Bijlage - Eindrapport Vervolgonderzoek Nemia
Tekst van het document
Volgens het Centraal Planbureau (CPB), dat zich baseert op berekeningen van De Nederlandsche Bank, kost het gemiddeld €35.000 om een woning met energielabel G op te waarderen naar label B.15 Uit hun analyse blijkt dat meer dan 90% van de woningeigenaren deze investering in principe zelf zou kunnen financieren, vanuit eigen spaargeld of via een lening of verhoging van de hypotheek.15 Toch wijzen zij erop dat dergelijke investeringen kunnen leiden tot hogere netto-maandlasten, wat de bereidheid tot verduurzaming onder woningeigenaren mogelijk belemmert. Daarnaast blijkt dat met name woningeigenaren met een slechtere financiële positie vaak onvoldoende kennis hebben van de mogelijkheden om hun woning te verduurzamen. Dit werd al eerder aangetoond door De Hypotheker in 2019.16 Het gebrek aan inzicht in financieringsopties en energiemaatregelen vormt voor deze groep een aanvullende barrière om tot actie over te gaan. De gemiddelde WOZ-waarde in Nederland is €379.000 (peildatum 1 januari 2024). 17 Bij de SEWA is een maximum gesteld op de Betaalbaarheidsgrens, wat overeenkomt met een WOZ-waarde van de betreffende woning van €390.000 (2024, €405.000 in 2025). Woningeigenaren met een net bovengemiddelde WOZ-waarde komen dus in aanmerking voor de regeling.
Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat de gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Arnhem in 2024 €336.290 was.18 Aanname 5: de isolatie is in de doelgroepwijken daadwerkelijk verbeterd Het bereik van deze aanname is moeilijk exact te meten. Onderstaand staat een analyse op basis van ‘de Staat van de Stad van Arnhem’ en cijfers van het CBS met betrekking tot energieverbruik, aardgasverbruik en een geldig energielabel B. 13 14 15 16 17 18
Centraal Planbureau (2024). Bredewelvaartsanalyse van woningisolatie. Den Haag: CPB. Het Woonplan. (z.d.). Ervaringen van bewoners en uitvoerders met Het Woonplan. Centraal Planbureau (2024). Analyse woningverduurzaming en financierbaarheid woningeigenaren. Den Haag: CPB. De Hypotheker (2019). Onderzoek verduurzamingskennis onder woningeigenaren. Rotterdam: De Hypotheker. CBS (2024). Gemiddelde WOZ-waarde per gemeente, peildatum 1 januari 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek. Van Sonsbeeck Makelaars. (z.d.). Lokale woningmarkt trends in Arnhem.
18
Tabel 4.1 Overzicht van woningkenmerken in de wijken binnen de doelgroep van de SEWA.
Wijk
Aandeel huizen met energielabel B (2017/2022)
Elektriciteitsverbruik in kWh/jaar (2017/2022)
Aardgasverbruik in m3 per jaar(2017/2022)
Geitenkamp
5,7%/10,6%
2.210/2.050 (-7%)
1.190/970 (-18%)
PresikhaafWest
15,2%/13,8%
2.270/2.220 (-2%)
780/590 (-24%)
PresikhaafOost
7,3%/7,5%
2.440/2.350 (-3,6%)
1.010/810 (-20%)
MalburgenOost (Noord)
24,7%/7,1%
2.540/2.360 (-7%)
1.130/900 (-20)
MalburgenOost (Zuid)
5,4%/8,0%
2.260/2.200 (-3%)
1.120/740 (-34%)
MalburgenWest
15,2%/4,9%
2.400/2.230 (-3%)
940/780 (-17%)
Arnhemse Broek
10,7%/5,7%
2.220/2.180 (-2%)
1.150/880 (-23%)
Klarendal
13,4%/11,1%
2.160/1.960 (-5%)
1.110/880 (-21%)
Bron: eigen tabel op basis van de cijfers op de Staat van de Stad van de gemeente Arnhem.
Het verschil in energielabel wordt mede verklaard door het aantal energielabels dat afgegeven is. Hierdoor vallen er dus moeilijk conclusies aan te verbinden. Het aardgasverbruik in de wijken is wel aanzienlijk gedaald. Het elektriciteitsverbruik in mindere mate, wat mogelijk verklaard wordt doordat de focus ligt op isolatie, wat vooral effect heeft op warmte (en dus aardgas). Dit geeft aan dat er in de genoemde periode wel degelijk een effect is geweest op het warmteverbruik middels aardgas in de betreffende wijken. De gemiddelde reductie van aardgasverbruik in de gemeente Arnhem is 23%. Het feit dat een aantal wijken uit de doelgroep onder dit gemiddelde liggen terwijl zij wel een relatief hoog verbruik hebben, laat zien dat extra stimulans in de vorm van financiën of extra motivatie in deze wijken relevant kan zijn. Aanname 6: het uitvoeren van isolatiemaatregelen is effectief voor de reductie van CO2-uitstoot. Het Centraal Planbureau (CPB) wijst erop dat isolatiemaatregelen een belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de CO₂-uitstoot.19 Doordat isolatie het energieverbruik vermindert – met name het gebruik van aardgas – daalt ook de uitstoot van broeikasgassen. Naast milieuwinst kan isolatie volgens het CPB ook het woongenot verhogen, bijvoorbeeld door een constantere binnentemperatuur en minder tocht.19 19
Centraal Planbureau (2024). Bredewelvaartsanalyse van woningisolatie. Den Haag: CPB.
19
De effectiviteit van isolatiemaatregelen in termen van CO₂-reductie is mede afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering. Slecht aangebrachte isolatie kan het beoogde effect sterk verminderen. Uit interviews blijkt dat sommige gemeenten hierop actief toezicht houden door uitsluitend te werken met geselecteerde aannemers die de maatregelen mogen uitvoeren. Dit draagt bij aan het waarborgen van de kwaliteit en de daadwerkelijke impact van de getroffen maatregelen. 4.4
Analyse Met de SEWA ondersteunt de gemeente Arnhem huishoudens in vijf relatief kwetsbare wijken in Arnhem bij het uitvoeren van duurzame maatregelen, zoals isolatie. Hiermee kunnen positieve labelstappen worden gezet in huizen met een laag energielabel. Met deze regeling worden diverse huishoudens bereikt, maar een groot deel van de doelgroep ontbreekt nog. De gemeente zet actief in op het bereiken van deze groep, maar geeft ook aan dat het lastig is of kan zijn om vertrouwen te winnen. Het specifiek richten van initiatieven op collectieven – zoals VvE’s en hele straten – helpt hierbij. Het opstellen van een Woonplan en het aanbieden van aannemers helpt om te kiezen voor effectieve maatregelen en een goede uitvoering van deze maatregelen. Zo zijn de gekozen maatregelen naar verwachting effectief om de woningen energiezuiniger te maken. Het gedaalde aardgasverbruik is een indicatie van de effectiviteit van de genomen maatregelen. Ook de voorgenomen of gerealiseerde labelstappen van de deelnemende huishoudens laat zien dat het waarschijnlijk is dat de doelgroep door deze subsidie bijdraagt aan CO2-reductie. Zij komen immers te wonen in een energiezuiniger huis. Daarnaast is het waarschijnlijk dat ze hierdoor ook meer woongenot ervaren.
Een kwetsbaarheid in deze subsidie ligt in de vraag wat de oorzaak is van het feit dat een deel van de bereikte doelgroep de maatregelen nog niet heeft genomen. Is dit te wijten aan financiële mogelijkheden, bewustzijn of prioriteit? De maximale WOZwaarde van de (koop)woningen die in aanmerking komen voor de subsidie is voor Arnhemse en landelijke begrippen bovengemiddeld. Het is dus de vraag of de groepen die de maatregelen niet nemen, hier vooral het geld niet voor hebben of dit niet als prioriteit zien. Daarbij kan ook een rol spelen dat de regeling nog maar relatief kort in werking is ten opzichte van de totale looptijd van tien jaar. In dit onderzoek kon deze vraag niet beantwoord worden. Als blijkt dat de groepen voldoende middelen, maar vooral geen prioriteit leggen bij het nemen van duurzaamheidsmaatregelen, rijst de vraag of een woningeigenaar deze maatregelen ook met minder subsidie had genomen. In dit geval zou een actieve benadering van de gemeente gecombineerd met een kleinere subsidie wellicht volstaan voor het nemen van maatregelen. Voor huishoudens met een lager inkomen kan gelden dat de subsidie alsnog tekort schiet.
20
5.
Toekomsbestendig Wonen Leningen (TWL) Kader 5.1 Toelichting op de regeling De Toekomstbestendig Wonen Lening (TWL) van de gemeente Arnhem ondersteunt woningeigenaren en particuliere verhuurders met maximaal drie woningen bij het financieren van duurzame en levensloopbestendige woningverbeteringen. De lening kan worden ingezet voor maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en aanpassingen om langer zelfstandig thuis te wonen. Aanvragen worden beoordeeld door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), waarna het leenbedrag in een bouwdepot wordt gestort. Voor Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) zijn er specifieke leningsmogelijkheden met een rente van 1,8% en een looptijd tot 25 jaar, afhankelijk van het aantal appartementen. De regeling was in de eerste periode mede mogelijk dankzij samenwerking met de Provincie Gelderland en is bedoeld om de verduurzaming van Arnhemse woningen te versnellen. Bron: eigen tekst, op basis van de website van de gemeente Arnhem.
5.1
Aanleiding van de regeling De Toekomstbestendig Wonen Lening (TWL) in Arnhem is een gemeentelijke regeling die particuliere woningeigenaren ondersteunt bij het financieren van maatregelen om hun woning te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. De regeling is voortgekomen uit de oorspronkelijke duurzaamheidslening, een revolverend fonds dat werd gevuld door de provincie en de gemeente (elk voor 50%). In de loop van de tijd is het doel verbreed van uitsluitend energiebesparing naar een combinatie van verduurzaming en maatregelen die het wooncomfort en de levensloopbestendigheid vergroten. Omdat de financiële middelen vanuit de provincie uitgeput waren, is de regeling gecontinueerd met uitsluitend middelen uit de gemeente. Met de TWL kunnen woningeigenaren geld lenen tegen aantrekkelijke voorwaarden om energie- en levensloopbestendige maatregelen uit te voeren. Voorwaarde voor het verkrijgen van een lening is dat er altijd ten minste één energiemaatregel wordt uitgevoerd. De regeling ondersteunt ook andere maatregelen, zoals het verwijderen van asbest, sloop van verouderde bijgebouwen en aanpassingen voor ouderen of mensen met een beperking, mits deze worden gecombineerd met een energiemaatregel. De lijst van maatregelen die in aanmerking komen, is opgenomen in de regeling zelf. De TWL draagt bij aan gemeentelijke doelstellingen op het gebied van klimaat en zorg.
Enerzijds ondersteunt de regeling NemiA. Anderzijds sluit het aan bij het programma Zorg Dichterbij, dat inzet op het langer zelfstandig thuis kunnen wonen van ouderen. De regeling is toegankelijk voor diverse doelgroepen, waaronder ouderen en huishoudens met een lager inkomen, die mogelijk elders geen lening kunnen krijgen. Vanwege het uitgeputte provinciale budget wordt de regeling inmiddels volledig gefinancierd door de gemeente, met een verhoogd budget van €1,5 miljoen voor particuliere aanvragers. Voor Verenigingen van
21
Eigenaren (VvE’s) is er sinds begin juli 2025 geen budget meer beschikbaar van het oorspronkelijke gemeentelijke budget van €10 miljoen. Een voorstel voor nieuw budget is in voorbereiding.
5.2
Werking van de regeling Figuur 5.1 Schematische weergave werkingsmechanisme TWL Hypothecair Verzilverlening
Consumptief
Afwijzing
Wijk/buurt
Woningeigenaar is voornemens te verduurzamen
Aanvragen TWL
Afwijzing
Maatwerk
Financiering
Financiële toets
Uitvoeren maatregelen
Toewijzing
CO2- reductie (en langer thuis wonen)
Energiebesparende maatregel en of aanvullende maatregelen
Bron: Eigen afbeelding op basis van de door de gemeente aangeleverde documentatie.
Bij de TWL melden woningeigenaren die voornemens zijn hun woning te verduurzamen zich bij de gemeente. De woningeigenaren vragen de TWL aan en de gemeente wijst deze aanvraag toe of keurt deze af. De regeling wordt na een financiële toets uitgegeven door de SVN. Er zijn dan vier soorten leningen mogelijk: 1. Consumptieve lening. Met deze lening kunnen aanvragers €2500-€30.000 euro aanvragen. De rente is 1.6%. Dit betreft een annuïtaire lening. De maximale leeftijd van de aanvrager is 75 jaar. 2. Hypothecaire lening. Bij deze lening is het aanvraagbedrag tussen €2500 en €50.000 met een rentepercentage van 1,6%, maar de rente is 1.8% bij een looptijd van 20 jaar. Er is ook geen maximale leeftijdsgrens en de lening kent afsluitkosten van €850. 3. Verzilverlening. Bij deze lening is het uitgangspunt dat de overwaarde van een woning wordt gebruikt om de woning toekomstbestendig te maken, tot een bedrag van 80% van de WOZ-waarde. De rente is 1,7%. De leeftijd van de aanvrager is minimaal 10 jaar vóór de wettelijke AOW-leeftijd en er is geen maximum leeftijd. De afsluitkosten bedragen €500. 4. Maatwerklening. Bij deze lening kunnen aanvragers €2500-€50.000 aanvragen via een hypothecaire lening. De rente is 1,7% en kan alleen ingezet worden als een aanvrager niet in aanmerking komt voor één van de andere regelingen.
De afsluitkosten bedragen €950 en de leeftijdsgrens is minimaal 18 jaar. De afsluitkosten zijn in de lening mee te financieren, maar bedragen tussen 38% bij een lening van €2500 en 2% bij een lening van €50.000. Dit kan – zeker bij kleinere leningen – ontmoedigend werken. Met de financiering kunnen de maatregelen worden uitgevoerd. Hierover wordt verantwoording afgelegd bij de SVN.
22
Er is een aantal algemene voorwaarden voor de TWL: •
Het adres waarvoor de lening wordt aangevraagd, is van een bestaande woning (dus niet in de bouwfase) in de gemeente Arnhem.
•
De aanvrager is eigenaar of verhuurder van de woning. Een eventuele verhuurder verhuurt maximaal 3 woningen.
•
Er mag nog niet gestart zijn met het treffen van de maatregelen.
•
Met de lening wordt tenminste één energiemaatregel verplicht.
•
Voor de regeling is een afgebakende lijst maatregelen opgenomen waar de lening voor gebruikt kan worden.
•
Voor een deel van de leningen geldt een voorwaarde gebaseerd op leeftijd.
•
Als een aanvrager niet in aanmerking komt vanwege afwijzing bij SvN, wordt gekeken of de aanvrager in aanmerking komt voor een maatwerkoplossing.
5.3
Observaties met betrekking tot effectiviteit Deze regeling is effectief als de geboden ondersteuning daadwerkelijk leidt tot reductie van CO2-emissies. Een aantal aannames ligt hieraan ten grondslag, die het onderzoeksteam afgeleid heeft uit Figuur 5.1: Aanname 1: de TWL bereikt de doelgroep en wordt voldoende benut. Om de doelgroep van de Toekomstbestendig Wonen Lening (TWL) te bereiken, wordt actief gecommuniceerd via verschillende kanalen. Denk hierbij aan nieuwsberichten, artikelen in de lokale krant, informatievoorziening via wijkgerichte energieloketten, buurtgesprekken en inzet van energiecoaches. Vooral buurtgesprekken blijken effectief: deze leiden volgens gesprekspartners zichtbaar tot een toename van het aantal aanvragen. Sinds de invoering van de regeling is het bereik duidelijk zichtbaar. Tussen 2021 en 2024 zijn ongeveer 760 aanvragen ingediend, goed voor een totaal leenbedrag van circa €9,5 miljoen. Hoewel het aantal aanvragen recentelijk iets is afgenomen, is het gemiddelde leenbedrag juist gestegen. Dit hangt samen met de toename van investeringen in duurdere verduurzamingsmaatregelen, met name op het gebied van isolatie. Hierdoor raakt de beschikbare leencapaciteit van de regeling geleidelijk uitgeput. Ter vergelijking: tot 2018 werden circa 350 woningeigenaren bereikt. In de afgelopen vier jaar zijn meer dan 1.000 woningen verduurzaamd met behulp van de TWL.
De regeling blijft in de toekomst beschikbaar, en de verwachting is dat de provincie weer met cofinanciering gaat bijdragen. Hiermee blijft de TWL een toegankelijk instrument voor zowel particuliere woningeigenaren als Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) die hun woning(en) willen verduurzamen.
Aanname 2: de bereikte doelgroep had de maatregelen niet genomen zonder de gefaciliteerde lening.
23
De TWL is gericht op woningeigenaren die hun woning willen verduurzamen, maar daar zonder financiële ondersteuning niet toe in staat zijn. Gesprekspartners geven aan dat de mogelijkheid tot financiering via deze regeling voor een aanzienlijk deel van de gebruikers doorslaggevend is om daadwerkelijk verduurzamingsmaatregelen te nemen. De gemeente mag geen inkomenspolitiek voeren en kan dus niet direct selecteren op financiële draagkracht. Wel kan zij ervoor zorgen dat de regeling minder aantrekkelijk wordt voor huishoudens buiten de doelgroep, bijvoorbeeld door het koppelen van een rente aan de lening. Deze rente, die doorgaans tussen de 1,6% en 1,8% ligt, kan een ontmoedigende werking hebben op woningeigenaren die zelf over voldoende financiële middelen beschikken. Voor hen is het vaak voordeliger om te investeren met eigen spaargeld, ook gelet op de (positieve) spaarrentes van 1,25% tot 1,5% ten tijde van het onderzoek (22 mei) bij de meeste grote banken. De verwachting is dat een groep gebruikers over voldoende spaargeld beschikt, maar desondanks gebruikmaakt van de TWL. Zij kunnen bewust kiezen voor het afsluiten van een goedkope lening, in plaats van het inzetten van eigen middelen, maar hier kunnen meer redenen voor zijn. In de meer kwetsbare wijken zijn relatief weinig aanvragen.
Uit interviews blijkt dat dit in lijn is met de verwachtingen, omdat inwoners in kwetsbare wijken met een inkomen tot €60.000 goedkoper gebruik kunnen maken van de Energiebespaarlening uit het Warmtefonds, met gunstigere voorwaarden. Bovendien geldt in deze wijken de SEWA-subsidie, welke een lage eigen bijdrage kent, waardoor een lening minder vaak nodig zal zijn. De wijken waar de meeste aanvragen vandaan komen, zijn in beeld gebracht (zie Figuur 5.2). Uit de gegevens blijkt dat de regeling breed wordt benut. Zo zijn er opvallend veel aanvragen gedaan in Schuytgraaf, een relatief nieuwe wijk waar de focus van de verduurzamingsmaatregelen vaker ligt op zaken als thuisaccu’s en zonnepanelen. Tegelijkertijd wordt de regeling ook veelvuldig gebruikt in wijken als Kronenburg/Vredenburg, Malburgen-West en Presikhaaf-Oost. Deze wijken vallen meer binnen de beoogde doelgroep van inwoners die wel verduurzamingsmaatregelen willen nemen, maar deze niet zelfstandig kunnen financieren. Ook in Rijkerswoerd, een wijk gebouwd in de jaren ’80 en ’90, is de regeling populair. Hier lijkt sprake van een bewustwording rond de energietransitie, wat bijdraagt aan het actieve gebruik van de regeling. Dit is niet in alle wijken vanzelfsprekend, wat het gebruik in Rijkerswoerd des te relevanter maakt.
Een analyse van de spreiding van aanvragen door de ambtenaren uit het gesprek laat zien dat deze met name afkomstig zijn uit wijken waar relatief weinig koopwoningen staan met een bovengemiddelde WOZ-waarde. Dit ondersteunt het beeld dat de regeling veelal wordt benut door de beoogde doelgroep. Tegelijkertijd is op basis van de voorwaarden van de regeling geen onderscheid te maken tussen middeninkomens en huishoudens met een bovengemiddeld inkomen, wat de afbakening bemoeilijkt. In de behandeling van de aanvragen wordt volgens het gesprek met de ambtenaar het persoonlijke contact en het meedenken vanuit de gemeente gewaardeerd door
24
aanvragers. Dit kan bijdragen aan de keuze voor de TWL. De persoonlijke aanpak van de gemeente, waarbij snel en op maat geschakeld kan worden, vormt hierin een duidelijk voordeel. In de praktijk merken gesprekspartners dat inwoners behoefte hebben aan een stap verder, namelijk het krijgen van financieel advies. Hoewel de gemeente dit niet mag geven, kan zij wel verwijzen naar heldere en toegankelijke informatie over de financiële aspecten van de regeling Figuur 5.2 Geografische spreiding van leningenaanvragen voor de TWL per wijk
Bron: bron: gemeente Arnhem
Aanname 3: de uitgevoerde maatregelen zijn effectief in het zorgen voor CO2-reductie. De verduurzamingsmaatregelen waarvoor de TWL wordt ingezet, variëren sterk en blijken gevoelig voor politieke en media-aandacht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan technologieën die in een ‘negatief daglicht’ staan door netcongestie. De regeling stuurt echter niet actief op specifieke maatregelen; de behoefte en vraag van inwoners staan centraal. De bestaande maatregelenlijst is ook al enige tijd in gebruik en houdt nog weinig rekening met recente ontwikkelingen, zoals netcongestie. Hierdoor wordt de regeling bijvoorbeeld ook veel gebruikt voor de aanschaf van airco’s en warmtepompen. De politieke beeldvorming en aandacht zeggen echter niet dat deze technologieën niet (meer) relevant zijn; zie hiervoor ook paragraaf 3.3. In de afgelopen periode is er een duidelijke toename te zien in het aantal aanvragen voor HR++ glas en bijbehorende kozijnen. Deze maatregelen zijn relatief kostbaar, wat ertoe leidt dat inwoners hier vaker een lening voor aanvragen. Daarentegen wordt
25
de TWL slechts beperkt benut voor aanpassingen gericht op levensloopbestendig wonen, zoals het verwijderen van drempels of het verbreden van doorgangen. De brede belangstelling voor de regeling onderstreept de behoefte aan toegankelijke financieringsmogelijkheden voor verduurzaming. Voor inwoners met een lager inkomen wijst de gemeente actief op de Energiebespaarlening uit het Warmtefonds, dat leningen verstrekt tegen 0% rente. Op die manier wordt gezorgd voor een passende oplossing voor verschillende inkomensgroepen.
5.4
Analyse De TWL richt zich op het financieel mogelijk maken van duurzame maatregelen voor groepen die deze zelf niet goed kunnen bekostigen. De regeling wordt veel aangevraagd. Er zijn verschillende varianten van de TWL, waardoor deze aangepast kan worden op individuele situaties. Voor aanvragers die qua inkomensklassen boven de doelgroep vallen, is de TWL in het algemeen niet gunstig. Voor hen is het gunstiger om investeringen te doen vanuit spaargeld dan via de TWL. Voor aanvragers met een laag inkomen is de landelijke Energiebespaarlening van het Warmtefonds gunstiger. Hier wordt actief naar doorverwezen. De spreiding van aanvragers volgt in grote mate de verwachte spreiding: de lening wordt in het algemeen vooral aangevraagd in de ‘gemiddelde’ wijken, en minder in de ‘rijkere’ en ‘armere’ wijken. De TWL biedt de mogelijkheid om te sturen op technologieën die meer of minder wenselijk zijn, door de maatregelenlijst die bij de voorwaarden van de regeling is opgenomen. Op dit moment is de lijst langere tijd niet geactualiseerd. Het kan waardevol zijn om deze lijst te herzien, maar er zijn geen geluiden dat maatregelen worden ingezet die niet bijdragen aan duurzaamheid. Het is wel aannemelijk dat de financiële ondersteuning daadwerkelijk stimuleert dat huishoudens de stap zetten om ‘toch’ duurzame investeringen te doen.
Dit is echter niet eenduidig aan te tonen op basis van de beschikbare data.
26
6.
Overkoepelende reflectie op de effectiviteit van de regelingen De effectiviteit van de duurzaamheidsleningen en -subsidies is in de voorgaande hoofdstukken per regeling bekeken. Om de effectiviteit van de individuele regelingen goed te kunnen beoordelen, is het echter noodzakelijk om deze in relatie tot het totale pakket aan duurzaamheidsleningen en -subsidies te bekijken. Daarom reflecteren we in dit hoofdstuk op de mate waarin de regelingen elkaar al dan niet versterken of juist overlappen en wat dit betekent voor monitoring en evaluatie in de toekomst.
6.1
Onderlinge samenhang Uit de individuele beschrijvingen van de regelingen blijkt dat elke regeling zich richt op een andere doelgroep, met uiteenlopende behoeften, motivaties en barrières. Dit betekent dat de effectiviteit van duurzaamheidsleningen en -subsidies alleen in totaliteit bekeken kan worden: bereiken zij samen (alle) relevante doelgroepen, en bieden zij wat deze doelgroepen nodig hebben om verder te verduurzamen? De mate waarin een regeling bijdraagt aan het geheel, hangt af van hoe deze zich verhoudt tot en samenwerkt met andere (gemeentelijke) instrumenten. De aanname dat alle middelen voor de energietransitie automatisch bij mensen terecht zouden moeten komen die zonder deze steun geen financiële ruimte hebben om duurzame maatregelen te treffen, is te simplistisch. Verschillende redenen kunnen namelijk zorgen dat mensen geen maatregelen nemen om hun huis te verduurzamen. Daarom is het belangrijk om te voorzien in regelingen die op verschillende doelgroepen aansluiten. De regelingen die in deze studie bestudeerd zijn, geven een beeld van deze diversiteit. In Figuur 6.1 is deze diversiteit in beeld gebracht. We lichten deze figuur in deze paragraaf toe aan de hand van de drie regelingen. Het Aanjaagfonds richt zich op gemotiveerde groepen met voldoende vaardigheden en over het algemeen ook financiële middelen, die verduurzaming collectief willen aanpakken.
Deze doelgroep staat daarom op de positieve (+)-zijde van de assen ‘Willen/kunnen’ en ‘Beschikbare financiële middelen’ in Figuur 6.1. Het collectief nemen van maatregelen voor verduurzaming vergt echter een andere aanpak dan individuele maatregelen en brengt dus ook andere maatregelen met zich mee. Door inhoudelijke en/of financiële procesbegeleiding te bieden, helpt de gemeente deze collectieven om hun plannen succesvol te realiseren. De deelnemers aan de collectieven betalen de maatregelen die zij willen nemen wel zelf. Uit de literatuur blijkt dat dit een effectieve manier kan zijn, met ook positieve neveneffecten (zie paragraaf 3.3). De SEWA-regeling is juist bedoeld voor huishoudens die doorgaans niet in staat zijn om zelfstandig te investeren in verduurzaming, met name in isolatie. Deze doelgroep mist vaak niet alleen financiële middelen, maar ook de motivatie of kennis om zelf stappen te zetten. Daarom staat deze doelgroep aan de negatieve (-)-zijde van de assen ‘Willen/kunnen’ en ‘Beschikbare financiële middelen’ in Figuur 6.1. De gemeente
27
zoekt met deze regeling de doelgroep actief op en biedt gerichte financiële en inhoudelijke ondersteuning. De TWL bedient een tussengroep: woningeigenaren die wel gemotiveerd zijn om te verduurzamen (+ op de as ‘Willen/kunnen’ in Figuur 6.1), maar het financieel niet verantwoord achten om dit volledig met eigen middelen of spaargeld te doen (- op de as ‘Beschikbare financiële middelen’ in figuur 6.1). Voor hen biedt een lening tegen gunstige voorwaarden een passende oplossing. Op basis van bovenstaande informatie laat Figuur 6.1 zien dat de regelingen qua doelgroep – en daarmee beoogd effect – grotendeels complementair zijn aan elkaar. Voor (vrijwel) elk segment van de doelgroep is, zoals eerder uiteengezet, een duidelijke onderbouwing te geven voor de relevantie van de bijbehorende regeling.
6.2
Implicaties voor monitoring en evaluatie Op dit moment evaluatiebepalingen van de drie regelingen slechts beperkt ingericht. In de publicaties van de regelingen in het gemeenteblad zijn voor het Aanjaagfonds is in de periode van juli 2023-december 2026 geen evaluatieverplichting opgenomen, voor SEWA is wordt deze alleen aan het eind van de periode met het oog op eventuele verlenging genoemd en bij de verordening van de TWL zijn geen expliciete evaluatie evaluatiebepalingen opgenomen. Wel werkt de gemeente aan het inzetten van nieuwe monitorings- en volgsystemen. Deze studie betreft ook geen uitgebreide evaluatie, maar richt zich uitsluitend op het meten of inschatten van de effecten van de regling op CO2-reductie. Bij het evalueren en monitoren van deze regelingen in de komende jaren is het van belang om bovenstaande analyse van de complementairiteit van de regelingen in de aanpak mee te nemen.
De effectiviteit van een ingezette regeling in het kader van het reduceren van CO2-reductie moet altijd bezien worden in het licht van de andere regelingen: welke doelgroep kent deze specifieke regeling, welke aanpak past het best bij deze doelgroep en hoe verhouden de verschillende regelingen zich tot elkaar? Het simpelweg beargumenteren dat duurzaamheidsleningen zich altijd moeten richten op het ondersteunen van inwoners die zelfstandig geen maatregelen kunnen nemen, is hierbij te kort door de bocht. Dit onderstreept de wenselijkheid van het evalueren van de duurzaamheidsleningen- en subsidies als totaalpakket, in plaats van het evalueren van de afzonderlijke regelingen. Ten slotte is het wenselijk om hierbij (het ontbreken van) de complementairiteit met de regelingen van het Rijk en de provincie in beeld te brengen. Is het duidelijk voor inwoners waar zij terecht kunnen, en is er geen overlap tussen de regelingen op de verschillende beleidsniveaus?
28
Figuur 6.1 Complementariteit van de regelingen
TWL
Willen/kunnen
+ Aanjaagfonds
-
Beschikbaarheid financiële middelen
+
SEWA
Bron: Eigen afbeelding
29
Literatuurlijst Arnhem Aan (2022). Evaluatie van het Aanjaagfonds 2018-2022. Alliander & Gemeente Arnhem (2025). Samenwerkingsafspraken duurzame energievoorziening en netcapaciteit. Arnhem: Alliander. CBS (2024). Gemiddelde WOZ-waarde per gemeente, peildatum 1 januari 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek. Centraal Planbureau (2024). Analyse woningverduurzaming en financierbaarheid woningeigenaren. Den Haag: CPB. Centraal Planbureau (2024). Bredewelvaartsanalyse woningisolatie. Den Haag: CPB. Centraal Planbureau (2024). Kanttekeningen bij de financiële impact van energiehulp. Den Haag: CPB. De Hypotheker (2019). Onderzoek verduurzamingskennis onder woningeigenaren. Rotterdam: De Hypotheker. Gemeente Arnhem (2025). Voortgangsrapportage NemiA – april 2025. Arnhem: Gemeente Arnhem. Het Woonplan. (z.d.). Ervaringen van bewoners en uitvoerders met Het Woonplan. Hoppe, T., Coenen, F., & Bekendam, M. (2019). Local climate initiatives: The emergence, development and governance of local low-carbon energy initiatives. Energy, Sustainability and Society, 9(1), 1-19. Klimaatadaptatienederland.nl (2024). Hittestress en wateroverlast in stedelijke gebieden: casus Arnhem. Rijksoverheid. Netbeheer Nederland (2024). Monitor Netcapaciteit Elektriciteit. Den Haag: Netbeheer Nederland. TNO (2024). Effectieve energiehulp in Nederland: kenmerken en impact op bewoners. Van Sonsbeeck Makelaars.
(z.d.). Lokale woningmarkt trends in Arnhem. Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. (2023). Uitwerking SEWA-regeling. Deventer: Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V.
30