alle zorgcontracten onder het nieuwe indexeringsregime gaan vallen. Voor de raming nu nemen we aan dat het nadeel van de verrekening van de index van vorig jaar en het voordeel van de oude indexering (75% OVA en 25% consumentenprijsindex (CPI)) tegen elkaar opwegen. Hiermee komt de raming voor de indexering van de zorgcontracten uit op € 7,8 miljoen. Onderhoud Openbare Ruimte Voor de raming van de ontwikkeling van het onderhoud in de openbare ruimte gebruiken we sinds enkele jaren de BDB-index grond-, weg- en waterbouw onderhoud (GWWo).

Deze raming is voor 2025 met 7,6% fors hoger dan de index van vorig jaar (4,9%). Hierdoor komt de ontwikkeling van de kosten voor onderhoud in de openbare ruimte uit op € 2,5 miljoen. Subsidies De afgelopen jaren zijn de subsidies allen op dezelfde wijze geïndexeerd, namelijk met een samengesteld percentage dat voor 58% bepaald wordt door de loonontwikkeling en voor 42% door de prijsontwikkeling. De generieke wijze waarop de begrotingssubsidies tot op heden werden geïndexeerd sluit niet (meer) aan bij de kostenstructuur van veel subsidieontvangers. Met name subsidieontvangers op het gebied van zorg en welzijn hebben in verhouding veel meer personeelskosten dan overige kosten. Het hanteren van één indexeringspercentage voor alle subsidieontvangers is daarmee niet passend. Om een beter passende systematiek voor het indexeren van subsidies te maken, wordt gediversifieerd in de verhouding loon- en prijsontwikkeling tussen verschillende categorieën subsidieontvangers. Om niet nog een extra complexiteit aan het indexeringsmodel toe te voegen, zullen voor alle subsidies dezelfde percentages voor loon- en prijsontwikkeling gehanteerd worden. Dit zijn dezelfde indexen die al gebruikt worden voor indexatie van de budgetten van de eigen organisatie, namelijk de loonvoet sector overheid en de index materiële overheidsconsumptie (IMOC).

Er worden vijf verschillende categorieën gebruikt: zorg en welzijn, cultuur, sport, onderwijs en overig. Voor de verhouding loon/prijs wordt voor zorg en welzijn aangesloten bij de verhouding die voor de zorgcontracten wordt gehanteerd, 90/10. Voor cultuur en sport is op basis van de jaarrekeningen van de afgelopen jaren gekeken naar de verhouding tussen personeelslasten en overige lasten. Deze bleek voor beide categorieën gemiddeld 45/55 te zijn. Voor onderwijs en overig wordt uitgegaan van de basisverhouding van 60% loonontwikkeling en 40% prijsontwikkeling. De loonvoet sector overheid is in het CEP geraamd op 4,4% en de IMOC op 2,2%. Daarmee volgen de onderstaande percentages per subsidiecategorie en bijbehorende indexatie.

ONDERWERP

2025

Perspectiefnota 2025-2028

Loon- en prijsontwikkeling 2025 Bedragen x € 1 miljoen

Indexatie

Zorg en Welzijn

90% CAO Gem. 10%

4,2%

€ 1,3 miljoen

Cultuur

45% CAO Gem. 55%

3,2%

€ 0,8 miljoen

Sport

45% CAO Gem. 55%

3,2%

€ 0,6 miljoen

Onderwijs

60% CAO Gem. 40%

3,5%

€ 0,2 miljoen

Overig

60% CAO Gem. 40%

3,5%

€ 0,3 miljoen

Totaal

€ 3,2 miljoen

Op basis van de toezegging bij de Begroting 2024 zullen de subsidiepartijen na vaststelling van de Perspectiefnota 2025 op de hoogte gesteld worden van deze indexatie, zodat zij hier bij het opstellen van hun begrotingen rekening mee kunnen houden. De huurverhoging die voor 2025 in rekening wordt gebracht aan subsidiepartners die vastgoed van ons huren, bedraagt 3,2% of 3,8% (afhankelijk van maand- of jaarbetaling). Deze indexatie ligt in lijn met de indexatie van hun subsidie. Gemeenschappelijke regelingen De indexatie van de gemeenschappelijke regelingen wordt per regeling, met het vaststellen van hun begroting door de deelnemers, bepaald. Deze begrotingen zijn nu nog in voorbereiding, waardoor er in deze Perspectiefnota alleen een globale raming van de indexatie van gemeenschappelijke regelingen kan worden gemaakt. Hiervoor worden de totale lasten die begroot zijn als bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen verhoogd met 3,5% (60/40, loonvoet sector overheid / IMOC). Hiermee komt de raming voor de indexatie voor gemeenschappelijke regelingen uit op € 2,7 miljoen. Bij de besprekingen in de besturen van de gemeenschappelijke regelingen over de ontwerpbegrotingen wordt ingezet op een loon- en prijsontwikkeling van gemiddeld 3,5%.

Vanaf volgend jaar wordt er bij de gemeenschappelijke regelingen op gestuurd dat de indexatie maximaal aansluit bij de dekking die de deelnemers hiervoor ontvangen vanuit het gemeentefonds. Overig In de post overig zijn budgetten opgenomen die worden geïndexeerd met de IMOC (2,2%), CPI (2,8%) en de cao-ontwikkeling van de marktsector (3,8%). Onder andere algemene inkoopbudgetten die niet vallen onder openbare ruimte of zorg worden geïndexeerd met de IMOC. Dit is met € 1,8 miljoen het grootste deel van ‘Overig’. Het restant wordt onder andere gevormd door bijvoorbeeld representatiekosten die worden geïndexeerd met de CPI en inhuur die geïndexeerd wordt met de cao-ontwikkeling van de marktsector. Areaalontwikkeling 2025 In de begroting worden de budgetten die gevoelig zijn voor de groei van de stad geïndexeerd met de groei van het aantal inwoners of de groei van het aantal woningen. In de prognose groeit het aantal inwoners in 2025 met 1,0% en het aantal woningen met 0,9%. Om de verschillende budgetten in de begroting hierop aan te passen is een indexatie van € 2,5 miljoen nodig. Meerjareninvesteringsplanning (MIP) Op basis van de realisatie over 2023 zijn de planningen van de investeringsprojecten in het MIP geactualiseerd. Hierdoor verschuift de realisatie van een aantal projecten naar een later jaar.

Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals personele wisselingen of knelpunten in de capaciteit. In lijn met motie 21M247 (Stijging bouwkosten volledig opnemen in begroting) zijn de projectuitgaven ook geïndexeerd. Hiervoor zijn drie verschillende indices gebruikt, namelijk de index Schoolgebouwen nieuwbouw (2,7%), Grond-, weg- en waterbouw nieuwbouw (4,6%) en Bedrijfsgebouwen nieuwbouw (1,6%). Voor de indexering moet in 2025 € 0,2 miljoen gereserveerd worden, oplopend tot € 0,4 miljoen in 2028. In deze reeks actualisatie MIP zijn geen nieuwe investeringen opgenomen. Voor alle investeringsprojecten wordt een realistische planning gemaakt. Door onvoorziene omstandigheden wordt in een aantal gevallen deze planning niet gehaald. Vooraf valt niet te zeggen welke projecten dit betreft. Door de vele investeringsprojecten die lopen, is het op basis van ervaring, echter wel een zekerheid dat dit bij een aantal projecten zal gebeuren. Projecten die later dan oorspronkelijk gepland afgerond worden, worden later geactiveerd, waardoor de kapitaallasten in de begroting naar achteren schuiven. Hier wordt sinds een aantal jaar rekening mee gehouden door een deel planningsrealisme in te ramen. Voor het gehele MIP is het planningsrealisme opnieuw geraamd. Hiervoor wordt een aflopende reeks van 70%, 50% en 30% voor de verwachte onderuitputting van de kapitaallasten geraamd.

Dit geeft een voordeel voor het financieel beeld van € 0,5 miljoen in 2025, € 0,9 miljoen in 2026 en € 1,4 miljoen in 2027. Het voordeel ontstaat doordat de reeks die vorig jaar is ingeboekt de jaren 2024, 2025 en 2026 betrof. Voor 2025, 2026 en 2027 wordt nu dus een groter deel aan onderuitputting geraamd. Voor 2025 en 2026 wordt het bedrag voor planningsrealisme mede verhoogd als gevolg dan de indexering van het MIP.

ONDERWERP

Percentage

Perspectiefnota 2025-2028

Verhouding

PAGINA

15

Categorie

Reëel ramen bestuurlijke boetes brandbeveiligingsverordening In de begroting 2017 is een structurele baat opgenomen van € 51.500 als gevolg van de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete conform de brandbeveiligingsverordening. Deze boete is echter de afgelopen jaren nooit opgelegd omdat deze boete in de praktijk niet noodzakelijk geacht wordt. Bijvoorbeeld in geval van omissies bij evenementen, vinden de evenementen geen doorgang. Daarnaast worden er andere handhavingsinstrumenten toegepast zoals bijvoorbeeld dwangsom en bestuursdwang, waardoor de bestuurlijke boete uit hoofde van de brandbeveiligingsverordening niet opgelegd wordt. De brandbeveiligingsverordening kan inmiddels komen te vervallen omdat zaken die daarin worden geregeld op andere plekken zijn geregeld. Er wordt in de gemeentelijke begroting dan ook ten onrechte rekening gehouden met deze ontvangsten. We stellen daarom voor deze baat te verwijderen. Reëel ramen subsidie Eusebius In de begroting is voor de subsidie aan de Eusebius rekening gehouden met een hoger bedrag dan werkelijk nodig is. Het overbodige deel kan structureel vrijvallen.

ONDERWERP

Reëel ramen toeristenbelasting Bij de Begroting 2024 hebben we de begrote opbrengsten uit toeristenbelasting structureel verhoogd naar € 1,2 miljoen op basis van de hogere aantallen over 2022 (gecombineerd met de hogere tarieven met ingang van 2023). We zijn toen aan de voorzichtige kant gaan zitten. Op basis van de definitief gerealiseerde aantallen over 2022 en het hogere tarief is de verwachting dat de opbrengst uitkomt op € 1,3 miljoen. Uit voorlopige CBS-cijfers over het aantal overnachtingen in Gelderland in 2023 blijkt dat het niveau van 2022 ook in 2023 (meer dan) gerealiseerd wordt. Het hogere aantal overnachtingen lijkt hiermee structureel van aard te zijn, waarmee het ook reëel wordt geacht om vanaf 2024 de opbrengsten uit toeristenbelasting structureel met € 100.000 te verhogen.

Perspectiefnota 2025-2028

Reëel ramen vennootschapsbelasting De Belastingdienst legt jaarlijks eind januari al een voorlopige aanslag op waarbij gekeken wordt naar de Vpb-aangiften in de eerdere jaren. In 2023 zijn de tarieven voor de parkeergarages verhoogd waardoor de inkomsten vanuit de parkeerbelasting toegenomen zijn. Hierdoor is een verschil ontstaan met de door de Belastingdienst ingeschatte voorlopige aanslag uit januari 2023 en de werkelijke realisatie over 2023. Dit heeft een structureel nadelig effect op de te betalen vennootschapsbelasting.

PAGINA

Gemeentelijke belastingen OZB Afgesproken is dat de opbrengsten OZB, exclusief areaalontwikkeling, jaarlijks met 5% stijgen ter dekking van de stijging van lonen en prijzen en andere bestedingsdoelen. De aanvullende indexatie bovenop de inflatiecorrectie is in de Begroting 2023 reeds cumulatief verwerkt voor de jaarschijven 2023-2026. Voor 2027 en 2028 wordt deze aanvullende indexatie in de Begroting 2025 verwerkt, dat vooralsnog in lijn ligt met het huidige beleid van een jaarlijkse stijging van 5%. Voor 2027 betekent dit een bedrag van € 1.450.000, voor 2028 een bedrag van € 2.900.000. Het deel dat specifiek is bedoeld voor inflatiecorrectie wordt jaarlijks met een gelijkblijvende reeks in de begroting opgenomen. Voor 2025 betreft dit een bedrag van € 1.648.500 structureel. Uitgangspunt is om net als vorig jaar een totale stijging van 5% van de opbrengsten OZB te realiseren. De opbrengsten OZB worden geraamd op het aantal woningen inclusief de groei die hierin in de komende jaren verwacht wordt. Voor deze zogenaamde areaalontwikkeling is meerjarig een extra opbrengst OZB in de begroting opgenomen. Jaarlijks wordt beoordeeld of de geraamde extra opbrengsten naar boven of beneden bijgesteld moeten worden op basis van actuele gegevens over de ontwikkeling van de woningbouwvoorraad. De areaalontwikkeling 2024 blijft achter bij waar in de Begroting 2024 van uit is gegaan.

De geraamde opbrengsten OZB worden daarom vanaf 2024 structureel met € 141.500 naar beneden bijgesteld. Voor areaalontwikkeling 2025 worden de opbrengsten OZB vanaf 2025 structureel met € 180.000 verhoogd (per saldo € 38.500).

16

Rentebuffer Op dit moment is in de begroting vanaf 2027 een structurele rentebuffer van € 1,0 miljoen opgenomen om bovenmatige rentestijgingen op te vangen. Afgelopen jaren is deze steeds in het voorlaatste begrotingsjaar vrijgevallen. Ook is het nooit nodig gebleken dat deze buffer ingezet werd. Een buffer in het laatste begrotingsjaar is daarnaast ook niet logisch om een risico op een rentestijging mee af te dekken. Wanneer de rente harder stijgt dan in de begroting geraamd, stijgen de rentelasten van de gemeente vrijwel direct doordat elk jaar een deel van de schulden geherfinancierd moet worden. Daarom is het logischer om hiervoor een risico van ongeveer € 1,0 miljoen in het gemeentebrede risicoprofiel op te nemen. Jaarlijks moet namelijk circa € 50 miljoen aan schulden geherfinancierd worden. Wanneer de rente daarvoor 2 procentpunt hoger uitvalt dan het percentage waarvan in de begroting werd uitgegaan, bedragen de extra rentelasten € 1,0 miljoen. Door het opnemen van dit risico kan de buffer in de exploitatie vrijvallen.

Faciliteren verkiezingen In 2023 is besloten om het verkiezingsbudget voor de komende jaren te verhogen. De verhoging is gebaseerd op verwachte stijgende kosten. Inmiddels is geconcludeerd dat gemiddeld € 465.000 nodig is om één verkiezing per jaar te organiseren. Dit budget is nu niet als zodanig in de begroting voor de komende jaren opgenomen. Er is juist sprake van een afname in de middelen doordat het budget voor opkomstbevordering vanaf 2027 vervalt. Door een aantal maatregelen kan het budget in 2025 en 2026 voor het organiseren van een verkiezing op € 440.000 uitkomen en is aanvullend een bedrag van ruim € 20.000 benodigd. Vanaf 2027 voorzien we alsnog op een kostenpost van € 465.000 voor één jaarlijkse verkiezing uit te komen, omdat dan de vergoeding voor opkomstbevordering van € 50.000 structureel wegvalt. Om die reden is vanaf 2027 € 74.000 extra benodigd.

Financiële ontwikkelingen programma Bereikbaarheid Vervanging gelijkrichters De gemeente is eigenaar van de trolley-infrastructuur. Vanwege de levensduur bestaat er een serieus risico op het voortijdig uitvallen van de trolley-infrastructuur, waardoor de OV-dienstverlening stil kan komen te liggen. Hiervoor kan de gemeente Arnhem aansprakelijk worden gesteld. Jaarlijks ontvangen we een vergoeding vanuit de Provincie voor de trolley-infrastructuur. Het niet bestede deel daarvan is de afgelopen jaren ten gunste gekomen van de algemene middelen. We willen de essentiële onderdelen in de trolleyinfrastructuur (gelijkrichters) versneld vervangen in de komende 11 jaar (twee stuks per jaar; € 1,3 miljoen investering per jaar). Het vervangen van de gelijkrichters biedt ook kansen in het kader van netcongestie. Er lopen diverse initiatieven om de trolley-infrastructuur te gebruiken voor andere gebruikers dan het openbaar vervoer. Het vervangen van de gelijkrichters biedt mogelijkheden om de gelijkrichters hiervoor geschikt te maken en de aansluiting te verzwaren voor meerdere gebruikers. De investering leidt tot een oplopende reeks aan kapitaallasten vanaf 2026.

Financiële ontwikkelingen programma Economie Historische Kelders De gemeente pacht op basis van langlopende contracten de Historische Kelders. Hierdoor is de gemeente ook verantwoordelijk voor het beheer van de kelders. Om het beheer van de Historische Kelders in de komende jaren te kunnen borgen wordt voorgesteld voor de jaren 2025 tot en met 2027 middelen vrij te maken van respectievelijk € 80.000, € 60.000 en € 40.000.

ONDERWERP

Huisvesting ambtelijke organisatie Met ingang van 1 juli 2023 is de overeengekomen tijdelijke huurkorting van het Stadskantoor geëindigd. In Turap-2 2023 is dit incidenteel opgelost voor 2023, maar in de Begroting 2024 is dit vanaf 2024 niet verwerkt. Het huurcontract heeft een looptijd tot en met 2025; zekerheidshalve nemen we het hogere huurbedrag mee tot en met 2026. Daarnaast is voor het realiseren van centrale huisvesting een voorbereidingskrediet noodzakelijk voor de voortgang van het project. Met een vastgesteld programma van eisen zal een volgende fase toewerken naar een selectie van een ontwerpvisie en ontwerpteam. De investering die hiervoor nodig is betreft € 1,5 miljoen in 2025, resulterend in jaarlijkse kapitaallasten vanaf 2026.

Perspectiefnota 2025-2028

E-depot voorzieningen In 2025 en verdere jaren zal de gemeentelijke informatie duurzaam toegankelijk, vindbaar en openbaar gemaakt moeten worden. Net als voor onze analoge archiefbewaarplaatsen zijn er in de komende jaren voorzieningen nodig voor het duurzaam bewaren/archiveren en toegankelijk houden van onze digitale archieven, het e-depot. De kosten van € 50.000 in 2025, oplopend naar € 150.000 structureel vanaf 2027 die hiermee samenhangen zijn opgenomen in deze Perspectiefnota.

PAGINA

BRP-straat In de vijf landelijke BRP-straten worden asielzoekers ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) en ontvangen ze een burgerservicenummer (BSN). Arnhem is verantwoordelijk voor de BRP-straat in Zevenaar. Vanaf de Begroting 2021 is ervoor gekozen om de jaarlijkse vergoedingen vanuit het Rijk rondom de BRP-straat tot een bedrag van circa € 230.000 te begroten bij Burgerzaken en het meerdere daarvan jaarlijks toe te voegen aan de algemene middelen. De kosten van de BRP-straat lopen inmiddels dermate op dat deze situatie voor Burgerzaken tot een knelpunt leidt. Om die reden wordt voorgesteld de vergoeding voor de bemensing van de BRP-straat in Zevenaar (structureel begroot € 495.000) geheel aan Burgerzaken toe te kennen. Dat betekent dat de jaarlijkse structurele middelen van € 256.000 vanuit de algemene middelen worden overgeheveld.

17

Financiële ontwikkelingen programma Bestuur, dienstverlening en financiën

Bewegingsonderwijs Wettelijk is geregeld dat gemeenten aan schoolbesturen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs jaarlijks een vergoeding betalen voor de exploitatie van de gymaccommodaties. De vergoeding wordt aan de schoolbesturen uitgekeerd in de vorm van zogeheten ‘klokuurbedragen’. De VNG kent hiervoor normbedragen. Om dit recht uit te kunnen keren is € 150.000 structureel extra budget nodig. Uitvoering leerplicht Het Regionaal Bureau Leerplicht Midden-Gelre heeft een belangrijke rol in de preventie van problemen bij jeugdigen. Eind 2022 is er door branchevereniging Ingrado een nieuwe formatierichtlijn gepubliceerd. De analyse hiervan leidt ertoe dat voorgesteld wordt de formatie voor leerplichttaken, waaronder ook kwalificatieplicht MBO, te laten toenemen. In 2023 is een groeimodel gehanteerd voor het ophogen van de formatie en bijbehorende kosten, in de bestuurscommissie is reeds toestemming gegeven voor deze formatie-uitbreiding. De structurele kosten van € 92.000 hiervan zijn in deze Perspectiefnota verwerkt.

Financiële ontwikkelingen programma Cultuur (cultureel vastgoed) Museum: vervanging dak Het Museum Arnhem is in de periode van 2019 tot 2021 gerenoveerd. Tijdens de renovatie zijn de vervangingen van het dak en gevels van het monumentale deel niet meegenomen in het project. Het dak dient echter in 2025 te worden vervangen. De kosten voor het vervangen van het dak inclusief lichtstraten en goten worden geraamd op € 1.350.000. Omdat hier ook duurzaamheidsmaatregelen in betrokken worden, kan vanuit de investeringsbudgetten voor duurzaamheid een bijdrage worden geleverd en ca. € 500.000 worden gedekt. Derhalve is er in 2025 € 850.000 als extra investering nodig, hetgeen vanaf 2026 tot kapitaallasten leidt van circa € 70.000 (aflopende reeks).

Financiële ontwikkelingen programma Participatie en armoedebestrijding Actualisatie gebundelde uitkering (BUIG) De systematiek van BUIG maakt de omvang van het budget dat Arnhem ontvangt voor het grootste deel moeilijk voorspelbaar. Het gedeelte dat te beïnvloeden is, heeft betrekking op de inzet van loonkostensubsidie. Er ontstaat een knelpunt tussen de meest actuele stand van het verwachte saldo op de BUIG en het saldo dat reeds is opgenomen in de begroting. In bovenstaande tabel is het knelpunt zichtbaar gemaakt van € 4 miljoen in 2025, oplopend naar € 4,5 miljoen vanaf 2028. In de volgende paragraaf wordt een voorstel gedaan voor een aanpassing in de systematiek, waardoor het mogelijk is dit knelpunt grotendeels op te vangen.

ONDERWERP

Onderdeel van het IHP zijn een aantal beleidsrijke toevoegingen. Eén van deze beleidsrijke toevoegingen is het stimuleren van circulair bouwen. In het IHP wordt ervanuit gegaan dat circulair bouwen leidt tot een verhoging van de stichtingskosten, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met een restwaarde. Onderzocht wordt nog op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de ambitie om het circulair bouwen te stimuleren, waarbij wij ook de mogelijkheid zullen betrekken om rekening te houden met een restwaarde. Wij gaan ervanuit dat het circulair bouwen voor de helft leidt tot een verhoging van de kosten en voor de helft worden terugverdiend. De voor het IHP in het financiële beeld opgenomen middelen zijn hierop aangepast.

Perspectiefnota 2025-2028

De uitkomsten van de doorrekening zijn gedetailleerd toegelicht in het raadsvoorstel en bijlagen van het IHP. De uitvoering van het volledige voorliggende IHP (dat loopt tot 2039) vraagt om meer middelen dan op dit moment in de begroting is voorzien. Om te zorgen dat het financieel kader voor onderwijshuisvesting voldoende basis biedt om te komen tot een tijdige en duurzame financiering van het IHP, wordt voorgesteld het financiële kader reeds vanaf 2025 geleidelijk te verhogen. Deze jaarlijkse verhoging bedraagt cumulatief vanaf de jaarschijf 2025 € 1.180.000, welke zal doorlopen over de gehele doorlooptijd van het IHP tot 2039. Op deze wijze wordt gefaseerd gespaard om het gehele IHP te kunnen bekostigen. In de Begroting zal deze systematiek vastgelegd worden.

PAGINA

Integraal Huisvestingsplan Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-2039 beschrijft voor de komende 16 jaar voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs het pad naar vervanging en renovatie van de huidige schoollocaties. De kosten voor de gemeente die volgen uit het IHP bestaan uit: • Investeringen voor nieuwbouw of renovatie gebaseerd op de VNG-normkostensystematiek verhoogd met de investeringen van beleidsrijke toevoegingen. Deze investeringen leiden tot jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) en tot eigenaarslasten (belastingen en verzekeringen). De beleidsrijke toevoegingen worden daarbij ook toegepast op de scholen die zijn opgenomen in het lopende IHP-PO, waarvoor nog geen bouwbesluit in de vorm van een beschikking is afgegeven. • Plan- en ontwikkelingskosten, zoals kosten voor tijdelijke huisvesting, verhuiskosten, ontsluiting, parkeren, waterberging, sloopkosten, asbest, kosten gebiedsvisie, stikstofberekeningen, interne kosten voorbereiding sloop en nieuwbouw, bouwrente

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=a97d074b-0a4e-4be1-9dd8-45853107a05a