CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Gespreksnotitie Integraal Accommodatiebeleid

Politieke Avond 10 december 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: 20.15 uur - 21.45 uur: Gespreksnotitie Integraal Accommodatiebeleid4.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gespreksnotitie Datum

: 30 september 2025

Aan

: Leden van de gemeenteraad

Van

: College van B&W

Betreft

: Gespreksnotitie Integraal Accommodatiebeleid

Hierbij verzoekt het college van burgemeester en wethouders om het onderwerp ‘Integraal Accommodatiebeleid’ toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad. Dit doen wij op grond van artikel 43 lid 4 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad

Aanleiding In de raadsbrief ‘Stand van zaken Integraal Accommodatiebeleid’ en de beantwoording Art. 44-vragen over ‘Accommodatiebeleid’ van 3 juli 2025, heeft het college aangegeven zo spoedig mogelijk met u in gesprek te willen gaan over: • Het belang van het Integraal Accommodatiebeleid”: wat het inhoudt, het doel, waar het antwoord op geeft, de samenhang met andere opgaven/beleidsvelden, de financiën etc. • De complexiteit van de opgave, de te zetten stappen en de planning. • De pilots in de wijken Schuytgraaf/Elderveld en Presikhaaf. • De concept-beleidslijnen voor het Integraal Accommodatiebeleid, die we in de praktijk (in de twee pilots) samen met de partners beproeven om te zien wat er ontbreekt of aangepast moet worden.

Doel Vanwege de complexiteit van het onderwerp is een gesprek met de raad nodig als tussenstap. De hoeveelheid vragen waar het Integraal Accommodatiebeleid antwoord op moet geven is groot, het raakt veel opgaven/beleidsvelden en er is afstemming nodig met veel partners in de stad. Voordat we verder gaan met de volgende fase, vinden wij het belangrijk een gedeeld beeld te hebben van de opgave, de stappen, de planning daarvan en de concept-beleidslijnen voor de pilots.

Agendering Ons voorstel is om het gesprek te beginnen met een informatieve, technische presentatie over het waarom van het Integraal Accommodatiebeleid, de complexiteit van de opgave en de te zetten stappen en planning. In bijlage 1 ‘Conceptopdracht’ vindt u een uitwerking daarvan, die we in de presentatie zullen toelichten. We horen dan graag van u welk beeld u hebt van de opdracht. Uw input gebruiken we om de opdracht voor het vervolg aan te scherpen. In het tweede gedeelte gaan we graag met u in gesprek over de stip op de horizon en de conceptbeleidslijnen (zie bijlage 2). Deze willen we, zoals hierboven aangegeven, in twee pilots (Presikhaaf en Schuytgraaf/Elderveld) toetsen en verder uitwerken. Wij vinden het van belang om op hoofdlijnen uw reactie te vernemen alvorens we in de pilots het gesprek hierover voeren met inwoners en professionals. Ter voorbereiding op het gesprek organiseren we een briefing (fysiek en schriftelijk), waarin we eventuele technische vragen en onduidelijkheden beantwoorden, zodat u het gesprek kunt gebruiken om uw inhoudelijke en richtinggevende reactie te geven. Er is in deze fase geen sprake van besluitvorming. Na afronding van de pilots leggen we het beleidskader najaar 2026 ter besluitvorming aan u voor.

Gespreksvragen Vraag 1: Conceptopdracht en planning Het college vraagt de raad te reageren op bijgevoegde conceptopdracht (bijlage 1) en de planning onder kopje ‘Planning’: vormen deze een geschikt uitgangspunt voor de pilots? En op welke onderdelen ziet u mogelijkheden tot aanvulling, aanscherping, meer focus of afbakening? Zoals aangegeven voeren we het gesprek hierover aan de hand van een presentatie. Vraag 2: De stip op de horizon en de beleidslijnen voor de pilots Het college vraagt de raad te reageren op bijgevoegde stip op de horizon en concept-beleidslijnen (bijlage 2), met als vraag: vormen deze een geschikt uitgangspunt voor de pilots? En op welke onderdelen ziet u mogelijkheden tot aanvulling, aanscherping, meer focus of afbakening?

2

BIJLAGE 1: CONCEPTOPDRACHT INTEGRAAL ACCOMMODATIEBELEID

Het waarom In de praktijk lopen we er bij veel accommodatievragen tegenaan dat er uiteenlopende belangen zijn, er relatief hoge kosten mee gemoeid zijn en we onvoldoende kaders en data hebben om toekomstbestendige besluiten te nemen (het al dan niet investeren in en exploiteren van accommodaties). Hierdoor is nu sprake van veel vraagstukken rond vastgoed, te lang lopende besluitvormingsprocessen en is er geen transparant beeld van wat inwoners op dit terrein van de gemeente mogen verwachten. Onderstaande punten hebben we verzameld in de gesprekken met betrokken partijen (intern en extern) en zijn een verdere onderbouwing van het waarom: Visie/strategie • Het zorgen voor een gedeeld beeld van de opgave en scope, zowel binnen de gemeente als daarbuiten en zowel voor de bestaande stad als rekening houdend met de groei van de stad en demografische ontwikkelingen (onder andere vergrijzing). • De overgang van een reactieve, incidentele aanpak naar een strategische en planmatige invulling van de accommodatiebehoefte. • Het verbinden van de fysieke opgave (maatschappelijke accommodaties) met beleidsopgaven, maatschappelijke trends en demografische ontwikkelingen. Duurzame oplossingen voor langlopende knelpunten/vraagstukken • De gevraagde financiële continuïteit door gesubsidieerde partijen. • Stabiele invulling van (sociaal) beheer.

• Duidelijkheid over hoe we omgaan met het eigendom van accommodaties. • Duidelijkheid over de tarieven voor de verschillende gebruikers en de voorwaarden. • Afstemming tussen de kosten voor huisvesting en de subsidie. Samenwerking en rolverdeling • Behoefte aan een werkwijze met brede betrokkenheid van interne en externe belanghebbenden. • Het geven van duidelijkheid over de rolverdeling in de opgave, zowel voor de gemeente als voor andere belanghebbenden (zoals wijkinitiatieven en buurthuizen). • Het zicht hebben op, en inspelen op, kansen en mogelijkheden bij accommodaties van derden (woningcorporaties, winkelcentra, woon-zorg enz.) in het huisvesten van sociaalmaatschappelijke activiteiten. Sturing en Informatievoorziening • Het beschikken over de juiste informatie voor zowel de dagelijkse (operationele) sturing als de beleidsmatige (strategische) sturing. Lokale en Stedelijke Initiatieven • Hoe we naast de huisvesting voor wijkinitiatieven ook aandacht geven aan de huisvesting voor stedelijke initiatieven.

Het doel Het doel is het regisseren en realiseren en van passende, doelmatige, betaalbare en toekomstbestendige huisvesting voor initiatieven en activiteiten om een rijk en samenhangend aanbod van sociaal-maatschappelijke activiteiten mogelijk te maken. Door optimale inzet van gemeentelijke accommodaties en die van maatschappelijke partners zoals buurtcentra, woningcorporaties, sport- en cultuurverenigingen, scholen en zorg- en welzijnsinstellingen bieden we ruimte aan sociaal3

maatschappelijke activiteiten die bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen en het versterken van de sociale basis. Onder sociaal-maatschappelijke activiteiten verstaan we alle activiteiten in onze wijken die – in samenhang – bijdragen aan het versterken van de sociale basis en de transformatie van het sociaal domein. Het gaat bijvoorbeeld om activiteiten die ontmoeting bevorderen, veerkracht en zelf- en samenredzaamheid versterken, deelname en gelijke kansen stimuleren, en bijdragen aan mentale gezondheid en zingeving. Ook activiteiten gericht op vermaak en ontspanning vallen hieronder als die tenminste bijdragen aan deze doelen. De activiteiten komen uit verschillende beleidsvelden, zoals bestaanszekerheid, cultuur(educatie), gezondheid, sport en bewegen, educatie, welzijn, participatie, zorg en wonen, en inclusie. Een deel ervan is bovendien voorliggend aan individuele voorzieningen vanuit de Wmo, de Jeugdwet, de geïndiceerde zorg en andere vormen van professionele hulpverlening. In het op te stellen beleidskader Integraal accommodatiebeleid geven we beleidslijnen en kaders mee op basis waarvan we met betrokkenen sneller en adequater invulling kunnen geven aan accommodatievraagstukken in wijken.

De scope van het integraal accommodatiebeleid

MFC’s

Buurtcentra

Huisvesting TLO-SWT-W&I

Scholen

Sportaccommodaties

Ruimtes inzetten voor activiteiten wijk

Ontmoetingsplek wijk, plek voor diverse initiatieven

Onderbrengen op eigen plek of in combinatie met andere activiteiten

Ruimtes inzetten voor activiteiten wijk

Ruimtes inzetten voor activiteiten wijk

Integraal Accommodatiebeleid Richt zich op het huisvesten van sociaal-maatschappelijke activiteiten (In de omliggende categorieën locaties)

Ruimtes inzetten voor activiteiten wijk

Samenwerking voor buurtkamers

Cultuuraccommodaties

Woonzorginstellingen

Ruimtes inzetten voor activiteiten wijk

Samenwerking voor o.a. buurtkamers/

O.a. wijknetwerken/ gezondheidspleinen

buurtcentra Welzijns-/ zorg instellingen

Corporaties

Eerstelijnsvoorzieningen

Het is belangrijk dat we ons focussen, zodat we kunnen nakomen wat we afspreken. Op termijn kunnen we de scope waar nodig verbreden. Dit nemen we mee in het advies dat we in de tweede helft van 2026 voorleggen naar aanleiding van de pilots. Toelichting schema • Het Integraal Accommodatiebeleid (groene blok) zorgt voor het huisvesten van de sociaalmaatschappelijke activiteiten in de hieronder genoemde categorieën locaties: 1. Op locaties waar de gemeente zelf volledig verantwoordelijk voor is (gele blokken). Voor buurtcentra ligt dat genuanceerder, die zijn deels van derden of van de wijk zelf. 2. De huisvesting voor de kernfuncties Onderwijs, Sport en Cultuur (blauwe blokken) wordt geregeld in de betreffende Integrale Huisvestingsplannen. Het Integraal Accommodatiebeleid 4

•

•

zorgt er aanvullend voor dat ruimtes die niet of niet volledig worden ingezet, zoveel als mogelijk gebruikt worden voor sociaal-maatschappelijke activiteiten. In de pilots brengen we de samenhang tussen de Integrale Huisvestingsplannen en het Integraal Accommodatiebeleid in kaart en signaleren we eventuele belangrijke onderdelen die buiten beeld blijven. In het najaar van 2026 leggen we een voorstel voor over hoe we hiermee omgaan. 3. Daarnaast kijken we naar het huisvesten van sociaal-maatschappelijke activiteiten bij derden, zoals woonzorginstellingen, welzijns- en zorginstellingen en corporaties (rode blokken). En er zijn nog andere, niet in het schema opgenomen partijen, zoals buurtbedrijven en maatschappelijke ondernemers. 4. Voor de gezondheidspleinen en wijknetwerken zoeken we samenwerking met eerstelijnsvoorzieningen (grijze blok). Formeel zijn ze zelf verantwoordelijk voor het regelen van hun huisvesting. Onder andere door krapte op de markt lopen ze tegen problemen aan. Het is de vraag of en welke rol de gemeente inneemt in de zoektocht naar voldoende passende locaties (eerstelijnsvoorzieningen). Het Integraal Accommodatiebeleid richt zich op bestaande wijken. Voor nieuwe wijken zoals Rijnpark wordt het vaststellen van de behoefte aan accommodaties apart opgepakt. We zorgen ervoor dat de werkwijze voor bestaande en nieuwe wijken goed op elkaar aansluit.

Aanvullend hebben we ook nog het Makelpunt, waar wijkinitiatieven een ruimte kunnen vinden.

Planning Deze aanpak volgt onderstaande planning, waarin we ook aangegeven wat de momenten zijn waarop u wordt geïnformeerd over het Integraal Accommodatiebeleid en wanneer we het ter vaststelling aan u voorleggen: 2023 - 2024: Voorbereidingsfase (afgerond), zie de beantwoording Art. 44-vragen ‘Accommodatiebeleid’ voor wat er in die periode is opgepakt; 2025 – 2026: Pilots in Presikhaaf en Schuytgraaf/Elderveld: - In de tweede helft van 2025 vindt een gesprek met raad plaats over de conceptopdracht (inclusief de in de praktijk te toetsen leidende principes en beleidslijnen, rekening houdend met uw aanvullingen/aanscherpingen/opmerkingen); - In het eerste kwartaal van 2026 wordt de raad geïnformeerd over de definitieve opdracht voor de pilots, de tussenstand, de te zetten stappen en planning; - In de tweede helft van2026 wordt de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de pilots, het eindadvies (inclusief de ontwikkelde werkwijze en wat daarvoor nodig is) en ter vaststelling het beleidskader (Integraal Accommodatiebeleid) voor het vervolg (toepassing in alle andere wijken), de daarvoor te zetten stappen en de planning. 2025 – 2026 Parallel werken we aan een hoofdlijnenplan voor de MFC’s: profiel, gebruikers, optimaliseren bezetting en de financiële dekking. De uitkomsten daarvan leggen we ook in de tweede helft van 2026 aan de raad voor.

Vanaf 2027 Toepassen van de ontwikkelde werkwijze in alle wijken. Dat vraagt om een langdurige en gefaseerde aanpak (de aanpak en de planning legt het college najaar 2026 ter vaststelling aan de raad voor). Vanaf 2027 wordt per wijk een concreet accommodatieplan opgesteld, inclusief een financiële vertaling. Kanttekeningen: • Zie op bladzijde 8, de moties en toezeggingen die we meenemen in de uitwerking van het Integraal Accommodatiebeleid. • Vanzelfsprekend vormt de planning het uitgangspunt, maar we kunnen niet alle ontwikkelingen/risico’s beheersen. Zo vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats en dat vraagt om afstemming met een nieuw college en raad. Ook moeten we in de praktijk ervaren hoeveel 5

capaciteit daadwerkelijk nodig en -gezien andere prioriteiten- beschikbaar is, het organiseren van de benodigde data vraagt tijd en er liggen meerdere opgaven die aandacht vragen. Mocht er iets wijzigen, dan zullen wij u daar tijdig over informeren.

Resultaten van de pilots • • • • • • •

• •

Een beproefd proces en werkwijze voor het integraal accommodatiebeleid inclusief de betrokken partijen (intern en extern) en de rolverdeling. Analyse van de wijken (onder andere demografisch, sociaaleconomisch, zorgvraag en andere voor het accommodatiebeleid belangrijke kenmerken). Een sociaal gebiedsplan voor de wijk: welke functies zijn nodig, hoeveel en wat zijn redenen waarom dat in de ene wijk meer kan zijn dan in een andere. Vertaling sociaal gebiedsplan naar accommodatievraag en in beeld brengen van discrepanties (meer, minder of anders) met wat nu beschikbaar is. Mogelijke oplossingen voor de korte termijn en kansen en mogelijkheden voor de langere termijn. In de praktijk getoetste beleidslijnen. Uitgewerkt voorstel voor de vast te stellen beleidskaders, met een analyse van wat praktisch haalbaar is, wat uitvoerbaar is (ook kijkend naar de benodigde capaciteit en middelen), eventuele tegenstrijdigheden, weging en prioritering van de beleidslijnen, wat nodig is om ze te realiseren, risico’s en beheersmaatregelen en randvoorwaarden. Voorstel voor het vervolg (Integraal Accommodatiebeleid vertalen naar alle wijken) de te zetten stappen en de planning. Voorstel voor sturing en monitoring.

Wat is nodig voor het Integraal Accommodatiebeleid (hoofdlijn) Omgevingsanalyse: inzicht in ontwikkelingen en wijkopgaven • Zicht op demografische, sociaaleconomische en maatschappelijke ontwikkelingen. • Inzicht in wat deze ontwikkelingen betekenen voor: o Het profiel en de opgave van de wijk. o De benodigde activiteiten en voorzieningen. o De hieruit voortvloeiende huisvestingsbehoefte. Huisvestingsbehoefte: basis en afwegingskader • Inzicht in de basisbehoefte van huisvesting voor sociaal-maatschappelijke activiteiten. • Duidelijke criteria voor afwijkingen van deze basis: wanneer is méér, minder of andere huisvesting gerechtvaardigd? • Mogelijkheid om proactief te sturen op het voorzien in de toekomstige huisvestingsvraag én adequaat te reageren op ad hoc verzoeken (zoals het al dan niet aankopen van een te koop aangeboden pand). Inzicht in en optimaal benutten van beschikbare accommodaties (eigen vastgoed en van derden) • Zicht op de kansen en mogelijkheden om activiteiten onder te brengen in gebouwen van derden. • Kunnen sturen op de optimale inzet van de gemeentelijke accommodaties en die van derden. • Inzicht in de accommodaties: vierkante meters, huidige bezetting, leegstand, de kwaliteit van het gebouw en de kosten en dergelijke.

• Een integrale werkwijze (intern en extern), met een duidelijke rolverdeling en samenwerkingsafspraken met eigenaren van andere te gebruiken panden. Financieel inzicht • De financiële opgave (exploitatie en investeringen) en relatie tot de beschikbare budgetten. Vanaf 2027 stellen we gefaseerd per wijk een meerjarig accommodatieplan op voor het 6

huisvesten van de sociaal-maatschappelijke activiteiten. Op basis van deze accommodatieplannen kunnen we definitief vaststellen wat er nodig is.

De context voor het Integraal Accommodatiebeleid Onderstaand een overzicht van trends en (beleids-)ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het Integraal Accommodatiebeleid:

Demografische en Maatschappelijke Ontwikkelingen • Langer zelfstandig wonen: meer ouderen blijven thuis wonen, dat vraagt om nabij en toegankelijk georganiseerde zorg en ondersteuning. • Groei aantal alleenstaanden: dit vergroot de behoefte aan ontmoetingsplekken en activiteiten ter voorkoming van eenzaamheid. • Vergrijzing, personeelstekort en afname mantelzorg/vrijwilligers: dit benadrukt het belang van zorgzame wijken, waarin bewoners elkaar ondersteunen. Dit vraagt actieve betrokkenheid van omwonenden en leidt tot extra activiteiten (zoals lichte ondersteuning en laagdrempelige collectieve voorzieningen) in de wijken. • Kleiner wonen: meer vraag naar onder andere ontmoetings-, werk-, leer- en speelruimtes in de buurt en in de openbare ruimte. Beleidsontwikkelingen De beleidslijnen die het startpunt vormen van de pilots komen voor een groot deel ook terug in de uitgangspunten van de Transformatie Sociaal Domein (TSD). De hoofdopgaves uit de TSD hebben vaak ook een huisvestingscomponent in de wijken. Zonder uitputtend of volledig te willen zijn, zien we onderstaande opgaves ook als onderdeel van de pilots: • Wonen en ouderbeleid: wonen en zorg voor ouderen met voorzieningen in de nabijheid. Denk aan buurtkamers voor het ontmoeten van elkaar, maar vooral ook buurtbewoners.

• Financiële Bestaanszekerheid: faciliteren van activiteiten gericht op preventie, vroegsignalering en het vergroten van de weerbaarheid. • Kansrijk Opgroeien: dit vraagt om activiteiten op en rondom scholen, inclusief (beweegvriendelijke en groene) schoolpleinen en buitenruimte. Voor de schoolgebouwen betekent dat ze flexibel en meervoudig inzetbaar moeten zijn. • Een sterke sociale basis: dit staat voor het bouwen aan hechte gemeenschappen, het faciliteren van ontmoeten en verbinden en algemene, collectieve voorzieningen in de wijk. • Zorg en Welzijn (netwerksamenwerking): stevige lokale teams en toegang (pilot wijknetwerken voor Wmo en jeugdzorg en pilot gezondheidspleinen vanuit het Integraal Zorgakkoord). Meer inzet op preventie en collectief aanbod van activiteiten in de wijken en lokale pools van hulpmiddelen (denk aan scootmobielen vanuit de Wmo). Investeren in zorgzame wijken. • Juiste interventie op het juiste moment: zorg op de juiste plek, laagdrempelig en op maat. •

•

• • •

Inclusie en diversiteit: Uiteenlopende groepen faciliteren en bevorderen van ontmoeting tussen doelgroepen. Bieden van gelijkwaardige kansen, ontwikkelingsmogelijkheden in accommodaties toegankelijk en bereikbaar voor iedereen. Kwetsbare inwoners en inwoners met verward gedrag: leidt tot behoefte aan veilige en toegankelijke ‘aanlandplekken’, activiteiten met begeleiding die structuur bieden en actieve betrokkenheid vanuit de wijk (activiteiten en luisterend oor). Cultuur: goedkope, passende plekken voor onder andere muziekles Onderwijs: school als middelpunt van de wijk, plek voor opvoeden, ontwikkeling van zowel kind, ouder als waar mogelijk ook wijkbewoners. Huisvesting gemeentelijke diensten: TLO, SWT, W&I (waaronder ook schulddienstverlening) zoveel als mogelijk onderbrengen – in samenhang – in de wijk. 7

•

Participatie van vluchtelingen/Oekraïners: de inzet is om die zoveel als mogelijk mee te laten doen in de wijk.

Veranderende rol wijkinitiatieven • Meer vanuit gelijkwaardig partnerschap, met behoefte aan langdurige financiering. Dit vraagt onder andere om een andere rolverdeling. Technologische ontwikkelingen • Niet alles hoeft opgelost te worden met fysieke gebouwen. Sommige activiteiten kun je digitaal of hybride aanbieden, waardoor meer bewoners kunnen worden bereikt. Voor de accommodaties die je inzet, geldt dat ze de digitale mogelijkheden optimaal moeten ondersteunen. Verduurzaming • Energiezuinige, duurzame accommodaties. Schaarste op de Vastgoedmarkt • Voor maatschappelijke initiatieven is het vaak lastig of onmogelijk om zelf ruimte te vinden. Dit vraagt van de gemeente een bewuste keuze: Handhaven we onze huidige ondersteunende rol, of nemen we — en zo ja, voor welke voorzieningen — een meer actieve rol in het verwerven en beschikbaar stellen van accommodaties. Financiële druk en exploitatiekosten • Stijgende kosten vragen aandacht voor betaalbaarheid. • Ook speelt de vraag welke accommodatie past bij welk initiatief, de kwaliteit van het gebouw, en de mogelijkheid om te kunnen sturen op optimale inzet en prioritering. • Een andere vraag die speelt is welke activiteiten huisvesten we wel of niet, en op basis van welke gronden.

Moties en toezeggingen We houden in de opdracht rekening met de volgende moties en toezeggingen: • • • •

Motie: 25M160g: ‘Behoud Arnhemse Buurthuizen in Arnhem’ Motie: 21M71: ‘Ruimte voor Cultuureducatie’ Motie: 21M40: ‘Behoefte aan ontmoeting een plek geven’ Toezegging: 1356 en de ingetrokken motie: 23M64: ‘Huisvesting maatschappelijke organisaties’

8

BIJLAGE 2: STIP OP HORIZON EN BELEIDSLIJNEN In deze bijlage geven we een schets van een mogelijke stip op de horizon en de concept-beleidslijnen. Het voornemen is beide te toetsen, aan te scherpen en te concretiseren met uitvoerende professionals en inwoners in de pilotwijken. De uitkomsten daarvan nemen we op in het voorstel dat najaar 2026 aan u wordt voorgelegd. Stip op de horizon Je loopt op stoepen, in straten, parkjes en pleinen, die uitnodigen om elkaar te ontmoeten, met elkaar in gesprek te raken. Dichtbij inwoners die meer ondersteuning/zorg nodig hebben vind je buurtkamers. Een plek waar ze elkaar, maar vooral ook buurtgenoten ontmoeten. Naast een plek voor ontmoeting is het een plek waar kleinschalige activiteiten worden georganiseerd, gericht op participatie, preventie en lichte vormen van collectieve ondersteuning en zorg. De school heeft, samen met diverse andere partijen, een centrale rol bij opvoeding en persoonlijke ontwikkeling (cognitief en sociaal emotioneel). Voorschools, tijdens de lessen en naschools bruist het van activiteiten, zoals huiswerkbegeleiding, muziekles, taallessen, sport en bewegen. Voor kinderen, maar ook voor ouders en andere buurtbewoners. Een plek met een breed aanbod van voorzieningen. Waar mogelijk fysiek onder één dak, als middelpunt van de wijk, maar in elk geval als onderdeel van het wijknetwerk.

Het schoolplein, met speeltoestellen, wordt buiten schooltijd gebruikt door kinderen in de wijk. Ook de sportvelden/ kantines in de wijk staan open voor wijkbewoners. Op een herkenbare plek in de wijk vind je de gemeentelijke voorzieningen van werk en inkomen, het sociaal wijkteam en de teams leefomgeving. Dichtbij en zichtbaar voor wie het nodig heeft, met ook een ontmoetingsfunctie. Een plek voor informatie en advies, waar mogelijk gecombineerd met de op te richten wijknetwerken, de gezondheidspleinen en in samenwerking met andere professionals zoals de huisarts, praktijk ondersteuner huisarts, ambulante professionals etc. De wijk beschikt over een buurtcentrum: een plek van, voor én met bewoners. Overdag en ’s avonds bruist het er van activiteiten. De programmering in het buurtcentrum, maar ook op andere locaties in de wijk, is op elkaar afgestemd. Er wordt samengewerkt, initiatieven sluiten op elkaar aan en waar nodig ondersteunt door bijvoorbeeld een ‘community builder’ of opbouwwerker. Een plek met een goede balans tussen activiteiten van organisaties en activiteiten van de wijk zelf. Ook een plek van waaruit buurtbedrijven voor bijvoorbeeld groen, schoonmaken en klussen/reparatie actief zijn in de wijk. De maatschappelijke accommodaties in de wijk, worden zo optimaal als mogelijk ingezet. Voorbeelden zijn: • • •

•

Buurtkamers in gebouwen van woningcorporaties, woon-zorgcomplexen en winkelcentra: Deze ontmoetingsruimtes staan ook open voor de buurt. Een gezondheidscentrum waar overdag de huisarts en fysiotherapeut werken, maar ’s avonds leefstijlcursussen of een cursus valpreventie wordt gegeven. Een sporthal die tijdens schooltijden ruimte geeft aan bewegingslessen voor schoolkinderen, na schooltijd aan verenigingen en particulieren die willen sporten en in de leegloopuren aan diverse sociaalmaatschappelijke activiteiten. Een school die na schooltijd verandert in een plek voor taallessen, muziek- danslessen, handwerkclubs en eventueel aanvullend aan het buurtcentrum ook voor buurtactiviteiten. 9

Concept-beleidslijnen 1. Basisfuncties als uitgangspunt: afwijken daarvan doen we bewust en onderbouwd. Verkenning: • Bijvoorbeeld volgens de principes van de 15-minutenstad, in kaart brengen welke functies dichtbij, op buurtniveau of op wijkniveau nodig zijn. • Vertaling naar de daarbij behorende basisbehoefte aan accommodaties in een wijk (type, aantal, omvang en locatie). • Criteria vaststellen om daarvan af te kunnen wijken: meer, minder en anders. Dit doen in lijn en samenwerking met de uitwerking voor Rijnpark (nieuwe wijk). Hierbij gaan we uit van het principe om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. • Hoe we omgaan met schaarste: op basis van welke criteria beoordelen we welke functies in welke wijken wel een plek krijgen en welke niet of moeten wachten. 2. De ‘stenen’ volgen de activiteiten Verkenning: • Mate waarin activiteiten bijdragen aan gemeentelijke doelen bepaalt of en hoe we ze huisvesten. • Hoe we ervoor zorgen dat we een breder palet aan accommodaties kunnen aanbieden. Soms is een eenvoudige loods al voldoende, of juist een ontwikkellocatie. • Bij nieuw- of verbouw ervoor zorgen dat het gebouw en de onder te brengen functies aansluiten. • Zorgen voor meer flexibele bouw: een gebouw dat kan meebewegen (nieuwe gebruikers en gebruikswensen).

• Wat ervoor nodig is om activiteiten zodanig (gezamenlijk) te kunnen huisvesten dat ze elkaar aanvullen, versterken. • Niet alles oplossen met gebouwen, maar juist ook kijken naar digitale oplossingen en de openbare ruimte. 3. Vooruitkijken en inspelen op ontwikkelingen Verkenning: • Vaststellen wat er mogelijk en nodig is om proactief, planmatig en toekomstgericht te werken. Hoe we zicht hebben en houden op trends/ontwikkelingen en hoe die zich vertalen naar de behoefte aan accommodaties. • Hoe we ervoor zorgen dat in het geval van tijdelijke problemen er ruimte is voor incidentele oplossingen. • Hoe we adequaat in kunnen spelen op acute kansen of risico’s zoals bijvoorbeeld de verkoop van een belangrijk pand. 4. Gecoördineerde aanpak Verkenning: • Vaststellen welke aanpak/werkwijze nodig is voor het Integraal Accommodatiebeleid, inclusief de betrokken partijen (intern en extern, waaronder inwoners) en de rolverdeling. • Voor het kunnen inzetten van accommodaties van derden (huisvesten sociaal-maatschappelijke activiteiten) stellen we vast welke afspraken nodig zijn met de betreffende eigenaren (denk aan schoolbesturen, Sportbedrijf, zorg- en welzijnsinstellingen, corporaties en dergelijke). 5.

Eigendomspositie vastgoed Verkenning: • Voor de MFC’s, de gezamenlijke huisvesting in de wijken voor TLO, SWT en W&I is de gemeente volledig verantwoordelijk (eigenaar of hoofdhuurder). Dat geldt ook voor een deel van de buurtcentra. Hierbij realiseren we ons dat er maatwerk nodig is. Voor sommige (type) accommodaties kunnen er strategische redenen zijn om ze zelf in bezit te hebben of te huren. De vraag is voor welke accommodaties dat geldt en onder welke voorwaarden. In de pilots willen we dat in beeld brengen.

10

•

Voor de overige functies ligt het voor de hand om eerst zoveel als mogelijk gebruik te maken van accommodaties van derden. En er dan wel alert op zijn dat bij een dreigende verkoop of wijziging van een accommodatie (die belangrijk is) deze gewaarborgd blijft. Indien nodig we er dan voor kunnen kiezen om actief het pand te verwerven (veiligstellen).

6. Gebruikersexploitatie/sociaal beheer eenduidig beleggen Verkenning: • Deze rol in beginsel beleggen bij de hoofdhuurder/een partij in de wijk. Alleen als deze het niet kan, ruimte nemen voor (tijdelijk) maatwerk (bijvoorbeeld geen draagkracht in de wijk, geen duidelijke hoofdhuurder die het kan doen). • Partijen stimuleren om het samen/op wijkniveau te organiseren: bijvoorbeeld ervoor kiezen om niet alle locaties ’s avonds open te stellen als er gebrek is aan beheer. • Hoe accommodaties waar mogelijk veilig kunnen worden ingericht op digitale toegang of zelfbeheer (door gebruikers). • Voor de MFC’s onderzoeken hoe we dit invullen: Zie de tekst onder het kopje ‘Planning’ (blz. 5.). 7. Partijen zoeken zelf een accommodatie Verkenning: • Als uitgangspunt hanteren dat partijen zelf zoeken naar een accommodatie. Daarvoor is het eerdergenoemde Makelpunt beschikbaar en kunnen partijen zelf op de commerciële markt kijken. • Vaststellen welke vorm van ondersteuning ze daarbij kunnen krijgen (de basis): wat kunnen ze wel of niet van de gemeente verwachten en wat is daarvoor nodig. • Vaststellen of en wat we doen als er meer nodig is en wat daarvoor nodig is: Voor een aantal initiatieven is het lastig om passende huisvesting te vinden. 8. Schaarse middelen zorgvuldig inzetten Verkenning: • Uitgangspunt: We huisvesten alleen activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan de beleidsdoelen.

• Wat ervoor nodig is om te kunnen sturen op optimaal gebruik, voorkomen van leegstand en bevorderen van medegebruik. Zowel voor de gemeentelijke panden als panden van derden. • Bij schaarste kunnen we prioriteren en in beeld brengen wat minimaal nodig is en welke keuzemogelijkheden er zijn om accommodaties niet meer of anders in te zetten en kosten te besparen (inclusief al geraamde investeringskredieten). 9. Betaalbaarheid en continuïteit Verkenning: • Uitganspunt: De huisvesting is betaalbaar en toekomstbestendig. • Uitgangspunt: We brengen altijd een kostprijsdekkende of marktconforme huur in rekening bij hoofdhuurders. • Vaststellen of er doelgroepen zijn en onder welke voorwaarden, die tegen nul- of maatschappelijk tarief, gebruik kunnen maken van accommodaties. • Hoe we waarborgen dat de huisvestingscomponent in een subsidie en de huur die in rekening worden gebracht (minus eventuele inkomsten) op elkaar aansluiten. • Structurele partners waar mogelijk meer zekerheid bieden door langere subsidietermijnen: Zie raadsvoorstel Rapport rekenkamer en zie motie 24M73, rust voor duurzame partners. 10. Financiële kaders Verkenning: • Uitgangspunt: Het financiële kader wordt gevormd door de vastgestelde begroting.

• De verwachting is dat we door optimale inzet van onze eigen panden (goede bezetting over de hele dag verspreid) en vooral ook panden van derden panden, de huisvesting effectiever en efficiënter kunnen organiseren. Dat geldt ook voor de invulling van het sociaal beheer: door niet 11

alle panden in de wijk ’s avonds open te stellen, maar de avondactiviteiten juist bundelen op een één of een aantal locaties in een wijk/buurt. •

Dit laat onverlet dat er zich financiële problemen kunnen voordoen (dat geldt nu voor het beheer van de MFC’s: zie begroting 2026. Waar mogelijk, willen we die problemen oplossen binnen de beschikbare budgetten. Daar waar dat niet mogelijk is zonder de dienstverlening en/of voorzieningen voor de inwoners aan te passen leggen we dit voor aan de raad.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=220cc1d1-5681-4241-80a6-14613762a763