CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Nota risicomanagement en weerstandsvermogen (concept, ter kennisgeving)

Politieke Avond 31 mei 2023, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Financiële verordening, Nota reserves en voorzieningen, Uitgangspunten voor risicomanagement en spelregels voor weerstandsvermogen13.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Robuustheid van de Begroting en meerjarenbeeld (en het gemeentelijk grondbedrijf).

Robuustheid buffers voor risico’s – beschikbaar weerstandsvermogen (met name algemene reserve en bestemmingsreserve grondexploitatie)

Robuustheid van de balans: buffers van de overige onderdelen van het gemeentelijke eigen vermogen in de vorm van de bestemmingsreserves voor specifieke doelen

ONDERWERP

4.5.1 Drie onderdelen van een robuuste begroting en de relatie met risico’s

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

Een robuuste begroting met buffers voor risico’s

PAGINA

4.5

22

Een goed zicht op risico's en de aanwezigheid van buffers kan er voor zorgen dat: • De continuïteit van de dienstverlening en het behalen van de doelstellingen is gewaarborgd. Incidentele tegenvallers zijn op te vangen zonder dat de gemeente meteen moet bezuinigen; • Buffers beschikbaar zijn om grotere (structurele) tegenvallers op te kunnen vangen door bezuinigingen/ inkomstenvergrotingen. De tijd te die nodig is om bezuinigingen te realiseren kan als dat nodig is worden overbrugd. Daarmee kan de gemeente op een zorgvuldige manier de relatie met de gemeentelijke doelstellingen meewegen wanneer er bezuinigt moet worden; • Buffers zijn een extra zekerheid voor onvoorspelbare risico's van grote omvang waarmee in de berekening van het risicoprofiel niet of slechts gedeeltelijk rekening was gehouden.

23

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

Onderstaand worden deze drie onderdelen van de robuustheid doorgelopen. De invalshoek daarbij is welke betekenis hebben ze voor het opvangen van risico's als deze zich voordoen?

4.5.2 De robuustheid van de Begroting en gemeentelijk grondbedrijf De mate van stevigheid van de begroting moet ervoor zorgen dat de doelstellingen die in de Begrotingzijn opgenomen en zijn vastgesteld door de gemeenteraad bereikt kunnen worden. De begroting moet daarom een reëel beeld geven van te verwachten inkomsten en uitgaven. Mogelijke negatieve ontwikkelingen moeten daarbij in zekere mate zijn op te vangen. Onderdelen van de begroting moeten ruimte bieden om risico's uit het eerste voorbeeld in paragraaf 4.4 op te vangen. Dit niveau van robuustheid heeft niet alleen betrekking op het lopende begrotingsjaar, maar heeft ook betrekking op het meerjarig financieel beeld. Zo is bijvoorbeeld de mate waarin de gemeente goed zorg draagt voor de meerjarige instandhouding van de infrastructuur op het gebied van wegen, groen en riolering een ijkpunt voor robuustheid en het voorkomen van risico's op termijn. Voor het gemeentelijk grondbedrijf is het van belang dat mogelijke kostenstijgingen opgevangen kunnen worden en de inkomsten meerjarig niet te optimistisch zijn geraamd. In het eerder genoemde art. 11 van de BBV zijn enkele kengetallen opgenomen die helpen bij het beoordelen van de robuustheid van dit onderdeel van de gemeentelijke financiële positie: • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • en belastingcapaciteit.

De provincie beoordeelt in het kader van haar toezichthoudende rol de begroting en gaat na of deze voldoende robuust is. Onder andere door na te gaan of de bezuinigingen die in de begroting zijn opgenomen voldoende realistisch zijn en de begroting niet alleen met incidentele posten meerjarig in evenwicht is gebracht. De provincie drukt dit uit in twee kengetallen, namelijk de structurele exploitatieruimte in de begroting en structurele exploitatieruimte in de MJPB.

4.5.3 De robuustheid van de buffers voor risico’s - beleidskeuzen Bij dit onderdeel zijn we in het hart aangekomen van gemeentelijk risicobeleid voor buffers. Langs welke lijnen kunnen bestuurlijke keuzes over risico's en buffers worden gemaakt? Welke vragen helpen om daarover als bestuur goede keuzen te maken? In onderstaand plaatje zijn de stappen opgenomen die behulpzaam kunnen zijn bij de keuzes over de te varen koers voor risico's en buffers.

ONDERWERP

Beeld van de belangrijke trends en invloed op de financiële positie Beeld van de opgaven en ambities

Gefundeerd beeld van de mogelijke financiële context van Arnhem voor komende 10 – 15 jaar

4. Buffers toereikend en geen extra aanvullling nodig/mogelijk

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

3.

PAGINA

2. Financiële positiebepaling: Kengetallen provincie – houdbaarheidsonderzoeken VN benchmark andere gemeenten - flexibiliteit begroting

24

1.

Bestuurlijke afweging en beleid buffers en risico’s

5. Uitwerking in spelregels en techniek – ‘de knoppen’ – en monitoring stand van zaken

6. Vastleggen in beleidsnota – paragraaf in beleidsdocumenten en de verordening

Instandhouding en aanvulling buffers met het oog op de toekomst gewenst.

Nadat de bestuurlijke keuzes zijn gemaakt moeten deze uitgewerkt worden in spelregels en financiële techniek. De verschillende 'knoppen' voor het bepalen van risico's en buffers kunnen worden ingesteld. Ook over de monitoring van de stand van zaken, zoals opgenomen in Jaarverslagen en Begroting kunnen afspraken worden gemaakt. Aansluitend op de instelling van de knoppen wordt het beleid toegelicht en gemonitord in de paragrafen Risicomanagement en weerstandsvermogen van de Begrotingen Jaarverslagen en vastgelegd in de Verordening Financieel Beleid en Beheer.

4.5.4 De techniek - de verschillende knoppen De beleidskeuzes over risico's en buffers kunnen vertaald worden in financiële techniek. Dat kan door gebruik te maken van de verschillende knoppen van onderstaand plaatje. Enkele mogelijkheden om de knoppen verschillend in te stellen zijn daarbij aangegeven:

ONDERWERP

Dan is het aan het bestuur van de stad bij stap 4 om keuzes te maken over de omvang van de buffers voor risico's op dit moment en naar de toekomst toe. De praktijk in de gemeente Arnhem is dat dit soort keuzes gemaakt worden bij de start van een nieuwe raadsperiode. Bij de start van de raadsperiode 2022 – 2026 hebben hierover ook afwegingen en keuzes plaatsgevonden. Deze worden toegelicht in hoofdstuk 5.

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

De eerste twee stappen geven informatie voor de derde stap over de financiële context waarin de gemeente Arnhem de komende jaren zal gaan opereren. Dat is uiteraard geen exact toekomstbeeld, maar laat wel de opgaven voor de komende jaren zien in combinatie met de financiële positie. Deze beelden helpen bij het maken van beleidskeuzes voor het omgaan met risico's en buffers. Is de inschatting dat de gemeente de komende jaren zal moeten werken in een zeer risicovolle omgeving of zal er naar verwachting sprake zijn van een minder risicovolle context?

PAGINA

Bij de tweede stap wordt de inhoud van de opgaven in de stad toegevoegd: • Wat zijn belangrijke trends die gesignaleerd kunnen worden en hoe werken die naar verwachting door op de financiën? Een voorbeeld daarvan zijn de gevolgen van vergrijzing van de stad. Ook is het mogelijk dat het gaat om de gevolgen van externe ontwikkelingen bijvoorbeeld de noodzaak/wens om maatregelen op het gebied van klimaat te nemen. Dit soort informatie kan worden gevonden in de gegevens uit de Staat van onze stad, onderzoekersrapporten en dergelijke. Een belangrijke bron hiervoor is ook het overleg met bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners van de stad. Dit soort vragen maken ook onderdeel uit van het proces om te komen tot Perspectiefnota's en een nieuw raadsakkoord; • En wat zijn ook de bestuurlijke opgaven en ambities van de raad zelf? Welke grote projecten en programma's zijn er? Welke ruimtelijke ontwikkelingen moeten opgepakt worden op het gebied van wonen en kantoren? Of ligt het accent voor de komende jaren vooral op een goed en zorgvuldig beheer van de stad? Welke ambities voor zorg en welzijn zijn er? Welke ambities op het terrein van cultuur en sport komen naar voren? Het formuleren van de bestuurlijke opgaven en ambities komt voornamelijk aan bod bij de collegeonder- handelingen en de besluitvorming voor een nieuwe raadsperiode.

Bij deze tweede stap is het zaak te duiden wat het mogelijk financieel effect van deze trends en ambities zal kunnen zijn.

25

Bij de eerste stap gaat de gemeente na: Hoe staan we er financieel voor? Hoe robuust is de gemeente Arnhem aan de hand van de beoordeling op een aantal kengetallen? Hoe veel flexibiliteit zit er in de begroting mochten er tegenvallers komen? Hoe verhouden onze uitgaven zich ten opzichte van andere gemeenten als indicatie dat het wellicht doelmatiger kan? Wat zijn de uitkomsten van stresstests op onze financiën? Deze vraag kunnen deels aan bod komen bij de bespreking van documenten uit de gemeentelijke beleidscyclus (Perspectiefnota, Begroting en Jaarverslag). In de gemeente Arnhem is het gebruikelijk ten behoeve van een nieuwe raadsperiode Informatiedossiers samen te stellen waarin dit soort informatie is opgenomen.

26

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

4.5.4 De techniek - de verschillende knoppen De beleidskeuzes over risico's en buffers kunnen vertaald worden in financiële techniek. Dat kan door gebruik te maken van de verschillende knoppen van onderstaand plaatje. Enkele mogelijkheden om de knoppen verschillend in te stellen zijn daarbij aangegeven: UITWERKING via de techniek - aan welke knoppen kunnen we draaien? met voorbeelden Draaien aan de knop van het risicoprofiel: Draaien aan de knop van de buffers: • Wijzigen van zekerheidspercentage 90% • Niet of wel de BR solvabiliteit • Meerekenen van structurele risico's erbij betrekken voor twee jaar • Wel of niet aparte buffer voor • Grondbedrijf nieuwe lijn van project- onbekende risico's - zwarte zwanen en portefeuillerisico's

Risicoprofiel

Buffer om op te vangen

Draaien aan de knop van de weerstandsfactor: • De hoogte van de weerstandsfactor - hoger of lager • De hoogte van deondergrens en noodzaak tot bijstorten • De hoogte van een bovengrens en wel of niet mogelijkheid in te zetten voor nieuw beleid • Mogelijkheden wanneer de weerstandsfactor tussen de boven- en ondergrens zit. • Werken met een beoordelingstabel zonder afspraak ruimte voor beleid • In samenhang beoordelen met andere kengetallen met name solvabiliteit

Hoe de knoppen voor deze raadsperiode zijn ingesteld, wordt toegelicht in hoofdstuk 6.

4.5.5 De robuustheid van de balans Een derde speelveld dat van belang is voor de soliditeit van de financiën van onze gemeente is de gemeentelijke balanspositie. De buffers voor risico’s (de algemene reserve en de bestemmingsreserves van het grondbedrijf) en de overige bestemmingsreserves vormen samen het eigen vermogen van de gemeente. De omvang hiervan wordt afgezet tegen de omvang van de totale balans waardoor een beeld ontstaat van de omvang van het gemeentelijke eigen vermogen in relatie tot de schulden (solvabiliteit) van de gemeente. Als een gemeente relatief veel schulden heeft op de balans, drukken de lasten van rentelasten en aflossingen van deze schulden zwaarder op de jaarlijkse begroting. Er is dan sprake van een hoge netto schuldquote.

27

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

In art. 11 van de BBV wordt een aantal kengetallen genoemd die helpen bij de beoordeling van de robuustheid van de balans: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio De provincie maakt gebruik van deze kengetallen om de mate van robuustheid vast te stellen. Ook voor deze kengetallen kan aan de knoppen worden gedraaid. Onderstaand plaatje laat een aantal mogelijkheden zien:

Overige kengetallen! Draaien aan de knop van solvabiliteit en andere kengetallen: • Kiezen voor een onder- en bovengrens voor solvabiliteit • Geen onder- en bovengrens voor solvabiliteit • Kiezen voor een bovengrens voor de schuldquote schuldquote

Gezonde solvabiliteit

In hoofdstuk 6 is aangegeven welke afspraken voor deze raadsperiode hierover zijn gemaakt.

4.5.6 Robuustheid in samenhang Bovenstaand zijn de drie niveaus van robuustheid van onze financiële positie beschreven namelijk van de begroting, buffers voor risico’s en de gemeentelijke balans. Op grond van art. 11 van de begrotingsvoorschriften (BBV) van het Rijk moeten gemeenten ook een beoordeling van de verhouding tussen deze kengetallen geven in relatie tot de financiële positie. Pas door de drie onderdelen van de robuustheid van de financiële positie in onderlinge samenhang te beoordelen is het mogelijk verantwoorde conclusies daarover te trekken. Wanneer bijvoorbeeld de Begroting robuust is, maar de weerstandsfactor is onvoldoende en de kengetallen voor solvabiliteit en schuldquote zijn niet gunstig kan niet van een robuuste financiële positie worden gesproken. In de Begrotingen het Jaarverslag worden de kengetallen die horen bij de drie niveaus van robuustheid opgenomen in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen en in onderlinge samenhang besproken aan de hand van onderstaand plaatje:

28

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

Sturen met financiële kengetallen Financiële situatie gemeente Heeft de gemeente voldoende structurele baten om haar structurele lasten te dekken?

Heeft de gemeente een hoge schuld en hoeveel daarvan is doorgeleend aan derden? De netto schuldquote bestaat dus uit twee ratio’s: zowel in- als exclusief doorgeleende gelden.

Hoe hoger dit percentage, des te beter

Hoe lager deze percentages, des te beter

Netto Schuldquote

Structurele exploitatieruimte

Specifiek onderdeel van solvabiliteit is weerstandsvermogen. In welke mate kan de gemeente de risico’s met eigen vermogen opvangen?

Hoe hoger de weerstandsfactor, des te beter

De kengetallen geven in samenhang (en over meerdere jaren) goed inzicht in de financiële positie van een gemeente

Belastingcapaciteit

Heeft de gemeente relatief veel belastingen en is er ruimte om deze belastingen te verhogen?

Hoe lager dit percentage, des te beter

Weerstandsvermogen

Solvabiliteit

Grondexploitatie Grondexploitatie kan risicovol zijn. Heeft de gemeente relatief veel grond en loopt zij daardoor veel risico?

Heeft de gemeente voldoende eigen vermogen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen?

Hoe hoger dit percentage, des te beter

Hoe lager dit percentage, des te beter

4.6 Samenvattende uitgangspunten robuuste begrotingen en risico's De uitgangspunten voor ons beleid zijn: • De gemeente Arnhem werkt binnen de wettelijk kaders voor begrotingen die structureel en reëel in evenwicht zijn; • Als risico’s invloed kunnen hebben op de financiële positie houdt de gemeente hiermee rekening door financiële buffers te vormen. Dit doet de gemeente in aansluiting op de voorschriften hiervoor in de begrotingsvoorschriften (BBV); • Om goed zicht te krijgen op de mogelijkheid risico's op te vangen als die zich voordoen kijkt de gemeente naar de drie elementen van financiële robuustheid namelijk de Begroting, het risicoprofiel/de buffers voor risico's en de balans; • De raad kan met behulp van een stappenplan bepalen welke afwegingen gemaakt worden over de risico's en benodigde buffers hiervoor; • De technische uitwerking daarvan kan plaatsvinden door gebruik te maken van een aantal knoppen. De keuzes hierover worden toegelicht in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen van de Begroting en het Jaarverslag en vastgelegd in de verordening Financieel beleid en beheer; • De drie niveaus van robuustheid worden in samenhang toegelicht in de Begroting en het Jaarverslag. Daarbij wordt gebruik gemaakt van kengetallen.

De robuustheid van de begroting

Het wettelijk kader om te werken met sluitende Begrotingen en bijbehorend meerjarenbeeld is het belangrijkste uitgangspunt voor het financieel beleid van de gemeente Arnhem. In de begroting en het meerjarenbeeld zijn mogelijkheden opgenomen om niet voorziene kosten op te vangen. Bijvoorbeeld door de aanwezigheid van stelposten voor strikt onvoorzien en onvermijdbaar, posten voor onvoorzien tegenvallers binnen investeringsprojecten, een stelpost voor mogelijke rentestijgingen voor toekomstige leningen, door de inkomsten uit het gemeentefonds zoveel mogelijk behoedzaam in te schatten, de aanwezigheid van egalisatiereserves om ongewenste schommelingen in budgetten te kunnen opvangen en de aanwezigheid van voorzieningen voor verplichtingen en verliezen die nog onzeker zijn maar wel al redelijkerwijs zijn in te schatten. De financiële robuustheid voor de begroting is in 2018 nog verbeterd door dat jaarlijks bij de Perspectiefnota budget gereserveerd wordt voor prijs- en volumeontwikkelingen. De spelregels daarvoor worden opgenomen in art. 12 van de Financiële verordening. De begroting bevat dus een aantal onderdelen die bijdrage aan de financiële robuustheid om tegenvallers te kunnen opvangen.

De provincie Gelderland houdt toezicht op de begroting van de gemeenten en legt eventuele aandachtspunten met betrekking tot de financiële positie vast in brief aan de raad van de gemeente Arnhem.

5.3

De robuustheid van de buffers voor risico's

Bepalen omvang risicoprofiel en benodigde buffers Bij dit onderdeel van de mate van robuustheid gaat het over de spelregels die van toepassing zijn voor de bepaling van de omvang van de risico's/niet begrote kosten, de aanwezige buffers/weerstandsvermogen en de verhouding daartussen, de weerstandsfactor:

Risico’s/niet begrote kosten

Buffers/Weerstandscapaciteit

Weerstandsfactor

ONDERWERP

5.2

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

Inleiding

In hoofdstuk 4 is aangegeven welke kaders van toepassing zijn voor een robuuste begroting, risicobuffers/weerstandsvermogen en balans. Daarin is ook aangegeven op welk wijze bestuurlijke afwegingen over risicobuffers gemaakt kunnen worden. Daarbij zijn ook de knoppen benoemd die inhoud kunnen geven aan de bestuurlijke keuzes. In dit hoofdstuk geven we voor de drie onderdelen van de robuustheid van de financiële positie aan welke keuzes zijn gemaakt en op het moment van schrijven van deze nota van toepassing zijn: robuustheid van de begroting (paragraaf 5.2), de buffers voor risico's (paragraaf 5.3) en de robuustheid van de balans (paragraaf 5.4).

PAGINA

5.1

29

5. Huidige afspraken spelregels weerstandsvermogen

Kans

Score

Geldgevolg

1

< 1x per 10 jaar

10%

1

< r 50.000

2

1x per 5-10 jaar

30%

2

r 50.000 - r 200.000

3

1x per 2-5 jaar

50%

3

r 200.000 - r 500.000

4

1x per 1-2 jaar

70%

4

r 500.000 - r 1.000.000

5

1x per jaar of >

90%

5

> r 1.000.000

Vervolgens wordt door middel van statistische berekeningen op basis van de indeling van alle risico's in bovenstaande risicoscores na gegaan wat de mogelijke uitkomsten zijn van de mate waarin de combinatie van verschillende tegenvallers zich zullen voordoen. Door het hanteren van een zogenaamd zekerheidspercentage van 90% wordt nagegaan wat de benodigde omvang van de buffers moet zijn. Deze berekeningen bepalen de omvang van het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit of wel de omvang van de buffers om deze op te vangen. Op deze manier geeft de gemeente invulling aan art. 11 van de BBV. De bepaling van de risico's voor het grondbedrijf vindt op vergelijkbare wijze plaats, waarbij vanaf het jaarverslag 2019 moet worden aangesloten bij de Notitie Grondbeleid 2019 van de commissie BBV. In aansluiting bestaat het totale gemeentelijke risicoprofiel voor de grondexploitaties uit twee onderdelen namelijk: • De project specifieke risico’s waarvan de kans en de berekende omvang van het mogelijk financieel negatief gevolg van deze risico’s worden bepaald; • De conjuncturele en programmatische risico’s door lagere opbrengsten, uitloop in de planning en wijzigingen in kostenontwikkelingen. Door middel van statistische berekeningen met eveneens een zekerheidspercentage van 90% wordt het risicoprofiel van het grondbedrijf en de benodigde weerstandscapaciteit berekend.

Vervolgens wordt voor het grondbedrijf nog een extra stap gezet. Na de bepaling van de risicoprofielen van de projecten wordt nagegaan of er in deze projecten ook in de toekomst mogelijke winsten mogen worden verwacht. Deze te verwachten winsten worden voor projecten in mindering gebracht op de berekende risico's. Naast de bepaling van het risicoprofiel van de grondexploitaties zijn gemeenten op grond van de voorschriften van de commissie BBV ook verplicht tussentijdse winsten van lopende projecten te nemen naar rato van de feitelijke realisatie.

ONDERWERP

Klasse

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

Risicoscore

PAGINA

Om te kunnen bepalen wat de omvang van het mogelijk financieel nadelig effect van alle risico's zal kunnen zijn, wordt voor alle risico's nagegaan wat de meest waarschijnlijke omvang van de tegenvaller zal zijn en de mogelijke kans hierop. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende indeling van risico’s:

30

Om de omvang van de risico's/niet begrote kosten te bepalen worden binnen de gemeente Arnhem twee keer per jaar (bij de voorbereiding van de MJPB en het Jaarverslag) de gemeentelijke risico's die van invloed kunnen zijn op de financiële positie geactualiseerd. Dan wordt bezien welke risico's kunnen vervallen, welke gewijzigd en welke nieuwe risico's zich voordoen. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe worden bij de bepaling van het risicoprofiel geen kansen meegenomen. Daarmee wordt ook aangesloten bij de tekst van de BBV die spreekt over 'een inventarisatie van risico's' waarbij kansen niet worden genoemd. Voor de grondexploitaties is de actualisatie van het risicoprofiel gekoppeld aan de voorbereiding van de Financiële Jaarrapportage Projecten (FJP). Op de risicosystematiek van het grondbedrijf komen wij later nog terug.

31

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

Door middel van statistische berekeningen met eveneens een zekerheidspercentage van 90% wordt het risicoprofiel van het grondbedrijf en de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Vervolgens wordt voor het grondbedrijf nog een extra stap gezet. Na de bepaling van de risicoprofielen van de projecten wordt nagegaan of er in deze projecten ook in de toekomst mogelijke winsten mogen worden verwacht. Deze te verwachten winsten worden voor projecten in mindering gebracht op de berekende risico's. Naast de bepaling van het risicoprofiel van de grondexploitaties zijn gemeenten op grond van de voorschriften van de commissie BBV ook verplicht tussentijdse winsten van lopende projecten te nemen naar rato van de feitelijke realisatie. Buffers voor risico's - de beschikbare weerstandscapaciteit Binnen de gemeente Arnhem is afgesproken uit welke onderdelen de buffers om risico's op te vangen of wel de beschikbare weerstandscapaciteit bestaat: • De algemene reserve; • De post onvoorzien in de begroting; • De post strikt onvermijdbaar in de begroting; • De bestemmingsreserve Grondexploitaties; • De bestemmingsreserve Voorstudies (grondbedrijf); • De bestemmingsreserve Strategische posities (grondbedrijf).

Voor de relatie tussen de buffers voor het grondbedrijf en de algemene reserve is de aanvullende afspraak gemaakt dat als de omvang van de bestemmingsreserve Grondexploitaties 10% hoger is dan de benodigde weerstandscapaciteit van het grondbedrijf het bedrag boven deze 10% vanuit het grondbedrijf wordt toegevoegd aan de algemene reserve14. De algemene reserve en drie bestemmingsreserves van het grondbedrijf maken onderdeel uit van het eigen vermogen van de gemeente. Bij de berekening van de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen bepaalt de omvang van deze reserves mede ook de hoogte van de solvabiliteit. Bepalen van de weerstandsfactor Als de omvang van het risicoprofiel/benodigde weerstandscapaciteit bekend is en ook duidelijk is wat de omvang van de beschikbare buffers/beschikbare weerstandscapaciteit is kan ook de verhouding tussen beiden worden bepaald. Met andere woorden dan wordt de vraag beantwoord zijn de buffers ten opzichte van de risico's te klein, voldoende of meer dan voldoende. Daarover zal het volgende afgesproken in de financiële verordening in art. 12 1.a. worden opgenomen: Voor de financiële positie geldt dat: a. de weerstandsfactor niet lager mag zijn dan 1,0 en 1,4 het uitgangspunt is. Indien de weerstandsfactor lager is dan 1,0 is aanzuivering van de algemene reserve vereist.

Indien de factor hoger is dan 1,4 dan kunnen reserves worden aangewend voor (nieuw) beleid’. In het Arnhems Coalitie Akkoord 2022 – 2026 is afgesproken dat een weerstandsfactor van 1,4 het uitgangspunt zal zijn. De 1,0 blijft de ondergrens. Binnen de gemeente Arnhem is de omvang van de weerstandsfactor een belangrijk financieel ijkpunt. Ook de provincie Gelderland toetst jaarlijks of de gemeente zich aan haar eigen spelregels houdt.

14 Nota Grond(ig) bezien, 2005, blz. 54

32

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

Wat maakt geen deel uit van de buffers voor risico's? Bestemmingsreserves De omvang van ons eigen vermogen is groter dan alleen de algemene reserve en de reserves van het grondbedrijf. Waarom worden de overige bestemmingsreserves niet meegeteld voor de berekening van het gemeentelijk weerstandscapaciteit?Bestemmingsreserves worden namelijk gevormd voor een specifiek doel. Om die reden maken ze dan ook geen deel uit van het beschikbare weerstandscapaciteit. Als we bestemmingsreserves inzetten voor het opvangen van risico's die zich voordoen betekent dat ook dat het doel waarvoor deze bestemmingsreserves zijn gevormd niet of in mindere mate kan worden bereikt. Enige uitzondering daarop zijn de bestemmingsreserves Voorstudies en bestemmingsreserves Strategische posities van het grondbedrijf die van oudsher in Arnhem mee worden geteld als beschikbare weerstandscapaciteit. Dat geldt ook voor de bestemmingsreserve Grondexploitaties die als doel heeft als buffer voor risico's voor de grondexploitaties te zijn. Om te voorkomen dat er 'financiële lucht' in bestemmingsreserves blijft zitten worden deze jaarlijks geactualiseerd en getoetst. Als dit financiële ruimte oplevert wordt hier door de raad een besluit overgenomen. Dat kan dus ook betekenen dat op zo’n moment de algemene reserve wordt aangevuld met ‘financiële lucht’ uit deze onderdelen.

Dan maakt het wel deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit; Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente Arnhem zou in beginsel nog mogelijkheden hebben om de gemeentelijke belastingen te verhogen. Dit zou dan ruimte bieden om tegenvallers op te vangen. Om de volgende redenen wordt dit niet meegerekend als onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit: • Tijdens een aantal raadsperiodes werd ernaar gestreefd de gemeentelijke belastingen gelet op de hoogte op dat moment in Arnhem niet of beperkt te verhogen; • Belastingverhogingen zouden het weliswaar mogelijk maken om niet direct op gemeentelijke activiteiten te bezuinigen, maar hebben invloed op de financiële positie van burgers, organisaties en bedrijven. Het opvangen van tegenvallers door belastingverhogingen is dan ook aan beperkingen onderhevig.

5.4

De robuustheid van de balans

Tijdens de economische crisis moesten de risicobuffers worden aangesproken die niet toereikend bleken te zijn. Omvangrijke bezuinigingen en inzet van bestemmingsreserves werden noodzakelijk om een structureel sluitende begroting te realiseren. Er was daardoor ingeteerd op de vermogenspositie. De verhouding eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen ontwikkelde zich negatief en was te laag. Ook de omvang van de gemeentelijke schuldenlast werd een aandachtspunt. Aan de kengetallen solvabiliteit en schuldquote werd veel betekenis toegekend. Conclusies was ook dat tegenvallers een veel grotere en niet te voorspellen impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Ook de toegenomen impact van demografische en sociale ontwikkelingen in combinatie met mogelijke toekomstige onvoorspelbare gebeurtenissen, de zogenaamde zwarte zwanen, waren aanleiding om te streven naar een betere solvabiliteit en minder schulden. Daardoor wordt de gemeente minder kwetsbaar voor dit soort gebeurtenissen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de gemeente niet meteen ‘vol in de wind’ komt te staan bij dit soort gebeurtenissen. De coronacrisis heeft grote impact gehad op de stad. Nauwgezet is ook nagegaan wat de financiële impact en risico’s waren die met deze crisis samenhingen.

Het Rijk heeft in belangrijke mate de extra kosten die de gemeente Arnhem daardoor moest maken gecompenseerd. Doordat in die jaren met name de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefond hoger werd vastgesteld dan bij de begroting bekend was waren in tegenstelling tot wat mocht worden verwacht de jaarresultaten positief. Zo verbeterde de reservepositie van de gemeente. De overwegingen met betrekking tot de verslechtering van de solvabiliteit en de schuldquote waren destijds aanleiding om jaarlijks een deel van de begroting niet uit te geven, maar op basis van technische rekenregels toe te voegen aan de bestemmingsreserve Solvabiliteit. Die rekenregels zijn de afgelopen jaren toegepast en hebben ervoor gezorgd dat er als het ware werd gespaard. Daarbij werd geld apart gezet. In combinatie met de positieve jaarresultaten heeft dit geleid tot een verbetering van de solvabiliteit en schuldquote. Omdat de bestemmingsreserve Solvabiliteit naast de verbetering van de solvabiliteit en schuldquote geen specifiek doel kende was dit een extra buffer voor onvoorspelbare tegenvallers. Gezien de beschreven positieve ontwikkeling van de financiële positie en het feit dat recente ervaringen laten zien dat deze positie bij extreme autonome ontwikkelingen niet in acuut gevaar komt, is in het Arnhems Coalitieakkoord 2022-2026 gekozen om de bestemmingsreserve Solvabiliteit op te heffen.

De middelen van deze reserve zijn in de Begroting 2023 vrijgevallen en leveren ruimte op om tegenvallers op te vangen en om nieuwe investeringen in de stad te realiseren. Daarbij is in het coalitieakkoord de afspraak gehandhaafd over de minimale hoogte van de weerstandsfactor en is een nieuwe afspraak over de ondergrens voor de solvabiliteit van 10% en een streefpercentage van minimaal 14% toegevoegd. Op die manier houden we zelf voortdurend aandacht voor de robuustheid van de balans.

PAGINA

Nota risocomanagement en weerstandsvermogen

ONDERWERP

De robuustheid van de begroting komt volgens de thans geldende afspraken tot uitdrukking in de volgende onderdelen van de financiële positie: • In de Begroting en het financieel meerjarenbeeldzijn posten opgenomen die het mogelijk maken tegenvallers/nadelige ontwikkelingen op te vangen; • De gemeente inventariseert periodiek de omvang van het gemeentelijk risicoprofiel en maakt daarbij gebruik van statische berekeningen met een zekerheidspercentage van 90% om de omvang van de risicobuffer/weerstandscapaciteit te bepalen; • De gemeente heeft de algemene reserve, de posten strikt onvoorzien en onvermijdbaar en drie bestemmingsreserves van het grondbedrijf (Grondexploitaties, voorstudies en strategische posities) aangewezen als beschikbare weerstandscapaciteit/buffers om niet begrote tegenvallers op te vangen; • In aansluiting daarop wordt de weerstandsfactor bepaald die minimaal 1,0 moet zijn. Boven de 1,4 mag de ruimte ingezet worden voor (nieuw) beleid. Als de weerstandsfactor lager is dan 1,0 moeten de buffers voor risico's worden aangevuld; De gemeente streeft naar een solvabiliteit van 14% en hanteert daarbij 10% als ondergrens.

33

5.5 Samenvattende uitgangspunten spelregels robuustheid begroting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=eff2a7ce-7e85-4122-8973-fa2c11685f60